<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR308279_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking van de Verordening rioolheffing 2013)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SBW-13000056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wettelijke grondslag bieden voor heffing</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>verordening</vet>
          </al>
          <al>“verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014”</al>
          <al>(verordening rioolheffing 2014)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het
                                            genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op
                                            de gemeentelijke riolering, dan wel dat belang heeft bij
                                            nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder
                                            te noemen: eigenarendeel; en</al></li>
                <li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water
                                            direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                            afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de
                                            gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen:
                                            gebruikersdeel.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel
                                    een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                                    het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                    vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li>
            <li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al></li>
          </lijst>
          <al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                            niet</al>
          <al>krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruikt;</al>
          <lijst>
            <li nr="4."><al>voor toepassing van het derde lid wordt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>gebruik van een perceel door de leden van een huishouden
                                            aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231,
                                            tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                            gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat
                                            huishouden;</al></li>
                <li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een perceel –
                                            niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – in
                                            gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                            die dat deel in gebruik heeft gegeven.</al></li>
                <li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor
                                            volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
                                            die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar
                                voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of
                                opgepompt. Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet
                                bekend is, wordt het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het
                                aantal kubieke meters dat naar het perceel is toegevoerd of
                                opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de
                                verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,
                                wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
                                Bij een herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een
                                volle maand gerekend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Voor nieuwe gebruikers wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in
                                het tweede lid bekend zijn, een belasting geheven als genoemd in
                                artikel 6, tweede lid, onder a.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Ingeval de toegevoerde hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld
                                vanwege het ontbreken van een watermeter en het perceel ook niet
                                aangesloten is op een gemeenschappelijke watermeter, wordt de
                                toegevoerde hoeveelheid water gesteld op de hoeveelheid als genoemd
                                in artikel 6, tweede lid, onder a.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
              <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                niet bekend zijn wordt het waterverbruik van gemeentewege bepaald
                                aan de hand van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                vergelijkbare percelen, met dien verstande dat voor de berekening
                                van de verschuldigde belasting als minimum waterafname wordt
                                aangehouden een hoeveelheid van 200 m3.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al> Het eigenarendeel bedraagt per perceel € 79,20 </al></li>
            <li nr="2."><al>Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                    onderdeel b, bedraagt bij een hoeveelheid afgevoerde kubieke
                                    meters afvalwater van:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>0 t/m 200 m3 € 90,60</al></li>
                <li nr="b."><al>201 m3 t/m 400 m3 € 167,52</al></li>
                <li nr="c."><al>401m3 t/m 800 m3 € 293,16</al></li>
                <li nr="d."><al>801 m3 t/m 2.000 m3 € 483,60</al></li>
                <li nr="e."><al>2.001 m3 t/m 5.000 m3 € 749,52</al></li>
                <li nr="f."><al>5.001 m3 t/m 10.000 m3 € 1.086,84</al></li>
                <li nr="g."><al>10.001 m3 t/m 20.000 m3 € 1.467,12</al></li>
                <li nr="h."><al>20.001 m3 t/m 30.000 m3 € 1.833,96</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>terwijl voor elke volgende hoeveelheid van 10.000 m3 of gedeelte daarvan
                            het onder h genoemde tarief met € 1.086,84 wordt vermeerderd, een en
                            ander met een maximum van € 15.963,12</al>
          <al>Artikel 7 Belastingjaar</al>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting voor het eigenarendeel is verschuldigd bij het begin
                                van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is,
                                bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                                10,00.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Voor de vaststelling van de gebruikerssituatie is beslissend hetgeen
                                ter zake in de Basis Administratie is geregistreerd, tenzij blijkt
                                dat de gebruikerssituatie anders is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in één gelijke termijn die
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere
                                heffingen minder is dan € 3.500,00 en door middel van automatische
                                incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
                                worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in twaalf
                                gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
                                De volgende termijnen telkens één maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van het tweede lid moeten de aanslagen worden betaald
                                in één termijn, indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen minder is dan €
                                50,00.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De ‘Verordening rioolheffing 2013’ van 7/8 november 2012, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing
                            2014’.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen
                        van 6/7 november 2013.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          griffier, voorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>