<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307814_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Coevorden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-13419.html">www.officiele bekendmakingen.nl/16-02-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Coevorden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijz. artt. 1:2, 2:11, 2:39, 2:46, 2:48, 2:58, 2:67, 3:5, 3:9, 5:2, 5:9, 5:12, 5:24, 5:26, 5:33 en 5:34. Wijz. tekst titel afdeling 15. Vervallen artt.2:65A en 5:16. Invoegen artt. 2:78, 2:79, 2:80.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegevoorstel 2014/1197</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Algemene plaatselijke verordening Coevorden vastgesteld op 07 februari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening Coevorden
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>No. 2013/1019</al>
          <al>De raad van de gemeente Coevorden;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlagenummer
                        1019;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al>
          <al>Besluit vast te stellen de volgende verordening: </al>
          <al>
            <vet>Algemene plaatselijke verordening Coevorden</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al>
            <al>
              <cursief>a.Weg:</cursief>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als
                                    zodanig aangeduide parkeerterreinen;</al></li>
              <li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                    toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen,
                                    speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en
                                    aanlegplaatsen voor vaartuigen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken,
                                    gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning
                                    in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar
                                    zijn;</al></li>
              <li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
                                    stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
                                    afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of
                                    vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
                                    zijn afgesloten.</al></li>
            </lijst>
            <al>
              <cursief>b.openbaar water: </cursief>
                            wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                            zijn;</al>
            <al>
              <cursief>c. bebouwde kom: </cursief> het gebied
                            binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de
                            Wegenverkeerswet 1994;</al>
            <al>
              <cursief>d.Rechthebbende: </cursief>
            </al>
            <al> degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of
                            persoonlijk recht;</al>
            <al>
              <cursief>e. Voertuigen: </cursief> voertuigen als
                            bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                            (RVV 1990);</al>
            <al>
              <cursief>f.Vaartuigen: </cursief>
            </al>
            <al> alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede
                            woonschepen, glijboten en ponten.</al>
            <al>
              <cursief>g.Woonschepen: </cursief>
            </al>
            <al> schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning
                            bestemd.</al>
            <al>
              <cursief>h.Bouwwerk: </cursief> elke
                            constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal,
                            die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
                            grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
                            grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al>
            <al>
              <cursief>i.Gebouw: </cursief> hetgeen in
                            artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt
                            verstaan;</al>
            <al>
              <cursief>j. Handelsreclame: </cursief>
            </al>
            <al> iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk
                            beoogd wordt een commercieel belang te dienen. </al>
            <al>
              <cursief>k. bevoegd gezag: </cursief> bestuursorgaan dat bevoegd is tot
                            het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als
                            bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                            ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al>
            <al>
              <cursief>l.openbare plaats: </cursief>
            </al>
            <al> hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt
                            verstaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2.</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 tweede lid, aanhef en
                                onder a.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3.</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4.</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5.</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6.</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering
                                    van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen
                                    van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging
                                    noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
                                    bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7.</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al> De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8.</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Openbare orde</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1.</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b.
                                    aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop
                                    van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                    samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                    politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                    richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2.</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3.</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de
                                    betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop
                                    de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van
                                    beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de
                                    route en de plaats van beëindiging; e. voor van toepassing, de
                                    wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de
                                    betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te
                                    bevorderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4.</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5.</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6.</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7.</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8.</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9.</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10.</nr>
                <titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het
                                    gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de
                                    bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel
                                    een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud
                                    van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen
                                    van welstand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5
                                    meter wordt gelaten op voetpaden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.
                                    evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als
                                    bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens
                                    een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de
                                    weg is verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale
                                    wegenverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11.</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het provinciaal wegenreglement, de
                                    waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12.</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al>verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="-"><al>bruikbaarheid weg;</al></li>
                  <li nr="-"><al>parkeervoorzieningen;</al></li>
                  <li nr="-"><al>bescherming uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li>
                  <li nr="-"><al>onaanvaardbare wijze aantasting van openbaar groen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13.</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14.</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15.</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16.</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17.</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18.</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bedoelde verbod treedt in werking bij code
                                    rood, zoals vastgesteld en bekendgemaakt via
                                    natuurbrandgevaar.nl door de regionaal commandant van dienst
                                    brandweer Drenthe.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19.</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20.</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21.</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22.</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                    elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                    toelaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken
                                    van de hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23.</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening Drenthe.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25.</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 07.00 en 01.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="e."><al>er een organisator is; en</al></li>
                  <li nr="f."><al>de organisator ten minste 3 werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan binnen 1 dag na ontvangst van de melding
                                    besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding
                                    is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 is het verboden een
                                    evenement te organiseren bij extreme weersomstandigheden. Van
                                    extreme weersomstandigheden is sprake bij weeralarm(rood), zoals
                                    bekend gemaakt door het KNMI te De Bilt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26.</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>openbare inrichting:</al></li>
                  <li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li>
                  <li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28.</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen). </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29.</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen). </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30.</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31.</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32.</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:33.</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34.</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a </nr>
                <titel>Verbod happy hours</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b </nr>
                <titel>paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om sterke
                                        drank te verstrekken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om
                                        alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens
                                        jeugdactiviteiten.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is verboden om alcoholhoudende drank te schenken tussen
                                        24.00 uur en 12.00 uur.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het is verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken voor
                                        aanvang van een activiteit en meer dan 60 minuten na afloop
                                        ervan.</al></li>
                <li nr="5."><al>In afwijking van het vorige lid is het bij sportactiviteiten
                                        verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken meer dan 60
                                        minuten voor aanvang van een activiteit en meer dan 90
                                        minuten na afloop ervan.</al></li>
                <li nr="6."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de bij dit
                                        artikel gestelde regels.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:35.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:36.</nr>
                <titel>Kennisgeving exploitatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:37.</nr>
                <titel>Nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat
                                ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde
                                model.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:38.</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:39.</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                            Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                            vergunning te verlenen; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40.</nr>
                <titel>Kansspelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c. van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41.</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42.</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43.</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43.</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44.</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45.</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:46.</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    provinciaal wegenregelment.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47.</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48.</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49.</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50.</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51.</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52.</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:53.</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:54.</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:55.</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:56.</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57.</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58.</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59.</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60.</nr>
                <titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61.</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62.</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:63.</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening Drenthe.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64.</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op
                                    een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten
                                    een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de
                                    bijen te voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement Drenthe.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65.</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65A.</nr>
                <titel>Gebiedsontzegging</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                <li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67.</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68.</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:69.</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>
                <cursief>Consumentenvuurwerk</cursief>: vuurwerk waarop het Besluit
                                van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                                consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van
                                toepassing is.</al>
              <al>
                <cursief>Carbidschieten</cursief>: het in een bus op explosieve
                                wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                carbid (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met
                                vergelijkbare eigenschappen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72.</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73.</nr>
                <titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73A.</nr>
                <titel>Carbidschieten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden carbid te schieten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan gebieden en tijdstippen aanwijzen waar het in
                                    het eerste lid gestelde verbodniet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het
                                    schieten van Carbid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74.</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht
                                op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75.</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76.</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77.</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    door de gemeenteraad aangewezen plaatsen, die voor het publiek
                                    zonder enige vorm van beperking toegankelijk zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:78. </nr>
                <titel>Gebiedsontzegging</titel>
              </kop>
              <al>Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich anders
                                dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan door de
                                burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij
                                genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking genoemde
                                periode van ten hoogste twaalf weken.</al>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:79 </nr>
                <titel>Gebiedsontzegging specifiek </titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste
                                    24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een
                                    openbare plaats op te houden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw een strafbaar
                                    feit of een openbare orde verstorende handeling verricht, een
                                    bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een
                                    of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op
                                    te houden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt de in het tweede lid gestelde bevelen,
                                    als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op
                                    aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:80 </nr>
                <titel>Gebiedsontzegging beperking criminaliteit</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde een verbod
                                opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten
                                hoogste twaalf weken te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                plaatsen aan degene:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>die zich gedraagt in strijd met artikel 2:23a (vervoer
                                        inbrekerswerktuigen);</al></li>
                <li nr="b."><al>een inbraak pleegt of medepleegt in:</al><lijst>
                    <li nr="-"><al>een woning; </al></li>
                    <li nr="-"><al>een bedrijfsgebouw; </al></li>
                    <li nr="-"><al>overige gebouwen zoals tuinhuisjes,
                                                vakantieverblijven, stacaravans, bouwketen, boxen,
                                                schuurtjes.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="c."><al>poogt in te breken in een of meer van de onder sub b
                                        genoemde gebouwen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6:2;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2.</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3.</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid genoemde belangen, kan
                                het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4.</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. Het aantal te verlenen vergunningen is niet
                                    hoger dan 2.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 wordt de in het
                                    eerste lid genoemde vergunning verleend voor een periode van 4
                                    jaar.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5.</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>de artikelen 8 en 162, 3e lid , alsmede artikel 6 juncto artikel
                                    8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6.</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten
                                    dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7.</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste
                                            lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8.</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien
                                    dat in de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9.</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10.</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11.</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12.</nr>
                <titel>Beslistermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13.</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273 f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    kan worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van de woon- en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                  <li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14.</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15.</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Geluidhinder en verlichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer (Activiteitenbesluit);</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in
                                        het Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2.</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De waarden als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 en 6.16
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan het college
                                    bepalen voor welke gebieden van de gemeente de collectieve
                                    festiviteiten gelden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan voorschriften verbinden aan de collectieve
                                    festiviteiten ter voorkoming of beperking van de
                                    geluidhinder.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3.</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de waarden als
                                    bedoeld in de artikel 2.17 en 2.20 van het Besluit niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan voorschriften verbinden aan een festiviteit ter
                                    voorkoming of beperking van de geluidhinder. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4.</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al> Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5.</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <al>Als in een inrichting als bedoeld in het Besluit onversterkte muziek
                                ten gehore wordt gebracht, zijn de artikelen 2.17 en 2.20 van het
                                Besluit van toepassing. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6.</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7.</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>(vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:8.</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:9.</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>(opgenomen in Bomenverordening gemeente Coevorden)</al>
            </structuurtekst>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11.</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12.</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege</titel>
              </kop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13.</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening Drenthe.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:14.</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen).</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:15.</nr>
                <titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:16.</nr>
                <titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen) </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:17.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>Kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerwagen of caravan, dan wel
                                enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gedeelte daarvan,
                                voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor als gevolg van artikel 27
                                van de woningwet een bouwvergunning is vereist, een en ander voor
                                zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend
                                zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt
                                voor recreatief nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18.</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b,
                                        van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990);</al></li>
                <li nr="c."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2.</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3.</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4.</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5.</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6.</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:7.</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8.</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9.</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:10.</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:11.</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:12.</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden fietsen of bromfietsen te laten staan in
                                    daarvoor bestemde ruimten of plaatsen als deze in kennelijke
                                    staat van verwaarlozing of onvoldoende staat van onderhoud
                                    verkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan gebieden aanwijzen waar het, in het belang van
                                    het beheer van de openbare ruimte, verboden is om:</al>
                <al>a. een fiets of bromfiets langer dan 10 dagen onafgebroken te
                                    stallen.</al>
                <al>b. een fiets of bromfiets onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                    ruimten plaatsen of te laten staan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Collecteren</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:13.</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het houden
                                    van een inzameling dan wel het daartoe aanbieden van een
                                    intekenlijst door een rechtspersoon met een CBF-keur gedurende
                                    de in het jaarlijkse collecterooster van het Centraal Bureau
                                    Fondsenwerving voor die rechtspersoon aangewezen periode.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Venten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:14.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet.</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:15.</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 21.00 en 09.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:16.</nr>
                <titel>Vrijheid van meningsuiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>(vervallen)</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Standplaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:17.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18.</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij
                                    in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                    welstand;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:19.</nr>
                <titel>Toestemming rechthebbende</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:20.</nr>
                <titel>Afbakeningsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid geldt niet voor
                                    bouwwerken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:21.</nr>
                <titel>Aanhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <al>[Gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Snuffelmarkten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:22.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen).</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:23.</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen)</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24.</nr>
                <titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25.</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Drenthe of de Provinciale landschapsverordening Drenthe.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26.</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de
                                    Waterwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:27.</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:25, tweede
                                lid, en 5:26 bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28.</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Drenthe.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:29.</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30.</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Drenthe .</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31.</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31A.</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al> In deze afdeling wordt verstaan onder: - motorvoertuig; hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990; - bromfiets: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32.</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder weg:
                                    hetgeen in artikel 1 eerste lid onder b Wegenverkeerswet 1994
                                    daaronder wordt verstaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproduktie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33.</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen terreinen. </al>
                <al>Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al>
                <al>a. het voorkomen van overlast;</al>
                <al>b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden</al>
                <al>c. de veiligheid van het publiek</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al>
                <al>a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al>
                <al>b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al>
                <al>c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al>
                <al>d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                    percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste
                                    lid bedoeld;</al>
                <al>e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                    van de onder d bedoelde personen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al>
                <al>a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                    bedoelde gebieden of terreinen;</al>
                <al>b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34.</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>In de in lid drie bedoelde ontheffing neemt het college het
                                    voorschrift op dat deze ontheffing niet geldig is bij code rood,
                                    zoals vastgesteld en bekendgemaakt via natuurbrandgevaar.nl door
                                    de regionaal commandant van dienst brandweer Drenthe.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden kan het college
                                    locaties voor paasvuren aanwijzen waar het verboden is deze te
                                    ontsteken bij code oranje, zoals vastgesteld en bekendgemaakt
                                    via natuurbrandgevaar.nl door de regionaal commandant van dienst
                                    brandweer Drenthe.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35.</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36.</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37.</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1.</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2.</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: </al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de daartoe bevoegde gemeentelijke toezichthouders.</al></li>
              <li nr="-"><al>de ambtenaren van de politie Nederland.</al></li>
              <li nr="-"><al>de medewerkers van de Stichting Veiligheidszorg Drenthe, die
                                    daartoe als toezichthouder door het college of door de
                                    burgemeester zijn aangewezen.</al><lijst>
                  <li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het
                                            bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij
                                            besluit van het college dan wel de burgemeester aan te
                                            wijzen personen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3.</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4.</nr>
              <titel>Intrekking oude verordening</titel>
            </kop>
            <al>De algemene plaatselijke verordening Coevorden vastgesteld op 07
                            februari 2012 en bekend gemaakt op 14 februari 2012 wordt
                            ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5.</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.6.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:7.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene plaatselijke verordening
                            Coevorden.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 april 2013.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>B.J. Bouwmeester</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>griffier</ondertekening>
        <ondertekening>B. Kunnen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>