<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30766_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rheden</dcterms:creator><dcterms:modified>2023-03-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-94342">gmb-2023-94342</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 96, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2023-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2023-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, eerste lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rheden;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 mei 2006;</al><al>gelet op artikel 96 lid 1 Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><lijst><li nr="1."><al>in te trekken de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden, protocolnummer 001.03, laatstelijk gewijzigd 27 maart 2001;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de <vet>Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006</vet></al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 Begripsomschrijving</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>leden van de commissie: de leden van een commissie, als bedoeld in artikel 82 e.v. van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: de voorzitter van een in deze verordening genoemde, commissie, welke niet tevens lid is van de raad;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>vergoeding: de vergoeding als bedoeld in artikel 96 lid 1 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>normbedrag: het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Staatsblad 244).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van onderstaande commissies die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 2½ x het normbedrag:</al><lijst><li nr="-"><al>de Commissie bezwaarschriften;</al></li><li nr="-"><al>de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, alsmede in voorkomende gevallen diens plaatsvervanger, ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 3 x het normbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden en voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, ontvangen voor het bijwonen van de commissievergadering een vergoeding van reis- en verblijfkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van onderstaande commissies die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van ½ x het normbedrag:</al><lijst><li nr="-"><al>de Ombudscommissie;</al></li><li nr="-"><al>de Marktcommissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, alsmede in voorkomende gevallen diens plaatsvervanger, ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding ten bedrage van 2 x het normbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden en voorzitter van de in lid 1 genoemde commissies, ontvangen voor het bijwonen van de commissievergadering een vergoeding van reis- en verblijfkosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 Subcommissies en werkgroepen</nr></kop><al>Leden en voorzitter van subcommissies of werkgroepen, ontstaan uit de commissies genoemd in deze verordening, komen slechts voor een vergoeding als bedoeld in de artikelen 2 of 3 in aanmerking indien daartoe een separaat besluit is genomen door het bestuursorgaan dat de commissie heeft ingesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 Uitbetaling</nr></kop><al>De in de artikel 2 en 3 onder lid 1 en 2 bedoelde vergoedingen worden na afloop van elk halfjaar aan de rechthebbende uitbetaald. De in deze artikelen onder lid 3 bedoelde reis- en verblijfkostenvergoeding wordt op declaratiebasis betaalbaar gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6 Hardheidsclausule</nr></kop><al>Het bestuursorgaan dat de commissie heeft ingesteld kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 Inwerkingtreding en intrekking verordening</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden, protocolnummer 001.03, laatstelijk gewijzigd 27 maart 2001.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 Toezending aan Gedeputeerde Staten</nr></kop><al>Conform artikel 98 Gemeentewet wordt deze verordening na vaststelling toegezonden aan Gedeputeerde Staten.</al><al/><al>Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 september 2006, nr. 3.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De Steeg, 12 september 2006</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening>griffier.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>