<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307408_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 13-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 16 en verder van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met inwerkingtreding van deze regeling komt het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 februari 2010 te vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>overwegende dat</al><al/><al/><al>-sinds de inwerkingtreding van het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen
                        en andere werkzaamheden van de raad 2010’ de werkwijze van de gemeenteraad
                        aan verandering onderhevig is geweest en dat deze werkwijze nog niet
                        geformaliseerd is;</al><al>-het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                        de raad 2010’ een aantal doublures met de Gemeentewet bevat;</al><al>-het ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                        de raad 2010’ een aantal onzorgvuldigheden bevat die gecorrigeerd dienen te
                        worden.</al><al/><al/><al>gelet op</al><al>-het bepaalde in de artikelen 16 en volgende van de Gemeentewet</al><al/><al/><al>BESLUIT: </al><al>vast te stellen het navolgende:</al><al>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD
                        2013 </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><al>a.voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al><al>b.amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpbeslissing, naar</al><al>de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al><al>c.subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig</al><al>amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het
                        amendement, waarop het betrekking heeft;</al><al>d.motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp</al><al>waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al><al>e.initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander</al><al>voorstel;</al><al>f.commissielid: een persoon die tot lid van een raadscommissie</al><al>benoemd is en die geen lid van de raad is. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                        van de Gemeentewet zijn op deze persoon van overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 2. De voorzitter</al><al>De voorzitter is belast met: </al><al>a.het leiden van de vergadering;</al><al>b.het handhaven van de orde;</al><al>c.het doen naleven van het reglement van orde;</al><al>d.hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al><al>Artikel 3. De griffier</al><al>1.De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al><al>2.Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door
                        de</al><al>raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al><al>3.De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                        de</al><al>beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al><al>Artikel 4. De secretaris</al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig
                        te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in
                        dit reglement.</al><al><vet>Artikel 5. Het seniorenconvent</vet></al><al>1.De raad heeft een seniorenconvent.</al><al>2.Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De
                        griffier is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig.</al><al>3.Elke fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie, die tevens raadslid
                        is, aan,</al><al>die hem bij zijn afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.</al><al>4.De voorzitter kan voorstellen anderen uit te nodigen voor het</al><al>seniorenconvent.</al><al>5.Het seniorenconvent heeft, naast de taken opgenomen in het artikel 15 van
                        dit reglement van orde, als taak aanbevelingen aan de raad te doen inzake de
                        organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijn
                        raadscommissies.</al><al>6.De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.</al><al><vet>Artikel 6. De agendacommissie</vet></al><al>1.Er is een agendacommissie.</al><al>2.Deze commissie bestaat uit de voorzitter en de commissievoorzitters. De
                        griffier is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig.</al><al>3.De voorzitter van de raad zit tevens de agendacommissie voor.</al><al>4.De voorzitter kan voorstellen anderen uit te nodigen voor een vergadering
                        van de agendacommissie.</al><al>5.De agendacommissie regelt de werkzaamheden van de raad en van zijn</al><al>raadscommissies. De agendacommissie is gerechtigd tot voorstellen
                        betreffende:</al><al>a.vergaderfrequentie van de raadscommissies en de raad;</al><al>b.conceptagenda’s voor de vergadering van de raadscommissies;</al><al>c.conceptagenda’s voor de vergadering van de raad;</al><al>d.planning van werkbezoeken, rondetafelgesprekken, e.d.;</al><al>e.spreektijdenregeling;</al><al>f.procedure voorbereiding, onderzoek, behandeling en vaststelling van de
                        begroting, kadernota en jaarrekening.</al><al>6.De agendacommissie is verder belast met de taken genoemd in de artikelen
                        10, 12 en 41 van dit reglement van orde.</al><al>Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</al><al>Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en benoeming raadsleden</al><al>1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                        commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt
                        de geloofsbrieven en de daartoe overlegde stukken van nieuw benoemde
                        leden.</al><al>2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit
                        aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit over de toelating.
                        In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al><al>3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt
                        in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de
                        verkiezingen.</al><al>4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad
                        op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld
                        in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en
                        belofte af te leggen.</al><al>5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een
                        nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over
                        diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en
                        belofte af te leggen.</al><al><vet>Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en benoeming wethouders</vet></al><al>1.Bij elke benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in</al><al>bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de
                        geloofsbrieven en de daartoe overlegde stukken van de te benoemen
                        wethouder.</al><al>2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit
                        aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit over de benoeming.
                        In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al><al>Artikel 9. Fractie</al><al>1.De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                        kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                        zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid
                        verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al><al>2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                        fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de
                        kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van
                        de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
                        De naam mag niet in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden.</al><al>3.De fractie deelt de namen van degenen die als voorzitter van de fractie en
                        als diens plaatsvervanger optreden zo spoedig mogelijk mede aan de
                        voorzitter.</al><al>4.Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie
                        gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten
                        bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                        mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen
                        van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad.</al><al>5.De naam van de nieuwe fractie begint met woord “Fractie” aangevuld met
                        de</al><al>achternaam van het lid of één van de leden.</al><al>6.De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de</al><al>eerstvolgende vergadering van de raad.</al><al>Hoofdstuk 3. Vergaderingen</al><al>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</al><al><vet>Artikel 10. Vergaderfrequentie</vet></al><al>1.In de regel vinden de vergaderingen van de raad plaats op de laatste
                        donderdag van de maand.</al><al>2.De vergaderingen van de raad vinden vanaf 20.00 uur in het gemeentehuis
                        plaats, tenzij de voorzitter anders bepaald.</al><al><vet>Artikel 11. Oproep en agenda</vet></al><al>1.De voorzitter roept schriftelijk bij voorkeur veertien dagen maar ten
                        minste zeven dagen voor een vergadering de leden van de raad op onder
                        vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al><al>2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van
                        de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken,
                        worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad
                        digitaal beschikbaar gesteld.</al><al>3.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                        schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                        vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij
                        behorende stukken aan de leden van de raad beschikbaar gesteld.</al><al>4.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel
                        van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van
                        de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, onderwerpen van de agenda
                        afvoeren of de volgorde van behandeling wijzigen.</al><al>Artikel 12. De wethouder</al><al>De wethouders zijn bij de vergadering aanwezig om deel te nemen aan de
                        beraadslagingen tenzij de agendacommissie anders bepaalt.</al><al>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken</al><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de
                        Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting
                        van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en
                        commissieleden inzage.</al><al>Paragraaf 2. Orde der vergadering</al><al>Artikel 14. Presentielijst</al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                        presentielijst. De presentielijst is in alfabetische volgorde. Aan het einde
                        van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door
                        ondertekening vastgesteld.</al><al>Artikel 15. Zitplaatsen</al><al>1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                        zitplaats, door de voorzitter na overleg in het seniorenconvent bij aanvang
                        van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al><al>2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien
                        na</al><al>overleg in het seniorenconvent.</al><al>3.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en anderen
                        die voor de raadsvergadering zijn uitgenodigd.</al><al>Artikel 16. Opening vergadering</al><al>De voorzitter opent de vergadering met een moment van bezinning.</al><al><vet>Artikel 17. Besluitenlijst</vet></al><al>1.De griffier draagt zorg voor het bijhouden van de besluitenlijst van
                        de</al><al>vergadering.</al><al>2.Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet
                        verzet, wordt de besluitenlijst van de vergadering, zo spoedig mogelijk na
                        de vergadering, openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke
                        website.</al><al>3.De besluitenlijst bevat:</al><al>a.de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige
                        leden, alsmede van de leden die afwezig waren, de wethouders en anderen die
                        het woord gevoerd hebben;</al><al>b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al><al>c.de besluiten van de raad;</al><al>d.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                        hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden,
                        onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                        Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun
                        stem hebben vergist;</al><al>e.vermelding van ingediende initiatiefvoorstellen, moties, amendementen en
                        subamendementen.</al><al>4.De besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier
                        ondertekend.</al><al>Artikel 18. Geluids- en beeldopname</al><al>1.De vergaderingen van de raad worden digitaal in beeld en geluid
                        vastgelegd.</al><al>2.De beeld- en geluidopnames van een raadsvergadering zijn digitaal via de
                        gemeentelijke website toegankelijk.</al><al>3.Het in het tweede en derde lid vermelde is niet van toepassing op besloten
                        vergaderingen als bedoeld in het artikel 43 van dit reglement.</al><al>4.Ingeval van technische calamiteiten dient de griffier zorg te dragen voor
                        een</al><al>schriftelijk verslag. </al><al><vet>Artikel 19. Ingekomen stukken</vet></al><al>1.Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. De griffier
                        geeft bij ieder stuk aan op welke wijze het desbetreffende stuk procedureel
                        wordt behandeld. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden.</al><al>2.De raad stelt middels een besluit de afdoening van ingekomen stukken
                        vast.</al><al>Artikel 20. Aantal spreektermijnen</al><al>1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                        hoogste</al><al>twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al><al>2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al><al>3.Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                        over</al><al>hetzelfde onderwerp of voorstel.</al><al>4.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel
                        het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                        voorstel van orde.</al><al>Artikel 21. Spreektijdenregeling</al><al>1.Elke fractie heeft in een reguliere vergadering maximaal twaalf minuten
                        spreektijd. </al><al>2.Het College heeft in een reguliere vergadering maximaal de helft van de
                        totale spreektijd van de fracties als spreektijd.</al><al>3.Niet ten laste van de spreektijd van een fractie of van het College
                        komen:</al><al>a.interrupties;</al><al>b.reactie(s) op interrupties;</al><al>c.voorstellen van orde;</al><al>d.reactie(s) op voorstellen van orde.</al><al>Artikel 22. Handhaving orde; schorsing</al><al>1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><al>a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit</al><al> reglement te herinneren;</al><al>b.een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
                        zonder</al><al> verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al><al>2.Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                        uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                        herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, roept de
                        voorzitter hem tot de orde. Indien de betreffende spreker, hieraan geen
                        gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks
                        plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al><al>3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door
                        hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw
                        wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al><al>Artikel 23. Beraadslaging</al><al>1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen
                        over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te
                        beraadslagen.</al><al>2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de
                        raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                        schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot
                        onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                        schorsingsperiode verstreken is.</al><al>Artikel 24. Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al>1.De raad kan ten aanzien van een onderwerp bepalen dat anderen dan de in de
                        vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouders en de voorzitter
                        deelnemen aan de beraadslaging.</al><al>2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der
                        leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
                        betreffende onderwerp of voorstel aanvang wordt genomen.</al><al>Artikel 25. Stemverklaring</al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                        overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te verklaren.</al><al><vet>Artikel 26. Intrekken voorstel</vet></al><al>Totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden kan de indiener
                        van een voorstel het voorstel intrekken.</al><al>Artikel 27. Beslissing</al><al>1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is
                        toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al><al>2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele
                        amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in
                        zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al><al>3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                        formuleert</al><al>de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al><al>Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen</al><al>Artikel 28. Algemene bepalingen over stemming</al><al>1.De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming
                        wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter
                        vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen of is
                        verworpen.</al><al>2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag
                        vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond
                        van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.</al><al>3.Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                        voorzitter</al><al>daarvan mededeling.</al><al>4.Alvorens hoofdelijke stemming plaatsvindt, deelt de voorzitter mede, bij
                        welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt
                        bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar
                        genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al><al>5.De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te
                        brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel
                        28 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                        presentielijst.</al><al>6.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich
                        niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet
                        onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al><al>7.De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te
                        spreken,</al><al>zonder enige toevoeging.</al><al>8.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij
                        deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
                        Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter
                        de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat
                        hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                        verandering.</al><al>9.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                        vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet
                        daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al><al>Artikel 29. Stemming over amendementen en moties</al><al>1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                        eerst</al><al>over dat amendement gestemd.</al><al>2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over
                        het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.</al><al>3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                        voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover
                        zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende
                        amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al><al>4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt
                        eerst</al><al>over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al><al>Artikel 30. Stemming over personen</al><al>1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het
                        opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de
                        voorzitter drie leden tot stembureau.</al><al>2.Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                        Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te
                        leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al><al>3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor
                        te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter
                        beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.</al><al>4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is
                        aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een
                        stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de
                        stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming
                        gehouden.</al><al>5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30
                        van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden
                        die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.</al><al>6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad,
                        op</al><al>voorstel van de voorzitter.</al><al>7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na</al><al>vaststelling van de uitslag vernietigd.</al><al>Artikel 31. Herstemming over personen</al><al>1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                        heeft</al><al>verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al><al>2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                        meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee
                        personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben
                        verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke
                        twee personen de derde stemming zal plaatshebben.</al><al>3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken,</al><al>beslist terstond het lot.</al><al>Artikel 32. Beslissing door het lot</al><al>1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de
                        beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel
                        gelijke, briefjes geschreven.</al><al>2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op
                        gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.</al><al>3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal.
                        Degene</al><al>wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al><al>Hoofdstuk 4. Rechten van leden</al><al><vet>Artikel 33. Amendementen</vet></al><al>1.Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen een
                        amendement indienen. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die
                        ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben
                        en in de vergadering aanwezig zijn.</al><al>2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement
                        dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                        (subamendement).</al><al>3.Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling
                        genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                        ingediend.</al><al>4.Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement, is
                        mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al><al>Artikel 34. Moties</al><al>1.Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. Er kan
                        alleen beraadslaagd worden over moties die ingediend zijn door leden van de
                        raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                        zijn.</al><al>2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk
                        bij</al><al>de voorzitter worden ingediend.</al><al>3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel
                        vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                        plaats.</al><al>4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                        onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn
                        behandeld.</al><al>5.Intrekking, door de indiener(s), van de motie, is mogelijk totdat de</al><al>besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al><al>Artikel 35. Voorstellen van orde</al><al>1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                        mondeling een voorstel van orde doen.</al><al>2.Een voorstel van orde betreft uitsluitend de orde van de vergadering.</al><al>3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al><al>Artikel 36. Initiatiefvoorstel</al><al>1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                        worden</al><al>schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al><al>2.De voorzitter plaatst het procedurevoorstel tot inhoudelijke behandeling
                        van het initiatiefvoorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering,
                        tenzij de oproep voor die vergadering reeds verzonden is. In dit laatste
                        geval wordt het voorstel op de agenda van de daar opvolgende vergadering
                        geplaatst.</al><al>3.Bij vaststelling van de agenda wordt in stemming gebracht of dat het
                        initiatiefvoorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie of
                        dat het initiatiefvoorstel voor advies naar het College dient te worden
                        gezonden. In dat geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                        opnieuw geagendeerd wordt.</al><al>4.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een
                        voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al><al>Artikel 37. Collegevoorstel</al><al>1.Totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden kan het College
                        het voorstel intrekken.</al><al>2.Zo nodig bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel of onderwerp
                        opnieuw geagendeerd wordt.</al><al>Artikel 38. Interpellatie</al><al>1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar
                        het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor
                        de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het
                        verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover
                        inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al><al>2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                        kennis van de overige leden van de raad en het College. Bij de vaststelling
                        van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek
                        wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                        tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al><al>3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden
                        van de raad fractiegewijs, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                        eenmaal.</al><al>Artikel 39. Schriftelijke vragen</al><al>1.De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat
                        de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en
                        het college of de burgemeester worden gebracht.</al><al>2.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats aan de raad,
                        in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                        Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het
                        college of de burgemeester de raad hiervan schriftelijke gemotiveerd in
                        kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen schriftelijke
                        beantwoording zal plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 40. Vragenuur </vet></al><al>1.De reguliere vergadering van de raad vangt aan met een vragenuur, tenzij
                        er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De vragen dienen betrekking
                        te hebben op een politiek actueel onderwerp.</al><al>2.Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt
                        dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de
                        vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp
                        tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet
                        voldoende nauwkeurig acht aangegeven, indien het niet politiek en actueel is
                        of indien het onderwerp in dezelfde raadsvergadering aan de orde is.</al><al>3.De voorzitter bepaalt de volgorde van de onderwerpen tijdens het
                        vragenuur.</al><al>4.Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om maximaal
                        drie vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting
                        daarop te geven.</al><al>5.Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                        vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te
                        stellen.</al><al>6.Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en laat de
                        voorzitter geen interrupties toe.</al><al>Artikel 41. Inlichtingen</al><al>1.Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in
                        de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt,
                        wordt een verzoek bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat
                        het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad
                        en het college of de burgemeester worden gebracht.</al><al>2.De verlangde inlichtingen worden zo spoedig schriftelijke gegeven aan de
                        raad, in ieder geval binnen zestig dagen nadat het verzoek is binnengekomen.
                        Indien de verlangde inlichtingen niet binnen deze termijn schriftelijke
                        beschikbaar zijn, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan
                        schriftelijke gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                        waarbinnen de verlangde inlichtingen schriftelijke beschikbaar
                            zijn.</al><al>3.Het verzoek en de gegeven inlichtingen vormen een agendapunt. De
                        voorzitter bepaalt in overleg met de agendacommissie de vergadering waarin
                        het agendapunt aan de orde is.</al><al>Hoofdstuk 5. Lidmaatschap van andere organisaties</al><al>Artikel 42. Verslag en verantwoording</al><al>1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die
                        door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een
                        openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van
                        de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                        institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst
                        van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering verslag te doen
                        over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de
                        orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                        voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.</al><al>2.Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid,
                        schriftelijke vragen stellen. Artikel 39 is van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al>3.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter
                        verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig,
                        besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 41 is van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al>Hoofdstuk 6. Besloten vergadering</al><al>Artikel 43. Algemeen</al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                        overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met
                        het besloten karakter van de vergadering.</al><al>Artikel 44. Verslag</al><al>1.Het verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar ligt
                        uitsluitend voor de leden ter inzage.</al><al>2.Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                        vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit
                        over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. De vastgestelde
                        besluitenlijst, danwel het verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                        ondertekend.</al><al>Artikel 45. Geheimhouding</al><al>1.Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig
                        artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de
                        stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.</al><al>2.De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de
                        vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis
                        heeft van de stukken.</al><al>3.De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al>Artikel 46. Opheffing geheimhouding</al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                        tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet
                        voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt
                        verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten
                        vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al><al>Hoofdstuk 7. Toehoorders en pers</al><al>Artikel 47. Toehoorders en pers</al><al>1.Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de
                        voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al><al>2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze</al><al>verstoren van de orde is verboden.</al><al>Artikel 48. Geluid- en beeldregistraties</al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid-
                        dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                        voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al><al>Artikel 49. Verbod gebruik mobiele telefoons</al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering </al><al>het gebruik, van mobiele telefoons, andere communicatiemiddelen of andere </al><al>technische middelen, zonder toestemming van de voorzitter, verboden voor
                        zover dat </al><al>gebruik inbreuk kan maken op de orde van de vergadering.</al><al>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen</al><al>Artikel 50. Uitleg reglement</al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de
                        toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al>Artikel 51. Inwerkingtreding</al><al>1.Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden</al><al>van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 februari
                        2010 wordt ingetrokken.</al><al>2.Dit Reglement treedt in werking op 1 november 2013</al><al/></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>