<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307247_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Eemsbode, 20-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;g=2013-11-14">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15:33&amp;g=2013-11-14">Wet milieubeheer, art. 15:33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten van 15 november 2012.</al><al>Datum ingang van heffing is 1 januari 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-40571</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                reinigingsrechten 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delfzijl;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 oktober
                        2013;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 2014.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>Grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden
                                    ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                terzake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                                10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van opheffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                            afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 4.000,-- of meer bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso
                                verlenen indien het totale bedrag van het gecombineerde
                                aanslagbiljet gemeentelijke belastingen minder dan € 4.000,--
                                bedraagt. Het minimum termijnbedrag bedraagt € 10,--. Ingeval een
                                machtiging tot automatische incasso is verleend, wordt het aantal
                                termijnen bepaald door het totale bedrag van het gecombineerde
                                aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te delen door het minimum
                                termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal termijnen niet meer
                                dan tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één
                                maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde
                                termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "Reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor
                                het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte
                                diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in
                                beheer of in onderhoud zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van
                                bezittingen, werken of inrichtingen bestaat uit het periodiek
                                verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of
                                hoeveelheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                            afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 4.000,-- of meer bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso
                                verlenen indien het totale bedrag van het gecombineerde
                                aanslagbiljet gemeentelijke belastingen minder dan € 4.000,--
                                bedraagt. Het minimum termijnbedrag bedraagt € 10,--. Ingeval een
                                machtiging tot automatische incasso is verleend, wordt het aantal
                                termijnen bepaald door het totale bedrag van het gecombineerde
                                aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te delen door het minimum
                                termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal termijnen niet meer
                                dan tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso
                                wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen
                                niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één
                                maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de
                                betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde
                                termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing
                                en reinigingsrechten 2013 van 15 november 2012, nr. 7, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                reinigingsheffingen 2014.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Delfzijl, 14 november 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening>(E.A. Groot)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier.</ondertekening><ondertekening>(O. Rijkens)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Delfzijl/i231107.pdf">Tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen 2014</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>