<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Goirle 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Goirles Belang,
                06-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Goirle 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 18, art. 19 lid 5 en lid 6, art. 23, lid 3, art. 24, sub e en sub f, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-07-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE GOIRLE 2013
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Goirle.</al></li><li nr="b."><al>De wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging
                                        van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband
                                        met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de
                                        inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="c."><al>Inburgeringsplichtige: de persoon bedoeld in artikel X,
                                        2<sup>e</sup> tot en met 5<sup>e</sup> lid van de
                                        wetswijziging</al></li><li nr="d."><al>Klantmanager: de gemeentelijke regisseur van de aan de
                                        inburgeringsvoorziening met bevoegdheden op het gebied van
                                        onder meer bewaking, handhaving, coaching en
                                        begeleiding.</al></li><li nr="e."><al>Voorziening: een inburgeringsvoorziening of een
                                        taalkennisvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet, de wetswijziging en de daarop
                                berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in
                                deze verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>Het spreekuur inburgering: de inburgeringstelefoon en
                                        inburgeringsmail;</al></li><li nr="b."><al>Informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen aan wie
                                        een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden tijdens de
                                        oproep zoals bedoeld in artikel 25 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>De gemeentelijke website;</al></li><li nr="d."><al>Het nieuwkomersloket en overige relevante gemeentelijke
                                        loketten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hiernaast vindt informatieverstrekking plaats op aanvraag van
                                inburgeringsplichtigen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Het vaststellen van een voorziening aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Aanwijzen van doelgroepen</titel></kop><al>Het college biedt een inburgeringsvoorziening of een
                            taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000 en</al></li><li nr="b."><al>de geestelijk bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                    de wet, die geen oudkomer is in als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, van de wet, vor zover deze uiterlijk 31 december
                                    2012 inburgeringsplichtig is geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening of de
                                taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                artikel 3 onder a af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, één of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse taalles;</al></li><li nr="b."><al>Kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="c."><al>Voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
                                        inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>Individuele begeleiding door een klantmanager;</al></li><li nr="e."><al>Maatschappelijke begeleiding;</al></li><li nr="f."><al>Activiteiten gericht op arbeid of de verwerving
                                        daarvan;</al></li><li nr="g."><al>Activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of
                                        voorbereiding daarop;</al></li><li nr="h."><al>Activiteiten gericht op participatie en gezin.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in beginsel in één keer voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvraag van de inburgeringsplichtige kan in maximaal 10
                                termijnen worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening het tijdstip en indien daarvoor een aanvraag
                                is ingediend, de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij
                            beschikking één of meer van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de klantmanager;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands al tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>Het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                aangeboden en worden de rechten en plichten vermeld die aan die
                                voorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk mee
                                of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                aanvaardt, neemt het college het besluit tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening overeenkomstig het
                                gedane aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="d."><al>het tijdstip waarop voor de eerste maal aan het
                                    inburgeringsexamen moet zijn deelgenomen;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="f."><al>de termijnen en wijze van betaling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boete voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
                                medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                inburgerings-voorziening of taalkennisvoorziening bedoeld in artikel
                                23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in
                                artikel 6 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen is geslaagd voor
                            het inburgeringsexamen binnen in de beschikking genoemde termijn zal een
                            stimuleringsbonus ter hoogte van het bedrag van de eigen bijdrage worden
                            uitgekeerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            Verordening Wet inburgering gemeente Goirle 2011 ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Goirle 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van
                        29-10-2013.</al></slotformulering><ondertekening>
           , de voorzitter
        </ondertekening><ondertekening>
           , de griffier
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. In de wet zoals
                    die gold tot 31 december 2012 was aan gemeenten een aantal belangrijke taken
                    toebedeeld. Door de gewijzigde wet vervallen de taken van de gemeenten. Wel
                    blijven de gemeenten op grond van het overgangsrecht met name de eerste jaren na
                    inwerkingtreding van de wetswijziging een aantal taken uitoefenen. Dit betreft
                    met name inburgeraars die al met een traject gestart zijn in staat te stellen
                    dit af te maken. Daarnaast blijven de gemeenten de oude inburgeraars
                    handhaven.</al><al>De voor de gemeenten belangrijkste wijzigingen zijn: </al><lijst><li nr="§"><al>De verantwoordelijkheid voor inburgering ligt voortaan bij de
                            inburgeringsplichtige. Dit betekent dat het tot de eigen
                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige behoort om te bepalen
                            hoe hij aan zijn inburgeringsplicht voldoet en dat hij daarvoor zelf de
                            kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van gemeenten om voor
                            inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te zorgen. De taken
                            die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van (potentieel)
                            inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake) vervallen
                            daarmee eveneens. </al></li><li nr="§"><al>De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen die op of na de
                            inwerkingtreding van dit wetsvoorstel rechtmatig verblijf verkrijgen
                            voor verblijf in Nederland en (direct of in een later stadium) een
                            verblijfsvergunning voor bepaalde tijd krijgen voor een niet-tijdelijk
                            doel (asiel of gezinsvorming/hereniging) of als geestelijke bedienaar.
                        </al></li><li nr="§"><al>De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars
                            (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wet
                            inburgering een inburgeringsvoorziening aan te bieden vervalt.
                            Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere andere burger via het
                            reguliere onderwijs de noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis
                            verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de samenleving. </al></li><li nr="§"><al>Het vervallen van bovengenoemde bevoegdheden van gemeenten en het
                            verschuiven van de resterende bevoegdheden van gemeenten naar de
                            Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). </al></li></lijst><al>Een overgangsregeling, die erin voorziet dat: </al><lijst><li nr="§"><al>gemeenten diegenen die al een aanbod hebben gehad en zich momenteel
                            voorbereiden op het inburgeringsexamen in staat stellen dit voort te
                            zetten en het examen af te leggen; </al></li><li nr="§"><al>gemeenten inburgeraars handhaven die vóór 1 januari 2013
                            inburgeringsplichtig zijn geworden; </al></li><li nr="§"><al>gemeenten een aanbod doen aan asielgerechtigden en geestelijke
                            bedienaren die al voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig waren maar
                            nog geen aanbod hebben gehad voor die datum. Daarbij blijft ongewijzigd
                            dat voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een
                            inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                            maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet) bestaat.
                            Met ingang van 1 januari 2013 zullen de gemeenten per nieuwe
                            inburgeringsplichtige asielgerechtigde van de regering voor
                            maatschappelijke begeleiding per traject een eenmalige bijdrage
                            ontvangen van € 1.000,00. Dat bedrag is tijdelijk verhoogd naar €
                            2.000,00 (alleen voor inburgeringsplichtige asielgerechtigden en
                            inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die gedurende 2013 hun
                            verblijfsvergunning krijgen; daarna is de bijdrage weer € 1.000,00).
                        </al></li></lijst><al>Na 1 januari 2013 kan de gemeente alleen een aanbod doen aan asielgerechtigden
                    en geestelijk bedienaren, die uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig
                    zijn geworden en nog geen voorziening hebben aangeboden gekregen. Aan anderen
                    kunnen gemeenten nog wel voorzieningen aanbieden maar niet meer op grond van de
                    Wet inburgering. </al><al>Gemeenten blijven de opdracht houden om de inburgeringsplichtigen in de gemeente
                    die onder het overgangsrecht vallen goed te informeren over de rechten en
                    plichten die voortvloeien uit deze wet. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven die onder het
                    overgangsrecht vallen. Dit betreft inburgeringsplichtigen die voor 1 januari hun
                    inburgeringsplicht opgelegd hebben gekregen en voor die datum een gemeentelijk
                    aanbod hebben gekregen. </al><al>Omdat na 1 januari 2013 zich nog geschillen kunnen voordoen tussen gemeenten en
                    degenen die op grond van de wet zoals die gold tot en met 31 december 2012
                    inburgeringsplichtig zijn werken deze handhavingsbepalingen ook door na 1
                    januari 2013. </al><al>In verband met deze taken draagt de wetswijziging gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: </al><lijst><li nr="1."><al>regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 van de wet). </al></li><li nr="2."><al>regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of
                            taalkennisvoorziening en over de rechten en plichten van de
                            inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel
                            23, derde lid, van de wet). </al></li><li nr="3."><al>het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 van de wet).
                        </al></li></lijst><al><onderstreept>Ad 1: </onderstreept><onderstreept>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen </onderstreept></al><al>Artikel 8 van de wet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                    vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                    inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten
                    uit hoofde van de WI en informatie over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen
                    en de toegang tot die voorzieningen.</al><al><onderstreept>Ad 2: </onderstreept><onderstreept>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                        inburgeringsvoorzieningen </onderstreept></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Onder
                    het overgangsrecht zijn gemeenten verplicht een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren
                    (artikel 19, tweede lid van de wet) die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig
                    zijn geworden en nog geen voorziening hebben aangeboden gekregen. </al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving
                    van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                    afronden van een MBO-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, van de
                    wet). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke
                    begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet). </al><al><onderstreept>Ad 3: </onderstreept><onderstreept>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete
                    </onderstreept></al><al>Artikel 35 van de wet draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat de gemeente ten
                    hoogste als bestuurlijke boete kan opleggen.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze
                        zij de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen organiseren. Wel
                        bepaalt artikel 8 van de wet dat de gemeenteraad bij verordening regels
                        vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van
                        deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                        inburgeringsvoorzieningen. Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en
                        college, stelt de raad in dit artikel de kaders vast voor een adequate
                        informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen. De
                        informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen kan de gemeente op allerlei
                        manieren vormgeven. Zo kunnen gemeenten een apart informatiepunt inrichten
                        al dan niet in combinatie met een digitaal loket. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een
                        inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                        asielgerechtigden en geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013
                        inburgeringsplichtig zijn geworden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling
                        van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). Dit artikel
                        stelt de kaders vast waarbinnen het college de opdracht heeft voor de
                        asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op de persoon toegesneden
                        inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid staat aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet vaststellen. Bij het
                        bepalen van de geschiktheid van een voorziening kunnen de volgende factoren
                        een rol spelen: </al><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                                Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit. </al><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                                vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kun het gaan om het
                                verrichten van betaalde arbeid en/of het opvoeden van kinderen.
                            </al><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                                het bijvoorbeeld gaan om eventuele zorgtaken die de
                                inburgeringsplichtige moet vervullen. </al><al>Een ministeriële regeling regelt de samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren. Gemeenten hebben dus
                        niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke
                        bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven. </al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                        opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is
                        wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat de gemeente geen
                        aanbod voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                        inburgeringsplichtige doet, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert. </al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening de gemeente een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling moet combineren met een
                        voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als de
                        gemeente een inburgeringsvoorziening aanbiedt aan een inburgeringsplichtige
                        die bijstandgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                        socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling en die verplicht is om
                        arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid van de wet).
                        Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                        inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid van de wet). Het tweede lid
                        van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen
                        dat zij de inburgeringsvoorziening afstemt op de re-integratievoorziening. </al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                        opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                        geval moet bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of
                        het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                        afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid van de wet). </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtige maakt ook maatschappelijke
                        begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening of de
                        taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid van de wet). Wat betreft de </al><al>bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan inburgeringsplichtigen
                        kan opnemen, valt te denken aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden
                        van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Bij voorzieningen
                        gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten een vast
                        onderdeel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening dient de raad regels te stellen die betrekking hebben op
                        de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                        college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid
                        van de wet). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en
                        bedraagt € 270,00. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden
                        gewijzigd (artikel 23, tweede lid van de wet). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid van de wet dat
                        bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en
                        plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening
                        of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de
                        bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden
                        genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college
                        legt in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. </al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod
                        van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de
                        inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat zij het aanbod
                        stuurt naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de
                        GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over het feit dat
                        het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking. Hierdoor kan het college de instemming met het
                        aanbod tevens opvatten als instemming met de beschikking tot het vaststellen
                        van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (die de gemeente
                        eenzijdig oplegt). De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                        inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                        schriftelijk aan de gemeente meedeelt. Het meest praktisch is dat deze
                        schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen
                        door de inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is
                        opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente
                        meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening wil,
                        maar dat hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou
                        willen zien in het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief
                        reageert, zal ze het gedane aanbod moeten aanpassen. </al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de
                        inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                        beroep te gaan. Artikel 8 regelt welke onderwerpen de beschikking in ieder
                        geval moet bevatten. </al><al>De beschikking vermeldt nauwkeurig de toegekende voorziening en de daaraan
                        verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige. De
                        inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de
                        uitvoering van de inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, van de
                        wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                        inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder
                        andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, van de wet). Het
                        college hoeft en kan deze termijn alleen melden in de beschikking. </al><al>Onderdeel f bepaalt dat het college in de beschikking vastlegt in hoeveel
                        termijnen de inburgeringsplichtige de eigen bijdrage kan betalen en op welke
                        wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte
                        van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                        overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de
                        verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                        vastgelegd. De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening
                        overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen vaststellen. </al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen
                        en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid van de wet). Deze
                        bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen
                        bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de
                        individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                        overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9
                        mogelijk is. De verhoogde boetebedragen ingeval van herhaling van de
                        overtreding mogen niet hoger zijn dan de maximumbedragen die in artikel 34
                        van de wet worden genoemd. Om te kunnen spreken van een herhaling van een
                        overtreding, moeten de overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne
                        voordoen, bijvoorbeeld 12 maanden. Gemeenten kunnen een kortere of langere
                        termijn vaststellen. </al><al>Artikel 34, onderdeel d van de wet biedt de mogelijkheid voor gemeenten om
                        de bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500,00 naar maximaal €
                        1000,00 in het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet
                        aan de verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te
                        behalen. </al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                        inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                        boete op. De maximumboete die het college kan opleggen, is neergelegd in
                        artikel 9, tweede lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 van de
                        wet moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen
                        waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet
                        behalen dan wel op een andere wijze aan zijn inburgeringsplicht heeft
                        voldaan. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het
                        inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het tweede lid het mogelijk dat
                        het college een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt €
                        500,00 (artikel 34, onderdeel d van de wetI). Ook in dat geval zal het
                        college in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten opnemen waarbinnen
                        de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen. </al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn niet aan de
                        inburgeringsplicht heeft voldaan, kan het college wederom een hogere
                        bestuurlijke boete opleggen. De maximumboete in het derde lid geldt ook voor
                        alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de
                        inburgeringsplichtige. </al><al>Het derde lid kan alleen in de verordening worden opgenomen als in het
                        tweede lid niet het wettelijk maximum van € 1000 is vastgesteld. Alleen in
                        dat geval is er ruimte voor het verhogen van het maximumbedrag van de
                        bestuurlijke boete (tot maximaal € 1000). De artikelen 9 en 10 bieden in de
                        vorm van het vaststellen van maximumbedragen het kader voor het college bij
                        het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke boetes in individuele
                        gevallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 11 Stimuleringsbonus</onderstreept>
            De
                        inburgeringsplichtige kan een stimuleringsbonus verdienen wanneer hij of hij
                        binnen de door het college gestelde termijn het inburgeringsexamen heeft
                        gehaald. <onderstreept>Artikel 12 Inwerkingtreding </onderstreept></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></artikel></bijlage></regeling></body></cvdr>