<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30715_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tijdelijke regels wet investeren jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJssel- en Lekstreek van 30 juni 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tijdelijke regels investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekken van de artt. 2, 3,5, 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verzameling 2010, nummer 53 / a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.De raad heeft op 28 juni 2010 besloten de artikelen 2, 3, 5, 6 in te trekken.</al><al>2. Deze verordening is van rechtswege komen te vervallen in verband met de intrekking van de Wet investeren in jongeren per 01-01-2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tijdelijke regels wet investeren jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24
                        november 2009,</al><al>gelet op artikel 12 van de Wet investeren in jongeren,</al><al>gehoord De Cliëntenraad,</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de volgende verordening, vergezeld van de daarbij behorende
                        toelichting</al><al><vet>VERORDENING TIJDELIJKE REGELS WET INVESTEREN IN JONGEREN </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Capelle aan den</al><al> IJssel</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- TOEPASSELIJKHJEID VERORDENINGEN WWB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkleeraanbod</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het verlagen van de inkomensvoorziening</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>De regels met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk
                            gebruik, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de wet,
                            luiden als volgt:</al><al>De in de Handhavingsverordening Wet werk en bijstand gestelde regels,
                            zijn van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Cliëntenparticipatie</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het verhogen en verlagen van de norm</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, als</al></li></lijst><al> toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tijdelijke regels Wet
                            investeren in jongeren<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 14 december 2009,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING VERORDENING TIJDELIJKE REGELS WET INVESTEREN IN
                    JONGEREN</tussenkop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden.
                    Het college is belast met uitvoering van de WIJ. De gemeenteraad daarentegen
                    dient een vijftal verordeningen vast te stellen (art. 12 WIJ). Het vaststellen
                    van een gemeentelijke verordening is echter een proces dat tijd vergt, temeer
                    als daaraan een proces van beleidsvorming vooraf moet gaan. In het kader van de
                    WIJ dient het ontwikkelen van visie en beleid met betrekking tot de
                    verschillende onderdelen van de wet, maar in het bijzonder over de invulling van
                    het werkleeraanbod zorgvuldig te geschieden. Daarom konden de nieuwe
                    verordeningen niet vóór 1 oktober 2009 worden vastgesteld.</al><al>Om recht te doen aan de behoefte om het aan de WIJ gekoppelde
                    besluitvormingsproces zorgvuldig te kunnen doorlopen, wordt een tijdelijke
                    verordening vastgesteld, waarmee tot de datum waarop de nieuwe verordeningen in
                    werking treden voldaan wordt aan de opdracht tot regelstelling. Deze
                    “Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren” is een tijdelijke
                    regeling en voorziet in (tijdelijke) regels als bedoeld in artikel 12 WIJ, met
                    betrekking tot:</al><lijst><li nr="·"><al>de inhoud van het werkleeranbod;</al></li><li nr="·"><al>het verlagen van de inkomensvoorziening;</al></li><li nr="·"><al>het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="·"><al>de betrokkenheid van jongeren bij de uitvoering van de wet en</al></li><li nr="·"><al>het verhogen of verlagen van de norm of de toeslag.</al></li></lijst><al>Uitgangspunt van deze tijdelijke regeling is dat daarmee gerealiseerd wordt dat
                    de WIJ in eerste aanleg zoveel mogelijk WWB-conform wordt uitgevoerd op de
                    onderdelen waarvoor een verordeningsplicht geldt. Dat sluit enerzijds aan bij de
                    reeds bestaande uitvoeringspraktijk en anderzijds bij het uitgangspunt dat de
                    WIJ op de onderdelen normensystematiek, verlagingen vanwege het niet nakomen van
                    verplichtingen, vaststellen van inkomen en vermogen, terug- en invordering en
                    verhaal, grotendeels identiek is aan de WIJ. Met het vaststellen van deze
                    verordening wordt de bestaande uitvoeringspraktijk in het kader van de Wet werk
                    en bijstand (WWB) dus zoveel mogelijk voortgezet voor jongeren die een beroep
                    doen op een werkleeraanbod in het kader van de WIJ. De wijze waarop dat vorm
                    gegeven is, is dat waar dit mogelijk is, de betreffende WWB-Verordening, of
                    bepalingen uit die verordening, van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. </al><tussenkop>ARIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. Ter verbetering van de leesbaarheid wordt de Wet
                    investeren in jongeren in deze Verordening aangeduid met ‘de wet’.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Het simpelweg bepalen dat de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009
                    van overeenkomstige toepassing is, kan knelpunten opleveren. Omdat met de WIJ
                    een recht op werkleeraanbod wordt gerealiseerd en een paradigmawisseling is
                    beoogd, is het uitgangspunt en daarmee ook de inhoud van de nog vast te stellen
                    ‘Verordening met betrekking tot de inhoud van het werkleeraanbod’ duidelijk
                    afwijkend van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009.</al><al>Het gaat immers niet langer om een niet afdwingbare aanspraak op voorzieningen
                    (art. 10 WWB) maar om een afdwingbaar recht op een werkleeraanbod. Onderdelen
                    van de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009 die in ieder geval wel
                    bruikbaar zijn, zijn de bepalingen die zien op de inhoud van de aan te bieden
                    voorzieningen. Met het eerste lid wordt de inzetbaarheid van die voorzieningen
                    voor het college ten behoeve van jongeren binnen het kader van de WIJ
                    gerealiseerd. Uitzonderingen daarop zijn vermeld in het tweede lid. Uit de
                    wetsgeschiedenis blijkt dat de aldaar genoemde voorzieningen niet kunnen worden
                    ingezet voor jongeren, omdat hun afstand tot de arbeidsmarkt nog niet zodanig
                    groot is dat dergelijke voorzieningen beschikbaar zouden moeten worden gesteld,
                    ter invulling van het werkleeraanbod. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Het wettelijk kader voor het verlagen van de inkomensvoorziening, wijkt
                    enigszins af van het kader dat geldt voor het verlagen van de bijstand. De
                    bevoegdheid om de bijstand te verlagen wegens tekortschietend besef van
                    verantwoordelijkheid (art. 18, tweede lid WWB), ontbreekt in de WIJ. Daar staat
                    tegenover dat in artikel 45 WIJ een aantal verplichtingen is geformuleerd, dat
                    niet met zoveel woorden in de WWB is vastgelegd maar wel aanleiding kan geven
                    tot verlaging. Het betreft de verplichtingen die betrekking hebben op het
                    vaststellen en uitvoeren van het werkleeraanbod. Omdat deze verplichtingen
                    overeenkomsten vertonen met de verplichting om gebruik te maken van een
                    voorziening als bedoeld in artikel 9 WWB in samenhang met artikel10 WWB, zijn de
                    regels die daarover in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2009 zijn
                    vastgelegd, van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarvan uitgaande zijn in
                    artikel 3 de volgende onderdelen van de Afstemmingsverordening Wet werk en
                    bijstand 2009 van overeenkomstige toepassing verklaard:</al><lijst><li nr="·"><al>algemene bepalingen (bijv. over samenloop);</al></li><li nr="·"><al>regels over schending van de inlichtingenplicht;</al></li><li nr="·"><al>regels met betrekking tot zeer ernstige misdragingen en</al></li><li nr="·"><al>regels ten aanzien van schending van de verplichting om gebruik te maken
                            van voorzieningen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De regels die zijn gesteld in de Handhavingsverordening Wet werk en bijstand
                    zullen doorgaans zonder problemen van overeenkomstige toepassing kunnen worden
                    verklaard. Het beleid inzake het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik
                    kan eveneens toegepast worden op jongeren. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De wijze waarop jongeren betrokken worden bij de uitvoering van de WIJ kan op
                    voorhand op dezelfde wijze geschieden als in de WWB. Door het van
                    overeenkomstige toepassing verklaren van de Verordening Cliëntenparticipatie WWB
                    en Wsw wordt gerealiseerd dat de vormen van participatie die in die verordening
                    zijn vastgelegd en de daarvoor gestelde regels evenzeer voor jongeren gelden.
                    Met andere woorden: de uitvoering van de WIJ wordt ook tot het takenpakket van
                    de Cliëntenraad gerekend. Hij vertegenwoordigt ook de jongeren. De regels over
                    de samenstelling en werkwijze van de Cliëntenraad gelden ook in het kader van de
                    uitvoering van de WIJ. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Het wettelijk kader in de WIJ met betrekking tot het verhogen of verlagen van de
                    norm of de toeslag is niet identiek met dat van de WWB. De leeftijdsverlaging
                    voor 21- en 22-jarigen is uit de WWB geschrapt (art. 29 WWB). Aanpassing van de
                    Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2005 kan echter pas
                    plaatsvinden met ingang van 1 juli 2010, omdat jongeren die op</al><al>30 september 2009 een algemene bijstandsuitkering ontvangen, die nog houden tot
                    uiterlijk</al><al>1 juli 2010. Omdat voor het overige het wettelijk kader binnen WWB en WIJ
                    identiek is, is de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand
                    2005 in zijn geheel van overeenkomstige toepassing verklaard. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Het is van belang om een regeling op te nemen die voorziet in de bevoegdheid van
                    het college om eventuele leemtes op te vullen en besluiten te nemen in de geest
                    van de WIJ én deze Verordening, als onverhoopt blijkt dat daar toch niet
                    expliciet in is voorzien. Opgemerkt wordt dat deze bepaling geen grondslag vormt
                    voor het nemen van een belastend besluit. Daarvoor moet een eenduidige en
                    expliciet benoemde concrete grondslag in regelgeving zijn opgenomen.</al><al>In de bevoegdheid om afwijkende besluiten te nemen in geval van onbillijkheden
                    van overwegende aard is voorzien in het tweede lid. Niet altijd valt volledig
                    uit te sluiten dat een grofmazige ‘van overeenkomstige toepassing verklaring’
                    onder omstandigheden nadelig kan uitwerken voor een jongere. In dergelijke
                    gevallen moet het mogelijk zijn om van deze Verordening afwijkende besluiten te
                    nemen die in het voordeel van de jongere zijn.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Aan deze Verordening is terugwerkende kracht verleend tot 1 oktober 2009, zijnde
                    de datum waarop de WIJ in werking is getreden. Deze terugwerkende kracht mag
                    evenwel niet leiden tot belastende besluiten met betrekking tot feiten en
                    omstandigheden die hebben plaatsgevonden tot de datum waarop deze Verordening in
                    werking treedt.</al><al>Bij het vaststellen van de definitieve verordeningen die in de WIJ zijn
                    voorgeschreven zal de onderhavige Verordening tegelijkertijd worden
                    ingetrokken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>