<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307126_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Vlaardingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013-62, 25-09-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Vlaardingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-09-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>688174</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Financiële Verordening gemeente Vlaardingen 2003” wordt hierbij ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Vlaardingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Vlaardingen; gelezen het voorstel van het college
                        van 27 augustus 2013, R.nr. ; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
                        besluit vast te stellen de volgende: Verordening op de uitgangspunten voor
                        het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de
                        inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Vlaardingen.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: a. afdeling:</al><al> organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als
                            zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college
                            heeft; b. administratie:</al><al> het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                            Vlaardingen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd; c. BBV:</al><al> Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; d.
                            financiële administratie:</al><al> het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Vlaardingen, teneinde te
                            komen tot een goed inzicht in:</al><al> 1. de financieel-economische positie;</al><al> 2. het financiële beheer;</al><al> 3. de uitvoering van de begroting;</al><al> 4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al> 5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover; e.
                            administratieve organisatie:</al><al> het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding; </al><al> f. financieel beheer:</al><al> het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen van rechten van de gemeente Vlaardingen; g.
                            rechtmatigheid</al><al> het tot stand komen van baten, lasten en balansmutaties in
                            overeenstemming met geldende wet- en regelgeving, waaronder
                            gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten; h.
                            begrotingsrechtmatigheid</al><al> de voorwaarde dat financiële beheershandelingen, die ten grondslag
                            liggen aan de baten en lasten, alsmede de mutaties op balansposten, tot
                            stand komen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee
                            samenhangende programma’s; i. doelmatigheid</al><al> het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen; j. doeltreffendheid</al><al> de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                            daadwerkelijk worden behaald; k. programma</al><al> een samenhangend geheel van activiteiten, als zodanig door de raad
                            bepaald; l. product</al><al> eenheid waarin programma’s zijn onderverdeeld, als zodanig door het
                            college bepaald. m. toezichthouder</al><al> Provincie Zuid-Holland.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><structuurtekst><al> Kaderstellen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel> Begroting</titel></kop><al> 1. De raad stelt het volgende begrotingsjaar vast. De drie opvolgende
                            jaren worden voor kennisneming aangenomen.</al><al> 2. De raad stelt op voorstel van het college bij de aanvang van de
                            nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode
                            vast.</al><al> 3. De raad stelt per programma tenminste de onderdelen, vast conform
                            artikel 8 BBV:</al><al> a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke
                            effecten;</al><al> b. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te
                            bereiken;</al><al> c. de raming van baten en lasten</al><al> 4. De raad stelt het overzicht algemene dekkingsmiddelen vast conform
                            artikel 8 BBV</al><al> a. lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is;</al><al> b. algemene uitkeringen;</al><al> c. dividend;</al><al> d. saldo van de financieringsfunctie;</al><al> e. saldo tussen de compensabele BTW en de uitkering uit het
                            BTW-compensatiefonds;</al><al> f. overige algemene dekkingsmiddelen;</al><al> g. bedrag voor onvoorzien.</al><al> 5. De raad stelt het overzicht reserves en voorzieningen en het
                            overzicht van investeringen vast, door middel van het vaststellen van de
                            begroting.</al><al> 6. De raad stelt op voorstel van het college per programma indicatoren
                            vast met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten, de te
                            verrichten beleidsactiviteiten en de in te zetten middelen door middel
                            van het vaststellen van de begroting.</al><al> 7. Het college verwerkt de begrotingscirculaire van de toezichthouder
                            in de begroting.</al><al> 8. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                            gegevens over de beleidsdoelstellingen, beleidsactiviteiten en in te
                            zetten middelen, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                            beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><al> 1. Bij iedere begroting en alle jaarstukken geeft het college een
                            overzicht van de programma’s onderverdeeld naar de producten.</al><al> 2. De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                            raadsperiode vast, tenzij er redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen
                            worden bij de begroting expliciet vermeld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorjaarsnota</titel></kop><al> 1. Het college biedt uiterlijk 15 juni van het begrotingsjaar een
                            voorjaarsnota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de
                            drie opvolgende jaren. In deze voorjaarsnota worden de bevindingen
                            betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering genoemd in
                            artikel 7 en de jaarstukken genoemd in artikel 8. Daarnaast bevat de
                            voorjaarsnota een voorstel voor het beleid, de prioriteiten in de
                            programma’s en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en
                            de drie opvolgende jaren.</al><al> 2. Het college neemt in de begroting en voorjaarsnota op al het beleid,
                            met financiële gevolgen, waartoe de raad heeft besloten.</al><al> 3. De raad stelt de voorjaarsnota uiterlijk 15 juli vast </al><al> Uitvoering </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><al> 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                            lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                            dekkingsmiddelen, inclusief de geraamde investeringskredieten en de
                            mutaties van de reserves en voorzieningen.</al><al> 2. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                            begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van
                            verplichtingen een investeringsvoorstel met een investeringskrediet en
                            de financiële dekking ter vaststelling voor aan de raad.</al><al> 3. Ten behoeve van een noodzaak tot een soepele voortgang in de
                            bedrijfsvoering en/of besluitvorming kan het college:</al><al> a. Bij afwijking van de begroting uitgaven doen, onder een grensbedrag
                            vastgesteld in de “Richtlijn begrotingsrechtmatigheid”, zonder
                            voorafgaande autorisatie van de raad.</al><al> b. Bij afwijking van de begroting vooraf de raad informeren, conform de
                            procedure genoemd in artikel 7, lid 4.</al><al> c. Rapporteergrenzen hanteren voor de toelichting op de
                            begrotingsafwijkingen in de planning en control documenten. De raad
                            stelt de grenzen en voorwaarden vast in de “Richtlijn
                            begrotingsrechtmatigheid”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><al> 1. De raad stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                            begroting rechtmatig verloopt vast in de “Richtlijn
                            begrotingsrechtmatigheid”.</al><al> 2. Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                            dat:</al><al> a. De lasten en baten, door middel van kostentoerekening, aan de
                            producten van de productraming zijn toegewezen bedoeld in artikel
                            14;</al><al> b. De budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen
                            passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de
                            kaders begroting;</al><al> c. De lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de
                            realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma in gevaar
                            komt;</al><al> 3. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s en
                            de investeringskredieten zoals geautoriseerd in de begroting met
                            inachtneming van de bepalingen uit de “Richtlijn
                            begrotingsrechtmatigheid” niet worden overschreden.</al><al> 4. Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                            rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                            toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                            rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                            college maatregelen tot herstel.</al><al> 5. Bij de jaarlijkse interne toetsing bedoeld in artikel 4, beziet het
                            college periodiek of actualisering van beleidslijnen aan de orde is.
                            Ieder jaar doet het college hiervan verslag aan de raad.</al><al> 6. Het college draagt zorg voor de periodieke interne toetsing van
                            bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de
                            bestuurlijke informatievoorziening en de rechtmatigheid van de
                            financiële beheershandelingen, vastgelegd in een beleidsplan interne
                            controle.</al><al> 7. De risico’s die de gemeente loopt op financieel gebied worden op
                            basis van de door de raad vastgestelde “Nota Risicomanagement” jaarlijks
                            geïnventariseerd.</al><al> Rapportage en Verantwoording </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><al> 1. Het college informeert de raad door middel van tenminste twee
                            tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de
                            gemeente over het lopende boekjaar.</al><al> 2. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                            programma-indeling van de begroting.</al><al> 3. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                            beleidsdoelen, de beleidsactiviteiten als de daarmee samenhangende baten
                            en lasten en de inmiddels ontstane afwijkingen en risicofactoren.</al><al> 4. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                            een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het college te brengen, conform de “Richtlijn
                            actieve informatieplicht”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><al> 1. Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                            verantwoording van de afdelingen naar de productenrealisatie en naar de
                            programmaverantwoording.</al><al> 2. Het college legt uiterlijk 15 mei in het navolgende jaar
                            verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de
                            verantwoording geeft het college tenminste aan:</al><al> a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;</al><al> b. de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te
                            bereiken;</al><al> c. de gerealiseerde baten en lasten</al><al> Daarnaast legt het college verantwoording af over de algemene
                            dekkingsmiddelen en het geraamde bedrag voor onvoorzien</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Begrotingsrechtmatigheid</titel></kop><al> Ten aanzien van het jaarlijks onderzoek naar het rechtmatig handelen
                            van de gemeente, op het gebied van financiële beheersbehandelingen, is
                            de door de raad vastgestelde “Richtlijn begrotingsrechtmatigheid” van
                            kracht”</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><structuurtekst><al> Kaderstellen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><al> Ten aanzien van het waarderings- en afschrijvingsbeleid van vaste
                            activa is de door de raad vastgestelde “Richtlijn waardering en
                            activering” van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al> 1. Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><al> a. onroerende zaakbelasting gebruikers;</al><al> b. onroerende zaakbelasting eigenaren;</al><al> c. precariobelasting;</al><al> d. hondenbelasting;</al><al> e. rioolrechten;</al><al> f. reinigingsrechten;</al><al> wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
                            historische percentage van oninbaarheid.</al><al> 2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                            oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de
                            openstaande vorderingen ouder dan drie maanden, tenzij van korter
                            uitstaande vorderingen bekend is dat ze niet meer zullen worden
                            geïnd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al> 1. Het college biedt jaarlijks als onderdeel van de voorjaarsnota een
                            overzicht reserves en voorzieningen aan.</al><al> 2. Het overzicht behandelt:</al><al> a. de omvang van het weerstandsvermogen;</al><al> b. de vorming en besteding van de reserves;</al><al> c. de vorming en verwachte besteding van voorzieningen</al><al> 3. Ten aanzien van het beleid van reserves en voorzieningen zijn de
                            door de raad vastgestelde “Beleidsnota reserves en voorzieningen” van
                            kracht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Resultaatverwerking grondexploitaties</titel></kop><al> 1. Het resultaat van de grondexploitaties wordt als gerealiseerd
                            beschouwd na afronding van de gehele grondexploitatie.</al><al> 2. Tussentijdse winstneming vindt slechts plaats als aan alle volgende
                            criteria is voldaan:</al><al> a. Er is sprake van gerealiseerde opbrengsten;</al><al> b. De raming van de grondexploitatie sluit met een positief saldo;</al><al> c. De risico’s zijn in voldoende mate afgedekt;</al><al> d. Winstneming geschiedt pro rato ten opzichte van de realisatie van
                            het (gehele) plan.</al><al> 3. Bij een verwacht negatief plansaldo wordt een toereikende
                            voorziening getroffen in hetzelfde boekjaar. Verevening tussen
                            afzonderlijke grondexploitaties of compensatie met winsten uit andere
                            grondexploitaties is niet toegestaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Afkoopsommen erfpacht</titel></kop><al> 1. De vooruit ontvangen afkoopsommen worden toegevoegd aan de
                            Bestemmingsreserve Afkoopsommen Erfpacht.</al><al> 2. Onttrekking aan de Bestemmingsreserve Afkoopsommen Erfpacht vindt
                            plaats op basis van het matching-principe.</al><al> 3. Periodiek wordt beoordeeld of de hoogte van de Bestemmingsreserve
                            Afkoopsommen Erfpacht in relatie staat tot de beoogde bestemming</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al> 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                            van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd,
                            zoals beschreven in de door het college vastgestelde “Nota
                            kostenverdeling”.</al><al> 2. De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten van
                            investeringen wordt berekend en geraamd bij de uitgangspunten van de
                            voorjaarsnota en is een resultante van de werkelijk betaalde rente en
                            verwachte marktrente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vaststelling hoogte tarieven voor belastingen, rechten, heffingen
                                en prijzen</titel></kop><al> 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                            gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten, heffingen en
                            prijzen.</al><al> 2. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                            volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                            rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de ontwikkeling van de lokale
                            lastendruk voor eenpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishoudens en
                            bedrijven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Financiering</titel></kop><al> Ten aanzien van het financieringsbeleid is het door raad vastgestelde
                            “Treasurystatuut” van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><al> 3. Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                            van bezittingen met een boekwaarde. In de registratie worden ook
                            opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische
                            waarde en de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                            ruimte.</al><al> 4. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                            ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                            systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                            waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                            debiteuren-vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de
                            crediteuren-schulden jaarlijks worden gecontroleerd, en registergoederen
                            en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier jaar.</al><al> 5. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                            maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                            controle en eventuele plannen voor verbetering worden ter kennisgeving
                            aan de raad aangeboden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al> Het college draagt zorg voor en legt in een “Inkoop- en
                            aanbestedingsbeleid” vast het beleid voor de inkoop en aanbesteding van
                            leveringen, diensten en werken. Het beleid waarborgt onder meer dat
                            wordt gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake van de
                            Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al> Ten aanzien van beleid omtrent toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies is de door de raad vastgestelde “Algemene
                            subsidieverordening” van kracht. De verordening waarborgt onder meer dat
                            wordt gehandeld in overeenstemming met regels ter zake van de Europese
                            Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><al> 1. In de begroting en jaarrekening worden verplichte paragrafen
                            opgenomen die minimaal de bevatten die is opgenomen in het BBV. De
                            verplichte paragrafen betreffen:</al><al> a. lokale heffingen;</al><al> b. weerstandsvermogen;</al><al> c. onderhoud kapitaalgoederen;</al><al> d. financiering/treasury;</al><al> e. bedrijfsvoering;</al><al> f. verbonden partijen;</al><al> g. grondbeleid</al><al> 2. Wanneer de raad dit wenst kunnen onderdelen aan de verplichte
                            paragrafen en andere paragrafen toegevoegd worden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Administratie</titel></kop><al> De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor:</al><al> 1. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente als geheel en in de afdelingen;</al><al> 2. het verstrekken van informatie over onder meer ontwikkelingen in de
                            omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                            voorraden, vorderingen en schulden;</al><al> 3. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                            maken van kostencalculaties;</al><al> 4. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                            beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al> 5. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                            regelgeving;</al><al> 6. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al> Het college draagt er zorg voor dat:</al><al> 1. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
                            aan het BBV en andere relevante wet- en regelgeving;</al><al> 2. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al> Het college draagt de zorg voor en legt in afzonderlijke besluiten de
                            regels vast met betrekking tot de financiële organisatie. Daarbij wordt
                            rekening gehouden met:</al><al> 1. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                            eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;</al><al> 2. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al> 3. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al><al> 4. de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van leveringen
                            tussen de afdelingen van de gemeente;</al><al> 5. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                            prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie
                            van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van
                            middelen;</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al><al> 2. Op dat moment wordt “Financiële Verordening gemeente Vlaardingen
                            2003” ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald onder de naam “Financiële verordening
                            gemeente Vlaardingen 2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen in zijn openbare
                        vergadering van 19 september 2013, De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. E.W.K. Meurs mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>