<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR307122_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening voor de provincie Zeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2013, 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening voor de provincie Zeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Grondwet, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SGR-036A</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangen door Referendumverordening voor de provincie Zeeland 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening voor de provincie Zeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale staten van Zeeland</al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het initiatiefvoorstel van de fractievoorzitters van D66, PVV, Partij voor Zeeland en PvdA;</al></li><li nr="-"><al>overwegende dat het gewenst is een Referendumverordening voor de provincie Zeeland vast te stellen;</al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 5 van de Grondwet;</al></li></lijst><al>besluiten vast te stellen de navolgende Referendumverordening voor de provincie Zeeland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk I: Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>besluit:</vet> een besluit  als bedoeld in art. 1:3, lid 1 Algemene wet  bestuursrecht, zijnde  een schriftelijke beslissing van Provinciale  Staten, in- houdende een publiekrechtelijke  rechtshandeling,  een voornemen daartoe of een project in de ontwerpfase;</al><al><vet>referendum:</vet> een volksstemming onder de kiesgerechtigden in Zeeland over een besluit van</al><al>provinciale staten, waaronder zowel  een voorgenomen besluit als een reeds genomen besluit kan worden verstaan;</al><al><vet>kiesgerechtigde:</vet> de inwoner van de provincie Zeeland die krachtens de Kieswet  kiesgerechtigd is voor provinciale staten, op de dag waarop provinciale staten een besluit nemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid en artikel 6, eerste lid van deze verordening;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onderwerp van een referendum kunnen alleen  besluiten  van provinciale staten zijn.</al></li><li nr="2."><al>Niet aan een referendum kunnen worden onderworpen besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin provinciale staten beslissen  op bezwaar of als beroepsinstantie;</al></li><li nr="b."><al>die handelen over zaken met  betrekking tot personen, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, beloningen, erkenningen en verlenen van kwijtschelding, alsmede over geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>tot het voeren van rechtsgedingen;</al></li><li nr="d."><al>tot het  vaststellen of wijzigen  van de provinciale begroting en de provinciale rekening;</al></li><li nr="e."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>tot het  voor kennisgeving aannemen van nota’s en rapporten;</al></li><li nr="g."><al>inzake provinciale tarieven en belastingen;</al></li><li nr="h."><al>die betrekking hebben op de organisatie van het provinciale  apparaat;</al></li><li nr="i."><al>waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet  kan worden uit- gesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende provinciale belangen;</al></li><li nr="j."><al>ter uitvoering van een besluit van een ander bestuursorgaan  of de wetgever waaromtrent Provinciale Staten geen beleidsvrijheid  of bevoegdheid heeft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk II: Initiatief en Beslissingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3 Inleidend verzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Stemgerechtigden kunnen een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een door Provinciale  Staten  te nemen besluit;</al></li><li nr="2."><al>Het inleidende  verzoek moet schriftelijk bij Provinciale Staten worden ingediend. Het verzoek moet worden ondersteund door tenminste 1000 kiesgerechtigde ingezetenen van Zeeland;</al></li><li nr="3."><al>In het verzoek wordt aangegeven om welk te nemen besluit van Provinciale Staten het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elk verzoeker, met  opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats;</al></li><li nr="4."><al>Voor de vermelding van de in het  derde lid bedoelde gegevens maken Provinciale Staten gebruik van het formulier van de Verordening burgerinitiatiefvoorstellen Zeeland 2003.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Beslissing op het inleidend verzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Provinciale  Staten  beslissen   in hun vergadering  waarvoor het te nemen besluit  is geagendeerd:</al><lijst><li nr="a."><al>of het inleidende verzoek een besluit betreft waarover, gelet  op het bepaalde in artikel 2, een referendum kan worden gehouden, en</al></li><li nr="b."><al>of het inleidende  verzoek voldoet aan in artikel 3 gestelde eisen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Provinciale  Staten  kunnen de beslissing, bedoeld in het   eerste lid, verdagen tot hun eerstvolgende vergadering;</al></li><li nr="3."><al>Indien Provinciale  Staten besluiten  dat aan de vereisten van het  inleidend verzoek is voldaan, houden Provinciale  hun besluitvorming omtrent het betreffende onderwerp aan;</al></li><li nr="4."><al>De beslissing, bedoeld in het  eerste lid, wordt binnen zeven dagen na de vergadering van Provinciale Staten bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Steunverwerving en besluit definitief verzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Stemgerechtigden kunnen bij Provinciale  Staten  een definitief  ver- zoek indienen voor  het houden van een referendum binnen zes weken na de bekendmaking, bedoeld in artikel 4, vierde lid;</al></li><li nr="2."><al>Het definitieve  verzoek moet worden ondersteund door tenminste 2% van de kiesgerechtigde ingezeten van Zeeland;</al></li><li nr="3."><al>Voor de vaststelling van het  in het tweede lid bedoelde aantal  worden de stemgerechtigden die het inleidend verzoek hebben ondersteund, meegerekend;</al></li><li nr="4."><al>Artikel 3, lid drie  en vier zijn van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="5."><al>Indien het  verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, nemen Provinciale Staten de eerst volgende Statenvergadering een besluit mits het verzoek tenminste vier weken voor die vergadering is ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Datum</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het referendum wordt gehouden binnen zes maanden  na ontvangst van een ontvankelijk, definitief verzoek. Provinciale Staten stellen hi- ertoe een datum vast;</al></li><li nr="2."><al>Met toestemming van de initiatiefnemers kunnen Provinciale Staten van de in lid 1 genoemde termijn afwijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Uitvoering</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een referendum wordt gehouden volgens  een door gedeputeerde staten vast te stellen  procedureregeling. Daarbij  zijn de bepalingen van de Kieswet  zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Aan de stemgerechtigden wordt uitsluitend de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen  het besluit zijn;</al></li><li nr="3."><al>Gedeputeerde  staten  stellen  nadere  vormvoorschriften   vast waaraan het stembiljet  moet voldoen;</al></li><li nr="4."><al>Gedeputeerde Staten  zijn tevens belast  met het zorg dragen voor een neutrale informatievoorziening en toezicht op het  proces;</al></li><li nr="5."><al>Gedeputeerde Staten  doen  vier weken na het  referendum verslag van hun bevindingen  over de in lid 4 bedoelde informatievoorziening en toezicht op het  hele proces;</al></li><li nr="6."><al>Tegelijk   met   het in lid 4 bedoelde verslag, kunnen Gedeputeerde Staten indien zij dit  wenselijk achten, een advies over de uitslag van het referendum en een advies hoe hiermee om te gaan, aan Provinciale Staten  sturen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Geldigheid van de uitslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitslag van het referendum is geldig, indien tenminste 30% van de stemgerechtigden een geldige stem  heeft uitgebracht;</al></li><li nr="2."><al>De uitslag  van het referendum wordt berekend op basis van een gewone meerderheid van het totaal aantal  uitgebrachte stemmen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk III: Besluitvorming</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Provinciale  Staten  nemen een besluit  over  het referendum in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten, mits  het in artikel7, lid 5, bedoelde verslag van gedeputeerde staten binnen vier weken voor die vergadering is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Provinciale  Staten  betrekken bij dit besluit de uitslag  van het referendum, het verslag van gedeputeerde staten en, indien uitgebracht, het  advies van gedeputeerde staten hierover.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk IV: Strafbepaling</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 10</label></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij die bij de stemming:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het oog- merk deze als echt  en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen  gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten of volmachtbewijzen die hijzelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt  en onvervalst gebruikt of door anderen doet  gebruiken dan wel deze met  het  oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen  gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk V: Slotbepaling</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 11</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het initiatief van een referendum uitgaat van Provinciale  Staten, zijn de artikelen 3, 4, 5 en 6 niet  van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening brengen gedeputeerde staten een evaluatierapport uit aan provinciale staten inzake de werking en het effect van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening voor de provincie Zeeland.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van Provinciale Staten van Zeeland van 15 maart 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voorzitter, Drs. J.M.M. Polman</ondertekening><ondertekening>Griffier, drs. P. Joosse</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Uitgegeven 29 oktober 2013</ondertekening><ondertekening>De secretaris, A.W. Smit</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>