<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306738_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CRT 30-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=224&amp;g=2013-10-28">artikel 224 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De heffing treedt in werking op 01-01-2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
            2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hollands Kroon</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13
                        augustus 2013</al><al>Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet</al><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
                            2014</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven
                        voor:</al><lijst><li nr="1."><al>het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen
                                een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als
                                ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie
                                persoonsgegevens van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente op
                                vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de
                                gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen
                                die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke
                                basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
                                    1, eerste lid.</al></li><li nr="b."><al>degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
                                    1, tweede lid, aan hem ter beschikking staande ligplaatsen of op
                                    hem ter beschikking staande vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
                                    Zorginstellingen</onderstreept> .</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in <onderstreept>artikel 29, eerste
                                    lid, van de Vreemdelingenwet 2000</onderstreept> , die
                                rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van
                                    <onderstreept>artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet</onderstreept> , en voor zover deze persoon verblijf houdt
                                als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder
                                verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang
                                Asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="4."><al>van degenen, beneden de leeftijd van 15 jaar, die om
                                sociaal-medische reden verblijf houden alsmede hun begeleiders.</al></li><li nr="5."><al>van degene die werkzaam is binnen het grondgebied van de gemeente
                                Hollands Kroon.</al></li><li nr="6."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
                                        verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen en
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen;</al></li><li nr="b."><al>kano’s, roei- en volgboten;</al></li><li nr="c."><al>motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
                                        meter;</al></li><li nr="d."><al>een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in
                                        het gemeentelijk watergebied bevindt.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Als het verblijf een schoolreis en/of werkweek betreft,
                                georganiseerd door een van overheidswege erkende
                                onderwijsinstelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="A."><al>Voor de toeristenbelasting vallend onder artikel 1, eerste lid
                                wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>het aantal personen dat heeft overnacht, met betrekking
                                        tot:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald
                                op het aantal slaapplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen
                                bepaald op:</al><lijst><li nr="1."><al>twee personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                                        bedraagt;</al></li><li nr="2."><al>drie personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                                        bedraagt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op de
                                som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van
                                maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal
                                kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen,
                                vermenigvuldigd met 3.</al><lijst><li nr="2."><al>het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde
                                        personen is overnacht:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet
                                beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke
                                geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden
                                gedurende een periode van:</al><lijst><li nr="1."><al>ten hoogste drie maanden bepaald op 40;</al></li><li nr="2."><al>meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op
                                        50;</al></li><li nr="3."><al>meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op
                                        60;</al></li><li nr="4."><al>meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
                                        70;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op
                                niet vaste standplaatsen bepaald op 365.</al><lijst><li nr="3."><al>het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het
                                        eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde
                                        van een aantal tellingen in de maanden juni, juli en
                                        augustus van het belastingjaar.</al></li></lijst></li><li nr="B."><al>Voor de toeristenbelasting vallend onder artikel 1, tweede lid
                                wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>terzake van vaartuigen met een vaste ligplaats het aantal
                                        personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, maar ten hoogste 8
                                meter;</al></li><li nr="b."><al>2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, maar ten hoogste
                                12 meter;</al></li></lijst><al>c.3 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.</al><al>2.het aantal nachten dat is gehouden, bepaald op 20.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4 wordt op een door de
                            belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van
                            heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien
                            blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 4 berekende
                            aantal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats
                            worden voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,25.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Aanslaggrens</titel></kop><al>Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder
                        dan tien zal of heeft bedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt;</al></li><li nr="1."><al>Zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                                worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt
                                één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking op lid 2 sub 1 van dit artikel moet in geval het totale
                                aanslagbedrag, van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, kleiner is dan </al></li></lijst><al>€ 80,00 of meer bedraagt dan € 2.000, de aanslag in twee gelijke bedragen
                        worden betaald, conform lid 1 van dit artikel.</al><al>3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                        leden gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>- Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoelt in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, dat schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren,
                        bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de
                        Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Overgangsbepaling</titel></kop><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2013’ van de gemeente Hollands Kroon van
                        20 december 2012 en de ‘Verordening watertoeristenbelasting 2006’ van de
                        voormalige gemeente Wieringermeer, aangepast op 21 december 2010 worden
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van
                        ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting
                        2014’</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in openbare raadsvergadering van 1 oktober 2013</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>