<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306715_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Larens Journaal 26-7-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-08-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/24-I</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Laren;</al><al/><al>gelezen voorstel 2013/24 d.d. 14 mei 2013 van burgemeester en
                        wethouders;</al><al/><al>gelet op gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>B E S L U I T : </al><al>vast te stellen de VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ
                        RECIDIVE</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definitiebepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt onder:</al><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen475c tot
                            en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
                            recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde
                            lid, van de Wet werk en bijstand; verrekenen:verrekening als bedoeld in
                            artikel 60, vierde lid,van de Wet werk en bijstand. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</titel></kop><al>Het college verrekent het openstaande boetebedrag met de algemene
                            bijstand gedurende de eerste drie maanden na dagtekening van het besluit
                            tot oplegging van een recidiveboete zonder dat het bepaalde in artikel
                            4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in acht wordt
                            genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid van de
                                Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 verrekent het college de openstaande
                            recidiveboete met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de
                            Algemene wet bestuursrecht voor zover:</al><al>toepassing van artikel 2 onaanvaardbare consequenties heeft voor de
                            eventuele minderjarige belanghebbende(n), dan wel dat huisuitzetting
                            dreigt ten gevolge van verrekening van de boete. de gezondheidstoestand
                            van (een van de) belanghebbende(n) naar het oordeel van het college
                            ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden ontbreken om de
                            noodzakelijke medicatie of behandeling te financieren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verzoek tot aanpassen verrekening bestuurlijke boete:</titel></kop><al>Belanghebbende kan het college verzoeken indien sprake is van het
                            bepaalde in artikel 3 lid a en /of b de buitenwerking stelling van de
                            beslagvrije voet niet toe te passen. Het is aan belanghebbende(n) om aan
                            te tonen dat de situatie van artikel 3 lid a of b zich voordoet. Een
                            verzoek zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen
                            indien belanghebbende(n) redelijkerwijs over voldoende gelden kan
                            beschikken om de genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te
                            voorzien dan wel redelijkerwijs deze gelden op korte termijn kan
                            verwerven. Indien het college van oordeel is dat er sprake is van het
                            bepaalde in het eerste lid wordt de beslagvrije voet toegepast met
                            inachtneming van de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van
                            Burgerlijke Rechtsvordering </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 26 juni 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. T.W. Zwemmer drs. E.J. Roest</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Algemene Toelichting: Verordening bestuurlijke boete bij recidive</al><al/><al>Per 1 januari 2013 treedt de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving in werking. Met deze wet krijgt het college de plicht om een boete
                    op te leggen indien sprake is van schending van de inlichtingenplicht. De plicht
                    een boete op te leggen is geregeld in artikel 18a van de WWB. De eerdere
                    bevoegdheid om een maatregel in deze situatie op te leggen verdwijnt. De hoogte
                    van de boete is daarbij in beginsel gelijk aan het bedrag dat belanghebbende te
                    veel aan bijstand heeft ontvangen.</al><al/><al>Is sprake van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht (recidive)
                    dan wordt deze boete in beginsel verhoogd tot 150% van het te veel ontvangen
                    bedrag. Naast deze verhoging krijgt het college daarbij ook de bevoegdheid om in
                    de eerste drie maanden na oplegging van de boete de bijstand volledig te
                    verrekenen met de openstaande boetevordering.</al><al/><al>In eerste instantie had de wetgever voorzien in een plicht tot volledige
                    verrekening van de boetevordering. Bij amendement is deze verplichting echter
                    omgezet in een bevoegdheid, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om daar waar
                    volledige verrekening onwenselijke effecten heeft (denk b.v. aan hogere
                    maatschappelijke kosten vanwege uithuisplaatsing) de verrekening aan te passen,
                    dan wel bij de verrekening de beslagvrije voet volledig te respecteren. Artikel
                    8 lid 1 onderdeel i van de Wet werk en bijstand verplicht de gemeenteraad in dit
                    kader bij verordening nadere regels te stellen met betrekking tot het gebruik
                    van deze bevoegdheid.</al><al/><al>Opgemerkt zij nog dat de verordening enkel de verrekening regelt van
                    bijstandsafhankelijken die te maken krijgen met een door het college zelf
                    opgelegde recidiveboete. Is de recidiveboete opgelegd op het moment dat
                    belanghebbende elders bijstand ontvangt, dan kan het boete opleggende college
                    het bijstandsverstrekkende college verzoeken om conform de regels van het boete
                    opleggende college tot verrekening over te gaan. Mocht belanghebbende
                    tussentijds het bijstandsverstrekkende college verzoeken de beslagvrije voet
                    alsnog te respecteren, dan is dit college bij de verrekening daaraan
                    gehouden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>