<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306542_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Nuth 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuth</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuth</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 14-04-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Nuth 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.07181 INT.13534</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR402835_1">Algemene Plaatselijke Verordening Nuth 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene plaatselijke verordening Nuth 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Nuth, </al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 september 2012,
                        reg.nr BJZ/2012/ 10279 en gehoord de beraadslagingen besluit: </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al> kennis te nemen van de vaststelling door respectievelijk de
                                burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de
                                Handreiking aanpak evenementen Veiligheidsregio Zuid-Limburg; </al></li>
            <li nr="2."><al>in te stemmen met de in bijlage A (BJZ/2012/ 11481) opgenomen
                                wijzigingen; </al></li>
            <li nr="3."><al>in te stemmen met de in bijlage B (BJZ/2012/13199) opgenomen
                                Beleidsregels tijdelijke publiciteitsborden; </al></li>
            <li nr="4."><al>de Algemene Plaatselijke verordening Nuth 2012 vast te stellen
                                conform bijlage C (BJZ/2012/ 13457) en deze in werking te laten
                                treden op 1 december 2012; </al></li>
            <li nr="5."><al>de Toelichting op de model-APV als beleidsregel vast te stellen voor
                                zover de artikelen uit de model-APV zijn overgenomen in de APV
                                gemeente Nuth 2012. </al></li>
          </lijst>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening Nuth 2012;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
              <li nr="j."><al>wielertoertocht: wieleractiviteit waarbij deelnemers met een
                                    fiets een bepaald parcours moeten afleggen dat openbaar is,
                                    waarbij geen winnaar uitgeroepen wordt, waarbij deelnemers zich
                                    aan de verkeersregels dienen te houden en waarbij geen enkele
                                    vorm van tijdmeting is.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen twaalf weken na de datum van
                                ontvangst van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van lid 1 en 2 beslist het bevoegde bestuursorgaan op
                                een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 APV binnen 26 weken na de
                                dag waarop de aanvraag is ontvangen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste en tweede lid is de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien wordt beslist op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                artikel 2:11 en artikel 2:12.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in art. 2:25
                                APV niet te behandelen indien deze minder dan 26 weken voor het
                                tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft wordt
                                ingediend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3.van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1 m
                                    wordt gelaten op voetpaden en van 4 m op de rijbaan voor
                                    fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstal-lingen en reclameborden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is
                                        <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht </onderstreept>(positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening of voorbereidingsbesluit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Nuth.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht(positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het maken en veranderen van een
                                    uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    uitweg naar de weg te maken of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                            gedaan aan het bevoegd gezag onder indiening van een
                                            situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                            bestaande situatie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het bevoegd gezag het maken of veranderen van de
                                            uitweg heeft verboden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de
                                    uitweg:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li>
                  <li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </label>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:24 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder
                                            h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al> kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al> het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al> betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                            in de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al> activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al> een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al> een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al> een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al> een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                            evenement).</al></li>
                  <li nr="f."><al>een wielertoertocht vanaf 100 deelnemers</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:25 Evenement </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> het evenement tussen 12.00 en 20.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al> geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li>
                  <li nr="d."><al> het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li>
                  <li nr="e."><al> slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li>
                  <li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li>
                  <li nr="g."><al> de organisator binnen 20 werkdagen voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te
                                    wijzen categorieën evenementen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien: het een wielertoertocht betreft van 100 tot
                                    en met 250 deelnemers. Voor deze wielertoertochten geldt een
                                    meldingsplicht. De melding dient uiterlijk 6 weken vóór de datum
                                    van het evenement te worden ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van
                                    wielertoertochten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan besluiten een meldingsplichtige
                                    wielertoertocht te verbieden dan wel de vergunning voor een
                                    vergunningplichtige wielertoertocht te weigeren indien de
                                    melding/aanvraag in strijd is met het vigerende
                                    wielerbeleid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:26 Ordeverstoring </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li>
                <li nr="b."><al> terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                    burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk
                                    weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                    woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                    zich bevindt in </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet%20/article=1"><onderstreept>artikel 1 van de
                                                  Winkeltijdenwet</onderstreept></extref> voor zover
                                            de activiteiten van de openbare inrichting een
                                            nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; </al></li>
                  <li nr="b."><al> een zorginstelling; </al></li>
                  <li nr="c."><al>een museum; of </al></li>
                  <li nr="d."><al> een bedrijfskantine of – restaurant.. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=1"><onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                            Horecawet</onderstreept></extref> , indien </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel </al></li>
                  <li nr="b."><al> de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>
                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">
                    <onderstreept>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept>
                  </extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:29 Sluitingstijd </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al/>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Het is de exploitant van een horecabedrijf, met
                                            uitzondering van een horecabedrijf, waar of waaruit
                                            uitsluitend eetwaren en alcoholvrije dranken voor
                                            gebruik ter plaatse plegen te worden verkocht, verboden
                                            dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                            toe te laten of te laten verblijven:</al><al>op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 01.00 uur
                                            tot 07.00 uur en op zaterdag, zondag en maandag van
                                            02.00 uur tot 07.00 uur.</al></li>
                  <li nr="b."><al> Het is de exploitant van een horecabedrijf, waar of van
                                            waaruit uitsluitend eetwaren voor gebruik ter plaatse en
                                            alcoholvrije dranken plegen te worden verkocht verboden
                                            dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                            toe te laten of te laten verblijven:</al><al>op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 02.00 uur
                                            tot 07.00 uur en op zaterdag, zondag en maandag van
                                            03.00 uur tot 07.00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel geldt
                                    niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Carnavalsvrijdag, - zaterdag, -zondag en – maandag voor
                                            de hele gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>Kermiszaterdag en -zondag voor de betreffende kerkdorpen
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>Nieuwjaarsdag.</al></li>
                </lijst>
                <al>Op de hiervorengenoemde dagen is het sluitingsuur als bedoeld in
                                    lid 1 vastgesteld op 04.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet
                                    Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf </label>
              </kop>
              <al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:33 Ordeverstoring </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </label>
              </kop>
              <al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A</nr>
              <titel>Algemene plaatselijke verordening Nuth 2012</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34A</nr>
                <titel>Algemene plaatselijke verordening Nuth 2012</titel>
              </kop>
              <al>In de afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al> alcoholhoudende drank, </al></li>
                <li nr="-"><al> horecabedrijf, </al></li>
                <li nr="-"><al> horecalokaliteit,</al></li>
                <li nr="-"><al> inrichting, </al></li>
                <li nr="-"><al> paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                <li nr="-"><al> sterke drank, </al></li>
                <li nr="-"><al> slijtersbedrijf en </al></li>
                <li nr="-"><al> zwak-alcoholhoudende drank, </al><al>Dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                        Horecawet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34B</nr>
                <titel>Regels voor sportkantines</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Binnen sportkantines zijn bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn, verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon die zich richt op het
                                    organiseren van activiteiten van sportieve aard mag – ten
                                    behoeve van activiteiten die vallen binnen de doelstelling -
                                    uitsluitend alcoholhoudende drank schenken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al>twee uur voor, tijdens en 2 en een half uur na
                                            activiteiten die vallen binnen de doelstelling van de
                                            rechtspersoon, echter nooit langer dan het in de
                                            Algemene Plaatselijke Verordening aangegeven algemeen
                                            geldend sluitingsuur voor horecabedrijven;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34C</nr>
                <titel>Regels voor sociaal culturele instellingen, zoals
                                    gemeenschapshuizen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is paracommerciële rechtspersonen die zich richten op
                                    activiteiten van sociaal culturele aard toegestaan om
                                    alcoholhoudende drank te schenken tijdens bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                                    die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                    desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op activiteiten
                                    van sociaal culturele aard mag - ten behoeve van activiteiten
                                    die vallen binnen de eigen doelstelling – alcoholhoudende drank
                                    schenken tijdens de in de Algemene Plaatselijke Verordening
                                    bepaalde openingstijden voor horecagelegenheden. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:35 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </label>
              </kop>
              <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </label>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al> speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li>
                  <li nr="c."><al> speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al> indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:40 Kansspelautomaten </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al> hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al> laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:42 Plakken en kladden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al> De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden :</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden
                                            op een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                            openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                            andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                            bestemd straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al> zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                            aan gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li>
                  <li nr="b."><al> zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al> daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                    kermisterrein e.d. </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:57 Loslopende honden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats; </al></li>
                  <li nr="b."><al> binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of </al></li>
                  <li nr="c."><al> op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder of hij die een hond onder zijn
                                    hoede heeft verboden, indien hij zich met de hond op de openbare
                                    weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats begeeft dan wel
                                    bevindt, dit te doen zonder een deugdelijk hulpmiddel voor het
                                    opruimen van de uitwerpselen van de hond bij zich te
                                    hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde hulpmiddel dient
                                    op de eerste aanvraag van de toezichthoudende ambtenaar direct
                                    te worden getoond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder of hij die een hond onder zijn
                                    hoede heeft verboden, die hond op de openbare weg, op een voor
                                    het publiek toegankelijke plaats of op een andere door het
                                    college aangewezen plaats zich te laten ontdoen van
                                    uitwerpselen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het in het vierde lid van dit artikel genoemde verbod wordt
                                    opgeheven, indien de eigenaar of houder of hij die de hond onder
                                    zijn hoede heeft de uitwerpselen met dat hulpmiddel onmiddellijk
                                    verwijderd en in de daarvoor bestemde afvalbakken stopt of mee
                                    naar huis neemt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het is verbonden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te
                                    verwijderen via het riool.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Onder een deugdelijk hulpmiddel als bedoeld in het eerste, derde
                                    of vijfde lid van dit artikel wordt verstaan een hulpmiddel, dat
                                    gezien de vorm en constructie dient tot het opruimen van
                                    hondenuitwerpselen en/of tot dat doel in de handel is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en vierde lid van dit
                                    artikel gestelde verboden in zeer bijzondere gevallen ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer
                                            of van beide stoffen; </al></li>
                  <li nr="b."><al> door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en </al></li>
                  <li nr="c."><al> zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat
                                            de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
                                            van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de
                                            korf aanwezig zijn. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    Milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> aanwezig te hebben,of</al></li>
                  <li nr="b."><al> aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelde regels;</al></li>
                  <li nr="c."><al> aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of</al></li>
                  <li nr="d."><al> te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:62 Loslopend vee </label>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:65 Bedelarij </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 13. VUURWERK </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is art. 4.1.3.3. van de Algemene Wet
                                    Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </label>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN
                                EN CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </label>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:1 Begripsbepalingen </label>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al> prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al> seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="d."><al> escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen
                                        of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al> sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al> exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al> beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al> bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al> de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al> de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al> het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al> toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="6."><al> andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </label>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:3 Nadere regels </label>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:4 Seksinrichtingen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                  <li nr="c."><al> de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht (p</onderstreept>ositieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> De exploitant en de beheerder: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij; </al></li>
                  <li nr="b."><al> zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al> hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> met toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37"><onderstreept>artikel 37 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept></extref> in een
                                            psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37a"><onderstreept>artikel 37a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept></extref> ter beschikking
                                            gesteld; </al></li>
                  <li nr="b."><al> binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20"><onderstreept>Wetboek van
                                                  Strafvordering</onderstreept></extref> is
                                            toegelaten; </al></li>
                  <li nr="c."><al> binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=9"><onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van
                                                  het Wetboek van Strafrecht</onderstreept></extref>
                                            , wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst>
                      <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet"><onderstreept>Drank- en
                                                  Horecawet</onderstreept></extref> , de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet%20"><onderstreept>Opiumwet</onderstreept></extref> ,
                                                  de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000"><onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept></extref>
                                                  en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen"><onderstreept>Wet arbeid
                                                  vreemdelingen</onderstreept></extref> ; </al></li>
                      <li nr="-"><al> de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=137c"><onderstreept>artikelen 137c tot en met
                                                  137g</onderstreept></extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=140"><onderstreept>140</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=240b"><onderstreept>240b</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=242"><onderstreept>242 tot en met
                                                  249</onderstreept></extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=252"><onderstreept>252</onderstreept></extref> , 250a
                                                  (oud), <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273a"><onderstreept>273a</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=300"><onderstreept>300 tot en met
                                                  303</onderstreept></extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=416"><onderstreept>416</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417"><onderstreept>417</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=417bis"><onderstreept>417bis</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426"><onderstreept>426</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429quater"><onderstreept>429quater</onderstreept></extref>
                                                  en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=453"><onderstreept>453 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept></extref> ; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=8"><onderstreept>artikelen 8</onderstreept></extref>
                                                  en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=162"><onderstreept>162, derde
                                                  lid</onderstreept></extref> , alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=6"><onderstreept>artikel 6</onderstreept></extref>
                                                  juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=8"><onderstreept>artikel 8</onderstreept></extref>
                                                  of juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=163"><onderstreept>artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                  1994</onderstreept></extref> ; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1"><onderstreept>artikelen 1, onder a, b en
                                                  d</onderstreept></extref> , <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=13"><onderstreept>13</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=14"><onderstreept>14</onderstreept></extref> ,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=27"><onderstreept>27</onderstreept></extref> en
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b"><onderstreept>30b van de Wet op de
                                                  Kansspelen</onderstreept></extref> ; </al></li>
                      <li nr="-"><al> de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=2"><onderstreept>artikelen 2</onderstreept></extref>
                                                  en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=3"><onderstreept>3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen</onderstreept></extref> ; </al></li>
                      <li nr="-"><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=54"><onderstreept>artikelen
                                                  54</onderstreept></extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=55"><onderstreept>55 van de Wet wapens en
                                                  munitie</onderstreept></extref> . </al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=74"><onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van
                                                  het Wetboek van Strafrecht</onderstreept></extref>
                                            of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=76"><onderstreept>artikel 76, derde lid onder a van
                                                  de Algemene wet inzake
                                                  rijksbelastingen</onderstreept></extref> , tenzij
                                            de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></li>
                  <li nr="b."><al> een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning; </al></li>
                  <li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
                                        </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:6 Sluitingstijden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag tussen 01.00
                                            en 07.00 uur;</al></li>
                  <li nr="b."><al> op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 07.00 uur.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                    (tijdelijke) sluiting </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al> geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:9 Straatprostitutie </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al> gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                    belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                    bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
                                    eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                    bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al> anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:13 Weigeringsgronden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li>
                  <li nr="b."><al> de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of </al></li>
                  <li nr="c."><al> er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273f"><onderstreept>artikel 273f van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept></extref> of met het bij
                                            of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen"><onderstreept>Wet arbeid
                                                  vreemdelingen</onderstreept></extref> of de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000"><onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept></extref>
                                            bepaalde. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                    escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8,
                                    de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden
                                    geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in
                                    artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li>
                  <li nr="b."><al> het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat; </al></li>
                  <li nr="c."><al> de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al> de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li>
                  <li nr="e."><al> de gezondheid of zedelijkheid; of </al></li>
                  <li nr="f."><al> de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 3:15 Wijziging beheer </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al> inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al> houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al> collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al> incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al> geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op
                                        grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering
                                        van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    gedurende de zaterdag voor carnaval alsmede 3 carnavalsdagen te
                                    weten van carnavalszondag tot de daarop volgende woensdag tot
                                    01.00 uur alsmede voor door het college per kalenderjaar aan te
                                    wijzen overige collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                                    aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde
                                    delen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ( L<inf>Aeq)</inf>
                                    veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan de
                                    geluidsnormen als vermeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het besluit vermeerderd met 10 dB(A). Bij niet-aanpandige
                                    situaties gelden de vorengenoemde geluidsnormen gemeten op een
                                    hoogte van 1,5 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:5 Onversterkte muziek </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                    bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel
                                    van toepassing, met dien verstande dat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                            gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li>
                  <li nr="c."><al> de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                            voor zover het woningen betreft, gelden in
                                            geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li>
                  <li nr="d."><al> bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast.</al></li>
                  <li nr="e."><al> Tabel</al><al/><table>
                      <tgroup cols="4">
                        <colspec colname="colA"/>
                        <colspec colname="colB"/>
                        <colspec colname="colC"/>
                        <colspec colname="colD"/>
                        <tbody>
                          <row>
                            <entry>
                              <al/>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>7.00 – 19.00 uur</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>19.00 – 23.00 uur</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>23.00 – 7.00 uur</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row>
                            <entry>
                              <al>L<inf>Ar,LT </inf>op de gevel van gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>50 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>45 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>40 dB(A)</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row>
                            <entry>
                              <al>L<inf>Ar,LT </inf>in in- en aanpandige
                                                  gevoelige gebouwen</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>35 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>30 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>25 dB(A)</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row>
                            <entry>
                              <al>L<inf>Amax</inf> op de gevel van gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>70 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>65 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>60 dB(A)</al>
                            </entry>
                          </row>
                          <row>
                            <entry>
                              <al>L<inf>Amax</inf> in in- en aanpandige
                                                  gevoelige gebouwen</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>55 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>50 dB(A)</al>
                            </entry>
                            <entry>
                              <al>45 dB(A)</al>
                            </entry>
                          </row>
                        </tbody>
                      </tgroup>
                    </table></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de duur van 15 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen
                                    worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                    samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:6 Overige geluidhinder </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>
                  
                  Het is verboden buiten een inrichting in de zin van
                                    de  of van het  op een zodanige
                                    wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                    handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de
                                    omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer"><vet>Besluit</vet></extref><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=1.%20Het%20is%20verboden%20een%20seksinrichting%20voor%20bezoekers%20geopend%20te%20hebben%20en%20daarin%20bezoekers%20toe%20te%20laten%20of%20te%20laten%20verblijven%3A%20"><vet>Wet milieubeheer</vet></extref></al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen </label>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    afvalstoffen enz. </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet Milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li>
                  <li nr="b."><al> bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al> kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of </al></li>
                  <li nr="d."><al> mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20ruimtelijke%20ordening%20"><onderstreept>Wet ruimtelijke
                                        ordening</onderstreept></extref> of door of krachtens de
                                    Provinciale Milieuverordening. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
                                </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:17 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van  is vereist, dat bestemd of opgericht is dan
                                wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                    nachtverblijf.<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20algemene%20bepalingen%20omgevingsrecht%20/article=2.1"><vet>artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht</vet></extref></al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                    voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> de bescherming van natuur en landschap;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:1 Begripsbepalingen </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al> parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al> voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 100 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al> de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht </onderstreept>(positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:4 Defecte voertuigen </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:5 Voertuigwrakken </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al> op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is pa<onderstreept>ragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht </onderstreept>(positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Dit verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al> op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al> op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                            bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 2. COLLECTEREN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is  (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref></al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 3. VENTEN </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:14 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li>
                  <li nr="c."><al> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:15 Ventverbod </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 10.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al> Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li>
                  <li nr="b."><al> op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is  (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref></al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 4. STANDPLAATSEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:17 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al> een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                            artikel 2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al> indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </label>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:22 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="b."><al> een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de vergunning is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 6. OPENBAAR WATER</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al> beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:30 Veiligheid op het water </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:32 Crossterreinen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li>
                  <li nr="b."><al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden; </al></li>
                  <li nr="c."><al> in het belang van de veiligheid van de deelnemers van
                                            de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of
                                            van het publiek. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=1.%20Het%20is%20verboden%20een%20seksinrichting%20voor%20bezoekers%20geopend%20te%20hebben%20en%20daarin%20bezoekers%20toe%20te%20laten%20of%20te%20laten%20verblijven%3A%20"><onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept></extref>
                                    of het Besluit geluidproductie sportmotoren. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al> in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al> in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al> die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al> van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li>
                  <li nr="e."><al> voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al> binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label> AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN </label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=1.%20Het%20is%20verboden%20een%20seksinrichting%20voor%20bezoekers%20geopend%20te%20hebben%20en%20daarin%20bezoekers%20toe%20te%20laten%20of%20te%20laten%20verblijven%3A%20"><onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept></extref>
                                    of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting
                                    door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren
                                    zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                                    worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429"><onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                            het Wetboek van Strafrecht</onderstreept></extref> of de
                                    Provinciale milieuverordening. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:35 Begripsbepaling </label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:36 Verboden plaatsen </label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al> verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al> gemeentelijke begraafplaatsen;</al></li>
                  <li nr="c."><al> sportvelden en speeltuinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al> Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al> Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al> Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20"><onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</onderstreept></extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label> Artikel 5:37 Hinder of overlast </label>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Nuth 2012.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Nuth in de openbare vergadering
                        van 13 november 2012.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          de griffier, de voorzitter,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
           P.J.M. Boyen Mr. H.G. Vos
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>