<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306463_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mook en Middelaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasdriehoek, 24-09-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Mook en Middelaar – 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8&amp;g=2013-10-23">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-09-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-09-2013, nr. 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en bekendgemaakt als onderdeel van de ‘Verordening implementatie Wet elektronische bekendmaking’ vastgesteld door de gemeenteraad op 12-09-2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Mook en Middelaar;</al><al>Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 03-12-12</al><al>Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 08-01-2013</al><al>Gelet op de artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand,overwegende dat het noodzakelijk is het verrekenen van een boete bij recidive bij verordening te regelen,</al><al><vet>Besluit :</vet></al><al>vast te stellen de volgende: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 2. Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verrekenen de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 </label></kop><al>Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 </label></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “<vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Mook en Middelaar – 2013”</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 24-01-2013      </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Ondertekeningkiezer</ondertekening><ondertekening>De griffier (plv.)                                                    De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mr. L.W.A.M. Berben                                            mr. drs. W. Gradisen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Op 1 januari 2013 treedt de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving" in werking. Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij schending van de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. </al><al/><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. </al><al/><al>Het doel van een boete en de verrekening daarvan is om een krachtig signaal af te geven aan de betrokkene over de gevolgen van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht. Dat doel kan uitstekend worden bereikt door gedurende één maand de bijstand te verrekenen met de opgelegde boete. Verlenging van die periode leidt naar verwachting niet tot een beter resultaat. Een persoon drie maanden de bijstanduitkering onthouden kan in sommige gevallen tot ernstige financiële problemen leiden.</al><al>In de modelverordening van de VNG wordt wel gebruik gemaakt van de periode van drie maanden, maar alleen als wordt vastgesteld dat de betrokkene voldoende middelen bezit om die periode zelf te overbruggen. Dat brengt extra onderzoeksactiviteiten met zich mee omdat het daadwerkelijke bezit moet worden bepaald. De kosten van deze extra onderzoeksactiviteiten kunnen behoorlijk oplopen. Verder is aansluiting gezocht bij de verlaging die thans in de Afstemmingsverordening bij schending van de inlichtingenplicht is opgenomen en dat is een verlaging van 100% gedurende één maand. </al><al/><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van een bevoegdheid van het college. Het is derhalve aan ons college op deze onderdelen nadere (beleids)regels vast te stellen.</al><al/><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek.</al><al>Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid, van de WWB is geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al>Artikel 1. </al><al>Er is voor gekozen om begrippen die reeds zijn omschreven in de WWB en de Awb niet afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities ook de verordening moet worden gewijzigd. </al><al>De begrippen beslagvrije voet en recidiveboete zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen en deze behoeven geen toelichting</al><al>Verrekenen</al><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al><al/><al/><al>Artikel 2.</al><al>In dit artikel wordt geregeld dat een recidiveboete gedurende één maand wordt verrekend zonder de beslagvrije voet in aanmerking te nemen. Daarna wordt de recidiveboete verrekend met inachtneming van de beslagvrije voet.</al><al/><al>Artikel 3. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</al><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 3 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><al/><al>Artikel 4 en artikel 5 behoeven geen toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>