<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening landdurigheidstoeslag WWB 2013 gemeente Goes</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bevelandse bode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening landdurigheidstoeslag WWB 2013 gemeente Goes</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">WWB</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening landdurigheidstoeslag WWB 2013 gemeente Goes</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE GOES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen.</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                                    en de Gemeentewet.</al></li><li nr="2"><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet</cursief>: de WWB.</al></li><li nr="b."><al><cursief>het college</cursief>: het college van
                                            burgemeester en wethouders van Goes.</al></li><li nr="c."><al><cursief>de raad</cursief>: de gemeenteraad van
                                            Goes.</al></li><li nr="d."><al><cursief>de peildatum</cursief>: de datum waarop in enig
                                            jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat.</al></li><li nr="e."><al><cursief>referteperiode</cursief>: een periode
                                            van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.</al></li><li nr="f."><al><cursief>inkomen</cursief>: het inkomen als bedoeld in
                                            artikel 32 WWB. In afwijking hiervan wordt een
                                            bijstandsuitkering voor de beoordeling van het recht op
                                            langdurigheidstoeslag gezien als inkomen.</al></li><li nr="g."><al><cursief>bijstandsnorm: </cursief>de norm bedoeld in
                                            artikel 5, onderdeel c. van de wet.</al></li><li nr="h."><al><cursief>vermogen:</cursief>het vermogen als
                                            bedoeld in artikel 34 van de wet.</al></li><li nr="i."><al><cursief>rechthebbend</cursief>: een alleenstaande,
                                            alleenstaande ouder of gehuwde met recht op
                                            langdurigheidstoeslag.</al></li><li nr="j."><al><cursief>niet-rechthebbend</cursief>: een alleenstaande,
                                            alleenstaande ouder of gehuwde die op grond van de
                                            artikelen 11 of 13 lid 1 WWB is uitgesloten van het
                                            recht op langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>1 De langdurigheidstoeslag wordt op schriftelijke aanvraag
                            verstrekt.</al><al>2 De langdurigheidstoeslag kan niet met terugwerkende kracht worden
                            aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen van 21 jaar of ouder
                            doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag
                            inkomen, geen in aanmerking te nemen vermogen en geen uitzicht op
                            inkomensverbetering hebben, als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de
                            WWB, én ten tijde van de aanvraag in de gemeente Goes woonachtig
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de voorwaarden van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals
                            bedoeld in artikel 36 WWB is voldaan indien gedurende de referteperiode het in aanmerking te
                            nemen inkomen niet hoger is dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar 38 procent
                                    van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, afgerond op hele
                                    euro’s naar boven.</al></li><li nr="2"><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                                    van de WWB, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                    een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                    alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="3"><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op
                                    de peildatum bepalend.</al></li><li nr="4"><al>De langdurigheidstoeslag wordt berekend over de bijstandsnorm
                                    zoals die geldt per 1 januari van het jaar van aanvragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de
                                    uitvoering van deze verordening.</al></li><li nr="2"><al>De beleidsregels, zoals bedoeld in het eerste lid, hebben in
                                    ieder geval betrekking op de invulling van het begrip ‘geen
                                    uitzicht op inkomensverbetering' zoals bedoeld in artikel 36 lid
                                    1 WWB.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou
                                    leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de datum waarop
                            deze is gepubliceerd en werkt terug tot 1 juli 2013. De verordening
                            langdurigheidstoeslag WWB 2012 Goes wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag
                            WWB 2013 Gemeente Goes.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al> Algemene toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag WWB 2013
                            Gemeente Goes</al><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                            bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                            toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                            op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er
                            na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen
                            uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van
                            de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1
                            januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de
                            langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van
                            (categoriale) bijzondere bijstand. </al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                            een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die
                            langdurig een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op
                            inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 WWB). </al><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen over het
                            verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB.
                            Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop
                            invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’.
                            Daarbij geldt dat in ieder geval geen sprake is van een laag inkomen bij
                            een inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De
                            gemeenteraad dient in de verordening eveneens de hoogte van de
                            langdurigheidstoeslag te bepalen. </al><al>Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer
                            sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst
                            van artikel 8 lid 2 onderdeel b WWB hoeft dit criterium niet te worden
                            vastgelegd in de verordening. </al><al> Artikelsgewijze toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag WWB 2013
                            Gemeente Goes.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of
                            de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                            voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de
                            betreffende wetten ook de Verordening moet worden gewijzigd. </al><al>Lid 2 onderdeel d: peildatum </al><al>De peildatum is de datum met ingang van wanneer het recht op
                            langdurigheidstoeslag ontstaat. Deze datum kan in beginsel niet liggen
                            vóór de datum melding, zie artikel 2 lid 2 van deze verordening.</al><al>De situatie op de peildatum is bepalend. Omstandigheden die zich eerst
                            na de peildatum hebben voorgedaan, moeten bij de beoordeling van het
                            recht op langdurigheidstoeslag buiten beschouwing worden gelaten (CRvB
                            04-07-2006, nr. 05/6648 WWB).</al><al>Lid 2 onderdeel e: referteperiode </al><al>In artikel 1, lid 2, onderdeel e van deze verordening is bepaald dat
                            onder de referteperiode moet worden verstaan een periode van 36 maanden
                            voorafgaand aan de peildatum. </al><al>Lid 2 onderdeel g: bijstandsnorm</al><al>De langdurigheidstoeslag is een percentage van de van toepassing zijnde
                            bijstandsnorm. De bijstandsnormen worden twee keer per jaar aangepast.
                            Uit praktisch oogpunt is er voor gekozen uit te gaan van de normen zoals
                            deze per 1 januari in het jaar van aanvragen gelden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De langdurigheidstoeslag moet altijd schriftelijk worden aangevraagd.
                            Hiervoor is een formulier ontwikkeld wat door belanghebbende volledig
                            ingevuld en ondertekend ingeleverd moet worden bij de gemeente. In
                            artikel 36 van de WWB is geregeld dat een persoon slechts eenmaal binnen
                            een periode van 12 maanden in aanmerking kan komen voor een
                            langdurigheidstoeslag. Aanvragen die binnen die periode worden
                            ingediend, moeten worden afgewezen.</al><al>Lid 2</al><al>Met ingang van 1 juli 2013 is artikel 36 WWB gewijzigd in die zin dat
                            artikel 44 WWB ook van toepassing is voor de langdurigheidstoeslag. Dit
                            betekent dat de langdurigheidstoeslag wordt toegekend per datum melding.
                            Onstaat het recht op langdurigheidstoeslag pas na de meldingsdatum, dan
                            moet het college de langdurigheidstoeslag toekennen per die datum. De
                            ingangsdatum kan in beginsel niet vóór de meldingsdatum liggen. Hiermee
                            wordt het onbedoelde effect voorkomen dat de ingangsdatum van de toe te
                            kennen langdurigheidstoeslag in beginsel een onbepaalde terugwerkende
                            kracht heeft. Echter, gelet op de jurisprudentie rondom artikel 44 lid 1
                            WWB zijn uitzonderingen mogelijk op deze hoofdregel. Bijzondere
                            omstandigheden kunnen aanleiding vormen toch langdurigheidstoeslag met
                            terugwerkende kracht te verlenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet die in
                            deze verordening nader zijn ingevuld. Voor de invulling van het begrip
                            'geen uitzicht op inkomensverbetering' wordt verwezen naar artikel 6 van
                            deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                            vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt
                            verstaan. </al><al><onderstreept>Langdurig </onderstreept></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan
                            de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                            vastgesteld in artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening. </al><al><onderstreept>Laag inkomen </onderstreept></al><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de
                            gemeenteraad gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De
                            ondergrens van “laag” is de bijstandsnorm. De bovengrens bedraagt 110
                            procent van de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 5 WWB). Bij
                            een inkomen hoger dan deze 110 procent, is geen sprake meer van een
                            “laag” inkomen. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen aan te sluiten bij
                            de bovengrens. Dit betekent dat het in aanmerking te nemen inkomen
                            gedurende de referteperiode niet hoger mag zijn dan 110 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de
                            referteperiode niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 110% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm, dient niet al te rigide te worden
                            beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet
                            worden genegeerd (zie CRvB 19-08-2008, nr. 06/1163 WWB en CRvB
                            15-02-2011, nr. 08/5141 WWB).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Bij de bepaling van de hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                            onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en
                            gehuwden. De langdurigheidstoeslag betreft een percentage van de
                            desbetreffende (maandelijkse) bijstandsnorm, zoals die geldt voor een
                            alleenstaande, een alleenstaande ouder en een gezin en is inclusief
                            vakantietoeslag en de maximale toeslag op grond van de
                            Toeslagenverordening. Afwijkende normen voor personen die in een
                            inrichting verblijven en afwijkende toeslagen voor 21- en 22-jarigen op
                            grond van de Toeslagenverordening, leiden tot verschillende bedragen
                            langdurigheidstoeslag. </al><al>Het percentage blijft ongewijzigd gedurende de looptijd van deze
                            verordening, maar de bedragen worden jaarlijks aangepast aan de
                            gewijzigde bijstandsnormen.</al><al>Lid 2</al><al>Bij gehuwden moet in het oog gehouden worden dat het recht op
                            langdurigheidstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                            belanghebbenden op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten
                            beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, lid 1, WWB.
                            Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden
                            geen recht op langdurigheidstoeslag (CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345 WWB). </al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op
                            langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                            voorwaarden van artikel 36, lid 1, WWB, dan komt de rechthebbende
                            partner wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Het gaat hier
                            om een partner die op één van de in artikel 11 of 13, lid 1 WWB genoemde
                            gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht
                            heeft op langdurigheidstoeslag, komt deze rechthebbende partner in
                            aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem
                            als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al><al>Lid 3</al><al>In lid 3 is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van de
                            langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                            peildatum.</al><al>Lid 4</al><al>De toeslag is een percentage van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
                            Op grond van artikel 1 tweede lid onderdeel g wordt de toeslag berekend
                            over de bijstandsnormen zoals deze per 1 januari in het jaar van
                            aanvraag gelden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Omdat de uitvoering van het verstrekken van de langdurigheidstoeslag is
                            opgedragen aan het college, worden ten behoeve van de uitvoering nadere
                            beleidsregels vastgesteld. Deze beleidsregels hebben in ieder geval
                            betrekking op invulling van het begrip 'geen uitzicht op
                            inkomensverbetering'. Strikt genomen dient dit niet in een verordening
                            te worden vastgelegd. Omwille van de leesbaarheid van deze verordening
                            is hier toch voor gekozen. Bovendien wordt het belang van het criterium
                            'geen uitzicht op inkomensverbetering' hiermee nog eens nadrukkelijk
                            onder de aandacht gebracht. Dit criterium hoeft, gelet op de tekst van
                            artikel 8 lid 2 onderdeel b WWB, niet door de gemeenteraad te worden
                            gedefinieerd.</al><al>Hoewel uit de Memorie van Toelichting (zie TK 2008-2009, 31 441, nr. 12)
                            blijkt dat er bij studerenden vanuit wordt gegaan dat zij uitzicht op
                            inkomensverbetering hebben en niet in aanmerking komen voor de
                            langdurigheidstoeslag is daarmee geen formele uitsluitingsgrond voor
                            studerenden in de wet opgenomen. Een bepaling in de verordening die
                            studerenden integraal uitsluit van het recht op een
                            langdurigheidstoeslag is onverbindend wegens overschrijding van de
                            verordenende bevoegdheid, reden waarom dit verder in de beleidsregels
                            wordt uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de datum waarop
                            deze is gepubliceerd en werkt terug tot 1 juli 2013. De verordening
                            langdurigheidstoeslag WWB 2012 Goes wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>. Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>