<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR306319_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Rioolaansluitverordening Neerijnen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neerijnen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad Geldermalsen
                24-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Rioolaansluitverordening Neerijnen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WATERWET">Waterwet, art. 3.5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MILIEUBEHEER">Wet milieubeheer, art. 10.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-14724-1435</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 6 bevat een hardheidsclausule. Artikel 16 bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Rioolaansluitverordening Neerijnen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Neerijnen Gelet op het voorstel van het college; 20
                        augustus 2013 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, en artikel 10.33 van
                        de Wet milieubeheer en artikel 3.5 van de Waterwet; gelet op de Algemene wet
                        bestuursrecht; </al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de Rioolaansluitverordening Neerijnen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: a. aansluitleiding: de
                            particuliere afvoerleiding, het aansluitpunt en de
                            perceelaansluitleiding tezamen;</al><al> b. aansluitpunt:</al><al> - de ontstoppingsvoorziening, gelegen op of binnen één meter van de
                            kadastrale eigendomsgrens, al dan niet op het terrein van de
                            particulier;</al><al> - bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een vrij
                            vervalstelsel het punt waar de aansluitleiding de kadastrale
                            eigendomsgrens snijdt,</al><al> - bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een mechanisch
                            stelstel het punt, gelegen op 0,5 meter van een gemeentelijke
                            voorziening.</al><al> c. aansluitvergunning: het besluit van burgemeester en wethouders zoals
                            vermeld in deze verordening om een perceel aan te kunnen sluiten op het
                            openbaar riool;</al><al> d. afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, waarvan de
                            houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet,
                            voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, inbegrepen
                            hemelwater, waarvan redelijkerwijs niet van de houder kan worden gevergd
                            dat deze deelstromen op of in de bodem of in het oppervlaktewater worden
                            gebracht;</al><al> e. beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en
                            wethouders van de gemeente Neerijnen;</al><al> f. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                            of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij
                            indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun
                            vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al><al> g. bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van een
                            tijdelijke verlaging van de grondwaterstand;</al><al> h. drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend
                            buizensysteem;</al><al> i. openbaar drainagestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor
                            de afvoer van overtollig grondwater;</al><al> j. drukriolering: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater
                            waarbij het transport plaats vindt door middel van met pompinstallaties
                            veroorzaakte druk;</al><al> k. gemeente: de gemeente Neerijnen;</al><al> l. gemengd stelsel: het openbaar riool voor de afvoer van
                            afvalwater;</al><al> m. gescheiden stelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de
                            afvoer van hemelwater dat tevens dienst kan doen als leiding voor de
                            afvoer van drainagewater en bronneringswater, een buizenstelsel voor de
                            afvoer van stedelijk afvalwater en/of een buizenstelsel voor de afvoer
                            van drainagewater en bronneringswater;</al><al> n. hemelwater: regenwater en andere neerslag afvloeiend via al dan niet
                            verharde oppervlakken, daken en andere verhardingen;</al><al> o omgevingsvergunning: een vergunning krachtens artikel 2.1 Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al> p. openbaar hemelwaterriool: het openbaar riool met een buizenstelsel
                            voor de afvoer van hemelwater, drainagewater en bronneringswater;</al><al> q. infiltratiestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de
                            infiltratie van hemelwater;</al><al> r. mechanische riolering: drukriolering en vacuümriolering;</al><al> s. openbaar riool: het gedeelte van de riolering dat bij de gemeente in
                            eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met
                            inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen,
                            vacuümleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard, in
                            beheer bij de gemeente;</al><al> t. ontstoppingsvoorziening: voorziening in aansluitleiding voor
                            inspectie en onderhoud van de leiding;</al><al> u. particuliere afvoerleiding: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen
                            van het aan te sluiten perceel gelegen binnen- of buiten- of
                            terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. De particuliere
                            afvoerleiding wordt ook wel particulier riool genoemd;</al><al> v. perceelaansluitleiding: gedeelte van het riool dat de particuliere
                            afvoerleiding vanaf het aansluitpunt verbindt met het overige deel van
                            het openbaar riool.</al><al> w. rechthebbende:</al><al> 1. de eigenaar, de vereniging van eigenaren of beperkt zakelijk
                            gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting dan wel
                            aansluitingen op het openbaar riool worden gerealiseerd en in stand
                            gehouden, of</al><al> 2. de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel van de onder
                            1. bedoelde personen;</al><al> x RWZI: rioolwaterzuiveringsinstallatie;</al><al> y stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan
                            met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander
                            afvalwater;</al><al> z. vacuümriolering: het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater
                            waarbij het transport plaats vindt door middel van een
                            vacuümsysteem;</al><al> aa. vrijverval riool: het openbaar riool waarbij afvalwater door middel
                            van de zwaartekracht wordt getransporteerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>De aansluitvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al> 1. Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                            aansluiting van een particuliere afvoerleiding ten behoeve van de afvoer
                            van stedelijk afvalwater op het openbaar riool tot stand te brengen of
                            te wijzigen.</al><al> 2. De vergunning geldt voor de rechthebbende en is
                            perceelgebonden.</al><al> 3. Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen
                            voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen
                            de particuliere afvoerleiding en de perceelaansluitleiding:</al><al> a. voor de afvoer van stedelijk afvalwater naar een daarvoor bedoeld
                            leidingenstelsel;</al><al> b. voor de afvoer van hemelwater en/of drainagewater naar het daarvoor
                            bedoelde leidingenstelsel, als ter plaatse een gescheiden stelsel, dan
                            wel een drainagestelsel aanwezig is en redelijkerwijs niet kan worden
                            gevergd dat het afvloeiend hemelwater dan wel drainagewater op of in de
                            bodem of in het oppervlaktewater wordt gebracht;</al><al> c. voor het tijdelijk afvoeren van grondwater, zijnde bronneringswater
                            als er geen oppervlaktewater in de nabije omgeving aanwezig is en daarop
                            het betreffende water kan worden geloosd.</al><al> 4. Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één
                            particuliere afvoerleiding op het openbaar riool een aansluitvergunning
                            aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend,
                            waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al><al> 5. In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften met het oog op
                            het goed functioneren van het openbaar riool worden opgenomen met
                            betrekking tot:</al><al> a. het tot stand brengen van de aansluiting;</al><al> b. het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                            aansluitleiding;</al><al> c. sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al><al> d. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de aansluiting
                            is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater en dit een tijdelijke
                            aansluiting betreft;</al><al> e. de mechanische voorziening in de vorm van een pomp wanneer de
                            bouwwerk niet onder vrij verval kan aansluiten op het openbaar
                            riool;</al><al> f. de maximale hoeveelheid te lozen afvalwater per tijdseenheid.</al><al> 6. Als de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
                            aansluitvergunning geen verzoek zoals bedoeld in artikel 7 heeft gedaan
                            de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die
                            aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren, komt de
                            aansluitvergunning van rechtswege te vervallen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><al> De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk of
                            elektronisch met behulp van een daartoe bestemd formulier, bij
                            burgemeester en wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan
                            te sluiten perceel.</al><al> 2. Bij de aanvraag van een aansluitvergunning moeten de volgende
                            gegevens door de rechthebbende worden verstrekt:</al><al> a. de naam en het adres van de rechthebbende;</al><al> b. de dagtekening;</al><al> c. de ligging van het aan te sluiten perceel:</al><al> 1. aan de hand van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is
                            toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende
                            perceel;</al><al> 2. aangegeven op een situatieschets 1:1000 of grotere schaal;</al><al> d. wanneer het een lozing van stedelijk afvalwater betreft, of er
                            daarnaast ook hemelwater zal worden afgevoerd. Als de rechthebbende
                            afvloeiend hemelwater wil afvoeren middels een gemengd of gescheiden
                            stelsel, dan moet hij aannemelijk maken dat het redelijkerwijs van hem
                            niet gevergd kan worden het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of
                            in het oppervlaktewater te brengen;</al><al> 3. Als de gegevens bedoeld in het tweede lid, reeds zijn vastgelegd in
                            de voor het perceel afgegeven Omgevingsvergunning, kan bij de aanvraag
                            van een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het
                            overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.</al><al> 4. De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                            genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens
                            zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende
                            daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen
                            vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.</al><al> 5. Wanneer de rechthebbende niet binnen acht weken schriftelijk akkoord
                            is gegaan met de betaling van de kosten van de aanleg van de
                            perceelaansluitleiding als bedoeld in artikel 8, wordt de aanvraag niet
                            behandeling genomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de aansluitvergunning</titel></kop><al> 7. Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd als een
                            aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool of
                            wijziging van die aansluiting bezwaarlijk is, omdat het de doelmatige
                            inzameling en afvoer van afvalwater met behulp van het openbaar riool of
                            de behandeling van afvalwater wordt belemmerd.</al><al> 8. Aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                            of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als:</al><al> a. de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning wordt
                            gevraagd, van Gedeputeerde Staten een ontheffing heeft gekregen op grond
                            van artikel 10.33, derde lid, van de Wet milieubeheer;</al><al> b. de gevraagde aansluiting een lozing voor hemelwater betreft, terwijl
                            ter plaatse een mechanische riolering aanwezig is;</al><al> c. de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater betreft,
                            waarvoor een Omgevingsvergunning, een vergunning op grond van de
                            Waterwet is vereist maar niet is verleend of niet toereikend is gelet op
                            de lozingssituatie, of dat niet aan de geldende algemene regels is
                            voldaan;</al><al> d. de lozing afvloeiend hemelwater betreft en van de rechthebbende
                            redelijkerwijs kan worden gevergd dat dit hemelwater op of in de bodem
                            of in het oppervlaktewater wordt gebracht;</al><al> e. een Omgevingsvergunning voor het aan te sluiten perceel is geweigerd
                            voor zover het de activiteit bouwen of het in werking hebben van een
                            inrichting betreft;</al><al> f. een aansluitleiding dient voor de aansluiting van meer dan één
                            woning.</al><al> 9. Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                            waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het
                            particulier riool moet voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking
                            te komen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><al> 10. Het college van B en W beslist op de aanvraag om een
                            aansluitvergunning binnen acht weken nadat door de rechthebbende een
                            schriftelijk akkoord is gegeven op de betaling van de kosten van de
                            aanleg van de perceelaansluitleiding als bedoeld in artikel 8.</al><al> 11. Ongeacht het in het derde lid bepaalde, kan het bevoegd gezag de in
                            het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes weken
                            verlengen. Het maakt zijn besluit daartoe bekend binnen de eerstbedoelde
                            termijn.</al><al> 12. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt door burgemeester
                            en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag van een
                            aansluitvergunning aangehouden als er geen reden is de vergunning te
                            weigeren terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet
                            worden gedaan of in behandeling is voor een Omgevingsvergunning.</al><al> 13. De rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van de
                            aanhouding op de hoogte gesteld. Gedurende de aanhouding worden de
                            termijnen als bedoeld in lid 1 en 2 opgeschort.</al><al> 14. Na verlening van de in lid 3 bedoelde vergunning, beslissen
                            burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk op de aanvraag, doch in
                            elk geval binnen de termijn als bedoeld in lid 1.</al><al> 15. Indien het derde lid niet van toepassing is, en het bevoegd gezag
                            niet binnen de bij of krachtens het eerste, onderscheidenlijk het tweede
                            lid gestelde termijn op de aanvraag heeft beslist, is de
                            rioolaansluitvergunning van rechtswege verleend overeenkomstig de
                            aanvraag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al> Burgemeester en Wethouders kunnen van de bepalingen van afdeling II
                            afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling
                            beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>De aansluiting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Procedure en in acht te nemen termijnen.</titel></kop><al> 1. De aanvraag procedure omvat het volgende traject</al><al> - verzoek tot aansluiting</al><al> - kosten van de aansluiting</al><al> - uitvoering van de aansluiting</al><al> 2. De volgende termijnen worden hierbij door de gemeente in acht
                            genomen:</al><al> - verzoek tot aansluiting 6 weken.</al><al> - door de aanvrager retour zenden van de voor akkoord getekende brief
                            en betaling 4 weken.</al><al> - realisatie van de perceel aansluiting 6 weken</al><al> - maximale doorlooptijd is daarmee 16 weken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><al> 16. De perceeleigenaar kan om een riool aansluiting verzoeken en dient
                            daartoe een schriftelijk verzoek in bij burgemeester en wethouders van
                            de gemeente.</al><al> 17. Hiertoe dient te worden aangewend het formulier dat de gemeente
                            beschikbaar stelt op het Internet.</al><al> 18. Dit formulier bevat tenminste:</al><al> a. de naam en het woonadres van de aanvrager;</al><al> b. Burgerservicenummer van de aanvrager</al><al> c. Een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager eigenaar is van het
                            perceel</al><al> d. Adres waar de rioleringsaanvraag voor bestemd is</al><al> e. Plattegrond van het aan te sluiten perceel met daarop aangegeven de
                            gevraagde rioleringsaansluiting(en)</al><al> f. Situatieschets van het gebouw tov de omgeving op schaal 1:1000</al><al> 19. Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen
                            als deze gegevens volledig geleverd zijn.</al><al> 20. Indien aan bovenstaande niet is voldaan verzoekt de gemeente tot
                            aanvulling van de gegevens. De periode waarin niet voldaan is aan lid 4
                            van dit artikel schort de termijn op in de aanvraag tot het realiseren
                            van een aansluiting op de riolering. Indien na 6 weken geen reactie is
                            vernomen wordt geacht dat de aanvraag tot aansluiten op de riolering is
                            komen te vervallen. De gemeente is er aan gehouden dat schriftelijk te
                            bevestigen.</al><al> 21. Na ontvangst toetst de behandelend ambtenaar of de gemeente in dat
                            gebied riolering heeft aangelegd en of de capaciteit van de riolering
                            voldoende is om een aansluiting te realiseren. Dit kan leiden tot een
                            afwijzing van de aanvraag of tot het stellen van extra eisen aan de
                            aanvrager.</al><al> 22. Na ontvangst van de aanvraag verzorgt de behandelend ambtenaar een
                            offerte aanvraag bij de aannemer die door de gemeente is
                            geselecteerd.</al><al> 23. Na ontvangst van de offerte van de aannemer toetst de behandeld
                            ambtenaar marginaal of de offerte marktconform is.</al><al> 24. De keuze van de aan te wenden materialen, pompen e.d. zijn ter
                            beoordeling van het team Beheer van de gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><al> 1. De rechthebbende betaalt de werkelijke kosten van de aanleg van de
                            perceelaansluitleiding zoals deze geoffreerd door de aannemer.</al><al> 2. De behandelend ambtenaar stelt na ontvangst van de offerte van de
                            aannemer doch uiterlijk 6 weken na de aanvraag een brief op namens
                            B&amp;W en vermeld hier ten minste in de kosten van de aanleg, de
                            voorwaarden waaronder wordt aangesloten, het ontstoppingsbeleid van de
                            gemeente, en een redelijke termijn na ontvangst van het akkoord van de
                            duplicaatbrief de te verwachten uitvoeringstermijn.</al><al> 3. De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot een tot
                            feitelijke aanleg van de perceelaansluiting over gaan, voordat de
                            rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard middels de
                            duplicaatbrief en de verschuldigde kosten inclusief de omzetbelasting is
                            bijgeschreven op de gemeentelijke rekening.</al><al> 4. De gemeente acht een redelijke termijn van vier weken voor het
                            bijschrijven van de betaling op rekening van de gemeente en het
                            routeneren van de duplicaatbrief.</al><al> 5. De periode zoals omschreven in lid 4 van dit artikel schort de
                            termijn van de aanvraag op doch kan worden bekort door de aanvrager door
                            het eerder voldoen aan de beschreven verplichtingen in lid 4 van dit
                            artikel.</al><al> 6. Indien de gemeente na 6 weken geen reactie heeft ontvangen, of de
                            rechthebbende niet voldaan heeft aan de verplichtingen zoals beschreven
                            in lid 4 van dit artikel gaat de gemeente er vanuit dat de rechthebbende
                            zijn aanvraag heeft ingetrokken. De gemeente is eraan gehouden de van
                            rechtswege ingetrokken beschouwde aanvraag per brief te bevestigen.</al><al> 7. In het geval van betaling zal deze als onverschuldigd worden
                            aangemerkt en uiterlijk binnen 4 weken worden teruggestort aan de
                            aanvrager.</al><al> 8. De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding, zoals
                            bedoeld in het eerste lid, kunnen niet meer in rekening worden gebracht
                            als deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn of worden
                            verhaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><al> 1. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de
                            perceelaansluitleiding vindt niet plaats anders dan door of vanwege de
                            gemeente.</al><al> 2. Nadat de gemeente de perceelaansluitleiding inclusief de
                            ontstoppingsvoorziening heeft aangelegd, voert de rechthebbende zelf de
                            aansluiting van de particuliere afvoerleiding uit.</al><al> 3. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt, na melding bij de
                            gemeente dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet
                            aan het zicht. Na controle door de gemeente dekt de rechthebbende de
                            aansluitleiding af. De gemeente meldt de rechthebbende wanneer de opname
                            heeft plaatsgevonden.</al><al> 4. Indien onverhoopt de aanvrager overgaat tot een clandestiene
                            aansluiting zal de gemeente een baatbelasting heffen gelijk aan de
                            offerte inclusief de omzetbelasting</al><al> 5. Indien de geleverde kwaliteit van de clandestiene aansluiting minder
                            is dan de gemeente zou eisen wordt de clandestiene aansluiting op kosten
                            van de perceeleigenaar verwijderd.</al><al> 6. Voor de realisatie van de perceelaansluiting wordt door de gemeente
                            en maximale termijn in acht genomen van 6 weken.</al><al> 7. In het geval dat er een pompgemaal geplaatst moet worden omdat de
                            gemeente daar alleen een persleiding heeft liggen stelt de
                            perceeleigenaar daarvoor een stukje grond ter beschikking aan de
                            gemeente voor het plaatsen van het pompgemaal en het tracé van de
                            persleiding.</al><al> 8. Dit stukje grond dient vrij toegankelijk te zijn vanaf de openbare
                            weg en bij plaatsen en installeren van het pompgemaal vrij te zijn van
                            obstakels die normale uitvoering in de weg kunnen staan.</al><al> 9. Te allen tijde voor werkzaamheden aan de riolering, de gemeente, of
                            een door de gemeente gemachtigde, toegang heeft tot het perceel om de
                            werkzaamheden te verrichten.</al><al> 10. Indien er een pompgemaal geplaatst wordt, is de afnameverplichting
                            van de gemeente maximaal 1,44l/s (5,2 m3/u).</al><al> 11. Indien voor een aansluiting meer capaciteit vereist is dan in lid
                            10 van dit artikel is omschreven kan daarvoor een aanvraag worden
                            ingediend bij de gemeente.</al><al> 12. Het is ter beoordeling van de gemeente of de onder lid 11 van dit
                            artikel genoemde aanvraag of de capaciteit van haar leidingenstelsel
                            en/of de gemeente opgelegde afnameverplichting door het waterschap
                            overschreden wordt, dit mogelijk maakt. Indien dat zou moeten leiden tot
                            het vergroten van het gemeentelijke leidingensysteem zijn hiervoor de
                            kosten voor de aanvrager.</al><al> 13. Indien er een aansluitverplichting rust op een perceel wegens een
                            opgelegde wettelijke verplichting, en daarmee de capaciteit van het
                            gemeentelijke leidingensysteem vergroot dient te worden, zijn de kosten
                            daarvan voor rekening van die perceeleigenaar.</al><al> 14. Deze verordening maakt het mogelijk voor de gemeente om de in lid
                            11 of lid 13 van dit artikel genoemde leden, om alvorens over te gaan
                            tot een capaciteitsvergroting van haar leidingensysteem, regels te
                            stellen / op te leggen aan de in lid 11 van dit artikel genoemde
                            aanvrager of de in lid 13 van dit artikel genoemde perceeleigenaar ter
                            regulering van het afvalwateraanbod</al><al> 15. Indien de gemeente op tijd een elektra-aansluiting voor het te
                            plaatsen pompgemaal heeft aangevraagd bij de netbeheerder, maar de
                            netbeheerder niet binnen de gestelde uitvoeringstermijn de aansluiting
                            kan realiseren, zal de gemeente het pompgemaal plaatsen, doch zal het de
                            termijn van oplevering zoals gesteld in lid 6 van dit artikel opschorten
                            tot het moment van realiseren van de aansluiting door de
                            netbeheerder.</al><al> 16. Indien het wenselijk is dat een elektra aansluiting gerealiseerd
                            wordt anders dan via de netbeheerder vergoedt de gemeente maximaal de
                            werkelijke kosten van het elektraverbruik daarvan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aansluithoogte van een uitlegger</titel></kop><al> 1. De gemeente biedt een aansluiting aan op de erfgrens van het perceel
                            waarop de rechthebbende kan aansluiten.</al><al> 2. Hiertoe biedt de gemeente en z.g. uitlegger aan die tenminste een
                            diameter heeft van 125mm en vervaardigd is van PVC.</al><al> 3. De binnen onderkant buis van de standaard uitlegger ligt op een
                            aansluitdiepte van 0,70-0,80m beneden het maaiveld</al><al> 4. Indien er door de gemeente uitleggers zijn gerealiseerd in het
                            verleden, bij aanleg van de riolering, dient op een dergelijke uitlegger
                            te worden aangesloten.</al><al> 5. Indien de uitlegger te hoog ligt voor de te realiseren aansluiting
                            waarop de rechthebbende kan aansluiten is de gemeente er niet aan
                            gehouden de uitlegger te moeten verlagen.</al><al> 6. Slechts op speciaal verzoek kan de gemeente indien daar
                            mogelijkheden toe bestaan de aanlegdiepte van de uitlegger verlagen. Dit
                            is alleen mogelijk als er en z.g. opboring op de rioolbuis tbv de
                            uitlegger vervaardigd moet worden en de wegconstructie daartoe geen
                            onnodige schade aan toegebracht moet worden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Beheer en calamiteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beheer</titel></kop><al> 1. Het beheer, daaronder begrepen onderhoud, de renovatie dan wel de
                            vervanging van de perceelaansluitleiding, inclusief
                            ontstoppingsvoorziening, wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en
                            voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de
                            betreffende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een
                            onjuist gebruik van de particuliere afvoerleiding, in welk geval de
                            kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.</al><al> 2. Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                            perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het openbaar
                            riool.</al><al> 3. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al><al> a. het via deze aansluiting lozen van stoffen en/of zaken die, vanwege
                            hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het
                            openbaar riool veroorzaken of anderszins de werking van het openbaar
                            riool negatief kunnen beïnvloeden;</al><al> b. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of
                            concentratie, de constructie van de aansluitleiding aantasten;</al><al> c. lozen van afvalwater of deelstromen daarvan, waaronder begrepen
                            hemelwater, bronneringswater en drainagewater, op een niet daarvoor
                            bedoeld stelsel.</al><al> 4. De kosten voor het beheer van de particuliere afvoerleiding,
                            exclusief ontstoppingsvoorziening, komen voor rekening van de
                            rechthebbende.</al><al> 5. Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het
                            aansluitpunt moet de rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere
                            afvoerleiding hierop kan worden aangesloten op een zodanig wijze dat de
                            afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><al> 1. Bij een verstopping of een andere storing in de aansluitleiding
                            stelt de rechthebbende door middel van de ontstoppingsvoorziening vast
                            in welk gedeelte van de aansluitleiding de verstopping zich bevindt; de
                            particuliere afvoerleiding of de perceelaansluitleiding.</al><al> 2. Indien de verstopping zich op gemeenteterrein bevindt, is de
                            rechthebbende verplicht de gemeente in te schakelen teneinde de
                            verstopping te verhelpen.</al><al> 3. Bevindt de verstopping zich in de particuliere afvoerleiding dan
                            moet de rechthebbende of gebruiker zelf de verstopping of storing
                            verhelpen, tenzij de oorzaak van de verstopping aantoonbaar afkomstig is
                            van het openbaar riool.</al><al> 4. Indien in gevallen als in het tweede lid wordt verzuimd de gemeente
                            in te schakelen, is de gemeente niet verplicht de daartoe gemaakte
                            kosten te vergoeden.</al><al> 5. Indien de rechthebbende niet op de hoogte is van de precieze locatie
                            van de ontstoppingsvoorziening, moet contact worden opgenomen met de
                            gemeente.</al><al> 6. Indien een verstopping op gemeenteterrein, zoals bedoeld in lid 2,
                            het gevolg is van aantoonbaar onjuist gebruik door de rechthebbende,
                            dienen de kosten van het verhelpen van de verstopping door de
                            rechthebbende te worden betaald.</al><al> 7. Woningen of bedrijven aangesloten op mechanische riolering lozen
                            veelal op een kleine pompput (rioolgemaaltje). In het geval van een
                            vermeende verstopping aan het gemeentelijke riool waarbij de z.g. rode
                            lamp op de rioleringskast brandt van deze pompput, dient deze storing zo
                            spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan de meldlijn van de
                            gemeente.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><al> 1. Bij sloop of andere daarmee samenhangende werkzaamheden op een op
                            het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende
                            zodanige voorzieningen aan de particuliere afvoerleiding worden
                            getroffen dat iedere belemmering van het openbare riool wordt
                            voorkomen.</al><al> 2. Als de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in
                            het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid
                            de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan
                            verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beëindiging gebruik</titel></kop><al> 1. Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd
                            is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan binnen vier weken in
                            kennis te stellen.</al><al> 2. Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd,
                            wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende aansluitvergunning
                            ingetrokken, waarna de particuliere afvoerleiding dan wel -leidingen
                            door de rechthebbende wordt verwijderd.</al><al> 3. De rechthebbende onttrekt de locatie van de verwijderde particuliere
                            afvoerleiding dan wel –leidingen gedurende drie werkdagen niet aan het
                            zicht. Na controle door de gemeente dekt de rechthebbende de locatie
                            af.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al> 1. Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot
                            stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV, V en afdeling
                            VI van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al><al> 2. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten
                            gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde
                            in deze overeenkomsten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al> Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze
                            verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te
                            wijzen personen of groep van personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgend op die van
                            haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als: Rioolaansluitverordening
                            Neerijnen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</al><al>Van 26 september 2013 </al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter </ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Toelichting rioolaansluitingsverordening gemeente Neerijnen</titel></kop><al> 1.1 Inleiding</al><al> Inzameling en transport van stedelijk afvalwater zijn taken van de gemeente, op
                    grond van artikel 10.33 Wm. Voor het uitvoeren van deze taak heeft de gemeente
                    rioolstelsels aangelegd en zorgt de gemeente voor het beheer van deze stelsels.
                    Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen de burger en de gemeente
                    inzake de aansluiting op het openbaar rioolstelsel en het afkoppelen van
                    hemelwater. In een aansluitverordening worden voorwaarden gesteld aan de wijze
                    waarop een aansluiting op het openbaar riool kan worden verkregen. Daarnaast
                    wordt geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer van de
                    perceelaansluiting. Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat
                    er dan duidelijkheid bestaat over de verwachtingen die burgers en de gemeente
                    van elkaar mogen hebben. De gemeente is bevoegd tot het vaststellen van een
                    rioolaansluitverordening op grond van artikel 10.33 Wm en de algemene
                    verordenende bevoegdheid van artikel 149 Gemeentewet. 1.2 De gemeentelijke
                    rioolaansluitverordening</al><al> Uitgangspunt van de Aansluitverordening is dat voor een nieuwe aansluiting of
                    een wijziging van de bestaande aansluiting, een aansluitvergunning is vereist.
                    In de aansluitvergunning worden de voorwaarden gesteld waaronder de
                    rechthebbende een aansluiting kan verkrijgen en mag gebruiken. Hierbij moet
                    rekening worden gehouden met de in het Bouwbesluit genoemde bouwtechnische
                    eisen. Op basis van de rioolaansluitverordening kunnen in de aansluitvergunning
                    voorwaarden worden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de
                    aansluitleiding en beëindiging van het gebruik van de aansluiting. Daarbij
                    kunnen er andere voorwaarden worden gesteld in het geval er een gescheiden
                    rioolstelsel aanwezig is. In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt
                    voor een verdeling van het beheer van de aansluitleiding, waarmee problemen als
                    gevolg van de verdeling van de eigendom van een aansluitleiding worden
                    voorkomen. Dit betekent dat de gemeente en de rechthebbende elk verantwoordelijk
                    zijn voor het onderhoud van een deel van de aansluitleiding. Werkzaamheden aan
                    de particuliere afvoerleiding vallen onder de verantwoordelijkheid van de
                    rechthebbende op het aangesloten perceel.</al><al> Het deel van de aansluitleiding vanaf het aansluitpunt naar het openbaar
                    rioolstelsel wordt in de verordening de perceelaansluitleiding genoemd en staat
                    onder beheersverantwoordelijkheid van de gemeente. Deze ligt meestal in openbare
                    grond. Als nu bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in de particuliere
                    afvoerleiding, dan moet de rechthebbende op grond van de
                    rioolaansluitverordening zelf en voor eigen rekening zorg dragen voor het
                    verhelpen van het probleem. Is er een verstopping ontstaan in de
                    perceelaansluitleiding, bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels of door een
                    verzakking, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. Ook de kosten van
                    onderhoud, renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn voor de
                    gemeente. De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of
                    door een namens de gemeente in te schakelen aannemer. De perceeleigenaar betaalt
                    de kosten op basis van een offertevoorstel. De gemeente kan in ieder geval niet
                    tot feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over gaan, voordat de
                    rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de kosten van de
                    aanleg van de perceelaansluitleiding en deze kosten ook heeft betaald. De kosten
                    moeten worden aangemerkt als genotsretributies in de zin van artikel 229 van de
                    Gemeentewet. Dit betekent dat niet meer in rekening mag worden gebracht dan de
                    daadwerkelijke kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van een
                    perceelaansluitleiding. De verlening van de aansluitvergunning kan door de
                    gemeente worden geweigerd als aansluiting van een particuliere afvoerleiding op
                    het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische
                    juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is. In de verordening is
                    geen uitputtende regeling opgenomen met betrekking tot de weigeringsgronden van
                    de vergunning. De rioolaansluitverordening van de gemeente Neerijnen bestaat uit
                    17 artikelen, die zijn ondergebracht in zes afdelingen. Afdeling II regelt de
                    aansluitvergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de
                    verlening en tot slot de gronden tot weigering. Tevens is er een
                    aanhoudingsplicht geregeld. In afdeling III komt het tot stand brengen van de
                    aansluiting aan de orde. Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijziging, de
                    kosten en de uitvoering geregeld. Het onderhoud komt in afdeling IV aan de orde,
                    de verwijdering en sloop van de aansluiting in afdeling V. De laatste afdeling
                    tenslotte, afdeling VI, betreft de overgangs- en slotbepalingen. 1.3
                    Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al> In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is tamelijk
                    uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de betekenis
                    van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                    rioolaansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden
                    de definities van artikel 1. De aansluitleiding is de benaming voor de gehele
                    leiding vanaf de binnenriolering tot en met de aansluiting op het openbaar
                    riool. Het openbaar riool is het deel van de riolering wat in eigendom en beheer
                    is van de gemeente ten behoeve van de inzameling en transport van afvalwater.
                    Onder dit begrip vallen eveneens rioolgemalen, persleidingen, vacuümleidingen,
                    werken en installaties van overeenkomstige aard in beheer bij de gemeente. De
                    particuliere afvoerleiding maakt geen deel uit van het openbaar riool.</al><al> Deze aansluitleiding wordt volgens de definities vervolgens onderverdeeld in de
                    particuliere afvoerleiding, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding. Omdat
                    het aansluitpunt de scheidingslijn vormt tussen de beheersverantwoordelijkheid
                    van de gemeente en de beheersverantwoordelijkheid van de perceeleigenaar is het
                    belangrijk dat een duidelijke definitie wordt gegeven van het aansluitpunt. In
                    de gemeente Neerijnen wordt voor nieuwe situaties als aansluitpunt
                    aangemerkt:</al><al> • De ontstoppingsvoorziening, gelegen op of nabij de kadastrale eigendomsgrens
                    op het terrein van de particulier</al><al> • Bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een vrij vervalstelsel het
                    punt waar de aansluitleiding de kadastrale eigendomsgrens snijdt</al><al> • Bij afwezigheid van de ontstoppingsvoorziening bij een mechanisch stelstel
                    het punt, gelegen op 0,5 meter van een gemeentelijke voorziening. Bij dit
                    laatste kan gedacht worden aan een (pomp)put. Schematisch ziet het een en ander
                    er als volgt uit. <plaatje><illustratie id="ib59ce1c0-49d8-4163-a8f6-6ca83264228b" naam="i230147ib59ce1c0-49d8-4163-a8f6-6ca83264228b.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="8.18cm"/></plaatje> De rechthebbende is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen.
                    De rechthebbende is de perceelseigenaar. Tevens worden als rechthebbende
                    aangemerkt:</al><al> • De zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel</al><al> • De rechtsopvolgers van deze eigenaren of zakelijk gerechtigden, zodat de
                    vergunning geldig blijft in geval het perceel bijvoorbeeld wordt verkocht</al><al> • Vereniging van eigenaren</al><al> • De rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij moet er voor zorgen dat de
                    huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft. Dit geldt ook als de
                    verhuurder een woningbouwvereniging is. De woningbouwvereniging is als
                    rechthebbende (vergunninghouder) het aanspreekpunt in relatie tot de gemeente.
                    Het centrale begrip stedelijk afvalwater omvat het huishoudelijk afvalwater of
                    een</al><al> mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of
                    ander afvalwater.</al><al> Hemelwater waarvan het redelijkerwijs niet van de rechthebbende kan worden
                    gevergd dat het op of in de bodem of in het oppervlaktewater wordt gebracht is
                    hierbij inbegrepen. Artikel 2 Vergunningplicht</al><al> In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particuliere afvoerleiding
                    op de openbare riolering of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden
                    is zonder aansluitvergunning.</al><al> De aansluitvergunning geldt ook voor het in stand houden van een aansluiting.
                    De voor het in werking treden van de rioolaansluitverordening al bestaande
                    aansluitingen vallen uitdrukkelijk niet onder de vergunningplicht om te
                    voorkomen dat voor alle bestaande situaties bij het in werking treden van de
                    verordening een aansluitvergunning moet worden afgegeven. Zie hiervoor artikel
                    14 inzake het overgangsrecht.</al><al> Een aansluitvergunning is een beschikking in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Bijzondere bepalingen omtrent beschikkingen zijn te vinden in
                    hoofdstuk 4, titel 4.1 van genoemde wet. In de aansluitvergunning kan een aantal
                    voorschriften worden opgenomen over de particuliere afvoerleiding zoals die
                    aanwezig moet zijn op het moment dat de aansluiting tot stand gebracht wordt.
                    Daarnaast kunnen de voor de rechthebbende geldende regels uit de verordening met
                    betrekking tot het onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, in de
                    aansluitvergunning worden vermeld. In lid 3 wordt aangegeven, dat burgemeester
                    en wethouders alleen aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die
                    overeenstemmen met het openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er
                    bijvoorbeeld geen aansluitvergunning kan worden verkregen voor de gemengde
                    afvoer van hemelwater en het overige afvalwater als ter plaatse een gescheiden
                    stelsel ligt. Ook kan bijvoorbeeld geen vergunning worden verleend voor een
                    hemelwateraansluiting op drukriolering. Met deze bepaling in lid 3 is een
                    duidelijke basis gelegd voor handhavend optreden. De gemeente kan bij de
                    handhaving van de rioolaansluitverordening niet overgaan tot het afsluiten van
                    een aansluitleiding als dit tot gevolg heeft dat de rechthebbende niet meer in
                    staat is zijn afvalwater van het perceel af te voeren. De gemeente zou dan in
                    strijd handelen met haar zorgplicht van artikel 10.33 Wet milieubeheer. In
                    plaats van op deze wijze bestuursdwang toepassen, zou in deze gevallen het
                    opleggen van een dwangsom uitkomst kunnen bieden. Daarnaast hanteert de gemeente
                    Neerijnen bij mechanische riolering een maximale afvoer van 1,44 liter per
                    seconde, wat als voorschrift in de vergunning mag worden opgenomen. In lid 3
                    wordt tevens bepaald dat de aansluitvergunning wordt verleend ten behoeve van de
                    afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde leidingenstelsel, als ter
                    plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is en redelijkerwijs niet kan worden
                    gevergd dat het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                    oppervlaktewater wordt gebracht. Dit past binnen de watertrits vasthouden –
                    bergen - afvoeren. Binnen de bebouwde kom van gemeente Neerijnen is infiltratie
                    in de bodem veelal niet mogelijk gezien de grondslag en de nabijheid van de
                    Waal.</al><al> De gemeente houdt daarom de volgende voorkeursvolgorde aan:</al><al> 1. bergen op eigen terrein</al><al> 2. direct lozen op aanwezig of aangrenzend oppervlaktewater</al><al> 3. lozen in het hemelwaterstelsel</al><al> 4. lozen in het gemengd stelsel.</al><al> In beginsel wordt optie 1 gevolgd. Allen indien dat niet mogelijk is, kunnen in
                    volgorde de overige aangegeven opties worden gevolgd. Als de aansluitvergunning
                    is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen aan burgemeester en wethouders
                    om de perceelaansluitleiding aan te leggen zodat de rechthebbende hierop kan
                    aansluiten (zie artikel 7). Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen
                    verleent voor percelen waar uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt
                    gebracht, kunnen burgemeester en wethouders als een jaar na de
                    vergunningverlening nog geen verzoek is gedaan tot aansluiting, de vergunning
                    van rechtswege laten vervallen.</al><al> Artikel 3 De vergunningaanvraag</al><al> Artikel 3 bepaalt dat de aansluitvergunning moet worden aangevraagd door de
                    rechthebbende. Om dit te vereenvoudigen, moet de aanvraag worden gedaan met een
                    daartoe bestemd formulier. </al><al> In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Het is
                    mogelijk dat de gevraagde gegevens, die nodig zijn om een aansluiting goed tot
                    stand te brengen, reeds zijn vastgelegd in een omgevingsvergunning. Hieronder
                    moet ook de voormalige bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet
                    milieubeheer gelezen worden. In deze gevallen kan de aanvrager in dat geval
                    volstaan met een kopie van deze gegevens. Op grond van lid 4 krijgt de
                    aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog vier weken de tijd om de
                    gegevens aan te vullen als de overlegde gegevens incompleet zijn. Artikel 4
                    Weigering van de aansluitvergunning</al><al> In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven, dat het moet gaan om redenen die de doelmatige
                    inzameling en afvoer van het riool belemmeren. Dit kunnen bijvoorbeeld
                    juridische of milieuhygiënische weigeringsgronden zijn. Naast de gronden die in
                    deze verordening genoemd zijn, gelden ook de algemene regels ten aanzien van
                    lozingen in het Activiteitenbesluit (voor inrichtingen), het Besluit lozen
                    afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Wanneer
                    bijvoorbeeld de lozing van afvalwater de doelmatige werking van het openbaar
                    riool en/of de RWZI belemmert, kan geen vergunning verleend worden. In lid 2
                    worden voorbeelden gegeven van mogelijke weigeringsgronden voor aansluiting op
                    de openbare riolering. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden zijn niet
                    uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de motivatie om
                    een vergunning te weigeren. Bij een weigering wordt altijd aangegeven, aan welke
                    eisen moet worden voldaan om alsnog voor de aansluitvergunning in aanmerking te
                    komen. Per 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet
                    voorziet in een hemelwaterzorgplicht en een zorgplicht voor grondwater, naast de
                    al langer bestaande zorgplicht voor afvalwater in de Wet milieubeheer. De hemel-
                    en grondwaterzorgplicht zijn opgenomen in respectievelijk artikel 3.5 en 3.6
                    Waterwet. De afvalwaterzorgplicht en de hemelwaterzorgplicht zijn van belang in
                    deze verordening. De afvalwaterzorgplicht houdt in het kort in dat de gemeente
                    de zorgplicht heeft om stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren
                    naar een zuiveringstechnisch werk van stedelijk afvalwater.</al><al> De hemelwaterzorgplicht houdt in dat de gemeenteraad of het college van
                    burgemeester en wethouders zorg dragen voor een doelmatige inzameling en
                    verwerking van het afvloeiend hemelwater, voor zover van diegene die zich
                    daarvan ontdoet, voornemens is te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs
                    niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het
                    oppervlaktewater te brengen. De rioolaansluitverordening sluit hier op aan.
                    Artikel 5 Verlening van de aansluitvergunning</al><al> Burgemeester en wethouders moeten op grond van artikel 5, lid 1, binnen 8 weken
                    beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet voldoende zijn om een aanvraag voor
                    een aansluitvergunning te behandelen, en komt overeen met die welke in artikel
                    4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt
                    aangemerkt in geval er geen termijn is bepaald. Als binnen deze termijn geen
                    beslissing op de aanvraag wordt genomen zonder opgaaf van redenen zoals het
                    ontbreken van gegevens om de aanvraag te behandelen of het aanhouden van de
                    aanvraag zoals net genoemd, geldt het zesde lid. In dat geval is de
                    aansluitvergunning van rechtswege verleend. In geval de rechthebbende voor het
                    betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft
                    lopen (voor zover het de bouwvergunning en/of een milieuvergunning betreft),
                    wordt de aanvraag voor de aansluitvergunning aangehouden totdat deze vergunning
                    is verleend. Een weigering van de omgevingsvergunning vormt een directe
                    weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is opgenomen in
                    artikel 4. Artikel 6 Hardheidsclausule</al><al> Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen omtrent het verlenen van de
                    aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd
                    met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een hardheidsclausule
                    opgenomen. Via de hardheidsclausule is de mogelijkheid opengelaten om in
                    incidentele gevallen van het bepaalde in afdeling II van deze verordening af te
                    wijken. Er dienen zodanige omstandigheden aanwezig te zijn dat toepassing van de
                    bepalingen betreffende het verlenen van de aansluitvergunning tot pertinente
                    onbillijkheden leiden. Artikel 7 Het verzoek tot de aanleg of wijziging
                    perceelaansluitleiding</al><al> In artikel 7 is vastgelegd hoe de rechthebbende na het verkrijgen van de
                    aansluitvergunning een verzoek kan doen tot aansluiting op het openbaar riool.
                    Na het indienen van een verzoek dient de gemeente binnen zes weken een afspraak
                    te maken om de werkzaamheden uit te voeren. Artikel 8 Kosten van de
                    aansluiting</al><al> Het bedrag dat de rechthebbende voor de (aanleg van de) aansluiting dient te
                    betalen, moet worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven ter zake van het
                    genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229,
                    eerste lid, sub b, van de Gemeentewet).</al><al> Dit betekent dat het in rekening gebrachte bedrag niet hoger mag zijn dan de
                    kosten die de gemeente in werkelijkheid moet maken. De rechthebbende betaalt de
                    werkelijke kosten van de perceelaansluitleiding. Burgemeester en wethouders
                    informeren hem vooraf over de hoogte van het bedrag, nadat een offerte bij een
                    aannemer is gevraagd. De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot
                    feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding over te gaan, voordat de
                    rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de kosten van de
                    aanleg van de perceelaansluitleiding.</al><al> Wanneer de kosten reeds op een andere manier verhaald zijn of worden,
                    bijvoorbeeld in het kader van de grondexploitatie, dan worden deze niet in
                    rekening gebracht. Artikel 9 Uitvoering aanleg of wijziging van de
                    perceelaansluitleiding</al><al> In artikel 9 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding
                    geschiedt door of vanwege de gemeente. Nadat de gemeente de
                    perceelaansluitleiding heeft laten aanleggen, sluit de rechthebbende zijn
                    particuliere afvoerleiding aan op de perceelaansluitleiding. Daarna moet het
                    aansluitpunt nog drie werkdagen in het zicht blijven zodat de gemeente kan
                    controleren of de aansluiting deugdelijk tot stand is gebracht. Op basis van
                    art. 6.18 lid 5 Bouwbesluit 2012 kan de gemeente aanwijzingen geven over de
                    wijze waarop de particuliere afvoerleiding de gevel van het bouwwerk dan wel de
                    grens van het terrein moet kruisen, en of voorzieningen moeten worden
                    aangebracht om het terugvloeien van afvalwater of hemelwater te voorkomen
                    wanneer de leiding te laag is gelegen of niet onder vrijverval kan afstromen en
                    bij gevolg het water moet worden verpompt. Tevens kan de gemeente aanwijzingen
                    geven die betrekking hebben op de kwaliteit en de dimensionering van de
                    particuliere afvoerleiding en de in deze leiding op te nemen voorzieningen voor
                    be- en ontluchting. In een omgevingsvergunning kan de gemeente in de
                    voorschriften daar aanvulling aan geven. Artikel 6.18, vijfde lid, Bouwbesluit
                    2012 luidt als volgt:</al><al> a. indien voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar
                    vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 10.33, tweede lid, van de
                    Wet milieubeheer aanwezig is waarop aangesloten kan worden: op welke plaats, op
                    welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een
                    afvoervoorziening als bedoeld in artikel 6.16 op dat riool of dat systeem
                    noodzakelijke gebouwaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de
                    grens van het erf of terrein wordt aangelegd;</al><al> b. indien voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een
                    openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop aangesloten kan worden en hemelwater
                    op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en
                    met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als
                    bedoeld in artikel 6.17 op dat stelsel of riool noodzakelijke
                    gebouwaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf
                    of terrein wordt aangelegd, en</al><al> c. of, en zo ja welke voorzieningen in de gebouwaansluiting moeten worden
                    aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige
                    aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport
                    van afvalwater te waarborgen. Beerputten en septic-tanks mogen in de
                    particuliere afvoerleiding niet voorkomen, tenzij deze als buffervoorziening
                    worden gebruikt. Artikel 10 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</al><al> Artikel 10 geeft nadere regels over het onderhoud, de renovatie en vervanging
                    van de aansluitleiding. In het eerste lid is aangegeven, dat onjuist gebruik van
                    de aansluitleiding niet is toegestaan. In het tweede lid staan een aantal
                    omstandigheden, die in ieder geval onder ‘onjuist gebruik’ vallen. Hierbij valt
                    te denken aan bijvoorbeeld het gebruik het doorspoelen van vochtige doekjes of
                    het lozen van hemelwater op drukriolering. De gemeente verricht op haar eigen
                    kosten de onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding,
                    tenzij het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden
                    moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van de
                    aansluitleiding door de rechthebbende of de gebruiker. In dat geval komen de
                    kosten voor rekening van de rechthebbende. Tevens moet de rechthebbende zorgen
                    dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft van aanslag, slib, en
                    dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan raken. De rechthebbende
                    is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de particuliere
                    afvoerleiding, tenzij aantoonbaar is dat de noodzaak tot onderhoud is
                    veroorzaakt door terugstroming van afvalwater uit het openbaar riool.</al><al> Wanneer de gemeente van de hoogteligging van het aansluitpunt wijzigt moet de
                    rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere afvoerleiding hierop kan worden
                    aangesloten. Dit moet op een zodanig wijze dat de afvoer vanuit het perceel
                    ongehinderd kan plaatsvinden. De kosten die hieraan zijn verbonden blijven voor
                    rekening van de rechthebbende, tenzij het aansluitpunt hoger komt te liggen dan
                    de hoogte ten tijde van de aansluiting. Bij een wijziging van de kadastrale
                    grens dient de ontstoppingsvoorziening op kosten van de rechthebbende verplaatst
                    te worden. Artikel 11 Calamiteiten</al><al> In artikel 11 is een calamiteitenregeling opgenomen. Bij verstoppingen laat de
                    rechthebbende onderzoek doen naar de oorzaak van de verstopping. Als de
                    verstopping zich in het openbaar gebied bevindt, moet de gemeente worden
                    ingeschakeld. De gemeente draagt vervolgens zorg voor het verhelpen van de
                    verstopping.</al><al> Indien men niet de gemeente inschakelt, maar de werkzaamheden volledig laat
                    verrichten door een eigen ingeschakeld bedrijf, vergoedt de gemeente deze kosten
                    niet. Als de verstopping zich in het particuliere deel van de aansluitleiding
                    voordoet, dan behoort dit tot de zorg van de rechthebbende. Wanneer de
                    rechthebbende niet op de hoogte is van de locatie van de
                    ontstoppingsvoorziening, kan contact gezocht worden met de gemeente. De gemeente
                    beschikt over kaartmateriaal waarop de ontstoppingsvoorzieningen zijn
                    aangegeven.</al><al> Verwezen wordt naar het verstoppingsbeleid van de gemeente Neerijnen, te vinden
                    op de gemeentelijke website. Artikel 12 Zorgplicht</al><al> In artikel 12 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden
                    bij werkzaamheden, bijvoorbeeld sloopwerkzaamheden, die schade kunnen
                    veroorzaken aan het openbaar riool. Hierbij kan gedacht worden aan verzanding
                    van het riool. In het belang van het openbaar riool heeft de gemeente de
                    bevoegdheid om de aansluiting op het openbaar riool op kosten van de
                    rechthebbende af te sluiten als de rechthebbende zelf geen voorzieningen treft
                    om schade aan het openbaar riool te voorkomen. Artikel 13 Beëindiging
                    gebruik</al><al> In dit artikel is vastgelegd dat bij definitieve beëindiging van het gebruik
                    van een aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt ingetrokken en de leiding
                    wordt verwijderd. Per geval zal bekeken worden of de gehele aansluitleiding moet
                    worden verwijderd of dat slechts de particuliere afvoerleiding zal moeten worden
                    verwijderd, waarbij de perceelaansluitleiding wel behouden blijft. In het licht
                    van de plicht van de gemeente om te zorgen voor de doelmatige inzameling en het
                    doelmatig transport van afvalwater kan het gewenst zijn dat de
                    perceelaansluitleiding behouden blijft. Zeker als het gaat om beëindiging van
                    het gebruik vanwege sloop en herbouw van de bestaande bouw zal het beter kunnen
                    zijn om te bepalen dat slechts de particuliere afvoerleiding moet worden
                    verwijderd. Artikel 14 Overgangsrecht</al><al> Omdat met het van kracht worden van de rioolaansluitverordening juridisch een
                    nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 14 een aantal overgangsbepalingen
                    opgenomen. Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog in behandeling moeten worden
                    genomen, worden behandeld volgens de regeling in de verordening.</al><al> Middels lid 1 van artikel 14 worden op alle reeds bestaande aansluitingen de
                    bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud en de zorgplicht bij
                    verwijdering en sloop van toepassing verklaard. Uiteraard mag deze toepassing
                    geen strijd opleveren met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij
                    wijziging van een bestaande aansluiting bestaat de plicht om daarvoor een
                    aansluitvergunning te verkrijgen. Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand
                    brengen van aansluitingen op het openbaar riool in het verleden met
                    perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn gemaakt die
                    strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 2 vastgelegd dat in
                    dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het zou
                    immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar
                    opzij worden gezet. Artikel 15 Toezicht</al><al> In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wordt aangegeven dat
                    onder toezichthouder wordt verstaan: Een natuurlijk persoon, die bij of
                    krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de
                    naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een
                    persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in
                    afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de
                    Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college
                    worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang.
                    Hierin staat beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te
                    vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                    identificatieplicht. Het college wijst in de regel een gemeentelijke afdeling of
                    dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van
                    de verordening. Voorts kan het college ambtenaren aanwijzen van andere
                    afdelingen of diensten. Artikel 16 Inwerkingtreding</al><al> De inwerkingtreding van de verordening is in beginsel acht dagen na de
                    bekendmaking; zie artikel 142 van de Gemeentewet. Artikel 17 Citeertitel</al><al> Deze verordening krijgt als titel Rioolaansluitverordening Neerijnen.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>