<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR305958_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Ommen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtdal Centraal, 17-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Ommen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-14</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Ommen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ommen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 oktober 2013,
                        kenmerk 603779;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN OMMEN 2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="1."><al>de begraafplaats aan de Hardenbergerweg te Ommen;</al></li><li nr="2."><al>de begraafplaats "Laarmanshoek" aan de Zwolseweg te
                                            Ommen;</al></li><li nr="3."><al>de begraafplaats aan de Beerzerhaar te Beerzerveld;</al></li><li nr="4."><al>de begraafplaats aan de Dr. A.C. van Raaltestraat te
                                            Ommen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf of keldergraf</al></li><li nr="c."><al>particulier graf: een zandgraf of keldergraf, waarvoor aan een
                                    natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een
                                    ieder voor tien jaar gelegenheid wordt geboden tot het doen
                                    begraven van lijken;</al></li><li nr="e."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meer lijkenworden begraven of asbussen worden bijgezet;
                                    grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of
                                    wand;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>urnennis: een nis in een urnenmuur of columbarium welke kan
                                    worden verhuurd aan een natuurlijk of rechtspersoon voor een van
                                    tevoren overeen gekomen periode voor het doen bijzetten en
                                    bijgezet houden van een of meer urnen of asbussen;</al></li><li nr="h."><al>urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="i."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="j."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="k."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;</al></li><li nr="l."><al>gedenkplaatje: een plaatje ter nagedachtenis aan een overledene
                                    waarvan de as is verstrooid op de verstrooiingsplaats van de
                                    begraafplaats;</al></li><li nr="m."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    op de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="n."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon aan wie een uitsluitend recht
                                    is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf
                                    of aan wie een urnennis is verhuurd of de eigenaar van de op een
                                    algemeen graf aangebrachte grafbedekking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder "particulier graf" mede verstaan: een
                            particulier urnengraf.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast
                                te stellen tijden. Deze tijden worden openbaar bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en
                                wethouders, werkzaamheden voor derden op de begraafplaats(en) te
                                verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al><al> Zij die zich niet aan de aanwijzing houden, moeten op eerste
                                aanzegging van de beheerder zich van de begraafplaats
                                verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                            plechtighedenop de begraafplaats moeten zes dagen tevoren worden gemeld
                            aan burgemeester en wethouders onder opgave van datum en uur van de
                            plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden en het toezicht daarop zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan tenminste 24 uur voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                                plaatsvinden, kennisgeving aan de beheerder. De zaterdag geldt voor
                                de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.</al><al>Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen
                                36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de
                                beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden op aanwijzingen en onder
                                toezicht van de beheerder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Geluidsinstallatie</titel></kop><al>Het gebruik van de geluidsinstallatie moet gelijktijdig bij de
                            kennisgeving als bedoeld in artikel 7, lid 1, worden aangevraagd bij de
                            beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as wordt door burgemeester
                                en wethouders bij nadere regels vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnengraven;</al><al> Tevens kunnen worden verhuurd:</al></li><li nr="c."><al>urnennissen;</al><al> Verder wordt de mogelijkheid geboden tot het gebruik
                                        van:</al></li><li nr="d."><al>algemene graven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels
                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen
                                worden bijgezet in een particulier graf en hoeveel verstrooiingen
                                van as er op of in de graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens
                                de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een algemeen graf kan een door burgemeester en wethouders te
                                bepalen aantal lijken worden begraven en/of een nader aantal
                                asbussen met of zonder urn worden bijgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op speciaal daartoe aangewezen verstrooingsplaatsen op de
                                begraafplaatsen wordt de mogelijkheid geboden tot het uitstrooien
                                van as en tot het daarbij aanbrengen van een gedenkplaatje
                                overeenkomstig de door burgemeester en wethouders bij nadere regels
                                vast te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en
                                buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de
                                begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijn particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij
                                hen in te dienen aanvraag, voor dertig jaar het recht op een
                                particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het
                                eigen graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien, jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaats(en) zulks toelaat, indien daartoe een
                                uitdrukkelijk verzoek, schriftelijk is ontvangen, het recht op een
                                particulier graf verlenen voor onbepaalde tijd. De termijn begint te
                                lopen op de datum waarop het graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één natuurlijk
                                persoon worden verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijn urnennis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verhuren voor de tijd van vijf of tien
                                jaren een urnennis, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk
                                in te dienen aanvraag.</al><al>De termijn begint te lopen op de datum waarop de huur van de
                                urnennis ingaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                vijf of tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de
                                lopende termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 15, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Termijn algemene graven</titel></kop><al>De termijn voor gebruik van een algemeen graf bedraagt tien jaar
                            overeenkomstig de wettelijke minimum grafrusttermijn. Na afloop van deze
                            termijn zijn burgemeester en wethouders gerechtigd deze graven te
                            ruimen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een
                            particulier graf op een daartoe speciaal aangewezen gedeelte van de
                            begraafplaats vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening
                            doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf
                                worden overgeschreven, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen
                                één jaar na het overlijden van de rechthebbende. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende op
                                een graf geen overschrijving van het recht op het graf heeft
                                plaatsgevonden, wordt er vanuit gegaan dat op het verleende recht
                                tot begraven geen prijs wordt gesteld en vervalt dat recht weer aan
                                de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sluiting van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een graf gesloten verklaren.
                                Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere
                                grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving
                                plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as worden
                                verstrooid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de periode waarvoor de in het
                                eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij kunnen de
                                bijzondere voorwaarden vaststellen, waaraan moet zijn voldaan
                                alvorens het graf gesloten wordt verklaard.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vergunning gedenkteken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning
                                nodig van burgemeester en wethouders. Het hebben van een gedenkteken
                                op een particulier graf, een algemeen graf of een particulier
                                urnengraf verplicht de rechthebbende tot betaling van een vergoeding
                                voor het onderhoud van de begraafplaats en grafbedekking welke door
                                de gemeente wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen kunnen
                                burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b."><al>het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Grafbeplanting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij
                                verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten,
                                siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende acht weken ter
                                beschikking gehouden van de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van blijvende beplanting kunnen burgemeester en
                                wethouders nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan door burgemeester en wethouders worden
                                verwijderd na het verstrijken van de termijn van een particulier
                                graf of algemeen graf. De grafbedekking kan tevens worden
                                verwijderd, wanneer de rechthebbende niet voldoet aan zijn
                                verplichting tot betaling van grafrecht of onderhoudsrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd op een op het graf te plaatsen
                                bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het
                                adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is.
                                In dat geval maken zij aan rechthebbende bij een particulier graf en
                                de belanghebbende bij een algemeen graf uiterlijk een jaar voor het
                                genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en
                                wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na
                                verwijdering nog gedurende acht weken ter beschikking van
                                rechthebbende. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het
                                tweede lid genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot
                                enige vergoeding is verplicht indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking niet binnen acht weken nadat deze van het
                                        graf is verwijderd, door of namens de rechthebbende is
                                        afgehaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf of de gebruiker van een
                                algemeen graf is verplicht de grafbedekking in ordelijke staat te
                                houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking in ordelijke staat te houden,
                                kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende
                                voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                                verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de
                                rechthebbende of gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder
                                dat deze tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende per
                                aangetekend schrijven is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouder kunnen de rechthebbende of de gebruiker
                                via een brief verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te
                                herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester
                                en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of
                                indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor
                                derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden en het na
                            verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de
                            winterharde beplantingen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf of graven
                                te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen
                                graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht,
                                tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is.
                                In dat geval delen zij mee wanneer de ruiming van het graf is
                                gepland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de
                                begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij
                                burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om bij ruiming de
                                overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor
                                herbegraving elders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een
                                urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij burgemeester en
                                wethouders een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden
                                voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf, kan bij burgemeester en
                                wethouders een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen
                                verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen
                                dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier urnengraf of de huurder van een
                                urnennis kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen de
                                asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as
                                te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In principe zijn de beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen
                                Ommen en de door burgemeester en wethouders te stellen nadere regels
                                onverkort van toepassing op het aan een kerkgenootschap ter
                                beschikking gestelde deel van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het
                                kerk-genootschap bij uitzondering nadere regels stellen die afwijken
                                van de regels krachtens deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van
                                historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
                                opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van die graven wordt overgegaan onderzoeken
                                burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen
                                om op de lijst te worden bijgeschreven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders houden een register bij van de begraven
                            lijken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De beheersverordening gemeentelijke begraafpaatsen Ommen, vastgesteld op
                            30 november 2000, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De rechten en verplichtingen met betrekking tot particuliere graven en
                            grafbedekkingen die voortvloeien uit de ingevolge artikel 28 ingetrokken
                            verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn
                            ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, derde lid, 4, eerste,
                            tweede, vierde en vijfde lid, en 18, eerste lid, wordt gestraft met een
                            geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening
                            gemeentelijke begraafplaatsen Ommen 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ommen van 14 november 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>wnd. griffier, A.B.H. Hoving. voorzitter, M.J. Ahne.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Ommen
                        2014</titel></kop><tussenkop>A. Algemene toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al/><al><cursief>De gemeente Ommen volgt in deze beheersverordening, evenals in de
                        voorgaande, het model van de VNG. Zowel de opbouw als de inhoud sluit hier
                        grotendeels op aan. Qua inhoud en formulering is deze in een aantal
                        artikelen aangepast naar de praktijk zoals wij die in Ommen voor ogen
                        hebben. Het model van de VNG is voor het laatst vernieuwd in 2010. Dit is
                        voor een deel de aanleiding om nu de beheersverordening van Ommen aan te
                        passen. De grootste aanleiding ligt echter in het feit van de recente
                        ingebruikname van een stuk uitbreiding op begraafplaats Laarmanshoek en het
                        advies om bij uitgifte van nieuwe graven een bepaalde termijn te hanteren.
                        In alle voorgaande verordeningen was de uitgiftetermijn voor particuliere
                        graven onbepaald. Voor zover de toelichting in cursief schrift is gesteld,
                        betreft de toelichting die specifiek voor de beheersverordening van de
                        gemeente Ommen is opgesteld. Alle overige toelichting is rechtstreeks
                        overgenomen uit de toelichting op het model van de VNG.</cursief></al><al/><al>De Model-beheersverordening begraafplaatsen is voor het laatst herzien in 2003.
                    De aanleiding daarvoor was de Wet dualisering gemeentebestuur. Nieuwe
                    ontwikkelingen maken een volgende herziening van het model noodzakelijk. Hier
                    dient de wijziging van de Wet op de lijkbezorging van 12 juni 2009 te worden
                    genoemd, naast andere nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, zoals de
                    Europese Dienstenrichtlijn. Hoofdstuk 3 van de Algemene toelichting gaat hier
                    nader op in.</al><al/><al>Ook om andere redenen was een herziening van het model gewenst. Zo kwam uit de
                    praktijk de behoefte de rechten en plichten van zowel beheerder als gebruikers
                    van begraafplaatsen nauwkeuriger te omschrijven. Het taalgebruik en de
                    formulering bleek in sommige artikelen enigszins verouderd.</al><al/><tussenkop>1. De verordenende bevoegdheid</tussenkop><tussenkop>1.1 Begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente</tussenkop><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het
                    college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad
                    versterkt.</al><al/><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al><al/><tussenkop>2. Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</tussenkop><al>De model-beheersverordening begraafplaatsen bevat verschillende regels die de
                    gemeenten hanteren voor de instandhouding van en de dienstverlening op de
                    gemeentelijke begraafplaatsen. In dit hoofdstuk schenken wij aandacht aan enkele
                    van deze regels.</al><al/><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. </al><al/><al>De waarde die aan de begraafplaatsen wordt toegekend maakt het nodig dat er een
                    inventarisatie wordt gemaakt van de historische en culturele waarden die op de
                    begraafplaats aanwezig zijn. Het model voorziet in het opstellen van een lijst
                    van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard zijn om zo
                    lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan
                    de waarden van de begraafplaats als zodanig. </al><al/><al>Voor de dienstverlening op begraafplaatsen geeft het model een uitgebreid
                    voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven en
                    bestemmingen voor as. Hiermee wordt voldaan aan datgene waar de samenleving om
                    vraagt. In deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om
                    de voorzieningen te treffen. Dat wil dus niet zeggen dat alle voorzieningen
                    daadwerkelijk op iedere gemeentelijke begraafplaats aanwezig moeten zijn. </al><al>Het verdient aanbeveling om met het treffen van sommige feitelijke voorzieningen
                    te wachten tot de vraag zich aandient. </al><al/><al>Het is voor nabestaanden, maar ook voor uitvaartondernemers, hoveniers en
                    steenhouwers begrijpelijkerwijs gewenst dat de overboeking van een grafruimte of
                    de goedkeuring voor een grafbedekking snel verloopt. Daarom kunnen de aanvragen
                    om grafuitgiften en vergunningen voor grafbedekking volgens dit model het best
                    worden ingediend bij de door burgemeester en wethouders aangewezen afdeling.
                    Door mandaat van de beslissingsbevoegdheid aan de medewerkers van die afdeling
                    kunnen de verzoeken door hem worden behandeld en afgewikkeld onder
                    verantwoordelijkheid van het college.</al><al/><tussenkop>3. Wijzigingen in wet- en regelgeving</tussenkop><tussenkop>3.1. Wet op de lijkbezorging (Wlb)</tussenkop><al>De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van
                    kracht op 1 januari 2010. Deze wijziging heeft gevolgen voor de
                    model-beheersverordening begraafplaatsen, zoals deze was opgesteld in 2003.</al><al>De wijzigingen die aanpassing van het model noodzakelijk maken betreffen de
                    volgende wetsartikelen:</al><al/><al>Artikel 16 Wlb: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet eerder dan 36 uren na
                    het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’</al><al>In de oude wetstekst werd als laatst mogelijke dag de vijfde dag na het
                    overlijden genoemd. De verlenging van deze termijn heeft gevolgen voor de
                    termijn van aanmelding van herdenkingsbijeenkomsten e.d. op de begraafplaats,
                    die doorgaans niet kunnen samenvallen met een begrafenis. Dit wordt geregeld in
                    artikel 5 (‘Plechtigheden’) van de model-beheersverordening.</al><al/><al>Artikel 23 Wlb, tweede lid: ‘Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij
                    de houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een
                    particulier graf, zijnde een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd,
                    waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven.’</al><al>De term ´algemeen graf´ kwam in de oude wetstekst niet voor, maar werd al wel
                    gebruikt in de model-beheersverordening. Daarentegen sprak het model van een
                    ´eigen graf´ wanneer het een graf betrof waarop een uitsluitend recht was
                    gevestigd. In het nieuwe model wordt de terminologie van de gewijzigde wet
                    gevolgd. </al><al/><al>Artikel 27a Wlb. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de houder van de
                    begraafplaats ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf schriftelijk
                    mededeling daarvan doet aan de belanghebbende bij het graf. Nu dit bij wet is
                    geregeld is de noodzaak dit op te nemen in de model-beheersverordening
                    vervallen.</al><al/><al>Artikel 28 Wlb. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de
                    minimumtermijn voor verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig
                    jaar is teruggebracht tot tien jaar. </al><al>De laatste zin van dit lid betreft de verlenging en luidt: ‘Het voor bepaalde
                    tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het
                    verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder
                    van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is
                    dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar.’</al><al>Een en ander heeft gevolgen voor artikel 15 (‘Termijnen particuliere graven’)
                    van de model-beheersverordening.</al><al/><al>Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 bevatten nieuwe
                    bepalingen betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    graf:</al><al/><al>Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
                    onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke
                    verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na
                    ontvangst in het onderhoud voorziet.’</al><al>Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet
                    bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij
                    het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf
                    jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.’</al><al>Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog
                    in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het
                    moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde
                    respectievelijk vijfde lid, is verstreken.’</al><al>Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het
                    moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de
                    bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel
                    totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het
                    onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de
                    termijn van twintig jaar is verstreken.’</al><al>Deze bepalingen geven de houders van de begraafplaatsen de mogelijkheid de
                    grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien
                    jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar
                    na de laatste begraving vervallen. Voor de model-beheersverordening heeft dit
                    overigens geen directe gevolgen. Wel wordt de formulering van de wijze van
                    bekendmaking steeds gevolgd in het model.</al><al/><al>Artikel 32 Wlb. Dit artikel gaf in de ongewijzigde wet de minister de
                    mogelijkheid bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de
                    wijze van begraven, de inrichting van het graf en de afstand van de graven
                    onderling. Dit is uitgebreid met de mogelijkheid regels te stellen omtrent het
                    ruimen van de graven, het verwijderen van de grafmonumenten en de
                    teraardebestelling van de overblijfselen der lijken. Deze wijziging kwam tot
                    stand nadat was gebleken dat de samenleving behoefte had aan bepaalde
                    richtlijnen voor met name het ruimen en de teraardebestelling van de
                    overblijfselen. </al><al>Met het oog hierop is in het model een lid toegevoegd aan het artikel
                    betreffende de ruiming en de bezorging van overblijfselen (artikel 24). Volgens
                    dit lid heeft de beheerder de plicht er zorg voor te dragen dat er altijd met
                    respect en piëteit wordt omgegaan met menselijke resten.</al><al/><al>Artikel 32a Wlb. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat gedurende de periode
                    dat een graf niet geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder
                    e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen
                    op het graf is geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de
                    natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van
                    graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging)
                    middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De
                    consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van
                    grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een
                    ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid). Het nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee
                    ook de risicoaansprakelijkheid van de graftekens bij de rechthebbende.</al><al/><tussenkop>3.2. Vermindering administratieve lasten</tussenkop><al>Vele zaken zijn in het model geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals
                    het houden van plechtigheden, het doen begraven en het doen bijzetten of doen
                    verstrooien van as. Een melding genereert weinig administratieve lasten.</al><al>Slechts in twee gevallen dient in het model een vergunning te worden
                    aangevraagd, i.e. voor het aanbrengen van een grafkelder (art. 15) en voor het
                    hebben van een grafbedekking (art. 19). </al><al/><al>De vergunningsplicht voor het hebben van een grafbedekking is in het nieuwe
                    model gehandhaafd. Controle achteraf met als uiterste consequentie correctie is,
                    juist bij grafbedekkingen, ongewenst. Het ontwerpen, de aanschaf en de plaatsing
                    van een grafmonument gaat doorgaans met emoties gepaard. Wanneer achteraf blijkt
                    dat het monument niet aan de eisen voldoet is het ondoenlijk om nabestaanden
                    alsnog te vragen het gedenkteken aan te passen of te verwijderen. </al><al/><al>De toestemming van het college, zoals vereist voor steenhouwers, hoveniers etc.
                    die werkzaamheden op de begraafplaats willen verrichten (art. 4 eerste lid van
                    het oude model) heeft geen toegevoegde waarde. De beheerder heeft immers al de
                    bevoegdheid tegen ongewenste praktijken op te treden, volgens artikel 4 eerste
                    en tweede lid van het nieuwe model. Afschaffing van de toestemmingsvereiste
                    leidt tot vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten.</al><al/><tussenkop>3.3. Lex silencio positivo</tussenkop><al>In een voorgestelde nieuwe wijziging van de Wet op de lijkbezorging wordt in
                    artikel 29 voor de vergunning tot opgraving een Lex silencio positivo (positieve
                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) opgenomen. Dat wil zeggen dat
                    wanneer op een aanvraag tot opgraving niet op tijd wordt beslist, de vergunning
                    van rechtswege is verleend.</al><al/><al>Bij de beide vergunningen die deze model-beheersverordening regelt (i.e. voor
                    het grafmonument en voor de grafkelder) is niet voor een Lex silencio positivo
                    gekozen. Op zich is hier tegen een Lex silencio positivo weinig bezwaar. De
                    vergunningen worden doorgaans tijdig verleend of afgewezen. Daarbij kunnen ook
                    van tevoren regels worden gesteld die voor een vergunning van rechtswege gelden
                    (bijvoorbeeld over maatvoering en materiaalgebruik). Bij gemeenten bestaat
                    echter veel zorg over het ontstaan van situaties waarbij toch niet aan deze
                    regels wordt voldaan, zoals hiervoor al is uiteengezet. Gemeenten wensen één
                    situatie te allen tijde te vermijden, namelijk dat nabestaanden worden
                    geconfronteerd met een handhavingactie waarbij een grafmonument (of kelder) weer
                    moet worden verwijderd omdat het niet aan de regels voldoet. Om die reden is in
                    deze verordening afgezien van de Lex silencio positivo.</al><al/><tussenkop>3.4. Europese Dienstenrichtlijn</tussenkop><al>De Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) schrijft de Lex silencio
                    positivo dwingend voor bij vergunningsstelsels die onder de reikwijdte van deze
                    richtlijn vallen. Dat is bij de vergunningen die in deze verordening zijn
                    opgenomen echter niet het geval. Het al dan niet toepassen van de Lex silencio
                    positivo is dus een autonome keuze van de gemeente.</al><al/><al>De vorige modelverordening bevatte één bepaling die zich specifiek tot
                    dienstverleners richtte, namelijk tot steenhouwers, hoveniers en anderen die op
                    de begraafplaats werkzaamheden verrichten (artikel 4, eerste lid). Om te
                    voorkomen dat de volle lasten van de Dienstenrichtlijn op deze bepaling zouden
                    komen te rusten (screening en notificatie) is besloten de bepaling te schrappen.
                    Bovendien is voor de ordelijke gang van zaken deze bepaling niet noodzakelijk,
                    zoals hierboven is uiteengezet.</al><al/><tussenkop>3.5. Verouderde regels</tussenkop><al>Artikel 31 van het model betreft de inwerkingtreding van de verordening. In het
                    oude model werd de inwerkingtreding gesteld op de eerste dag na het verstrijken
                    van een termijn van zes weken na de datum van uitgifte van het gemeenteblad
                    waarin de verordening is geplaatst. De beheersverordening begraafplaatsen
                    behoorde tot de verordeningen waarover op grond van de Tijdelijke referendumwet
                    (Trw) een referendum kon worden gehouden. De termijn van zes weken was
                    voorgeschreven in art. 22 van de Trw. De Trw is echter per 1 januari 2005
                    vervallen. Vanaf dat tijdstip geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle
                    verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    daarvoor een ander tijdstip was aangewezen.</al><al/><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting op enkele bepalingen van de
                    beheersverordening begraafplaatsen Ommen 2014.</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>Begripsomschrijvingen</tussenkop><al><cursief>In de gemeente zijn meer begraafplaatsen dan de in deze verordening
                        genoemde. Dat zijn echter geen gemeentelijke begraafplaatsen; deze vallen
                        derhalve niet onder deze verordening.</cursief></al><al/><al><cursief>Begrip “rechthebbende” is uitgebreid met de eigenaar van een
                        gedenkteken op een algemeen graf. Het kenmerk van een algemeen graf is, dat
                        deze in beheer blijft bij de gemeente en dus niet wordt uitgegeven aan een
                        rechthebbende. Wel komt het voor dat op een algemeen graf aan een
                        nabestaande van een daarin begraven persoon wordt toegestaan om daarop een
                        gedenkteken te plaatsen. De rechten en plichten met betrekking tot
                        dergelijke grafbedekking gelden in zo’n geval ook voor die persoon.
                    </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 3, derde lid </tussenkop><tussenkop>Openstelling begraafplaats(en)</tussenkop><al>Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen
                    die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor
                    bezoekers.</al><al>Verder biedt dit artikel aan de beheerder de mogelijkheid de begraafplaats
                    geheel of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven
                    noodzakelijk is.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><tussenkop>Ordemaatregelen</tussenkop><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat burgemeester en wethouders het verlenen van
                    die toestemming onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de
                    beheerder (mandaat).</al><al>De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden
                    om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de
                    regel als bedoeld in het tweede lid onder a bestaat behoefte omdat men soms
                    dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan
                    uiteraard verschillen per begraafplaats.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Plechtigheden</tussenkop><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de
                    plechtigheid samenvalt met een begrafenis. </al><al>Een begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden
                    plaatsvinden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb.
                    1968, 157) en mogelijk van toepassing zijnde APV- bepalingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><tussenkop>Opgravingen en ruimen</tussenkop><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al/><tussenkop>Artikel 7, eerste lid </tussenkop><tussenkop>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                    graf</tussenkop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een
                    bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><tussenkop>Tijden van begraven en asbezorging</tussenkop><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag, welke geen
                    zondag of algemeen erkende feestdag is, gedurende een bij gemeentelijke
                    verordening te bepalen tijd. De regeling hiervan is gedelegeerd aan burgemeester
                    en wethouders, zodat aanpassing aan gewijzigde wetgeving of andere
                    omstandigheden op korte termijn mogelijk is.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uren te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    het geval van lijkvinding?.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><tussenkop>Indeling graven en asbezorging</tussenkop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt tegemoet
                    gekomen aan de behoeften van de nabestaanden die de crematie op enige afstand
                    van huis hebben doen plaatsvinden en graag een identificatiepunt in de omgeving
                    hebben om de overledene dichtbij te kunnen gedenken. <cursief>Eerste lid onder
                        d.:</cursief><cursief>Omdat bij algemene graven geen grafrecht wordt
                        gevestigd, kan niet worden gesproken van uitgifte, en is daarom gekozen voor
                        de term “gebruik”. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 11 </tussenkop><tussenkop>Volgorde van uitgifte</tussenkop><al>Een graf zal in principe niet buiten de volgorde van ligging worden toegewezen.
                        <cursief>Ook worden graven niet vooraf gereserveerd. Doel achter deze regel
                        is om de (capaciteit op de) begraafplaats zo doelmatig en efficiënt mogelijk
                        te kunnen beheren. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 12, eerste lid </tussenkop><tussenkop>Termijnen particuliere graven</tussenkop><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op
                    een graf voor tenminste tien jaar worden verleend. Daarom is in het model voor
                    de uitgiftetermijn gegeven te kiezen voor een periode tussen tien en dertig jaar
                    en wel in een veelvoud van vijf. Voor de verlenging is de mogelijkheid gegeven
                    te kiezen voor een periode gelegen tussen vijf en twintig jaar in een veelvoud
                    van vijf. <cursief>Onder de vorige beheersverordening werden de eigen of
                        particuliere graven nog uitgegeven voor onbepaalde
                        tijd.</cursief><cursief>Uit oogpunt van beheer is uitgifte voor onbepaalde
                        tijd niet wenselijk, aangezien dit de houder van de begraafplaats voor
                        altijd de mogelijkheid ontneemt om over de grafruimte c.q. de ondergrond te
                        beschikken, wanneer daar op enig moment in de toekomst vanwege
                        beheersbaarheid, exploitatie of grondschaarste behoefte aan zou
                        ontstaan.</cursief></al><al/><al><cursief>De wens van belanghebbende/ rechthebbende om een graf voor altijd in
                        stand te kunnen houden noodzaakt niet per definitie tot een uitgifte voor
                        onbepaalde tijd. De wetgever heeft namelijk met het oog hierop bepaald, dat
                        een grafrecht, uitgegeven voor bepaalde tijd, na afloop van die termijn,
                        altijd weer moet kunnen worden verlengd, zolang als de rechthebbende/
                        belanghebbende het graf in stand wil houden. Wie dit voor eens en altijd
                        geregeld wil hebben, kan d.m.v. een stichting regelen dat het grafrecht in
                        de toekomst tijdig wordt verlengd en in het onderhoud van het gedenkteken
                        wordt voorzien. Hier zijn voorbeelden van bekend.</cursief></al><al/><al><cursief>Bij amendement heeft de raad van de gemeente Ommen besloten, dat de
                        regel is: uitgifte voor de termijn van 30 jaar; maar dat bij uitzondering
                        mogelijk moet zijn voor wie daar sterk aan hecht, om het grafrecht te
                        vestigen voor onbepaalde tijd, temeer wanneer de tarieventabel adequaat
                        wordt aangepast, waardoor de financiële dekking ook in de toekomst
                        gewaarborgd kan worden. Om te benadrukken, dat standaard het grafrecht wordt
                        uitgegeven voor 30 jaar en niet voor onbepaalde tijd, is in het 3e lid
                        bepaald dat voor uitgifte voor onbepaalde tijd een uitdrukkelijk verzoek
                        schriftelijk moet zijn ontvangen.</cursief></al><al/><al>Deze bepaling is verder opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 </tussenkop><tussenkop>Termijnen algemene graven</tussenkop><al><cursief>Dit artikel is toegevoegd om duidelijk te maken het verschil ten
                        opzichte van particuliere graven. </cursief></al><al/><tussenkop>Artikel 16, tweede lid </tussenkop><tussenkop>Overschrijving van verleende rechten</tussenkop><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf.</al><al>Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste
                    lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts één
                    persoon als rechthebbende te doen aanwijzen.</al><al>Deze bepaling stelt de termijn op één jaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><tussenkop>Afstand doen van graven</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen. Daardoor vervalt het grafrecht en kan de gemeente
                    weer vrij over dat graf beschikken.</al><al/><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><tussenkop>Sluiting van graven</tussenkop><al>In een gesloten graf kunnen uiteraard ook asbussen zijn geplaatst met of zonder
                    urn. </al><al/><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><tussenkop>Vergunning gedenkteken</tussenkop><al><cursief>De vergunningseis geldt voor het gedenkteken op de particuliere en
                        algemene graven. Overwogen is de vergunningeis te schrappen. Onder paragraaf
                        3.2 van de algemene toelichting op het VNG-model zijn de overwegingen voor
                        handhaving van de vergunningeis weergegeven.</cursief></al><al/><al><cursief>Overwogen is om navolging van andere gemeenten te bepalen, dat op een
                        algemeen graf geen gedenkteken door de nabestaanden mag worden aangebracht.
                        In dergelijke gevallen wordt er vaak door de begraafplaatshouder zelf een
                        eenvoudig gedenkteken aangebracht. Aangezien in Ommen de praktijk nu is, dat
                        niet de gemeente, maar de nabestaanden, indien deze dat wensen, een
                        gedenkteken aanbrengen, is besloten deze praktijk te handhaven. Aangezien
                        een algemeen graf reeds na 10 jaar door de gemeente kan worden geruimd is
                        aan te bevelen dat men hierop te plaatsen gedenkteken sober houdt.</cursief></al><al><cursief>Toegevoegd is de regel dat het hebben van een gedenkteken verplicht tot
                        betaling van een vergoeding voor het onderhoud van de begraafplaats
                        inclusief het onderhoud dat door de gemeente aan de grafbedekking wordt
                        verricht. Hiermee wordt de huidige praktijk in Ommen beter in de verordening
                        verankerd. Het ontvangen onderhoudsrecht wordt aangewend voor zowel het
                        onderhoud van de begraafplaats, als voor het schoonhouden en het na
                        verzakking opnieuw rechtzetten van het gedenkteken. Teneinde verzakking van
                        het gedenkteken tegen te gaan, investeert de gemeente sinds een aantal jaren
                        in het aanbrengen van fundatiestroken op de begraafplaatsen Laarmanshoek en
                        Beerzerveld.</cursief></al><al/><al><cursief>Overwogen is om de betaling van het onderhoudsrecht los te koppelen van
                        het hebben van een gedenkteken en verplicht te stellen voor elk particulier
                        graf, ongeacht of er wel of geen gedenkteken op staat. Dit zou een wijziging
                        zijn ten opzichte van de bestaande praktijk. Algemene graven zouden daar dan
                        niet onder vallen, aangezien daarvoor geen rechthebbende aanspreekbaar is,
                        terwijl ook op algemene graven er een gebruik is, dat hierop gedenktekens
                        worden aangebracht. Het handhaven van de bestaande koppeling tussen het
                        hebben van een gedenkteken en het betalen van onderhoudsrecht is alleszins
                        verdedigbaar. </cursief></al><al/><al>De grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de
                    nadere regels van burgemeester en wethouders. </al><al/><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><tussenkop>Grafbeplanting</tussenkop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten. Omdat de bloemen en planten eigendom
                    zijn van de rechthebbende op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn
                    plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbenden telkenmale per brief
                    te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden
                    verwijderd. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen
                    omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats. </al><al/><tussenkop>Artikel 21, tweede lid </tussenkop><tussenkop>Verwijdering grafbedekking</tussenkop><al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen.</al><al>Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10
                    cm in onopvallende kleur.</al><al>De mededeling dat burgemeester en wethouders voornemens zijn om de grafbedekking
                    te verwijderen wordt tenminste een jaar van te voren gedaan, zowel aan de
                    rechthebbende op een eigen graf als aan degene die koos voor een plaats in een
                    algemeen graf en daarop een grafbedekking aanbracht.</al><al/><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><tussenkop>Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</tussenkop><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de
                    termijn van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. </al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van
                    de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het
                    verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. </al><al/><al>De Wet op de Lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het
                    zevende lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering
                    en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij
                    wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van
                    het graf.</al><al>Daarom zijn de rechthebbenden op particuliere graven en gebruikers van algemene
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde)
                    nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom
                    wordt hier de term “gebruiker” gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten
                    term “belanghebbende”, die voorkomt in verband met het begrip algemeen graf in
                    de Wet op de Lijkbezorging (artikel 27 a). </al><al>Het eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf
                    is geplaatst ligt, volgens artikel 32a van de Wet op de Lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende.</al><al/><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><tussenkop>Onderhoud door de gemeente</tussenkop><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Op de graven kan
                    beplantingen worden aangebracht. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan
                    omvatten, het snoeien en het onkruidvrij houden.</al><al>Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter
                    uitvoering van dit artikel voeren mee te delen bij de afgifte van de vergunning
                    voor het hebben van een grafbedekking. </al><al/><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>De rechthebbende bij een particulier graf en de belanghebbende bij een algemeen
                    graf dient volgens artikel 28, tweede lid of artikel 27 a van de Wet op de
                    Lijkbezorging tenminste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht en bij een algemeen graf ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf
                    maanden op de hoogte te worden gesteld van dit feit. Verder moeten zij op de
                    mogelijkheid verlenging van het recht te vragen worden gewezen. In veel gevallen
                    kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging
                    wordt verzocht, burgemeester en wethouders opdracht zal geven de grafbedekking
                    na het verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Verder
                    kan worden meegedeeld dat de grafbedekking twaalf weken na verwijdering aan de
                    gemeente vervalt.</al><al/><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat burgemeester en wethouders het
                    grafrecht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de
                    rechthebbende niet tijdig een nieuw rechthebbende is aangewezen of omdat het
                    onderhoud van het graf is verwaarloosd en tenslotte omdat niet meer voor het
                    onderhoud wordt betaald.</al><al/><tussenkop>Artikel 24, derde lid </tussenkop><tussenkop>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as </tussenkop><al>Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de
                    stoffelijke overblijfselen c.q. de as een andere bestemming te geven. Dat wil
                    zeggen dat de overblijfselen niet worden begraven in het verzamelgraf (de
                    beenderenkuil) en dat de as niet op een algemeen terrein wordt verstrooid. Die
                    andere bestemming zowel voor algemene als particuliere grafruimten is zo ruim
                    mogelijk omschreven. Zo kan bijvoorbeeld het particuliere graf extra diep worden
                    uitgegraven. De overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra
                    diepte worden geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen
                    voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een volgende
                    generatie in dezelfde familie blijven. Ook is het mogelijk om de overblijfselen
                    opnieuw bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats of deze over
                    te brengen naar een andere begraafplaats.</al><al/><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><tussenkop>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                    graven</tussenkop><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging onder het beheer van de
                    gemeente. Hierdoor is ook de beheerverordening op dit gedeelte van toepassing.
                    Burgemeester en wethouders zijn dus verantwoordelijk voor de goede gang van
                    zaken op het ter beschikking van de kerk gestelde gedeelte. Zij voorzien ook in
                    het minimale onderhoud van de grafbedekkingen op het kerkelijk deel.</al><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het algemene gedeelte van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van burgemeester en
                    wethouders bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel
                    nodig is van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het
                    betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende op het graf verplicht is. </al><al>In de praktijk kunnen zich verschillende soorten van gevallen voordoen. </al><al>Zo kan bij voorbeeld de rechthebbende op een graf nalatig zijn, wellicht omdat
                    deze niet in staat is om voor de grafbedekking te zorgen. Soms ook waakt een
                    kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer in leven zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><tussenkop>Lijst</tussenkop><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen
                    door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak
                    subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                    lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                    voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zo- zeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen.</al><al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst. </al><al/><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in het model, aangezien
                    artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997
                    gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft. </al><al/><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>In artikel 28 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dit is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. </al><al/><tussenkop>Artikel 29</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al/><tussenkop>Artikel 30</tussenkop><al>De beheerverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de
                    Gemeentewet). Verder is de gemeente gehouden dit besluit mee te delen aan het
                    parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143
                    van de Gemeentewet. </al><al/><tussenkop>Artikel 31</tussenkop><al>Hier geldt artikel 142 van de gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking
                    op de achtste dag na bekendmaking tenzij daarvoor een ander tijdstip was
                    aangewezen. </al><al/><tussenkop>Artikel 32</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>