<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR305863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-10-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CTR 30-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>agendapunt 18</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendapunt</al><al>18</al><al>Onderwerp</al><al>Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon</al><al/><al><vet>De gemeenteraad van Hollands Kroon</vet></al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>de erfgoedverordening van de gemeente Holland Kroon vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk</al><al> monument aangewezen: </al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of </al><al> cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig deze verordening </al><al> als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld
                                    in onderdeel a;</al></li><li nr="c."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet</al><al> algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);</al></li><li nr="d."><al>provinciaal monument: onroerend monument, dat is geplaatst op de
                                    lijst van monumenten op grond van de monumentenverordening van
                                    de provincie Noord-Holland;</al></li><li nr="e."><al>rijksmonument: onroerend monument dat is ingeschreven in de
                                    ingevolge monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li><li nr="f."><al>monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988
                                    ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                    eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                    Monumentenwet 1988, Wabo, de verordening en het
                                    monumentenbeleid;</al></li><li nr="g."><al>archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het
                                    bodemarchief die ten behoeve van de archeologische
                                    monumentenzorg door daartoe gecertificeerde instanties worden
                                    uitgevoerd;</al></li><li nr="h."><al>gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart
                                    van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied,
                                    waarop archeologische monumenten en archeologische
                                    verwachtingsgebieden zijn aangegeven;</al></li><li nr="i."><al>landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
                                    landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van
                                    geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid
                                    van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                                    gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al></li><li nr="j."><al>provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart
                                    van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                                    archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                                    aangegeven;</al></li><li nr="k."><al>archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de
                                    archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in
                                    bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten
                                    zijn;</al></li><li nr="l."><al>hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="m."><al>middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische
                                    vondsten of informatie;</al></li><li nr="n."><al>lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten
                                    of informatie;</al></li><li nr="o."><al>plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische
                                    uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen
                                    denkt te gaan beantwoorden;</al></li><li nr="p"><al>programma van eisen: programma dat door het college wordt
                                    vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en
                                    de uitvoering van archeologisch onderzoek;</al></li><li nr="q."><al>gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de
                                    archeologische paragraaf van het bestemmingsplan;</al></li><li nr="r."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wabo</al></li><li nr="s."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Hollands Kroon;</al></li><li nr="t."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wabo;</al></li><li nr="u."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van de erfgoedverordening wordt rekening gehouden met
                            het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie
                                Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van een aanwijzing van een monument als
                                beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouw, architectuur,
                                cultuurhistorisch, stedenbouwkundig of archeologisch onderzoek wordt
                                verricht op kosten van de gemeente. De eigenaar, beperkt zakelijk
                                gerechtigde en gebruiker van het monument zijn desgevraagd verplicht
                                aan de uitvoering van het onderzoek mee te werken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing tot gemeentelijk monument betekent niet dat het
                                college aan belanghebbenden mogelijkheden openstelt tot financiële
                                ondersteuning voor instandhouding van de gemeentelijke
                                monumenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot </al><al>aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de
                            aanwijzing en registratie als bedoeld</al><al>in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot</al><al>en met 14 van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen veertien weken na
                                de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt schriftelijk
                            medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale
                            legger bekend staan..</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel
                                2 van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
                                religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
                                lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
                                een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                                godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10</al><al>en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud
                            ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend, indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet</al><al>verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Beschermde monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Instandhouding van archeologische terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in
                                    artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch
                                    verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder k, de bodem
                                    dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>het een verstoring betreft van een archeologisch
                                            monument of archeologisch verwachtingsgebied als
                                            aangegeven op de provinciale Archeologische
                                            Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van
                                            Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring
                                            plaatsvindt;</al><lijst><li nr="•"><al>in een gebied met lage archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 2500 m<sup>2</sup> en binnen een
                                                  straal van 50 meter geen archeologische
                                                  vindplaatsen zijn, of; </al></li><li nr="•"><al>in een gebied met een middelhoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 250 m<sup>2</sup>. </al></li><li nr="•"><al>in een gebied met hoge archeologische
                                                  verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
                                                  kleiner is dan 100 m<sup>2</sup>. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>in het geldende bestemmingsplan zijn bepalingen
                                            opgenomen omtrent de archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel
                                            2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo. Hierin zijn
                                            voorschriften opgenomen omtrent de archeologische
                                            monumentenzorg.</al></li><li nr="d."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                            uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een
                                            verstoring van een archeologisch monument of
                                            archeologisch verwachtingsgebied. Dit staat aangegeven
                                            op de gemeentelijke archeologische waardenkaart of de
                                            gemeentelijke beleidsadvieskaart. Dan wel bij ontbreken
                                            daarvan op de provinciale Archeologische Monumentenkaart
                                            of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische
                                            Waarden;</al></li><li nr="e."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische
                                            waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van
                                            het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en
                                            waaruit blijkt dat:</al></li></lijst></li></lijst><al>• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden
                            geborgd; of</al><lijst><li nr="•"><al>de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig
                                    worden geschaad; of</al></li><li nr="•"><al> in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon
                                onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen
                                in de zin van artikel 1 onder h Monumentenwet 1988 , dient,
                                onverminderd de overige bepalingen van deze wet. Dit houdt in
                                dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het college een programma van eisen vaststelt als bedoeld in artikel
                                1 onder p, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak
                                als bedoeld in artikel 1 onder o van deze verordening ter
                                goedkeuring aan het bevoegd gezag moet overleggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de
                                Archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit de artikelen 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en
                            artikel 17, eerste lid, onder b.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Als een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze
                            niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd
                            gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen
                            tegemoetkoming toe. Indien de schade in relatie staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 16, tweede lid, onder d;</al></li><li nr="e."><al>een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en
                            artikel 16 met uitzondering van het bepaalde</al><al>in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie</al><al>of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 2;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij het besluit van het college
                                dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Intrekken oude regelingen</titel></kop><al>De monumentenverordeningen van de voormalige gemeenten:</al><lijst><li nr="-"><al>monumentenverordening Anna Paulowna 2009 vastgesteld op 9
                                    februari 2009</al></li><li nr="-"><al>monumentenverordening Niedorp 1995 vastgesteld op 12 oktober
                                    1995</al></li><li nr="-"><al>monumentenverordening Wieringermeer 2008 vastgesteld op 23
                                    oktober 2008</al></li><li nr="-"><al>Erfgoedverordening Wieringen 2010 vastgesteld op 30 september
                                    2010</al><al>worden ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken Verordeningen
                                aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht
                                aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 22 ingetrokken verordeningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De inwerkingtreding van deze verordening en het vervallen van de oude
                            verordening is gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van de Wabo.
                            Bekendmaking van deze verordening moet op grond van artikel 142 van de
                            Gemeentewet plaatsvinden tenminste acht dagen voor
                            inwerkingtreding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Erfgoedverordening Gemeente
                            Hollands Kroon.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 oktober 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>