<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR305716_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Coördinatieverordening gemeente Zwijndrecht 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">StadsNieuws, 2013-04-17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Coördinatieverordening gemeente Zwijndrecht 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=09-04-2013">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020449&amp;artikel=3.30&amp;g=09-04-2013">Wet ruimtelijke ordening, art. 3.30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-11405</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Coördinatieverordening gemeente Zwijndrecht 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zwijndrecht;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19
                        februari 2013,</al><al>nummer 2013-11405 ;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 3.30 van de Wet
                        ruimtelijke ordening;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>Vast te stellen de ‘Coördinatieverordening gemeente Zwijndrecht 2013’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder</al><lijst><li nr="1."><al> aanvrager: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een
                                    aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend;</al></li><li nr="2."><al> Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="3."><al> besluit: besluit als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid van de
                                    Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="4."><al> bestemmingsplan: een plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="5."><al> bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                                    Wabo;</al></li><li nr="6."><al> college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Zwijndrecht;</al></li><li nr="7."><al> coördinatie: het tegelijkertijd en in samenhang voorbereiden
                                    van besluiten in één procedure zoals aangegeven in Afdeling 3.6
                                    van de Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="8."><al> Omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1
                                    en 2.2 van de Wabo</al></li><li nr="9."><al> Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk: een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a van de
                                    Wabo;</al></li><li nr="10."><al> Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="11."><al> Wro: Wet ruimtelijke ordening;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening, gebaseerd op artikel 3.30, eerste lid van de
                                    Wet ruimtelijke ordening, is alleen van toepassing op het
                                    coördineren van de voorbereiding van een besluit om een
                                    bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan vast
                                    te stellen met het besluit over een of meer daarmee
                                    samenhangende omgevingsvergunningen, met daarin in ieder geval
                                    de activiteit het bouwen van een bouwwerk opgenomen, al dan niet
                                    met aan de omgevingsvergunning en/of aan het bestemmingsplan
                                    gerelateerde vergunningen en ontheffingen als bedoeld in artikel
                                    3.</al></li><li nr="2."><al> Besluiten die bij een samenloop met een omgevingsvergunning
                                    aanhaken en waarvoor een verklaring van geen bedenking nodig is
                                    van Gedeputeerde Staten en/of de Minister vallen buiten de
                                    reikwijdte van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd</titel></kop><al>In de volgende gevallen en onder de volgende condities kan het college
                            van burgemeester en wethouders besluiten als bedoeld in artikel 2
                            gecoördineerd voorbereiden:</al><lijst><li nr="1."><al> het besluit over een aanvraag om een omgevingsvergunning, die
                                    op het moment van indienen op grond van artikel 2.10, eerste
                                    lid, sub c of artikel 2.11, eerste lid van de Wabo geweigerd zou
                                    moeten worden en die slechts op grond van artikel 2.12, eerste
                                    lid, sub a onder 3 van de Wabo, en het besluit over het
                                    bestemmingsplan, het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan dat
                                    de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk mogelijk
                                    maakt, maken tenminste deel uit van de te coördineren besluiten
                                    en</al></li><li nr="2."><al> door of namens het college van burgemeester en wethouders is
                                    vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder 1 gecoördineerd
                                    kan worden voorbereid en</al></li><li nr="3."><al> door of namens het college van burgemeester en wethouders is
                                    vastgesteld dat zich geen belemmering als bedoeld in artikel 4
                                    voordoet en </al></li><li nr="4."><al> de aanvrager zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                                    gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de
                                    aanvrager heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gevallen waarin geen coördinatie op grond van de verordening
                                mogelijk is</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>er moet op grond van artikel 7, tweede lid van de Wet
                                    milieubeheer een milieueffectrapport worden opgesteld en het
                                    betreft geen deelproject van een grotere ontwikkeling waarvoor
                                    al een milieueffectrapport is opgesteld;</al></li><li nr="2."><al> er moet op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet
                                    ruimtelijke ordening een exploitatieplan worden opgesteld en er
                                    kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 6.12, tweede lid
                                    van de Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="3."><al> uit een analyse blijkt dat de bouw schade kan veroorzaken als
                                    bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en de
                                    aanvrager is niet bereid deze schade voor zijn rekening te
                                    nemen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gevallen waarin kan worden afgezien van coördinatie op grond van
                                de verordening</titel><subtitel/></kop><al>Het college kan afzien van coördinatie bij besluiten die omvangrijk,
                            complex dan wel omstreden zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging coördinatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met in achtneming van het bepaalde in artikel 5, kan het college
                                    op verzoek van de aanvrager of ambtshalve de gecoördineerde
                                    behandeling geheel of gedeeltelijk beëindigen;</al></li><li nr="2."><al> Indien het college toepassing geeft aan lid 1, herleven de
                                    wettelijke procedures die oorspronkelijk van toepassing waren op
                                    het besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Procedureregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                    procedureregeling vaststellen ten behoeve van een goede
                                    uitvoering van de coördinatieregeling.</al></li><li nr="2."><al> De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke
                                    periode aanvragen ingediend moeten worden om voor coördinatie in
                                    aanmerking te kunnen komen; de procedure kan bepalen hoe het
                                    college van burgemeester en wethouders toepassing geeft aan
                                    artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="3."><al> Zolang het college van burgemeester en wethouders geen regeling
                                    als bedoeld in het eerste lid heeft vastgesteld, is, aanvullend
                                    op de artikelen 3.30 tot en met 3.32 van de Wet ruimtelijke
                                    ordening en op deze verordening, § 3.5.3 van Afdeling 3.5
                                    "Samenhangende besluiten" van de Algemene wet bestuursrecht van
                                    toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.28 en 3.29 van
                                    die wet.</al></li><li nr="4."><al> Bij de toepassing van lid 3 is het college van burgemeester en
                                    wethouders het aangewezen coördinerend orgaan als bedoeld in
                                    artikel 3.22 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="5."><al> Als de gemeenteraad besloten heeft dat het wenselijk is dat de
                                    coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere
                                    gevallen dan de gevallen die op grond van deze verordening
                                    mogelijk zijn, dan zijn de leden 1 tot en met 5 van toepassing
                                    op de voorbereiding van de besluiten die behoren bij die
                                    gevallen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in
                                    werking .</al></li><li nr="2."><al> Per die datum komt te vervallen de ‘Coördinatieverordening
                                    gemeente Zwijndrecht’ (2010-9046).</al></li><li nr="3."><al> Procedures die gestart zijn onder de ‘Coördinatieverordening
                                    gemeente Zwijndrecht’ (2010-9046) worden geacht te zijn gestart
                                    onder de ‘Coördinatieverordening gemeente Zwindrecht 2013'.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Coördinatieverordening gemeente
                            Zwijndrecht 2013’</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>