<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>305344_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noord-Beveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-10-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noord-Bevelands Advertentie- en
                Informatieblad, 2013, 37</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.noord-beveland.nl/bestuur-en-organisatie/regels-en-wetten_41639/item/algemene-subsidieverordening-noord-beveland-2014_443.html">Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014</dcterms:source><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:alternative>Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland 2014</dcterms:alternative><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2013-08-29</dcterms:issued></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>20130829/8</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al> Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al> De Nadere Regels Subsidium Noord-Beveland vormen een aanvulling op de
                            Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014. Ze geven aan de
                            subsidieaanvragers duidelijkheid of deze aanspraak kunnen maken op
                            subsidie en om welke bedragen het daarbij gaat. Daarnaast geven de
                            regels een bepaalde mate van rechtszekerheid voor de aanvrager en de
                            subsidieverstrekker. Deze Nadere Regels Subsidium voor structurele en
                            incidentele subsidies, zijn volledig van toepassing op alle instellingen
                            van de diverse beleidsterreinen, tenzij in een hoofdstuk anders is
                            bepaald.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Indexering</titel></kop><structuurtekst><al> De in deze Nadere Regels genoemde bedragen gelden voor de periode vanaf
                            2014. Voor het jaar 2014 wordt een indexering toegepast van 0% op alle
                            subsidiebedragen. Deze bevriezing van de subsidiebedragen vloeit voort
                            uit de programmabegroting 2014 en verder.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel></titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In deze Nadere Regels wordt verstaan onder:</al><al> welzijn: het bevorderen van het welbevinden van mensen en het
                                ondersteunen van hun activiteiten door:</al><lijst><li nr="1."><al>Te streven naar het vergroten van ontplooiingsmogelijkheden
                                        en hun zelfredzaamheid en</al></li><li nr="2."><al>Het stimuleren van sociale cohesie, deelname aan de
                                        samenleving, en ook om te voorkomen dat mensen in een
                                        achterstandspositie geraken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiegerechtigden, rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het verlenen van subsidie geschiedt slechts aan
                                    instellingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Mits deugdelijk en inhoudelijk gemotiveerd, kan in bijzondere
                                    gevallen aan natuurlijke personen en aan bedrijven, subsidie
                                    worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het verlenen van subsidie aan groepen personen kan in die
                                    gevallen, waarin dat als mogelijkheid is opgenomen in een
                                    specifiek hoofdstuk.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Instellingen, die in aanmerking willen komen voor subsidie
                                    dienen, analoog aan artikel 4:66 van de Awb,
                                    rechtspersoonlijkheid te bezitten, behalve wanneer het college
                                    daarvan afwijking toestaat.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid geldt dat
                                    deze ingeschreven dienen te zijn in het verenigingsregister,
                                    gehouden door de Kamers van Koophandel, om aanspraak te kunnen
                                    maken op subsidie.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Wanneer een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon
                                    of aan een groep personen kan het college het voorschrift
                                    opleggen, dat een verklaring wordt overgelegd van een instelling
                                    die bereid is als tussenpersoon op te treden en die tevens
                                    verklaart de in deze Nadere Regels opgenomen algemene
                                    subsidievoorschriften te aanvaarden.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien een subsidie wordt verleend aan een natuurlijk persoon,
                                    een groep personen of aan een bedrijf, worden de in deze Nadere
                                    Regels gestelde bepalingen volledig toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een instelling kan aanspraak maken op een subsidie wanneer
                                    wordt voldaan aan de bepalingen van de Algemene Subsidie
                                    Verordening en indien van toepassing deze Nadere Regels, tenzij
                                    anders bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt slechts verstrekt wanneer:</al><al> a. de behoefte aan de activiteit, investering of voorziening is
                                    aangetoond;</al><al> b. de activiteiten of voorzieningen passen binnen de
                                    beleidsdoelstellingen van de gemeente;</al><al> c. een zodanige werkwijze wordt toegepast, dat redelijkerwijs
                                    mag worden verwacht, dat de beoogde doelstellingen kunnen worden
                                    bereikt;</al><al> d. de instelling aannemelijk maakt, dat met inbegrip van een
                                    subsidie van de gemeente de benodigde financiële middelen
                                    beschikbaar zijn om de gestelde doelstellingen te
                                    realiseren;</al><al> e. uit de subsidieaanvraag blijkt dat de gevraagde subsidie in
                                    redelijke verhouding staat tot de uit te voeren activiteiten, te
                                    realiseren investeringen of de tot stand te brengen of in stand
                                    te houden voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van
                                    regionale/landelijke instellingen, indien aan de volgende
                                    voorwaarden wordt voldaan:</al><al> a. van de activiteiten gebruik gemaakt wordt door inwoners van
                                    de gemeente Noord-Beveland, die in het gemeentelijke aanbod niet
                                    of niet in voldoende mate gebruik kunnen maken van voor hen
                                    geschikte voorzieningen;</al><al> b. de activiteiten deels door vrijwilligers worden
                                    georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Elke verlening van een subsidie geschiedt onder het
                                    voorschrift, dat de daarvoor de benodigde middelen in de
                                    vastgestelde gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het verleende, dan wel gelijktijdig vastgestelde subsidiebedrag
                                    voor een activiteit in een komende periode kan niet meer
                                    bedragen dan het voor dat jaar begrote exploitatietekort.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Het vastgestelde subsidiebedrag voor een activiteit in een
                                    verstreken periode, kan niet meer bedragen dan het verleende
                                    bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al> De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25 en 4:35 van de
                                Awb en artikel 8 en 9 van de Algemene Subsidieverordening
                                Noord-Beveland genoemde gevallen (geheel of gedeeltelijk) worden
                                geweigerd indien naar het oordeel van het college er een gegronde
                                reden bestaat om aan te nemen dat:</al><al> a. de activiteiten niet of niet geheel passen in het vastgestelde
                                gemeentelijk beleid;</al><al> b. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die
                                naar het oordeel van het college in strijd (kunnen) zijn met de wet,
                                internationale verdragen, het algemeen belang, de openbare orde, de
                                leefbaarheid en de veiligheid;</al><al> c. de aanvrager zelf in de kosten kan voorzien, hetzij uit eigen
                                middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan,
                                tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten dermate in het
                                gemeentelijk belang zijn dat van dit beleidsuitgangspunt kan worden
                                afgeweken. Onder middelen van derden moet ook worden verstaan het
                                eigen vrij aanwendbare vermogen;</al><al> d. de activiteiten en voorzieningen die strijdig zijn met geldende
                                wettelijke voorschriften of internationale verdragen of de openbare
                                orde ernstig kunnen verstoren;</al><al> e. activiteiten die uitsluitend of in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                politieke, commerciële of religieuze doeleinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toegankelijkheid openbare ruimte</titel></kop><al> Het college kan aan het verstrekken van subsidies het voorschrift
                                verbinden, dat de activiteit plaatsvindt in een accommodatie, die
                                bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor iedereen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Incidentele subsidies</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Eenmalige subsidies en initiatief subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Plaatselijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige
                                    subsidies voor investeringen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Plaatselijke en regionale instellingen kunnen aanspraak maken
                                    op eenmalige subsidies voor activiteiten én op
                                    initiatiefsubsidies volgens het daarvoor ingerichte subsidie
                                    score systeem.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Landelijke instellingen kunnen aanspraak maken op eenmalige
                                    subsidies voor activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvraagtermijn en verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een incidentele subsidieaanvraag dient tenminste 4 weken voor
                                    het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de realisering
                                    van de activiteit te worden ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In spoedeisende gevallen kan het college afwijken van het
                                    voorschrift, genoemd in het eerste lid, mits deugdelijk
                                    gemotiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een éénmalige subsidie wordt slechts eenmaal per periode
                                    toegekend aan dezelfde aanvrager c.q. diens rechtsopvolger voor
                                    gelijksoortige/ gelijkwaardige activiteiten (eenmaal per drie
                                    jaren) en/of investeringen (eenmaal per vijf jaren). Het betreft
                                    activiteiten en/of investeringen die niet structureel zijn.
                                    Gelet op de omvang van de activiteiten en/of investeringen,
                                    heeft de aanvrager daarvoor in evenredigheid gereserveerd dan
                                    wel extra inkomsten verworven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een initiatiefsubsidie wordt verstrekt, overeenkomstig de
                                    toepassing van het subsidiescore systeem ingevolge artikel
                                    10.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Initiatiefsubsidies kunnen slechts eenmaal per kalenderjaar
                                    worden verstrekt aan dezelfde aanvrager c.q. diens
                                    rechtsopvolger voor gelijksoortige en/of gelijkwaardige
                                    initiatieven, tenzij deze optreedt als intermediair.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toepassing initiatiefsubsidie subsidiescore systeem</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De onder A, B, C, D, E, F, G, H, I en J vast te stellen
                                    gegevens leveren een puntenscore op van ten hoogste 16½.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De onder E gevraagde geschatte omvang van het publiek kan
                                    worden bepaald aan de hand van een acceptabele schatting, de
                                    ervaringsgegevens en/of omzetresultaten van voorgaande jaren,
                                    eventueel verhoogd met een aannemelijke marge.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De onder J vast te stellen beoordeling is gebaseerd op
                                    tenminste twee steekhoudende argumenten betrekking hebbende op
                                    het aspect originaliteit, tenzij sprake is van gemiddeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het totaal van de score wordt vermenigvuldigd met € 35,-- en
                                    resulteert in een totaal subsidiebedrag.</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><colspec colname="col4"></colspec><colspec colname="col5"></colspec><tbody><row><entry><al> A</al></entry><entry><al> Plaats van vestiging Noord-Beveland</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> Plaats van vestiging Zeeland</al></entry></row><row><entry><al> B</al></entry><entry><al> Plaats van handeling N-B</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> Plaats van handeling N-B</al></entry></row><row><entry><al> C</al></entry><entry><al> Zowel A als B van toepassing</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al> Niet van toepassing C</al></entry></row><row><entry><al> D</al></entry><entry><al> Bovenlokale uitstraling/effect</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> Bovenlokale uitstraling/effect</al></entry></row><row><entry><al> E</al></entry><entry><al> Geschatte omvang doelgroep/publiek:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 100</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 200</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 500</al></entry><entry><al> 1,5</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • meer dan 500</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al> F</al></entry><entry><al> Soort activiteit:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • kunst</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • cultuur</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • welzijn</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • volksgezondheid</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • internationale samenwerking</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • sport</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • toerisme/recreatie</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al> G</al></entry><entry><al> Omvang begroting:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf € 500,--</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf € 1.000,--</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf € 5.000,--</al></entry><entry><al> 1,5</al></entry><entry><al> 1,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • meer dan € 20.000,--</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al> H</al></entry><entry><al> Dekking door opbrengsten sponsors in % van de
                                                  exploitatiebegroting:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 10%</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 15%</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 25%</al></entry><entry><al> 3</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 35%</al></entry><entry><al> 4</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al> I</al></entry><entry><al> Dekking door opbrengsten publiek en/of
                                                  deelnemers in % van de exploitatiebegroting:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 15 %</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 25 %</al></entry><entry><al> 1,5</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • vanaf 35 %</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • meer dan 40 %</al></entry><entry><al> 2,5</al></entry><entry><al> 0</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al> J</al></entry><entry><al> Mate van originaliteit:</al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • bovengemiddeld</al></entry><entry><al> 2</al></entry><entry><al> 1</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al> • gemiddeld</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al> 0,5</al></entry><entry><al></al></entry></row><row><entry><al></al></entry><entry><al><vet>Totaalscore</vet></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al></al></entry><entry><al><vet>x € 35,-- = €</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Initiatiefsubsidies traditie en volkscultuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere begripsomschrijving</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen die ervoor zorgen dat de traditie van
                                feest- en gedenkdagen in stand worden gehouden op een aantal
                                specifieke terreinen. Deze instellingen hebben een jaarlijks
                                terugkerend kortlopend programma dat zich richt op één of enkele
                                activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Subsidiegerechtigden en grondslagen</titel></kop><al> Aan een aanvrager genoemd in dit artikel, kan eenmaal per
                                kalenderjaar een subsidie worden verstrekt:</al><al> 1. Oranjeverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van
                                ten hoogste € 455,-- voor het organiseren van Koningsdag
                                activiteiten. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de
                                organisatie van Koningsdag, is gelimiteerd op één instelling per
                                kern.</al><al> 2. Een Sinterklaascomité kan aanspraak maken op een subsidie van
                                ten hoogste € 230,-- Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de
                                organisatie van de intocht van Sint-Nicolaas, is gelimiteerd op één
                                instelling per kern.</al><al> 3. Een 4 mei instelling die activiteiten organiseert met betrekking
                                tot dodenherdenking, kan aanspraak maken op een subsidie van ten
                                hoogste € 230,--. Het aantal gesubsidieerde instellingen voor de
                                organisatie van de dodenherdenking is gelimiteerd op één instelling
                                per kern. </al><al> 4. Buurtverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie van ten
                                hoogste € 175,-- voor het organiseren van activiteiten in de eigen
                                buurt, met het doel de sociale cohesie te bevorderen.</al><al> 5. Organisaties die de functie van dorpsraad vervullen c.q.
                                uitvoeren, kunnen aanspraak maken op een bedrag van ten hoogste €
                                500,-- Het aantal dorpsraden dat aanspraak kan maken is gelimiteerd
                                op één per dorpskern.</al><al> 6. Ondernemersverenigingen kunnen aanspraak maken op een subsidie
                                van ten hoogste € 1.800,-- voor het organiseren van haven-,
                                folklore- en Veerse Meer Dagen: a. De subsidie bedraagt niet meer
                                dan 50 % van de uitgaven. b. Per dorpskern kan aan één
                                ondernemersvereniging eenmaal per kalenderjaar een subsidie worden
                                verstrekt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Initiatiefsubsidies cultuur van aanzienlijke omvang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al> 1. Cultuur evenementen van aanzienlijke omvang: cultuuruitingen
                                gelegen binnen de aandachtsgebieden beeldende kunst &amp;
                                vormgeving, dans, film, letteren, muziek/muziektheater, welke worden
                                gehouden in de gemeente Noord-Beveland en met een begroting van
                                minimaal € 3.150,--. Deze lokaal opgevoerde evenementen kunnen
                                worden georganiseerd door instellingen of groepen personen.</al><al> 2. Plaatselijke- en regionale cultuurinstellingen en groepen
                                personen: amateur gezelschappen en groepen personen die gevestigd
                                zijn in of afkomstig uit de provincie Zeeland en professionele
                                organisaties die statutair gevestigd zijn in de provincie
                                Zeeland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening zijn volledig
                                    van toepassing op aangevraagde, verleende en vastgestelde
                                    subsidies voor cultuur evenementen van aanzienlijke omvang,
                                    tenzij in dit hoofdstuk op onderdelen anders is vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bepalingen zijn van toepassing op de plaatselijke en de
                                    regionale cultuurinstellingen en groepen personen, welke
                                    activiteiten organiseren die niet tot een jaarvullend
                                    programma/jaarwerkprogramma behoren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidies van aanzienlijke omvang kunnen eenmaal per
                                    kalenderjaar worden toegekend aan een instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><al> Het verlenen van subsidie kan geschieden aan:</al><al> a. plaatselijke- en regionale instellingen;</al><al> b. amateur gezelschappen;</al><al> c. groepen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De activiteiten dienen plaats te vinden op het grondgebied van
                                    Noord-Beveland.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidieaanvraag dient een begrotingsbedrag van € 3.150,--
                                    te boven te gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overige eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidieaanvragen worden ingediend binnen het eerste tijdvak
                                    (kwartaal 1), dus voor 1 april van het lopende jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie aanvragen worden ingediend binnen het tweede tijdvak
                                    (kwartaal 2), dus voor 1 juli van het lopende jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een ingediende subsidieaanvraag is voorzien van een haalbaar
                                    programma van de beoogde activiteiten en een reële
                                    begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ontvangen subsidieaanvragen worden binnen na de eerste
                                    sluitingsdatum van 1 april beoordeeld op de programma
                                    inhoud.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een ontvangen aanvraag in het eerste kwartaal kan worden
                                    doorgeschoven naar het tweede kwartaal en opnieuw worden
                                    beoordeeld op de programma inhoud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ontvangen subsidieaanvragen worden na de tweede
                                    sluitingsdatum van 1 juli beoordeeld op de programma
                                    inhoud.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Subsidieverlening kan plaatsvinden na de eerste
                                    beoordeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Subsidieverlening kan plaatsvinden na de tweede
                                    beoordeling.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het eigen financiële aandeel in de begroting van de aanvrager
                                    dient tenminste 50 % van de kosten te bedragen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De te verlenen subsidie bedraagt minimaal € 1.575,-- en
                                    maximaal € 5.000,-- per evenement.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Van het maximale te verlenen subsidiebedrag kan alleen worden
                                    afgeweken in het voordeel van de aanvrager, indien het
                                    vastgestelde subsidieplafond van de gemeentelijke begrotingspost
                                    “subsidies cultuur evenementen van aanzienlijke omvang” na de
                                    tweede sluitingsdatum nog niet bereikt is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Specifieke bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien aanvragen op grond van de bepalingen in hoofdstuk 2 en
                                    hoofdstuk 4 van deze beleidsregels in beide gevallen leiden tot
                                    subsidieverlening zal het berekende subsidiebedrag van hoofdstuk
                                    2 in mindering worden gebracht op het verleende subsidie van
                                    hoofdstuk 4.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een aanvraag niet blijkt te voldoen aan het
                                    begrotingscriterium (artikel 16, lid 2), dan wordt de aanvraag
                                    behandeld volgens hoofdstuk 2 van deze Nadere Regels.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Behandeling volgens hoofdstuk 2 vindt eveneens plaats als het
                                    subsidiebedrag lager uitvalt dan artikel 18, zevende lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De beoordeling van de programma inhoud vindt plaats aan de hand
                                    van tenminste drie criteria, namelijk:</al><al> a. passend voor Noord-Beveland;</al><al> b. geschiktheid voor een groter publiek;</al><al> c. bijzonder of grensverleggend.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Initiatiefsubsidies voor recreatie/toerisme van aanzienlijke
                                omvang</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al> a. oeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang:
                                alle activiteiten en investeringen, niet behorend tot cultuur
                                evenementen uit hoofdstuk 4, welke vallen onder de categorieën
                                promotie, attracties, infrastructuur, activiteiten en
                                informatieverschaffing, alles met het oog op recreatie en/of
                                toerisme. De initiatieven kunnen bestaan uit activiteiten of
                                investeringen.</al><al> b. Eigen financiële aandeel in de begroting: alle bijdragen van de
                                aanvrager zelf maar ook van sponsoren, subsidieverstrekkers en
                                publiek/deelnemers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al> De bepalingen uit de subsidieverordening zijn volledig van
                                toepassing op aangevraagde, verleende en vastgestelde subsidies voor
                                toeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang, tenzij
                                in dit hoofdstuk op onderdelen anders is vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><al> Het verlenen van subsidie kan geschieden aan instellingen als
                                genoemd in artikel 1 onder c. d. en e. en artikel 2 van deze Nadere
                                Regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Algemene eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De activiteiten dienen plaats te vinden op het grondgebied van
                                    Noord-Beveland.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidieaanvraag dient een begrotingsbedrag van € 3.150,--
                                    te boven te gaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ontvangen subsidieaanvragen worden met behulp van een door
                                    burgemeester en wethouders vastgestelde beoordelingsmatrix
                                    beoordeeld op de programma inhoud.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het eigen financiële aandeel in de begroting van de aanvrager
                                    dient tenminste 75% van de kosten te bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De te verlenen subsidie bedraagt maximaal € 7.500,-- per
                                    activiteit met een begroting tot € 30.000,--.</al><al> Bij een begroting boven de € 30.000,- bedraagt:</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De te verlenen subsidie maximaal 25% van de kosten met een
                                    maximum van € 10.000,-- per activiteit.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De te verlenen subsidie maximaal 25% van de kosten met een
                                    maximum van € 5.000,-- wanneer de activiteit bestaat uit een
                                    evenement.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Van het maximale te verlenen subsidiebedrag kan alleen ten
                                    positieve worden afgeweken, indien het vastgestelde
                                    subsidieplafond van de gemeentelijke begrotingspost ‘subsidies
                                    toeristisch-recreatieve initiatieven van aanzienlijke omvang’ op
                                    1 december van het betreffende begrotingsjaar nog niet bereikt
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overige eisen</titel></kop><al> Een ingediende subsidieaanvraag is voorzien van een (realistisch)
                                programma van de beoogde activiteiten en een reële begroting,
                                alsmede een dekkingsplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Specifieke bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien aanvragen op grond van de bepalingen in hoofdstuk 2 en
                                    hoofdstuk 5 van deze Nadere Regels in beide gevallen leiden tot
                                    subsidieverlening zal het berekende subsidie bedrag van
                                    hoofdstuk 2 in mindering worden gebracht op het verleende
                                    subsidie van hoofdstuk 5.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een aanvraag niet blijkt te voldoen aan het
                                    begrotingscriterium (artikel 23, lid 2), dan kan de aanvraag
                                    worden behandeld volgens hoofdstuk 2 van deze
                                    beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De beoordeling van de programma inhoud vindt plaats aan de hand
                                    van tenminste de navolgende criteria, namelijk:</al><al> a. passend voor Noord-Beveland;</al><al> b. geschikt voor een groter publiek;</al><al> c. bijzonder of grensverleggend;</al><al> d. beheer en onderhoud zijn gegarandeerd c.q. worden aangee.
                                    toond middels een beheers-/onderhoudsplan.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Structurele subsidies</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Structurele subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Plaatselijke instellingen kunnen aanspraak maken op een
                                    structurele subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Regionale instellingen kunnen aanspraak maken op een
                                    structurele subsidie ingevolge artikel 52 en 53 van dit
                                    hoofdstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing op subsidieaanvraag en uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college geeft in de subsidiebeschikking aan hoe de
                                    uitbetaling zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Betaling van subsidiebedragen vinden plaats in de eerste maand
                                    van het nieuwe tijdvak.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Expressie, muziek, toneel en dans</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Nadere omschrijving en doelstelling</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen, die de muzikale (zelf)ontplooiing
                                bevorderen en wel in het bijzonder door het beoefenen van
                                instrumentale en vocale muziek, toneel en dans. Plaatselijke
                                instellingen in combinatie met professionele instituten vervullen
                                een voorname rol als het gaat om het opleiden van een nieuwe
                                generatie podiumkunstenaars. Daarnaast zorgen zij er met hun
                                expressieve kunst voor, dat groepen mensen hun optredens willen
                                bezoeken. Ze houden er rekening mee dat een optreden zoveel mogelijk
                                toegankelijk is voor alle bezoekers/deelnemers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Algemeen:</al><al> 1. om aanspraak te kunnen maken op subsidie moet een instelling
                                    aangesloten zijn bij een landelijke en/of provinciale
                                    koepelorganisatie of branchevereniging, indien daartoe de kans
                                    bestaat;</al><al> 2. harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands heffen een
                                    contributie van tenminste € 90,-- per lid per jaar; de overige
                                    onder dit hoofdstuk</al><al> vallende instellingen heffen een contributie/bijdrage van
                                    tenminste € 70,-- per lid/deelnemer per jaar;</al><al> 3. wanneer het college dit verzoekt werken harmonieën, fanfares
                                    en brassbands gratis mee aan de viering van verjaardagen van
                                    leden van het koninklijk huis, nationale feestdagen en/of andere
                                    gelegenheden;</al><al> 4. harmonieën, fanfares en brassbands hebben tenminste 25
                                    werkende leden, drumbands tenminste 15 leden en de overige onder
                                    dit</al><al> hoofdstuk vallende instellingen hebben tenminste 10 leden;</al><al> 5. alle instellingen met 25 leden of meer, ontplooien tenminste
                                    1 activiteit per jaar waaruit inkomsten worden verworven die
                                    minimaal 4 % van de jaaromzet bedragen. Tot de eigen inkomsten
                                    wordt niet gerekend contributieheffing, inschrijfgelden of
                                    gemeentelijk subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Harmonie-, fanfarekorpsen en brassbands, die subsidie ontvangen
                                    zijn verplicht om éénmaal per vijf aaneengesloten jaren aan een
                                    onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of
                                    provinciale bond of federatie, waarbij de betreffende instelling
                                    is aangesloten, te houden concours deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Met het aantal leden en het aantal bespeelde instrumenten wordt
                                    bedoeld het aantal leden (excl. blokfluitleerlingen) en het
                                    aantal bespeelde instrumenten per 1 januari van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar, waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Subsidiegrondslagen voor harmonie-, fanfarekorpsen en
                                    brassbands</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bestaat uit de volgende grondslagen:</al><al> a. een basisbedrag van € 2.275,-- per korps;</al><al> b. een bedrag van € 45,-- per bespeeld instrument per
                                    jaar;</al><al> c. een bedrag van € 20,-- per uniform per jaar;</al><al> d. een bijdrage van 40% in de kosten van het honorarium van de
                                    dirigent(en) / instructeur(s) per jaar tot een maximum van €
                                    4.000,--;</al><al> e. een bijdrage van 40% in de opleidingskosten van leerlingen
                                    muzikale en speltechnische vorming aan de Zeeuwse Muziekschool
                                    of gelijkwaardig muziekonderwijs tot een maximum van €
                                    2.000,--;</al><al> f. een bijdrage van maximaal € 525,-- per jaar in de kosten van
                                    deelname aan nationale kampioenswedstrijden of concoursen, welke
                                    onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of
                                    provinciale koepelorganisatie of branchevereniging, waarbij de
                                    betreffende instelling is aangesloten, worden gehouden. Dit
                                    subsidie wordt bepaald aan de hand van de door het korps
                                    ingezonden begroting met bijgevoegd verzoek, alsmede een kopie
                                    van de uitnodiging, welke hiervoor door het betreffende korps is
                                    ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de onder art. 31, lid 1 genoemde bedragen gelden de volgende
                                    uitzonderingen:</al><al> a. een afdeling uitmuntendheid (3e divisie) krijgt 105% van
                                    deze bedragen gesubsidieerd;</al><al> b. een ereafdeling (2e divisie) krijgt 110% van deze bedragen
                                    gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Artikel 3, zesde lid van de Nadere regels is niet van
                                    toepassing op dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Subsidiegrondslagen voor zang- en oratoriumverenigingen,
                                    combo's en startende populaire bands</titel></kop><al> De subsidie voor de zang- en oratoriumverenigingen, combo’s en
                                startende populaire bands, die optredens geven, is als volgt
                                opgebouwd:</al><al> a. een basisbedrag per instelling van € 180,-- per jaar;</al><al> b. een bijdrage van 30% in de kosten van het honorarium van de
                                dirigent/instructeur(s) met een maximum van € 535,-- per jaar;</al><al> c. een bijdrage van ten hoogste € 535,-- in de kosten van deelname
                                aan nationale concoursen, welke onder auspiciën en reglementering
                                van de landelijke en/of provinciale bond of federatie, waarbij de
                                betreffende instelling is aangesloten, worden gehouden. De subsidie
                                wordt bepaald aan de hand van de door de instelling ingezonden
                                begroting met bijgevoegd verzoek, alsmede een kopie van de
                                uitnodiging, welke hiervoor door de</al><al> d. betreffende instelling is ontvangen;</al><al> e.een bijdrage van ten hoogste € 250,-- in de kosten van deelname
                                aan een lokaal c.q. regionaal optreden van een startende populaire
                                band.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Subsidiegrondslagen voor toneel- en filmverenigingen</titel></kop><al> De subsidie voor de toneel- en filmverenigingen, die voorstellingen
                                geven, is als volgt opgebouwd:</al><al></al><al> a. een basisbedrag per instelling van € 180,-- per jaar;</al><al> b. een bijdrage van 30% in de kosten van het honorarium, dan wel de
                                onkostenvergoeding van de regisseur en/of leider met een maximum van
                                € 415,-- per jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Subsidiegrondslagen voor instellingen beeldende kunst en
                                    letteren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie voor de instellingen, die beeldende kunst maken en
                                    waarbij recreatieve ontmoeting een primaire functie heeft, is
                                    als volgt opgebouwd:</al><al> a. voor de instelling met tenminste 15 betalende leden of
                                    deelnemers, geldt een basisbedrag van € 225,-- per instelling en
                                    een vast bedrag van € 5,-- per lid/deelnemer per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie voor de instelling met tenminste 20 betalende leden
                                    of deelnemers, die beeldende kunst maken en met name
                                    activiteiten ontplooien die gericht zijn op het exposeren van
                                    eigen gemaakte werken, met de bedoeling een publiek te trekken
                                    en verbindingen aan te gaan met andere partijen, is als volgt
                                    opgebouwd:</al><al> a. een basisbedrag van € 850,-- voor de algemene kosten;</al><al> b. voor het organiseren van een kunstroute en een permanente
                                    expositie voor bezoekers, een maximaal bedrag van € 1.800,--
                                    ;</al><al> c. voor het driejaarlijks organiseren van een poëzie activiteit
                                    en uitwisseling met buitenlandse kunstenaars een maximaal bedrag
                                    van € 575,--;</al><al> d. voor het maatschappelijk ondernemen een maximaal bedrag van
                                    € 625,--</al><al> e. voor het investeren in en ontwikkeling van jeugdig talent
                                    een maximaal bedrag van</al><al> € 825,--</al><al> f. ten behoeve van het opzetten en in stand houden van een
                                    kunstuitleen een maximaal bedrag van € 1.400,--</al><al> e. deze instellingen ontplooien tenminste 1 activiteit per jaar
                                    waaruit inkomsten worden verworven die minimaal 4% van jaaromzet
                                    bedragen.Tot de eigen inkomsten worden niet gerekend
                                    contributieheffing, inschrijfgelden of gemeentelijk
                                    subsidie.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Sport en beweging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Nadere begripsomschrijving</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen die gericht zijn op de sportieve
                                ontplooiing van ingezetenen van de gemeente. Lichamelijke beweging,
                                toegepast op een verantwoorde wijze, draagt bij aan een gezonde
                                levensstijl voor alle leeftijdsgroepen.</al><al> Daarnaast is sport een middel om de saamhorigheid en integratie te
                                bevorderen. Specifiek voor ouderen geldt dat voldoende beweging,
                                onder leiding van een deskundige, er voor kan zorgen dat deze
                                doelgroep langer in staat zal zijn zelfstandig te functioneren in de
                                eigen woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een
                                    instelling:</al><al> a. aangesloten te zijn bij een landelijke en/of provinciale
                                    koepelorganisatie of branchevereniging indien daartoe de kans
                                    bestaat;</al><al> b. tenminste 10 contributie betalende leden of bijdragende
                                    deelnemers te hebben;</al><al> c. een contributie/bijdrage te heffen van tenminste € 35,-- per
                                    lid/deelnemer per jaar;</al><al> d. tenminste 1 activiteit te ontplooien waaruit inkomsten
                                    worden verworven die minimaal 4% van de jaaromzet bedragen. Tot
                                    de eigen inkomsten wordt niet gerekend contributieheffing,
                                    inschrijfgelden of gemeentelijk subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als aantal leden en deelnemers in de zin van dit hoofdstuk
                                    worden aangemerkt het aantal in de gemeente Noord-Beveland
                                    woonachtig leden of deelnemers dat per 1 januari voorafgaand aan
                                    het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, lid of deelnemer
                                    zijn van de betreffende instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Subsidiegrondslagen voor sportverenigingen</titel></kop><al> De subsidie voor de sportverenigingen is als volgt opgebouwd:</al><al> a. een basisbedrag van € 300,-- per instelling;</al><al> b. een vast bedrag van € 5,-- per lid/deelnemer per jaar, met een
                                maximum van € 175,-- per jaar.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Jeugd- en jongerenwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Nadere begripsomschrijving</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen, die het jeugd- en jongerenwerk
                                behartigen. Hieronder wordt verstaan het geheel van activiteiten,
                                die gericht zijn op ondersteunende en (re-)creatieve ontplooiing van
                                jeugdigen en jongeren in de leeftijd tot en met 20 jaar, met onder
                                meer de bedoeling om ontwikkelingsachterstand en/of uitval te
                                voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om aanspraak te kunnen maken op subsidie dient een
                                    instelling:</al><al> a. aangesloten te zijn bij een landelijke en/of provinciale
                                    koepelorganisatie of branchevereniging indien daartoe de kans
                                    bestaat;</al><al> b. een contributie/bijdrage te heffen van tenminste € 15,-- per
                                    jeugdlid/deelnemer per jaar;</al><al> c. tenminste 10 contributie betalende leden of bijdragende
                                    deelnemers te hebben in de leeftijd tot en met 20 jaar;</al><al> d. tenminste 1 activiteit te ontplooien waaruit inkomsten
                                    worden verworven die minimaal 4% van de totale begroting
                                    bedragen. Tot de eigen inkomsten wordt niet gerekend
                                    contributieheffing, inschrijfgelden of gemeentelijk
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als leden/deelnemers in de zin van dit hoofdstuk worden
                                    aangemerkt het aantal in Noord-Beveland woonachtige
                                    leden/deelnemers dat per 1 januari van het jaar voorafgaand aan
                                    het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, lid/deelnemer zijn
                                    van de betreffende instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Subsidiegrondslagen scouting</titel></kop><al> De subsidie voor de scouting, bestaat uit vier componenten, te
                                weten:</al><al> a. 40% van de huisvestingskosten, met als maximum grondslag €
                                18.000,-- ;</al><al> b. 40% van de organisatiekosten/bestuurskosten, met als maximum
                                grondslag € 3.000,-- ;</al><al> c. 40% van de specifieke kosten en activiteitenkosten, met als
                                maximum grondslag € 20.000,-- ;</al><al> d. 40% van de opleidingskosten, met als maximum grondslag €
                                1.000,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Subsidiegrondslagen overige instellingen jeugd- en
                                    jongerenwerk</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie voor de overige instellingen die het jeugd en
                                    jongerenwerk behartigen, is als volgt opgebouwd:</al><al></al><al> a. een basisbedrag van € 300,-- per instelling dan wel een
                                    aparte werkvorm van een bepaalde instelling;</al><al> b. een vast bedrag van € 5,-- per lid/deelnemer per jaar, met
                                    een maximum van € 230,-- per jaar.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Peuterspeelzalen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                    plaatselijke peuterspeelzalen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen:</al><al> a. het onder deskundige begeleiding op gestructureerde basis
                                    samenbrengen van kinderen van 2 of 2,5 tot 4 jaar;</al><al> b. opvang gedurende een dagdeel van maximaal 3½ uur, tijdens
                                    (meestal) twee dagdelen per week, gedurende ongeveer 40 weken
                                    per jaar;</al><al> c. zo optimaal mogelijk ontwikkelingskansen creëren door het
                                    aanbieden van gevarieerde, uitdagende en bij de
                                    ontwikkelingsbehoeften aansluitende speelmogelijkheden;</al><al> d. het ervoor zorg dragen dat de peuterspeelzaal een vindplaats
                                    is waar eventueel achterstanden en/of ontwikkelingsproblemen op
                                    een vroegtijdig moment worden gesignaleerd en gevolgd.</al><al> Er is gekozen voor ambitieniveau 2 van de handreiking van de
                                    Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met betrekking tot
                                    peuterspeelzalen. De daarin genoemde doelen zijn spelen,
                                    ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen. In iedere
                                    dorpskern wordt maximaal één peuterspeelzaal door de gemeente
                                    gesubsidieerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Nadere begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder personeelskosten worden verstaan alle kosten ten behoeve
                                    van het pedagogisch personeel, inclusief ziekteverzuim en
                                    seniorenverlof.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onder huisvestingskosten worden verstaan:</al><al> a. huursom van gebouwen, alsmede de kosten van erfpacht of enig
                                    ander zakelijk recht;</al><al> b. kosten van verlichting, verwarming, water en
                                    schoonmaak;</al><al> c. kosten van schoonmaak van gebouwen;</al><al> d. kleine aanschaffingen ten behoeve van de inventaris;</al><al> e. overige door het college aanvaarde huisvestingskosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onder activiteitenkosten vallen:</al><al></al><al> a. vaste kosten per peutergroep;</al><al> b. variabele kosten per peuter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De organisatiekosten bestaan uit: Indirecte kosten, onder ander
                                    verkoop, administratie en personeelskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al> Peuterspeelzalen die voldoen aan de regels van de Wet Kinderopvang
                                kunnen aanspraak maken op subsidie.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Ouderen participatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Nadere begripsomschrijving</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen, die ouderenparticipatie behartigen.
                                Hieronder wordt onder meer verstaan het geheel van activiteiten, die
                                gericht zijn op ondersteunende en (re-)creatieve ontplooiing van
                                ouderen vanaf 55 jaar, met onder meer de bedoeling om isolatie en/of
                                eenzaamheid te voorkomen en zelfredzaamheid te vergroten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om aanspraak te kunnen maken op subsidie, dient een
                                    instelling:</al><al> a. aangesloten te zijn bij een landelijke en/of provinciale
                                    koepelorganisatie of branchevereniging indien daartoe de kans
                                    bestaat;</al><al> b. tenminste 10 contributie betalende leden of bijdragende
                                    deelnemers te hebben;</al><al> c. een contributie/bijdrage te heffen van tenminste € 25,-- per
                                    lid/deelnemer per jaar bij een aantal van 10 tot 100 contributie
                                    betalende leden of bijdragende deelnemers;</al><al> d. bij 100 of meer contributie betalende leden of bijdragende
                                    deelnemers wordt geen contributiebedrag of bijdrage
                                    opgelegd;</al><al> e. tenminste 1 activiteit te ontplooien waaruit inkomsten
                                    worden verworven die minimaal 4% van de jaaromzet bedragen. Tot
                                    de eigen inkomsten wordt niet gerekend contributieheffing,
                                    inschrijfgeld of subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als leden/deelnemers in de zin van dit hoofdstuk worden
                                    aangemerkt het aantal in Noord-Beveland woonachtige
                                    leden/deelnemers dat per 1 januari van het jaar voorafgaand aan
                                    het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, lid/deelnemer zijn
                                    van de betreffende instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Subsidiegrondslagen instellingen ouderenwerk</titel></kop><al> De subsidie voor instellingen die het ouderenwerk behartigen en/of
                                activiteiten voor hoofdzakelijk ouderen organiseren, is als volgt
                                opgebouwd:</al><al> 1. Voor de instelling met 10 tot 100 betalende leden of deelnemers,
                                een basisbedrag van € 300,-- per instelling en een vast bedrag van €
                                5,-- per lid/deelnemer per jaar, met een maximum van € 230,-- per
                                jaar.</al><al> 2. Een bedrag van maximaal € 855,-- per jaar voor de instelling met
                                100 of meer contributiebetalende leden of bijdragende
                                deelnemers.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Leefbaarheid en sociale ontmoeting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Nadere begripsomschrijving</titel></kop><al> De Nadere Regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de
                                plaatselijke instellingen die onder meer gericht zijn op de
                                leefbaarheid en ontmoeting van ingezetenen van de gemeente. De mate
                                van leefbaarheid wordt voor een deel bepaald door voorzieningen en
                                sociale activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Bijzondere subsidievoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om aanspraak te kunnen maken op subsidie, dient een
                                    instelling:</al><al> a. aangesloten te zijn bij een landelijke en/of provinciale
                                    bond of federatie indien daartoe de kans bestaat;</al><al> b. waar mogelijk tenminste 1 activiteit te ontplooien waaruit
                                    inkomsten worden verworven die minimaal 4% van de jaaromzet
                                    bedragen. Tot de eigen inkomsten wordt niet gerekend
                                    contributieheffing, inschrijfgelden of gemeentelijke
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als leden of deelnemers in de zin van dit hoofdstuk worden
                                    aangemerkt het aantal in Noord-Beveland woonachtige leden of
                                    deelnemers dat per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het
                                    jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, lid of deelnemer zijn
                                    van de betreffende instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Subsidiegrondslagen ontmoetingsactiviteiten</titel></kop><al> Een vereniging dorpsgemeenschap die ontmoetingsactiviteiten
                                organiseert, met onder meer het doel de sociale cohesie te
                                bevorderen, kan aanspraak maken op een subsidie van:</al><al></al><al> 1. € 855,-- bij 30 tot 150 contributie betalende leden of
                                bijdragende deelnemers;</al><al> 2. € 1.130,-- bij 150 tot 200 contributie betalende leden of
                                bijdragende deelnemers;</al><al> 3. € 2.360,-- bij 200 of meer contributie betalende leden of
                                bijdragende deelnemers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Subsidiegrondslagen limitatieve lijst plaatselijke
                                    instellingen</titel></kop><al> Ten behoeve van een gelimiteerd aantal instellingen geldt als
                                subsidiegrondslag de verstrekte subsidie van het peiljaar 2011. Deze
                                instellingen zijn conform een collegebesluit vastgelegd en aangeduid
                                als: limitatieve lijst van instellingen artikel 51 Nadere Regels
                                Noord-Beveland.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>Subsidies voor overige plaatselijke welzijnsinstellingen èn
                                regionale welzijnsinstellingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Subsidiegrondslagen overige plaatselijke instellingen en
                                    regionale instellingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Plaatselijke instellingen die niet passen binnen de
                                    beschrijving en/of de doelstellingen van de voorliggende
                                    hoofdstukken van deze Nadere Regels of niet aan bijzondere
                                    voorwaarden kunnen voldoen, kunnen aanspraak maken op een
                                    subsidie van ten hoogste € 175,--.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een regionale instelling werkzaam is op het terrein van
                                    welzijn en wordt gesubsidieerd door minimaal twee van de overige
                                    Bevelandse gemeenten, kan een subsidie worden verstrekt, indien
                                    de in dit artikel bedoelde instelling aantoont over gebruikers
                                    te beschikken woonachtig in Noord-Beveland.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie voor de regionale instelling bestaat uit een
                                    bijdrage in de exploitatietekorten, welke niet hoger is dan €
                                    0,01 per inwoner van de gemeente Noord-Beveland, gerekend naar
                                    het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het
                                    jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Subsidiegrondslagen limitatieve lijst regionale
                                    instellingen</titel></kop><al> Ten behoeve van een gelimiteerd aantal instellingen, geldt als
                                subsidiegrondslag de verstrekte subsidie van het peiljaar 2011. Deze
                                instellingen zijn conform een collegebesluit vastgelegd en aangeduid
                                als: de limitatieve lijst van instellingen artikel 53 Nadere Regels
                                Noord-Beveland.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>14</nr><titel>Slot</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Citeerartikel en slotbepaling</titel></kop><al> Deze Nadere Regels kunnen worden aangehaald als “Nadere Regels
                                Subsidium Noord-Beveland 2014” en treden in werking op 1 januari
                                2014.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>