<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR305246_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Weesp 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weespernieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Weesp 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAW, art. 35 en art. 20</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAZ, art. 35 en art. 20</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.26929/D.14914</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In werking met terugwerkende kracht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Weesp 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Weesp;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Weesp d.d. 5 maart
                        2013;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid en artikel 108, tweede lid Gemeentewet,
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, tweede lid IOAW, alsmede
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, eerste lid IOAZ;</al><al>BESLUIT:</al><al>1. de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Weesp 2013 vast te
                        stellen;</al><al>2. deze verordening acht dagen na publicatie in werking te laten treden, met
                        terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013.</al><al>3. de voorgaande verordening Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Weesp 2012
                        met ingang van 1 januari 2013 in te trekken.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013</al><al>De raad voornoemd,</al><al>mw. M. Walrave, B. Horseling,</al><al>griffier voorzitter</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>De IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ, beiden voor zover zij
                                        op belanghebbende van toepassing zijn;</al></li><li nr="d."><al>Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                        IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>Uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde
                                        netto grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid
                                        IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van
                                        artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ
                                        alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren
                                        van een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW
                                        en artikel 20, tweede lid IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="h."><al>Vervallen met ingang van 1 januari 2013;</al></li><li nr="i."><al>Belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op
                                        grond van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in
                                        dienstbetrekking, alsmede hij die recht heeft op een
                                        uitkering op grond van de IOAZ;</al></li><li nr="j."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Weesp</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
                                verplichting als bedoeld in artikel 13 lid 2 en lid 4 IOAW/IOAZ of
                                een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden
                                verplichting – anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37,
                                eerste lid, onderdeel c IOAZ - schendt, wordt overeenkomstig deze
                                verordening een maatregel opgelegd. Daarnaast wordt tevens een
                                maatregel opgelegd indien belanghebbende onder omstandigheden die
                                rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich
                                jegens het college zeer ernstig misdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de uitkeringsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert en kan daarom afwijken van de in
                                deze verordening genormeerde maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de
                                maatregel een maand.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 7 lid 2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: </al><al> - de reden van de maatregel;</al><al> - de duur van de maatregel;</al><al> - het percentage waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of
                            geweigerd;</al><al> - het bedrag waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of
                            geweigerd;</al><al> - indien van toepassing, de reden om af te wijken van een
                            standaardmaatregel</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een
                                        gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in
                                        artikel 13 van IOAW/IOAZ.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is
                                        verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt belanghebbende daarvan
                                schriftelijk op de hoogte gebracht</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende
                                kalendermaand, volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                uitkeringsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de IOAW/IOAZ genoemde verplichtingen, wordt één
                                maatregel opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen
                                maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste
                                maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de IOAW/IOAZ genoemde verplichtingen, wordt
                                voor iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze
                                maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op
                                artikel 4, eerste lid, niet verantwoord is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op
                                grond van artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting,
                                bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of
                                onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende
                                categorieën:</al><al>Eerste categorie:</al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het
                                Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig
                                laten verlengen van de registratie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                        arbeid te verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek
                                        naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Derde categorie</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid
                                        belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het
                                        college aangeboden voorziening gericht op
                                        arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
                                        activering.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
                                        eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
                                        tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>veertig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
                                        derde categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien
                                belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de
                                belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a,
                                dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door
                                eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                voor onbepaalde duur een maatregel op ter hoogte van het netto
                                inkomen dat hij uit deze arbeid had kunnen verwerven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde
                                arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college, met in
                                achtneming van artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ, voor onbepaalde
                                duur een maatregel op indien de belanghebbende door eigen toedoen
                                een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren en:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende
                                        reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek
                                        7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de
                                        belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige
                                        bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
                                        redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door dit gedrag
                                verloren netto inkomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college voor onbepaalde
                                duur een maatregel op indien de belanghebbende een uitkering
                                ontvangt op basis van de IOAW en hij weigert hem aangeboden algemeen
                                geaccepteerde arbeid te aanvaarden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het netto inkomen dat hij
                                uit deze arbeid had kunnen verwerven</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen met ingang van 1 januari 2013</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen
                                voor de uitkering</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                gevolgen voor de uitkering</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                                college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                                verband houden met de uitvoering van de IOAW /IOAZ wordt
                                onverminderd artikel 4, tweede lid, een maatregel opgelegd van</al><lijst><li nr="a."><al>veertig procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand
                                        bij verbaal geweld;</al></li><li nr="b."><al>honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand
                                        bij (dreigend) fysiek geweld en/of vernielingen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De duur van de maatregel kan worden verdubbeld, indien de
                                belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
                                besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt
                                aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een
                                besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het
                                besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond
                                van dringende redenen, als bedoeld in artikel 7, tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>De inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie met
                            terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening IOAW en
                            IOAZ gemeente Weesp 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>mw. M. Walrave, B. Horseling,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>