<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR305124_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening Urk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Urkerland</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening Urk 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 147, lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geluidsoverlast</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013.06297</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>haven</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Havenverordening Urk 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Urk,</al><al>op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente
                        Urk d.d. 8 mei 2013</al><al>gezien het advies van commissie II d.d. 12 juni 2013</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>in te trekken de havenverordening vastgesteld bij raadsbesluit van
                                29 september 1994 en nadien gewijzigd bij raadsbesluiten van 30
                                september 1999 en 21 september 2000;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de:</al></li></lijst><al><vet>HAVENVERORDENING 2009</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><al>a. schip/vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen
                            wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water
                            van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet
                            met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, daaronder
                            mede begrepen een watervliegtuig, drijvende werktuigen, zoals kranen,
                            baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard alsmede
                            woonschepen, woonarken, glijboten en ponten;</al><al>b. havenmeester: degene die in het kader van deze verordening als
                            zodanig door Burgemeester en wethouders is aangesteld alsmede diens
                            plaatsvervanger(s);</al><al>c. schipper: degene die, rechtens dan wel feitelijk, aan boord van een
                            vaartuig het gezag heeft;</al><al>d. pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt
                            gebruikt voor niet- bedrijfsmatige d.w.z. sportieve of recreatieve
                            doeleinden;</al><al>e. woonschip: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                            wordt gebruikt of tot woning is bestemd;</al><al>f. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te
                            water (niet zijnde een binnenschip), hoofdzakelijk gebruikt of bestemd
                            voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, voor het bedrijfsmatig
                            vervoer van minder dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet
                            begrepen, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele
                            activiteiten;</al><al>g. veerboot: een vaartuig die een veerdienst onderhoudt via een
                            reguliere dienstregeling bestemd voor het vervoer van meer dan twaalf
                            personen, de bemanning daaronder niet begrepen, naar een andere
                            locatie;</al><al>h. zeeschip: een bedrijfsvaartuig ingericht voor het vervoer van
                            goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen en geschikt is voor het
                            vervoer over zee;</al><al>i. binnenschip: een bedrijfsvaartuig ingericht voor vervoer van
                            goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen over binnenwater;</al><al>j. slops: mengsel van olierestanten en water;</al><al>k. BPR: het Binnenvaartpolitiereglement, gebaseerd op de
                            Scheepvaartverkeerswet.</al><al>l. opleggen van een vaartuig: het voor een langere periode dan twee
                            maanden uit de vaart nemen van een vaartuig;</al><al>m. rechthebbende: degene die over enige zaak of dier de beschikking
                            heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige
                            feitelijke macht uitoefent;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>1 Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is deze verordening van
                            toepassing op de havens in de gemeente Urk en alle tot de havens
                            behorende kades en kunstwerken, alsmede op het parkeerterrein op de
                            Burgemeester Schipperkade en de scheepshellingen, scheepsreparatiewerven
                            en los- en laadplaatsen binnen de gemeente.</al><al/><al>2 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, is van toepassing
                            de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Urk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>1 Een aanvraag om vergunning wordt schriftelijk ingediend bij
                            Burgemeester en wethouders, tenzij anders bepaald.</al><al/><al>2 Burgemeester en wethouders kunnen voor het indienen van een aanvraag
                            om vergunning een formulier vaststellen. </al><al/><al>3 In een spoedeisend geval en indien het een eenmalige gedraging of een
                            handeling van korte duur betreft, kan een aanvraag voor een vergunning
                            mondeling worden ingediend bij Burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Niet in behandeling nemen van een aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag wordt in ieder geval niet in behandeling genomen indien de
                            aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in de vigerende
                            Legesverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Beslissingentermijn</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                            vergunning binnen zes weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                            is.</al><al/><al>2 Burgemeester en wethouders kunnen het nemen van een besluit voor ten
                            hoogste zes weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Schriftelijk of mondeling besluit</titel></kop><al>1 Een besluit op een aanvraag geschiedt schriftelijk.</al><al/><al>2 Een besluit op een aanvraag kan mondeling geschieden indien het
                            betrekking heeft op een spoedeisend geval, een eenmalige gedraging of
                            een handeling van korte duur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Voorschiften en beperkingen</titel></kop><al>1. Een vergunning kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden
                            verleend.</al><al/><al>2. Een aanvraag om verlenging na afloop van de geldigheidsduur van een
                            vergunning geldt als een nieuwe aanvraag om een vergunning.</al><al/><al>3. Aan een vergunning kunnen voorschriften en/of beperkingen worden
                            verbonden ter bescherming van de belangen die ten grondslag liggen aan
                            de betreffende bepalingen.</al><al/><al>4. De aan een vergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen
                            kunnen worden gewijzigd indien op grond van een verandering van de
                            omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning
                            moet worden aangenomen dat wijziging wordt gevorderd door het belang of
                            de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verleend.</al><al/><al>5. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning is verleend,
                            is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                            komen.</al><al/><al>6. Een vergunning is persoons-, ligplaats- en vaartuig gebonden. Dat wil
                            zeggen dat bij iedere wijziging in één van deze omstandigheden een
                            nieuwe vergunning moet worden aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigering vergunning</titel></kop><al>Een vergunning wordt geweigerd in het geval van:</al><al>a. strijdigheid met het bestemmingsplan;</al><al>b. strijdigheid met de belangen die ten grondslag liggen aan de
                            betrokken bepalingen;</al><al>c. indien de gestelde voorschriften en/of beperkingen aan de
                            voorafgaande vergunning niet of niet volledig zijn nagekomen;</al><al>d. strijdigheid met een voor het betreffende gebied geldende eis van
                            welstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd in het geval dat:</al><al>a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                            verstrekt;</al><al>b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt overeenkomstig een
                            daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een termijn, binnen een
                            redelijke termijn;</al><al>c. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten moet
                            worden aangenomen dan wel nodig wordt geoordeeld, dat intrekking of
                            wijziging wordt gevorderd door een belang of de belangen ter bescherming
                            waarvan de vergunning is vereist;</al><al>d. de aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen niet zijn
                            of worden nagekomen;</al><al>e. strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de
                            betrokken bepalingen;</al><al>f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Inzage geven</titel></kop><al>De houder van een vergunning is verplicht, deze op eerste vordering van
                            degene die is belast met de handhaving of de zorg voor de naleving van
                            een of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzingen geven in het belang
                            van de ordening, de openbare orde, de veiligheid en het milieu, ter
                            voorkoming van gevaar, schade of hinder.</al><al/><al>2. Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing
                            onmiddellijk op te volgen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Orde in de haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Verkeerstekens</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde en de
                            veiligheid tekens doen plaatsen, die zijn vermeld in het BPR, en de
                            tekens doen voorzien van nadere aanduidingen.</al><al/><al>2. Het is verboden te handelen in strijd met een teken en daarbij
                            behorende nadere aanduidingen, als bedoeld in het <onderstreept>eerste
                                lid.</onderstreept></al><al/><al>3. Burgemeester en wethouders kunnen van het in het <onderstreept>tweede
                                lid </onderstreept>gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De schipper die met zijn vaartuig, niet zijnde een pleziervaartuig, een
                            ligplaats in de haven wenst in te nemen, dient zich, voordat hij met
                            zijn vaartuig de haven binnenvaart bij de havenmeester te melden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Innemen ligplaats</titel></kop><al>1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of zich
                            met een vaartuig op een ligplaats te bevinden, tenzij:</al><al>a. vergunning is verleend door de havenmeester;</al><al>b. een vergunning voor het innemen van een ligplaats is verstrekt op
                            grond van deze verordening;</al><al>c. dit gebeurt na toestemming van de huurder, erfpachter of eigenaar van
                            een aan de ligplaats gelegen terrein.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid
                            onder c. het nemen of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van
                            orde, veiligheid of milieu.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Havengeld</titel></kop><al>1. Het is verboden ligplaats in te nemen en/of ingenomen te houden
                            indien het daarvoor verschuldigde havengeld of andere vorderingen met
                            betrekking tot het havengeld niet zijn voldaan.</al><al/><al>2. De ontvangstbewijzen, bedoeld in artikel 9 van de
                            Havengeldverordening moeten aan boord van het vaartuig aanwezig zijn en
                            gedurende het tijdvak waarop de betaling betrekking heeft door of
                            vanwege de belastingschuldige op eerste aanvraag van de met de inning
                            van het havengeld of controle daarop belaste ambtenaar aan deze ter
                            inzage worden verstrekt.</al><al/><al>3. Niet voldoen aan het voorschrift van lid 2 wordt gelijk gesteld met
                            niet betaald hebben van het havengeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vaste ligplaatsen pleziervaartuigen</titel></kop><al>1. Voor pleziervaartuigen kunnen individuele abonnementen worden
                            afgesloten, die recht geven op een jaarplaats.</al><al/><al>2. De uitgifte van ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid geschiedt
                            door het uitgeven van een vignet van Burgemeester en wethouders.</al><al/><al>3. Het vignet dient duidelijk zichtbaar op het vaartuig te worden
                            aangebracht.</al><al/><al>4. Verlies van het vignet dient door de rechthebbende van het vaartuig
                            onmiddellijk te worden gemeld aan de havenmeester.</al><al/><al>5. Een vaste ligplaatshouder is verplicht een tijdelijke afwezigheid van
                            het vaartuig van één of meer nachten vooraf te melden aan de
                            havenmeester. De havenmeester is bevoegd decvrije ligplaats gedurende de
                            afwezigheid van het vaartuig door anderen in te laten nemen.</al><al/><al>6. Is een vaste ligplaats langer dan 24 uur onbezet zonder dat dit aan
                            de havenmeester is gemeld, dan is de havenmeester bevoegd deze ligplaats
                            door een ander vaartuig te laten innemen totdat de vaste ligplaatshouder
                            zich weer meldt.</al><al/><al>7. Het is de vaste ligplaatshouder verboden de ligplaats aan derden
                            onder te verhuren of in gebruik af te staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Gebruik van een ligplaats voor bijzondere doeleinden</titel></kop><al>1. Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders
                            verboden:</al><al>a. met een veerboot ligtplaats in te nemen;</al><al>b. een vaartuig als opslagplaats, bedrijfsruimte, horecabedrijf,
                            werkplaats of voor handelsdoeleinden te gebruiken; </al><al>c. rondvaarten en/of toertochten te (laten) maken vanuit de haven</al><al>d. een vaartuig te verhuren voor de pleziervaart of de
                            sportvisserij</al><al/><al>2. De vergunning als bedoeld in lid 1 kan alleen worden verleend indien
                            de uit te oefenen werkzaamheden of activiteiten watergebonden zijn of
                            wanneer het gaat om de aan- of afvoer van materialen over water en de
                            vereiste vergunningen voor het uitoefenen van die werkzaamheden of
                            activiteiten zijn verleend.</al><al/><al>3. In bijzondere gevallen kunnen Burgemeester en wethouders afwijken van
                            het gestelde in het tweede lid.</al><al/><al>4. Burgemeester en wethouders kunnen voorts in afwijking van het tweede
                            lid vergunning verlenen voor incidentele sociaal-culturele activiteiten
                            die een korte periode duren.</al><al/><al>5. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren in het
                            belang van ordening, openbare orde, veiligheid en milieu.</al><al/><al>6. Burgemeester en wethouders kunnen, gelet op de in vijfde lid genoemde
                            belangen, een maximum bepalen van het aantal af te geven
                            vergunningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Opgelegde vaartuigen</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders een
                            vaartuig in de havens op te leggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Woonschepen</titel></kop><al>1. Het is verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben
                            in de haven.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders kunnen voor een periode van maximaal vier
                            weken van het bepaalde in het eerste lid onder voorwaarden ontheffing
                            verlenen indien sprake is van het afbouwen van nieuwe woonschepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonschip</titel></kop><al>1. Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een
                            schip of vaartuig, dat geen woonschip is, permanent als woon- en
                            nachtverblijf te gebruiken.</al><al/><al>2. Het in het eerste lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op
                            charterschepen, bedrijfsschepen, binnenschepen en zeeschepen, die
                            daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt.</al><al/><al>3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen inzake de
                            vereiste criteria die zij stelt aan het daadwerkelijk gebruik van
                            dergelijke schepen.</al><al/><al>4. De eigenaren van de schepen genoemd in lid 2 zijn verplicht om op
                            verzoek van Burgemeester en wethouders aan te tonen dat het schip als
                            zodanig gebruikt wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Verbod tot het innemen van een ligplaats</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om
                            met zijn vaartuig de haven binnen te varen, een ligplaats in te nemen of
                            in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig gevaar,
                            schade, hinder of nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt
                            of met zich kan meebrengen.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om
                            met zijn vaartuig een ligplaats in te nemen of in de haven op een
                            ligplaats te verblijven, indien het vaartuig in een dusdanig
                            verwaarloosde toestand of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige
                            gevolgen met zich meebrengt voor het aanzien van de haven.</al><al/><al>3. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden pas
                            opgelegd nadat is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan
                            maatregelen die in de onderhavige gevallen door Burgemeester en
                            wethouders kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk
                            zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie.</al><al/><al>4. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden de
                            schipper eerst mondeling en bij het geen gevolg geven aan het verbod
                            schriftelijk meegedeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders
                            meerpalen, meerboeien, steigers, buizen, kabels, hijsbalken, laadbruggen
                            of dergelijke voorwerpen of inrichtingen in of boven de haven te hebben,
                            aan te brengen, te leggen of te plaatsen.</al><al/><al>2. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders
                            palen, balken, planken, trossen, draden, kettingen of andere dergelijke
                            voorwerpen in of boven de haven en/of aan of op de steigers aan te
                            brengen, te leggen of te plaatsen.</al><al/><al>3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor toegangsmiddelen tot een
                            vaartuig en voor trossen, draden of kettingen welke dienen voor het
                            afmeren of slepen van vaartuigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Vaarsnelheid</titel></kop><al>1. Het is verboden met een vaartuig in de haven te varen met een
                            snelheid van meer dan 6 kilometer per uur.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders kunnen van de verboden in het eerste lid
                            ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Vaargedrag</titel></kop><al>Het is verboden met een vaartuig in de haven op zodanige wijze te varen
                            dat met dat vaartuig dan wel door de golfslag of zuiging daarvan gevaar,
                            schade of hinder voor andere vaartuigen wordt veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Overlast van schepen</titel></kop><al>1. Het is verboden met of op een vaartuig overlast of hinder te
                            veroorzaken dan wel op een andere wijze de openbare orde te
                            verstoren.</al><al/><al>2. De schipper is verplicht er voor zorg te dragen dat geen onderdelen
                            van het vaartuig of andere voorwerpen buiten boord steken, zodanig dat
                            daardoor gevaar of hinder kan ontstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Overlast aan schepen</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                            vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin
                            te begeven of te bevinden.</al><al/><al>2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                            liggend in of aan openbaar water, los te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Bereikbaarheid van vaartuigen</titel></kop><al>1. Het is verboden de toegang tot een vaartuig te blokkeren.</al><al/><al>2. De schipper van een gemeerd vaartuig is verplicht er voor zorg te
                            dragen dat het vaartuig te allen tijde vlot en tijdig kan worden
                            betreden en verlaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Verhalen vaartuig</titel></kop><al>1. De kapitein of schipper dan wel de rechthebbende op een vaartuig is
                            verplicht dit naar elders te verhalen indien dit naar het oordeel van
                            Burgemeester en wethouders in het belang van ordening, openbare orde,
                            veiligheid, milieu of in het belang van werkzaamheden aan gemeentelijke
                            eigendommen noodzakelijk is.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders kunnen het in het eerste lid bedoelde
                            vaartuig op kosten van de kapitein, schipper of rechthebbende verhalen
                            indien de havenmeester dit noodzakelijk acht, dan wel de kapitein,
                            schipper of rechthebbende onbekend is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Verbod gebruik van sloten</titel></kop><al>Het is niet toegestaan om zonder vergunning van Burgemeester en
                            wethouders een afgemeerd vaartuig vast te leggen met sloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Geluidsoverlast</titel></kop><al>1. Het is verboden om aan boord van een vaartuig
                            voortstuwingsinstallaties, motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of
                            andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden
                            of activiteiten te verrichten in strijd met de geluids- en trillings
                            voorschriften van afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit.</al><al/><al>2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, geldt voor het inwerking
                            hebben van toestellen of installaties of werkzaamheden die plaats vinden
                            binnen het gezoneerd industrieterrein zoals bepaald in het
                            bestemmingsplan Havens, dat hierdoor het cumulatieve geluidsniveau van
                            het industrieterrein de geluidszone zoals bepaald in het bestemmingsplan
                            Havens niet wordt overschreden. </al><al/><al>3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                            het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of een
                            inrichting die voor die werkzaamheden beschikt over een vergunning op
                            grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Wet
                            milieubeheer.</al><al/><al>4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                            geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig
                            manoeuvreren van vaartuigen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Aggregaten</titel></kop><al>1. Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van
                            energie.</al><al/><al>2. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het
                            eerste lid gestelde verbod, indien ter plaatse van de aangewezen
                            ligplaats geen of onvoldoende walvoorzieningen zijn aangebracht voor het
                            verkrijgen van de benodigde energie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Langszij gemeerde vaartuigen</titel></kop><al>De schipper van een vaartuig, dat langszij een ander vaartuig gemeerd
                            ligt, is verplicht het andere vaartuig, indien de schipper daarvan dit
                            wenst, gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Uitstekende delen</titel></kop><al>De schipper is verplicht in de havens er voor zorg te dragen dat
                            laadbomen, tuig en andere uitstekende delen zo min mogelijk buiten dat
                            vaartuig uitsteken en goed zijn vastgezet zodat de kade en/of de
                            steigers niet worden geblokkeerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gebruik van de haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Gebruik van ankers</titel></kop><al>1 Het is de schipper verboden om zonder vergunning van Burgemeester en
                            wethouders:</al><al>a. een anker te gebruiken om een vaartuig te stoppen;</al><al>b. ten anker te gaan of te gaan liggen.</al><al/><al>2 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor een
                            vaartuig:</al><al>a. ter voorkoming van aanvaring of aandrijving; </al><al>b. dat zich verplaatst op een ligplaats of dat een manoevre
                            uitvoert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Opslag goederen op kade of steigers</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders enige
                            zaak op te slaan op de kade of de steigers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Los- en laadinrichtingen</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders los- en
                            laadinrichtingen op de kade te hebben of in gebruik te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Vissen</titel></kop><al>1. Vissen in de havens is toegestaan.</al><al/><al>2. Het is verboden te vissen in de havens vanaf de drijvende steigers en
                            de daaraan afgemeerde boten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Zwemverbod</titel></kop><al>Het is verboden om in de havens recreatief of in wedstrijdverband te
                            zwemmen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Duiken en dreggen</titel></kop><al>Behoudens vergunning van Burgemeester en wethouders is het verboden, al
                            dan niet bij wijze van beroep of bedrijf, te duiken en met enigerlei
                            middel naar zich onder het wateroppervlak bevindende voorwerpen te
                            zoeken of deze op te dreggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Zeilplanken, waterjetski en waterskies</titel></kop><al>1. Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank, waterscooter
                            of een waterjetski.</al><al/><al>2. Het is verboden in de haven een waterski voort te bewegen dan wel
                            zich op waterskies te bewegen of te doen voortbewegen.</al><al/><al>3. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing voor de
                            Werkhaven mits het betreft het direct vertrekken uit of het binnenkomen
                            van de haven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Zeilen in de haven</titel></kop><al>1. Het is verboden in de haven een vaartuig uitsluitend door middel van
                            zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een bruikbare motor
                            beschikt.</al><al/><al>2. Het is verboden zonder vergunning van de havenmeester in de haven met
                            een schip te zeilen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Varen in de haven</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3.7 en 3.8 is het verboden in
                            de haven te varen, anders dan voor het direct meren of vertrekken, of
                            het rechtstreeks varen naar een aangrenzend vaarwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><al>1 Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te
                            hebben.</al><al/><al>2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover:</al><al>a. op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing
                            zijn;</al><al>b. de provinciale Milieuverordening van toepassing is;</al><al>c. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van
                            toepassing is.</al><al/><al>3. Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen, indien het
                            betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, of
                            vuur voor koken, bakken, braden en barbecuen, indien dat ter beoordeling
                            van de havenmeester geen gevaar oplevert voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Verbod ijs te breken</titel></kop><al>1. Het is verboden ijs te breken in een haven of langs een steiger,
                            kade, laad- en losplaats.</al><al/><al>2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor:a. het losmaken
                            van ijs rond een vaartuig;b. diegene die handelt in opdracht of met
                            toestemming van de havenmeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Schade aan eigendommen van de gemeente</titel></kop><al>De schipper, die schade veroorzaakt aan gemeente-eigendommen, is
                            verplicht met de havenmeester een schaderegeling te treffen voordat hij
                            zijn reis vervolgt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Veiligheid en milieu in de haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Verbouwings-, herstel-, onderhouds- en sloopwerkzaamheden</titel></kop><al>1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                            Burgemeester en wethouders op of aan de kaden dan wel in, op of aan het
                            openbaar water verbouwings-, herstel-, onderhouds- of sloopwerkzaamheden
                            te (laten) verrichten. Het verbod is tevens van toepassing op het
                            uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen van waar de bij de werkzaamheden
                            te gebruiken of vrijkomende stoffen rechtstreeks in het openbaar water
                            terecht kunnen komen.</al><al/><al>2. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning als bedoeld in het
                            eerste lid indien door het stellen van voorwaarden niet kan worden
                            tegemoet gekomen aan te verwachten gevaar, schade of hinder.</al><al/><al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                            (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of inrichting die
                            voor het uitvoeren van de werkzaamheden beschikt over een vergunning op
                            grond van de Wet milieubeheer.</al><al/><al>4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het in eigen beheer
                            uitvoeren van reparaties van geringe omvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Vrijkomen van stoffen en dergelijke</titel></kop><al>Zowel de schipper van een vaartuig als de exploitant van een aan de
                            havens gelegen terrein is verplicht:</al><al>a. zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van
                            vloeistoffen (niet zijnde water en huishoudelijk afvalwater), voorwerpen
                            of zelfstandigheden wordt voorkomen;</al><al>b. onmiddellijk na het te water geraken van het onder a genoemde daarvan
                            kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze
                            vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij
                            gebreke van dien, binnen de door burgemeester en wethouders te bepalen
                            tijd uit de haven wordt verwijderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Vervoeren, laden en lossen</titel></kop><al>1. Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden te
                            laden of te lossen, indien dit of de te laden of te lossen goederen
                            gevaar kunnen opleveren voor de scheepvaart of personen, of schade kan
                            veroorzaken aan de oevers, kaden, werken, eigendommen van derden en
                            inrichtingen van welke aard ook.</al><al/><al>2. Het is verboden, stoffen en of voorwerpen op of aan de kaden of op of
                            aan het openbaar water te vervoeren dan wel te laden of te lossen, te
                            hijsen of te vieren zonder voldoende voorzieningen te hebben getroffen
                            om te voorkomen dat de lucht, het water of de kaden worden verontreinigd
                            als gevolg van morsen, verliezen of stuiven.</al><al/><al>3. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover milieu- of
                            veiligheidswetgeving daarin voorziet.</al><al/><al>4. De schipper is verplicht in het water gekomen goederen te
                            verwijderen, zulks ten genoegen van Burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen</titel></kop><al>Gebruikers van de openbare kaden, terreinen en wegen in het havengebied
                            zijn verplicht er op toe te zien dat, indien tengevolge van door hen of
                            op hun last verrichte werkzaamheden, waaronder transporten mede zijn
                            begrepen, restanten lading, emballage, vuilnis, olie, smeer of daarmee
                            gelijk te stellen stoffen op de kaden, terreinen of wegen na afloop van
                            de werkzaamheden achterblijven, of indien die werkzaamheden langer dan
                            een dag duren, die kaden, terreinen of wegen tenminste eenmaal per dag
                            behoorlijk te reinigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Afvalinzameling</titel></kop><al>Onverlet het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening is het
                            verboden zich van huishoudelijke afvalstoffen en grof huisvuil afkomstig
                            van een in de haven liggend vaartuig te ontdoen anders dan door
                            gebruikmaking van de daartoe bij de havens geplaatste en als zodanig
                            aangegeven afvalcontainers. Oliehoudend afval en klein gevaarlijk afval
                            dient te worden ingeleverd bij de daartoe in het Havenafvalplan
                            aangewezen bedrijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Bunkeren en slopafgifte</titel></kop><al>Het is verboden brandstof, smeermiddelen dan wel slops over te slaan of
                            over te laden indien een schip niet behoorlijk is gemeerd of ten anker
                            ligt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Aanwijzing</titel></kop><al>1. Met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening en het BPR is belast de havenmeester.</al><al/><al>2. Voorts zijn met het toezicht op naleving van het bij of krachtens
                            deze verordening en het BPR belast de door Burgemeester en wethouders
                            aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Binnentreden woning</titel></kop><al>Zij die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften zijn, indien de zorg voor de naleving van het bij of
                            krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, bevoegd om het als
                            woning ingerichte gedeelte van een vaartuig te betreden zonder
                            toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van
                            de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Ontzegging toegang havens</titel></kop><al>Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de
                                <onderstreept>artikelen 2.10, 2.12, 2.13, 2.20, 3.7, 3.8, 4.1 en
                                4.2</onderstreept> naar het oordeel van Burgemeester en wethouders
                            ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de haven door de
                            overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij de
                            overtreder(s) met zijn (hun) vaartuig, respectievelijk de schipper met
                            het vaartuig waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal 12 maanden
                            de toegang tot de haven of een deel van de haven ontzeggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1. Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de
                            Havenverordening Urk 1994 en die van kracht zijn op het moment van
                            inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden aangemerkt als
                            vergunningen krachtens deze verordening.</al><al/><al>2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige
                            verordening een aanvraag om een vergunning van de Havenverordening Urk
                            1994 is ingediend en waarop nog niet is beslist, wordt daarop conform de
                            onderhavige verordening beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Intrekking voorgaande verordening</titel></kop><al>De havenverordening Urk, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 29
                            september 1994, zoals nadien gewijzigd, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat zij op de
                            voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Havenverordening Urk
                            2009”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Sluiting </ondertekening><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Urk op 19
                        september 2013.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>