<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304924_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1997</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woensdrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tot 6e wijziging van de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden Woensdrecht 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-10-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden</al><al>Vaststelling 27-3-1997</al><al>1e wijziging 26-3-1998</al><al>2e wijziging 25-2-1999</al><al>3e wijziging 30-3-2000</al><al>4e wijziging 30-11-2000</al><al>5e wijziging 31-1-2002</al><al>6e wijziging 27-9-2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1997</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>	De raad van de gemeente Woensdrecht, in vergadering bijeen op: 27 september 2007</al><al>	gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders van 28 augustus 2007</al><al>	gelet op artikel 149 van de gemeentewet</al><al>	besluit:</al><al>	vast te stellen de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1997 (6e wijziging).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>
	Deze verordening verstaat onder:</al><al>
	a. de leden van de raad: de leden van de raad die geen lid zijn van het College van burgemeester en wethouders;</al><al>
	b. A.M.v.B.: het koninklijk besluit van 23 november 1976, Stb. 621 tot uitvoering van Hoofdstuk IV titel II van de gemeentewet;</al><al>
	c. commissie: de door de raad, burgemeester en wethouders of burgemeester ingestelde commissie,</al><al>
	zoals hierna genoemd:</al><al>
	1. Commissie Algemene Bestuurlijke Zaken</al><al>
	2. Commissie Welzijn</al><al>
	3. Commissie Milieu en Onderwijs</al><al>
	4. Commissie Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken</al><al>
	5. Commissie Financiën en Belastingen</al><al>
	6. Commissie Openbare Werken en Volkshuisvesting</al><al>
	7. De vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften als bedoeld in de verordening op de commissie bezwaarschriften 2002</al><al>
	8. Monumentencommissie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De leden van de raad ontvangen per kalenderjaar een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten e.e.a. conform de vergoedingen, genoemd in de brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	In afwijking van de vorige volzin ontvangt de voorzitter en de leden van de commissie genoemd in artikel 1 letter c, onder 7, die geen raadslid of wethouder zijn, voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding.</al><al>
	Deze vergoeding wordt voor de voorzitter bepaald op 3 maal de vergoeding als bepaald in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Voor de overige leden van de commissie wordt de factor 2,5 gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	In afwijking van de vorige volzin ontvangen de voorzitter en de leden van de commissie genoemd in artikel 1 letter c, onder 8, die geen raadslid of wethouder zijn, voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding.</al><al>
	Deze vergoeding wordt bepaald op 2 maal de vergoeding als bepaald in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>
	Bij overgang van de gemeente naar een lagere klasse, vermeld in de bij de A.M.v.B . behorende tabel I, in verband met een vermindering van het aantal inwoners, behouden de zittende leden tot hun aftreden de geldende vergoeding en tegemoetkoming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	De leden van een commissie die geen raadslid zijn, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding, genoemd in de brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	In afwijking van de vorige volzin ontvangt de voorzitter en de leden van de commissie genoemd in artikel 1 letter c, onder 7, die geen raadslid of wethouder zijn, voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding, genoemd in de brief van het Ministerie van</al><al>
	Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Een lid van een commissie, geen raadslid zijnde, alsmede de voorzitter van de in artikel 1, letter c, onder 3 genoemde commissie, ontvangt een vergoeding van reiskosten en zo nodig verblijfkosten, indien de afstand tussen zijn woning en de plaats waar vergaderd wordt tenminste 6 km bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	De vergoeding wordt bepaald naar de noodzakelijk gemaakte kosten, waarbij reiskosten ten hoogste de voor rijkspersoneel geldende regeling wordt aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>
	Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op ambtenaren die, als zodanig, tot lid van een commissie zijn benoemd. Onder ambtenaren zijn begrepen zij die op overeenkomst naar burgerlijk recht in dienst van de overheid zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>
	De leden van de raad en de leden van een commissie, als bedoeld in de artikelen 2 en 4 van deze verordening, ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten, gemaakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een besluit van het gemeentebestuur of van een gemeentelijke commissie, welke wordt bepaald overeenkomstig de hiervoor in artikel 5, 2e lid gestelde regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>
	De in deze verordening bedoelde vergoedingen voor de raadsleden worden na afloop van elke maand</al><al>
	aan de rechthebbende uitbetaald.</al><al>
	De vergoeding voor reis- en verblijfkosten worden op declaratie uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>
	Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>
	Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening tot 6e wijziging van de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden Woensdrecht 1997".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>
	Aldus vastgesteld ter vergadering van 27 september 2007.</ondertekening><ondertekening>
	de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>
	de secretaris,                     de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>