<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304914_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">De zandvoortse courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 in verband met art. 2.24 lid a Aanbestedingswet 2012 en artikel 18 Richtlijn 2004/18/EG</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-09-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z2013-004066/2013/09/000368</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zandvoort:</al><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        september 2013, nr. 2013/08/001533;</al><al> gelet op de overwegingen van de raad van 24 september 2013;</al><al> overwegende dat het voor het toekennen van een exclusief recht noodzakelijk
                        is dat de verordening is gebaseerd op actuele wet- en regelgeving;</al><al> gelet op artikel 147 Gemeentewet in verband met artikel 2.24 lid a
                        Aanbestedingswet 2012 en artikel 18 Richtlijn 2004/18/EG;</al><al> besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te
                        stellen:</al><al><vet>VERORDENING GUNNING DOOR TOEKENNING VAN EEN EXCLUSIEF RECHT.
                        </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Nieuw deel</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>a. <vet>het college:</vet> het college van Burgemeester en Wethouders van de
                        gemeente Zandvoort;</al><al><vet>b. de raad:</vet> de gemeenteraad van Zandvoort.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>De gemeente wil gebruik maken van de in artikel 18 Richtlijn 2004/18/EG en
                        artikel 2.24 lid a Aanbestedingswet 2012 geboden mogelijkheid van
                        vrijstelling</al><al> van de aanbestedingsplicht middels toekenning van een exclusief recht.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>1.Aan het college wordt op grond van deze verordening de bevoegdheid gegeven
                        bij nader besluit per werksoort, periode en (indien van toepassing)
                        territoir,</al><al>afzonderlijke exclusieve rechten te verlenen aan met name genoemde</al><al>publiekrechtelijke instellingen in de zin van artikel 1.1 Aanbestedingswet
                        2012 en artikel 1 sub q Richtlijn 2004/18/EG, nader omschreven in de
                        toelichting bij deze verordening, voor werkzaamheden behorend tot de
                        huishouding van de gemeente, een en ander voor zover het college dit
                        wenselijk acht en voor zover aan alle voorwaarden om een exclusief recht toe
                        te kennen is voldaan.</al><al>2. Het voornemen van het college om op basis van deze verordening een
                        exclusief recht toe te kennen wordt vooraf bekend gemaakt in het
                        plaatselijke weekblad en op de gemeentelijke website.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Een exclusief recht dat voor de vaststelling en inwerkingtreding van deze
                        verordening is verleend op basis van de Verordening gunning opdrachten door
                        toekenning van een exclusief recht 2008 wordt geacht mede zijn grondslag te
                        vinden in deze verordening tot aan het einde van de overeengekomen
                        contractperiode van het vergunde exclusieve recht.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al/><al>1.Deze verordening wordt aangehaald als Verordening gunning opdrachten door
                        toekenning van een exclusief recht 2013.</al><al>2. De Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht
                        2013 treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1
                        september 2013.</al><al>3. De Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht
                        2008 vastgesteld bij raadsbesluit van 5 september 2008 wordt ingetrokken met
                        ingang van de in het tweede lid genoemde datum.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 september 2013 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>2.TOELICHTING OP DE VERORDENING</titel></kop><al>2.1 ALGEMEEN</al><al/><al>Om de vrijstelling genoemd in 18 Richtlijn 2004/18/EG en artikel 2.24 lid a
                    Aanbestedingswet 2012 te kunnen toepassen moet aan de volgende voorwaarden
                    worden voldaan:</al><al/><al>1.de opdrachtnemer moet zelf een aanbestedende dienst zijn;</al><al>2.de opdrachtnemer moet de opdracht verstrekken met een exclusief recht;</al><al>3.het exclusieve recht moet een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag
                    hebben;</al><al>4.de verlening van het exclusieve recht moet verenigbaar zijn met het
                    EG-verdrag;</al><al>5.het exclusieve recht moet op uitdrukkelijke en doorzichtige wijze zijn
                    verleend.</al><al/><al>Ad 1.</al><al>Het vereiste dat de opdrachtnemer een aanbestedende dienst moet zijn
                    betekentvolgens de geldende jurisprudentie:</al><al>dat de opdrachtnemer zelf een publiekrechtelijke instelling is als omschreven in
                    artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 en artikel 1 lid 9 Richtlijn 2004/18/EG,
                    hetgeen het geval is:</al><al>-wanneer opdrachtnemer is opgericht met het specifieke doel te voorzien in
                    behoeftenvan algemeen belang andere dan die van industriële of commerciële
                    aard;</al><al><cursief>Van een behoefte van <onderstreept>algemeen belang</onderstreept> is
                        sprake wanneer:</cursief></al><al>· <cursief>de overheid om redenen van algemeen belang beslissende invloed wil
                        houden in de voorziening in de betreffende behoefte;</cursief></al><al>· <cursief>het <onderstreept>primaire</onderstreept> doel van de activiteiten
                        niet plaats vindt op een markt met sterke concurrentie;</cursief></al><al>· <cursief>er bij de activiteiten geen of slechts een beperkt economisch risico
                        wordt gelopen</cursief></al><al>-dat de opdrachtnemer rechtspersoonlijkheid heeft en</al><al>-dat de opdrachtnemer onder invloed staat van een of meerdere aanbestedende</al><al>diensten op het terrein van hetzij de financiering, hetzij het toezicht op het
                    beheer,</al><al>hetzij deelname in bestuurs- of toezichthoudende organen.</al><al><cursief>Ad <onderstreept>financiering</onderstreept>: het criterium is hier dat
                        een opdrachtnemer in hoofdzaak(=</cursief></al><al><cursief>voor meer dan 50 %) openbaar wordt gefinancierd; onder openbare
                        financiering wordt</cursief></al><al><cursief>verstaan dat men financieel ondersteund wordt of gefinancierd wordt
                        door de gemeente (of een andere publiekrechtelijke instelling) zonder dat
                        daar een specifieke tegenprestatie tegenover staat;</cursief></al><al><cursief>Ad <onderstreept>toezicht</onderstreept>: Het toezicht op het beheer
                        moet zodanig zijn dat controle vooraf op het plaatsen van
                        overheidsopdrachten mogelijk is.</cursief></al><al/><al>Ad 2.</al><al>Het in de verordening zelf noemen van een opdrachtnemer aan wie een
                    exclusiefrecht wordt gegund levert jegens de opdrachtnemer en andere
                    belanghebbenden eenbesluit op (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) in
                    een regeling die zelf het karakter heeft van een algemeen verbindend
                    voorschrift. Om deze bestuursrechtelijke tegenstrijdigheid te voorkomen is er
                    voor gekozen om de verordening zelf algemeen te houden en dedaadwerkelijke
                    toekenning aan een met name genoemde opdrachtnemer van eenexclusief recht over
                    te dragen aan het college. Dit komt ook tegemoet aan hettransparantiebeginsel:
                    toekenning van een exclusief recht in de vorm van eenverordening is niet zo
                    doorzichtig: publicatie van een besluit waarin een exclusiefrecht wordt
                    toegekend is daarentegen specifieker en valt meer op. Tegen hetcollegebesluit
                    (zijnde een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht)
                    staat rechtsbescherming open.</al><al/><al>Ad 3. </al><al>Door vaststelling van deze verordening is voldaan aan het vereiste dat het
                    exclusieve recht een wettelijke dan wel bestuursrechtelijke grondslag moet
                    hebben.</al><al/><al>Ad 4. </al><al>De verenigbaarheid met het EG-verdrag betreft vooral van overheidswege
                    gecreëerde dienstverleningsmonopoly’s die het gehele land of een wezenlijk deel
                    daarvan bestrijken. Onder omstandigheden kunnen dergelijke monopoly’s op
                    gespannen voet staan met de Verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van
                    diensten en inzake de mededinging. Een gemeente zou in strijd handelen met
                    artikel 86 lid 1 EG-verdrag indien door de verlening van het alleenrecht: (I)
                    een machtspositie ontstaat waar (II) misbruik van wordt gemaakt en welke (III)
                    de handel tussen lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. Aan al deze drie
                    voorwaardenmoet zijn voldaan wil de verlening van een exclusief recht strijd
                    opleveren met hetEG-verdrag.</al><al/><al>Ad 5. </al><al>Zie toelichting bij artikel 2.</al><al/><al>2.2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Onder een exclusief recht moet worden verstaan: een overheidsopdracht welke
                    inafwijking van de reguliere aanbestedingswetgeving éen op éen is gegeven aan
                    eenopdrachtnemer. Van een dergelijke afwijkingsmogelijkheid (ook wel
                    genoemdaanbestedingsvrijstelling) kan alleen gebruik worden gemaakt wanneer aan
                    eenaantal in de jurisprudentie strikt uitgelegde voorwaarden wordt voldaan.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>1. In dit artikel delegeert de raad zijn bevoegdheid aan het college om aan een
                    opdrachtnemer door toekenning van een exclusief recht te gunnen. De bevoegdheid
                    is beperkt tot de levering van werken, producten en/of diensten betreffende de
                    huishouding van de gemeente. Het begrip huishouding is dezelfde als genoemd in
                    artikel 108 Gemeentewet.</al><al>2. Deze bepaling heeft te maken met de voorwaarde dat een exclusief recht op
                    uitdrukkelijke en doorzichtige wijze moet zijn verleend. Een belanghebbende moet
                    voldoende gelegenheid hebben om bezwaar te kunnen maken tegen het besluit.</al><al>Binnen het EG-recht is transparantie een zwaarwegend voorschrift, dat ook opgaat
                    wanneer gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling in het aanbestedingsrecht. In
                    verband daarmee dient het college pas na bekendmaking van het besluit over te
                    gaan tot daadwerkelijke opdrachtverlening.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>Alhoewel de verordening zodanig ruim is geformuleerd dat het college exclusieve
                    rechtenkan verlenen aan elke opdrachtnemer die voldoet aan de geldende
                    voorwaarden enrestricties, blijkt in de praktijk deze vrijstelling in het
                    aanbestedingsrecht in het verleden vooral gebruikt te zijn in de sfeer van de
                    Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Gemeenten zijnverantwoordelijk voor de
                    uitvoering van de Wsw in hun territoir en moeten voldoendekansen creëren voor de
                    burgers met een Wsw-indicatie om ondanks hun handicap toch zonormaal mogelijk te
                    kunnen functioneren in de maatschappij. Eventuele verliezen in deexploitatie van
                    het “eigen” SW-bedrijf (voor Zandvoort is dat op dit moment Paswerk)moeten zij
                    zelf aanvullen uit de eigen middelen. Gemeenten hebben er dus om meerdere</al><al>redenen belang bij dat het eigen SW-bedrijf goed draait: voldoende werk heeft,
                    ook (voor dewerknemers) meerdere soorten van werk kan aanbieden, en aan het eind
                    van het boekjaargeen nadelig saldo declareert. </al><al>Door deze overgangsbepaling hoeft het college voor de al reeds verleende gunning
                    aan paswerk die nog tot en met 2014 loopt geen nieuw besluit te nemen. Een
                    nieuwe gunning zal op basis van de nieuwe verordening moeten plaatsvinden. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>