<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <!--export0.91-->
  <!--volledig0.92-->
  <!--wrapper0.90-->
  <!--modificeer_20.90-->
  <!--cvdr2gvop0.94-->
  <!--pre_struct0.90-->
  <!--pre_source0.93-->
  <!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
  <!--metadata_tussenformaat0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>CVDR304826_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk Noordwijkerhout</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk Noordwijkerhout.</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2006-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZAALWERK NOORDWIJKERHOUT
            </intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan
                            onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                                    wethouders van Noordwijkerhout;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan
                                    kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen
                                    per week van maximaal 4 uur met als doel de ontwikkeling van
                                    deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>peuterspeelzaal: een ruimtelijke voorziening waar
                                    peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;</al>
              </li>
              <li nr="d.">
                <al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden
                                    verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk
                                    geldende CAO en die beschikt over voor deze werkzaamheden
                                    passende beroepskwalificaties;</al>
              </li>
              <li nr="e.">
                <al>begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast
                                    met de begeleiding van kinderen in een peuterspeelzaal.</al>
              </li>
              <li nr="f.">
                <al>houder: een natuurlijke of rechtspersoon die een peuterspeelzaal
                                    exploiteert;</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Vergunningplicht</titel>
            </kop>
            <al>Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en
                            wethouders, een peuterspeelzaal open te stellen of te houden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aanvraag voor een vergunning</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 dient
                                    te worden ingediend door de (toekomstige) houder van de
                                    peuterspeelzaal, en wel minstens drie maanden voor de datum van
                                    de voorgenomen openstelling.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De aanvraag vindt plaats met behulp van een door burgemeester en
                                    wethouders vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel>
            </kop>
            <al>De houder geeft bij de aanvraag of ten behoeve van de verlenging van de
                            vergunning aan voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij
                            kiest, waarbij de volgende ambitieniveaus worden onderscheiden: </al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten’;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                    signaleren’;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Weigering en ontheffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt
                                voldaan aan de kwaliteitsregels die in hoofdstuk 2 van deze
                                verordening worden gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                                ontheffing te verlenen van de op in artikel 12, lid 2 gebaseerde
                                nadere regels en van voorschriften in artikel 18.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                of op een verzoek tot ontheffing binnen dertien weken na de dag
                                waarop de aanvraag of het verzoek is ontvangen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Aanhouding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
                                vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een
                                beslissing hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning
                                overeenkomstig artikel 40, lid 1 van de Woningwet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 7 nemen burgemeester en
                                wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid
                                langer duurt dan de in artikel 7 gestelde termijnen, de beslissing
                                op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo
                                spoedig mogelijk na afloop van de in artikel 7 bedoelde
                                termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Duur van de vergunning</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vier jaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Verplichtingen van de houder</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te
                                verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting,
                                verzorging en begeleiding van kinderen van belang worden
                                geacht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die
                                zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk
                                schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare
                                plaats in de peuterspeelzaal op te hangen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing
                                intrekken of wijzigen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>indien op grond van een verandering van omstandigheden of
                                        inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                        ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
                                        wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de
                                        belangen ter bescherming waarvan de vergunning is
                                        verstrekt;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften niet zijn of worden nagekomen;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de
                                        vergunning wordt gemaakt;</al>
                </li>
                <li nr="e.">
                  <al>indien de houder dit verzoekt.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen
                                tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten,
                                indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze
                                verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>DE KWALITEITSREGELS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De peuterspeelzaal dient hygiënisch en veilig te zijn en een
                                deugdelijke inrichting te hebben.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen
                                waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in peuterspeelzaal
                                werkzame beroepskrachten en begeleiders moeten voldoen. Deze regels
                                hebben betrekking op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
                                        kinderen;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de
                                        peuterspeelzaal voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor
                                        het peuterspeelzaalwerk en hierin niet wordt voorzien bij of
                                        krachtens de Woningwet;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>de aan beroepskrachten en begeleiders te stellen
                                        gezondheidseisen;</al>
                </li>
                <li nr="d.">
                  <al>de aanwezigheid van gegevens in de peuterspeelzaal.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Invloed van beroepskrachten en begeleiders op het beleid van de
                                houder</titel>
            </kop>
            <al>De houder zorgt ervoor dat de invloed van beroepskrachten en begeleiders
                            op het beleid van de houder gewaarborgd is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Informatie aan ouders/verzorgers</titel>
            </kop>
            <al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder/verzorger. De houder
                            informeert de ouders/verzorgers voorafgaand aan het aangaan van deze
                            overeenkomst in ieder geval over:</al>
            <lijst>
              <li nr="a.">
                <al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al>
              </li>
              <li nr="b.">
                <al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 4;</al>
              </li>
              <li nr="c.">
                <al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al>
              </li>
              <li nr="d.">
                <al>de wijze waarop klachten worden behandeld;</al>
              </li>
              <li nr="e.">
                <al>de wijze waarop de inspraak is geregeld;</al>
              </li>
              <li nr="f.">
                <al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel>
            </kop>
            <al>De houder moet ten behoeve van in het centrum aanwezige beroepskrachten,
                            begeleiders en kinderen een passende aansprakelijkheids- en
                            ongevallenverzekering afsluiten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Groepsgrootte en aantallen beroepskrachten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De groepsgrootte bedraagt maximaal 20 kinderen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij een groepsgrootte tot 16 kinderen bestaat de leiding uit ten
                                minste een beroepskracht en een begeleider.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij een groepsgrootte van ten minste 16 kinderen en ten hoogste 20
                                kinderen bestaat de leiding uit twee beroepskrachten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Verblijfsruimte</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                binnenspeelruimte beschikbaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                bruto-oppervlakte minimaal 4 m2 per kind bedraagt en die voor
                                kinderen bereikbaar is.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse
                                    leiding is belast, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a.">
                    <al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee
                                            in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin
                                            te vertoeven, wanneer, volgens of vanwege de directeur
                                            van de GGD, daarmee het gevaar van overbrenging van een
                                            infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding
                                            infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken, aanwezig
                                            is;</al>
                  </li>
                  <li nr="b.">
                    <al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee
                                            in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin
                                            zelf te vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan
                                            vermoeden dat daarmee het gevaar van overbrenging van
                                            een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a vermelde
                                            wet, aanwezig is.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder
                                    ontheven, zodra de</al>
                <al>behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft
                                    afgegeven dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is
                                    uitgesloten.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de
                                    bepalingen krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde
                                    wet.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het
                                gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verklaring genoemd onder het eerste lid wordt aan de houder
                                overlegd voordat een persoon zijn werkzaamheden aanvangt. De
                                verklaring is op het moment dat zij wordt overlegd niet ouder dan
                                twee maanden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van
                                een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet
                                ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de
                                verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van artikel 2 en 10 en van de kwaliteitsregels in hoofdstuk
                            2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Toezicht en opsporing</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1.">
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast
                                    zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens
                                    deze verordening gestelde voorschriften.</al>
              </li>
              <li nr="2.">
                <al>De opsporing van de in artikel 20 strafbaar gestelde feiten is,
                                    naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
                                    genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door
                                    burgemeester en wethouders met het toezicht op de naleving van
                                    deze verordening zijn belast, voor zover het de feiten betreft
                                    die in de aanwijzing zijn vermeld.</al>
              </li>
              <li nr="3.">
                <al>De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd elke
                                    plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder
                                    toestemming van de bewoner.</al>
              </li>
              <li nr="4.">
                <al>De toezichthouders zijn bevoegd inlichtingen te vorderen en zich
                                    te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn
                                    aangewezen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Controle</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders controleren ten minste een maal per twee jaar
                            de houders op naleving van de verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Eén jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dienen alle
                                houders van peuterspeelzalen te voldoen aan de in of krachtens deze
                                verordening gestelde eisen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend onder de werking van
                                de Verordening kinderopvang van 1996 blijven nog gedurende één jaar
                                na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
                                Verordening kinderopvang is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2006;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verordening Kinderopvang, vastgesteld op 19 december 1996 wordt
                                ingetrokken op de in het eerste lid genoemde datum.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzaalwerk Noordwijkerhout.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet-->
        <slotformulering>
          <al/>
        </slotformulering>
        <ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 juni 2006,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. E.A. Jellema drs. G. Goedhart</ondertekening>
        <ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Algemene toelichting</titel>
        </kop>
        <al>Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het
                    peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet kinderopvang
                    (artikel 1, tweede lid, onderdeel b). Dit betekent dat de autonome verordenende
                    bevoegdheid van de gemeenten, die is neergelegd in artikel 149 van de
                    Gemeentewet, de grondslag voor deze verordening vormt. Dit is ook in de aanhef
                    van deze verordening aangegeven.</al>
        <al>In de Verordening Kinderopvang (1996) waren de kwaliteitseisen opgenomen voor
                    alle (formele) vormen van kinderopvang: dagopvang, buitenschoolse opvang,
                    gastouderopvang en peuterspeelzalen. Met ingang van 1 januari 2005 is het
                    wettelijk kader voor het toezicht op de kwaliteit van de dagopvang, de
                    buitenschoolse opvang en de gastouderopvang geregeld in de Wet kinderopvang, met
                    een systeem van melding en registratie. Een landelijk wettelijk kader voor de
                    kwaliteit van peuterspeelzalen ontbreekt nog steeds, waardoor dit gemeentelijk
                    beleid blijft.</al>
        <al>De Verordening Kinderopvang (1996) is sinds invoering van de Wet kinderopvang
                    alleen nog van toepassing geweest op de peuterspeelzalen. De Verordening
                    Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk komt in de plaats van deze oude
                    verordening. Er is voor gekozen om opnieuw met een vergunningensysteem te
                    werken. De verordening bevat naast regels betreffende de vergunningaanvraag en
                    -verlening ook globale kwaliteitsregels. Deze regels worden in de door
                    burgemeester en wethouders vast te stellen “Nadere regels Peuterspeelzaalwerk”
                    nader gespecificeerd. Het geheel biedt de GGD een kader waarbinnen de
                    peuterspeelzalen kunnen worden getoetst op de kwaliteit.</al>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>De beroepskracht in opleiding (stagiaire) is niet apart gedefinieerd.
                        Hiermee vallen beroepskrachten in opleiding automatisch onder de
                        begripsomschrijving van een begeleider, te weten: ‘degene die anders dan als
                        beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een
                        peuterspeelzaal’ (onderdeel e). </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Vergunningplicht</titel>
          </kop>
          <al>Op grond van dit artikel is een ieder die één of meer peuterspeelzalen houdt
                        verplicht hiervoor bij burgemeester en wethouders een vergunning aan te
                        vragen. De in deze verordening opgenomen eisen zijn minimumeisen. Het staat
                        de houder uiteraard vrij hogere kwaliteitseisen te hanteren.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvraag voor een vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Afdeling 4.1.1. Awb regelt de aanvraag van beschikkingen. Artikel 4:1 Awb
                        bepaalt dat de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk moet
                        worden ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te
                        beslissen (in deze verordening het college van burgemeester en
                        wethouders).</al>
          <al>Aanvraagformulier</al>
          <al>Voordat de gemeente kan besluiten de gevraagde vergunning te verlenen, zal
                        ze moeten onderzoeken of de houder aan alle gestelde kwaliteitseisen
                        voldoet. Het afleggen van een bezoek ter plaatse vormt een belangrijk
                        onderdeel van het onderzoek. De houder van de peuterspeelzaal zal bij zijn
                        aanvraag om de vergunning de gegevens moeten verstrekken die de gemeente
                        nodig heeft om te kunnen beoordelen of aan de gestelde kwaliteitseisen wordt
                        voldaan. </al>
          <al>Vanuit praktisch oogpunt wordt gebruik gemaakt van een
                        standaardaanvraagformulier. Voor de vergunningaanvraag worden de volgende
                        gegevens van belang geacht (voor zover voorradig op het moment van
                        aanvraag):</al>
          <al>– statuten en/of reglementen of oprichtingsakten;</al>
          <al>– naam, adres en telefoonnummer van een contactpersoon en in geval van een
                        rechtspersoon een opgave van de samenstelling van het bestuur;</al>
          <al> openingstijden van de peuterspeelzaal;</al>
          <al> het aantal groepen en de beoogde groepsgrootte;</al>
          <al> het ambitieniveau, conform artikel 4;</al>
          <al>– namen van de beroepskrachten en begeleiders;</al>
          <al>– een afschrift van de diploma’s van de beroepskrachten;</al>
          <al>– de gebruiksvergunning zoals genoemd in artikel 6.1.1. van de
                        Bouwverordening Noordwijkerhout, dan wel een kopiebrief van aanmelding bij
                        de Brandweer als nieuwe peuterspeelzaal;</al>
          <al>– een afschrift van de door de aanvrager afgesloten aansprakelijkheids- en
                        ongevallenverzekering.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel bepaalt dat de houder bij het college aangeeft voor welk
                        ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest. Het gekozen
                        ambitieniveau is van belang voor de rol van het peuterspeelzaalwerk in het
                        (preventief) jeugdbeleid. Het ambitieniveau 0 (‘spelen en ontmoeten’) is het
                        minimumkwaliteitsniveau. Aan dit kwaliteitsniveau dienen alle
                        peuterspeelzalen in ieder geval te voldoen. De toezichthouder kan
                        controleren of een peuterspeelzaal zich houdt aan het gestelde
                        ambitieniveau. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Weigering en ontheffing</titel>
          </kop>
          <al>In het eerste lid wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders de
                        vergunning weigeren als niet wordt voldaan aan de voor een vergunning
                        noodzakelijke voorschriften. Artikel 4:5, eerste en derde lid Awb, geeft de
                        regeling met betrekking tot het aanvullen van ontbrekende gegevens.</al>
          <al>De bepaling in het tweede lid is opgenomen om in bijzondere omstandigheden
                        toch een vergunning te kunnen afgeven. Het verlenen van een ontheffing is
                        echter niet mogelijk voor de kwaliteitsvoorschriften.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
          </kop>
          <al>Door aan een vergunning/ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden
                        kan de gewenste rechtstoestand op de concrete situatie worden toegesneden.
                        In literatuur en jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat
                        de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is
                        in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of
                        ontheffing ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan. Het
                        verdient echter aanbeveling uit oogpunt van duidelijkheid en om elke twijfel
                        uit te sluiten, om deze bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen in de
                        regeling ter uitvoering waarvan de vergunning/ontheffing wordt verleend.
                        Daarbij dient tevens te worden aangegeven dat die voorschriften uitsluitend
                        mogen strekken ter bescherming van de belangen in verband waarmee het
                        vereiste van vergunning/ontheffing is gesteld.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen</titel>
          </kop>
          <al>Het uitgangspunt van de Awb is dat in het wettelijk voorschrift, waaronder
                        ook een gemeentelijke verordening moet worden begrepen, de termijn wordt
                        aangegeven waarbinnen een beschikking dient te worden gegeven (artikel 4:13
                        Awb).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Aanhouding</titel>
          </kop>
          <al>Het eerste lid bevat een zogenaamde "coördinatiebepaling". Het schrijft voor
                        dat de houder een bouwvergunning verleend wordt. Dat betekent dat het gebouw
                        waarin de peuterspeelzaal gevestigd wordt, voldoet aan de eisen gesteld in
                        het Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening, het bestemmingsplan en
                        redelijke eisen van welstand. Bovendien wordt de bouwvergunning geweigerd
                        indien een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of
                        gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is geweigerd (zie
                        artikel 44 van de Woningwet). </al>
          <al>In het Bouwbesluit en de bouwverordening zijn onder meer voorschriften op
                        het gebied van de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid
                        opgenomen. Overigens is voor de peuterspeelzalen niet alleen een
                        bouwvergunning vereist, maar ook een gebruiksvergunning. Een
                        gebruiksvergunning is namelijk noodzakelijk voor het in gebruik hebben of
                        houden van een bouwwerk waarin aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf
                        jaar verblijf zal worden verschaft. </al>
          <al>De gebruiksvergunning is gericht op het voorkomen, beperken en bestrijden
                        van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van
                        ongevallen bij brand. Burgemeester en wethouders kunnen aan de
                        gebruiksvergunning voorwaarden stellen aan onder meer:</al>
          <al>– stoffering en versiering;</al>
          <al>– uitgangen en vluchtwegen;</al>
          <al>– installaties;</al>
          <al>– bewaking en controle;</al>
          <al>– ventilatie en werkzaamheden;</al>
          <al>– brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende stoffen;</al>
          <al>– afval;</al>
          <al>– doorlopend toezicht;</al>
          <al>– brandveiligheidsinstructie en ontruimingsplan;</al>
          <al>– het maximaal toelaatbare aantal personen in een ruimte van een gebouw of
                        in een gebouw;</al>
          <al>– de plaats van, het aantal en het type draagbare blustoestellen.</al>
          <al>Het tweede lid is in beginsel niet in overeenstemming met artikel 4:13 Awb,
                        dat voorschrijft dat beschikkingen binnen de bij wettelijk voorschrift (i.c.
                        gemeentelijke verordening) bepaalde termijn moeten worden gegeven. Er is
                        voor gekozen deze bepaling in de verordening op te nemen, omdat het in het
                        belang is van alle belanghebbenden dat een vergunning op grond van de
                        verordening pas wordt afgegeven, wanneer er een beslissing is genomen over
                        de verlening van de bouwvergunning.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Duur van de vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Gekozen is voor een termijn van vier jaar.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Verplichtingen van de houder</titel>
          </kop>
          <al>Het eerste lid voorkomt dat onduidelijkheid ontstaat over de persoon van de
                        houder en de</al>
          <al>omstandigheden waaronder de vergunning is verleend. Bij het verstrekken van
                        gegevens dient vanzelfsprekend de bescherming van de privacy van personen te
                        zijn gewaarborgd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing</titel>
          </kop>
          <al>De tekst van het eerste lid beoogt te voorkomen dat vergunningen ongebruikt
                        worden gelaten. Men mag ervan uitgaan dat de houder binnen een jaar na het
                        verlenen van de vergunning van start kan gaan met de peuterspeelzaal.</al>
          <al>Het tweede lid omschrijft een bijzondere sluitingsbevoegdheid. Daarnaast
                        zijn burgemeester en wethouders bevoegd bestuursdwang uit te oefenen
                        krachtens artikel 125 van de Gemeentewet.</al>
          <al>Voordat zij daartoe laten overgaan, dient de houder schriftelijk te worden
                        gewaarschuwd. Een voorbeeld van een dringende omstandigheid die niet uit de
                        verordening voortvloeit, maar toch het belang van de kinderen kan schaden,
                        is een disfunctionerend management van een peuterspeelzaal. </al>
          <al>Als bij inspectie wordt geconstateerd dat de houder van een peuterspeelzaal
                        niet meer aan de eisen voldoet, zal niet in alle gevallen directe intrekking
                        van de vergunning voor de hand liggen. Vaak zal de gemeente met de houder
                        afspraken maken over te nemen maatregelen en de termijn waarbinnen deze
                        getroffen moeten zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>DE KWALITEITSREGELS</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Nadere regels</titel>
          </kop>
          <al>In het tweede lid wordt de delegatiebevoegdheid van de gemeenteraad aan
                        burgemeester en wethouders geregeld, voor wat betreft de uitwerking van
                        voorschriften voor peuterspeelzalen. Een gemeente kan er voor kiezen alle
                        regels in de verordening zelf op te nemen of de details over te laten aan
                        burgemeester en wethouders. In deze verordening is ervoor gekozen een aantal
                        voorschriften in nadere regels op te nemen.</al>
          <al>Wat betreft de eisen aan de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid
                        van de peuterspeelzaal gaat het om gebruikseisen. Deze vormen een aanvulling
                        op hetgeen bij of krachtens de Woningwet geregeld is. Behalve in de
                        Woningwet zelf zijn dergelijke eisen in het Bouwbesluit en in de
                        gemeentelijke bouwverordening opgenomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Invloed van beroepskrachten en begeleiders op het beleid van de
                            houder</titel>
          </kop>
          <al>Waarborging van de invloed van beroepskrachten en van personen die
                        beroepskrachten ondersteunen bij de verzorging en opvoeding wordt van belang
                        geacht voor het tot stand brengen van een goede interne kwaliteitszorg.
                        Daarbij is essentieel dat de niveaus betrokken bij de verzorging en
                        opvoeding van de kinderen binnen de organisatie vanuit de eigen positie en
                        deskundigheid inbreng leveren en mede vormgeven aan de door externe en/of
                        interne omstandigheden noodzakelijkerwijs onafgebroken bijstelling van
                        beleid en bedrijfsvoering. Op deze wijze kan een optimale wisselwerking
                        tussen aanbod en vraag gewaarborgd worden.</al>
          <al>Overigens is voor de beroepskrachten in de CAO-Welzijn en in de Wet op de
                        ondernemingsraden de medezeggenschap van de werknemers op het beleid van de
                        werkgever geregeld.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Informatie aan ouders/verzorgers</titel>
          </kop>
          <al>Voor houders van peuterspeelzalen en ouders is het van belang om in een
                        overeenkomst te expliciteren wat wederzijds de rechten en verplichtingen
                        zijn. Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat het peuterspeelzaalwerk
                        plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en
                        de ouder. </al>
          <al>De houders van peuterspeelzalen zijn verplicht ouders voor dat ze een
                        contract tekenen te informeren over een aantal essentiële onderwerpen. Een
                        (pedagogisch) beleidsplan kan daarvoor een goede basis vormen. In een
                        dergelijk plan kunnen onder meer worden opgenomen de pedagogische
                        doelstellingen, de inzet van personeel na opening en vóór sluiting van de
                        peuterspeelzaal en in bijzondere omstandigheden, de wijze van groepsvorming
                        en groepsindeling, de dagindeling en de wijze waarop met de kinderen wordt
                        omgegaan en het contact met de ouders wordt onderhouden. Verder kan gedacht
                        worden aan het vermelden van openingstijden en de regelingen tijdens
                        vakanties en bij ziekte van functionarissen en begeleiders. Deze informatie
                        biedt ouders de mogelijkheid om zich een oordeel te vormen over de kwaliteit
                        van een peuterspeelzaal en eventueel op basis van een onderlinge
                        vergelijking een keuze voor een bepaalde peuterspeelzaal te maken. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel voorkomt eventuele problemen over gemeentelijke
                        aansprakelijkheid.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Groepsgrootte en aantallen beroepskrachten</titel>
          </kop>
          <al>Uiteraard kan het aantal kinderen per groep verlaagd worden. De
                        groepsgrootte en het aantal kinderen dat tegelijkertijd aan één
                        beroepskracht is toevertrouwd zijn van grote invloed op de kwaliteit van het
                        peuterspeelzaalwerk. Kleinere groepen betekenen echter een verhoging van de
                        personeelslasten. De gemeenteraad van Noordwijkerhout heeft de groepsgrootte
                        voor peuterspeelzaalwerk bepaald op 20 met de volgende bepalingen. Bij een
                        groepsgrootte van ten minste 16 peuters en ten hoogste 20 peuters bestaat de
                        leiding uit twee beroepskrachten. Bij een groepsgrootte tot 16 peuters
                        bestaat de leiding uit ten minste één beroepskracht en een begeleider.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Verblijfsruimte</titel>
          </kop>
          <al>Gekozen is voor minimum bruto-oppervlaktematen (in plaats van
                        netto-oppervlaktematen) omdat deze eenvoudiger door de toezichthouder zijn
                        vast te stellen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten</titel>
          </kop>
          <al>De Wet bestrijding infectieziekten en ziekteoorzaken (WBI) bepaalt dat
                        ouders/verzorgers een kinderen thuis moeten houden als deze een gevaarlijke
                        infectieziekte hebben of wanneer zij vermoeden dat het geval is. De WBI
                        bepaalt ook dat de directeur van de GGD Zuid-Holland Noord de voorziening
                        kan laten sluiten, wanneer dat in het belang van de volksgezondheid is
                        vereist. Dit artikel in de verordening is in feite een uitbreiding van die
                        wet. Een uitbreiding in die zin dat naast de ouders/verzorgers, die een
                        besmet kind niet naar een "bewaarplaats" mogen sturen, deze verordening
                        bepaalt dat ook de houders verplicht zijn deze kinderen en andere besmette
                        personen de toegang te weigeren. De reden om dit artikel op te nemen is dat
                        dit houders van peuterspeelzalen de mogelijkheid biedt om kinderen die niet
                        ingeënt zijn de toegang tot de peuterspeelzaal te weigeren. De houder kan
                        als toelatingsvoorwaarde stellen dat de kinderen het landelijk
                        vaccinatieschema moeten doorlopen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel draagt de houder van een peuterspeelzaal op er voor te zorgen
                        dat alle beroepskrachten en begeleiders die zijn peuterspeelzaal werkzaam
                        zijn, op hun gedrag zijn getoetst. Dit gebeurt in de vorm van een recente
                        verklaring omtrent het gedrag die aan de houder moet worden overlegt voordat
                        een persoon zijn werkzaamheden aanvangt. </al>
          <al>Omdat een verklaring omtrent het gedrag niet meer dan een momentopname is,
                        voorziet het derde lid in de eis dat een nieuwe verklaring omtrent het
                        gedrag aan de houder wordt overlegd, in het geval de houder of
                        toezichthouder redelijkerwijs het vermoeden heeft, bijvoorbeeld naar
                        aanleiding van klachten of tips, dat een persoon niet langer voldoet aan de
                        eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21</nr>
            <titel>Toezicht en opsporing</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om toezichthouders aan te
                        wijzen. Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een
                        algemene regeling van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht
                        op het betreden van plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien
                        van schriftelijke stukken. Wat betreft het toezicht zijn afspraken gemaakt
                        met de GGD Zuid-Holland Noord.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22</nr>
            <titel>Controle</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat de opdracht aan het college om ervoor zorg te dragen dat
                        tenminste één keer per twee jaar een controle wordt uitgevoerd. Zoals onder
                        het vorige artikel reeds is aangegeven zijn hiervoor afspraken gemaakt met
                        de GGD Zuid-Holland Noord.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>23</nr>
            <titel>Overgangsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel schrijft voor dat houders uiterlijk binnen een jaar na de
                        inwerkingtreding van de verordening moeten voldoen aan de gemeentelijke
                        verordening. Het tweede lid regelt dat tijdens de overgangsperiode de
                        verleende vergunningen en ontheffingen van kracht blijven. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>24</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>25</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
