<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30482_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Langdurigheidstoeslag</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 21</al><al>Betreft: Verordening Langdurigheidtoeslag gemeente Tynaarlo</al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17
                        november jl.; </al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al><vet>De “Verordening Langdurigheidtoeslag gemeente Tynaarlo” vast te stellen
                        </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ISD-AAT: Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en
                                Hunze, Assen en Tynaarlo.</al></li><li nr="b."><al>Wet: Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="c."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al></li><li nr="d."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering.</al></li><li nr="e."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                peildatum.</al></li><li nr="f."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op een
                                langdurigheidstoeslag is ontstaan.</al></li><li nr="g."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet gedurende
                                de referteperiode. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li><li nr="h."><al>Chronisch zieke/ gehandicapte: de belanghebbende die langer dan zes
                                maanden gebruik maakt van thuiszorg en/of is aangewezen op
                                hulpmiddelen voor wonen/werk, vervoer, lopen/rolstoel in het kader
                                van de Wet maatschappelijke ondersteuning en/of voor 80 – 100%
                                arbeidsongeschikt is verklaard en/of op een andere wijze kan
                                aantonen dat sprake is van een chronische ziekte of handicap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor
                            de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een
                            onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen
                            dat niet hoger is dan 120% van de voor hem geldende bijstandsnorm en die
                            geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                            de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 wordt voor de chronisch zieke / gehandicapte geen
                            referteperiode gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende
                            die in de referteperiode of op de peildatum een opleiding c.q. studie
                            volgt of heeft gevolgd als bedoeld in de WTOS dan wel de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor gehuwden: € 498,00;</al></li><li nr="b."><al>Voor alleenstaande ouders: € 447,00;</al></li><li nr="c."><al>Voor alleenstaanden: € 349,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                            bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum uitgesloten is van het recht
                            op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de
                            wet, of gedurende de referteperiode of op de peildatum een opleiding
                            c.q. studie volgt of heeft gevolgd als bedoeld in de WTOS dan wel de WSF
                            2000 komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                            alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het dagelijks
                        bestuur van de ISD-AAT. Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                        verordening leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende
                        aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De bestaande Stimuleringspremie Langdurigheidstoeslag alsmede de
                            Meedoenpremie voor chronisch zieken en gehandicapten wordt met de
                            inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Chronisch zieken en gehandicapten komen niet in aanmerking voor een
                            Langdurigheidstoeslag als in het betreffende kalenderjaar ook een
                            meedoenpremie voor chronisch zieken en gehandicapten is toegekend, op
                            grond van de “oude” Meedoenverordening zoals die is ingevoerd per 1
                            augustus 2007. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening
                        Langdurigheidstoeslag gemeente Tynaarlo.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 8 december 2009</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>F.A. van Zuilen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2009 moet een wetsvoorstel in werking treden, waarmee de
                    langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. Op grond van
                    artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij verordening regels
                    vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een langdurigheidstoeslag.
                    Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                    begrippen langdurig en laag inkomen zoals die in artikel 36 lid 1 WWB worden
                    gebruikt.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening. Met betrekking tot
                    het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie opgenomen. Nu de
                    wetgever de gemeenteraad opdracht geeft om in de verordening regels te stellen
                    met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag inkomen’, is de gemeenteraad
                    bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 WWB nader te
                    definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de bestaande
                    uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde) invulling van
                    het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB (tekst tot 1-1-2009), doch wordt de
                    wettechnische imperfectie weggenomen.</al><al>Voor de omschrijving van chronisch zieken/gehandicapten kan geen houvast
                    gevonden worden in wet- en regelgeving. Volgens het ministerie van OCW kunnen
                    handicaps en chronische ziekten fysiek, verstandelijk of psychisch van aard
                    zijn. Een definitie wordt echter niet gegeven. Volgens de Tweede Kamer kunnen
                    chronische ziektenin het algemeen omschreven worden als onomkeerbare
                    aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met een gemiddeld lange
                    ziekteduur. Inmiddels zijn in diverse gemeenten criteria ontwikkeld om de
                    doelgroep te definiëren, waarbij met name het langer dan zes maanden gebruik
                    maken van thuiszorg en/of het aangewezen zijn op hulpmiddelen voor wonen/werk,
                    vervoer, lopen/rolstoel in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning
                    en/of het voor 80 – 100% arbeidsongeschikt verklaard zijn steeds terugkeren. In
                    deze verordening is gekozen voor aansluiting bij deze criteria. Als vangnet is
                    opgenomen dat een belanghebbende die op een andere wijze kan aantonen dat sprake
                    is van een chronische ziekte of een handicap ook tot de doelgroep kan
                    behoren.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een
                    minimum inkomen zijn aangewezen is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van drie jaar
                    aangehouden. Dit sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever gegeven
                    termijn. De minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van 23 naar
                    21 jaar. Een belanghebbende is immers (normaal gesproken) vanaf zijn 18e voor de
                    WWB een zelfstandig rechtssubject. Voor de inkomensgrens van 120% is aansluiting
                    gezocht bij het huidige Meedoenbeleid en de draagkrachtregels voor de bijzondere
                    bijstand.</al><al> Van studenten wordt gesteld dat zij per definitie uitzicht hebben op
                    inkomensverbetering. </al><al>Om te voorkomen dat degene met een baan met een minimuminkomen, die zijn positie
                    middels avondstudie probeert te verbeteren, niet in aanmerking zou komen, is
                    bepalend of de </al><al>studerende in de referteperiode studiefinanciering heeft genoten.
                    Studiefinanciering is immers </al><al>alleen mogelijk bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde
                    leeftijd. Als het gaat </al><al>om gehuwden, of degenen die daarmee gelijk te stellen zijn, waarvan één van
                    beide een uitkering op grond van de Wet op de Studiefinanciering heeft genoten
                    in een periode waarin beiden niet als gehuwd zijn aan te merken, komt het recht
                    de ander toe, voor zover aan de overige voorwaarden is voldaan.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op bedragen ingaande 1
                    januari 2009. In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB
                    gegeven voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten
                    van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                    WWB. De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: Dit derde lid ziet enkel op de
                    situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond
                    van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB en op de situatie dat één van de
                    echtgenoten een studie c.q. opleiding volgt of heeft gevolgd ingevolge de WTOS
                    en WSF. Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers
                    gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>