<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Werk en Inkomen Lekstroom</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vianen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="Lopik: Het Kontakt van 25 juni 2013; Vianen: Het Kontakt 25 juni 2013; IJsselstein: Zenderstreeknieuws 3 juli 2013"/><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8, eerste lid, onder i Wwb</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 60b Wwb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Start nieuwe organisatie</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom;</al>
          <al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 28 februari 2013;</al>
          <al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand en
                        de bepaling van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;</al>
          <al>overwegende dat het noodzakelijk is de uitoefening van de bevoegdheid tot
                        verrekening als bedoeld in artikel 60b van de Wet werk en bijstand bij
                        verordening te regelen; </al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt onder een recidiveboete, een bestuurlijke
                            boete verstaan als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk
                            en bijstand.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</titel>
          </kop>
          <al>Het dagelijks bestuur verrekent het openstaande boetebedrag gedurende de
                        eerste drie maanden na het moment van dagtekening van het besluit tot
                        oplegging van een recidiveboete door inhouding van een bedrag ter hoogte van
                        respectievelijk100% in de eerste maand, 50% in de tweede maand en 20% in de
                        derde maand op de algemene bijstand, telkens van de in de betreffende maand
                        van toepassing zijnde bijstandsnorm.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Verrekenen met inachtneming van beslagvrije voet</titel>
          </kop>
          <al>In afwijking van artikel 2 verrekent het dagelijks bestuur het openstaande
                        boetebedrag met inachtneming van de beslagvrije voet zoals genoemd in
                        artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor zover:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>toepassing van artikel 2 onaanvaardbare consequenties heeft voor de
                                eventuele minderjarige belanghebbende(n); dan wel</al></li>
            <li nr="b."><al>de gezondheidstoestand van (een van de) belanghebbende(n) naar het
                                oordeel van het dagelijks bestuur ernstig wordt bedreigd doordat
                                mogelijkheden ontbreken om de noodzakelijke medicatie of behandeling
                                te financieren.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat publicatie op de
                        voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive WIL</vet></al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de
                        Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, gehouden op 20 juni
                        2013.</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening>
        <ondertekening>R.Esser C. van Dalen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Artikelgewijze toelichting separate verordening</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
          </kop>
          <al>Behoeft geen nadere toelichting</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
          </kop>
          <al>Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat
                        verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou
                        zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet
                        worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in
                        artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                        Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Wet werk en bijstand het
                        college de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na
                        oplegging van de boete geheel buiten toepassing te laten. Het dagelijks
                        bestuur mag dus de openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als
                        een wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze
                        eerste drie maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht
                        verrekenen.</al>
          <al>In eerste instantie was deze verrekening – gelijk nog steeds in de IOAW en
                        IOAZ – als een verplichting opgenomen in de wet. De Kamer achtte echter -
                        juist bij bijstandsverlening – het risico reëel dat zich situaties zouden
                        kunnen voordoen waarbij de uiteindelijke totale maatschappelijke kosten
                        beduidend hoger lagen dan het met deze invorderingsmethodiek bereikte
                        resultaat. Reden voor de Kamer om de gemeente in dit kader meer
                        handelingsvrijheid te geven, om juist in deze individuele situaties af te
                        kunnen wijken van het principe. Vandaar dat bij de verrekening met de
                        bijstand niet gesproken wordt over een plicht, maar over een bij verordening
                        nader in te kaderen bevoegdheid.</al>
          <al>In deze verordening is er voor gekozen om in lijn met deze bedoeling voor de
                        eerste maand uit te gaan van het principe van volledige verrekening van de
                        aanspraak op bijstand. In de tweede maand wordt de ruimte voor verrekening
                        beperkt tot de helft van de aanspraak op bijstand en vanaf de derde maand
                        wordt vervolgens de ruimte voor verrekening beperkt tot 20% van de aanspraak
                        op bijstand. In artikel 3 worden de mogelijkheden benoemd om van dit
                        principe af te wijken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
          </kop>
          <al>In artikel 3 zijn een tweetal situaties benoemd waarin het dagelijks bestuur
                        ondanks de in de wet opgenomen bevoegdheid toch de beslagvrije voet bij
                        verrekening in acht neemt. De genoemde omstandigheden betreffen situaties
                        die ook tijdens de parlementaire behandeling expliciet zijn benoemd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>en 5</titel>
          </kop>
          <al>Behoeven geen nadere bespreking.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>