<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304765_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening handhaving WIL</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Werk en Inkomen Lekstroom</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vianen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="Lopik: Het Kontakt 25 juni 2013; Vianen: Het Kontakt 25 juni 2013; IJsselstein: Zenderstreeknieuws 3 juli 2013"/><dcterms:alternative>Verordening handhaving WIL</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">8a Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">35 IOAW</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">35 IOAZ</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Start nieuwe organisatie</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening handhaving WIL
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom;</al>
          <al>gelet op:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>artikel 8a van de Wet werk en bijstand;</al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li>
            <li nr="-"><al>bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet</al></li>
          </lijst>
          <al>gezien het voorgenomen besluit van het dagelijks bestuur van 28 februari
                        2013;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de <vet>Verordening handhaving WIL</vet></al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>WWB: Wet werk en bijstand; </al></li>
            <li nr="b."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers; </al></li>
            <li nr="c."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; </al></li>
            <li nr="d."><al>Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; </al></li>
            <li nr="e."><al>Bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 35, lid 1
                                WWB;</al></li>
            <li nr="f."><al>Algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan;</al></li>
            <li nr="g."><al>Bijstand: de algemene en bijzondere bijstand als bedoeld in de
                                WWB;</al></li>
            <li nr="h."><al>Uitkering: de uitkering als bedoeld de artikelen 9 van de IOAW en de
                                IOAZ;</al></li>
            <li nr="i."><al>Belanghebbende: de persoon die bijstand of een grondslag heeft
                                aangevraagd dan wel ontvangt of heeft ontvangen; indien het een
                                gezin betreft, wordt onder de belanghebbende elk van de gezinsleden
                                verstaan;</al></li>
            <li nr="j."><al>Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur Werk en Inkomen
                                Lekstroom;</al></li>
            <li nr="k."><al>WIL: Werk en Inkomen Lekstroom.</al></li>
          </lijst>
          <al>Lid 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand
                        en de Algemene wet bestuursrecht</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Opstellen handhavingsplan</titel>
          </kop>
          <al>Het dagelijks bestuur stelt een handhavingsplan op. Dit is in het kader van
                        het voorkomen van het ten onrechte ontvangen van bijstand,
                        inkomensvoorziening of uitkering alsmede ter bestrijding van misbruik en
                        oneigenlijk gebruik van de WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Vereisten handhavingsplan</titel>
          </kop>
          <al>Het in artikel 2 genoemde handhavingsplan bevat tenminste:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Een visie op handhaving, waarin onder meer aandacht wordt besteed
                                aan fraudepreventie. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het
                                dagelijks bestuur belanghebbende informeert over de rechten en
                                plichten die aan het ontvangen van bijstand zijn verbonden, en over
                                de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast
                                beschrijft het dagelijks bestuur in het beleidsplan tenminste de
                                wijze van controle bij de aanvraag, de handelwijze bij
                                onduidelijkheden in de aanvraag</al></li>
            <li nr="b."><al>Een plan van aanpak om misbruik en oneigenlijk gebruik te
                                voorkomen,</al></li>
            <li nr="c."><al>Een plan van aanpak om niet-naleving van de wet of vermoedens van
                                niet-naleving op te sporen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Terugvordering</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur vordert de kosten van bijstand of de uitkering
                            boven een nader door het dagelijks bestuur te bepalen bedrag terug in de
                            gevallen die in de artikelen 58 en 59 van de WWB, de artikelen 25 en 26
                            van de IOAW en de artikelen 25 en 26 van de IOAZ zijn aangegeven, voor
                            zover zich hier geen andere wettelijke regeling tegen verzet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Van terugvordering kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen
                            aanwezig zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt nadere regels vast in welke situaties wordt
                            afgezien van terugvordering, waaronder begrepen de regels ten aanzien
                            van dringende redenen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt nadere regels vast over de terugvordering
                            van de brutokosten van bijstand, kosten van invordering en wettelijke
                            rente.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Verhaal</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur verhaalt de kosten van bijstand of de uitkering
                            boven een nader door het dagelijks bestuur te bepalen bedrag, in
                            overeenstemming met de regels aangegeven in de artikelen 61 tot en met
                            62i van de WWB, voor zover zich hier geen andere wettelijke regeling
                            tegen verzet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt nadere regels in de gevallen waarin wordt
                            afgezien van verhaal, waaronder begrepen de regels ten aanzien van
                            dringende redenen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij de nader door het dagelijks bestuur vast te stellen regels kan voor
                            de vaststelling van de hoogte van de verhaalsbijdrage naast de bestaande
                            maatstaven een nader vast te stellen systematiek worden gehanteerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Invordering en kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt zich tot doel om de teruggevorderde en de op
                            derden verhaalde bijstand en uitkering maximaal in te vorderen voor
                            zover zich hier geen andere regeling tegen verzet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur kan besluiten van gehele of gedeeltelijke
                            invordering af te zien en tot kwijtschelding van een vordering over te
                            gaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt voorwaarden aan de in lid 2 bedoelde
                            kwijtschelding.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De in lid 3 bedoelde voorwaarden worden in beleidsregels nader
                            uitgewerkt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur ziet af van de in lid 2 bedoelde kwijtschelding
                            indien de terugvordering het gevolg is van het bij herhaling niet of
                            niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 17 lid 1
                            van de WWB, artikel 44 lid 1 van de WIJ, artikel 13 lid 1 van de IOAW of
                            artikel 13 lid 1 van de IOAZ.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Lid 2 is niet van toepassing indien een opgelegde periodieke
                            onderhoudsverplichting nog niet is beëindigd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt criteria vast voor categorieën van
                            vorderingen, personen en termijnen voor het verrichten van heronderzoek
                            op vorderingen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Informatieverzameling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur maakt ter controle gebruik van
                            bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen
                            die daaruit voortkomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur onderzoekt overige signalen en tips die relevant
                            zijn voor het recht op bijstand of uitkering.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Systematiek en middelen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In het handhavingsplan beschrijft het dagelijks bestuur de in te zetten
                            controlesystematiek (signaal- en/of risicosturing) en de -middelen om de
                            rechtmatigheid van de uitkering te controleren. Deze systematiek kan
                            worden toegepast bij de aanvraag, tijdens en na beëindiging van de
                            bijstand, inkomensvoorziening of uitkering.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Op basis van deze systematiek neemt het dagelijks bestuur besluiten met
                            betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds
                            tussen het dagelijks bestuur en de belanghebbende resterende
                            verplichtingen en de afhandeling ervan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Verlaging van de uitkering</titel>
          </kop>
          <al>Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                        inlichtingen verstrekt die vanbelang zijn of kunnen zijn voor de bepaling
                        van de hoogte, de duur en de voortzetting van de bijstandof uitkering,
                        verlaagt het dagelijks bestuur de bijstand conform wat hierover is bepaald
                        in de WWB (namelijk art 53a WWB halvering norm bij weigering huisbezoek,
                        toch?) of de verordening verrekening bestuurlijke boete. Dit laat
                        onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de eventueel ten
                        onrechte ontvangen bijstand of uitkering.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>1.Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 9 leidt
                            tot benadeling van degemeente, doet het dagelijks bestuur, onverminderd
                            de mogelijkheid de bijstand of de uitkering te verlagen en de ten
                            onrechte ontvangen bijstand of uitkering terug te vorderen, aangifte bij
                            het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar
                            Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Van misdragingen genoemd in de Nederlandse strafwetgeving gepleegd tegen
                            het dagelijks bestuur of de gemeentelijke uitvoerders van de WWB, IOAW,
                            IOAZ, kan het college aangifte doen bij het Openbaar Ministerie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            dagelijks bestuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                            bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan leidt tot
                            onbillijkheden van overwegende aard.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2013 of op de
                        daadwerkelijke startdatum van WIL, indien deze later plaatsvindt dan 1 mei
                        2013.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Intrekking oude regeling</titel>
          </kop>
          <al>De Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ vervalt gelijktijdig met de
                        inwerkintreding van onderhavige verordening.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Citeerartikel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als de <vet>Verordening handhaving
                            WIL</vet>.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de
                        Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, gehouden op 20 juni
                        2013.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>R.Esser C. van Dalen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Algemene toelichting bij de verordening</titel>
        </kop>
        <al/>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Inleiding</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <al>Afgezien van de korte bepaling van artikel 8a van de WWB en artikel 35 c van
                        de IOAW enIOAZ, zijn er geen nadere aanduidingen over wat nu precies in die
                        verordening moet worden geregeld.</al>
        <al>Met deze verordening wordt invulling gegeven aan in bovenstaande artikelen
                        gegeven opdracht om regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van
                        misbruik en oneigenlijk gebruik van de diverse uitkeringen. Het behoort tot
                        beleidsvrijheid van Werk en Inkomen Lekstroom om daarin eigen beleidskeuzes
                        te maken. In het kader van slagvaardig beleid is er voor gekozen om de
                        verordening als kader te laten dienen en de nadere uitwerking van het beleid
                        op te dragen aan het bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom. De nadere
                        uitwerking kan plaatsvinden in een handhavingsplan en door het stellen van
                        nadere regels ten aanzien van herziening, terugvordering en verhaal. In het
                        handhavingsplan moet worden weergegeven hoe Werk en Inkomen Lekstroom denkt
                        zo goed mogelijk vorm te kunnen geven aan handhaving van de bestaande wet-
                        en regelgeving.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Opstellen handhavingsplan</titel>
          </kop>
          <al>Hoewel de wettelijke bepalingen meer gericht lijken op fraudebestrijding-sec
                        is in deze toch gekozen voor het ruimere begrip handhaving. De term
                        fraudebestrijding roept teveel het beeld op van repressie en genoegdoening,
                        terwijl handhaving meer uit gaat van het bevorderen van de spontane naleving
                        van de wet- en regelgeving. Naast repressie is in deze optiek preventie
                        onontbeerlijk. Het is immers altijd nog beter om fraude te voorkomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Vereisten handhavingsplan</titel>
          </kop>
          <al>Om het belang van een goede handhaving te onderstrepen, is in dit artikel
                        aangegeven welke onderwerpen in het handhavingsplan op zijn minst aan bod
                        moeten komen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>tot en met 6</titel>
          </kop>
          <al>Dit hoofdstuk bepaalt onder andere dat WIL de ten onrechte verstrekte
                        bijstand en uitkering terugvordert boven een nader vast te stellen bedrag.
                        Hier wijzigt niets ten opzichte van de bestaande situatie. De toevoeging bij
                        artikel 4, lid 1 is opgenomen omdat het daar waar het mogelijk is tot
                        terugvordering over te gaan, niet absoluut is. Om te voorkomen dat
                        teruggevorderd zou moeten worden in die gevallen waar een wettelijke
                        regeling zich verzet tegen dat besluit, is de betreffende nuance opgenomen.
                        Te denken valt aan de bepalingen over verjaringen in het Burgerlijk Wetboek
                        of de bepalingen rond het wettelijke traject van de Wet Schuldsanering
                        Natuurlijke Personen (WSNP). Deze opsomming is niet limitatief, en omdat
                        toekomstige wetswijzigingen nog bepalingen kunnen toevoegen, is gekozen voor
                        een algemene formulering.</al>
          <al>Verhaal vindt plaats in drie situaties:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>op onderhoudsplichtigen</al></li>
            <li nr="2."><al>op begiftigden (bijv. n.a.v. een schenking)</al></li>
            <li nr="3."><al>op nalatenschappen</al></li>
          </lijst>
          <al>Dit hoofdstuk regelt verder de wijze van incasso en de mogelijkheid om de
                        vordering te verhogen metde kosten die verbonden zijn aan incasso alsook de
                        wettelijke rente waarmee de vordering wordtverhoogd bij wanbetaling. De
                        verwijzingen naar ‘nader vast te stellen bedragen’, ‘nader te stellenregels’
                        en een ‘nadere uitwerking’ in de artikelen 4, 5, en 6 doelen op een
                        beschrijving van de beleidsregels voor terugvordering en verhaal in een
                        aparte regeling die aan het dagelijks bestuur worden voorgelegd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>en 8</titel>
          </kop>
          <al>In dit hoofdstuk wordt aangegeven (met verwijzing naar het beleidsplan) dat
                        gewerkt wordt met eensignaal- en/of risicogestuurde
                        controlesystematiek.</al>
          <al>Naar aanleiding van een signaal en/of risicoprofiel kan worden overgegaan
                        naar een intensievecontrole. Bij een intensieve controle kunnen allerlei
                        bronnen worden genoemd die geraadpleegdkunnen worden. In principe mogen veel
                        bronnen worden geraadpleegd (ook met in achtneming vanprivacy), als de
                        cliënt daarvan maar op de hoogte wordt gesteld (vroegtijdig informeren). Dat
                        kan somsook achteraf. Ook moet geregeld worden welke gegevens opgeslagen
                        worden en of de cliënt altijdinzage heeft in zijn eigen dossier (dat wat de
                        afdeling sociale zaken van belanghebbende weet).</al>
          <al>De inhoud van artikel 6 heeft deze achtergrond.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>en 10</titel>
          </kop>
          <al>Dit hoofdstuk regelt de verlaging van de uitkering conform de
                        Afstemmingsverordening WWB, IOAWen IOAZ en verordening bestuurlijke boete
                        bij recidive, als belanghebbende niet aan de verplichtingen voldoet of ten
                        onrechte bijstand of uitkering heeft ontvangen.</al>
          <al>Daarnaast wordt aangifte van fraude gedaan bij het Openbaar Ministerie. De
                        voorwaarden vooraangifte zullen jaarlijks worden afgestemd met het Openbaar
                        Ministerie (Regionale SocialeRecherche).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>tot en met 14</titel>
          </kop>
          <al>Behoeven geen toelichting. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>