<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304687_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling maatschappelijke ondersteuning 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 03-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling maatschappelijke ondersteuning 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning, art. 16, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-08-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>834856</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16103</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling maatschappelijke ondersteuning 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet>Burgemeester en wethouders van Gouda</vet></al><al/><al>gelet op artikel 16, tweede lid, van de Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning;</al><al>besluiten vast te stellen de volgende: Regeling maatschappelijke
                            ondersteuning Gouda 2013</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verplichtingen persoonsgebonden budget hulp bij het
                                huishouden</titel></kop><al>Bij de verlening van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het
                            huishouden gelden de volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>maximaal 7% van het bruto persoonsgebonden budget is vrij
                                    besteedbaar, met een minimum van € 100,00 en een maximum van €
                                    750,00 voor het organiseren van de hulp bij het huishouden
                                    zonder dat daarover verantwoording behoeft te worden
                                    afgelegd;</al></li><li nr="b."><al>de budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de
                                    zorgverlener die de hulp bij het huishouden levert. In deze
                                    overeenkomst worden tenminste de volgende afspraken
                                    opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>NAW gegevens van de aanvrager, NAW gegevens inclusief
                                            het burgerservicenummer van de zorgverlener, een
                                            overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief,
                                            het aantal te betalen uren. De overeenkomst wordt door
                                            de aanvrager en zorgverlener ondertekend.</al></li><li nr="-"><al>Als de overeenkomst is gesloten met een instantie: het
                                            BTW nummer van de instantie, een overzicht van de dagen
                                            waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen
                                            uren en de naam en het adres van de instantie. De
                                            overeenkomst wordt namens aanvrager en de instantie
                                            ondertekend. </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de verantwoording bevat een overzicht van het aantal uitbetaalde
                                    uren, betalingsbewijzen (bankafschriften), het uurtarief, NAW
                                    gegevens inclusief het burgerservicenummer van de zorgverlener.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verplichtingen persoonsgebonden budget overige
                                voorzieningen</titel></kop><al>Bij de verlening van een persoonsgebonden budget bij overige
                            voorzieningen gelden de volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening moet voldoen aan het programma van eisen dat is
                                    opgesteld door de gemeente en, indien van toepassing, aan het
                                    Kwaliteiten Bruikbaarheids Onderzoek van Hulpmidden keurmerk
                                    en/of komt voor op de lijsten van het TNO-keurmerk dan wel een
                                    gelijkwaardig keurmerk goedgekeurde hulpmiddelen;</al></li><li nr="b."><al>in geval van een rolstoel- of vervoersmiddel wordt de
                                    vervoersvoorziening ingekocht bij een leverancier die erkend is
                                    volgens de Erkenningsregeling Revalidatietechnisch Bedrijf en
                                    voldoet deze aan de eisen van de Revakeur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De uurtarieven van het persoonsgebonden budget bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 12,50 voor het inhuren van een familielid, vrienden,
                                    kennissen;</al></li><li nr="b."><al>€ 19,90 voor het inhuren van een zelfstandige zonder personeel
                                    of personeel van een leverancier van hulp bij het
                                    huishouden;</al></li><li nr="c."><al>€ 22,50 in geval van hulp bij het huishouden 2;</al></li><li nr="d."><al>€ 17,90 in geval van een persoonsgebonden budget met financiële
                                    vergoeding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte persoonsgebonden budget overige voorzieningen</titel></kop><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget voor aanschaf van een:</al><lijst><li nr="1."><al>rolstoel is gelijk aan de kostprijs van de
                                    goedkoopst-compenserende rolstoel, zoals deze door de gemeente
                                    kan worden aangeschaft bij de contracteerde leverancier. De
                                    kostprijs kan zo nodig verhoogd worden met de kostprijs van
                                    individuele aanpassingen. </al></li><li nr="2."><al>individuele vervoersvoorziening is gelijk aan de kostprijs van
                                    de goedkoopst-compenserende maatregel. Als de gemeente een
                                    onderhoudscontract met een voorkeursleverancier heeft afgesloten
                                    voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit het
                                    desbetreffende onderhoudscontract - exclusief eventueel bedongen
                                    korting - als uitgangspunt. Als de gemeente geen
                                    onderhoudscontract heeft afgesloten, komen de onderhoudskosten
                                    voor rekening van de aanvrager.</al></li><li nr="3."><al>losse woonvoorziening is gelijk aan de door het college
                                    goedgekeurde offerte. Het budget kan eventueel verhoogd worden
                                    met instandhoudingskosten, bedoeld voor reparatie van de
                                    desbetreffende voorziening. Als de gemeente een
                                    onderhoudscontract met een voorkeurslevernacier heeft afgesloten
                                    voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit het
                                    desbetreffende onderhoudscontract - exlusief eventueel bedongen
                                    korting - als uitgangspunt. Als de gemeente geen
                                    onderhoudscontract heeft afgesloten, komen de onderhoudskosten
                                    voor rekening van de aanvrager.</al></li><li nr="4."><al>verplaatsingsmiddel voor vervoer buitenshuis, wordt bepaald aan
                                    de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende
                                    kosten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Omvang eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de berekening van de eigen bijdrage/eigen aandeel is het
                                (gezamenlijk) verzamelinkomen over de twee jaar voorafgaand aan de
                                heffing leidend. Het verzamelinkomen is het gezamenlijk bedrag van
                                inkomen uit werk en woning, uit aandelen en dividenden, en uit
                                sparen en beleggen, waarover de hoogte van de aanslag
                                inkomstenbelasting wordt bepaald. Bij de berekening van de maximale
                                periodebijdrage wordt daarbij gekeken naar de samenstelling van het
                                huishouden en de leeftijd. Het volgende geldt hierbij:</al><lijst><li nr="a."><al>Het bedrag dat ongehuwde belanghebbenden jonger dan de
                                        pensioengerechtige leeftijd dienen te betalen bedraagt €
                                        18,60 per vier weken plus een dertiende deel van 15% van het
                                        verschil tussen het verzamelinkomen van de belanghebbende en
                                        de grens van € 23.208,00.</al></li><li nr="b."><al>Het bedrag dat ongehuwde belanghebbenden van
                                        pensioengerechtige leeftijd of ouder dienen te betalen
                                        bedraagt € 18,60 per vier weken plus een dertiende deel van
                                        15% van het verschil tussen het verzamelinkomen van de
                                        belanghebbende en de grens van €16.257,00.</al></li><li nr="c."><al>Het bedrag dat gehuwde belanghebbenden dienen te betalen
                                        indien één van beiden jonger is dan de gepensiongerechtige
                                        leeftijd, bedraagt € 26,60, per vier weken plus een
                                        dertiende deel van 15% van het verschil tussen het
                                        verzamelinkomen van de belanghebbende en de grens van €
                                        28.733,00.</al></li><li nr="d."><al>Het bedrag dat gehuwde belanghebbenden, die beiden de
                                        gepensiongerechtige leeftijd hebben bereikt, dienen te
                                        betalen bedraagt € 26,60 per vier weken plus een dertiende
                                        deel van 15% van het verschil tussen het verzamelinkomen van
                                        de belanghebbende en de grens van € 22.676,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigen bijdrage of het eigen aandeel over een periode van 4 weken
                                is gelijk aan de wettelijke 'Maximale periodebijdrage' in die
                                periode, tenzij deze hoger is dan de 'Kosten van de voorziening per
                                4 weken'in die periode. In dat geval is de eigen bijdrage of het
                                eigen aandeel gelijk aan de 'Kosten van de voorziening per 4
                                weken'.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor hulp bij het huishouden wordt een eigen bijdrage opgelegd
                                zolang hulp bij het huishouden wordt verstrekt. de 'Kosten van de
                                voorziening per 4 weken' worden als volgt vastgesteld: het aantal
                                uren ontvangen zorg in die 4 weken, vermenigvuldigd met het
                                persoonsgebonden budget tarief type 1 en 2.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden budget
                                wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang het periodiek
                                persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De 'Kosten van de
                                voorziening per 4 weken' worden als volgt vastgesteld: de hoogte van
                                het periodieke persoonsgebonden budget omgerekend naar het bedrag
                                per periode van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor voorzieningen die verstrekt worden in eigendom van de aanvrager
                                (bouwkundige woningaanpassingen) wordt een eigen bijdrage/aandeel
                                opgelegd gedurende 39 periodes van 4 weken. 'Kosten van de
                                voorziening per 4 weken' worden als volgt vastgesteld: de
                                aanschafprijs plus eventuele verzekeringskosten en onderhoud van de
                                voorziening, gedeeld door 39 periodes van 4 weken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor periodiek toegekende voorzieningen die in bruikleen worden
                                verstrekt wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de voorziening
                                gebruikt wordt. Voor het opleggen van een eigen bijdrage zal de
                                gemeente het bedrag dat men maandelijks moet betalen doorgeven aan
                                het Centraal Administratie Kantoor. Voor periodiek toegekende
                                voorzieningen wordt een eigen bijdrage/aandeel opgelegd per 4
                                weken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de kosten voor woonvoorzieningen meer bedragen dan €
                                    3.170,76,- geldt het primaat van verhuizen. De maximale
                                    vergoeding voor verhuiskosten op declaratiebasis bedraagt €
                                    3.170,76.</al></li><li nr="2."><al>De financiële tegemoetkoming wordt betaald aan de eigenaar van
                                    de woning en bedraagt maximaal 100% van de goedgekeurde
                                    offertekosten.</al></li></lijst><al>Als de geschatte aanpaskosten hoger zijn dan € 6.807,00 dienen minimaal
                            drie offertes (gesplitst in kosten van volumes/onderdelen, gebruikte
                            materialen en arbeid) te worden aangevraagd. Daarbij gelden voor
                            bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 949,00 voor een woonwagen die binnen vijf jaar is afgeschreven
                                    of waarvan de standplaats binnen vijf jaar wordt opgeheven;</al></li><li nr="b."><al>€ 949,00 voor een woonschip dat binnen vijf jaar is afgeschreven
                                    of waarvan binnen vijf jaar de ligplaats weg moet;</al></li><li nr="c."><al>€ 6.807,00 voor het bezoekbaar en/of logeerbaar maken van een
                                    woning.</al><lijst><li nr="3."><al>Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële
                                            tegemoetkoming in de kosten van een woningaanpassing in
                                            de vorm van bouwkundige of woontechnische
                                            woonvoorziening (wordt rekening gehouden met de volgende
                                            kostensoorten:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>de aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor
                                    het treffen van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met
                                    inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en
                                    utiliteitsbouw 1991;</al></li><li nr="c."><al>als het noodzakelijk wordt geacht een architect in te schakelen:
                                    het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom,
                                    met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale
                                    honorarium als bepaald in de Standaardvoorwaarden
                                    1988/Rechtsverhouding odrachtgever-architect van de Bond van
                                    Nederlandse Architectenen de kosten van het toezicht op de
                                    uitvoering, alsdit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van
                                    de aanneemsom;</al></li><li nr="d."><al>de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de
                                    voorziening; </al></li><li nr="e."><al>de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare
                                    omzetbelasting;</al></li><li nr="f."><al>Het renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke
                                    betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor
                                    zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de
                                    voorziening;</al></li><li nr="g."><al>de kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien
                                    noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de
                                    oorspronkelijke kavel;</al></li><li nr="h."><al>de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen
                                    die ten tijde van de raming van de kosten niet te voorzien
                                    waren;</al></li><li nr="i."><al>de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en
                                    adviezen met betrekking tot het verrichten van de
                                    aanpassing;</al></li><li nr="j."><al>de kosten van heraansluiting op de openbare
                                    nutsvoorziening;</al></li><li nr="k."><al>de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van
                                    het treffen van de bouwkundige voorziening, voor zover de kosten
                                    onder a tot en met j meer bedragen dan € 1.2177,54 voor 10% van
                                    die kosten tot maximaal € 474,11.</al><lijst><li nr="4."><al>Als er sprake is van sanering van de vloerbedekking niet
                                            ouder dan zeven jaar bedraagt de financiële
                                            tegemoetkoming maximaal € 35,- per m2 (inclusief arbeid,
                                            noodzakelijke materialen en BTW). De hoogte van de
                                            vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn
                                            van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een
                                            percentage van de kosten te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>100% indien als het artikel nieuwer is dan twee
                                                  jaar;</al></li><li nr="-"><al>75% alsindien het artikel tussen de twee en vier
                                                  jaar oud is;</al></li><li nr="-"><al>50% indien als het artikel tussen de vier en zes
                                                  jaar oud is;</al></li><li nr="-"><al>25% indien als het artikel tussen de zes en
                                                  zevenacht jaar oud is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten
                                            in verband met huurderving is afhankelijk van de kale
                                            huur van de woonruimte met een maximum van € 631,00 per
                                            maand voor de duur van maximaal één jaar.</al></li><li nr="6."><al>Als er sprake is van tijdelijke huisvesting is de hoogte
                                            van de vergoeding:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>maximaal € 685,00 per maand bij een zelfstandige
                                    woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>maximaal € 342,00 per maand bij een niet-zelfstandige
                                    woonruimte.</al><lijst><li nr="7."><al>Als een woonvoorziening tot meerwaarde van de woning
                                            heeft geleid en de woning binnen zes jaar verkocht
                                            wordt, dan geldt volgens onderstaand schema het bedrag
                                            dat door de aanvrager aan het college terugbetaald moet
                                            worden:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;</al></li><li nr="b."><al>voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;</al></li><li nr="c."><al>voor het derde jaar 70% van de meerwaarde;</al></li><li nr="d."><al>voor het vierde jaar 60% van de meerwaarde;</al></li><li nr="e."><al>voor het vijfde jaar 40% van de meerwaarde;</al></li><li nr="f."><al>voor het zesde jaar 20% van de meerwaarde.</al><lijst><li nr="8."><al>Als bijlage is bij deze regeling gevoegd een lijst met
                                            standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de
                                            maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Financiële tegemoetkoming sportvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt als financiële
                                tegemoetkoming en bedraagt maximaal € 3.434,10. Het bedrag is
                                bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf (maximaal € 2.749,10) en
                                onderhoud (€ 685,00) van een sportrolstoel of vergelijkbare
                                voorziening voor een periode van ten minste 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderhoud, keuring, reparatie en overige voorzieningen worden één
                                keer per (ten minste) drie jaar vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen geldt
                                het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een eigen auto, als de aanvrager is
                                        aangewezen op het gebruik van de eigen auto, geldt een
                                        norrmbedrag van € 1.178,78 op jaarbasis;</al></li><li nr="b."><al>voor het gebruik van een bruikleenauto geldt een normbedrag
                                        van € 782,52 op jaarbasis; </al></li><li nr="c."><al>voor het gebruik van een taxi, als de aanvrager geen gebruik
                                        kan maken van het collectief vervoer en niet
                                        rolstoelgebonden is, geldt een taxitegoed van € 3.101,26 op
                                        declaratiebasis of op verzoek van de aanvrager een
                                        financiële bijdrage van € 733,13 op jaarbasis;</al></li><li nr="d."><al>voor het gebruik van een rolstoeltaxi, als de aanvrager geen
                                        gebruik kan maken van het collectief vervoer en
                                        rolstoelgebonden is, geldt een taxitegoed van € 3.101,26 op
                                        declaratiebasis of een maximale financiële bijdrage van €
                                        1.102,91 op jaarbasis; </al></li><li nr="e."><al>voor een ander verplaatsingsmiddel geldt een maximale
                                        financiële tegemoetkoming van € 428,73 op jaarbasis en bij
                                        de indicatie rolstoeltaxi een maximale financiële bijdrage
                                        van € 685,81 op jaarbasis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van een financiële tegemoetkoming voor het aanpassen van
                                een eigen auto wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in
                                aanmerking komende kosten. Deze vergoeding bedraagt maximaal de
                                kosten van de goedkoopst aanpasbare auto.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er sprake is van aanpassingskosten van de eigen auto geldt als
                                afschrijvingstermijn van de voorziening ten minste zeven jaar. Met
                                uitzondering van overzetbare voorzieningen wordt deze voorziening
                                daarom slechts toegekend als de aan te passen auto niet ouder is dan
                                drie jaar. De kosten van de noodzakelijke aanpassingen worden
                                gebaseerd op de goedkoopst aanpasbare auto. De opties met betrekking
                                tot de uitrusting van de auto, zoals automatische transmissie,
                                stuurbekrachtiging en airco, zijn van vergoeding uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Collectief vervoer bestaat uit een regiotaxipas waarmee tegen
                                gereduceerd tarief maximal 2000 km per jaar kan worden gereisd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de sociaal begeleider van de gebruiker van het collectief
                                vervoer gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de sociaal begeleider mag geen Wmo-geïndiceerde zijn; </al></li><li nr="b."><al>de sociaal begeleider dient zelfstandig te kunnen reizen en
                                        niet aan een rolstoel of scootmobiel gebonden te zijn;</al></li><li nr="c."><al>er mag maximaal één sociaal begeleider per (enkele) rit
                                        meegaan;</al></li><li nr="d."><al>de sociaal begeleider reist vanaf hetzelfde opstapadres naar
                                        dezelfde bestemming;</al></li><li nr="e."><al>er mogen maximaal 20 enkele ritten per jaar worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="f."><al>de rit van de sociaal begeleider wordt gelijktijdig geboekt
                                        met dezelfde reservering als de rit van de
                                        Wmo-pashouder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Medische begeleiding in het collectief vervoer is mogelijk als er
                                sprake is van medische technische handelingen bij gedragsproblemen
                                en wanneer eenvoudige algemeen dagelijkse levensverrichtingen
                                tijdens de rit nodig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Het Besluit maatschappelijke ondersteuning Gouda 2013 wordt per 3
                            oktober 2013 ingetrokken.</al><al>Het Verstrekkingenboek Wet maatschappelijke ondersteuning 2008 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Voor degene die op datum inwerkingtreding van deze Regeling reeds een
                            persoongebonden budget voor hulp bij het huishouden ontvangt, gelden de
                            uurtarieven genoemd in artikel 3 met ingang van 24 maart 2014. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze Regeling treedt in werking op 3 oktober 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Regeling wordt aangehaald als: Regeling maatschappelijke
                            ondersteuning Gouda 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van Burgemeester en wethouders van
                        27 augustus 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Gouda,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Regeling maatschappelijke ondersteuning Gouda 2013</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Hoogte persoonsgebonden budget hulp bij het
                    huishouden</tussenkop><al>In dit artikel wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget bepaald. Het
                    staat aanvrager vrij om iemand hiervoor in te huren. Dat kan een familielid of
                    een buurvrouw zijn maar ook een zelfstandige zonder personeel. In de hoogte van
                    de vergoeding zit een verschil. Een burger die met zijn persoonsgebonden budget
                    een familielid, buurvrouw of particuliere hulp inhuurt wordt niet geconfronteerd
                    met hoge overheadkosten. Dit is wel het geval als er een zelfstandige zonder
                    personeel of zorgverlener via een instantie wordt ingehuurd. Het persoongebonden
                    budget om familieleden en vrienden in te huren is dan ook lager. Uitbetaling
                    vindt plaats per 4 weken aan belanghebbende.</al><al>Daarnaast geldt een apart tarief voor de situatie waarin de aanvrager een
                    overeenkomst heeft gesloten met leverancier Vierstroom. Het betreft een
                    persoonsgebonden budget financiële tegemoetkoming. Betaling vindt plaats per 4
                    weken, na toestemming van belanghebbende, aan leverancier Vierstroom.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Hoogte persoongesgebonden budget overige
                    voorzieningen</tussenkop><al>Het persoonsgebonden budget wordt 4 wekelijks, na ontvangst van de factuur en
                    het betalingsbewijs, verstrekt tot aan kostprijs voorziening bereikt is. Dit is
                    van toepassing op lid 1 tot en met 4.</al><al>Tweede lid </al><al>In dit artikel lid wordt de wijze waarop een persoonsgebonden budget voor een
                    vervoersvoorziening wordt vastgesteld, geregeld. Hierbij wordt uitgegaan,
                    conform de Verordening maatschappelijke ondersteuning, van de
                    goedkoopst-compenserende voorziening.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Omvang eigen bijdrage en eigen aandeel</tussenkop><al>In artikel 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning is de mogelijkheid
                    gecreëerd om de voorzieningen af te stemmen op de draagkracht van de aanvrager.
                    Dit kan door aan de aanvrager van voorzieningen een eigen bijdrage of eigen
                    aandeel op te leggen. Bij voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget
                    wordt gesproken over de eigen bijdrage en bij financiële tegemoetkomingen wordt
                    gesproken van het eigen aandeel. De gemeente heeft beleidsvrijheid in de wijze
                    waarom een eigen bijdrage of eigen aandeel wordt opgelegd, maar is gehouden aan
                    de kaders genoemd in het landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning. </al><al>De eigen bijdrage/ het eigen aandeel wordt door het CAK berekend en geïnd. De
                    eigen bijdrage/eigen aandeel wordt voor alle eenmalig verstrekte voorzieningen
                    (in eigendom of bruikleen) opgelegd voor maximaal 39 perioden van 4 weken. </al><al>Bij een periodiek toegekende voorziening (een voorziening waarvoor de gemeente
                    maandelijks kosten maakt) is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd
                    gedurende de looptijd van de toegekende voorziening. </al><al>Burgers met een inkomen op bijstandniveau kunnen gecompenseerd worden vanuit de
                    bijzondere bijstand.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen</tussenkop><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid wordt bepaald tot welke hoogte de gemeente de woning geschikt
                    maakt als er argumenten zijn die tegen verhuizen pleiten. Als de aanvrager niet
                    wenst te verhuizen, is het niet mogelijk om de verhuiskostenvergoeding te
                    gebruiken om huidige woning aan te passen.</al><al>Uitbetaling vindt plaats na toestemming van het college en na ontvangst van een
                    kopie van het definitieve huurcontract/koopcontact.</al><al>Tweede lid</al><al>In dit artikel worden de kosten van de door het college goedgekeurde offerte
                    geregeld. Bij het bepalen van de juistheid van de offerte wordt uitgegaan van de
                    limitatieve lijst die als bijlage bij deze regeling is gevoegd. Uitbetaling
                    vindt plaats op declaratiebasis.</al><al>Vijfde lid</al><al>Bij huurderving valt te denken aan de situatie dat de gemeente in samenspraak
                    met een verhuurder een aangepaste woning reserveert voor hergebruik. In dit lid
                    is de maximale financiële tegemoetkoming voor dergelijke kosten opgenomen.</al><al>Zesde lid</al><al>Wanneer de aanvrager vanwege medisch objectiveerbare redenen de nieuwe woning
                    niet kan betrekken doordat er aanpassingenswerkzaamheden worden uitgevoerd, kan
                    tijdelijke huisvesting noodzakelijk zijn. In dit artikellid zijn de maximaal te
                    vergoeden bedragen opgenomen.</al><al>Achtste lid</al><al>In het achtste lid is bepaald dat de bedragen, die zijn opgenomen in de
                    standaardlijst voor woonvoorzieningen, maximaal per woonvoorziening uitgekeerd
                    mogen worden. Deze lijst is opgesteld aan de hand van landelijk gemiddelde
                    prijzen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Financiële tegemoetkoming sportvoorziening</tussenkop><al>In dit artikel wordt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor een
                    sportvoorziening bepaald. </al><al>Voor een sportvoorziening wordt alleen een forfaitaire financiële tegemoetkoming
                    verstrekt. Deze financiële tegemoetkoming is niet kostendekkend en dient
                    beschouwd te worden als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud
                    voor een periode van drie jaar. Na drie jaar kan opnieuw een forfaitaire
                    financiële tegemoetkoming worden toegekend.</al><al>Uitbetaling vindt plaats na ontvangst van een kopie van het definitieve
                    koopcontact.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen</tussenkop><al>Eerste lid</al><al>In dit lid ligt een aantal bedragen vast voor een financiële tegemoetkoming in
                    de auto en taxikosten. Uitbetaling vindt per kwartaal plaats.</al><al>Eerste en tweede lid</al><al>Uitbetaling vindt plaats op declaratiebasis.</al><al>Vierde lid</al><al>Elke Goudse burger mag gebruik maken van het collectief vervoer. Een Wmo
                    geïndiceerde mag dit echter tegen een gereduceerd tarief doen. </al><al>Vijfde lid </al><al>De Wmo geïndiceerde mag ook op jaarbasis 20 enkele ritten een sociaal begeleider
                    meenemen. De achterliggende gedachte bij het hanteren van een sociaal begeleider
                    is dat de Wmo geïndiceerde zich op de plaats van bestemming kan laten
                    begeleiden. Bijvoorbeeld bij ziekenhuisbezoek, bij het winkelen, bij bankzaken,
                    etc.</al><al>Eigen bijdrage is € 0,52 per zone, maar de eerste zone kent ook een opstaptarief
                    waardoor men 2 x € 0,52 dient te betalen. Alle zones daarna wordt steeds
                    verhoogd met € 0,52. Reist men alleen binnen de gemeente Gouda dan betaalt men
                    altijd maar voor 1 zone de eigen bijdrage met daarbovenop het opstaptarief. Dat
                    is per enkele reis binnen de gemeente Gouda € 1,04.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Intrekking</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Overgangsrecht</tussenkop><al>Daar er een aanscherping van de uurtarieven heeft plaatsgevonden, is er een
                    overgangsperiode opgenomen. Tot 23 maart 2014 worden lopende aanspraken derhalve
                    niet gewijzigd.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Gouda/i229329.pdf">bijlage bij de Regeling maatschappelijke ondersteuning 2013</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>