<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304649_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Borne houdende regels omtrent subidies Algemene subsidieverordening, Subsidieverordening arrangementsubsidies, Subsidieverordening Waarderingssubsidies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borne</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-188077.html">Gemeenteblad 2016, 188077</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening, Subsidieverordening arrangementsubsidies, Subsidieverordening Waarderingssubsidies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=108, 149">art. 108 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 147 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1, 4, 5, 7, 8, 14, toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16INT03641</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In deze versie wijzigt tevens artikel 5 van de Waarderingssubsidies.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Borne houdende regels omtrent subidies Algemene subsidieverordening, Subsidieverordening arrangementsubsidies, Subsidieverordening Waarderingssubsidies</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Algemene subsidieverordening, Subsidieverordening arrangementsubsidies,
            Subsidieverordening Waarderingssubsidies</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Borne;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26-3-2013;</al><al>gelezen het amendement van de gezamenlijke fracties van 21-5-2013;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>in te trekken de Algemene subsidieverordening van de gemeente Borne van 16
                        september 2004;</al><lijst><li nr="1."><al>in te trekken de Verordening regelende de subsidiëring voor de
                                diverse werksoorten op het terrein van welzijn-educatie en sport van
                                16 september 2004;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de Algemene subsidieverordening per 1 januari 2014
                                en</al></li><li nr="3."><al>vast te stellen de volgende bijzondere subsidieverordeningen, per 1
                                januari 2014: </al><lijst><li nr="a."><al>Subsidieverordening Arrangementsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>Subsidieverordening Waarderingsubsidies.</al></li></lijst></li></lijst><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 mei 2013</al><al>De voorzitter, mr. drs. R.G. Welten</al><al>De griffier, S.F. Morsink</al><al/><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>gemeentebestuur: de gemeenteraad of, voor zover de bevoegdheid
                                    omtrent het verstrekken van subsidies bij burgemeester en
                                    wethouders berust, burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>organisatie: een rechtspersoon in de vorm van een stichting of
                                    vereniging;</al></li><li nr="d."><al>persoon: een rechtspersoon woonachtig in de gemeente Borne;</al></li><li nr="e."><al>bijzondere subsidieverordening: een wettelijk voorschrift, als
                                    bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, van de wet, dienend als
                                    wettelijke grondslag voor een subsidie;</al></li><li nr="f."><al>structurele, arrangement subsidie: een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie als bedoeld in afdeling 4.2.8. van de wet;</al></li><li nr="g."><al>incidentele, waarderingssubsidie: een eenmalig verstrekte
                                    subsidie voor projecten of activiteiten die het karakter hebben
                                    van een eenmalig evenement, een vernieuwde opzet of werkwijze
                                    (experiment).</al></li><li nr="h."><al>Waar in de Algemene Subsidieverordening, de Subsidieverordening
                                    arrangementsubsidies en de Subsidieverordening
                                    waarderingssubsidies ‘financieel verslag’ staat kan ook
                                    ‘jaarverslag’ worden gelezen, mits deze een financiële paragraaf
                                    bevat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie
                                kan worden verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>verkeer, vervoer en waterstaat;</al></li><li nr="d."><al>economische zaken;</al></li><li nr="e."><al>onderwijs;</al></li><li nr="f."><al>cultuur en recreatie;</al></li><li nr="g."><al>sociale voorzieningen, maatschappelijke dienstverlening en
                                        maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="h."><al>volksgezondheid en milieu;</al></li><li nr="i."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bijzondere subsidieverordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemeentebestuur regelt in bijzondere subsidieverordeningen op
                                welke beleidsterreinen voor welke activiteiten subsidies kunnen
                                worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gemeentebestuur regelt in een bijzondere subsidieverordening in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>welke beleidsterreinen het betreft;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>welke activiteiten voor subsidie in aanmerking kunnen
                                        komen;</al></li><li nr="c."><al>welke verplichtingen eventueel aan de subsidieverstrekking
                                        te verbinden zijn;</al></li><li nr="d."><al>welke aanvraagbescheiden nodig zijn bij het indienen van een
                                        aanvraag;</al></li><li nr="e."><al>de vaststelling of de mogelijkheid tot vaststelling
                                        krachtens de verordening van een subsidieplafond als bedoeld
                                        in artikel 4:25, eerste lid van de wet, tenzij daaraan geen
                                        behoefte bestaat;</al></li><li nr="f."><al>indien een subsidieplafond is vastgesteld of krachtens de
                                        verordening kan worden vastgesteld, door welk bestuursorgaan
                                        het beschikbare bedrag wordt verdeeld;</al></li><li nr="g."><al>indien een subsidieplafond is vastgesteld of krachtens de
                                        verordening kan worden vastgesteld, op welke wijze het
                                        beschikbare bedrag wordt verdeeld;</al></li><li nr="h."><al>welke andere specifieke voorschriften van toepassing
                                        zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een
                                subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens
                                bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de
                                daarmee te dienen doelen, kunnen burgemeester en wethouders een
                                andere termijn vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieverslag</titel></kop><al>Tenzij bij een besluit van het gemeentebestuur anders is bepaald is
                            artikel 4:24 van de wet niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Medesubsidiënt</titel></kop><al>Het gemeentebestuur kan van bepalingen van deze verordening of een
                            bijzondere verordening afwijken indien sprake is van medesubsidiëring en
                            de betreffende bepalingen in strijd zijn of komen met besluiten van de
                            medesubsidiënt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag- en beschikkingstermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De structurele/ arrangementsubsidie wordt uiterlijk voor 1 september
                                van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking
                                heeft ingediend bij het gemeentebestuur. Daarop wordt uiterlijk op
                                31 december beschikt. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en
                                wethouders deze termijn verlengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen voor een waarderingssubsidie dienen minimaal 12 weken voor
                                het begin van de te subsidiëren activiteit te worden ingediend.
                                Daarop wordt binnen 8 weken beschikt. In bijzondere gevallen kunnen
                                burgemeester en wethouders deze termijn verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening aanvraagbescheiden voor subsidies</titel></kop><al>De aanvraag van de structurele / arrangementsubsidie wordt schriftelijk
                            bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Hiervoor dient
                            gebruik te worden gemaakt van een aanvraagformulier dat beschikbaar is
                            op de website van de gemeente Borne. Bij de aanvraag worden de volgende
                            gegevens overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan, tenzij redelijkerwijs kan worden
                                    aangenomen dat daaraan geen behoefte is;</al></li><li nr="b."><al>een begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag van
                                    de subsidie niet van belang is;</al></li><li nr="c."><al>een financieel verslag, tenzij redelijkerwijs kan worden
                                    aangenomen dat daaraan geen behoefte is;</al></li><li nr="d."><al>een afschrift van de oprichtingsakte dan wel van de statuten
                                    zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd, voor zover niet reeds
                                    eerder overgelegd en voor zover de aanvrager een rechtspersoon
                                    is.</al></li></lijst><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd ook andere dan, of
                            slechts enkele van, de in dit artikel genoemde gegevens te verlangen,
                            indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag
                            noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.</al><al>De aanvraag van de incidentele / waarderingssubsidie gaat d.m.v. het
                            invullen van een standaardformulier, dat digitaal verkrijgbaar is via de
                            website van de gemeente Borne en dat gericht wordt aan het college van
                            burgemeester en wethouders.</al><al>Het subsidieaanvraagformulier gaat in op: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijke beschrijving van het project / de activiteit.
                                </al></li><li nr="b."><al>de motivatie m.b.t. de gestelde gemeentelijke subsidiecriteria.
                                </al></li><li nr="c."><al>de begroting van het project / de activiteit en financieel
                                    verslag.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VERLENING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlening van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de ontvangen subsidie
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot € 5.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 75.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 75.000 euro, dient de subsidieontvanger zo spoedig
                                mogelijk na afloop van het boekjaar doch uiterlijk 1 juni een
                                aanvraag tot vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 75.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 75.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger zo spoedig mogelijk na afloop van het boekjaar
                                doch uiterlijk 1 juni een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, kan het college na een
                                eenmalige rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SUBSIDIECRITERIA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De te subsidiëren activiteiten moet gericht zijn op de gemeente
                                Borne en ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente
                                Borne.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidiegelden moeten worden besteed voor het doel waarvoor ze
                                zijn beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De activiteiten mogen niet in strijd zijn met het algemene belang of
                                de openbare orde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden
                                kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken en/of de
                                aanvrager over een zodanig eigen vermogen beschikt dat subsidiëring
                                redelijkerwijs achterwege kan blijven, (hierbij wordt uitgegaan van
                                een eigen vermogen dat groter is dan 25% van de begroting van de
                                aanvrager) wordt de subsidie geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieverstrekking moet passen binnen het door het
                                gemeentebestuur vastgestelde beleid.De
                                toetsingscriteria en kaderstelling zijn in de desbetreffende
                                bijzondere subsidieverordeningen aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanvrager moet de behoefte aan de activiteit aannemelijk
                                maken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De eigen bijdrage t.b.v. de activiteit door de deelnemers mag niet
                                zo laag worden gesteld, dat door en redelijke verhoging hiervan
                                subsidieverlening achterwege kan blijven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Zo nodig is het collegebevoegd van lid 4 af te wijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35
                                van de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien de
                                subsidieaanvraag niet voldoet aan de subsidiecriteria in artikel
                                14.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                                beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde
                                subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden
                                ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel
                                3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>RIJKSGELDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Rijksgelden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een aanvrager kan door het college subsidie worden verleend ten
                                behoeve van activiteiten en/of werkzaamheden ten aanzien waarvan de
                                gemeente rijksgelden verwacht als bijdrage in de kosten van de
                                uitvoering van die activiteiten en/of werkzaamheden. Voorwaarde voor
                                vorengenoemde subsidiëring is het daadwerkelijk verkrijgen van de
                                betreffende rijksgelden op het moment van de vaststelling van de
                                gemeentelijke begroting<vet>. </vet>Het niet of in mindere mate
                                verkrijgen van de rijksgelden kan aanleiding geven tot
                                dienovereenkomstige aanpassing van de gemeentelijke begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager levert de door het college gevraagde gegevens die nodig
                                zijn in het kader van specifieke verantwoordingseisen voor de
                                verkregen rijksgelden, vóór een door het gemeentebestuur aangegeven
                                datum.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onmiddellijk opgave van een wezenlijke
                            wijziging van de gegevens die bij de aanvraag om subsidie zijn
                            overgelegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verzekeringen</titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie draagt er zorg voor dat hij adequaat is
                            verzekerd tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid,
                            inboedelschade, brand-/storm-/waterschade of andere door hem aangegeven
                            risico’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Niet-doelgerichte verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan niet-doelgerichte verplichtingen aan de
                            subsidieontvanger opleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergoeding vermogenswaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet is
                                de subsidieontvanger een vergoeding van de vermogenswaarden
                                verschuldigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip, waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
                                verstande, dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor
                                verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat
                                als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>BETALING EN TERUGVORDENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt of ineens of in gedeelten betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van betaling in gedeelten wordt aangegeven hoe de gedeelten
                                worden berekend en op welke tijdstippen ze worden
                                betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Terugbetaling voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een subsidieontvanger meer aan voorschotten heeft ontvangen
                                dan de vastgestelde subsidie bedraagt, is de subsidieontvanger
                                verplicht het te veel ontvangen bedrag binnen een termijn van vier
                                weken terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een andere termijn bepalen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat het te
                                veel ontvangen bedrag wordt verrekend met een of meerdere nog te
                                betalen voorschotten op een aan dezelfde subsidieontvanger verleende
                                of nog te verlenen subsidie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR STRUCTURELE SUBSIDIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afdeling 4.2.8 wet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op door het
                                gemeentebestuur aan rechtspersonen verstrekte structurele
                                subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Daar waar afdeling 4.2.8 van de wet in strijd is met bepalingen uit
                                deze verordening of een bijzondere verordening, gelden de bepalingen
                                uit deze verordening of bijzondere verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><al>Een structurele arrangement subsidie kan worden verstrekt in de vorm van
                            een budgetsubsidie, zijnde een subsidie waarbij het gemeentebestuur, in
                            een bij de beschikking tot subsidieverlening behorende
                            uitvoeringsovereenkomst op grond van artikel 4:36 van de wet, afspraken
                            met de subsidieontvanger heeft gemaakt over onder meer de uit te voeren
                            activiteiten, de te leveren prestaties en de te bereiken resultaten in
                            het boekjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toestemming handelingen</titel></kop><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het gemeentebestuur voor
                            de handelingen bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen a, b, e,
                            f, g ,h, i en j van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><al>Het gemeentebestuur kan op grond van artikel 4:72 van de wet bepalen dat
                            de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Financieel verslag</titel></kop><al>Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent
                            aan de subsidie kan het gemeentebestuur op grond van artikel 4:77 van de
                            wet bepalen dat artikel 4:76 van de wet van overeenkomstige toepassing
                            is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            gemeente Borne.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel><vet>A. Subsidieverordening Arrangementsubsidies</vet></titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Arrangement subsidie</onderstreept>: Een
                                    arrangementsubsidie is een langlopende subsidie waarop de
                                    gemeente inhoudelijk wenst te sturen en waarvan zij de
                                    resultaten wil zien. Een arrangementsubsidie is een structurele
                                    subsidie die wordt per jaar toegekend. De uitgangspunten van de
                                    arrangementsubsidie staan verwoord in de Algemene
                                    Subsidieverordening en de notitie “Uitgangspunten en
                                    randvoorwaarden bij het opstellen van meerjarige
                                    uitvoeringsovereenkomsten”. Deze uitgangspunten zijn bij
                                    raadsbesluit van 15 december 2005, nr: 5-10458 vastgesteld. Een
                                    kopie is hierbij gevoegd. </al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Bibliotheekwerk: </onderstreept>Het geheel van
                                    voorzieningen, structuren en activiteiten gericht op het
                                    bevorderen van het vrije verkeer van informatie (alle in woord,
                                    beeld en/of geluid vastgelegde analoge of digitale uitingen
                                    ongeacht de recreatieve, voorlichtende en/of educatieve functies
                                    die deze voor de gebruiker kunnen hebben) door deze beschikbaar
                                    te stellen voor iedereen en op die manier bij te dragen aan
                                    ontwikkeling vorming en ontspanning. </al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Maatschappelijk werk: </onderstreept>Een
                                    laagdrempelige eerstelijns voorziening die gericht is op de
                                    verwevenheid van materiële en immateriële problematiek in het
                                    functioneren van het individu in wisselwerking met zijn
                                    omgeving. </al></li><li nr="4."><al><onderstreept>Muzikale vorming: </onderstreept>Voorbereidend
                                    instrumentaal onderwijs, instrumentaal onderwijs en algemene
                                    muzikale scholing, gericht op het bevorderen van de ontplooiing
                                    van individuen en/of groepen door de ontwikkeling van
                                    vaardigheden op het terrein van muziek en zang. </al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Ouderenwerk: </onderstreept>Activiteiten van
                                    algemeen of specifiek recreatieve, creatieve, educatieve of
                                    culturele aard, activiteiten van algemeen ondersteunende aard
                                    en/of activiteiten van eenvoudig zorginhoudelijke aard ten
                                    behoeve van ouderen. </al></li><li nr="6."><al><onderstreept>Welzijnswerk: </onderstreept>Het organiseren en
                                    uitvoeren van recreatieve, creatieve, educatieve en culturele
                                    activiteiten in groepsverband vanuit de gemeenschapsvormende
                                    optiek en het ondersteunen bij kadervorming van deze
                                    activiteiten. </al></li><li nr="7."><al><onderstreept>Maatschappelijke ondersteuning</onderstreept>: Het
                                    geheel van voorzieningen, structuren en activiteiten die zich
                                    richten op de maatschappelijke ondersteuning zoals benoemd in de
                                    Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="8."><al><onderstreept>Recreatie toerisme en folklore</onderstreept>:
                                    Instellingen die zich voornamelijk richten op het organiseren
                                    van evenementen en toeristische activiteiten en behoud van
                                    folklore. </al></li><li nr="9."><al><onderstreept>Ontplooiing gehandicapten: </onderstreept>De
                                    ontwikkeling en verruiming van het zelfbewustzijn van de
                                    gehandicapte mens, waarbij vergroting van mogelijkheden tot
                                    deelname van gehandicapten aan algemene activiteiten in de
                                    samenleving van belang zijn. </al></li><li nr="10."><al><onderstreept>Jeugdsport: </onderstreept>Het al dan niet in
                                    competitieverband beoefenen van sport of lichamelijke oefening
                                    in clubverband door jeugdleden.</al></li><li nr="11."><al><onderstreept>Exploitatiekosten</onderstreept><onderstreept>
                                        Kulturhus</onderstreept>: Kosten die gemaakt worden voor
                                    onderhoud, verzekering, beheer e.d. van het onroerend goed,
                                    voortvloeiend uit het in eigendom of in gebruik hebben van
                                    onroerende goederen.</al></li><li nr="12."><al><onderstreept>Amateurkunst:</onderstreept> Het in groepsverband,
                                    niet beroepsmatig beoefenen van muziek voornamelijk gericht op
                                    de educatie van jeugd.</al></li><li nr="13."><al><onderstreept>Jeugd en jongerenwerk</onderstreept>: Activiteiten
                                    voor jeugdigen en jongeren die gericht zijn op educatie,
                                    vorming, ontwikkeling, cultuurbeleving, ontspanning en
                                    vrijetijdsbesteding in groepsverband (incl. scouting).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kaderstelling</titel></kop><al>De kaders zijn als volgt:</al><al>§Bevorderen sociale samenhang. Het is belangrijk dat mensen betrokken
                            zijn bij elkaar en hun buurt/omgeving. De activiteit of het project
                            draagt bij aan het:</al><lijst><li nr="-"><al>Meer betrekken van burgers bij hun wijk of buurt. Het gaat
                                    daarbij om activiteiten die onderlinge samenhang en noaberschap
                                    stimuleren.</al></li><li nr="-"><al>Het samendoen en ontmoeting in de gemeente Borne.</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van participatie van bijzondere doelgroepen zoals
                                    jeugd en ouderen. </al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van culturele activiteiten.</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van cultuureducatie.</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van sport, bewegen en gezonde leefstijl.</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van activiteiten op het gebied van recreatie en
                                    toerisme in Borne.</al></li></lijst><al>Toelichting op bovengenoemde kaderstelling t.a.v. sociale
                            samenhang:</al><lijst><li nr="Ø"><al>Bevorderen noaberschap, samendoen en ontmoeting in Borne. De
                                    gemeente wil graag dat burgers elkaar kunnen ontmoeten in Borne
                                    en stimuleert projecten/activiteiten die het ontmoeten en
                                    samendoen bevorderen. </al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen participatie voor bijzondere doelgroepen, zoals jeugd
                                    en ouderen. Het is belangrijk dat jongeren elkaar kunnen
                                    ontmoeten, voor hun eigen individuele ontwikkeling en het
                                    ontdekken van zichzelf maar ook voor de ontwikkeling van de
                                    samenleving, aangezien er vanuit jongerencultuur vernieuwing
                                    ontstaat. Voor jongeren moet voldoende mogelijkheid zijn om
                                    elkaar te ontmoeten en met elkaar sociale, culturele,
                                    kunstzinnige of sportieve activiteiten te doen. Het gaat hierbij
                                    om projecten of activiteiten die dit mogelijk maken.</al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen culturele activiteiten. Culturele activiteiten
                                    leveren een waardevolle bijdrage aan participatie van burgers,
                                    de samenhang binnen de Bornse gemeenschap en tevens aan de
                                    ontwikkeling van burgers en biedt impulsen voor creatieve
                                    vernieuwing. Het gaat hierbij om projecten of activiteiten die
                                    hieraan bijdragen. Het bevorderen van actief cultureel
                                    burgerschap is hierbij belangrijk. Het zelf beoefenen en ervaren
                                    van cultuur is de basis van het culturele leven. Cultuur is
                                    onmisbaar als bron van onderlinge binding en zingeving en heeft
                                    naast de intrinsieke waarde een belangrijke bindende werking.
                                    Een actief cultureel leven heeft niet alleen een positieve
                                    invloed op de persoonlijke ontwikkeling van de burger, zijn
                                    kennis van cultuur, geestelijk leven, gevoel voor artisticiteit
                                    en creativiteit; het beïnvloedt de maatschappij als geheel ook
                                    in positieve zin, het heeft invloed op sociale cohesie,
                                    betrokkenheid en verbondenheid van burgers onderling. </al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen van cultuureducatie. Het onder de aandacht brengen
                                    van cultuureducatie op de basisscholen. Cultuureducatie is een
                                    verzamelbegrip, dat zowel kunsteducatie als literatuureducatie,
                                    erfgoededucatie en media-educatie omvat. Doel is om zo vraag en
                                    aanbod op het gebied van cultuureducatie op elkaar af te stemmen
                                    en de scholen dát te bieden waar ze behoefte aan hebben, binnen
                                    de kaders die hiervoor gesteld zijn. </al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen sport, bewegen en gezonde leefstijl. Borne wil
                                    sporten en bewegen voor iedereen mogelijk maken door middel van
                                    een laagdrempelig gebruik van goede sportvoorzieningen met een
                                    gevarieerd sportaanbod. Sport maakt een belangrijk deel uit van
                                    onze maatschappij. Het vertegenwoordigt belangrijke
                                    maatschappelijke waarden, het verbroedert en stimuleert sportief
                                    gedrag maar draagt ook bij aan sociale participatie en het
                                    behouden en versterken van sociale cohesie.</al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen van activiteiten op het gebied van recreatie en
                                    toerisme in Borne. Borne wil het aantal bezoekers van buitenaf
                                    vergroten door versterking en uitbreiding van het
                                    toeristisch/recreatief aanbod. Doel is het optimaliseren van de
                                    leefbaarheid in de gemeente, waarbij de economische
                                    aspecten van recreatie en toerisme de belangrijkste
                                    factor is. Hiertoe worden de groene waarden, alsmede het profiel
                                    van kleinschaligheid behouden, de samenhang van het aanbod
                                    versterkt en authenticiteit nagestreefd.</al></li></lijst><al>Uitgangspunten:</al><lijst><li nr="Ø"><al>Regie ligt bij gemeente maar initiatief ligt bij burgers waarbij
                                    wordt aangesloten bij hun wensen en waarbij zij eigenaar blijven
                                    van hun idee. </al></li><li nr="Ø"><al>Er is een dynamische verbinding tussen burgers en gemeente
                                    waarbij zeggenschap wordt gedeeld.</al></li><li nr="Ø"><al>Er wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid van burgers. Borne wil
                                    graag de kracht van de samenleving benutten en zaken overlaten
                                    aan initiatieven van burgers, instellingen of ondernemers.
                                    Ondersteuning van de gemeente vindt alleen plaats indien dit
                                    nodig is.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Wie/wat valt er onder</titel></kop><al>Organisaties met volledige rechtsbevoegdheid, die ten minste een jaar
                            bestaan, die zich richten op taken die de gemeente op grond van haar
                            beleid wenst uit te voeren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Hoe wordt subsidie berekend / Subsidiegrondslag</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks het maximale bedrag per instelling vast.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treed in werking op de dag van inwerkingtreding van de
                            Algemene subsidieverordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Subsidieverordening
                            Arrangementsubsidie.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><titel><vet>B. Subsidieverordening Waarderingsubsidies</vet></titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al><onderstreept>Waarderingsubsidie</onderstreept>: Een incidentele
                            bijdrage in de kosten van activiteiten die op projectbasis worden
                            georganiseerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><label>Artikel</label><titel>Kaderstelling</titel></kop><al>De kaders zijn als volgt:</al><al><onderstreept>1. Uitgangspunten</onderstreept></al><lijst><li nr="Ø"><al>Regie ligt bij gemeente maar initiatief ligt bij burgers en
                                    instellingen waarbij wordt aangesloten bij hun wensen en waarbij
                                    zij eigenaar blijven van hun idee. </al></li><li nr="Ø"><al>Er is een dynamische verbinding tussen burgers en gemeente
                                    waarbij zeggenschap wordt gedeeld.</al></li><li nr="Ø"><al>Er wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid van burgers. Borne wil
                                    graag de kracht van de samenleving benutten en zaken overlaten
                                    aan initiatieven van burgers, instellingen of ondernemers.
                                    Ondersteuning van de gemeente vindt alleen plaats indien dit
                                    nodig is.</al></li></lijst><al><onderstreept>2. Algemeen</onderstreept></al><al> ° Bevorderen sociale samenhang: Het is belangrijk dat mensen betrokken
                            zijn bij elkaar en hun buurt/omgeving. De activiteit of het project
                            draagt bij aan het:</al><lijst><li nr="-"><al>Meer betrekken van burgers bij hun wijk of buurt. Het gaat
                                    daarbij om activiteiten die onderlinge samenhang en noaberschap
                                    stimuleren.</al></li><li nr="-"><al>Het samendoen en ontmoeting in de gemeente Borne.</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van participatie van bijzondere doelgroepen zoals
                                    jeugd en ouderen. </al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van culturele activiteiten</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van cultuureducatie</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van sport, bewegen en gezonde leefstijl</al></li><li nr="-"><al>Bevorderen van activiteiten op het gebied van recreatie en
                                    toerisme in Borne</al></li></lijst><al><onderstreept>3. Specifiek:</onderstreept></al><al><cursief>Toelichting op bovengenoemde kaderstelling t.a.v. sociale
                                samenhang.</cursief></al><lijst><li nr="Ø"><al>Bevorderen noaberschap, samendoen en ontmoeting in Borne. De
                                    gemeente wil graag dat burgers elkaar kunnen ontmoeten in Borne
                                    en stimuleert projecten/activiteiten die het ontmoeten en
                                    samendoen bevorderen.</al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen participatie voor bijzondere doelgroepen, zoals jeugd
                                    en ouderen. Het is belangrijk dat jongeren elkaar kunnen
                                    ontmoeten, voor hun eigen individuele ontwikkeling en het
                                    ontdekken van zichzelf maar ook voor de ontwikkeling van de
                                    samenleving, aangezien er vanuit jongerencultuur vernieuwing
                                    ontstaat. Voor jongeren moet voldoende mogelijkheid zijn om
                                    elkaar te ontmoeten en met elkaar sociale, culturele,
                                    kunstzinnige of sportieve activiteiten te doen. Het gaat hierbij
                                    om projecten of activiteiten die dit mogelijk maken.</al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen culturele activiteiten. Culturele activiteiten
                                    leveren een waardevolle bijdrage aan participatie van burgers,
                                    de samenhang binnen de Bornse gemeenschap en tevens aan de
                                    ontwikkeling van burgers en biedt impulsen voor creatieve
                                    vernieuwing. Het gaat hierbij om projecten of activiteiten die
                                    hieraan bijdragen. Het bevorderen van actief cultureel
                                    burgerschap is hierbij belangrijk. Het zelf beoefenen en ervaren
                                    van cultuur is de basis van het culturele leven. Cultuur is
                                    onmisbaar als bron van onderlinge binding en zingeving en heeft
                                    naast de intrinsieke waarde een belangrijke bindende werking.
                                    Een actief cultureel leven heeft niet alleen een positieve
                                    invloed op de persoonlijke ontwikkeling van de burger, zijn
                                    kennis van cultuur, geestelijk leven, gevoel voor artisticiteit
                                    en creativiteit; het beïnvloedt de maatschappij als geheel ook
                                    in positieve zin, het heeft invloed op sociale cohesie,
                                    betrokkenheid en verbondenheid van burgers onderling. </al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen van cultuureducatie. Het onder de aandacht brengen
                                    van cultuureducatie op de basisscholen. Cultuureducatie is een
                                    verzamelbegrip, dat zowel kunsteducatie als literatuureducatie,
                                    erfgoededucatie en media-educatie omvat. Doel is om zo vraag en
                                    aanbod op het gebied van cultuureducatie op elkaar af te stemmen
                                    en de scholen dát te bieden waar ze behoefte aan hebben, binnen
                                    de kaders die hiervoor gesteld zijn. </al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen sport, bewegen en gezonde leefstijl. Borne wil
                                    sporten en bewegen voor iedereen mogelijk maken door middel van
                                    een laagdrempelig gebruik van goede sportvoorzieningen met een
                                    gevarieerd sportaanbod. Sport maakt een belangrijk deel uit van
                                    onze maatschappij. Het vertegenwoordigt belangrijke
                                    maatschappelijke waarden, het verbroedert en stimuleert sportief
                                    gedrag maar draagt ook bij aan sociale participatie en het
                                    behouden en versterken van sociale cohesie.</al></li><li nr="Ø"><al>Bevorderen van activiteiten op het gebied van recreatie en
                                    toerisme in Borne. Borne wil het aantal bezoekers van buitenaf
                                    vergroten door versterking en uitbreiding van het
                                    toeristisch/recreatief aanbod. Doel is het optimaliseren van de
                                    leefbaarheid in de gemeente, waarbij de economische
                                    aspecten van recreatie en toerisme de belangrijkste
                                    factor is. Hiertoe worden de groene waarden, alsmede het profiel
                                    van kleinschaligheid behouden, de samenhang van het aanbod
                                    versterkt en authenticiteit nagestreefd.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte, criteria</titel></kop><al>Een project kan aanmerking komen voor een waarderingssubsidie als het
                            voldoet aan onderstaande criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverstrekking moet passen binnen het door het
                                    gemeentebestuur vastgestelde beleid.De
                                    kaderstelling en toetsingscriteria zijn in deze
                                    subsidieverordeningen aangegeven in artikel 2.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten hebben betrekking
                                    op activiteiten die buiten de reguliere activiteiten van een
                                    vereniging of organisatie vallen.</al></li><li nr="3."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen een
                                    vernieuwend en/of experimenteel karakter te hebben.</al></li><li nr="4."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen een
                                    meerwaarde ( verbreding of verdieping) op te leveren aan het
                                    bestaande aanbod in de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen
                                    laagdrempelig te zijn en te kunnen rekenen op een brede publieke
                                    belangstelling.</al></li><li nr="6."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen een
                                    openbaar karakter te hebben.</al></li><li nr="7."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen de
                                    samenwerking tussen de organisaties onderling of tussen de
                                    organisaties en het onderwijs te bevorderen.</al></li><li nr="8."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen bij
                                    voorkeur ook mede gefinancierd te worden door middelen van
                                    particulieren ( eigen bijdrage en sponsoring), andere fondsen
                                    en/of andere overheden.</al></li><li nr="9."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen bij
                                    voorkeur een clustering te zijn van evenementen. Door clustering
                                    wordt samenwerking gestimuleerd</al></li><li nr="10."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen een
                                    positieve bijdrage te leveren aan sociale of economische
                                    samenhang.</al></li><li nr="11."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen niet in
                                    strijd te zijn met het algemeen belang.</al></li><li nr="12."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen een breed
                                    draagvlak bij burgers en/of organisaties te hebben.</al></li><li nr="13."><al>De te subsidiëren projecten en/of activiteiten dienen in
                                    principe met zelfredzaamheid te worden gerealiseerd.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr> 4</nr><label>Hoe wordt subsidie berekend. Subsidiegrondslag</label></kop><al>Het betreft een eenmalige subsidie. De looptijd van de activiteit kan
                            meerjarig zijn.</al><al>Grondslagen voor berekening van de subsidie:</al><al>Gesubsidieerd wordt tot maximaal 25 % van de daadwerkelijke kosten tot
                            een maximum van € 2.500,-- per project. Afhankelijk van de
                            maatschappelijke relevantie kan in uitzonderlijke gevallen hiervan
                            worden afgeweken. Bij de bepaling van het subsidiebedrag wordt het
                            volgende meegewogen: </al><lijst><li nr="1."><al>in hoeverre de eigen organisatie financieel bijdraagt aan het
                                    project, </al></li><li nr="2."><al>alle mogelijke fondsen/subsidieverstrekkers zijn benaderd, </al></li><li nr="3."><al>in hoeverre uit sponsoring draagvlak voor de activiteit blijkt,
                                </al></li><li nr="4."><al>in hoeverre subsidie noodzakelijk is om het project doorgang te
                                    laten vinden, </al></li><li nr="5."><al>de mate waarin het project aan alle of alleen een gedeelte van
                                    de bovengenoemde criteria voldoet en </al></li><li nr="6."><al>de mate van publieksbereik (value for money).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het totale bedrag aan subsidie dat voor Waarderingsubsidies
                                beschikbaar is wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld
                                middels een subsidieplafond.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders bepalen bij subsidieregeling de wijze van
                                verdeling van de betrokken subsidie.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan een subsidieplafond verlagen als:</al><lijst><li nr="a."><al>het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en/of</al></li><li nr="b."><al>de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                        heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                                overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                                verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                                aanvragen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de
                            Algemene subsidieverordening gemeente Borne.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                            Waarderingsubsidieverordening.</al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING</titel></kop><tussenkop>TOELICHTING ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Met de inwerkingtreding van titel 4.2 (Subsidies) van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) per </al><al>1 januari 1998 is het verlenen van subsidies door bestuursorganen wettelijk
                    geregeld. De Algemene subsidieverordening is een aanvulling op die wettelijke
                    bepalingen in de Awb. Deze verordening biedt het aanvullende algemene kader
                    waarbinnen de gemeentelijke subsidieverstrekking zich afspeelt.</al><al>Enkele bepalingen van titel 4.2 van de Awb verwijzen naar een wettelijk
                    voorschrift waarin onderwerpen geregeld kunnen of moeten worden. Dat wettelijk
                    voorschrift wordt dan gegeven door deze Algemene subsidieverordening of een
                    gemeentelijke bijzondere subsidieverordening, waarin criteria die betrekking
                    hebben op de inhoud van beleid, de wijze van berekening van subsidies en
                    dergelijke zijn opgenomen. </al><al>Daarnaast kan de gemeente beleidsregels opstellen. Deze regels met een algemene
                    strekking kunnen zowel aanvullend zijn op een verordening als op zich zelf
                    staan.</al><al>Bij het vaststellen van de bepalingen van deze Algemene subsidieverordening is
                    ernaar gestreefd een zo goed mogelijk evenwicht tot stand te brengen tussen
                    enerzijds voldoende waarborgen voor de aanvrager van een subsidie voor wat
                    betreft een zorgvuldige behandeling van zijn aanvraag en anderzijds het behoud
                    van voldoende beleidsvrijheid voor het gemeentebestuur bij de verdeling van
                    subsidiegelden en de financiële beheersbaarheid van subsidies.</al><al>Het voldoen aan de bepalingen van de Algemene subsidieverordening alleen geeft
                    geen recht op subsidie. Vanzelfsprekend moet de gemeenteraad gelden op de
                    begroting beschikbaar hebben gesteld en moet een eventueel geldend
                    subsidieplafond niet worden overschreden. Maar ook zal in de meeste gevallen
                    moeten zijn voldaan aan inhoudelijke criteria van de afzonderlijke bijzondere
                    subsidieverordening of beleidsregels die op de aanvraag van toepassing
                    zijn.</al><tussenkop>Het karakter van de bepalingen in de subsidietitel Algemene wet
                    bestuursrecht</tussenkop><al>De Awb kent dwingende, gangbare, aanvullende en facultatieve regels. Van de
                    dwingende regels mag de decentrale wetgever, in ons geval de gemeenteraad, niet
                    afwijken. De gangbare regels geven voor de normale gevallen de beste regeling.
                    De bepalingen maken een afwijkende regeling uitdrukkelijk mogelijk door aan de
                    gangbare regeling (in de wet) de clausule te verbinden “tenzij bij wettelijk
                    voorschrift anders is bepaald”. Dit betekent dat de gemeenteraad in de Algemene
                    subsidieverordening kan afwijken van de gangbare regeling in de wet en daarvoor
                    in de plaats een eigen regeling kan opnemen. Van aanvullende regels kan het
                    bestuursorgaan rechtstreeks op grond van de wet gebruik maken. De achterliggende
                    gedachte van deze regels is dat er niet voor alle gevallen een geschikte
                    regeling in de Awb kon worden geformuleerd. Het is dus afhankelijk van het zich
                    voordoende individuele geval of het bestuursorgaan het nodig acht van (een)
                    bepaalde aanvullende regel(s) gebruik te maken. Facultatieve regels gelden niet
                    uit zichzelf, maar moeten in een verordening of ander besluit van het
                    bestuursorgaan van toepassing worden verklaard. Zij zijn, als ze van toepassing
                    worden verklaard, wel toepasbaar op alle daaronder ressorterende gevallen. In
                    die zin verschillen zij dus van aanvullende regels.</al><tussenkop>Subsidieproces</tussenkop><al>De wetgever onderscheidt bij het proces van subsidieverstrekking drie
                    belangrijke momenten, te weten de subsidieverlening, de subsidievaststelling en
                    de betaling. </al><al>Voor de aanvrager ontstaat er door de verlening een voorwaardelijke aanspraak op
                    subsidie. </al><al>De voorwaarde bestaat uit het uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie
                    is toegekend. </al><al>Zodra de voorwaarde is vervuld, is het bestuursorgaan gehouden de aangegane
                    financiële verplichting te honoreren. De subsidievaststelling geeft de
                    gesubsidieerde een definitief recht op de financiële middelen en verplicht het
                    bestuursorgaan tot uitbetaling. Ten behoeve van de subsidievaststelling moet
                    duidelijk zijn dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat verplichtingen zijn
                    nagekomen. In de subsidievaststelling wordt door het bestuursorgaan derhalve
                    definitief het bedrag van de subsidie bepaald. Afhankelijk van de te subsidiëren
                    activiteit is het mogelijk dat de verleningsfase wordt overgeslagen. In die
                    gevallen wordt onmiddellijk de subsidie vastgesteld.</al><al>De betaling vindt op de gebruikelijke manier plaats door overboeking op de
                    bankrekening van de gesubsidieerde. Als er voorschotten zijn verstrekt, dan
                    worden die verrekend met het uit te betalen bedrag van de vastgestelde subsidie.
                    De verlening, de vaststelling en de betaling worden in de Awb nader ingekaderd.
                    Naast het vereiste van de wettelijke grondslag voor de subsidieverstrekking en
                    de begripsomschrijving van subsidie geeft de Awb voorschriften over het
                    subsidieplafond, over de verdeelregels en over het begrotingsvoorbehoud. Hiermee
                    beoogt de wetgever duidelijkheid te geven over de methoden die bestuursorganen
                    kunnen gebruiken om subsidiëring van activiteiten binnen kenbare kaders te
                    houden en daarmee te beheersen.</al><tussenkop>Grondslag van de subsidie</tussenkop><al>Subsidiebesluiten van bestuursorganen moeten op grond van het bestuursrecht
                    voldoen aan een aantal geschreven en ongeschreven normen. In de eerste tranche
                    van de Awb is het algemene kader van het bestuursrecht geschapen. De eerste
                    tranche van de Awb regelt het verkeer tussen burgers en bestuursorganen, geeft
                    bepalingen over besluiten en beschikkingen, en regelt het bezwaar en beroep
                    tegen besluiten en beschikkingen. Het procesrechtelijke deel van de wet bevat
                    bepalingen over het beroep tegen besluiten en beschikkingen bij de rechtbank.
                    Door de uitbreiding van de Awb gelden voor subsidies niet alleen de algemene
                    bepalingen over besluiten en beschikkingen uit de eerste tranche van de Awb,
                    maar ook de specifieke bepalingen van de subsidietitel in de derde tranche van
                    de Awb. Verder geeft de derde tranche een bestuursrechtelijke inkadering van de
                    subsidiebeschikking door het voorschrift dat de subsidie in beginsel slechts
                    mogelijk is op grond van een wettelijk voorschrift, in ons geval een
                    gemeentelijke verordening, dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan
                    worden verstrekt. De hoofdregel van de subsidietitel van de Awb, dat subsidies
                    gebaseerd moeten zijn op een wettelijk voorschrift, komt voort uit de wens de
                    rechtszekerheid van de subsidieaanvrager en de subsidieontvanger te verbeteren.
                    Tevens streeft de wetgever verbetering van de doelmatigheid van de
                    overheidsuitgaven na. Onzorgvuldig of willekeurig handelen is beter te toetsen
                    aan de hand van een subsidieverordening dan aan de hand van een op zichzelf
                    staand besluit van het college van burgemeester en wethouders of van een
                    gemandateerde medewerker.</al><al>Op de hoofdregel zijn uitzonderingen mogelijk. Voor de gemeente bevat de Awb
                    drie uitzonderingen op de hoofdregel: subsidieverstrekking op grond van een
                    begrotingspost, de incidentele subsidieverstrekking en het verstrekken van
                    subsidie in afwachting van de totstandkoming van een verordening, kortweg de
                    spoedshalve subsidie genoemd. Dat de Awb deze als uitzonderingen ziet geeft aan
                    dat een gemeente niet alleen met verordeningen een subsidiebeleid kan voeren.
                    Echter, ook de uitzonderingen op de hoofdregel zijn zodanig geregeld dat aan de
                    eisen van rechtszekerheid en de wens tot doelmatigheid wordt voldaan. </al><al>Voor de gemeente betekent de wettelijke verplichting van de Awb (de hoofdregel)
                    dat subsidiëring in het algemeen gebaseerd moet zijn op een verordening (artikel
                    4:23, lid 1). </al><al>De Awb bevat een paar artikelen die dwingend aangeven welke onderwerpen in de
                    verordening moeten staan. Het gaat daarbij om het noemen van de te subsidiëren
                    activiteiten, welke verplichtingen voor de subsidieontvanger aan de
                    subsidieverstrekking te verbinden zijn en de bevoegdheid voor het vaststellen
                    van een subsidieplafond en de daaraan verbonden verplichting met betrekking tot
                    de verdeling. De Awb maakt een einde aan subsidieverlening door de gemeente die
                    uitsluitend is gebaseerd op de algemene bestuursbevoegdheid uit de Gemeentewet
                    (artikel 108). Subsidieverlening met alleen een beleidsnota als grondslag is
                    uitgesloten. </al><al>Het is mogelijk dat via een wet in formele zin, dat wil zeggen een wet die door
                    regering en parlement is vastgesteld, aan een gemeentelijk bestuursorgaan
                    rechtstreeks de bevoegdheid wordt toegekend of de verplichting wordt opgelegd
                    voor een activiteit subsidie te verlenen. Als de betreffende wet niet tot het
                    vaststellen van een verordening verplicht, is de regeling in de wet in formele
                    zin als de grondslag voor de subsidieverstrekking te beschouwen.</al><tussenkop>TOELICHTING ARTIKELGEWIJS</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Waar in deze verordening het gemeentebestuur wordt genoemd, zullen dat in de
                    praktijk voor de subsidieaanvrager en –ontvanger meestal burgemeester en
                    wethouders zijn omdat zij op grond van de Gemeentewet belast zijn met de
                    uitvoering van deze verordening.</al><al>De afbakening tussen subsidies en andere financiële bijdragen is niet altijd
                    eenvoudig vast te stellen. Van belang is vooral of de activiteiten van de
                    aanvrager voldoende bepaalbaar zijn en dat het niet gaat om een betaling voor
                    geleverde goederen, diensten of andere reële economische tegenprestaties. In
                    beginsel moeten subsidies op een wettelijk voorschrift, in casu een verordening,
                    berusten.</al><al>Structurele / arrangement subsidies beperken zich niet tot de wettelijke
                    subsidies. Ook een op een begrotingspost gebaseerde subsidie kan “per boekjaar”
                    structureel worden verstrekt. Zelfs incidenteel verstrekte subsidies zijn na
                    vier jaren van verstrekking tot structurele geworden.</al><al>De term incidentele / waarderingssubsidie wordt als tegenhanger van de
                    structurele / arrangement subsidie gebruikt voor een project of activiteit die
                    het karakter heeft van een eenmalig evenement, een nieuwe opzet of een nieuwe
                    werkwijze (experiment).</al><tussenkop>Artikel 2 Reikwijdte</tussenkop><al>In beginsel gelden deze bepalingen voor alle gemeentelijke subsidies, al dan
                    niet gebaseerd op een verordening. Maar het is niet mogelijk om alle bepalingen
                    van deze verordening altijd van toepassing te laten zijn op alle subsidies.</al><tussenkop>Artikel 3 Bijzondere subsidieverordeningen</tussenkop><al>Met dit artikel is beoogd de gemeentelijke subsidieregelgeving samenhang en een
                    zekere mate van uniformiteit te geven. De in het eerste lid genoemde onderdelen
                    zijn zonder meer wettelijk verplicht in een bijzondere subsidieverordening. De
                    in het tweede lid genoemde onderdelen moeten worden opgenomen indien het
                    gemeentebestuur daar gebruik van wil maken. </al><al>Dit artikel is deels (eerste lid) een vertaling van het voorschrift van artikel
                    4:23, eerste lid, Awb naar gemeentelijke termen, hetgeen betekent dat subsidies
                    slechts worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift. Het tweede lid
                    is deels een uitwerking van de bepalingen van de Awb die voorschrijven dat
                    indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, een aantal onderwerpen
                    moet worden bepaald bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift
                    bij de subsidieverlening.</al><tussenkop>Artikel 4 Bevoegdheid college</tussenkop><al>De uitvoering van het subsidiebeleid en de subsidieverstrekking wordt aan het
                    college van burgemeester en wethouders overgelaten.</al><tussenkop>Artikel 5 Subsidieverslag</tussenkop><al>Het maken van een subsidieverslag heeft alleen zin indien dit in concrete
                    gevallen in een duidelijke behoefte voorziet. Voorkomen moet worden dat het
                    gemeentelijke apparaat en betrokken organisaties worden belast met onnodige
                    activiteiten.</al><tussenkop>Artikel 6 Medesubsidiënt</tussenkop><al>Wanneer naast het gemeentebestuur ook een of meer andere overheden of derden
                    subsidiëren, kan een subsidieontvanger te maken krijgen met niet op elkaar
                    afgestemde subsidievoorschriften. </al><al>Elke subsidiënt heeft immers vaak zijn eigen specifieke voorschriften. Wanneer
                    bepalingen van deze verordening ertoe zouden leiden dat een door het
                    gemeentebestuur gesubsidieerde activiteit daardoor niet of niet volledig kan
                    worden uitgevoerd, kunnen burgemeester en wethouders die ongewenste situatie
                    zoveel mogelijk voorkomen door in maatwerk van één of meerdere bepalingen van
                    deze verordening of een bijzondere subsidieverordening af te wijken.</al><tussenkop>Artikel 7 Termijn indiening aanvraag subsidieverlening</tussenkop><al>In afwijking van de wettelijke aanvraagtermijn van 13 weken voor aanvang van het
                    jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, wordt een aanvraagtermijn gesteld op
                    uiterlijk 1 september, zodat mogelijk eventueel spoedeisende zaken kunnen worden
                    meegenomen in de gemeentelijke (begrotings)procedures. De mogelijkheid is
                    opengelaten om, wanneer daar aanleiding toe is, op specifieke deelterreinen bij
                    een bijzondere subsidieverordening of bij een ander besluit van het
                    gemeentebestuur, een andere termijn te stellen. De uiterlijke indieningsdatum
                    van 1 september betreft de structurele/ arrangement subsidies.</al><al>Er worden andere aanvraagtermijnen ingesteld t.a.v. de incidentele /
                    waarderingssubsidies.</al><tussenkop>Artikel 8 Indiening aanvraagbescheiden</tussenkop><al>Dit is een achtervangbepaling, specifiek bedoeld voor subsidies die niet
                    berusten een wettelijk voorschrift (artikel 4:23, derde lid, onder a, c en d van
                    de Awb). Het gaat om de volgende subsidies:</al><lijst><li nr="a."><al>in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift
                            gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen dat jaar bij de
                            Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is verworpen of tot wet is
                            verheven en in werking is getreden;</al></li><li nr="b."><al>indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de
                            subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt;</al></li><li nr="c."><al>in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren
                            wordt verstrekt.</al></li></lijst><al>In deze gevallen moet de subsidieaanvrager in ieder geval een activiteitenplan,
                    een begroting, een financieel verslag en een afschrift van de oprichtingsakte
                    dan wel van de statuten zoals die het laatst zijn gewijzigd, meesturen (voor
                    zover de aanvrager een rechtspersoon is). </al><al>Voor de structurele (per boekjaar verstrekte) subsidies is een algemene regeling
                    getroffen in afdeling 4.2.8. van de Awb. </al><tussenkop>Artikel 10 Termijn indiening aanvraag subsidievaststelling</tussenkop><al>Kenmerkend voor subsidies tot 5.000 euro is dat een vast bedrag (lump sum) wordt
                    verstrekt en dat de subsidieontvanger achteraf niet standaard verantwoording
                    hoeft af te leggen aan de subsidieverstrekker. De subsidieontvanger hoeft geen
                    aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor
                    kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker
                    worden bespaard.</al><al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden de
                    bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd. Ook indien de
                    activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a worden toegepast.
                    De toepassing is dan onder meer afhankelijk van de aard van de subsidie
                    (bijvoorbeeld een ‘waarderingssubsidie’) en risicoafweging van de
                    subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze controle na de vaststelling is mogelijk,
                    maar leidt alleen in bijzondere gevallen, zoals fraude, tot terugvordering. </al><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid,
                    onderdeel b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13 weken
                    na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve
                    vastgesteld door de subsidieverstrekker. </al><al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er juridisch meer
                    mogelijkheid om op te treden, indien de gemeente bemerkt dat de activiteit niet
                    (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is immers niet bij verstrekking reeds
                    vastgesteld. De subsidieontvanger dient, desgevraagd, op een door het college in
                    de beschikking aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                    subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen. De subsidieverstrekker zal steekproefsgewijs van deze
                    bevoegdheid gebruik maken.</al><tussenkop>Artikel 11. Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 75.000
                    euro</tussenkop><al>In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidiënt de aan hem verleende
                    subsidie aan het college dient te verantwoorden. De wijze van verantwoording
                    wordt al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend
                    gemaakt.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                    activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Daarbij zal
                    vooraf door de subsidieverstrekker al moeten zijn aangegeven op welke manieren
                    het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten
                    worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een
                    managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken
                    (bijvoorbeeld een publicatie) enz.</al><al>Ook hier kan het college bepalen dat bepaalde categorieën van subsidies, dan wel
                    subsidieontvangers, niet tot verantwoording van de aan hun verleende subsidie
                    hoeven over te gaan. Te denken valt daarbij aan subsidies van een beperkte
                    omvang of subsidies, die aan een vertrouwde ontvanger worden verstrekt, dan wel
                    subsidies die voor een doel worden aangewend, dat nadere verantwoording van de
                    besteding van het geld overbodig maakt. Bij dit laatste kan worden gedacht aan
                    de huurkosten van een gebouw. De verantwoorde besteding van de subsidie blijkt
                    dan immers al uit het feit, dat het betreffende gebouw in gebruik is bij de
                    subsidieontvanger.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college bepalen dat het voor de verantwoording
                    daarvan andere stukken en bewijzen verlangt dan gebruikelijk en uit hoofde van
                    de gewone bedrijfsvoering van de subsidieontvanger al worden opgesteld. Te
                    denken valt aan de verslagen, die rechtspersonen uit hoofde van de wet al dienen
                    op te stellen en die natuurlijk naar gelang van de hoedanigheid van de
                    betreffende rechtspersoon verschillen.</al><tussenkop>Artikel 12. Verantwoording subsidies vanaf 75.000 euro </tussenkop><al>Bij subsidies van 75.000 euro of meer wordt uitgegaan van de traditionele
                    afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten.
                    De vaststelling van de subsidie vindt - tenzij de voorschriften voor subsidies
                    tot 75.000 euro worden toegepast - plaats op basis van uitgevoerde activiteiten
                    en gerealiseerde kosten. Bij de financiële verantwoording mag de
                    subsidieverstrekker een door een accountant opgesteld stuk vragen. Het is echter
                    niet verplicht daar in alle gevallen om te vragen. </al><tussenkop>Artikel 13. Vaststelling subsidie </tussenkop><al>In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit ter zake van
                    de vaststelling van de subsidie.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college, naast deze Algemene subsidieregeling,
                    categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen voor wie de subsidie
                    wordt vastgesteld zonder dat hiervoor door de subsidieontvanger een aanvraag
                    moet worden ingediend. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager
                    als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al>Voor de mogelijkheid van lid 4, zie de artikel 4:44 en 4:47 van de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 14 Subsidiecriteria</tussenkop><al>In dit hoofdstuk zijn de subsidiecriteria aangegeven. Deze subsidiecriteria
                    hebben een algemeen karakter. De subsidiecriteria die gelden voor de structurele
                    / arrangement subsidies en criteria voor de incidentele waarderingssubsidies
                    worden bij de bijzondere subsidieverordeningen genoemd.</al><tussenkop>Artikel 15 Weigeringsgronden</tussenkop><al>[vervallen]</al><tussenkop>Artikel 16 Rijksgelden</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat als rijksgelden verminderen of wegvallen, de hierop
                    gebaseerde subsidie eveneens dienovereenkomstig wordt aangepast dan wel
                    stopgezet.</al><tussenkop>Artikel 18 Verzekeringen</tussenkop><al>Deze verplichting is opgenomen om risico-aansprakelijkheid van de gemeente uit
                    te sluiten.</al><tussenkop>Artikel 19 Niet-doelgerichte verplichtingen</tussenkop><al>Niet-doelgerichte verplichtingen zijn verplichtingen die niet direct een relatie
                    hebben met de activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, maar die het
                    gemeentebestuur wel van belang acht. Te denken valt bijvoorbeeld aan
                    milieubeleid in het kader waarvan het gemeentebestuur het niet wenselijk vindt
                    dat een organisatie plastic bekers gebruikt maar in plaats daarvan porseleinen
                    kopjes zou moeten nemen.</al><tussenkop>Artikel 20 Vergoeding vermogenswaarden</tussenkop><al>Bij deze vorm van vermogensvorming kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de
                    waardevermeerdering van een onroerende zaak waarvan de afschrijvingskosten zijn
                    gesubsidieerd door de gemeente. Wanneer vervolgens de subsidieontvanger die
                    onroerende zaak verkoopt en op die wijze een boekwinst behaalt, dan hebben
                    burgemeester en wethouders de mogelijkheid om een gedeelte of de gehele
                    boekwinst terug te vorderen. Artikel 4:41 Awb noemt overigens ook –limitatief-
                    andere situaties. Doelstelling is steeds om deze boekwinst ten goede te laten
                    komen aan de gemeenschapsmiddelen waaruit ze is ontstaan.</al><tussenkop>Artikel 21 Betaling</tussenkop><al>Structurele / arrangement subsidies:</al><al>Bij betaling in gedeelten wordt in de bijzondere subsidieverordening of bij de
                    subsidieverlening aangegeven in welke termijnen er wordt betaald (bijvoorbeeld
                    per kwartaal, of per maand). </al><al>Tevens wordt het voorschotpercentage bepaald, waarbij het restant bij de
                    subsidievaststelling wordt verrekend (bijvoorbeeld 75% wordt voor 1 maart
                    betaald).</al><al>Incidentele/waarderingssubsidies worden in eens uitbetaald.</al><tussenkop>Artikel 22 Terugbetaling voorschotten</tussenkop><al>Het tweede lid biedt de mogelijkheid om rekening te houden met een aanzienlijke
                    omvang van het terug te betalen bedrag en andere bijzondere omstandigheden.</al><al>Het derde lid is vooral praktisch van aard: het voorkomt dat terug te betalen
                    bedragen van de ene subsidie en nog te betalen voorschotten op een andere
                    subsidie aan dezelfde subsidieontvanger elkaar kruisen. Of verrekening plaats
                    zal vinden zal per geval onder meer afhangen van de omvang van het terug te
                    betalen bedrag en de aard van de subsidie (bijvoorbeeld of er sprake is van
                    budgetsubsidie).</al><tussenkop>Artikel 23 Afdeling 4.2.8 wet</tussenkop><al>Afdeling 4.2.8 van de Awb is weliswaar in zijn geheel facultatief, maar is bij
                    deze bij besluit van het gemeentebestuur van toepassing verklaard.</al><tussenkop>Artikel 24 Budgetsubsidie</tussenkop><al>Bij deze vorm van subsidiëring worden met de subsidieontvanger afspraken gemaakt
                    over onder meer uit te voeren activiteiten, te leveren prestaties en te bereiken
                    resultaten. In overeenstemming met de mogelijkheid die de wet biedt worden deze
                    afspraken vastgelegd in een door beide partijen (gemeente en subsidieontvanger)
                    ondertekende overeenkomst. Deze overeenkomst is ter aanvulling op de altijd
                    noodzakelijke subsidiebeschikking.</al><al>Het subsidietijdvak is één jaar in verband met de jaarlijkse vaststelling van de
                    begroting. </al><al>Een budgetperiode bestaat uit één of meerdere subsidietijdvakken, zo mogelijk
                    afgestemd op de 4-jarige zittingsduur van de gemeenteraad. Alleen de in afdeling
                    4.2.6 van de Awb genoemde redenen kunnen er nog toe leiden dat een
                    budgetsubsidie binnen een budgetperiode wordt gewijzigd, ingetrokken of
                    geweigerd, zoals bijvoorbeeld veranderde omstandigheden of beleidswijzigingen.
                    In zo’n geval gelden de bepalingen omtrent wijziging, intrekking of weigering
                    van subsidies, waaronder ook valt een redelijke termijn voor aanpassing aan de
                    veranderde omvang van budgetsubsidie.</al><tussenkop>Artikel 25 Toestemming handelingen</tussenkop><al>In artikel 4:71 Awb wordt de mogelijkheid gegeven een aantal beslissingen van de
                    subsidieontvanger aan toestemming van het bestuursorgaan te onderwerpen. Het is
                    niet persé nodig om van alle mogelijkheden die het artikel biedt gebruik te
                    maken, dus om dit in de Algemene subsidieverordening te regelen. In voorkomende
                    gevallen kan altijd nog toestemming voor andere handelingen op grond van het
                    wetsartikel bij de subsidieverlening worden bepaald. De beslissingen onder
                    a,b,e,f,g,h,i en j zijn opgenomen. Deze hebben respectievelijk betrekking op:
                    het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon; het wijzigen van statuten;
                    het aangaan van kredietovereenkomsten en overeenkomsten van geldleningen;
                    zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden
                    of als de subsidieontvanger zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt
                    of zich voor een derde sterk maakt; het vormen van fondsen en reserveringen; het
                    vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone
                    uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties; het
                    ontbinden van de rechtspersoon; het doen van aangifte tot faillissement of het
                    aanvragen van surseance van betaling.</al><tussenkop>Artikel 26 Egalisatiereserve</tussenkop><al>In artikel 4:72 Awb is het vormen van een egalisatiereserve door de
                    subsidieontvanger een facultatieve bepaling. Dit betekent dat dit bij wettelijk
                    voorschrift (in de Algemene subsidieverordening dan wel de bijzondere
                    subsidieverordening) of bij de subsidieverlening moet worden bepaald. </al><al>Daarom is hier opgenomen dat het gemeentebestuur kán bepalen (hoeft dus niet)
                    dat een subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt. In de bijzondere
                    subsidieverordening wordt vervolgens eventueel opgenomen dat de
                    subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt. </al><al>Dit betekent dat als het gemeentebestuur dit van toepassing verklaart, het
                    vormen van een egalisatiereserve toepasbaar is op álle onder deze bijzondere
                    subsidieverordening ressorterende gevallen. Is dit niet de bedoeling dan kan het
                    gemeentebestuur nog altijd bij de subsidieverlening bepalen dat voor die ene
                    bepaalde subsidieontvanger een egalisatiereserve wordt gevormd.</al><tussenkop>Artikel 27 Financieel verslag</tussenkop><al>In artikel 4:77 Awb is het opstellen van een financieel verslag een facultatieve
                    bepaling voor zover meer dan 50% van de inkomsten uit de subsidiegelden zijn
                    verkregen. Dit betekent dat bij wettelijk voorschrift (in de Algemene
                    subsidieverordening dan wel de bijzondere subsidieverordening) of bij de
                    subsidieverlening moet worden bepaald dat artikel 4:76 Awb van overeenkomstige
                    toepassing is. </al><al>Daarom is hier opgenomen dat het gemeentebestuur kán bepalen (hoeft dus niet)
                    dat artikel 4:76 Awb van toepassing is, dus dat een subsidieontvanger een
                    financieel verslag moet opstellen indien meer dan 50% van de inkomsten uit de
                    subsidiegelden zijn verkregen. Dit is van belang voor gevallen waarin het
                    gemeentebestuur ten behoeve van de subsidievaststelling toch inzicht wil hebben
                    in de gehele financiële gang van zaken bij de subsidieontvanger.</al><al>In de bijzondere subsidieverordening wordt vervolgens eventueel opgenomen dat
                    artikel 4:76 Awb van toepassing is. </al><al>Dit betekent dat als het gemeentebestuur dit van toepassing verklaart, artikel
                    4:76 toepasbaar is op álle onder deze bijzondere subsidieverordening
                    ressorterende gevallen. </al><al>Is dit niet de bedoeling dan kan het gemeentebestuur nog altijd bij de
                    subsidieverlening bepalen dat voor die ene bepaalde subsidieontvanger artikel
                    4:76 Awb van toepassing is. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>