<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304630_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Integraal handhavingsplan Zeeuws-Vlaanderen 2013 - 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentehulst.nl/Actueel/ZVA_Infopagina/2013_informatiepagina_s/Juli">Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad, 17-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Integraal handhavingsplan Zeeuws-Vlaanderen 2013 - 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0027464/Hoofdstuk7/Artikel72">Besluit omgevingsrecht, art. 7.2.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>besluitenlijst B&amp;W d.d. 01-05-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke Ordening / Openbare Werken / Openbare Ruimte</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De sanctie- en gedoogstrategie en</al><al><extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0002458">Drank- en Horecawet</extref> is onderdeel van het Integraal handhavingsplan 2013-2016: Vastgesteld door burgemeester, 01-05-2013; Dit handhavingsuitvoeringsprogramma is tevens met buurgemeenten Terneuzen en Sluis gezamenlijk vastgesteld in 2012 ;</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Integraal handhavingsplan Zeeuws-Vlaanderen 2013 - 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst;</al>
          <al>b e s l u i t e n :</al>
          <al>vast te stellen het 'Integraal handhavingsplan Zeeuws-Vlaanderen
                        2013-2016</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>1.Inleiding</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Het doel van handhaving van de fysieke omgeving is de naleving van wet-
                            en regelgeving met betrekking tot die omgeving. Deze wet- en regelgeving
                            beoogt bescherming en zelfs verbetering van de kwaliteit van de bebouwde
                            en onbebouwde ruimte. Handhaving van de fysieke omgeving heeft primair
                            de doelstelling een bijdrage te leveren aan de veiligheid in en de
                            leefbaarheid van de gemeenten. Met handhaving in de ruimste zin van het
                            woord wordt bedoeld: ‘alle middelen en instrumenten, die direct of
                            indirect bijdragen aan de (bereidheid tot) naleving van rechtsregels en
                            voorschriften’. Handhaving is daarom elke handeling, die er op gericht
                            is de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te
                            beëindigen. Handhaving wordt daarbij opgevat als een keten van
                            activiteiten bestaande uit:preventie, toezicht (signalering),
                            oordeelsvorming en/of het opleggen van sancties. </al>
            <al/>
            <al>Handhaving van de fysieke omgeving heeft betrekking op een breed scala
                            aan wet- en regelgeving. In de handhaving drukken we dat uit in de
                            volgende kleursporen:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>het rode kleurspoor </al></li>
              <li nr="-"><al>het grijze kleurspoor </al></li>
              <li nr="-"><al>het paarse kleurspoor </al></li>
              <li nr="-"><al>het gemengde kleurspoor </al></li>
              <li nr="-"><al>de couleur locale</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Het rode kleurspoor (onderdeel bouwen en slopen) bestaat vooral uit het
                            controleren van bouwwerken op de uitvoering van omgevingsvergunning
                            (onderdeel bouw), het Bouwbesluit en het
                            Asbestverwijderingsbesluit.</al>
            <al>Bij het onderdeel brandveiligheid (ook rode kleurspoor) gaat het om de
                            controle van bouwwerken op brandveiligheid aan de hand van de
                            omgevingsvergunning (onderdeel gebruik), het Bouwbesluit en de
                            brandveiligheid op o.a. evenementen, campings en markten.</al>
            <al>Het grijze kleurspoor (milieu) controleert vooral inrichtingen aan de
                            hand van de omgevingsvergunning (onderdeel milieu), het
                            Activiteitenbesluit en ziet toe op naleving van de Wet bodembescherming
                            (waaronder het Besluit bodemkwaliteit) en de Algemene Plaatselijke
                            Verordening (de zgn. milieu-gerelateerde zaken). </al>
            <al>In het paarse kleurspoor gaat het om het toezicht in de openbare ruimte
                            (Algemene Plaatselijke Verordening en Afvalstoffenverordening) en
                            bijzondere wetten (nieuwe Drank- en Horeca,
                            Wegenverkeerswetgeving).</al>
            <al>Bij het gemengde kleurspoor praten we over de behandeling van klachten,
                            aanpak van regionale projecten en inspectiesignalen.</al>
            <al>Onder de couleur locale wordt verstaan invulling van de eigen identiteit
                            van de gemeente.</al>
            <al/>
            <al>De <extref doc="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0024779" struct="BWB">Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht</extref> (afgekort Wabo) regelt
                            aan welke kwaliteitscriteria de handhaving dient te voldoen (onder
                            hoofdstuk 3, integrale handhaving gaan we hierop verder in).</al>
            <al/>
            <al>Het doel van het integraal handhavingsplan is om de handhaving van de
                            genoemde wetten beleidsmatig, programmatisch en integraal uit te voeren,
                            daarover jaarlijks te rapporteren en zonodig het plan en het programma
                            bij te stellen.</al>
            <al/>
            <al>Jaarlijks staat in de begroting(en) het totaal van de beschikbare uren
                            (de beschikbare formatie) en hoe deze uren over de verschillende taken,
                            inclusief couleur locale worden verdeeld.</al>
            <al/>
            <al>Privaatrechtelijk handhaven maakt geen onderdeel uit van deze nota.
                        </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>2.Gezamenlijk handhavingsuitvoeringsprogramma Zeeuws-Vlaamse gemeenten</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hulst,
                                Sluis en Terneuzen kiezen er voor één gezamenlijk
                                handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP Zeeuws-Vlaanderen) vast te
                                stellen voor de handhaving van de fysieke leefomgeving (de in de
                                inleiding genoemde kleursporen), waarbij voldoende ruimte aanwezig
                                is voor borging voor de couleur locale.</al>
            <al/>
            <al>De uitvoering van het HUP Zeeuws-Vlaanderen gebeurt door de
                                gemeentelijke organisaties. Zo nodig aangevuld c.q. ondersteund door
                                haar partners: de Veiligheidsregio Zeeland en de Regionale
                                Uitvoeringsdienst in Zeeland i.o..</al>
            <al/>
            <al>De voorbereiding van het HUP Zeeuws-Vlaanderen vindt plaats in de
                                (ambtelijke) projectgroep, waarvan één van de gemeenten de
                                zogenaamde gastheerfunctie vervult. De stuurgroep wordt gevormd door
                                de verantwoordelijke wethouders. </al>
            <al>Het HUP Zeeuws-Vlaanderen wordt vastgesteld in de vergaderingen van
                                de drie afzonderlijke colleges van burgemeester en
                                wethouders.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label> 3. Integrale handhaving</label>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft de
                                        kaders aan voor de omgevingsvergunning en de eisen waaraan
                                        het toezicht en de handhaving moeten voldoen.</al>
              <al>De Wabo gaat uit van het recht van de aanvrager op één
                                        aanvraag bij één loket met één beslissing na één procedure
                                        met één beroepsgang. Het bevoegd gezag moet het toezicht
                                        onderling afstemmen en zorgen voor één
                                        handhaving-/vergunningentraject, </al>
              <al>Primair gaat het er dus om burgers en bedrijven bij
                                        handhaving van regelgeving niet met een groot aantal
                                        verschillende gemeentelijke functionarissen te confronteren,
                                        die zich ook nog eens op verschillende momenten op
                                        verschillende manieren bij hen melden. Wij zullen onze
                                        handhavingstaken zo veel als mogelijk organiseren, dat een
                                        controle bij een inrichting of een bouwwerk per vakgebied op
                                        elkaar wordt afgestemd. Het kan zijn, dat één functionaris
                                        (veelal aan de hand van een checklist) toezicht houdt, dan
                                        wel dat meerdere functionarissen gezamenlijk toezicht
                                        houden, ofwel dat op één vakgebied wordt gecontroleerd,
                                        terwijl een ander vakgebied op dat moment niet aan de orde
                                        is (dit laatste heeft te maken met de frequentie van de
                                        controles voor bepaalde regelgeving; bijv. een
                                        ziekenhuis).</al>
              <al/>
              <al>Bij het overgrote deel van de projecten die onder de Wabo
                                        vallen, zullen wij, ook bij de vorming van een RUD, als
                                        gemeente(n) bevoegd gezag zijn en dus verantwoordelijk zijn
                                        voor de handhaving. Een uitzondering is er voor die
                                        bedrijven, waarvoor Gedeputeerde Staten, in het kader van de
                                        omgevingsvergunning, een zgn. verklaring van geen
                                        bedenkingen moeten afgeven. Voor die bedrijven blijven
                                        Gedeputeerde Staten het toezicht en de handhaving verzorgen
                                        voor het zgn. milieudeel van die bedrijven.</al>
              <al>Is er sprake van een provinciale (milieu)-inrichting
                                        (voornamelijk de zgn. de BRZO-bedrijven), dan zijn
                                        Gedeputeerde Staten het bevoegd Wabo-gezag. In specifieke
                                        gevallen kan ook de Minister bevoegd gezag zijn.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.2 Doelstelling(en) van het handhaven</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De doelstellingen van het professioneel handhaven zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>streven naar meer kwaliteit (betere dienstverlening
                                                en toezicht), transparantie, en verantwoording door
                                                de overheid;</al></li>
                <li nr="·"><al>integraal werken;</al></li>
                <li nr="·"><al>van taakgericht naar probleemgericht werken;</al></li>
                <li nr="·"><al>streven naar vermindering van lastendruk en
                                                toezichtlasten;</al></li>
                <li nr="·"><al>streven naar meer verantwoordelijkheid van burgers
                                                en bedrijven;</al></li>
                <li nr="·"><al>streven naar meer efficiency en effectiviteit;</al></li>
                <li nr="·"><al>digitalisering;</al></li>
                <li nr="·"><al>streven naar bewustwording en coöperatief
                                                gedrag.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.3 Kwaliteitseisen: Besluit omgevingsrecht</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het Besluit omgevingsrecht (het Bor) en de Ministeriële
                                        regeling omgevingsrecht (de Mor), geven een uitwerking van
                                        een aantal artikelen uit de Wabo. Het Bor bevat onder meer
                                        bindende kwaliteitseisen voor handhavingorganisaties.
                                        Daarbij zijn de opstellers van het Bor zoveel mogelijk
                                        aangesloten bij de kwaliteitseisen uit het Besluit
                                        kwaliteitseisen handhaving milieubeheer. De kwaliteitseisen
                                        zijn gebaseerd op het model van het adequate
                                        handhavingproces of het model van de dubbele regelkring.
                                        Handhaving moet plaatsvinden in een cyclisch proces. De
                                        kwaliteitseisen beogen een transparante en systematische
                                        manier van werken. Met zo’n werkwijze kunnen wij als
                                        gemeenten (lees: het College van Burgemeester en Wethouders
                                        en de Gemeenteraad) onze verantwoordelijkheid nemen en
                                        sturen op prioriteiten en de in te zetten capaciteit.</al>
              <al>In figuur 3.3.1 geven we deze cyclus schematisch weer.</al>
              <al/>
              <al>Figuur 3.3.1</al>
              <al/>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="i75b83ab7-0eb7-4c00-8908-7aea0cc4ff09" naam="i229305i75b83ab7-0eb7-4c00-8908-7aea0cc4ff09.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
                </plaatje>
              </al>
              <al/>
              <al>Hieronder de hoofdpunten van die kwaliteitseisen uit het Bor
                                        (zoals afgebeeld in figuur 3.3.1):</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>opstellen van een handhavingsbeleid (artikel
                                                7.2)</al></li>
                <li nr="·"><al>opstellen van een handhavingsuitvoeringsprogramma
                                                (artikel 7.3)</al></li>
                <li nr="·"><al>eisen, die worden gesteld aan de
                                                uitvoeringsorganisatie: vastleggen
                                                personeelsformatie, taken, bevoegdheden en
                                                verantwoordelijkheden (artikel 7.4)</al></li>
                <li nr="·"><al>borging van de financiële en personele middelen in
                                                de begroting (artikel 7.5)</al></li>
                <li nr="·"><al>het monitoren van de resultaten van het
                                                uitvoeringsprogramma (artikel 7.6)</al></li>
                <li nr="·"><al>het rapporteren en het evalueren van het
                                                handhavingsbeleid en het uitvoeringsprogramma
                                                (artikel 7.7)</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label> 3.4 Prioriteiten van handhaving</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De prioriteit van onze handhavingstaken bepalen we door het
                                        risico en het naleeftekort. Er worden 4 prioriteiten
                                        onderscheiden te weten: kans groot/risico groot, kans
                                        klein/risico groot, kans groot/risico klein, kans
                                        klein/risico klein. Door het stellen van prioriteiten kan
                                        aan elke handhavingstaak/activiteit een passende interventie
                                        worden gekoppeld. Onderstaande tabel geeft de manier van
                                        prioriteren weer. </al>
              <al/>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="i2f3a8638-6a64-45b2-b6bf-fcd255a0d6a0" naam="i229304i2f3a8638-6a64-45b2-b6bf-fcd255a0d6a0.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
                </plaatje>Tabel: bepaling prioriteiten </al>
              <al/>
              <al>Onze prioriteit is voornamelijk door twee factoren bepaald:
                                        het risico (wat is het risico bij een overtreding) en het
                                        naleeftekort (het naleefgedrag en de kans dat een
                                        overtreding daadwerkelijk voorkomt). Op basis daarvan zijn
                                        onze prioriteiten ’veiligheid’ en ‘gezondheid’.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.5 Voorwaarden van handhaving</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>De gemeente is gehouden te handhaven: de overheid
                                                heeft op basis van artikel 21 Grondwet een
                                                zorgplicht om te handhaven. Een wettelijke
                                                verplichting om te handhaven is er in het huidige
                                                recht niet (wel als concreet om handhaving wordt
                                                gevraagd, waarbij sprake is van een overtreding van
                                                voorschriften). In recente jurisprudentie is de
                                                zorgplicht voor de handhaving echter wel
                                                “aangescherpt” en is getracht te komen tot een
                                                omschrijving van een zogenaamd beginselverplichting
                                                tot handhaving;</al></li>
                <li nr="·"><al>Handhaving is ‘gewoon’ bestuur: handhaving is een
                                                wezenlijk sturingsinstrument in het gemeentelijke
                                                beleid. Centraal uitgangspunt bij handhaving is, dat
                                                het bedrijf/de instelling/de burger zelf
                                                verantwoordelijk is voor het naleven van regels en
                                                vergunningvoorschriften. In heel veel gevallen wordt
                                                hieraan voldaan. Op het moment dat dit niet gebeurt,
                                                is het aan de gemeente om corrigerend op te treden
                                                (preventief, zo nodig gevolg door repressief
                                                handhavend optreden);</al></li>
                <li nr="·"><al>Handhaving vraagt om een passende cultuur; </al></li>
                <li nr="·"><al>Het handhavend bevoegd gezag moet in dit kader
                                                voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk
                                                bestuur waaronder rechtsgelijkheid en
                                                onpartijdigheid;</al></li>
                <li nr="·"><al>Functiescheiding/onafhankelijkheid: de
                                                toezichthouder moet onafhankelijk zijn taken kunnen
                                                uitoefenen en zal niet in een belangenconflict
                                                terecht mogen komen. Er wordt voor gezorgd dat de
                                                toezichthouder niet verantwoordelijk is voor het
                                                opstellen van de vergunning (en de voorschriften),
                                                de maatwerkvoorschriften bij een melding, en het
                                                beoordelen van gelijkwaardige oplossingen; </al></li>
                <li nr="·"><al>Roulatie van de toezichthouder: om te voorkomen dat
                                                een toezichthouder een (te) sterke band krijgt met
                                                het bedrijf/de instelling/de burger zal een
                                                toezichthouder niet vaker dan viermaal achtereen
                                                dezelfde inrichting/hetzelfde object controleren
                                                (dit geldt voor het toezicht tijdens de
                                                gebruiksfase: zgn. milieu-inrichtingen en objecten
                                                brandpreventie). Bij controles van vergunningen in
                                                de realisatiefase zijn het steeds verschillende
                                                projecten, waarbij sprake kan zijn van terugkerende
                                                bouwers. Daar waar de toezichthouders per gebied
                                                kunnen rouleren zal dat om de vier jaar
                                                plaatsvinden.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.6 Handhavingstructuur</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Om structuur te brengen in de integrale handhaving is ervoor
                                        gekozen om de handhavingsopgave van de fysieke omgeving op
                                        te delen in een drietal onderdelen:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>het vergunningsgericht toezicht: per vergunning: dit
                                                betreft vooral het taakveld bouwen, waarbij er
                                                gericht vergunningen met wisselende adressen worden
                                                gecontroleerd.</al></li>
                <li nr="·"><al>het objectgericht toezicht: per adres: dit betreft
                                                vooral de taakvelden brandpreventie en milieu,
                                                waarbij er gericht op vooraf vaststaande objecten
                                                (gebouwen, inrichtingen en evenementen) wordt
                                                gecontroleerd.</al></li>
                <li nr="·"><al>Het gebiedgericht toezicht: dit betreft vooral het
                                                taakveld openbare ruimte, waarbij er gericht per
                                                gebied wordt gecontroleerd op vooraf onbekende
                                                overtredingen.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>3.7 Handhavingvormen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Binnen de integrale handhaving onderscheiden we de volgende
                                        vier vormen van integraal handhaven:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>Signaaltoezicht: Dit is de minst geïntegreerde
                                                handhavingsvorm; hierbij worden tussen handhavers
                                                (van de verschillende taakgebieden en van de
                                                verschillende bestuursorganen) afspraken gemaakt om
                                                constateringen en overtredingen aan elkaar door te
                                                geven.</al></li>
                <li nr="·"><al>Checklisten: Voor het tevens controleren voor een
                                                andere handhavingsdiscipline met behulp van een
                                                checklist is minder kennis nodig van een andere
                                                handhavingsdiscipline. Hierbij kunnen lage
                                                prioriteiten goed worden gecontroleerd en heeft men
                                                een signaalfunctie voor specialisten. </al></li>
                <li nr="·"><al>(Integraal) toezichthouder: Deze generalist kan
                                                meerdere disciplines controleren. Door het
                                                combineren is deze vorm van integraal handhaven de
                                                meest efficiënte vorm van integraal handhaven.
                                                Tevens heeft deze vorm van handhaven de
                                                éénloketgedachte in zich. Een allroundinspecteur is
                                                vooral breed opgeleid.</al></li>
                <li nr="·"><al>(Specialistisch) toezichthouder: Bij deze vorm van
                                                integraal handhaven worden gespecialiseerde
                                                inspecteurs, hierna te noemen “specialist”,
                                                gelijktijdig ingezet zodat een bedrijf minder vaak
                                                bezocht hoeft te worden. Doordat de meeste bedrijven
                                                niet ieder jaar worden gecontroleerd, kan er bij de
                                                taakvelden brandpreventie en milieu bijvoorbeeld ook
                                                voor worden gekozen, om intensiever te controleren
                                                door de verschillende controlecyclussen en bedrijven
                                                op elkaar af te stemmen en het andere taakveld met
                                                een checklist of signaaltoezicht te
                                                controleren.</al></li>
              </lijst>
              <al>Binnen onze gemeenten beschikken we over toezichthouders met
                                        basiskennis in het taakveld en over toezichthouders met
                                        specialistische kennis in het taakveld.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label> 3.8 Instrumenten</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Voor de uitvoering van de handhavingstaken maken we gebruik
                                        van de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke
                                        instrumenten.</al>
              <al>Voor het toezicht op het terrein van bouwen, brandpreventie
                                        en milieu maken we gebruik van de reguliere
                                        bestuursrechtelijke mogelijkheden. </al>
              <al>Binnen het taakveld openbare ruimte maken we primair gebruik
                                        van de bestuurlijke strafbeschikking.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>3.8.1 Instrumenten van de bestuursrechtelijke handhaving</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Onder paragraaf 4.2 schreven we dat er binnen de
                                            systematiek van de integrale handhaving vier vormen van
                                            integraal handhaven kunnen worden onderscheiden
                                            (signaaltoezicht, werken met checklisten, de generalist,
                                            de specialist).</al>
              <al>Er zijn meerdere manieren en methoden hoe het
                                            (integraal) toezicht kan plaatsvinden. Hieronder de
                                            verschillende manieren en methoden van toezicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>aangekondigde en onaangekondigde controles</al></li>
                <li nr="·"><al>opleveringscontroles</al></li>
                <li nr="·"><al>periodieke controles</al></li>
                <li nr="·"><al>controles bij klachten</al></li>
                <li nr="·"><al>projectmatige controles</al></li>
                <li nr="·"><al>themacontroles</al></li>
                <li nr="·"><al>zelfcontroles</al></li>
                <li nr="·"><al>administratieve controles</al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>
                <vet>Aangekondigde en onaangekondigde
                                            controles</vet>
              </al>
              <al>Als gemeenten willen we transparant zijn in onze
                                            handhaving. Juist doordat men weet, dat we handhaven
                                            wordt een beter naleefgedrag bereikt. </al>
              <al>Hier past ook bij, dat onze toezichthouders daar waar
                                            mogelijk hun controles tevoren aankondigen. Het beste
                                            kan dat worden toegepast bij het toezicht op
                                            milieuwetgeving en brandveiligheid, omdat deze controles
                                            periodiek (volgens een bepaalde frequentie) plaatsvinden
                                            en dus gemakkelijk kunnen worden ingepland.</al>
              <al>Het voordeel van aangekondigde controles is, dat het
                                            bedrijf daarmee rekening kan houden en zich daarop kan
                                            voorbereiden (door zaken op te zoeken etc). Dat bespaart
                                            tevens tijd voor de toezichthouder. </al>
              <al>Tijdens het toezicht in de realisatiefase (veelal het
                                            bouwtoezicht) is tevoren plannen veelal niet mogelijk,
                                            omdat een bepaalde bouwfase niet lang tevoren bekend is.
                                            Daarom zal het toezicht in deze fase onaangekondigd
                                            plaatsvinden. Door er voor te zorgen, dat er regelmatig
                                            toezicht plaatsvindt, is dat toezicht voor de bouwer
                                            geen verrassing.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Opleveringscontroles</vet>
              </al>
              <al>Deze opleveringscontrole is dus een eerste (periodieke)
                                            controle, waarbij dus wordt nagegaan of de voorschriften
                                            worden nageleefd en is tevens het moment van
                                            dossieroverdracht van de vergunningverlener naar de
                                            toezichthouder.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Periodieke controles</vet>
              </al>
              <al>In het uitvoeringsprogramma is voor de
                                            inrichtingen/objecten in de gebruiksfase een overzicht
                                            opgenomen, die in dat jaar zullen worden gecontroleerd.
                                            Omdat die inrichtingen en objecten via een bepaalde
                                            frequentie worden gecontroleerd gelden daarvoor de
                                            periodieke controles. Daarmee hebben we inzicht in de
                                            controles per soort inrichting/object gedurende een
                                            grote reeks van jaren.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Controles bij klachten</vet>
              </al>
              <al>Voor de zgn. milieuklachten hebben we een 24-uurs
                                            piketdienst gedurende 7 dagen in de week. Via de
                                            milieuklachtenlijn (tel. 0118-412323) kunnen
                                            milieuklachten worden gemeld en neemt de toezichthouder
                                            contact op met de klager. Op basis daarvan wordt
                                            beoordeeld welke aktie nodig is om de klacht te
                                            verhelpen.</al>
              <al>Naast de milieuklachtenlijn ontvangen we als gemeenten
                                            diverse klachten op gebied van met name bouwen, milieu
                                            en openbare ruimte. De klachtenbehandeling krijgt
                                            prioriteit en de toezichthouder geeft dus direct
                                            aandacht aan de klacht. Wanneer direct gevaar of
                                            ernstige overlast wordt verondersteld wordt onmiddellijk
                                            opgetreden en als geen sprake is van acuut gevaar of
                                            ernstige hinder wordt de klacht binnen één week
                                            onderzocht.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Projectmatige controles</vet>
              </al>
              <al>Projectmatig toezicht is een wijze van organiseren van
                                            handhavingscontroles. Projecten hebben betrekking op een
                                            bepaalde categorie van inrichtingen, objecten, die een
                                            (belangrijke) gemeenschappelijke factor hebben. Het
                                            projectmatig uitvoeren van toezicht is efficiënter
                                            doordat de regelgeving éénmalig wordt bestudeerd en
                                            toegepast. Daarnaast is het eerlijk dat een bepaalde
                                            branche in één keer wordt gecontroleerd. Ook geeft het
                                            het voordeel dat de branche er met elkaar over spreekt
                                            en dat leidt veelal tot een beter naleefgedrag.</al>
              <al>Sommige onderwerpen lenen zich er ook voor regionaal uit
                                            te voeren. Redenen kunnen zijn: effciencywinst, het
                                            bovenlokale karakter (bijv. afval- en
                                            grondstromen).</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Themacontroles</vet>
              </al>
              <al>Bij een themacontrole is het toezicht specifiek op één
                                            of meerdere onderdelen gericht. Die onderdelen zijn
                                            gebaseerd op het naleefgedrag en de (bestuurlijke)
                                            prioriteiten.</al>
              <al>Door juist op die onderdelen in te zetten bereiken we de
                                            slechte nalever en controleren we op die zaken, die we
                                            het meest belangrijk vinden.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Zelfcontroles</vet>
              </al>
              <al>Zelfcontroles houdt in, dat we bedrijven in de
                                            gelegenheid stellen om aan de hand van een vragenlijst
                                            (een checklist) aan te geven dat men voldoet aan de
                                            voorschriften.</al>
              <al>Wanneer in de vragenlijst wordt aangegeven dat men aan
                                            alle voorschriften voldoet, volgt een (al dan niet
                                            geselecteerde) steekproef door de toezichthouder.</al>
              <al/>
              <al>
                <vet>Administratieve controles</vet>
              </al>
              <al>Hiermee bedoelen we, dat men (de bedrijven) via
                                            administratieve gegevens kan aantonen aan eisen te
                                            hebben voldaan (bijv. overleggen van certificeringen,
                                            keuringsbewijzen).</al>
              <al>Ook kan bij een administratieve controle worden nagaan
                                            wat de werkwijze van een bedrijf is, wat de procedures
                                            zijn, hoe de administratie eruit ziet. Daaruit kan ook
                                            blijken of men de voorschriften in acht heeft
                                            genomen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>3.8.2. Instrumenten van strafrechtelijke handhaving</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Per 1 oktober jl. kunnen we voor de strafrechtelijke
                                            handhaving gebruik van de zgn. bestuurlijke
                                            strafbeschikking. Elke gemeente beslist zelf of men hier
                                            gebruik van maakt.</al>
              <al>Op basis van de Wet OM-afdoening kunnen onze
                                            buitengewone opsporingsambtenaren voor overtredingen in
                                            de openbare ruimte (hondenoverlast, buiten laten staan
                                            van afvalcontainers etc.) bekeuringen uitschrijven, die
                                            rechtstreeks van het Openbaar Ministerie uitgaan.
                                            Hierbij is dus niet langer sprake van een rechterlijke
                                            tussenkomst.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>3.8.3 Overige instrumenten</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Omdat handhaving niet alleen sanctionerend optreden
                                            inhoudt, gebruiken we ook andere instrumenten om een
                                            beter naleefgedrag van bedrijven en burgers te
                                            bereiken.</al>
              <al>Die instrumenten zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>voorlichting: er wordt voorlichting verstrekt
                                                  over de geldende wet- en regelgeving; dit gebeurt
                                                  via het proces van de vergunningverlening en de
                                                  afdoening van meldingen in het kader van de
                                                  Algemene maatregelen van Bestuur (zoals het
                                                  Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit) en vindt
                                                  ook plaats via artikelen in de gemeentelijke
                                                  informatierubrieken, de gemeentelijke rubrieken in
                                                  het Zeeuws-Vlaams Advertentieblad, in
                                                  afzonderlijke bijeenkomsten (veelal bij invoering
                                                  nieuwe wetgeving) en via de gemeentelijke
                                                  websites: www.gemeentehulst.nl,
                                                  www.gemeentesluis.nl en www.terneuzen.nl</al></li>
                <li nr="·"><al>samenwerking: belangrijk voor de naleving van
                                                  regels is dat de overheidsinstanties gezamenlijk
                                                  en eenduidig optreden; daarom wordt samenwerking
                                                  gezocht met die andere overheidsinstanties: de
                                                  Veiligheidsregio Zeeland, de Regionale
                                                  Uitvoeringsdienst, de politie, het waterschap, de
                                                  provincie, de inspectie Leefomgeving en Transport
                                                  (ILT) en de inspectie Sociale Zaken en
                                                  Werkgelegenheid (SZW);</al></li>
                <li nr="·"><al>deregulering: wanneer het voorschrift, dat wordt
                                                  overtreden, niet relevant blijkt te zijn en niet
                                                  handhaafbaar is, zal bezien worden of het
                                                  voorschrift kan worden aangepast of
                                                  ingetrokken.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>4. toezichtstrategie</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In deze paragraaf geven we aan hoe we het toezicht in de
                                            verschillende taakvelden (brandpreventie, bouwen, milieu
                                            en openbare ruimte) uitvoeren, welke instrumenten we
                                            daarvoor gebruiken en welke strategie daaraan ten
                                            grondslag ligt.</al>
            <al>Op het gebied van handhaving kennen we vooralsnog in
                                            Zeeuws-Vlaanderen de volgende
                                            samenwerkingsverbanden:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>het Lokaal Handhavingsoverleg (het LHO); de
                                                  deelnemers zijn: Rijkswaterstaat, de provincie
                                                  Zeeland, het waterschap Scheldestromen, het
                                                  Openbaar Ministerie, de politie
                                                  Zeeland-West-Brabant en de gemeenten Hulst, Sluis
                                                  of Terneuzen; in dit overleg komen de lokale
                                                  (operationele) handhavingskwesties aan de orde,
                                                  waar veelal meerdere overheidsinstanties mee te
                                                  maken hebben;</al></li>
              <li nr="·"><al>Regionale samenwerking binnen Zeeuws-Vlaanderen;
                                                  de deelnemers zijn de gemeenten Hulst, Sluis en
                                                  Terneuzen, in deze samenwerking wordt een
                                                  gezamenlijk handhavingsuitvoeringsprogramma
                                                  opgesteld; dit overleg kent een ambtelijke en een
                                                  bestuurlijke structuur.</al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.1 Toezichtstrategie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De strategie binnen de taakvelden is verschillend en daarmee
                                        juist afgestemd op de specifieke kenmerken van de te
                                        controleren onderwerpen. Die taakvelden zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>bouwen;</al></li>
                <li nr="·"><al>brandpreventie en milieu;</al></li>
                <li nr="·"><al>openbare ruimte.</al></li>
              </lijst>
              <al>Voor alle duidelijkheid wil een andere strategie geenszins
                                        zeggen dat er niet integraal gehandhaafd wordt. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.2 Bouwen:</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Hettakenpakket van bouwen betreft voornamelijk de
                                        controles op het naleven van de omgevingsvergunning (met
                                        name bouw- , sloop- en aanlegdeel), de controles op
                                        (eventueel) illegaal bouwen en gebruik, bouwen in afwijking
                                        van de verleende vergunning en slopen, het gebruik van
                                        gebouwen en terreinen (strijdig gebruik, teelt van hennep)
                                        en het toezicht op de bestaande gebouwenvoorraad (bijv.
                                        voldoen bestaande woningen aan de eisen).</al>
              <al>De regelgeving waarop getoetst wordt zijn: het Bouwbesluit,
                                        het Asbestverwijderingsbesluit, de Bouwverordening en de
                                        bestemmingsplannen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>4.2.1 Bouwcontroles</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>Voor het houden van toezicht op het bouwen kiezen wij
                                            voor de systematiek van het (landelijke) project
                                            ‘Toezichtsprotocol’ van de Vereniging Bouw- en
                                            Woningtoezicht Nederland. Het ‘Toezichtsprotocol’ zorgt
                                            voor een uniforme en transparante werkwijze.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>4.2.2 Controles op (illegale) bouw en sloop</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>De controles op (illegale) bouw en sloop worden
                                            meegenomen tijdens het reguliere bouwtoezicht. De
                                            toezichthouders kennen hun gebied en signaleren daarmede
                                            (illegale) gebruik, bouw- en sloopactiviteiten. In
                                            voorkomende gevallen volgt een ambtelijke waarschuwing,
                                            waarbij men in de gelegenheid wordt gesteld alsnog een
                                            omgevingsvergunning aan te vragen. Hiermede kan de
                                            illegale situatie mogelijk worden gelegaliseerd.</al>
              <al>Wanneer de illegale situatie in strijd is met het
                                            beleid, wordt in de ambtelijke waarschuwing niet de
                                            mogelijkheid opgenomen om alsnog een omgevingsvergunning
                                            aan te vragen of een sloopmelding te doen. Uiteraard kan
                                            de overtreder dit wel op eigen initiatief doen.</al>
              <al/>
              <al/>
              <al>
                <cursief>4.2.3 Toezicht op bestaande gebouwen</cursief>
              </al>
              <al/>
              <al/>
              <al>We voeren een actief toezichtsbeleid op bestaande
                                            gebouwen, omdat we van mening zijn, dat we de
                                            beschikbare capaciteit moeten inzetten op de controles
                                            van nieuw- en verbouw, de constatering van illegale bouw
                                            en het optreden tegen strijdig gebruik.</al>
              <al>Op basis van klachten inspecteren we in voorkomende
                                            gevallen het pand en gaan na of het pand nog voldoet aan
                                            de (minimale) eisen van het Bouwbesluit (voor bestaande
                                            bouw). Uitsluitend wanneer sprake is van zeer ernstige
                                            gebreken (met name is dat het geval wanneer de
                                            constructieve veiligheid of brandveiligheid in het
                                            geding is en wanneer het pand qua gezondheid niet meer
                                            goed is te bewonen) zullen we door middel van toezicht
                                            en handhaving optreden.</al>
              <al>Ingeval van een projectmatige aanpak zal het toezicht op
                                            bestaande panden actief plaats vinden. Zo’n
                                            projectmatige aanpak nemen we op in het
                                            handhavingsuitvoeringsprogramma.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.3 Brandpreventie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het takenpakket van brandpreventie bestaat uit het
                                        controleren van de omgevingsvergunning (onderdeel
                                        brandveiligheid), de meldingsplichtige gebouwen, de
                                        gebruiksvergunningen bij evenementen en de voorschriften
                                        waaraan campings dienen te voldoen.</al>
              <al>De regelgeving waarop wordt getoetst zijn: het Bouwbesluit,
                                        de Brandbeveiligingsverordening en de handreikingen voor
                                        evenementen.</al>
              <al>Voor de controle op brandveiligheid van de (bestaande)
                                        gebouwen bestaat de landelijk ontwikkelde handleiding
                                        genaamd PREVAP 2009 (staat voor preventieactiviteitenplan).
                                        De handleiding gaat in op de preventieactiviteiten in het
                                        kader van vergunningverlening, meldingen en controle en
                                        handhaving. Deze handreiking is ontwikkeld in overleg met
                                        een speciaal daarvoor ingestelde begeleidingscommissie
                                        vanuit de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en
                                        Rampenbestrijding (NVBR), het Landelijk Netwerk
                                        Brandpreventie (LNB) en het NIFV (Nederlands Instituut
                                        Fysieke Veiligheid).</al>
              <al>In het handhavingsuitvoeringsprogramma nemen we de
                                        controlefrequentie op, die jaarlijks evalueren.</al>
              <al>De categorie gebouwen, die niet vergunnings- en
                                        meldingsplichtig zijn, vallen onder het zogenaamde vrije
                                        gebruik. Het gaat om de laagste categorie gebouwen, die het
                                        minste risico met zich meebrengen. Voor deze categorie
                                        kiezen wij ervoor (overigens overeenkomstig PREVAP) deze
                                        niet volgens een bepaalde frequentie te controleren en
                                        alleen te controleren ingeval van klachten en wanneer
                                        daarvoor een gerichte aanleiding bestaat (bijvoorbeeld
                                        signalen uit de samenleving).</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.4 Milieu</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het takenpakket voor de milieuregelgeving bestaat uit de
                                        inrichtingen, die vergunnings-en meldingsplichtig zijn. </al>
              <al>Het takenpakket van milieu bestaat uit het controleren van
                                        de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) bij
                                        vergunningsplichtige inrichtingen en het controleren van
                                        algemeen geldende (milieu)regels bij meldingsplichtige
                                        inrichtingen. Ook bevat het takenpakket het toezicht op
                                        niet-inrichting gebonden activiteiten, zoals de opslag van
                                        vaste mest en het toepassen van grondstromen. De regelgeving
                                        waarop wordt getoetst zijn: de Wet milieubeheer, de Wet
                                        Bodembescherming en de uit die wetten voortvloeiende
                                        besluiten (zoals het Activiteitenbesluit, het Besluit
                                        Externe Veiligheid Inrichtingen, het Besluit
                                        LPG-tankstations Milieubeheer, het Vuurwerkbesluit, het
                                        Besluit Bodemkwaliteit).</al>
              <al>In het Activiteitenbesluit worden bedrijven ingedeeld in
                                        drie categorieën:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>type A: bedrijven waarvan de activiteiten weinig
                                                invloed hebben op het milieu vallen onder het lichte
                                                regime. Bedrijven die onder deze categorie vallen
                                                zijn onder andere kantoren, banken, diverse
                                                zorginstellingen, huisartsen en peuterspeelzalen
                                                (deze bedrijven zijn niet-meldingsplichtig);</al></li>
                <li nr="·"><al>type B: onder meer bedrijven die onder de oude 8.40
                                                AmvB's vallen en bedrijven uit onder andere de
                                                metaalelektro-industrie, tandheelkundige
                                                laboratoria, zeefdrukkerijen en een deel van de
                                                afvalverwerkende bedrijven (deze bedrijven zijn
                                                meldingsplichtig);</al></li>
                <li nr="·"><al>type C: bedrijven waarvoor de vergunningplicht
                                                blijft gelden of waarop het Besluit Landbouw
                                                Milieubeheer of het Besluit Glastuinbouw van
                                                toepassing is.</al></li>
              </lijst>
              <al>Daarnaast is er nog een afzonderlijke categorie de zgn. IPPC
                                        of GPBV-bedrijven. GPBV staat voor: Geïntegreerde Preventie
                                        en Bestrijding bij Vervuilende installaties. Deze bedrijven
                                        zijn vergunning-plichtig.</al>
              <al>De categorie-indeling van een bedrijf wordt bepaald aan de
                                        hand van de milieurelevantie. Wanneer de milieurelevantie
                                        hoger is, komt een bedrijf ook in een hogere categorie
                                        terecht. In bijlage 4 (categorie bepalen (milieurelevantie)
                                        van bedrijven) wordt aangegeven door welke aspecten de
                                        categorie-indeling wordt bepaald.</al>
              <al>Ook is het naleefgedrag van de ondernemer van invloed op de
                                        categorie-indeling. Weliswaar verandert de milieurelevantie
                                        op zich niet, maar door een goed naleefgedrag van de
                                        ondernemer bestaat er minder noodzaak tot controle. En daar
                                        waar de ondernemer de regels slecht naleeft, bestaat er
                                        juist meer noodzaak tot controle.</al>
              <al>Om die reden kiezen wij ervoor om het naleefgedrag van
                                        invloed te laten zijn op de categorie-indeling en daarmee
                                        wordt bereikt dat een bedrijf in een lagere categorie (bij
                                        een goed naleefgedrag) of in een hogere categorie (bij een
                                        slecht naleefgedrag) terecht komt.</al>
              <al>Valt een bedrijf onder het Besluit Externe Veiligheid
                                        Inrichtingen (BEVI) of gaat het om een IPPC/GBPV-inrichting
                                        dan blijft het bedrijf altijd een categorie-4 bedrijf en dat
                                        geldt ook ingeval het Vuurwerkbesluit van toepassing
                                        is.</al>
              <al>Aan de hand van de milieurelevantie volgt een onderverdeling
                                        naar:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>zeer lage milieubelasting</al></li>
                <li nr="2."><al>lage milieubelasting</al></li>
                <li nr="3."><al>gemiddelde milieubelasting</al></li>
                <li nr="4."><al>hoge milieubelasting</al></li>
              </lijst>
              <al>In het handhavingsuitvoeringsprogramma nemen we de
                                        controlefrequentie op, die jaarlijks evalueren.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>4.5 Openbare ruimte</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Dit taakveld betreft het algemene toezicht in de openbare
                                        ruimte. Gedacht moet daarbij worden aan naleving van:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>de Algemene Plaatselijke Verordening</al></li>
                <li nr="·"><al>de Afvalstoffenverordening</al></li>
                <li nr="·"><al>controle van de gemeentelijke heffingen
                                                (hondenbelasting)</al></li>
                <li nr="·"><al>Wegenverkeerswetgeving (fietsen op de stoep,
                                                verkeerd parkeren etc.)</al></li>
                <li nr="·"><al>de nieuwe Drank- en Horecawet</al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>De burger moet de toezichthouder openbare ruimte kunnen zien
                                        en kunnen benaderen met vragen en opmerkingen. Afhankelijk
                                        van de wijkgrootte en de aanwezige problematiek in de wijk
                                        wordt de handhavingsfrequentie bepaald.</al>
              <al>Het toezicht in de openbare ruimte wordt onderscheiden
                                        in:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>het algemene wijktoezicht</al></li>
                <li nr="·"><al>de specifieke controles</al></li>
                <li nr="·"><al>projecten</al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>Tijdens het algemene wijktoezicht worden de wijken/kernen
                                        regulier bezocht en wordt dus toezicht gehouden op de
                                        hiervoor genoemde regelgeving.</al>
              <al>Bij specifieke controles wordt gericht gecontroleerd op een
                                        bepaald aspect. Voorbeelden daarvan zijn de controles op de
                                        afvalcontainers, de controles op de hondenbelasting, het
                                        toezicht op de weekmarkten en het toezicht op de
                                        woonwagencentra.</al>
              <al>Ook kan gekozen worden om voor een onderwerp een projectvorm
                                        te kiezen, zodat heel gericht op bepaalde overtredingen
                                        wordt gecontroleerd. Een voorbeeld daarvan kan zijn een
                                        project zwerfvuil. Het toezicht in de projectvorm heeft
                                        overigens dezelfde kenmerken als het algemene
                                        wijktoezicht.</al>
              <al>Het algemene wijktoezicht zal ook bestaan ook uit signaleren
                                        van taken en afdoen van (eenvoudige) zaken ten behoeve van
                                        de andere taakvelden (bouwen, brandpreventie en milieu). Dit
                                        is ook één van de kenmerken van het gebiedsgerichte
                                        toezicht.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>5. sanctie- en gedoogstrategie Drank- en Horecawet</label>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.1 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Om er voor te zorgen dat overtredingen ongedaan worden
                                        gemaakt is het nodig/kan het nodig zijn om gebruik te maken
                                        van de handhavende bevoegdheden. In eerste instantie gebeurt
                                        dat preventief door overtredingen te signaleren; de
                                        overtreder wordt gevraagd de overtredingen binnen een
                                        begunstigingstermijn ongedaan te maken. Het gaat daarbij
                                        voornamelijk om de bestuursrechtelijke bevoegdheden en
                                        daarnaast bestaat het instrument van de strafrechtelijke
                                        maatregel.</al>
              <al>De bestuursrechtelijke maatregel richt zich vooral op het
                                        herstel van een situatie, dus op het wegnemen van de
                                        illegaliteit, de overlast, het gevaar. De strafrechtelijke
                                        maatregel houdt in dat wordt gestraft, veelal door het
                                        opleggen van een boete.</al>
              <al>Naast de handhavende maatregel kennen we ook het instrument
                                        ‘gedogen’, waarbij een overtreding tijdelijk wordt
                                        geaccepteerd.</al>
              <al>Hieronder worden de verschillende bestuursrechtelijke
                                        maatregelen genoemd, zoals die bij het handhaven van de
                                        voorschriften uit de Drank- en Horecawet, </al>
              <al>kunnen worden toegepast.</al>
              <al/>
              <al>1.last onder dwangsom</al>
              <al>Een dwangsom (artikel 5:31d ev. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht) wordt gebruikt tegen overtredingen die niet
                                        tot acuut gevaar leiden. De gevolgen van die overtredingen
                                        leiden niet tot onherstelbare schade. Uitgangspunt is dat de
                                        dwangsom in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte
                                        van de overtreding en de beoogde werking van de dwangsom; </al>
              <al/>
              <al>2.last onder bestuursdwang</al>
              <al>De last onder bestuursdwang is een instrument waarmee door
                                        het feitelijk ingrijpen de overtreding wordt beëindigd (in
                                        principe op kosten van de overtreder). Hieronder valt ook
                                        het sluiten en verzegelen van gebouwen en terreinen.
                                        Spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast als er sprake is
                                        van een acuut dreigende situatie.</al>
              <al/>
              <al>3.bestuurlijke boete</al>
              <al>De Drank- en Horecawet bevat al sinds jaar en dag regels
                                        gericht op verantwoorde distributie van alcoholhoudende
                                        dranken. Zowel in het belang van preventie van
                                        alcoholproblematiek en van sociale hygiëne als in het belang
                                        van openbare orde en veiligheid. Maatschappelijke
                                        ontwikkelingen dwingt de overheid tot een effectievere
                                        handhaving van de regels van de Drank- en Horecawet. Daartoe
                                        is het instrument van de bestuurlijke boete geïntroduceerd.
                                        De belangrijkste overwegingen om gebruik te maken van het
                                        instrument bestuurlijke boete zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij overtredingen van de Drank- en Horecawet, die
                                                geen direct gevaar opleveren voor de gezondheid en
                                                de veiligheid, vormt de bestuurlijke boete een
                                                aanvullend punitief sanctiemiddel; deze sanctie kan
                                                snel en slagvaardig worden toegepast in de
                                                bestuursrechtelijke handhavingpraktijk;</al></li>
                <li nr="b."><al>het strafrecht is soms een te zwaar middel voor de
                                                begane overtredingen;</al></li>
                <li nr="c."><al>de overtreder wordt direct geconfronteerd met de
                                                voor hem onaangename gevolgen van de overtreding;
                                                dit draagt bij aan de bewustwording van
                                                normovertredend gedrag;</al></li>
                <li nr="d."><al>de strafrechtelijke handhavingpraktijk laat zien dat
                                                er veel tijd verstrijkt tussen het moment van
                                                constatering van de overtreding en het moment van de
                                                afdoening door een vonnis van de economische
                                                politierechter; van lik-op-stuk beleid komt zo
                                                weinig terecht.</al></li>
              </lijst>
              <al>In beginsel wordt steeds gehandhaafd door het opleggen van
                                        bestuurlijke boetes.In uitzonderlijke gevallen wordt
                                        gehandhaafd door toepassing van de Wet op de economische
                                        delicten (WED). Wanneer de overtreding een direct gevaar
                                        voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg
                                        heeft zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen
                                        aan het Openbaar Ministerie om via de WED af te doen. Dit is
                                        ook het geval wanneer het door de wetsovertreder genoten
                                        economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boete. Om
                                        die reden voorziet de WED in een breder arsenaal aan
                                        sancties, zoals hogere maxima voor boetes en de mogelijkheid
                                        tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</al>
              <al/>
              <al>4.(tijdelijke) sluiting van de inrichtingingevolge
                                        de APV, de Drank- en Horecawet en artikel 174
                                        Gemeentewet.</al>
              <al>Tot een (tijdelijke) sluiting kan worden overgegaan bij
                                        verstoring van de openbare orde, aantasting woon- en
                                        leefklimaat en dergelijke.</al>
              <al/>
              <al>5.ontzeggen van de toegang tot een ruimte</al>
              <al>De bevoegdheid bestaat er om personen de toegang tot ruimtes
                                        te ontzeggen waar in strijd met de Drank- en Horecawet
                                        alcoholhoudende drank wordt verstrekt.</al>
              <al/>
              <al>6.intrekking van de Drank- en Horecawetvergunning</al>
              <al>Bij overtreding van de voorschriften die aan een vergunning
                                        zijn verbonden kan de vergunning worden ingetrokken. In
                                        artikel 31 van de Drank- en Horecawet worden de
                                        intrekkingsgronden opgesomd. In het eerste lid staan de
                                        imperatieve (verplichte) intrekkingsgronden vermeld. Doet
                                        zich één van de intrekkingsgronden voor zoals genoemd in het
                                        eerste lid, dan moet de vergunning worden ingetrokken. Doen
                                        zich intrekkingsgronden voor zoals genoemd in het tweede
                                        lid, dan kan de vergunning worden ingetrokken. </al>
              <al/>
              <al>7.beperken sluitingstijd of tijdelijke sluiting</al>
              <al>Ingevolge artikel 2:30 van de Algemene Plaatselijke
                                        Verordening kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor één of meer horecabedrijven
                                        tijdelijk andere geldende sluitingstijden worden vastgesteld
                                        of tijdelijk sluiting worden bevolen.</al>
              <al/>
              <al>8.schorsen van de Drank- en Horecavergunning</al>
              <al>De drank- en horecavergunning kan tijdelijk worden
                                        geschorst. Het is weliswaar mogelijk op diverse gronden de
                                        vergunning van een ondernemer in te trekken, maar de
                                        ervaring heeft geleerd dat dit in concrete situaties een te
                                        drastisch middel werd gevonden, waardoor het niet vaak werd
                                        gebruikt. Daarom is het in de nieuwe wet mogelijk om de
                                        verleende vergunning voor een bepaalde periode te schorsen.
                                        Deze mogelijkheid geldt alleen wanneer de intrekking van de
                                        vergunning facultatief is. De schorsing van een drank- en
                                        horecavergunning mag te hoogste twaalf weken duren. Tijdens
                                        de schorsing verleent de burgemeester de vergunninghouder
                                        geen nieuwe vergunning op grond van artikel 3 van de Drank-
                                        en Horecawet. </al>
              <al/>
              <al>9.tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop in de
                                        detailhandel (three strikes out) (artikel 19a Drank- en
                                        Horecawet).</al>
              <al>Three strikes out is een nieuwe sanctiemogelijkheid in de
                                        Drank- en Horecawet. Deze sanctie houdt in dat de verkoop
                                        van alcohol in een supermarkt kan worden verboden wanneer
                                        deze supermarkt voor de derde maal in één jaar een
                                        overtreding van artikel 20, eerste lid van de Drank- en
                                        Horecawet begaat (het niet vaststellen van de leeftijd bij
                                        de verkoop van alcoholhoudende drank). </al>
              <al>Het recht om alcohol te verkopen kan voor minimaal één week
                                        tot maximaal 12 weken worden ontnomen. Deze sanctie kan door
                                        middel van bestuursdwang geëfectueerd worden. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label> 5.2 Horecastappenplan </label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Onderdeel van de sanctiestrategie is het horecastappenplan.
                                        Door middel van dit stappenplan wordt, na de bekendmaking
                                        hiervan, op een eenduidige wijze gehandhaafd ten aanzien van
                                        de Drank- en Horecawetvergunningen. Om dit stappenplan goed
                                        te communiceren worden alle horecavergunninghouders en
                                        slijtersbedrijven in kennis gesteld van dit stappenplan. Bij
                                        wijzigingen van het stappenplan wordt deze wijziging direct
                                        aan de horecavergunninghouders en slijtersbedrijven
                                        meegedeeld. Daarmee zijn horecavergunninghouders en
                                        slijtersbedrijven op de hoogte van de gevolgen bij
                                        overtreding van de regels. Als de horecavergunninghouders en
                                        slijtersbedrijven een overtreding begaan, kan het dus geen
                                        verrassing meer zijn wat de opgelegde sanctie is.</al>
              <al/>
              <al>Er is een aantal uitzonderingen/toelichtingen op het
                                        horecastappenplan:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>indien de individuele situatie daarom vraagt, kan de
                                                burgemeester te allen tijde gemotiveerd afwijken van
                                                dit stappenplan;</al></li>
                <li nr="2."><al>als een vergunninghouder zijn onderneming
                                                tussentijds overdraagt aan een ander, nadat er al
                                                een stap uit het stappenplan is toegepast, begint de
                                                nieuwe ondernemer met een ‘schone lei’. Deze regel
                                                is echter niet van toepassing als de
                                                ondernemingsvorm wijzigt en één van de ondernemers
                                                nog steeds betrokken is bij de zaak;</al></li>
                <li nr="3."><al>alle horecavergunninghouders starten met een ‘schone
                                                lei’.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.2.1 Sanctiestrategie </label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De strategie deelt overtredingen grofweg op in 3
                                            categorieën, met elk hun eigen aanpak. De categorieën
                                            zijn, van zwaar naar licht: </al>
              <al/>
              <al>Categorie 0 (spoedeisend): bij categorie 0-overtredingen
                                            gaat het om urgente, ernstige zaken die direct dienen te
                                            worden beëindigd. Er is sprake van acuut gevaar voor
                                            natuur en milieu en/of de volksgezondheid is in gevaar
                                            en/of de openbare orde en veiligheid is in het geding.
                                            Er is snelheid vereist om tot beëindiging van de
                                            overtreding te komen;</al>
              <al/>
              <al>Categorie 1: categorie 1-overtredingen zijn ernstige
                                            overtredingen maar er is geen sprake van een acute
                                            (gevaar)situatie. Een overtreding kan ook als categorie
                                            1 worden aangemerkt als er verzwarende omstandigheden
                                            met betrekking tot de overtreder aan de orde zijn;</al>
              <al/>
              <al>Categorie 2:categorie 2-overtredingen zijn de
                                            overige overtredingen. Deze overtredingen zijn van
                                            minder belangrijke aard, bijvoorbeeld administratieve
                                            vereisten, signaleringen en gedragingen. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.2.2 Sanctietabel Drank- en Horecawet</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Dit beleid is uitgewerkt in bijlage 1. Voor zover
                                            noodzakelijk geacht is hieronder het ‘recidive’ uit de
                                            sanctietabel verder uitgewerkt.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.2.3 Recidive </label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Wanneer een alcoholverstrekker of alcoholgebruiker een
                                            overtreding begaat en daarvoor een sanctiebeschikking
                                            krijgt, wordt dezelfde overtreding van de dezelfde
                                            overtreder binnen twee jaar na de eerste
                                            sanctiebeschikking beschouwd als recidive. Voor zover de
                                            periode van twee jaar verstrijkt zonder overtreding door
                                            de alcoholverstrekker (exploitant) of alcoholgebruiker,
                                            vervalt deze termijn en wordt bij een nadien gepleegde
                                            overtreding in beginsel weer gestart met de eerste stap
                                            in de sanctiestrategie in de oorspronkelijke
                                            sanctiecategorie. Als de aanbevolen sanctie niet
                                            effectief blijkt te zijn, ligt het voor de hand te
                                            kiezen voor een ander (effectief) sanctiemiddel. </al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.3 Strafrechtelijke sanctiemiddelen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Behoudens de hierboven genoemde bestuurlijke boete, kan de
                                        burgemeester geen strafsancties toepassen. Over de
                                        strafvervolging wordt beslist door het Openbaar Ministerie.
                                        De eventuele strafoplegging gebeurt door de strafrechter.
                                        Voor een groot aantal bijzondere wetten zijn de sancties van
                                        de WED van toepassing. De straffen en maatregelen die in het
                                        kader van de WED kunnen worden opgelegd, zijn in hoofdzaak
                                        geldboete, gevangenisstraf en hechtenis. </al>
              <al>In voorkomende gevallen kan naast een bestuursrechtelijke
                                        maatregel, het strafrechtelijke traject worden gevolgd (=
                                        flankerend beleid)</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>5.4 Gedoogstrategie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het kan in incidentele gevallen voorkomen dat naleving van
                                        de regels onredelijk en juist onwenselijk is. Wanneer er
                                        concreet zicht bestaat op legalisatie kan onder strikte
                                        voorwaarden een gedoogbeschikking worden afgegeven en wordt
                                        op die manier van handhaving afgezien. Uiteraard zien we er
                                        op toe, dat de eventuele voorwaarden, die aan de
                                        gedoogbeschikking zijn verbonden, worden nageleefd.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>6. sanctie- en gedoogstrategie overig</label>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.1 Algemeen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Om er voor te zorgen dat overtredingen ongedaan worden
                                        gemaakt is het nodig/kan het nodig zijn om gebruik te maken
                                        van de handhavende bevoegdheden. In eerste instantie gebeurt
                                        dat preventief door overtredingen te signaleren; de
                                        overtreder wordt gevraagd de overtredingen binnen een
                                        begunstigingstermijn ongedaan te maken. Het gaat daarbij
                                        voornamelijk om de bestuursrechtelijke bevoegdheden en
                                        daarnaast bestaat het instrument van de strafrechtelijke
                                        maatregel.</al>
              <al>De bestuursrechtelijke maatregel richt zich vooral op het
                                        herstel van een situatie, dus op het wegnemen van de
                                        illegaliteit, de overlast, het gevaar. De strafrechtelijke
                                        maatregel houdt in dat wordt gestraft, veelal door het
                                        opleggen van een boete.</al>
              <al>Naast de handhavende maatregel kennen we ook het instrument
                                        ‘gedogen’, waarbij een overtreding tijdelijk wordt
                                        geaccepteerd.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2 Sanctiestrategie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2.1 Bestuursrechtelijke maatregel</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Er zijn drie vormen van bestuursrechtelijke maatregelen:
                                            een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en
                                            het intrekken van een vergunning. De gemeente heeft de
                                            vrijheid om een keuze te maken in één van deze twee
                                            mogelijkheden. Vaak verdient het de voorkeur een
                                            dwangsom op te leggen, omdat dit een maatregel is die
                                            voor de gemeente weinig risico met zich brengt. </al>
              <al>Als direct ingrijpen nodig is (bijv. ingeval van direct
                                            gevaar of ernstige overlast) of wanneer van het opleggen
                                            van een dwangsom geen/weinig effect wordt verwacht, zal
                                            gekozen worden voor het toepassen van
                                            bestuursdwang.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2.2 Handhavingstraject voor bestuursrechtelijk optreden</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het handhavingtraject kent drie stappen. Wanneer een
                                            stap van dat traject geen resultaat oplevert volgt de
                                            volgende stap. Het handhavingstraject ziet er als volgt
                                            uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>de ambtelijke waarschuwing: een brief, waarin de
                                                  geconstateerde overtreding wordt aangegeven en
                                                  waarbij een begunstigingstermijn geldt;</al></li>
                <li nr="2."><al>voornemen tot opleggen van een
                                                  sanctiemaatregel;</al></li>
                <li nr="3."><al>de handhavingsbeschikking: aan de gestelde
                                                  termijn in de ambtelijke waarschuwing is niet
                                                  voldaan en daarmede volgt een voornemen tot het
                                                  toepassen van bestuursdwang of het opleggen van
                                                  een dwangsom (hierbij wordt overeenkomstig de
                                                  Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid gegeven
                                                  een zienswijze in te dienen); wanneer de
                                                  overtreding niet binnen de (nieuwe)
                                                  begunstigingstermijn is verholpen volgt de
                                                  beschikking tot het toepassen van de bestuursdwang
                                                  of het opleggen van de dwangsom (in deze
                                                  beschikking wordt veelal nog een termijn gegeven
                                                  waarbinnen de overtreding ongedaan kan worden
                                                  gemaakt).</al></li>
              </lijst>
              <al>Als overigens sprake is van direct gevaar, ernstige
                                            overlast, ernstige bedreiging van de gezondheid wordt de
                                            beschikking tot het opleggen van een last onder
                                            bestuursdwang direct toegepast (zonder zienswijze).</al>
              <al>Daarnaast kunnen er redenen zijn om van het
                                            handhavingstraject af te wijken. Voorbeelden van
                                            situaties om af te wijken zijn: de handelwijze van een
                                            overtreder duidt op een calculerende en malafide
                                            instelling, er bestaat een aanmerkelijke kans dat
                                            overtreding op grote schaal zullen plaatsvinden. In dat
                                            geval kan ervoor gekozen worden om direct over te gaan
                                            tot stap 2, de handhavingsbeschikking.</al>
              <al>Over de mandatering van de handhavende bevoegdheden
                                            zullen de gemeenten individueel een besluit nemen.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2.3 criteria voor het stellen van termijnen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In tabel 7.2.3.1 worden criteria gegeven voor de te
                                            hanteren termijnen bij het nemen van de
                                            bestuursrechtelijke maatregelen</al>
              <al/>
              <al>Tabel 7.2.3.1</al>
              <table>
                <tgroup cols="3">
                  <colspec colname="col1" colwidth="33*"/>
                  <colspec colname="col2" colwidth="33*"/>
                  <colspec colname="col3" colwidth="33*"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>Situatie</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>Criterium</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>Termijn</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>1.onmiddellijke aktie</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>Er is sprake van ernstig gevaar, ernstige
                                                  overlast of ernstige bedreiging van de
                                                  gezondheid</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>De overtreding moet direct worden
                                                  beëindigd</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>2.op korte termijn</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>Hieronder vallen alle situaties, die niet
                                                  onder 1 of 3 vallen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>Er geldt een termijn van een week tot een
                                                  maand</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry colname="col1">
                        <al>3.op langere termijn</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col2">
                        <al>Omdat de overtreding al lang voortduurt (van
                                                  maanden tot jaren) is het niet redelijk een korte
                                                  termijn te stellen.</al>
                        <al>Verder kunnen er redenen zijn van technische,
                                                  organisatorische, economische aard zijn, die het
                                                  niet mogelijk maken een korte termijn te
                                                  stellen</al>
                      </entry>
                      <entry colname="col3">
                        <al>Tot drie maanden of langer (afhankelijk van de
                                                  situatie)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2.4 strafrechtelijk optreden</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Voor het toezicht in de openbare ruimte maken we gebruik
                                            van de strafrechtelijke maatregelen (veelal de
                                            bestuurlijke strafbeschikking).</al>
              <al>Daarnaast wordt -veelal bij ernstige overtredingen van
                                            de milieuwetgeving, de asbestregelgeving- zgn.
                                            flankerend beleid toegepast. Dit houdt in dat de politie
                                            en/of de Arbeidsinspectie proces-verbaal opmaken van de
                                            overtreding. </al>
              <al/>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2.5 handhaving van de eigen bedrijfsvoering en overige overheidsinstanties </label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Voorop staat dat de gemeente zich in de rol van bouwer,
                                            exploitant etc. houdt aan de wet- en regelgeving en
                                            zelfs daarin een voorbeeldfunctie vervult en dat van
                                            handhaving van de eigen gemeente geen sprake hoeft te
                                            zijn. In de praktijk kunnen zich toch situaties voordoen
                                            waarbij de gemeente regels niet in acht heeft
                                            genomen.</al>
              <al>Het is van belang vast te leggen op welke wijze wordt
                                            gehandeld als de handhaver een overtreding van een
                                            voorschrift constateert bij de eigen gemeente.</al>
              <al>De volgende procedure geldt bij handhavend optreden
                                            tegen de eigen gemeente:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>als de handhaver een overtreding constateert dan
                                                  wordt de (ambtelijke) waarschuwing medegedeeld aan
                                                  de verantwoordelijk leidinggevende; tevoren wordt
                                                  de inhoudelijk verantwoordelijk medewerker
                                                  hierover ingelicht;</al></li>
                <li nr="2."><al>wanneer na de ambtelijke waarschuwing de
                                                  overtreding niet is beëindigd wordt de overtreding
                                                  gemeld aan de algemeen directeur van de gemeente;
                                                  de algemeen directeur bepaalt wat er moet gebeuren
                                                  of vraagt een uitspraak van het College van
                                                  Burgemeester en Wethouders.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>Ook is het van belang vast te leggen welke procedure
                                            wordt gevolgd wanneer een toezichthouder bij een andere
                                            overheidsinstantie een overtreding constateert.</al>
              <al/>
              <al>Die overheidsinstanties zullen wij op een wijze
                                            benaderen, die vergelijkbaar is bij overtredingen van
                                            bedrijven en burgers. Dat houdt dus in, dat de
                                            ambtelijke waarschuwing (1<sup>e</sup> stap) wordt
                                            gestuurd naar de rechtspersoon (bijv. de provincie, het
                                            waterschap, Rijkswaterstaat) en daar waar mogelijk zal
                                            worden gericht aan de verantwoordelijk
                                            leidinggevende.</al>
              <al>De handhavingsbeschikking (2<sup>e</sup> stap) wordt
                                            daarna ook gericht aan de rechtspersoon. Er wordt dus
                                            niet voor gekozen de brief te richten aan het
                                            bestuursorgaan van het overheidslichaam. Het is de
                                            verantwoordelijkheid van de (overtredende) organisatie
                                            de overtreding ongedaan te maken en daarover
                                            verantwoording af te leggen aan hun bestuursorgaan.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.3 Gedoogstrategie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het kan in incidentele gevallen voorkomen dat naleving van
                                        de regels onredelijk en juist onwenselijk is. Wanneer er
                                        concreet zicht bestaat op legalisatie kan onder strikte
                                        voorwaarden een gedoogbeschikking worden afgegeven en wordt
                                        op die manier van handhaving afgezien. Uiteraard zien we er
                                        op toe, dat de eventuele voorwaarden, die aan de
                                        gedoogbeschikking zijn verbonden, worden nageleefd.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>7. Communicatie</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Zoals eerder in het plan is aangegeven bestaat handhaven niet
                                    alleen uit repressieve maatregelen, maar horen daar juist ook
                                    preventieve instrumenten bij. Het instrument van het geven van
                                    voorlichting (over de wet- en regelgeving zullen we meer
                                    toepassen. Dat doen we door middel van de beschikbare
                                    communicatiemiddelen.</al>
            <al/>
            <al>Verder zullen we aan onze burgers en de in onze gemeenten
                                    gevestigde bedrijven laten weten wat de inhoud van ons
                                    handhavingsbeleid is. In die communicatie geven we aan, dat de
                                    burgers en de bedrijven juist een eigen verantwoordelijkheid
                                    hebben om de wet- en regelgeving na te leven. </al>
            <al/>
            <al>Wanneer iedereen zijn/haar verantwoordelijkheid neemt, draagt
                                    dat nadrukkelijk bij aan onze leef- en woonomgeving (veilig,
                                    gezondheid, zonder overlast).</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Bijlage 1: sanctietabel Drank- en Horecawet</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i65f73f06-bd05-4551-aee7-ab92375d49f4" naam="i229297i65f73f06-bd05-4551-aee7-ab92375d49f4.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i3e8b06c2-af00-45bd-8ab0-8a801a21d889" naam="i229298i3e8b06c2-af00-45bd-8ab0-8a801a21d889.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i4081bde0-0fab-4cf7-bfa7-b3eaf8184835" naam="i229299i4081bde0-0fab-4cf7-bfa7-b3eaf8184835.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i0a7d0c4c-1ebd-42ec-9724-375c461a03a8" naam="i229300i0a7d0c4c-1ebd-42ec-9724-375c461a03a8.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i1e98d454-8653-4fab-906e-9903cd9be370" naam="i229301i1e98d454-8653-4fab-906e-9903cd9be370.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Bijlage 2. Tafel van Elf</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i1ec6a7c5-2513-4ad0-932e-4abee9cad644" naam="i229302i1ec6a7c5-2513-4ad0-932e-4abee9cad644.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Bijlage 3 toezichtsprotocol</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <table>
              <tgroup cols="4">
                <colspec colname="col1" colwidth="3*"/>
                <colspec colname="col2" colwidth="18*"/>
                <colspec colname="col3" colwidth="34*"/>
                <colspec colname="col4" colwidth="45*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>
                        <vet>Inspectiediepgang</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>
                        <vet>Omschrijving</vet>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>
                        <vet>Voorbeelden</vet>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>4</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Integraal</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Beoordeling van alle onderdelen op
                                                  detailniveau. Op het oog en met de benodigde
                                                  hulpmiddelen worden controles tot op detailniveau
                                                  uitgevoerd. Alle projectspecifieke tekeningen en
                                                  detailtekeningen worden geraadpleegd.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Ieder constructieonderdeel wordt gedetailleerd
                                                  gecontroleerd op de aangebrachte wapening met
                                                  behulp van gedetailleerde
                                                  wapeningstekeningen.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>3</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Representatief</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende
                                                  details, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen
                                                  worden elementaire controles uitgevoerd. Daarnaast
                                                  worden enkele kritische detailleringen in detail
                                                  beoordeeld. Er worden algemene projectspecifieke
                                                  tekeningen geraadpleegd en detailtekeningen van
                                                  kritische detailleringen.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Naast een controle op niveau 2 wordt een
                                                  detailcontrole uitgevoerd op enkele kritische
                                                  constructiedelen. Zo kan allen de wapening in de
                                                  hoekkolom worden gecontroleerd. Hierbij wordt de
                                                  wapeningstekening van de hoekkolom nagelopen op
                                                  een correcte uitvoering met zo nodig gebruik van
                                                  een meetlat.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>2</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Beperkt</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Beoordeling op hoofdlijnen, op het oog en met
                                                  eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire
                                                  controles uitgevoerd. Er worden alleen algemene
                                                  projectspecifieke tekeningen geraadpleegd. Bij
                                                  twijfel vindt raadpleging van detailtekeningen
                                                  plaats.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Op algemeen constructief inzicht wordt de
                                                  aangebrachte wapening gecontroleerd aan de hand
                                                  van vragen als “is het juiste basisnet
                                                  toegepast?”, “roept de verankeringslengte van de
                                                  wapening gerelateerd aan de staafdiameter vragen
                                                  op?”, “zit er vuil in de kist?”. </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>1</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Marginaal</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Visuele controle, een vluchtige beoordeling op
                                                  het oog op basis van kennis en ervaring zonder
                                                  projectspecifieke tekeningen of details te
                                                  raadplegen en of hulpmiddelen (bijvoorbeeld
                                                  meetlat) te gebruiken.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al>Er wordt alleen gekeken of er wapening in de
                                                  gestelde kist zit.</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>S</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Geen</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>Er vindt geen inspectieplaats</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col4">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>Een 100% controle op alle regelgeving is niet mogelijk. Het is
                                    ook niet mogelijk om als handhaver op ieder aandachtsmoment op
                                    iedere bouwplaats aanwezig te zijn. Onderscheid is gemaakt in
                                    inspectiediepgang tussen de aspecten veiligheid uit het
                                    Bouwbesluit (constructie, brandveiligheid) en de overige
                                    aspecten uit het Bouwbesluit zoals gezondheid (ventilatie),
                                    geluid en bruikbaarheid (afmetingen ruimten).</al>
            <al/>
            <al>Een bouwwerk wordt in een aantal fasen gerealiseerd. Aandacht
                                    voor bepaalde thema’s uit wet- en regelgeving kunnen alleen in
                                    bepaalde fasen worden geïnspecteerd. In het beleid wordt dan ook
                                    rekening gehouden met de fasen. De volgende bouwfasen worden
                                    onderscheiden:</al>
            <al/>
            <al>Fase 1. Aanloop</al>
            <al>Fase 2. Onderbouw</al>
            <al>Fase 3. Bovenbouw</al>
            <al>Fase 4. Gevel/ dak</al>
            <al>Fase 5. Afbouw</al>
            <al>Fase 6. Oplevering</al>
            <al/>
            <al>Toelichting: </al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>Per type bouwwerk is het gemiddelde aantal inspecties
                                            per bouwfase af te lezen. Zo kent een nieuw- en verbouw
                                            van een woongebouw gemiddeld 22 inspecties. Bij zeer
                                            grote, complexe bouwprojecten zal het aantal inspecties
                                            meer zijn, en bij een kleine verbouwing natuurlijk een
                                            stuk lager.</al></li>
              <li nr="·"><al>Bij bepaalde type bouwwerken is in het inspectieprotocol
                                            vooroverleg start bouw opgenomen. Dit vooroverleg is ook
                                            als een inspectie beschouwd.</al></li>
            </lijst>
            <al>Ook het onderdeel ‘slopen’ is in de matrix opgenomen. Extra
                                    aandacht is hierbij besteed aan het onderwerp ‘asbest’.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Bijlage 4. Categorie bepalen milieurelevantie van inrichtingen</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al/>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="idbf6e259-73fa-412c-a954-d55bc4a1d2bb" naam="i229303idbf6e259-73fa-412c-a954-d55bc4a1d2bb.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Bijlage 5. Verklarende woordenlijst</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>APV: Algemene Plaatselijke Verordening</al>
            <al>BEVI: Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen</al>
            <al>Bor: Besluit omgevingsrecht</al>
            <al>BRZO: Besluit Risico’s Zware Ongevallen</al>
            <al>GPBV: Geïntegreerde Preventie en Bestrijding Vervuilende
                                    installaties</al>
            <al>IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control </al>
            <al>LHO: Lokaal Handhavingsoverleg</al>
            <al>LNB: Landelijk Netwerk Brandpreventie</al>
            <al>Mor: Ministeriële regeling omgevingsrecht</al>
            <al>NVBR: Nederlandse Vereniging voor brandweerzorg en
                                    Rampenbestrijding</al>
            <al>PREVAP: Preventieactiviteitenplan</al>
            <al>NIFV: Nederlands Instituut Fysiek Veiligheid</al>
            <al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>