<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304516_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 02-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>834856</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling maatschappelijke ondersteuning 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Gouda;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 27-08-2013 nr 834842 inzake
                        Verordening maatschappelijk ondersteuning;</al><al>gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de: </al><al><cursief>Verordening maatschappelijke ondersteuning</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>-</lidnr><al>algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door
                                anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet aanzienlijk
                                duurder is dan vergelijkbare producten;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar
                                niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als
                                bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, maar die anderzijds
                                door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige
                                wijze te verkrijgen of te gebruiken is zonder een ingewikkelde
                                aanvraagprocedure;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt
                                gebruikt;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>eigen aandeel: een door het college op te leggen en vast te stellen
                                bijdrage, die door de aanvrager wordt betaald bij een financiële
                                tegemoetkoming en waarop de regels van het landelijk Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>eigen bijdrage: een inkomensafhankelijke bijdrage die de gemeente
                                oplegt aan een persoon van 18 jaar of ouder aan wie maatschappelijke
                                ondersteuning is verleend voor zover die ondersteuning bestaat uit
                                het verlenen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden
                                budget en die voorziening of dat budget niet bestaat uit een aan hem
                                verleende financiële tegemoetkoming;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                                gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het
                                te bereiken resultaat;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het
                                huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen
                                aanvaardbaar wordt beschouwd; </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>individuele voorziening: een voorziening die wordt aangeboden door
                                het college voor zover een wettelijke voorliggende voorziening, een
                                algemene voorziening, een algemeen gebruikelijke voorziening of een
                                collectieve voorziening onvoldoende bijdraagt aan de doelstelling
                                van de wet; </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                                bereiken resultaat als alternatief voor een voorziening in
                                natura;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid
                                en een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk
                                verkeer. Deze kan veroorzaakt zijn door belemmeringen die iemand
                                ondervindt in zijn relatie met anderen, of met zijn sociale
                                omgeving;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>voorziening in natura: een voorziening in de vorm van goederen in
                                (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke
                                dienstverlening;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                                wettelijke bepaling anders dan ingevolge de Wet maatschappelijke
                                ondersteuning, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt
                                kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>1.Het college heeft voor het indienen van aanvragen en het verstrekken
                            van gegevens een formulier vastgesteld.</al><al>2.Ter voorbereiding van het besluit op de aanvraag vindt het
                            intakegesprek plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het intakegesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het intakegesprek komt aan de orde: gezamenlijke
                                    inventarisatie van de ondervonden beperkingen en de gevolgen
                                    daarvan, de te bereiken resultaten, de oplossingen via eigen
                                    mogelijkheden of het eigen netwerk dan wel via algemene,
                                    algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende
                                    en/of individuele voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Van het intakegesprek wordt een verslag gemaakt waarvan de
                                    aanvrager een afschrift ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover het intakegesprek leidt tot de gezamenlijke conclusie
                                    dat mogelijk aanspraak op één of meer individuele voorzieningen
                                    bestaat wordt een formulier zoals bedoeld in het eerste lid van
                                    artikel 2 verstrekt.</al><al/></li><li nr="4."><al>Voor zover het intakegesprek niet leidt tot de gezamenlijke
                                    conclusie datmogelijk aanspraak op één of meer individuele
                                    voorzieningen bestaat wordt op uitdrukkelijk verzoek van de
                                    aanvrager een formulier zoals bedoeld in het eerste lid van
                                    artikel 2 meegegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanspraak</titel></kop><al>Een aanvrager heeft aanspraak op een individuele voorziening voor
                            zover:</al><lijst><li nr="a."><al>een aantoonbare beperking, een psychisch probleem of een
                                    psychosociaal probleem waardoor de zelfredzaamheid en/of
                                    maatschappelijke participatie beperkt wordt, aanwezig is
                                    en;</al></li><li nr="b."><al>er een langdurige noodzaak is en;</al></li><li nr="c."><al>de te verstrekken voorziening de goedkoopst-compenserende
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling recht op een individuele voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beoordeling van een aanvraag voor individuele voorziening
                                    vindt als volgt plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>de volledige problematiek van aanvrager wordt in kaart
                                            gebracht, waarbij uitgangspunt is het vermogen van
                                            aanvrager zelf een oplossing voor de problematiek te
                                            vinden, met inbegrip van het beroep doen op zijn sociale
                                            netwerk van vrienden, familie en bekenden;</al></li><li nr="b."><al>bezien wordt in hoeverre een mogelijk te verstrekken
                                            individuele voorziening kan bijdragen aan de resultaten
                                            zoals die zijn genoemd in artikel 7 en nader zijn
                                            uitgewerkt in de artikelen 8 tot en met 15 van deze
                                            Verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De resultaten van de beoordeling in onderlinge samenhang bezien,
                                    bepalen de verstrekking van een individuele voorziening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Geen aanspraak op individuele voorziening</titel></kop><al>Geen aanspraak op een individuele voorziening bestaat voor zover sprake
                            is van:</al><lijst><li nr="a."><al>(wettelijk) voorliggende voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>algemene voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>algemeen gebruikelijke voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>collectieve voorzieningen; </al></li><li nr="e."><al>huisgenoten die in staat zijn om werkzaamheden over te
                                    nemen;</al></li><li nr="f."><al>een aanvraag die betrekking heeft op kosten die de aanvrager
                                    voorafgaande aan het moment van aanvragen heeft gemaakt en niet
                                    meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                    goedkoopst-compenserend aan te merken valt;</al></li><li nr="g."><al>aantoonbare meerkosten;</al></li><li nr="h."><al>op de compensatie betrekking hebbende kosten, welke naar het
                                    oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden;</al></li><li nr="i."><al>een beperking die al eerder op grond van deze verordening is
                                    gecompenseerd en waarvan het college van mening is dat de
                                    getroffen maatregelen nog steeds goedkoopst-compenserend en
                                    passend zijn. Dit is niet van toepassing als de eerder vergoede
                                    of verstrekte voorziening niet meer te gebruiken is als gevolg
                                    van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                    rekenen;</al></li><li nr="j."><al>een participatieprobleem met een duur korter dan zes
                                    maanden;</al></li><li nr="k."><al>een hoofdverblijf niet in Gouda.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4, eerste lid, van de wet te bereiken resultaten
                            zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="2."><al>het gebruik kunnen maken van een geschikt huis;</al></li><li nr="3."><al>het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="4."><al>het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding;</al></li><li nr="5."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="6."><al>het zich kunnen verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="7."><al>het zich lokaal kunnen verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="8."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met andere mensen en deel
                                    te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het in staat stellen te kunnen wonen in een
                                huis dat schoon en leefbaar is. Dit geldt ten aanzien van de
                                woonkamer, slaapkamer(s), keuken, badkamer en toilet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                huishoudelijke werk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de aanvrager een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in
                                staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader
                                van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het in staat stellen normaal gebruik te
                                kunnen maken van de woning waarover de aanvrager beschikt. Dit geldt
                                ten aanzien van de woonkamer, slaapkamer(s), keuken, badkamer,
                                toilet, berging, tuin of balkon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele voorziening kan worden getroffen ten aanzien van de
                                bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde onder 2. is niet van toepassing op het treffen van
                                voorzieningen aan hotels en pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                                tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur
                                en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor
                                wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of
                                voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige
                                meerkosten meegenomen kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de aanvrager kan verhuizen naar een beschikbare,
                                geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, zal
                                deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt
                                alleen plaats als de aanpassing van de woning het bedrag van een
                                verhuiskostenvergoeding te boven gaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een zodanige
                                woonvoorziening getroffen worden zodat de woonkamer kan worden
                                bereikt en het toilet kan worden gebruikt, als de aanvrager zijn
                                hoofdverblijf heeft in een instelling in het kader van de Algemene
                                Wet Bijzondere Ziektekosten of er sprake is van een vergelijkbare
                                situatie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als er sprake is van co-ouderschap kunnen in beide huizen
                                woonvoorzieningen worden aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het in staat stellen te beschikken over de
                                dagelijks primaire levensbehoeften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele voorziening kan worden getroffen ten aanzien van het
                                doen van boodschappen voor deze primaire levensbehoeften en het
                                aanreiken van maaltijden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het in staat stellen tot het aanwezig zijn
                                van schone, draagbare en doelmatige kleding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                het wassen, drogen, strijken en opruimen van de dagelijkse was.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het in staat stellen tot de dagelijkse,
                                gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige minderjarige
                                kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan een individuele voorziening worden getroffen ter overbrugging
                                van de periode die noodzakelijk is voor het nemen van een
                                definitieve maatregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het zesde te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen
                                in en om de woning bestaat uit het in staat stellen de woonkamer,
                                slaapkamer(s), toilet, badkamer, berging, tuin of balkon te bereiken
                                en daar te functioneren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit
                                een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het zevende te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het in staat stellen tot
                                het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van
                                familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten binnen de
                                directe woon- en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                het verplaatsen rondom de woning en het verplaatsen binnen de
                                directe woon- en leefomgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Medemensen ontmoeten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het achtste te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                                maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo
                                mogelijk in staat stellen tot het kunnen afleggen van gewenste
                                bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten binnen de
                                directe woon- en leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                het vervoer naar en van de gewenste bestemmingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verstrekkingswijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Mogelijke verstrekkingswijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De te treffen individuele voorzieningen kunnen, afhankelijk van de
                                voorziening, als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget
                                en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt voor de voorzieningen zoals bedoeld in het eerste
                                lid nadere regels vast met betrekking tot de hoogte van de te
                                verlenen individuele voorzieningen, de hoogte van en de wijze waarop
                                de eigen bijdrage wordt geïnd en de omvang van de eigen bijdrage en
                                het eigen aandeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verstrekking in natura; inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze aanvrager wordt gecompenseerd;</al></li><li nr="b."><al>wat de te bereiken resultaten zijn;</al></li><li nr="c."><al>wat de eigen mogelijkheden en de voorhanden zijnde aanwezige
                                        en bruikbare (wettelijke)</al><al> voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                                        voorzieningen zijn;</al></li><li nr="d."><al>wat de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="e."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="f."><al>op welke wijze de voorziening verstrekt wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                verstrekking is geregeld wordt dit in de beschikking vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit
                                in de beschikking vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vormen van voorziening in natura</titel></kop><al>Bij een voorziening in natura wordt onderscheid gemaakt in:</al><lijst><li nr="a."><al>verstrekking van hulp bij het huishouden door een door het
                                    college gecontracteerde aanbieder;</al></li><li nr="b."><al>verstrekking van een andere voorziening in natura. Deze
                                    verstrekking wordt gedaan door een door het college
                                    gecontracteerde leverancier. In geval van gemotoriseerde
                                    vervoersvoorzieningen is de wettelijk verplichte wettelijke
                                    aansprakelijkheidsverzekering inbegrepen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verplichtingen voorziening in natura</titel></kop><al>De aanvrager aan wie de individuele voorziening is verstrekt draagt zorg
                            voor adequate brand-, opstal- en inboedelverzekeringen. </al><al>De kosten van reparaties als gevolg van grove schuld of nalatigheid van
                            aanvrager (waaronder verlies door wateroverlast, brand, inbraak,
                            etcetera.) komen voor eigen rekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verstrekking als persoonsgebonden budget; inhoud
                                beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt onder meer in de beschikking
                                vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze aanvrager wordt gecompenseerd;</al></li><li nr="b."><al>wat de eigen mogelijkheden en de voorhanden zijnde aanwezige
                                        en bruikbare (wettelijke) </al><al> voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                                        voorzieningen zijn;</al></li><li nr="c."><al>voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget
                                        gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma
                                        van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden;
                                    </al></li><li nr="d."><al>wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze
                                        omvang tot stand is gekomen; </al></li><li nr="e."><al>wat de duur van de verstrekking is waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is;</al></li><li nr="f."><al>wat de regels zijn die gelden ten aanzien van verantwoording
                                        van het persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="g."><al>wie de budgethouder is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit
                                in de beschikking opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Afwijzingsgronden persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats voor
                            zover:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen uit het onderzoek het ernstige
                                    vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het
                                    omgaan met een persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="b."><al>uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager al eerder een
                                    persoonsgebonden werd toegekend en de aanvrager zich toen niet
                                    gehouden heeft aan de opgelegde verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>van de aanvrager bekend is dat er schulden en/of schuldeisers
                                    zijn;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van bezwaren van overwegende aard op grond van
                                    individuele omstandigheden;</al></li><li nr="e."><al>er anderszins aanleiding is te kiezen voor een andere vorm van
                                    verstrekking dan een persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="f."><al> er sprake is van een collectieve voorziening die gezien aard en
                                    functie aangemerkt kan worden als adequate voorziening.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verplichtingen persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Bij toekenning van het persoonsgebonden budget gelden in ieder geval de
                            volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt uitsluitend gebruikt voor de
                                    voorziening die noodzakelijk is voor de realisering van het te
                                    bereiken resultaat;</al></li><li nr="b."><al>bij de bepaling van de hoogte van persoonsgebonden budget geldt
                                    te allen tijde de goedkoopst-compenserende voorziening;</al></li><li nr="c."><al>het persoonsgebonden budget mag niet worden aangewend voor de
                                    betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die de aanvrager inkoopt met het persoonsgebonden
                                    budget dient adequaat, veilig en kwalitatief verantwoord te
                                    zijn;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager dient een particuliere
                                    aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor schade die door
                                    het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager wordt budgethouder en krijgt hiermee
                                    administratieve lasten. Deze administratieve lasten verschillen
                                    per maatregel;</al></li><li nr="g."><al>bij verstrekking van een persoonsgebonden budget voor hulp bij
                                    het huishouden moeten de documenten, waaronder het zorgcontract,
                                    declaratieformulier, het betalingsbewijs, bankafschriften en bij
                                    contante betaling kwitanties, vijf jaar bewaard worden. De
                                    aanvrager stelt deze jaarlijks ter beschikking aan het
                                    college;</al></li><li nr="h."><al>bij verstrekking van een persoonsgebonden budget voor overige
                                    voorzieningen moeten de documenten, waaronder de rekening, het
                                    betalingsbewijs en bankafschriften en bij contante betaling
                                    kwitanties, zeven jaar bewaard worden. De aanvrager stelt deze
                                    desgevraagd ter beschikking aan het college; </al></li><li nr="i."><al>de aanvrager dient bij een persoonsgebonden budget voor
                                    diensten, zoals hulp bij het huishouden, een urenadministratie
                                    bij te houden waaruit blijkt welke hulpverlener heeft gewerkt,
                                    op welke data en welke uren; </al></li><li nr="j."><al>de aanvrager dient een overeenkomst af te sluiten met de
                                    hulpverlener en/of leverancier;</al></li><li nr="k."><al>de uitbetaling van het persoonsgebonden budget vindt in beginsel
                                    in termijnen plaats. De aanvrager krijgt één keer in de vier
                                    weken uitbetaald.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verstrekking als financiële tegemoetkoming; inhoud
                                beschikking</titel></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                            tegemoetkoming wordt onder meer in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze aanvrager wordt gecompenseerd;</al></li><li nr="b."><al>voor welke te bereiken resultaten de financiële tegemoetkoming
                                    bestemd is;</al></li><li nr="c."><al>welke eigen mogelijkheden en de voorhanden zijnde aanwezige en
                                    bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                                    collectieve voorzieningen er zijn;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="e."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                    geregeld;</al></li><li nr="f."><al>wat de hoogte is van de financiële tegemoetkoming.</al></li><li nr="2."><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in
                                    de beschikking opgenomen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verplichtingen financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij de verlening van een financiële tegemoetkoming worden de aanvrager
                            de volgende verplichtingen opgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager dient de financiële tegemoetkoming uitsluitend te
                                    gebruiken voor betaling van de voorziening die in de beschikking
                                    is genoemd en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten; </al></li><li nr="b."><al>de aanvrager zorgt voor een goede en controleerbare vastlegging
                                    van ontvangsten, uitgaven en verplichtingen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overige bepalingen financiële tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De betaling aan aanvrager vindt plaats na ontvangst van de
                                    factuur.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ook een vastgesteld bedrag, een forfaitaire
                                    vergoeding, beschikbaar stellen, dat aangewend kan worden voor
                                    een individuele voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Bij financiële tegemoetkoming is sprake van een gemaximeerde
                                    vergoeding omdat het een vergoeding betreft die een aanvrager
                                    maximaal kan krijgen voor een geïndiceerde voorziening.</al></li><li nr="4."><al>Als de aangevraagde woonvoorzieningen betrekking hebben op een
                                    hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw,
                                    dan worden die meerkosten niet vergoed.</al></li><li nr="5."><al>Het college heeft de plicht om bij toegekende bouwkundige
                                    woonvoorzieningen aan de eigenaar van de woning een financiële
                                    tegemoetkoming te geven.</al></li><li nr="6."><al>Bij de verstrekking van taxi- of rolstoeltaxivergoeding wordt
                                    het taxitegoed niet aan aanvrager betaald.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of
                                    eigen aandeel verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>Geen eigen bijdrage of eigen aandeel is verschuldigd bij:</al></li><li nr="a."><al>verstrekking van een rolstoel;</al></li><li nr="b."><al>collectief vervoer; </al></li><li nr="c."><al>voorzieningen voor jongeren tot 18 jaar.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de eigen bijdrage of eigen aandeel is afhankelijk
                                    van:</al></li><li nr="a."><al>de hoogte van het jaarinkomen (twee jaar voorafgaand aan het
                                    huidige jaar);</al></li><li nr="b."><al>de samenstelling van het huishouden;</al></li><li nr="c."><al>de leeftijd;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het hulpmiddel of voorziening en persoonsgebonden
                                    budget of financiële tegemoetkoming.</al></li><li nr="4."><al>Bij een periodiek toegekende voorziening (een voorziening
                                    waarvoor de gemeente maandelijks kosten maakt) is de aanvrager
                                    een eigen bijdrage verschuldigd gedurende de looptijd van de
                                    toegekende voorziening.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer een bouwkundige woonvoorziening in eigendom wordt
                                    verstrekt is men gedurende 39 perioden van 4 weken een eigen
                                    bijdrage verschuldigd. De eigen bijdrage is niet hoger dan de
                                    kosten van de woningaanpassingen.</al></li><li nr="6."><al>Bij toekenning van een woningaanpassing als gevolg van het
                                    leveren van een scootmobiel wordt bij inname van deze
                                    scootmobiel om medische redenen of tijdelijke voorwaardelijke
                                    toekenning ook de eigen bijdrage van de woningaanpassing
                                    beëindigd. Als de scootmobiel op eigen verzoek wordt ingenomen,
                                    blijft de eigen bijdrage voor de woningaanpassing gewoon
                                    doorlopen.</al></li><li nr="7."><al>De ingangsdatum van de eigen bijdrage is de begindatum van de
                                    eerstvolgende CAK-periode na aflevering of gereedmelding van de
                                    voorziening waarvoor de eigen bijdrage wordt gevraagd.</al></li><li nr="8."><al>De einddatum van de eigen bijdrage is de einddatum van de
                                    periode waarvoor de eigen bijdrage wordt gevraagd.</al></li><li nr="9."><al>Bij tussentijdse beëindiging moet de laatste datum van de
                                    CAK-periode voorafgaande aan de datum van inname of beëindiging
                                    ingevuld worden.</al></li><li nr="10."><al>Als iemand een woning voor een mindervalide vrijmaakt omdat
                                    echtgenoot/partner waarvoor de woning bestemd was is overleden,
                                    krijgt men een verhuiskostenvergoeding. Deze persoon hoeft
                                    hierover geen eigen bijdrage te betalen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>De aanvrager aan wie op grond van deze verordening een voorziening is
                            verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk schriftelijk/elektronisch
                            aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                            redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op
                            het recht op een voorziening.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Intrekking </titel></kop><lijst><li nr=""><al>Het college kan het recht op een voorziening, genomen op grond
                                    van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken voor
                                    zover:</al></li><li nr="a."><al>niet of niet langer voldaan is aan de voorwaarden in deze
                                    verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van door aanvrager verstrekte gegevens op het moment
                                    van besluitvorming een individuele voorziening verstrekt is en
                                    nadien gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat een
                                    andere beslissing zou zijn genomen als de juiste gegevens bekend
                                    waren geweest;</al></li><li nr="c."><al>blijkt dat gedurende een periode van meer dan zes maanden geen
                                    gebruik is gemaakt van de verstrekte voorziening;</al></li><li nr="d."><al>blijkt dat het persoonsgebonden budget of de financiële
                                    tegemoetkoming binnen zes maanden na uitbetaling niet of niet
                                    geheel voor de geïndiceerde voorziening en de daarmee
                                    samenhangende kosten is gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>naar oordeel van het college, met uitzondering van tegenbewijs,
                                    sprake is van onveilig en/of oneigenlijk gebruik of zodanig
                                    onverantwoord gedrag van de aanvrager dat voortzetting van de
                                    voorziening in redelijkheid niet verlangd kan worden.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verval van rechtswege van recht op toegekende individuele
                                voorziening</titel></kop><al>Het college stopt het recht op een voorziening, genomen op grond van
                            deze verordening, geheel als:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij het overlijden van de aanvrager eindigt het recht op het
                                    persoonsgebonden budget uiterlijk twee weken na de dag waarop de
                                    budgethouder overlijdt;</al></li><li nr="b."><al>Bij het overlijden van de aanvrager eindigt het recht op een
                                    financiële tegemoetkoming op de eerste dag van de maand volgend
                                    op de maand waarin de aanvrager is overleden.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover het recht op een voorziening is ingetrokken, kan op
                                    basis daarvan reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                    persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Dit kan tot vijf
                                    jaren nadat de beschikking tot intrekking onherroepelijk is
                                    geworden.</al></li><li nr="2."><al>De voorziening in natura kan van aanvrager teruggevorderd
                                    worden. Als de terugvordering een voorziening in natura betreft
                                    die vanwege de aard niet of niet meer feitelijk kan worden
                                    overgedragen aan het college, wordt er een geldbedrag gevorderd.
                                    De hoogte van het bedrag wordt bepaald op basis van de
                                    oorspronkelijke investerings- of aanschafwaarde, rekeninghoudend
                                    met de reguliere afschrijving ervan.</al></li><li nr="3."><al>Naast het terugvorderen van de voorziening in natura kan ook een
                                    bedrag in rekening gebracht worden voor de afschrijvingskosten,
                                    gebaseerd op de economische levensduur van de verstrekte
                                    voorziening. De omvang daarvan is gebaseerd op de duur van het
                                    onrechtmatig gebruik van de voorziening.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel> Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel> Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de geldende bedragen, in het
                            kader van deze verordening en de op deze verordening berustende nadere
                            regels, verhogen of verlagen overeenkomstig de prijsindex voor de
                            gezinsconsumptie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gouda 2010
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening worden beoordeeld op grond van de Verordening
                                    voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gouda 2010.</al></li><li nr="2."><al>De eigen bijdrage die voor 1 juli 2014 is vastgesteld op grond
                                    van artikel 26, vierde lid, blijft gelden tot 1 oktober
                                    2014.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 3 oktober 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 september 2013</al></slotformulering><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, verder te noemen de wet,
                    dient de gemeente individuele voorzieningen te verstrekken aan mensen met
                    beperkingen. De gemeenteraad stelt hiervoor een verordening vast. De huidige
                    Verordening maatschappelijk ondersteuning individuele voorzieningen Gouda 2010,
                    en het daarmee samenhangende beleid en instrumentarium, is verouderd. Deze
                    verordening komt nog voort uit de tijd van de Wet voorzieningen gehandicapten en
                    is opgebouwd op het principe rechten en plichten. </al><al>Dit betekent dat een aanvrager direct een voorziening kon aanvragen. Het
                    uitgangspunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning is het
                    compensatiebeginsel. Het compensatiebeginsel betekent dat er een evenwicht is in
                    de eigen verantwoordelijkheid van mensen die een beroep doen op de wet en de
                    wijze waarop de gemeente met het inzetten van voorzieningen beperkingen kan
                    compenseren. Bij het uitwerken van de regelgeving gaat het college altijd eerst
                    uit van de eigen kracht, zelfzorg en het zelfoplossend vermogen van aanvrager en
                    zijn sociale netwerk.</al><al/><al>Op 24 april 2012 is de Wmo-kadernota Verbinden en Vernieuwen vastgesteld in de
                    gemeenteraad. In de kadernota is een eerste aanzet gedaan voor compensatie met
                    resultaat (betreft punt 5.2 uit de visie nota Verbinden en Vernieuwen). Deze
                    nota heeft geleid tot een nieuwe Verordening maatschappelijke
                    ondersteuning.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</onderstreept></vet></al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>- algemeen gebruikelijke voorziening: volgens de jurisprudentie van de Centrale
                    Raad van Beroep is een voorziening, met name een product, algemeen gebruikelijk
                    als het gaat om een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met
                    beperkingen, de voorziening algemeen verkrijgbaar is en de prijs is
                    vergelijkbaar met soortgelijke, normaal verkrijgbare producten met hetzelfde
                    bestedingspatroon. Voorbeelden zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>De supermarktservice</al></li><li nr="2."><al>De (ramen)wasservice </al></li><li nr="3."><al>Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen;</al></li></lijst><al/><al>- algemene voorzieningen: voorzieningen, met name diensten of een combinatie van
                    dienst en product, die weliswaar niet bestemd zijn voor, noch te gebruiken zijn
                    door alle inwoners; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel bedoeld
                    zijn op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te
                    verkrijgen of te gebruiken. Voorbeelden zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>De dagrecreatie voor ouderen </al></li><li nr="2."><al>De sociale alarmering </al></li><li nr="3."><al>De rolstoelpools en scootmobielpools voor incidentele situaties.</al></li></lijst><al>Een algemene voorziening is dus per definitie geen individuele voorziening en de
                    regels rond eigen bijdragen/eigen aandeel, zoals genoemd in het landelijke
                    Besluit maatschappelijke ondersteuning, gelden niet; </al><lijst><li nr="-"><al>collectieve voorzieningen: dit zijn voorzieningen die individueel worden
                            verstrekt maar collectief worden aangeboden. Tot nu toe is het
                            collectief vraagafhankelijk vervoer het duidelijkste voorbeeld. Dit
                            vervoer is geen algemene voorziening, omdat de normale aanvraagprocedure
                            geldt, er een beschikking wordt afgegeven waartegen bezwaar en beroep
                            mogelijk is;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>eigen aandeel: artikel 19 van de wet biedt de mogelijkheid bij
                            verstrekking van voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget
                            bij een financiële tegemoetkomen een eigen aandeel te vragen. In de
                            regeling maatschappelijke ondersteuning zijn nadere regels gesteld met
                            betrekking tot het eigen aandeel;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdrage: artikel 15 van de wet biedt de mogelijkheid om bij
                            verstrekking van voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget
                            een eigen bijdrage te vragen aan een persoon van 18 jaar of ouder aan
                            wie maatschappelijke ondersteuning is verleend voor zover die
                            ondersteuning bestaat uit het verlenen van een individuele voorziening
                            of een persoonsgebonden budget en die voorziening of dat budget niet
                            bestaat uit een aan hem verleende financiele tegemoetkoming. In de
                            regeling maatschappelijke ondersteuning zijn nadere regels gesteld met
                            betrekking tot de eigen bijdrage. Het Centraal Administratie Kantoor
                            stelt de eigen bijdrage vast en int deze;</al></li></lijst><al>- financiële tegemoetkoming: gesproken wordt over een forfaitair bedrag. Dit is
                    een bedrag waarbij geen rekening is gehouden met het inkomen of met de
                    werkelijke kosten; </al><al>- gebruikelijke zorg: als in een leefeenheid meerdere personen wonen, hebben zij
                    gezamenlijk de taak al het zich voordoende huishoudelijke werk te verrichten.
                    Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de verdeling en dit uitgangspunt heeft een
                    verplichtend karakter. Dit is omschreven in het protocol Gebruikelijke zorg; </al><al>- psychosociaal probleem: het begrip psychosociaal probleem is vanuit de
                    Algemene Wet op de Bijzondere Ziektekosten in de wet opgenomen, maar inmiddels
                    als “grondslag” uit de AWBZ geschrapt. Dit is gebeurd omdat gebleken is dat deze
                    grondslag in de AWBZ financieel moeilijk te beheersen was. In de wet heeft –
                    volgens de parlementaire behandeling - dit begrip een heel specifieke betekenis.
                    Deze betekenis wordt hier als begripsomschrijving gehanteerd en is overgenomen
                    uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (29-04-2009;LJN: BI6832). Het
                    betreft met name en verlies van zelfstandigheid of deelname aan het
                    maatschappelijk verkeer, de kerndoelstelling van de wet; </al><al>- wettelijk voorliggende voorzieningen: voorzieningen die in wetgeving en in
                    regelgeving zijn vastgelegd, die op basis van artikel 2 van de Wet
                    maatschappelijke ondersteuning voorgaan. Te denken valt hierbij aan onder meer
                    de Zorgverzekeringswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet op de
                    kinderopvang, de verschillende arbeidsongeschiktheidswetten. Als een wettelijk
                    voorliggende voorziening het probleem kan oplossen is er geen aanspraak op
                    maatschappelijke ondersteuning op grond van de wet, zo is in artikel 2 van de
                    wet bepaald. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Aanvraag </vet></al><al>Voor het indienen van de aanvraag wordt een formulier gebruikt. Op het formulier
                    is aangegeven welke gegevens moeten worden overgelegd om de aanvraag te kunnen
                    beoordelen. </al><al>In het tweede lid wordt bepaald in welke gevallen er altijd een intakegesprek
                    gevoerd zal worden. Een gesprek naar aanleiding van een aanvraag is niet altijd
                    noodzakelijk. In bepaalde situaties kan direct een aanvraag ingediend worden
                    voor een individuele voorziening. Het gesprek vindt in principe plaats bij de
                    burger thuis.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Het intakegesprek </vet></al><al> Het gesprek vindt in principe plaats bij de burger thuis. In samenspraak met de
                    burger wordt een inventarisatie gemaakt van de individuele situatie met als doel
                    te bepalen of er mogelijk aanspraak op een individuele voorziening bestaat. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat van het gesprek een verslag wordt gemaakt. In
                    het verslag worden de afspraken benoemd die zijn gemaakt met de aanvrager. De
                    burger ontvangt hiervan een afschrift. </al><al>In het derde lid is bepaald dat een aanvraagformulier wordt verstrekt als de
                    conclusie van het gesprek is dat aanspraak op een individuele voorziening
                    bestaat. </al><al>In het vierde lid is bepaald dat een aanvraagformulier ook wordt verstrekt als
                    de burger staat op het indienen van een aanvraag ook al is de conclusie van het
                    gesprek dat geen aanspraak op een individuele voorziening bestaat. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanspraak</vet></al><al>Onder b. wordt bepaald dat een aanvrager in aanmerking komt voor compensatie als
                    er een langdurige noodzaak is. Wat is langdurige noodzaak? Het kan, in tijd
                    uitgedrukt, gaan om twee maanden, bijvoorbeeld bij mensen die in een terminaal
                    ziektestadium verkeren. Het kan ook gaan om veertig jaar, in situaties waarin de
                    beperking bijvoorbeeld aangeboren is en stabiel van aard is. Kenmerk in beide
                    genoemde situaties is dat de ondervonden beperking, naar de stand van de
                    medische wetenschap op het moment van de aanvraag, onomkeerbaar is. Er is dus
                    redelijkerwijs geen verbetering te verwachten in de situatie van de aanvrager.
                    In dit kader zal de prognose van groot belang zijn. Zegt de prognose dat de
                    aanvrager na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal
                    kunnen functioneren, dan mag men van kortdurende noodzaak uitgaan. Bij een
                    wisselend beeld, waarbij verbetering in de toestand en periodes van terugval
                    elkaar opvolgen, kan echter uitgegaan worden van een langdurige noodzaak. De
                    medisch adviseur kan bij het antwoord op de vraag of er al dan niet sprake is
                    van een langdurige noodzaak voor de betreffende voorziening een belangrijke rol
                    spelen. </al><al/><al>Onder c. wordt de term ‘’goedkoopst-compenserend’’ gebruikt. Hieronder wordt
                    verstaan dat voorzieningen die in het kader van deze Verordening worden
                    verstrekt naar objectieve maatstaven gemeten zowel adequaat als de meest
                    goedkope voorziening moeten zijn. Met nadruk wordt hierbij gesteld dat met het
                    begrip adequaat het volgende bedoeld wordt: volgens objectieve maatstaven nog
                    toereikend. Als de persoon een duurdere voorziening wil, is dit toegestaan, mits
                    deze voorziening voldoende adequaat is. </al><al>In dergelijke situaties zal de verstrekking uitsluitend plaatsvinden in de vorm
                    van een persoonsgebonden budget (in plaats van voorziening in natura) of
                    financiële tegemoetkoming (wanneer het geen voorziening in natura verstrekking
                    betreft) gebaseerd op de goedkoopst-compenserende maatregel. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Beoordeling recht op een individuele voorziening </vet></al><al>Bij de beoordeling van het recht op een individuele voorziening gaat het college
                    uit van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, zoals artikel 4 van
                    de wet voorschrijft. Bij het onderzoek zal gekeken worden naar wat nodig is, wat
                    mogelijk is en hoe maatwerk ten aanzien van de te bereiken resultaten mogelijk
                    is. Het uitgangspunt is het vermogen van de aanvrager zelf een oplossing voor de
                    problematiek te vinden, met inbegrip van het beroep op zijn sociale netwerk van
                    vrienden, familie en bekenden.</al><al/><al>Alle (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve
                    voorzieningen die voor aanvrager beschikbaar en in praktijk ook daadwerkelijk
                    bruikbaar zijn, worden eerst beoordeeld. Dat kan nodig zijn omdat men niet weet
                    welke voorzieningen er al voorhanden zijn. Als deze voorzieningen toch niet
                    leiden tot het te bereiken resultaat zal naar andere oplossingen gezocht moeten
                    worden en komen individuele voorzieningen ter beoordeling in perspectief.</al><al>Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, zal dit na de aanvraag gebeuren. Dus
                    met of zonder gesprek: er wordt in alle gevallen eerst beoordeeld welke
                    voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen een oplossing
                    zouden kunnen bieden om het te bereiken resultaat daadwerkelijk te
                    bereiken.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Geen aanspraak op een individuele voorziening </vet></al><al>Onder a., b. en c. wordt bepaald dat een voorziening niet wordt toegekend als er
                    beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemene of algemeen gebruikelijke
                    voorzieningen voorhanden zijn, zoals huisgenoten die de gebruikelijke zorg
                    kunnen verlenen. Het is niet mogelijk om een uitputtend overzicht te geven van
                    alle voorliggende regelingen en de daaraan te ontlenen aanspraken op
                    voorzieningen, omdat daarin regelmatig wijzigingen optreden. Algemeen
                    gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen waarover een met de aanvrager
                    vergelijkbare persoon, ook los van de beperking, zou kunnen beschikken. Deze
                    voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. </al><al>Onder f. wordt bepaald dat een aanvraag kan worden geweigerd wanneer een
                    aanvrager een voorziening aanvraagt, nadat deze reeds door hem gerealiseerd of
                    aangekocht is. In deze situatie kan de voorziening worden geweigerd omdat het
                    college dan geen mogelijkheden meer heeft de voorziening volgens het
                    vastgestelde beleid te verstrekken, noch anderszins invloed heeft op de te
                    verstrekken voorziening. </al><al>Een aanvraag kan tevens geweigerd worden als het gaat om een vergoeding of
                    verstrekking die reeds eerder heeft plaatsgehad, terwijl het de aanvrager
                    verwijtbaar is dat het middel verloren is gegaan, bijvoorbeeld door
                    roekeloosheid of verwijtbare onachtzaamheid. Dit geldt niet als de aanvrager
                    geen schuld treft. </al><al>g. In sommige gevallen gebruiken mensen al jaren voorzieningen en vragen zij na
                    het optreden van een beperking deze voorzieningen aan. Deze situatie kan leiden
                    tot de conclusie dat het optreden van beperkingen geen meerkosten met zich
                    meebrengt. </al><al>i. Het gaat om mensen die al een voorziening verstrekt hebben gekregen die nog
                    voldoet maar volgens de Verordening in principe in aanmerking komen voor een
                    nieuwe voorziening. Gedacht moet worden aan sportvoorzieningen. Men kan één keer
                    in de drie jaar in aanmerking komen voor een forfaitair bedrag voor de aanschaf
                    van een sportvoorziening. Met het opnemen van dit artikel wordt voorkomen dat
                    wanneer de sportvoorziening nog volstaat, er na drie jaar opnieuw een forfaitair
                    bedrag verstrekt moet worden. </al><al>j. Voorzieningen worden niet toegekend wanneer het participatieprobleem korter
                    duurt dan zes maanden. Zie tevens artikel 4 onder b. waarin wordt de definitie
                    langdurig noodzakelijk toegelicht. </al><al>k. In de wet is, in tegenstelling tot de situatie bij de Wet voorzieningen
                    gehandicapten, geen specifieke bepaling opgenomen waaruit blijkt dat de
                    compensatieplicht zich beperkt tot in de gemeente woonachtige personen, hoewel
                    artikel 11 van de wet spreekt over ingezetenen. Dit artikel moet opgenomen
                    worden om te voorkomen dat er aanvragen worden ingediend door personen die niet
                    woonachtig zijn in de gemeente Gouda. De vaststelling of iemand in de gemeente
                    woonachtig is, gebeurt door het raadplegen van de gemeentelijke
                    basisadministratie.</al><al/><al><onderstreept><vet>Hoofdstuk 2 De resultaten</vet></onderstreept></al><al/><al><vet>Artikel 7 De te bereiken resultaten</vet></al><al>Dit artikel betreft de te bereiken resultaten, die afgeleid zijn uit artikel 4
                    van de Wet maatschappelijke ondersteuning. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Een schoon en leefbaar huis</vet></al><al>In het eerste lid van artikel 8 wordt bepaald wat het te bereiken resultaat is
                    ten aanzien van een schoon en leefbaar huis. </al><al>Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is.
                    Het in staat stellen te kunnen wonen in een huis dat schoon en leefbaar is, kan
                    gerealiseerd worden aan de hand van de normen die zijn opgenomen in het protocol
                    hulp bij het huishouden. </al><al/><al>In het derde lid van artikel 8 wordt bepaald dat bij het beoordelen van
                    gebruikelijke zorg gebruik gemaakt wordt van het protocol gebruikelijke zorg. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Wonen in een geschikt huis </vet></al><al>Als het gaat om het in staat stellen normaal gebruik te kunnen maken van de
                    woning waarover de aanvrager beschikt hebben we het in het eerste lid over de
                    woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt daarbij is
                    dat aanvrager zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. </al><al>Om het beoogde resultaat, het in staat kunnen stellen te wonen in een geschikt
                    huis, te kunnen bereiken, kunnen de volgende woonvoorzieningen verstrekt
                    worden:</al><lijst><li nr="a."><al>Woonvoorzieningen van niet-bouwkundige woontechnische aard. Het te
                            bereiken resultaat is gericht op het opheffen van belemmeringen in het
                            normaal gebruik van de woning. Deze betreffen voorzieningen zoals
                            bijvoorbeeld tilliften en losse douchestoelen; </al></li><li nr="b."><al>Woonvoorzieningen van bouwkundige aard. Het te bereiken resultaat is
                            gericht op het opheffen van belemmeringen in het normaal gebruik van de
                            woning. Deze betreffen alle bouwkundige ingrepen aan een woning;</al></li><li nr="c."><al>Losse woonunit; Bij grote woonvoorzieningen waar extra leefruimte
                            noodzakelijk is die uitsluitend met een aanbouw kan worden gerealiseerd,
                            heeft een losse (herbruikbare) woonunit de voorkeur boven een
                            traditionele uitbouw van de woning</al></li><li nr="d."><al>Een financiële tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten. Dit
                            betreft een wettelijk geaccepteerde besparingsvoorziening waarbij de
                            aanvrager van dure woonvoorzieningen ter vervanging een financiële
                            vergoeding voor verhuizen en inrichten naar een passende (goedkoper
                            aanpasbare) woning wordt aangeboden.</al></li><li nr="e."><al>Huurderving. Voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van
                            huurderving, geldt het volgende:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>als de aanvrager om medisch objectiveerbare redenen de nieuwe woning
                            niet kan betrekken totdat de aanpassingswerkzaamheden afgerond zijn, is
                            een bijdrage in de dubbele huur mogelijk;</al></li><li nr="2."><al>als de gemeente in samenspraak met een verhuurder een aangepaste woning
                            reserveert voor hergebruik, kunnen de gederfde huurkosten aan de
                            verhuurder vergoed worden. </al></li></lijst><al/><al>Bij een woonvoorziening in natura bedraagt de vergoeding de goedkoopst
                    compenserende oplossing. Eventuele meerkosten komt voor rekening van
                    belanghebbende. Kosten voor onderhoud en reparatie worden alleen vergoed als er
                    naar het oordeel van het college geen sprake is van nalatigheid van de zijde van
                    de aanvrager.</al><al/><al>In het tweede lid worden de mogelijke wijzen van compensatie omschreven. Het kan
                    mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook dat er een andere woning
                    beschikbaar is die geschikt is, of een woning die gemakkelijker geschikt te
                    maken is. In die situatie zal een afweging moeten worden gemaakt van de diverse
                    mogelijkheden. Uitgangspunt daarbij zijn de behoeften van de aanvrager. Dat wil
                    zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden
                    tot de belangen (met name financiële) van de gemeente. Maar aan de andere kant
                    is er ook de noodzaak tot een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden,
                    waardoor zo veel mogelijk aanvragers gecompenseerd kunnen worden met de
                    beschikbare middelen. </al><al>In het vijfde lid wordt bepaald dat er aanpassingen in twee huizen mogelijk zijn
                    bij co-ouderschap. Co-ouderschap houdt in dat het kind de helft van de tijd bij
                    de ene en de andere helft bij de andere ouder woont.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften </vet></al><al>In het eerste lid van artikel 10 wordt bepaald wat verstaan wordt onder primaire
                    levensbehoeften. Het kunnen beschikken over goederen voor primaire
                    levensbehoeften betekent dat de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor
                    ontbijt, lunch en diner beschikbaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor
                    toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding </vet></al><al>In het eerste lid van artikel 11 wordt bepaald dat gemeenten de aanvrager in
                    staat stellen te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding. </al><al>In het tweede lid wordt bepaald dat aanvrager moet kunnen beschikken over
                    schone, draagbare en doelmatige kleding. Onder schone, draagbare en doelmatige
                    kleding wordt verstaan: gewassen kleding die zo nodig gestreken en opgevouwen of
                    opgehangen wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren
                    </vet></al><al>Het eerste lid spreekt over de dagelijkse zorg van kinderen die tot het gezin
                    behoren. Deze zorg kan onder de compensatieplicht vallen als een ouder met
                    beperkingen het zelf niet kan. Compensatie is dan bedoeld als ondersteuning. </al><al/><al>Het tweede lid biedt de mogelijke oplossingen. Het thuis laten verzorgen van
                    minderjarige kinderen die tot het gezin behoren zal veelal van kortere duur
                    zijn. Gedacht moet worden aan verzorging van kinderen bij uitval van ouders
                    en/of verzorgers. De compensatie van het niet zelf kunnen verzorgen van tot het
                    gezin behorende kinderen zal bij een langere duur opgelost kunnen worden via
                    definitieve maatregelen via eigen netwerk (oppasgrootouders) en algemeen
                    gebruikelijke voorzieningen (kinderopvang en gastouders). </al><al/><al><vet>Artikel 13 Zich verplaatsen in en om de woning </vet></al><al>Het in het eerste lid geformuleerde te bereiken resultaat betekent dat de
                    aanvrager zich in om en nabij zijn woning moet kunnen verplaatsen. Daarbij dient
                    gedacht te worden aan het verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de
                    woning bij alle verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die
                    verder gaan dan de woning zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek
                    gaan bij een buurman of het maken van een ommetje, horen bij het volgende te
                    bereiken resultaat: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </al><al>Om het beoogde resultaat, zich verplaatsen in en om de woning, te kunnen
                    bereiken, kunnen rolstoelen verstrekt worden Hierin onderscheiden wij twee
                    subgroepen:</al><lijst><li nr="a."><al>handmatig voortbewogen rolstoel, voor binnen en binnen plus
                            buitengebruik;</al></li><li nr="b."><al>elektrisch voortbewogen rolstoel, voor binnen en binnen plus
                            buitengebruik.</al></li></lijst><al/><al>In de woning moeten de normale woonruimten bereikt kunnen worden. Normale
                    woonruimten die bereikt moeten kunnen worden zijn de woonkamer, slaapkamer(s),
                    toiletbadkamer, berging, tuin of balkon, als aanvrager deze woonruimten
                    daadwerkelijk gebruikt. </al><al/><al>In het tweede lid wordt aangegeven dat in principe alleen een hulpmiddel voor
                    verplaatsing in, om en nabij het huis wordt verstrekt als men een dergelijke
                    voorziening voor dagelijks zittend gebruik nodig heeft. De rolstoel voor
                    incidenteel gebruik valt hier niet onder.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel </vet></al><al>Het in het eerste lid geformuleerde te bereiken resultaat gaat het om zich
                    lokaal kunnen verplaatsen binnen de directe woon- en leefomgeving wat past in
                    het kader van het leven van alledag. </al><al>Om het beoogde resultaat, zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, te kunnen
                    bereiken, kunnen vervoersvoorzieningen verstrekt worden. De compenserende
                    maatregelen richten zich op lokaal vervoer voor de sociale doeleinden als
                    dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen
                    van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Alle
                    andere vervoersdoelen, zoals woon/werk verkeer en zakelijk verkeer, zijn
                    uitgesloten. </al><al/><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen vervoersvoorzieningen bedoeld voor:</al><lijst><li nr="a."><al>De korte afstanden. Dit betreft verplaatsing per vervoermiddel (vaak
                            scootmobiel, driewielfiets of vergelijkbaar) rondom de woning; </al></li><li nr="b."><al>De middellange afstanden. Dit betreft verplaatsing per vervoermiddel (in
                            de regel collectief vervoer) voor lokale reisdoelen;</al></li><li nr="c."><al>De lange afstanden. Dit betreft verplaatsing voor regionale
                            reisdoelen.</al></li></lijst><al/><al>Met de voorzieningen, genoemd in het tweede lid, kan een breed scala van
                    verplaatsingen gerealiseerd worden. Gedacht moet worden aan het doen van
                    boodschappen voor de primaire levensbehoeften, op bezoek gaan bij familie of
                    kennissen, bezoeken van een arts, enzovoort. Uitgesloten zijn vakanties en
                    verplaatsingen buiten de directe woon- en leefomgeving. </al><al>De omvang van de te bieden individueel compenserende voorziening zal over het
                    algemeen liggen tussen 1500 kilometer en 2000 kilometer per jaar. Het kan
                    voorkomen dat er een grotere vervoersbehoefte bestaat. Van belang is allereerst
                    vast te stellen of dat een realistische vervoersbehoefte is, gezien de medische,
                    maar ook financiële situatie van de aanvrager. Immers, met een laag inkomen kan
                    men wel de wens hebben veel verplaatsingen te maken, maar omdat voor iedere
                    Nederlander verplaatsen een prijskaartje heeft zal dat ook voor mensen met een
                    beperking gelden. Daarbij is het van belang vast te stellen of de
                    vervoersbehoefte hiermee in overeenstemming is. </al><al/><al>Een individuele voorziening, bijvoorbeeld een scootmobiel, wordt niet verstrekt
                    wanneer iemand woonachtig is in een AWBZ instelling, zorgcentrum of
                    seniorencomplex. In deze centra zijn voorzieningenpools aanwezig. Bij een
                    voorzieningenpool is een scootmobiel of een rolstoel voor incidenteel gebruik
                    gratis te gebruiken. Om een scootmobiel te kunnen lenen moet aanvrager wel in
                    het bezit zijn een indicatiestelling van de gemeente. Ook moet de aanvrager een
                    rijvaardigheids- en een verkeersveiligheidstest positief afgelegd hebben. Een
                    uitzondering geldt voor een scootmobiel die voor aanvrager op medische gronden
                    aangepast moet worden. </al><al/><al>Als de aanvrager niet kan reizen met het collectief vervoer is er sprake van een
                    contra-indicatie. Gedacht moet worden aan incontinentie voor faeces,
                    infectiegevoeligheid, aantoonbare fobische klachten waarvoor geen behandeling
                    mogelijk is en extreem sociaal storend gedrag. </al><al/><al>Als het reeds aanwezige vervoer een aanvrager voldoende in staat stelt aan
                    activiteiten deel te nemen, kan via artikel 14 het vervoersprobleem niet
                    opgelost worden. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Medemensen ontmoeten</vet></al><al>In het eerste lid geformuleerde resultaten gaat het om de mogelijkheid om
                    contact te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                    maatschappelijke of religieuze activiteiten binnen de directe woon- en
                    leefomgeving. Daarbij kan gedacht worden aan het bezoeken van bijeenkomsten of
                    het bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook
                    het volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen
                    invullen. </al><al>Ook worden sportrolstoelen verstrekt. Een sportrolstoel is een sportvoorziening.
                    Het te bereiken resultaat is het ontmoeten van de medemens en het aangaan van
                    sociale contacten.</al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 3 Verstrekkingswijzen</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Artikel 16 Mogelijke verstrekkingswijzen</vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald in welke vormen individueel compenserende
                    voorzieningen verstrekt kunnen worden. De mogelijkheden een individueel
                    compenserende voorziening in natura of een persoonsgebonden budget te
                    verstrekken zijn gebaseerd op artikel 6 en artikel 6a van de wet. De financiële
                    tegemoetkomingen voor onder meer een bouwkundige of woontechnische ingreep in of
                    aan de woonruimte zijn gebaseerd op artikel 7 van de wet.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Verstrekking in natura, inhoud beschikking</vet></al><al>In het eerste lid wordt bepaald welke aspecten bij het verstrekken van een
                    voorziening in natura in de beschikking vastgelegd moeten worden. Het gaat er
                    daarbij uiteraard allereerst om welke voorziening(en) er aan de orde zijn in
                    relatie tot de te bereiken resultaten. Vervolgens wordt aangegeven wat de duur
                    van de voorziening is. Voor hoe lang wordt iets toegekend of hoe lang moet men
                    in principe de bepaalde voorziening kunnen gebruiken om het resultaat te
                    bereiken? Vervolgens is van belang te vermelden op welke wijze de voorziening in
                    natura verstrekt wordt. Als er sprake is van een overeenkomst, dan wordt deze
                    overeenkomst vermeld. Ook andere aspecten, speciaal aspecten die voor deze ene
                    verstrekking gelden, dienen in de beschikking opgenomen te worden. Gedacht moet
                    worden aan het verstrekken van bijvoorbeeld een rolstoel voor de duur van één
                    jaar om aanvrager in staat te stellen een revalidatieproces te volgen.</al><al/><al>In het tweede lid wordt bepaald dat het in de beschikking komt te staan als een
                    eigen bijdrage gevraagd wordt. Hoe hoog de eigen bijdrage is, zal door het
                    Centraal Administratie Kantoor bepaald worden en bij afzonderlijke beschikking
                    worden opgelegd.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 20 Verstrekking als persoonsgebonden budget, inhoud
                        beschikking</vet></al><al>In het eerste lid van artikel 20 wordt bepaald wat er bij het verstrekken van
                    een persoonsgebonden budget vastgelegd moet worden in de beschikking. Het gaat
                    daarbij allereerst om de formulering van het te bereiken resultaat zodat helder
                    is waarvoor het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden. Dat kan beperkt
                    zijn, zoals het bezoeken van familie, vrienden en kennissen en het doen van
                    boodschappen met een scootmobiel, maar ook een meer algemeen geformuleerd
                    resultaat, zoals het maken van alle noodzakelijke verplaatsingen in de directe
                    woon- en leefomgeving. Als er een programma van eisen wordt verstrekt (waar is
                    het geld voor bedoeld en aan welke eisen voldaan moet zijn) dan wordt dat ook in
                    de beschikking vastgelegd onder bijvoeging van het programma van eisen.
                    Vervolgens kan in de beschikking worden vastgelegd wat de omvang (tegenwaarde
                    van de goedkoopst-compenserende voorziening in natura) van het persoonsgebonden
                    budget is, welk bedrag men ontvangt, onder vermelding van hoe dat bedrag tot
                    stand is gekomen. Tot slot moet ook in de beschikking worden vastgelegd wat er
                    verwacht wordt van de aanvrager in dit opzicht.</al><al/><al>In het tweede lid van dit artikel wordt bepaald dat bij het heffen van een eigen
                    bijdrage dit in de beschikking vermeld moet worden. Hierbij kan meegenomen
                    worden dat het Centraal Administratie Kantoor de hoogte van de eigen bijdrage
                    vaststelt en per beschikking op zal leggen.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Afwijzingsgronden persoonsgebonden budget</vet></al><al>In artikel 21 wordt bepaald in die situaties geen persoonsgebonden budget
                    verstrekt wordt vanwege overwegende bezwaren. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat
                    vaststaat dat aanvrager niet in staat is de gelden van het persoonsgebonden
                    budget te beheren. Ook kan dit een situatie zijn waarin het gaat om zeer
                    kortdurende hulp bij het huishouden en het verstrekken van een persoonsgebonden
                    budget niet praktisch uitvoerbaar is. Een voorbeeld van overwegende bezwaren is
                    als er sprake is van kapitaalvernietiging. Een ander voorbeeld is een
                    kindervoorziening. Kinderen groeien snel uit voorzieningen, waardoor de
                    gebruiksduur vele malen korter zal zijn dan de budgetperiode. </al><al/><al><vet>Artikel 22 Verplichtingen persoonsgebonden budget</vet></al><al>In artikel 22 wordt bepaald welke verplichtingen er gelden wanneer een
                    persoonsgebonden budget wordt toegekend. In lid k van dit artikel is de
                    uitbetaling van het persoonsgebonden budget geregeld. Het is niet mogelijk om de
                    financiële waarde van een vervoerspas (ofwel het collectief vraagafhankelijk
                    vervoer) uit te betalen. In de verordening is aangegeven dat het primaat ligt
                    bij het verstrekken van een algemene individuele maatregel. Daarvan is sprake
                    als een Wmo-vervoerspas beschikbaar wordt gesteld. Met deze pas reist men tegen
                    een gereduceerd tarief. Het is niet mogelijk om in een dergelijk geval een
                    keuzemogelijkheid te bieden en een Persoonsgebonden budget te verstrekken.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Verstrekking financiële tegemoetkoming, inhoud beschikking</vet></al><al>In het eerste lid wordt bepaald dat in de beschikking vermeld wordt wat het te
                    bereiken resultaat is waarvoor de financiële tegemoetkoming gebruikt dient te
                    worden. </al><al>Daarnaast moet vermeld worden voor welke duur en voor welke periode de
                    financiële tegemoetkoming verstrekt wordt. Ten slotte dient vermeld te worden of
                    er een overeenkomst van toepassing is op deze verstrekking. Uiteraard moet ook
                    de hoogte van de financiële tegemoetkoming vermeld worden.</al><al/><al>In het tweede lid van dit artikel wordt bepaald dat bij het verstrekken van een
                    financiële tegemoetkoming de mogelijkheid bestaat om een eigen aandeel te
                    vragen. Als dit van toepassing is, dient dit in de beschikking vermeld te
                    worden. Het Centraal Administratie Kantoor stelt de hoogte van het eigen aandeel
                    vast. </al><al/><al><vet>Artikel 24 Verplichting financiële tegemoetkoming</vet></al><al>Een financiële tegemoetkoming is een tegemoetkoming in de kosten van een
                    voorziening. De aanvrager betaalt mee en dat wordt een eigen aandeel genoemd.
                    Samen met dit eigen aandeel zal een financiële tegemoetkoming kostendekkend
                    zijn. Kostendekkend houdt in dat een individuele voorziening gerealiseerd kan
                    worden.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Overige bepalingen financiële tegemoetkoming</vet></al><al>In het vijfde lid van dit artikel wordt bepaald dat de financiële tegemoetkoming
                    verstrekt wordt aan de eigenaar van de woning. De eigenaar van de woning is
                    echter niet altijd degene voor wie de voorziening bedoeld is. Om die reden gaat
                    het om een financiële tegemoetkoming en niet om een persoonsgebonden
                    budget.</al><al>In het zesde lid wordt bepaald dat de taxi- of rolstoeltaxivergoeding niet aan
                    de aanvrager wordt uitgekeerd, maar aan de vervoerder. De aanvrager kan tot het
                    maximale tegoed reizen met de gecontracteerde vervoerder. Deze factureert
                    maandelijks het aantal gemaakte ritten van de aanvrager. Zodra het maximum van
                    het taxitegoed is verbruikt wordt de aanvrager hierover geïnformeerd. Als aan
                    het einde van het jaar niet het gehele taxitegoed is verbruikt, dan wordt het
                    resterende bedrag niet overgemaakt op de rekening van de aanvrager.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Eigen bijdrage en eigen aandeel</vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat er een eigen bijdrage of een eigen aandeel
                    wordt gevraagd voor alle acht resultaatgebieden die zijn opgenomen in artikel
                    7.</al><al/><al>De eigen bijdrage en het eigen aandeel gelden voor alle voorzieningen in het
                    kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en Algemene wet bijzondere
                    ziektekosten samen. Hiermee voorkomen we cumulatie (stapeleffect). </al><al>In het tweede lid onder b wordt bepaald dat er geen eigen bijdrage betaald hoeft
                    te worden voor het gebruik van het collectief vervoer. Men betaalt namelijk al
                    een eigen bijdrage per gereden zone. Deze eigen bijdrage wordt betaald aan de
                    vervoerder.</al><al>In het vierde lid wordt bepaald hoe de hoogte van eigen bijdrage wordt
                    vastgesteld. De gemeente geeft de kosten door die zij maandelijks kwijt is voor
                    deze voorzieningen aan het Centraal Administratie Kantoor. Hierover wordt
                    vervolgens een eigen bijdrage berekend. </al><al/><al><vet>Artikel 27 Wijziging situatie</vet></al><al>Dit artikel voorziet erin dat bij een gewijzigde situatie de plicht bestaat het
                    college hiervan op de hoogte te stellen als men kan vermoeden dat dit invloed
                    kan hebben op de verstrekte voorziening. Dit moet schriftelijk.</al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Artikel 28 Intrekking </vet></al><al>Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde
                    omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden. Dit zal gebeuren als
                    bij de toekenning voorwaarden gesteld zijn en daar op enig moment niet, of niet
                    meer aan wordt voldaan. In die situatie bestaat, als de voorziening zich daartoe
                    leent, ook de mogelijkheid tot terugvordering. Dat is in artikel tweeëntwintig
                    geregeld. Ook de situatie dat het besluit genomen is op grond van onjuist
                    verstrekte gegevens, biedt de mogelijkheid een genomen beschikking geheel of ten
                    dele in te trekken. Ook in deze situatie kan terugvordering een mogelijkheid
                    zijn.</al><al/><al>Een besluit wordt genomen met de bedoeling dat men daar een voorziening mee
                    treft. Als binnen zes maanden na het nemen van de beslissing de voorziening nog
                    niet is getroffen, is er ook de mogelijkheid het besluit geheel of gedeeltelijk
                    in te trekken.</al><al/><al>Als een besluit is ingetrokken, kan er eventueel tot terugvordering worden
                    overgegaan. Als er een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of
                    een persoonsgebonden budget kan worden teruggevorderd, dan gaat dit op grond van
                    onverschuldigde betaling, artikel 6:203 e.v. van het Burgerlijk Wetboek). Dit is
                    een privaatrechtelijke procedure.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 34 Overgangsbepaling</vet></al><al>De in het eerste lid opgenomen bepaling regelt dat op aanvragen ingediend vóór
                    de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening de Verordening voorzieningen
                    maatschappelijke ondersteuning Gouda 2010 van toepassing blijft.</al><al/><al>De in het tweede lid opgenomen bepaling regelt dat de vóór 1 juli 2014
                    vastgestelde eigen bijdrage ongewijzigd blijft tot 1 oktober 2014. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>