<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304337_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Generiek Sociaal Statuut waterschap Brabantse Delta 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Generiek Sociaal Statuut waterschap Brabantse Delta 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13IT022716</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Generiek Sociaal Statuut waterschap Brabantse Delta 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>GENERIEK SOCIAAL
                            STATUUT</vet>
            <vet>WATERSCHAP</vet>
            <vet>BRABANTSE
                            DELTA</vet>
            <vet>2013</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>“Van werk naar werk”</vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>De intentie</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Intentie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De maatschappij is voortdurend in beweging en ook het waterschap
                                heeft een eigen dynamiek in het streven naar zo effectief, efficiënt
                                en klantgericht mogelijk handelen. Aanpassen van de organisatie aan
                                die eisen is dan ook eerder regel dan uitzondering. Daarom zijn er
                                geregeld grotere en kleinere aanpassingen nodig om adequaat op
                                veranderingen in te kunnen spelen. Indien deze organisatorische
                                aanpassingen rechtspositionele en sociale gevolgen kunnen hebben
                                voor de betrokken medewerkers spreken we van een reorganisatie.</al>
              <al>Ter begeleiding / ondersteuning van die reorganisaties en als
                                “vangnet” voor de medewerkers is in gezamenlijkheid een Generiek
                                Sociaal Statuut (GSS) opgesteld. </al>
              <al>Titel: Generiek Sociaal Statuut Brabantse Delta.</al>
              <al>Landelijk zijn er in het arbeidsvoorwaardenoverleg geleidelijk
                                nieuwe inzichten ontwikkeld die mede de context vormen van dit GSS.
                                Over baanzekerheid en inkomenszekerheid is in de nota van het
                                Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen (LAWA) van 16
                                oktober 2007 over de hervorming van de bovenwettelijke WW per 1
                                januari 2008 op basis van het CAO akkoord 2005 opgenomen:</al>
              <al>
                <cursief>“Een baan voor het leven komt steeds minder vaak voor, ook
                                    bij waterschappen. Taken verschuiven tussen overheden; nieuwe
                                    taken en beleidsterreinen komen op de waterschappen af. Door de
                                    invloed van automatisering, de toenemende nadruk op
                                    kostenbeheersing en veranderende opvattingen over
                                    organisatiestructuren is het niet langer vanzelfsprekend dat je
                                    je leven lang hetzelfde werk doet. Partijen realiseren zich dat
                                    werk van groot belang is voor mensen. Niet alleen vanwege het
                                    inkomen, maar zeker ook vanwege de noodzaak om te participeren
                                    in de maatschappij; te voorkomen dat mensen in een sociaal
                                    isolement geraken. Werkgevers voelen zich verantwoordelijk voor
                                    hun werknemers en moeten juist daarom op geschetste
                                    ontwikkelingen inspelen. De nadruk verschuift daardoor van
                                    baanzekerheid en inkomensvoorziening naar
                                    werkzekerheid.</cursief>
              </al>
              <al>
                <cursief>Het huidige systeem is te eenzijdig gericht op het bieden
                                    van een inkomensvoorziening na ontslag. Partijen zijn van mening
                                    dat gedurende de hele loopbaan gewerkt moet worden aan de
                                    employability, het aantrekkelijk blijven voor de arbeidsmarkt,
                                    van de werknemer. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid
                                    van werkgever en werknemer.”</cursief>
              </al>
              <al>Verder staat in deze nota over de hervorming van de bovenwettelijke
                                WW het volgende:</al>
              <al>
                <cursief>“Als een werknemer zijn baan verliest door een
                                    reorganisatie (Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen
                                    Waterschapspersoneel (SAW) 8.1.4**) is de werkgever daar
                                    volledig voor verantwoordelijk. De werknemer heeft immers niet
                                    om de reorganisatie gevraagd. De werkgever zal zich in deze
                                    gevallen maximaal moeten inspannen om de werknemer naar ander
                                    werk te begeleiden. Ook de werknemer heeft daarbij een
                                    inspanningsverplichting om ander werk te zoeken. In de SAW
                                    worden de instrumenten opgesomd die ingezet kunnen worden om de
                                    werknemer naar ander werk te begeleiden. Als het ondanks de
                                    wederzijdse inspanning niet lukt om een baan te vinden is een
                                    gepaste inkomensvoorziening op zijn plaats. De rechten worden
                                    vastgelegd in SAW.”</cursief>
              </al>
              <al>Bovenstaand landelijk kader van afspraken vormt een belangrijke
                                leidraad voor dit GSS. Het uitgangspunt van de werkgever, gehoord de
                                mening van de vakorganisaties, is om medewerkers die betrokken zijn
                                in een reorganisatie zo goed mogelijk te begeleiden. Dit houdt
                                ondermeer in dat zij goed geïnformeerd worden over de reorganisatie
                                en de (mogelijke) gevolgen, zij hun inbreng en reacties kunnen
                                leveren, dat zij duidelijkheid krijgen over de procedure (ondermeer
                                plaatsing) en dat de werkgever garandeert dat in principe geen van
                                de medewerkers die bij de reorganisatie betrokken zijn, gedwongen
                                ontslagen wordt. Mocht de aard van een reorganisatie dusdanig zijn
                                dat aan gedwongen ontslagen niet valt te ontkomen, dan zal daarover
                                overlegd worden met het GO conform het bepaalde onder 1.2, onder
                                d).</al>
              <al>*Daar waarin dit sociaal statuut “medewerker”, “hij”, “zijn” of
                                “hem” staat kan tevens de vrouwelijke vorm worden gelezen. </al>
              <al>** Als in dit GSS verwezen wordt naar een bepaling in een andere
                                artikel, is de tekst opgenomen in bijlage 1. Voor SAW betreft dat
                                SAW versie 2013.</al>
              <al>Of met andere woorden: Met dit streven dient te worden voorkomen dat
                                een medewerker van wie de functie verdwijnt een beroep moet doen op
                                een werkeloosheidsuitkering, tenzij deze in het uiterste geval niet
                                meewerkt om tot plaatsing te komen.</al>
              <al>Doel van een sociaal statuut is om de eventuele nadelige
                                rechtspositionele en sociale gevolgen van een reorganisatie zo veel
                                als mogelijk te reduceren en helderheid te geven over het
                                plaatsingsproces. Dit geldt ook voor dit GSS.</al>
              <al>In dit GSS wordt globaal aangegeven wat de positie van een
                                reorganisatie is temidden van andere organisatorische aanpassingen,
                                wat een reorganisatie inhoudt en hoe de procedure van besluitvorming
                                is. Feit is dat telkens, indien er sprake is van een reorganisatie,
                                dit GSS van toepassing is, tenzij de laatste bullit van dit
                                hoofdstuk toegepast wordt.</al>
              <al>In de geest van dit GSS kan het voorkomen dat in overeenstemming met
                                de medewerkers deze al vóór de implementatiedatum van een
                                reorganisatie (elders) geplaatst worden onder de werking van het
                                GSS. De werkelijke implementatiedatum is bedoeld als peildatum voor
                                het bepalen van het moment van rechtspositionele gevolgen en de
                                reikwijdte. </al>
              <al>De SAW regelt de relatie tussen het waterschap, de leidinggevende en
                                de medewerker op individueel niveau. Dit GSS heeft daarom geen
                                werking bij bijvoorbeeld individuele arbeidsconflicten.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Het begrip Reorganisatie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Dit GSS is van toepassing bij interne reorganisaties. Probleem is
                                echter dat er geen eenduidige definitie te vinden is van het begrip
                                reorganisatie. Wel staan er in de SAW en in de Wet op de
                                ondernemingsraden (WOR) teksten over organisatiewijzigingen /
                                reorganisaties / herschikkingen. Voor de beeldvorming zijn deze
                                teksten van de SAW en WOR toegevoegd in bijlage 2.</al>
              <al>Om in voorkomende gevallen niet te blijven steken in de discussies
                                over de definitie van het begrip reorganisatie gelden de volgende
                                afspraken, waarbij drie sporen gevolgd kunnen worden: </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>
                    <vet>Artikel 24 overleg OR</vet>
                  </al><al> Tweemaal per jaar is er overleg tussen het Managementteam
                                        en de OR. In deze (bijzondere) overlegvergadering wordt de
                                        algemene gang van zaken van de onderneming besproken. De
                                        ondernemer doet in dit kader mededelingen over besluiten die
                                        hij in voorbereiding heeft over aangelegenheden als bedoeld
                                        in de artikelen 25 en 27 (bijlage 3). Vast agendapunt in het
                                        artikel 24 overleg zijn verwachte organisatiewijzigingen,
                                        herschikkingen en reorganisaties.</al></li>
                <li nr="2."><al>
                    <vet>Tussentijdse meldingen</vet> De WOR-bestuurder legt
                                        voorgenomen organisatiewijzigingen, herschikking en
                                        reorganisaties in de vorm van nota’s tijdig voor aan de
                                        OR.</al></li>
                <li nr="3."><al>
                    <vet>Formatiewijzigingsformulier</vet> Tussentijdse
                                        verschuivingen in de formatie worden met het
                                        formatiewijzingsfomulier (bijlage 4) zichtbaar gemaakt en
                                        verwerkt. Dit formulier wordt altijd door een
                                        beleidsmedewerker P&amp;O besproken met een door de OR
                                        aangewezen OR-lid. Zonodig wordt het voorgelegd aan de
                                        voltallige OR (Dit is reeds de gebruikelijke
                                        werkwijze).</al></li>
              </lijst>
              <al>Bij deze drie sporen is de OR altijd betrokken. Op basis van de
                                verstrekte informatie geeft de OR en/of de WOR-bestuurder aan of er
                                volgens hen sprake is van een reorganisatie. Op het zelfde moment
                                dat de WOR-bestuurder de OR informeert over een beleidsvoornemen tot
                                reorganisatie, wordt een kopie van dit voornemen aan het GO
                                gezonden. Binnen dezelfde reactietermijn geven OR en GO, al dan niet
                                in een gezamenlijke reactie aan of er naar hun mening sprake is van
                                een reorganisatie. Hiermee wordt tevens voldaan aan het bepaalde in
                                artikel 1.1.4 ‘Organisatiewijziging’ SAW, waarin staat dat Commissie
                                voor het Georganiseerd Overleg (GO) van een voorstel tot verandering
                                in de organisatie op de hoogte wordt gesteld.</al>
              <al>In een beleidsvoornemen tot reorganisatie wordt, indien mogelijk en
                                conform artikel 25, 3e lid aan de OR / GO informatie verstrekt
                                over:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>de aanleiding van de wijzigingen;</al></li>
                <li nr="2."><al>het doel van de wijzigingen;</al></li>
                <li nr="3."><al>de procedure die zal worden gevolgd bij de voorbereiding en
                                        uitvoering, inclusief een globale planning in tijd en
                                        implementatiedatum;</al></li>
                <li nr="4."><al>de verwachte rechtspositionele gevolgen in algemene
                                        zin.</al></li>
              </lijst>
              <al>Procedureel ziet bovenstaande werkwijze er als volgt uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="a)"><al>Melding van de voorgenomen wijziging (=beleidsvoornemen) aan
                                        de OR en GO;</al></li>
                <li nr="b)"><al>De WOR-bestuurder bepaalt, gehoord de mening van OR en / of
                                        GO, of er sprake is van een reorganisatie;</al></li>
                <li nr="c)"><al>Indien hij daarbij afwijkt van het advies van OR en / of GO
                                        vindt er overleg plaats tussen partijen teneinde een
                                        oplossing te vinden die is gericht op een definitieve
                                        keuze:</al><lijst>
                    <li nr="·"><al>in geval van een reorganisatie verklaart het DB –
                                                het GO gehoord hebbend – het GSS van
                                                toepassing;</al></li>
                    <li nr="·"><al>is er geen sprake van een reorganisatie, is er ook
                                                geen actie volgens dit GSS, wél bestaat de
                                                mogelijkheid om bij een formatiewijziging – niet
                                                zijnde een reorganisatie – facultatief de
                                                sociaal-vangnetbepalingen uit het GSS van toepassing
                                                te verklaren, zoals artikel 4.8 ‘Evaluatie van de
                                                plaatsing door de medewerker’ en artikel 4.9
                                                ‘Evaluatie van de plaatsing door het
                                                bestuursorgaan’.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d)"><al>Als er sprake is van een reorganisatie wordt het GO hiervan
                                        op de hoogte gebracht en vindt overleg plaats of in
                                        specifieke gevallen aanvullend beleid (nadere
                                        (arbeidsvoorwaardelijke) afspraken) c.q. beperking van het
                                        GSS of de Regeling vertrouwenspersoon reorganisaties dienen
                                        te worden gemaakt. De intentie is afwijkingen zoveel
                                        mogelijk te beperken. </al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Evaluatie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De afdeling P&amp;O voert binnen 3 maanden na afloop van de
                                plaatsingsronde een evaluatie van de reorganisatie uit. Hierbij
                                wordt in elk geval aandacht besteed aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>of de communicatiemomenten richting OR, GO en medewerkers
                                        vanaf het moment van voornemen van reorganisatie juist zijn
                                        gekozen;</al></li>
                <li nr="-"><al>of op de juiste wijze advies/instemming is gevraagd aan
                                        GO/.OR bij de reorganisatie;</al></li>
                <li nr="-"><al>of deze communicatie helder is geweest voor elke
                                        betrokkene;</al></li>
                <li nr="-"><al>of de medewerkers niet nodeloos in onzekerheid zijn
                                        gelaten;</al></li>
                <li nr="-"><al>of de plaatsingsrondes goed zijn verlopen;</al></li>
                <li nr="-"><al>of de adviezen van de commissie door het dagelijks bestuur
                                        zijn opgevolgd;</al></li>
              </lijst>
              <al>Bij een dergelijke evaluatie worden medewerkers betrokken die binnen
                                de scope van de reorganisatie vielen. Tevens zullen de OR en GO naar
                                hun bevindingen worden gevraagd, </al>
              <al>Het evaluatierapport zal aangeboden worden aan de OR en het GO. In
                                dit document kunnen aanbevelingen worden gemaakt ter verbetering van
                                het proces/ dan wel het GSS.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Uitgangspunten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De belangen van de organisatie en de medewerkers zijn gelijkwaardig
                                (maar niet gelijk). Sociale, financiële en organisatorische aspecten
                                van de reorganisatie worden daarom bij het voorbereiden en
                                beschouwen hiervan in gelijke mate in beschouwing genomen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De medewerker blijft zoveel mogelijk in de gewijzigde
                                organisatiestructuur de functie vervullen die hij vóór de
                                reorganisatie ook vervulde, (mens volgt functie). </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Beslissingen over de medewerker in het kader van statusbepaling en
                                plaatsing worden niet eerder genomen dan nadat de medewerker, indien
                                hij dat wenst, is gehoord en hij zijn wensen, belangstelling en
                                alles wat hij van belang acht kenbaar heeft kunnen maken. Hij kan
                                zich in alle gevallen laten bijstaan door een raadsman. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Daar waar bedragen staan wordt altijd het bruto bedrag bedoeld,
                                tenzij anders is vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat alle medewerkers tijdig, aan
                                de hand van een vooraf vastgestelde planning en regelmatig worden
                                geïnformeerd over de reorganisatie. Het GSS is voor iedere
                                medewerker (digitaal) beschikbaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Bezwarenprocedure Algemene wet bestuursrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Tegen elk besluit dat het dagelijks bestuur neemt jegens een
                                medewerker kan de medewerker bezwaar maken conform de Algemene Wet
                                Bestuursrecht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Hoofdstuk 6 en 7 Algemene Wet Bestuursrecht zijn met name van
                                toepassing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Het waterschap heeft een adviescommissie conform artikel 7:13
                                Algemene wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Vertrouwenspersoon</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>In gezamenlijk overleg zoeken de OR, het GO en de werkgever een
                                externe vertrouwenspersoon voor de looptijd van dit GSS, die benoemd
                                moet zijn voor de in artikel 2.6 GSS bedoelde datum van
                                inwerkingtreding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De werkzaamheden en de procedure zijn vastgelegd in de regeling
                                vertrouwenspersoon reorganisaties, bijgevoegd bij het GSS. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>In die gevallen waarin toepassing van het GSS, ongeacht de fase van
                                het reorganisatieproces, leidt tot individueel onbillijke situaties,
                                kan de medewerker het dagelijks bestuur schriftelijk verzoeken de
                                toepassing van dit statuut te toetsen aan de redelijkheid en
                                billijkheid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Het dagelijks bestuur kan, na zwaarwegend advies van de
                                vertrouwenspersoon, besluiten om ten gunste van de medewerker van
                                dit GSS af te wijken. In voorkomende gevallen wordt de medewerker
                                hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.5</nr>
              <titel>Onvoorziene situaties</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen waarin dit GSS niet of niet in redelijkheid voorziet, wordt
                            hierover op basis van overeenstemming overlegd binnen het GO. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.6</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>De looptijd van het GSS als raamwerk is voor onbepaalde tijd. Zodra een
                            beleidsvoornemen tot reorganisatie wordt vastgesteld, wordt tevens
                            bepaald of en zo ja vanaf welke datum het GSS voor die betreffende
                            reorganisatie van kracht is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>2.7</nr>
              <titel>Evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Om de drie jaar wordt met de OR en in het GO het GSS geëvalueerd. In
                            gezamenlijk overleg kan besloten worden tot een tussentijdse evaluatie
                            en/of wijziging.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Statusbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Voorbereidingscommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingscommissie bestaat, afhankelijk van de uitkomsten
                                van het overleg met OR en / of GO en de aard van een reorganisatie
                                uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>één lid van het Managementteam (voorzitter);</al></li>
                <li nr="·"><al>de leidinggevende(n) van de bij de reorganisatie betrokken
                                        afdeling(en);</al></li>
                <li nr="·"><al>één lid (of plaatsvervangend lid) van de Plaatsingscommissie
                                        vanuit de werknemersvertegenwoordiging;</al></li>
                <li nr="·"><al>één personeelsadviseur als ambtelijk secretaris.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingscommissie adviseert de Plaatsingscommissie, op
                                basis van artikel 3.3 over de status van iedere functie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingscommissie adviseert de Plaatsingscommissie over het
                                plaatsen van alle medewerkers.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Werkwijze Voorbereidingscommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De vergaderingen van de Voorbereidingscommissie zijn besloten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De commissieleden ontvangen de belangstellingsregistratieformulieren
                                van de medewerkers, waarop gegevens vermeld zijn met betrekking tot
                                de huidige salarisschaal, scholing en ervaring van de medewerker en
                                de voorkeursfunctie van de medewerker.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingscommissie heeft de bevoegdheid: medewerkers,
                                leidinggevenden en informanten te horen, alle voor de plaatsing van
                                belang zijnde stukken in te zien en medewerkers te vragen mee te
                                werken aan geschiktheidonderzoeken. Dit is niet van toepassing als
                                er sprake is van één op één bestaande functies.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>De in sub c van dit artikel bedoelde medewerkers kunnen zich laten
                                bijstaan door een raadsman.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>Een oordeel van de Voorbereidingscommissie over het functioneren van
                                de medewerker wordt gebaseerd op actuele schriftelijke formele
                                beoordelingen opgemaakt bij het waterschap Brabantse Delta. Bij het
                                ontbreken daarvan kunnen inlichtingen over het functioneren van de
                                betreffende medewerker worden ingewonnen bij de leidinggevende.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>De ambtelijk secretaris en zijn plaatsvervanger zijn geen lid van de
                                Voorbereidingscommissie en hebben geen stemrecht. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>3.3</nr>
              <titel>Regels bij statusbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Na vaststelling van het nieuwe formatieplan wordt de status voor iedere
                            functie uit de bestaande organisatie bepaald. De volgende statussen zijn
                            te onderscheiden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bestaande één-op-één-functie;</al></li>
              <li nr="b."><al>bestaande functie met meer kandidaten;</al></li>
              <li nr="c."><al>gewijzigde functie;</al></li>
            </lijst>
            <al>Bestaande functie: een functie die (nagenoeg) ongewijzigd terugkomt
                            (80/20 regel) na de reorganisatie. De 80/20 regel betekent dat 80% van
                            de organieke werkzaamheden die vóór de reorganisatie verricht werden,
                            terugkomt in de nieuwe functie.</al>
            <al>Gewijzigde functie: een functie die in de nieuwe organisatie-opzet voor
                            meer dan 20% wijzigt of in het geheel niet meer voor komt. </al>
            <al> Ad a.</al>
            <al> Medewerkers met een bestaande functie volgen deze functie. Zij kunnen
                            wel via de belangstellingsregistratie hun belangstelling voor andere
                            functies kenbaar maken. Plaatsing op een door hen opgegeven
                            voorkeursfunctie zal echter uitsluitend plaatsvinden indien hiermee een
                            ander plaatsingsvraagstuk (voor een medewerker met status b. of c.)
                            wordt opgelost.</al>
            <al>Ad b.</al>
            <al> Wanneer voor een bestaande functie meer kandidaten zijn dan functies,
                            worden medewerkers geplaatst volgens het principe beschreven in artikel
                            4.5. Medewerkers die hierdoor niet geplaatst kunnen worden vallen onder
                            de bepalingen die gelden voor medewerkers met een ‘gewijzigde
                            functie’.</al>
            <al> Ad b</al>
            <al> Medewerkers met een gewijzigde functie geven hun functievoorkeuren aan
                            op het belangstellingsregistratieformulier.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>3.4</nr>
              <titel>Wijze van statusbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingscommissie stelt op basis van de 80/20-regel en
                                rekening houdend met de organieke functie en eventuele aanvullende
                                of afwijkende afspraken die schriftelijk zijn vastgelegd vast of er
                                sprake is van een bestaande of, gewijzigde functie. In dit artikel
                                wordt bedoeld de voorbereidingscommissie die hoort bij de eerste
                                plaatsingsronde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De medewerker ontvangt de voorlopige statusbepaling van zijn
                                functie. Tegelijkertijd wordt het
                                belangstellingsregistratieformulier meegestuurd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Een medewerker kan binnen één week na toezending van de voorlopige
                                statusbepaling zijn bedenkingen indienen bij de
                                Voorbereidingscommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>De Voorbereidingcommissie legt het voorstel voor de statusbepaling,
                                eventuele bedenkingen en een daarbij behorend plaatsingsadvies voor
                                aan de Plaatsingscommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>De Plaatsingscommissie beoordeelt het advies van de
                                Voorbereidingscommissie en adviseert hierover aan het dagelijks
                                bestuur.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>3.5</nr>
              <titel>Vaststelling statusbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Het dagelijks bestuur stelt, gelet op het advies van de
                            Plaatsingscommissie, de status van de functies definitief vast en stelt
                            de betrokken medewerkers hiervan formeel op de hoogte. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Plaatsing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.1</nr>
              <titel>Plaatsingscommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De Plaatsingscommissie is evenwichtig opgebouwd uit een werkgevers-
                                en een werknemersvertegenwoordiging en bestaat, afhankelijk van de
                                uitkomsten van het overleg met OR en / of GO en de aard van een
                                reorganisatie, uit: </al>
              <lijst>
                <li nr="·"><al>één of twee leden namens de werkgever aangewezen door het
                                        dagelijks bestuur;</al></li>
                <li nr="·"><al>één of twee leden namens de werknemersorganisaties
                                        vertegenwoordigd in het Georganiseerd Overleg ;</al></li>
                <li nr="·"><al>één onafhankelijke voorzitter (na overleg met de Secretaris
                                        – Directeur) aangewezen door de genoemde
                                        vertegenwoordigingen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De Plaatsingscommissie adviseert het dagelijks bestuur over de
                                statusbepaling en het plaatsen van alle medewerkers.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Voor ieder lid wordt een plaatsvervanger aangewezen</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.2</nr>
              <titel>Werkwijze Plaatsingscommissie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De vergaderingen van de Plaatsingscommissie zijn besloten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De commissieleden ontvangen de statusbepalingen, de
                                belangstellingregistratie en het advies van de
                                Voorbereidingscommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>De Plaatsingscommissie heeft de bevoegdheid een medewerker,
                                leidinggevenden of informanten te horen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Bij onderscheidenlijke stappen in het plaatsingsproces wordt de
                                betrokken medewerker steeds tijdig geïnformeerd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.3</nr>
              <titel>Plaatsingsproces</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De plaatsing kan in meerdere ronden gebeuren. Dit is het geval als
                                ook leidinggevende functies bij het plaatsingsproces zijn betrokken.
                                Als eerste wordt de hoogst betrokken leidinggevende geplaatst. In de
                                laatste ronde worden de medewerkers geplaatst. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De voorbereiding van plaatsingsronden wordt verricht door de
                                Voorbereidingscommissie. Het is de taak van de Plaatsingscommissie
                                om het dagelijks bestuur te adviseren over de definitieve plaatsing
                                van de betrokken medewerkers, conform de regels van dit GSS.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Het dagelijks bestuur bekrachtigt de plaatsingen en informeert de
                                medewerkers zo spoedig mogelijk na besluitvorming.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Het besluit van het dagelijks bestuur is een voor bezwaar en beroep
                                vatbare beslissing volgens de Algemene wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.4</nr>
              <titel>Verloop plaatsingsronde</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Elke plaatsingsronde start één week na het verschijnen van het
                                functieboek door het openstellen van de functies. Gelijktijdig met
                                de openstelling worden belangstellingsregistratieformulieren naar de
                                medewerkers verzonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Na de start van de eerste plaatsingsronde (het openstellen van de
                                functies) maken alle medewerkers binnen één week hun belangstelling
                                kenbaar. Bij meerdere plaatsingsrondes is dit onderdeel van de
                                eerste ronde. Bij eventuele niet-plaatsing in enige ronde kan voor
                                de vervolgprocedure aanvullend om een nadere
                                belangstellingsregistratie gevraagd worden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Een week na de start komt de Voorbereidingscommissie bijeen om alle
                                belangstellingsregistratieformulieren te behandelen. Binnen drie
                                weken brengt de Voorbereidingscommissie schriftelijk en gemotiveerd
                                advies uit aan de Plaatsingscommissie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>De Plaatsingscommissie brengt binnen één week schriftelijk en
                                gemotiveerd advies uit aan het dagelijks bestuur. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>Binnen één week nadat de Plaatsingscommissie een advies heeft
                                uitgebracht, ontvangen alle betrokken medewerker een schriftelijk
                                besluit van het bestuursorgaan. In het geval dat het dagelijks
                                bestuur ten aanzien van een medewerker een besluit neemt dat afwijkt
                                van het terzake door de Plaatsingscommissie uitgebrachte advies,
                                wordt dit schriftelijk en gemotiveerd aan de betrokken medewerker
                                meegedeeld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.5</nr>
              <titel>Plaatsing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Bij de plaatsing in een functie geldt als regel: mens volgt functie,
                                wanneer het gaat om een bestaande functie en er voldoende
                                formatieruimte is. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Bij meerdere kandidaten voor één bestaande functie, draagt de
                                Plaatsingscommissie de kwalitatief meest geschikte kandidaat voor.
                                Kwaliteit wordt vertaald in relevante kennis, ervaring en
                                competenties in relatie tot de opengestelde functie. Toepassing van
                                het kwaliteitscriterium wordt bewaakt door de paritaire
                                Toetsingscommissie als bedoeld in 5.2. Als op grond hiervan geen
                                keuze kan worden gemaakt, geldt het anciënniteitbeginsel.
                                Anciënniteit wordt gedefinieerd als de periode dat een medewerker
                                werkzaam is bij Waterschap Brabantse Delta of dienst
                                rechtsvoorgangers.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Plaatsing in een functie geschiedt bij voorkeur in een functie met
                                een functieschaal die gelijk is aan de functieschaal in de vorige
                                functie. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Als dit niet mogelijk is, kan geplaatst worden in een passende
                                functie die 1 schaal afwijkt van de functie die men op de dag voor
                                de datum van de reorganisatie bekleedde. In geval van een lagere
                                functieschaal geldt de salarisgarantie van artikel 6.1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>In die gevallen waar plaatsingsproblemen voorkomen kunnen worden
                                door het plaatsen in een functie met een functieschaal die twee
                                schalen lager is dan de functieschaal van betrokkene op de dag
                                direct voorafgaande aan de datum van de reorganisatie bekleedde, dan
                                wordt dit ook als passend aangemerkt. In dit geval geldt de
                                salarisgarantie van artikel 6.1;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>In situaties waarin een medewerker uit een eerdere reorganisatie
                                geplaatst is op een functie die twee schalen lager is, heeft de
                                Voorbereiding- en/of Plaatsingscommissie de taak, indien deze
                                medewerker niet direct gelijkwaardig geplaatst kan worden, ten
                                aanzien van deze medewerker een geschikte functie te formuleren,
                                waarbij het huidige functieniveau als uitgangspunt dient. In
                                situaties waarin een medewerker uit een eerdere reorganisatie
                                geplaatst is op een functie die een schaal lager is, is het niet
                                toegestaan dat de medewerker in een passende functie geplaatst wordt
                                conform artikel 4.5e. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.6</nr>
              <titel>Vast en tijdelijk personeel</titel>
            </kop>
            <al>De plaatsing zoals omschreven in artikel 4.5 wordt eerst doorlopen met
                            alle medewerkers (full- en parttime) met een vaste aanstelling of met
                            een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef op het moment van de in
                            het beleidsvoornemen tot reorganisatie genoemde inwerkingstredingdatum
                            van de betreffende reorganisatie. Hierna wordt dezelfde procedure
                            doorlopen met medewerkers met een tijdelijke aanstelling op dat moment.
                            Met inachtneming van artikelen 4.3 t/m 4.6 geldt de volgende
                            plaatsingsvolgorde:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Medewerkers in vaste dienst of met een tijdelijke aanstelling
                                    bij wijze van proef met een ‘bestaande één-op-één-functie’.</al></li>
              <li nr="2."><al>Medewerkers in vaste dienst of met een tijdelijke aanstelling
                                    bij wijze van proef met een ‘bestaande functie met meer
                                    kandidaten’.</al></li>
              <li nr="3."><al>Medewerkers in vaste dienst of met een tijdelijke aanstelling
                                    bij wijze van proef die in stap 2 niet geplaatst kunnen worden
                                    en medewerkers in vaste dienst of met een tijdelijke aanstelling
                                    bij wijze van proef met een ‘gewijzigde functie’.</al></li>
              <li nr="4."><al>Medewerkers in tijdelijke dienst, anders dan bij wijze van
                                    proef, met een bestaande één-op-één-functie’.</al></li>
              <li nr="5."><al>Medewerkers in tijdelijke dienst, anders dan bij wijze van
                                    proef, met een ‘bestaande functie met meer kandidaten’.</al></li>
              <li nr="6."><al>Medewerkers in tijdelijke dienst, anders dan bij wijze van
                                    proef, die in stap 5 niet geplaatst kunnen worden en medewerkers
                                    in tijdelijke dienst, anders dan bij wijze van proef, met een
                                    ‘gewijzigde functie’.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.7</nr>
              <titel>Nog geen plaatsing</titel>
            </kop>
            <al>Als plaatsing na het doorlopen van de procedure als omschreven in
                            artikel 4.5 en 4.6 niet mogelijk is, wordt het traject door lopen om te
                            komen van werk naar werk, zoals omschreven in hoofdstuk 5: Van werk naar
                            werk.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.8</nr>
              <titel>Evaluatie van de plaatsing door de medewerker</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Binnen 12 maanden na de plaatsingsdatum kan de medewerker aangeven
                                dat zijn plaatsing niet geslaagd is. Hij vraagt dan schriftelijk aan
                                het dagelijks bestuur een onderzoek in te stellen naar het al dan
                                niet geslaagd zijn van de plaatsing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Het dagelijks bestuur informeert de medewerker binnen één maand
                                schriftelijk over de uitkomst van het onderzoek. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Als het dagelijks bestuur tot het oordeel komt dat de plaatsing wel
                                geslaagd is, deelt het dagelijks bestuur dit als besluit
                                schriftelijk mee.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Als het dagelijks bestuur van mening is dat de plaatsing niet
                                geslaagd is, wordt, indien mogelijk, een andere functie aangeboden,
                                binnen of buiten de organisatie, conform het bepaalde in hoofdstuk 5
                                van dit Statuut. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>4.9</nr>
              <titel>Evaluatie van de plaatsing door het dagelijks bestuur</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Binnen 12 maanden na de plaatsingsdatum kan het dagelijks bestuur
                                gemotiveerd aangeven dat de plaatsing van een medewerker niet
                                geslaagd is en wordt een andere (passende of geschikte) functie
                                aangeboden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Indien dit niet tot een plaatsing leidt is hoofdstuk 5 van
                                toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>De medewerker wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de
                                uitkomsten van het onderzoek.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Van werk naar werk</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Van werk naar werk</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Waterschap en medewerker hebben samen een grote verantwoordelijkheid
                                om de medewerker voor het arbeidsproces te behouden. In het uiterste
                                geval kan artikel 8.1.4 van de SAW van toepassing zijn. Daarom zijn
                                de volgende afspraken gemaakt:</al>
              <al>
                <onderstreept>Fase 1</onderstreept>
                <onderstreept>
                                    Plaatsingsproces</onderstreept>
              </al>
              <al>In hoofdstuk 3 is het plaatsingsproces beschreven. Mocht dit
                                onverhoopt niet tot een plaatsing leiden start fase 2.</al>
              <al>
                <onderstreept>Fase 2</onderstreept>
                <onderstreept>
                                    Herplaatsingproces</onderstreept>
              </al>
              <al>Tijdens het plaatsingsproces wordt duidelijk welke medewerkers niet
                                direct geplaatst kunnen worden. De herplaatsingtermijn start vanaf
                                het moment dat de medewerker niet geplaatst wordt in fase 1. Fase 1
                                sluit met een formeel besluit. Vanaf dat moment (datum besluit is
                                bepalend) wordt in fase 2 eerst gezocht naar een geschikte functie
                                binnen de organisatie. Voor dit herplaatsingproces is 1,5 jaar
                                overeengekomen in de SAW.</al>
              <al> Binnen twee maanden nadat is vastgesteld dat de medewerker niet
                                plaatsbaar is, wordt een individueel actieplan “Van werk naar werk”
                                overeengekomen door het waterschap en de medewerker. Het waterschap
                                en de medewerker tekenen een wederzijdse inspanningverplichting om
                                het maximale te doen om de medewerker naar ander werk te begeleiden.
                                In dit plan “Van werk naar werk” wordt aangegeven welke instrumenten
                                worden ingezet om dit te bereiken. </al>
              <al>Tijdens de herplaatsingstermijn wordt zowel gezocht primair gezocht
                                naar interne herplaatsingsmogelijkheden. Daarnaast wordt gezocht
                                naar externe herplaatsingsmogelijkheden, waarbij de volgende
                                voorwaarden gelden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Het zoeken naar externe herplaatsingsmogelijkheden mag niet
                                        ten koste gaan van de inspanningen van het waterschap om
                                        naar interne herplaatsingsmogelijkheden te zoeken; het zijn
                                        aanvullende maatregelen.</al></li>
                <li nr="b."><al>Het zoeken naar externe mogelijkheden is facultatief en
                                        vindt alleen plaats met instemming van de medewerker.</al></li>
              </lijst>
              <al>Voor medewerkers die (nog) geen herplaatsingskandidaat zijn maar bij
                                organisatieondertelen werken waar boventalligheid dreigt kan een
                                individueel actieplan ‘Van werk naar werk” in preventieve zin worden
                                opgesteld.</al>
              <al>
                <onderstreept>Fase 3</onderstreept>
                <onderstreept>
                                    Vervolgplan</onderstreept>
              </al>
              <al>Als het waterschap en de medewerker er niet in slagen om tijdens de
                                herplaatsingtermijn van 1,5 jaar de medewerker naar ander werk te
                                begeleiden, wordt de medewerker reorganisatieontslag aangezegd. Ook
                                na deze ontslagaanzegging blijven het waterschap en de medewerker
                                verplicht om naar ander werk te zoeken. Dit is tevens een
                                bezinningsmoment om te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn,
                                omdat het actieplan “Van werk naar werk” onvoldoende resultaat heeft
                                opgeleverd. Het waterschap en de medewerker onderzoeken of een
                                wijziging van de strategie nodig is. Dit wordt vastgelegd in het
                                vervolgplan. Hierbij wordt ook nadrukkelijk naar werk buiten de
                                waterschapsorganisatie gekeken, bijvoorbeeld door inschakeling van
                                een extern bureau, dat intensief begeleidt naar ander werk buiten de
                                organisatie. Hierbij kan de medewerker (als indiensttreding op korte
                                termijn bij een andere werkgever niet mogelijk is), in dienst treden
                                van het externe bureau, onder nader en vooraf in een convenant
                                tussen het waterschap en de externe partij te bepalen voorwaarden en
                                te toetsen door de Toetsingscommissie genoemd onder punt 5.2 van dit
                                hoofdstuk.</al>
              <al>Bovengenoemde fases zijn gebaseerd op de nota van het LAWA van 16
                                oktober 2007 over de invoering van de bovenwettelijke WW.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label/>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Toetsingscommissie, van werk naar werk</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Op grond van artikel 5.5.1. ‘Herplaatsing in het kader van
                                reorganisatie’, lid 6, sub c SAW is een paritaire Toetsingscommissie
                                ingesteld en bestaat uit één vertegenwoordiger van de werkgever en
                                één vertegenwoordigers namens de vakbonden. Deze commissie adviseert
                                op verzoek van de medewerker het dagelijks bestuur over of:</al>
              <lijst>
                <li nr="o"><al>Het kwaliteitscriterium op de juiste wijze is toegepast bij
                                        de plaatsing van medewerkers. </al></li>
                <li nr="o"><al>Het waterschap zich voldoende heeft ingespannen om een
                                        medewerker naar ander werk te begeleiden.</al></li>
                <li nr="o"><al>De wensen van de medewerker over het geboden
                                        reïntegratie-instrumentarium uit artikel 5.5.3
                                        ‘Re-integratie-instrumentarium’ SAW binnen de grenzen van
                                        het redelijke en billijke vallen.</al></li>
                <li nr="o"><al>In geval van een vacature de medewerker of de reeds
                                        ontslagen medewerker uit artikel 5.5.1 ‘Herplaatsing in het
                                        kader van reorganisaties’ SAW geschikt is of geschikt is te
                                        maken voor de functie.</al></li>
                <li nr="o"><al>In geval van een uitzonderlijke schrijnende situatie over de
                                        verlenging van de herplaatsingtermijn.</al></li>
                <li nr="o"><al>In geval van een uitzonderlijke schrijnende situatie over de
                                        verlenging van de toegenomen reistijd voor woon-
                                        werkverkeer.</al></li>
              </lijst>
              <al>Aanvullend op de taken die voortvloeien uit de SAW adviseert de
                                commissie op verzoek van het dagelijks bestuur over de vraag of de
                                medewerker zich voldoende heeft ingespannen om te komen tot ander
                                werk.</al>
              <al>Beslissingen over het niet nakomen van de wederzijdse verplichtingen
                                worden, na advisering door de paritaire Toetsingscommissie, genomen
                                door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan van dit advies
                                beargumenteerd afwijken.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Financiële regelingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Salarisgarantie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De medewerker die niet in een functie met een gelijke functieschaal
                                kan worden geplaatst en in een functie wordt geplaatst met een
                                lagere functieschaal, heeft recht op alle salarisperspectieven
                                waarop hij volgens zijn oude functie recht had voor zover hij die
                                binnen 5 jaar na datum van de organisatiewijziging, had kunnen
                                bereiken. Wanneer een betrokken medewerker binnen deze 5 jaar de
                                wachtjaren voor een uitloopschaal (5 jaar in de functie waarvan 3
                                jaar bezoldigd volgens het maximum van de functieschaal) heeft
                                afgerond, behoudt hij de bijbehorende volledige
                                salarisperspectieven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Indien een medewerker op verzoek van het dagelijks bestuur een
                                functie met een lagere functieschaal accepteert, is de
                                salarisgarantie als bedoeld in lid a van toepassing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Indien de medewerker op eigen verzoek wordt geplaatst in een functie
                                met een lagere functieschaal, dan is de salarisgarantie van lid a
                                niet van toepassing. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Indien de medewerker als bedoeld in lid c met zijn verzoek beoogt
                                een plaatsingsprobleem bij een andere medewerker te voorkomen en de
                                Plaatsingscommissie bewilligt in dit plaatsingsverzoek, dan blijft
                                de betrokken medewerker het recht op de in lid a bedoelde garantie
                                behouden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>Bestaande salarisgaranties uit voorgaande reorganisaties blijven van
                                kracht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Toelagen en afkoop</titel>
            </kop>
            <al> Onderscheid wordt gemaakt tussen persoonsgebonden en functiegebonden
                            toelagen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Persoonsgebonden toelage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De medewerker behoudt het recht op een tijdelijke, persoonsgebonden
                                toelage totdat de termijn zoals die was afgesproken, is verlopen,
                                mits de gronden voor toekenning nog aanwezig zijn / gelden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De medewerker behoudt het recht op een persoonsgebonden toelage die
                                niet aan tijd gebonden is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Indien voor de medewerker op de reorganisatiedatum of daarna een
                                hogere functieschaal gaat gelden, wordt de gegarandeerde niet
                                tijdelijke persoonsgebonden toelage in het nieuwe salarisbedrag
                                geïncorporeerd of verrekend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Functiegebonden toelage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Indien de medewerker in de oude functie recht had op een
                                functiegebonden toelage en deze in de nieuwe functie komt te
                                vervallen wordt het verlies van deze toelage gecompenseerd conform
                                de afkoop- of afbouwregeling beschreven in sub c en d van dit
                                artikel. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Indien de medewerker in de oude functie recht had op een
                                functiegebonden toelage en in de nieuwe functie opnieuw recht krijgt
                                op een (andere) functiegebonden toelage worden de toelagen met
                                elkaar verrekend. Als het verschil negatief is wordt overgegaan tot
                                compensatie conform de afkoop- of afbouwregeling beschreven in dit
                                artikel. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>In beginsel wordt het inkomensverlies afgekocht op basis van de
                                contante waarde waarop de medewerker recht zou hebben bij afbouw. De
                                contante waarde wordt berekend met de wettelijke rente zoals
                                gehanteerd door de Belastingdienst.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>Op verzoek van de medewerker kan worden afgezien van afkoop en volgt
                                geleidelijke afbouw. De afbouw is het eerste jaar 75%, het tweede
                                jaar 50% en het derde jaar 25% van de oorspronkelijke toelage, mits
                                hij de toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van
                                beëindiging, gedurende ten minste twee jaar zonder wezenlijke
                                onderbreking heeft genoten</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>De afbouwperiode kan nooit langer zijn dan de periode waarover de
                                toelage is genoten. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Bijzondere reiskostenregeling</titel>
            </kop>
            <al>De medewerker die tijdelijk (maximaal 1 jaar) een andere standplaats
                            krijgt toegewezen ontvangt voor de extra te reizen kilometers een
                            vergoeding voor dienstreizen gelijk aan de geldende vergoedingsregeling
                            dienstreizen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.6</nr>
              <titel>Inconveniëntenregeling reiskosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Aan de medewerker van wie de dagelijkse reisafstand
                                (woon-werkverkeer) door een verandering in de plaats van
                                tewerkstelling op basis van de kortste reisafstand met meer dan in
                                totaal 20 kilometer (vice versa) toeneemt, wordt, onafhankelijk van
                                de nieuw voor hem geldende vergoedingsregeling voor
                                woon-werkverkeer, eenmalig een vergoeding conform sub b toegekend.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De vergoeding wordt bepaald volgens de formule: aantal werkdagen in
                                de drie jaar volgend op de reorganisatiedatum X de extra te reizen
                                kilometers X € 0,19. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>Van de medewerker, aan wie een eenmalige vergoeding conform dit
                                artikel is toegekend en aan wie binnen drie jaar na de
                                reorganisatiedatum ontslag op eigen verzoek wordt verleend of die
                                ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen
                                drie jaren na de reorganisatiedatum wordt ontslagen, wordt de aan
                                hem toegekende vergoeding naar evenredigheid teruggevorderd. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.7</nr>
              <titel>Verplaatsingskosten</titel>
            </kop>
            <al>De medewerker die aan de navolgende voorwaarden voldoet kan gebruik
                            maken van de verplaatsingskostenregeling conform de SAW -bepalingen: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de medewerker krijgt als gevolg van de reorganisatie een andere
                                    standplaats toegewezen, en; </al></li>
              <li nr="b."><al>de medewerker gaat wonen in een door het dagelijks bestuur te
                                    bepalen woongebied of als het waterschap geen woongebied heeft
                                    aangewezen geldt een straal van hemelsbreed 10 kilometer van de
                                    nieuwe standplaats, en;</al></li>
              <li nr="c."><al>de nieuwe woonplaats ligt ten minste 10 kilometer dichter bij de
                                    plaats van zijn tewerkstelling ten opzichte van zijn oude
                                    woonplaats, en;</al></li>
              <li nr="d."><al>de verhuizing vindt plaats binnen drie jaar na de
                                    reorganisatiedatum. </al></li>
              <li nr="e."><al>Terugbetalingsverplichtingen vanwege eerder toegekende
                                    tegemoetkomingen in verhuiskosten en afkoop op grond van artikel
                                    6.6 komen voor de medewerker die van dit artikel gebruik maakt
                                    te vervallen. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.8</nr>
              <titel>Ambtsjubileumgratificaties</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Aan de medewerker die ten gevolge van de reorganisatie een functie
                                buiten de waterschapsorganisatie aanvaardt, wordt de gratificatie
                                bij ambtsjubileum evenredig aan het aantal dienstjaren uitbetaald
                                indien in de nieuwe functie de opgebouwde overheidsjaren niet worden
                                overgenomen. Dit recht geldt uitsluitend indien de betrokkene binnen
                                een bepaalde tijd, zoals omschreven in sub b, na de datum van
                                ontslag een ambtsjubileumgratificatie tegemoet zou hebben gezien.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>De bepaalde tijd zoals bedoeld in sub a van dit artikel bedraagt: 5
                                jaar vóór een 25-jarig jubileum, 8 jaar vóór een 40-jarig jubileum
                                en 10 jaar vóór een 50-jarig jubileum. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>De onder lid a bedoelde gratificatie wordt als een bruto =
                                nettobedrag uitbetaald. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.9</nr>
              <titel>Studiefaciliteiten</titel>
            </kop>
            <al>Het dagelijks bestuur kan de medewerker met het oog op de aan de
                            (nieuwe) functie verbonden eisen in de gelegenheid stellen zich volledig
                            of gedeeltelijk om-, her- of bij te scholen. De kosten hiervan worden
                            vergoed conform de bepalingen in de SAW, zonder
                            terugbetalingsverplichting. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label/>
              <nr>6.10</nr>
              <titel>Hogere schaal</titel>
            </kop>
            <al>Indien een medewerker geplaatst wordt in een functie met een hogere
                            functieschaal, leidt de plaatsing op dat moment niet direct tot een
                            bevordering. Een bevordering wordt in een later stadium op basis van de
                            geldende beoordelingscriteria geformaliseerd. Hierover worden in een
                            eerste start-/planningsgesprek afspraken gemaakt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Definities</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In dit GSS wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>afkoop: betaling van een geldbedrag om een eind te maken aan een
                                    bestaande verplichting; </al></li>
              <li nr="b."><al>anciënniteit: de periode dat een medewerker werkzaam is bij
                                    Waterschap Brabantse Delta of dienst rechtsvoorgangers.</al></li>
              <li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het door de directie – het MT gehoord hebbend
                                    – uitgesproken intentie om over te gaan tot een wijziging van de
                                    organisatie. Het aannemen van de hierbij behorende adviesnota
                                    vormt het startmoment voor de gesprekken tussen de
                                    WOR-bestuurder, de OR en het GO als bedoeld in artikel 1.2 van
                                    dit GSS.</al></li>
              <li nr="d."><al>formatieplan: het geheel van (deel-) organisatiestructuren en de
                                    daarbij behorende functies en formatieplaatsen voor de nieuwe
                                    opzet na reorganisatie; </al></li>
              <li nr="e."><al>functie: het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker
                                    dient te worden verricht in opdracht van het dagelijks bestuur,
                                    of waarover aanvullend of afwijkend in een functionerings- of
                                    beoordelingsgesprek schriftelijk vastgelegde afspraken zijn
                                    gemaakt;</al></li>
              <li nr="f."><al>functieboek: het overzicht van alle functies binnen de nieuwe
                                    organisatie-opzet;</al></li>
              <li nr="g."><al>functiegebonden toelage: de toelage die onafhankelijk van de
                                    persoon, vanwege het vervullen van de functie wordt toegekend,
                                    deze toelage heeft niet het karakter van een
                                    onkostenvergoeding;</al></li>
              <li nr="h."><al>geschikte functie: een functie die aan een medewerker als
                                    maatwerkoplossing wordt opgedragen op het moment dat er geen
                                    passende functie beschikbaar is;</al></li>
              <li nr="i."><al>medewerker: hij die op de dag voorafgaande aan de
                                    reorganisatiedatum een vaste of tijdelijke aanstelling heeft bij
                                    waterschap Brabantse Delta; </al></li>
              <li nr="j."><al>passende functie: een functie die de medewerker redelijkerwijs
                                    in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden, zijn
                                    vaardigheden en/of de voor hem bestaande vooruitzichten kan
                                    worden opgedragen. Hierbij geldt de beperking dat uitsluitend
                                    sprake kan zijn van een passende functie indien de
                                    functiesalarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de
                                    functiesalarisschaal die geldt voor betrokkene op de dag direct
                                    voorafgaand aan de datum van de organisatiewijziging; </al></li>
              <li nr="k."><al>persoonsgebonden toelage: de toelage die niet een
                                    functiegebonden toelage is en geen onkostenvergoeding is; </al></li>
              <li nr="l."><al>Plaatsingsronde: de periode van het formele verzoek aan
                                    medewerkers tot het kenbaar maken van de voorkeuren tot en met
                                    het besluit van het dagelijks bestuur hierover. </al></li>
              <li nr="m."><al>salaris: het bedrag van de salarisschaal dat aan de medewerker
                                    is toegekend of, indien voor de betrekking van vast bedrag
                                    geldt, dit bedrag; </al></li>
              <li nr="n."><al>salarisperspectieven: het als gebruikelijk doorlopen van het
                                    salaris in de salarisschaal waarin de medewerker tot het moment
                                    van plaatsing is ingedeeld, tot en met het daaraan verbonden
                                    maximum salaris, inclusief andere schriftelijke toegekende
                                    garanties; </al></li>
              <li nr="o."><al>salarisschaal: de functiesalarisschaal waarin de ambtenaar op de
                                    dag voorafgaand aan de reorganisatiedatum is ingedeeld en welke
                                    in het kader van de plaatsing wordt gegarandeerd;</al></li>
              <li nr="p."><al>voorkeursfunctie: een functie waarvan de ambtenaar te kennen
                                    geeft, deze bij voorkeur te willen vervullen. </al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>1 Citaten SAW 1 juli 2013</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.5.1 Herplaatsing in het kader van reorganisatie </nr>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="1."><al>De ambtenaar die op basis van een reorganisatie zoals
                                            genoemd in artikel 1.1.4 SAW boventallig is verklaard
                                            heeft recht op een herplaatsingtermijn van 1,5 jaar.
                                        </al></li>
                  <li nr="2."><al>Binnen twee maanden na het vaststellen van
                                            boventalligheid stelt het dagelijks bestuur in overleg
                                            met de boventallig verklaarde ambtenaar een actieplan
                                            ‘van werk naar werk’ vast. Het dagelijks bestuur en de
                                            ambtenaar komen daarbij een wederzijdse
                                            inspanningsverplich-ting overeen om het maximale te doen
                                            om betrokkene naar ander werk te begeleiden. In dit
                                            actieplan wordt vastgelegd welke
                                            re-integratie-instrumenten gedurende de
                                            herplaatsingter-mijn zullen worden ingezet. </al></li>
                  <li nr="3."><al>Indien na afloop van de herplaatsingtermijn het
                                            actieplan voor de boventallige verklaarde ambtenaar niet
                                            heeft geleid tot het vinden van werk, komen partijen een
                                            vervolgplan over-een. In dit vervolgplan wordt
                                            vastgelegd of een wijziging van strategie nodig is, en
                                            welke in-strumenten gedurende de WW- en bovenwettelijke
                                            WW-fase moeten worden ingezet om de re-integratie alsnog
                                            succesvol te laten verlopen. </al></li>
                  <li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur betaalt, binnen redelijke grenzen,
                                            de kosten van het re-integratie-instrumentarium uit het
                                            actieplan en vervolgplan. </al></li>
                  <li nr="5."><al>Bij gelijke geschiktheid, of te maken geschiktheid,
                                            heeft de boventallige of de al ontslagen ambtenaar bij
                                            vacatures die na de reorganisatie binnen het waterschap
                                            ontstaan de voor-keur boven andere interne of externe
                                            kandidaten. Als er meerdere geschikte of geschikt te
                                            maken boventallige ambtenaren op de vacature
                                            solliciteren, heeft diegene die het langst bo-ventallig
                                            is en een uitkering geniet, de voorkeur. </al></li>
                  <li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur kan op basis van zwaarwegende
                                            persoonlijke omstandigheden be-sluiten: </al><lijst>
                      <li nr="a."><al>de in lid 1 bedoelde herplaatsingtermijn te
                                                  verlengen met een termijn; </al></li>
                      <li nr="b."><al>het op basis van het in lid 4 bedoelde actieplan
                                                  ‘van werk naar werk’ overeengekomen
                                                  re-integratie-instrumentarium, uit te breiden;
                                                </al></li>
                      <li nr="c."><al>dat de boventallige of al ontslagen ambtenaar
                                                  met een bovenwettelijke uitkering, geschikt, of
                                                  geschikt te maken is voor de betreffende functie.
                                                </al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <al>Voordat het dagelijks bestuur een besluit neemt, wordt advies ingewonnen
                            bij een derde. Deze derde is een paritaire commissie, bij voorkeur in
                            het kader van een organisatiewijziging genoemd in artikel 1.1.4</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.5.3</nr>
              <titel>Re-integratie-instrumentarium</titel>
            </kop>
            <al>Op grond van artikelen 5.5.1 en 5.5.2 SAW kunnen maatwerk afspraken
                            worden gemaakt over het gebruik van re-integratie-instrumenten. Naast de
                            in paragraaf 5.6 genoemde in-strumenten zijn in ieder geval de volgende
                            re-integratie-instrumenten beschikbaar: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>in kaart brengen van kennis, vaardigheden, belangstelling en
                                    mogelijkheden op de arbeidsmarkt, in verschillende vormen; </al></li>
              <li nr="b."><al>om- her- en bijscholing; </al></li>
              <li nr="c."><al>detachering, of indiensttreding bij een outplacementbureau of
                                    re-integratiebedrijf; </al></li>
              <li nr="d."><al>begeleiding bij het opzetten van een eigen bedrijf. </al></li>
            </lijst>
            <al>Het dagelijks bestuur heeft de mogelijkheid om het
                            re-integratie-instrumentarium uit dit arti-kel aan te bieden aan groepen
                            van ambtenaren die (nog) geen herplaatsingskandidaat zijn maar bij
                            organisatie onderdelen werken waar boventalligheid dreigt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.1.4</nr>
              <titel>Ontslag bij reorganisatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van
                                zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het
                                dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere
                                dienstonderdelen dan wel wegens verminderde behoefte aan
                                arbeidskrach-ten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol
                                verleend. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ontslag op één van de in het vorige lid genoemde gronden kan, met
                                inachtneming van het bepaalde in lid 4, slechts plaatsvinden na
                                afloop van de in artikel 2.3.2, lid 3 SAW benoemde
                                herplaatsingtermijn. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien het dagelijks bestuur, op basis van artikel 2.3.2, lid 8
                                besluit dat de herplaatsing-termijn wordt verlengd, kan het ontslag
                                met inachtneming van het bepaalde in lid 4, op grond van één van de
                                in het eerste lid genoemde gronden slechts plaatsvinden na afloop
                                van de verlengde herplaatsingtermijn. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien aan een ambtenaar op grond van dit artikel ontslag wordt
                                verleend, wordt een opzegtermijn van drie maanden in acht genomen.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van dit artikel,
                                verkrijgt met ingang van de datum van ontslag aanspraak op een
                                uitkering krachtens paragraaf 9.2. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr>bijlage</nr>
            <titel>2 Begrip reorganisatie</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>SAW 1-7-2013</vet>
            </al>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1.4 Organisatiewijziging</nr>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="1."><al>Indien door het dagelijks bestuur wordt voorgesteld
                                            verandering te brengen in de inrich-ting van enig
                                            dienstonderdeel, vallend onder het adviesrecht van
                                            artikel 25 WOR, dan stelt het dagelijks bestuur de
                                            commissie voor georganiseerd overleg als bedoeld in
                                            arti-kel 12.1 hiervan op de hoogte. </al></li>
                  <li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur stelt in geval van een ingrijpende
                                            verandering in de inrichting van enig dienstonderdeel
                                            regels vast betreffende: </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="a."><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg wordt
                                    gevoerd met de com-missie als bedoeld in artikel 12.1; </al></li>
              <li nr="b."><al>de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                    betrokken ambtenaren worden gehoord; </al></li>
              <li nr="c."><al>de personele gevolgen van die verandering. </al><al>3.Over het voornemen al dan niet regels als bedoeld in het
                                    vorige lid vast te stellen wordt overleg gevoerd met de
                                    commissie als bedoeld in artikel 12.1. </al></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>WOR</vet>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De ondernemingsraad wordt door de ondernemer in de gelegenheid
                                gesteld advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit
                                tot:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>De overdracht;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>Het vestigen van, dan wel het overnemen of afstoten van de
                                zeggenschap over, een andere onderneming, alsmede het aangaan van,
                                het aanbrengen van een belangrijke verandering in of het verbreken
                                van duurzame samenwerking met een andere onderneming, waaronder
                                begrepen het aangaan, in belangrijke mate wijzigen of verbreken van
                                een financiële deelneming vanwege of ten behoeve van een dergelijke
                                onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>…………..</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>3 Citaten WOR</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>(WOR)</titel>
            </kop>
            <al>1.In de overlegvergaderingen wordt ten minste tweemaal per jaar de
                            algemene gang van zaken van de onderneming besproken. De ondernemer doet
                            in dit kader mededeling over besluiten die hij in voorbereiding heeft
                            met betrekking tot de aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 25 en
                            27. Daarbij worden afspraken gemaakt wanneer en op welke wijze de
                            ondernemingsraad in de besluitvorming wordt betrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>(WOR)</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>1.De Ondernemingsraad wordt door de ondernemer in de gelegenheid
                                gesteld advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit
                                tot:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel
                                daarvan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>het vestigen van, dan wel het overnemen of afstoten van de zeggen
                                schap over, een </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>andere onderneming, alsmede het aangaan van, het aanbrengen van een
                                belangrijke wijziging in of het verbreken van duurzame samenwerking
                                met een andere onderneming, waaronder begrepen het aangaan, in
                                belangrijke mate wijzigen of verbreken van een belangrijke
                                financiële deelneming vanwege of ten behoeve van een dergelijke
                                onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of van een
                                belangrijk onderdeel daarvan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de
                                werkzaamheden van de onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming, dan wel
                                in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>wijziging van de plaats waar de onderneming haar werkzaamheden
                                uitoefent;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>g.</lidnr>
              <al>het groepsgewijze werven of inlenen van arbeidskrachten;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>h.</lidnr>
              <al>het doen van een belangrijke investering ten behoeve van de
                                onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>i.</lidnr>
              <al>het aantrekken van een belangrijk krediet ten behoeve van de
                                onderneming;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>j.</lidnr>
              <al>het verstrekken van een belangrijk krediet en het stellen van
                                zekerheid voor belangrijke schulden van een andere ondernemer,
                                tenzij dit geschiedt in de normale uitoefening van werkzaamheden in
                                de onderneming; </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>k.</lidnr>
              <al>invoering of wijziging van een belangrijke technologische
                                voorziening;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>l.</lidnr>
              <al>het treffen van een belangrijke maatregel in verband met de zorg van
                                de onderneming voor het milieu, waaronder begrepen het treffen of
                                wijzigen van een beleidsmatige, organisatorische en administratieve
                                voorziening in verband met het milieu;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>m.</lidnr>
              <al>vaststelling van een regeling met betrekking tot het zelf dragen van
                                het risico, bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel
                                a, artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, of artikel 40,
                                aanhef en eerste lid, onderdeel c, van de Wet financiering sociale
                                verzekeringen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>n.</lidnr>
              <al>het verstrekken en het formuleren van een adviesopdracht aan een
                                deskundige buiten de onderneming betreffende een der hiervoor
                                bedoelde aangelegenheden;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>o.</lidnr>
              <al>Het onder b bepaalde, alsmede het onder n bepaalde, voor zover dit
                                betrekking heeft op een aangelegenheid als bedoeld onder b, is niet
                                van toepassing wanneer de andere onderneming in het buitenland
                                gevestigd is of wordt en redelijkerwijs niet te verwachten is dat
                                het voorgenomen besluit zal leiden tot een besluit als bedoeld onder
                                c-f ten aanzien van een onderneming die door de ondernemer in
                                Nederland in stand wordt gehouden. </al>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de
                                        ondernemingsraad voor. Het advies moet op een zodanig
                                        tijdstip worden gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan
                                        zijn op het te nemen besluit.</al></li>
                <li nr="3."><al>Bij het vragen van advies wordt aan de ondernemingsraad een
                                        overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit,
                                        alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten
                                        valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben
                                        en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen.
                                    </al></li>
                <li nr="4."><al>De ondernemingsraad brengt met betrekking tot een
                                        voorgenomen besluit als bedoeld in het eerste lid geen
                                        advies uit dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten
                                        minste eenmaal overleg is gepleegd in een
                                        overlegvergadering.Ten aanzien van de bespreking van het
                                        voorgenomen besluit in de overlegvergadering is artikel 24,
                                        tweede lid, van overeenkomstige toepassing.</al></li>
                <li nr="5."><al>Indien na het advies van de ondernemingsraad een besluit als
                                        in het eerste lid bedoeld wordt genomen, wordt de
                                        ondernemingsraad door de ondernemer zo spoedig mogelijk van
                                        het besluit schriftelijk in kennis gesteld. Indien het
                                        advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is
                                        gevolgd, wordt aan de ondernemingsraad tevens medegedeeld,
                                        waarom van dat advies is afgeweken. Voor zover de
                                        ondernemingsraad daarover nog niet heeft geadviseerd, wordt
                                        voorts het advies van de ondernemingsraad ingewonnen over de
                                        uitvoering van het besluit.</al></li>
                <li nr="6."><al>Tenzij het besluit van de ondernemer overeenstemt met het
                                        advies van de ondernemingsraad, is de ondernemer verplicht
                                        de uitvoering van zijn besluit op te schorten tot een maand
                                        na de dag waarop de ondernemingsraad van dat besluit in
                                        kennis is gesteld. De verplichting vervalt wanneer de
                                        ondernemingsraad zulks te kennen geeft. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>(WOR)</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk
                                door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of
                                intrekking van:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering, een
                                winstdelingsregeling of een spaarregeling;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>een werktijd- of een vakantieregeling;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>een belonings- of een functiewaarderingssysteem;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het
                                ziekteverzuim of het re-integratiebeleid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of
                                bevorderingsbeleid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van de personeelsopleiding;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>g.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>h.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk
                                werk;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>i.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van het werkoverleg;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>j.</lidnr>
              <al>een regeling op het gebied van de behandeling van klachten;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>k.</lidnr>
              <al>een regeling omtrent de registratie van, de omgang met en de
                                bescherming van persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame
                                personen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>l.</lidnr>
              <al>een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt
                                zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of
                                prestaties van de in de onderneming werkzame personen een en ander
                                voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de
                                onderneming werkzame personen.</al>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de
                                        ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht
                                        van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de
                                        gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in
                                        de onderneming werkzame personen zal hebben. De
                                        ondernemingsraad beslist niet dan nadat over de betrokken
                                        aangelegenheid ten minste eenmaal overleg is gepleegd in een
                                        overlegvergadering. Na het overleg deelt de raad zo spoedig
                                        mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing
                                        aan de ondernemer mee. Wanneer de ondernemer of de
                                        ondernemingsraad te kennen geeft daarop prijs te stellen,
                                        wordt de beslissing in een overlegvergadering kenbaar
                                        gemaakt. </al></li>
                <li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist
                                        voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming
                                        reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve
                                        arbeidsovereenkomst, dan wel in een regeling van
                                        arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk
                                        orgaan. </al></li>
                <li nr="4."><al>Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen
                                        instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de
                                        kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De
                                        kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de
                                        beslissing van de raad om geen instemming te geven
                                        onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer
                                        gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische,
                                        bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen. </al></li>
                <li nr="5."><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid, dat genomen is,
                                        zonder de instemming van de ondernemingsraad of de
                                        toestemming van de kantonrechter is nietig, indien de raad
                                        tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de
                                        nietigheid heeft gedaan. De raad kan slechts een beroep op
                                        de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de
                                        ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin
                                        van het tweede lid heeft meegedeeld, hetzij -bij gebreke van
                                        deze mededeling- de raad is gebleken dat de ondernemer
                                        uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit. </al></li>
                <li nr="6."><al>De ondernemingsraad kan de kantonrechter verzoeken de
                                        ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen
                                        die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietige
                                        besluit als bedoeld in het vijfde lid. De ondernemer kan de
                                        kantonrechter verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad
                                        ten onrechte een beroep heeft gedaan op de nietigheid als
                                        bedoeld in het vijfde lid.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>4</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i491404a3-c790-4280-9134-b1db11081f63" naam="i229142i491404a3-c790-4280-9134-b1db11081f63.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="16.7cm"/>
              </plaatje>
              <plaatje>
                <illustratie id="i392ad862-1691-40ed-accd-6b875bae689b" naam="i228961i392ad862-1691-40ed-accd-6b875bae689b.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="16.7cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>5 Stroomschema reorganisatie</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="i4f1ad3b2-bf7f-4646-b8c8-73da47c60b33" naam="i228962i4f1ad3b2-bf7f-4646-b8c8-73da47c60b33.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.7cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>6</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Regeling Vertrouwenspersoon Reorganisaties</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vertrouwenspersoon heeft binnen de reorganisatie de volgende
                                    bevoegdheden:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>Bemiddelend optreden bij conflicten over (de toepassing
                                            van) het Generiek Sociaal Statuut die door een betrokken
                                            persoon of orgaan aan haar/hem worden voorgelegd; de bij
                                            het conflict betrokken partijen dienen vooraf in te
                                            stemmen met de bemiddeling.</al></li>
                  <li nr="b."><al>Advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur over een
                                            (vermeende) onjuiste, onzorgvuldige of onvolledige
                                            toepassing van het Generiek Sociaal Statuut voor zover
                                            hem daarom door de werknemer wordt verzocht.</al></li>
                  <li nr="c."><al>Consultaties afspreken met een medewerker die gedurende
                                            het reorganisatieproces om hem moverende redenen
                                            verzoekt om ondersteuning.</al></li>
                  <li nr="d."><al>Ongevraagd advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur
                                            over de toepassing van het Generiek Sociaal
                                            Statuut.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De vertrouwenspersoon brengt binnen twee weken nadat een verzoek
                                    zoals bedoeld in lid b onder 2 is gedaan een advies uit. De
                                    termijn kan, indien de redelijkheid dit gebiedt, in overleg met
                                    betrokkenen worden verlengd.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vertrouwenspersoon tracht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    binnen zes weken, nadat een verzoek zoals bedoeld artikel 1 lid
                                    b is gedaan, een bemiddeling tot stand te brengen. </al></li>
              <li nr="4."><al>De vertrouwenspersoon is volkomen onafhankelijk. De
                                    vertrouwenspersoon verstrekt op geen enkele wijze enige
                                    informatie aan het waterschap of aan derden over individuele
                                    ambtenaren die een beroep op hem/haar hebben gedaan, tenzij die
                                    ambtenaren hier zelf om vragen.</al></li>
              <li nr="5."><al>Omtrent de werkwijze van de vertrouwenspersoon kan het dagelijks
                                    bestuur nadere regels stellen. </al></li>
              <li nr="6."><al>Binnen 2 maanden na afronding van het plaatsingsproces brengt de
                                    vertrouwenspersoon een evaluatieverslag uit aan de commissie van
                                    Georganiseerd Overleg. In dit verslag wordt de privacy van de
                                    medewerkers volledig geborgd. Voorkomen wordt dat gegevens te
                                    herleiden zijn tot identificeerbare personen zijn.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van
                            waterschap Brabantse Delta van </al>
            <al/>
            <al>Het dagelijks bestuur,</al>
            <al>De dijkgraaf De secretaris-directeur</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
            <al>J.A.M. Vos ir. H.T.C. van Stokkom</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>Bijlage</nr>
            <titel>7</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <plaatje>
                <illustratie id="ia9564bf5-81e3-4e73-861a-439aa02c66e3" naam="i228963ia9564bf5-81e3-4e73-861a-439aa02c66e3.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="20.5cm"/>
              </plaatje>
              <plaatje>
                <illustratie id="i5dcd1f87-78e1-4771-93e2-06db517c595c" naam="i228964i5dcd1f87-78e1-4771-93e2-06db517c595c.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="17.6cm"/>
              </plaatje>
              <plaatje>
                <illustratie id="iaf4e2362-cc73-447a-ba3a-6fa39bf17d7c" naam="i228965iaf4e2362-cc73-447a-ba3a-6fa39bf17d7c.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="17.6cm"/>
              </plaatje>
              <plaatje>
                <illustratie id="i62dc8273-3669-47f8-a411-0a30222c49f1" naam="i228966i62dc8273-3669-47f8-a411-0a30222c49f1.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="22.9cm"/>
              </plaatje>
            </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>