<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR304258_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Montfoort 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Montfoort 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Montfoort 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Montfoort,</al><al/><al>gelet op artikel 108 en artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 4.23 van
                        de Algemene Wet Bestuurs­recht;</al><al/><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al/><al>vast te stellen de “Algemene Subsidieverordening Gemeente Montfoort
                        2013”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </al><al/><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>De wet: de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</al><al/><al>Subsidie: de aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4.21
                        Awb.</al><al/><al>Budgetsubsidie: subsidie welke voor een tijdvak van vier jaar wordt verleend
                        aan instel­lingen die voor de gemeente gelden als basisvoorzieningen en die
                        beroeps­krachten in dienst hebben en waarbij een uitvoeringsovereenkomst met
                        de instelling wordt afgesloten.</al><al/><al>Beroepskracht: een persoon die als werknemer in loondienst is bij het
                        bestuur van een instel­ling, dat optreedt als werkgever. Er is sprake van
                        een arbeidsverhou­ding.</al><al/><al>Bestemmingsreserves: reserves waaraan een bestemming gekoppeld is die
                        aansluit bij de doel­stellingen van de instelling. </al><al/><al/><al/><al/><al>Bijzondere </al><al>Subsidieregelingen: een subsidie voor in het subsidiebeleid bepaalde
                        specifieke activiteiten. Voor deze activiteiten gelden niet de algemene
                        subsidiabele criteria voor subsidieverlening. </al><al/><al>Subsidieovereenkomst: een overeenkomst ter uitvoering van een besluit tot
                        subsidieverlening tussen burgemeester en wethouders en de subsidieontvanger
                        waarin afspra­ken zijn opgenomen met betrekking tot producten, prestaties en
                        activiteiten die worden uitgevoerd in relatie tot het subsidiebedrag dat
                        voor een vast­gesteld tijdvak is verleend.</al><al/><al>Meerjarige subsidie: een subsidie met een min of meer structureel
                        karakter.</al><al/><al>Incidentele subsidie: een subsidie voor activiteiten of projecten met een
                        eenmalig karakter.</al><al/><al>Instelling: een organisatie met rechtspersoonlijkheid die zich ten doel
                        stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten ten behoeve van de
                        ingezetenen van de gemeente Montfoort.</al><al/><al>Kalenderjaar: het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, lopende van 1
                        januari tot en met 31 december.</al><al/><al>Subsidiejaarplan: een overzicht van alle subsidieaanvragen in een bepaald
                        jaar waarin een gemotiveerd voorstel wordt gedaan over de toekenning van de
                        gevraagde subsidies en de effecten van de subsidies in de praktijk.</al><al/><al>Subsidieplafond: het bedrag per taakgebied dat als subsidie in de door de
                        gemeenteraad vast­gestelde gemeentebegroting is opgenomen.</al><al/><al>Algemeen belang: de politiek-bestuurlijke beleidsdoelstellingen om
                        activiteiten te stimuleren en te ondersteunen en mogelijk te maken, die een
                        bepaald positief maat­schappelijk effect hebben.</al><al/><al>Vrije reserves: reserves zonder bestemming.</al><al/><al>Waarderingssubsidie: een subsidie tot € 1.000,- met min of meer een
                        structureel karakter.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2. Rechtspersoonlijkheid</onderstreept></al><al>1) Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen.</al><al>2) In bijzondere gevallen kan het college of de raad subsidie verlenen aan
                        instellingen zonder vol­ledige rechtspersoonlijkheid of aan natuurlijke
                        personen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3. Reikwijdte</onderstreept></al><al>1) Deze verordening maakt deel uit van het door de raad vastgestelde
                        subsidiebeleid van de gemeente Montfoort voor de periode 2013-2017.</al><al>2) Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van alle
                        activiteiten die door aanvragers in het gemeenlijk belang worden uitgevoerd
                        en waarvoor geen andere gemeentelijke subsidie­verordening geldt.</al><al>3) Deze verordening is niet van toepassing op geldelijke bijdragen aan
                        gemeenschappelijke rege­lingen waaraan de gemeente deelneemt. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 4. Algemene eisen</onderstreept></al><al>1) De activiteiten van de aanvrager dienen open te staan voor alle personen,
                        zonder onderscheid naar afkomst, levensovertuiging, sekse of seksuele
                        geaardheid.</al><al>2) De activiteiten van de aanvrager mogen op geen enkele wijze strijdig zijn
                        met de internationale verdragen op de rechten van de mens.</al><al>3) Subsidiëring van activiteiten vindt niet plaats indien de instelling zelf
                        in de kosten daarvan kan voorzien.</al><al>4) Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats als de
                        activiteiten naar de mening van college of raad niet vallen onder het
                        algemeen belang.</al><al>5) De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit
                        publieke middelen gefinancierde topinkomens van toepassing is, is verplicht
                        om de inkomensgrens zoals bedoeld in het eerste lid van dat artikel als
                        bezoldigingsmaximum in acht te nemen. Indien voor een sector een hoger
                        bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de sector en de minister, dan
                        geldt dit maximum.</al><al>6) Indien de subsidieontvanger de in het vorige lid bedoelde verplichting
                        niet nakomt, kan het in de verleningsbeschikking genoemde subsidiebedrag bij
                        de subsidievaststelling worden verminderd. De vermindering is gelijk aan het
                        bedrag van de overschrijding van de geldende inkomensgrens in het
                        kalenderjaar waarop de verleningsbeschikking betrekking heeft.</al><al/><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 5. Inhoudelijk beleid</onderstreept></al><al>De gemeenteraad stelt per taakgebied de beleidsdoelstellingen vast waarin
                        wordt bepaald welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen en welke
                        voorwaarden voor subsidiëring van toe­passing zijn.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6. Verantwoordelijkheden college en
                            raad</onderstreept></al><al>1) Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze verordening.
                        Het college stelt jaar­lijks het subsidiejaarplan op en legt dit voor aan de
                        gemeenteraad. </al><al>2) De raad stelt het subsidiejaarplan vast in de jaarlijkse begrotingsraad
                        na het Raadsforum Samenleving te hebben gehoord.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7. Subsidieplafond</onderstreept></al><al>1) Het subsidieplafond wordt jaarlijks via de gemeentebegroting door de
                        gemeenteraad vast­gesteld.</al><al>2) Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden geeft het
                        college bij de voorlopige verdeling van het beschikbare budget die aanvragen
                        voorrang waarvan de inwilliging in ver­gelijking met andere aanvragen naar
                        verwachting:</al><lijst><li nr="1."><al>van meer belang is voor de geformuleerde beleidsdoelstellingen;</al></li><li nr="2."><al>meer bijdraagt aan de verwezenlijking van het doel van de
                                subsidie.</al></li></lijst><al>3) De gevraagde subsidie wordt geweigerd indien verlening ervan leidt tot
                        overschrijding van het door de gemeenteraad vaststelde subsidieplafond.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 8. Algemeen</onderstreept></al><al>1) De subsidieontvanger moet in principe zijn/haar activiteiten beschikbaar
                        stellen c.q. openstellen voor alle inwoners of specifieke doelgroepen van de
                        gemeente.</al><al>2) Uit de begroting moet blijken dat zij met inbegrip van de gemeentelijke
                        subsidie over voldoende middelen beschikt om de gestelde doeleinden te
                        verwezenlijken.</al><al>3) De subsidieontvanger dient aan te tonen dat ook andere
                        financieringsbronnen zijn onderzocht. Dit criterium geldt niet voor de
                        bijzondere subsidieregelingen. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 9. Indiening</onderstreept></al><al>1) Een eerste aanvraag voor de subsidieverlening van budgetsubsidie, een
                        aanvraag voor meer­jarige subsidie en een aanvraag voor waarderingssubsidie
                        dienen voor 1 april van het jaar voor­afgaand aan het subsidiejaar bij het
                        college te worden ingediend. </al><al>2) De subsidieaanvrager kan in geval van bijzondere omstandigheden uitstel
                        vragen van de genoemde termijnen. De subsidieaanvrager dient uiterlijk twee
                        weken voor de termijn een schriftelijk verzoek in bij het college voor
                        uitstel van de genoemde termijnen. Het college heeft de mogelijkheid om in
                        geval van bijzondere omstandigheid uitstel te geven van een redelijk
                        termijn. </al><al>3) Aanvragen die weliswaar op tijd maar onvolledig zijn worden teruggestuurd
                        naar de aanvrager. Deze krijgt een termijn van twee weken waarbinnen hij/zij
                        de aanvraag volledig kan indienen. </al><al>4) Een aanvraag voor een incidentele subsidie en een bijzondere subsidie
                        dient één maand voor de aanvang van de activiteiten bij het college te
                        worden ingediend.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 10. Aanvraag</onderstreept></al><al>1) Bij een aanvraag voor een meerjarige subsidie of een eerste aanvraag voor
                        budgetsubsidie dient gebruik gemaakt te worden van het daarvoor bestemde
                        aanvraagformulier. De volgende bijlagen dienen meegestuurd te worden:</al><lijst><li nr="1."><al>het activiteitenplan</al></li><li nr="2."><al>de begroting</al></li><li nr="3."><al>de balans</al></li><li nr="4."><al>de jaarrekening</al></li><li nr="5."><al>het jaarverslag</al></li></lijst><al>2) Het activiteitenplan (artikel 10 lid 1 onder a) hoeft niet ingediend te
                        worden, indien geen subsidie wordt aangevraagd voor een of meerdere
                        activiteiten.</al><al>3) Bij een aanvraag voor een waarderingssubsidie dient gebruik gemaakt te
                        worden voor het daarvoor bestemde aanvraagformulier. De volgende bijlagen
                        dienen meegestuurd te worden:</al><lijst><li nr="1."><al>begroting</al></li><li nr="2."><al>jaarrekening</al></li></lijst><al>4) Bij een aanvraag voor een incidentele subsidie dient een activiteitenplan
                        en een begroting te worden meegestuurd.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 11. Tussentijdse rapportage</onderstreept></al><al>In de budgetsubsidieovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over tussentijdse
                        rapportage. Indien deze afspraken niet zijn vastgelegd, zijn aanvragers die
                        een budgetsubsidie ontvangen verplicht om jaarlijks voor 1 april verslag uit
                        te brengen omtrent de voortgang van de activiteiten. Hiertoe dienen zij een
                        begroting, jaarrekening, jaarverslag en balans te
                            overleggen.</al><al/><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 12. Toestemmingsvereisten</onderstreept></al><al>De subsidieontvanger van een budgetsubsidie behoeft de toestemming van het
                        college voor de vol­gende rechtshandelingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al>Het wijzigen van de statuten.</al></li><li nr="3."><al>Het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van
                                registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van
                                subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit
                                subsidiegelden.</al></li><li nr="4."><al>Het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                                vervreemding of bewaring van registergoederen of tot huur, verhuur
                                of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeel­telijk zijn
                                verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor
                                mede zijn bekostigd uit de subsidie.</al></li><li nr="5."><al>Het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                                geldlening.</al></li><li nr="6."><al>Het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                                verbindt tot zekerheids­stelling met inbegrip van zekerheidsstelling
                                voor schulden van derden of waarbij hij/zij zich als borg of
                                hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk
                                maakt.</al></li><li nr="7."><al>Het ontbinden van de rechtspersoon.</al></li><li nr="8."><al>Het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van
                                zijn surséance van betaling.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 13. Controle</onderstreept></al><al>1) Het college is bevoegd om controle uit te oefenen op de betrouwbaarheid
                        van de overgelegde stukken. De administratie van de instelling dient zodanig
                        ingericht te zijn dat deze controle op eenvoudige wijze mogelijk is.</al><al>2) De instelling is verplicht om de door het college aangewezen persoon
                        inzage te geven in de boeken en andere zakelijke bescheiden.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag en subsidieverstrekking</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 14. Toetsingskaders</onderstreept></al><al>1) Aan de hand van de verordening wordt getoetst of de aanvraag voldoet aan
                        de gestelde vereisten voor de vorm en informatie.</al><al>2) Aan de hand van het geldende subsidiebeleid wordt getoetst op
                        inhoudelijke relevantie.</al><al>3) Aan de hand van de door de raad vastgestelde subsidieplafonds wordt
                        getoetst op beschikbare budgetten.</al><al/><al/><al><onderstreept>Artikel 15. Subsidievormen en procedures voor de
                            verstrekking</onderstreept></al><al>1) De gemeente Montfoort hanteert de zes volgende subsidievormen:</al><lijst><li nr="1."><al>incidentele subsidies</al></li><li nr="2."><al>waarderingssubsidies</al></li><li nr="3."><al>meerjarige subsidies</al></li><li nr="4."><al>budgetsubsidies</al></li><li nr="5."><al>jubileumsubsidies</al></li><li nr="6."><al>bijzonder subsidieregelingen</al></li></lijst><al>2) Subsidieverstrekking vindt plaats via de zogenaamde korte of lange
                        procedure. In het subsidie­beleid en subsidiejaarplan worden aangegeven of
                        de lange of de korte procedure wordt gevolgd.</al><lijst><li nr="1."><al>De lange procedure met afrekening: Bij de lange procedure wordt op
                                de aanvraag eerst een beschikking tot subsidieverlening afgegeven.
                                Deze beschikking biedt nog geen aanspraak op betaling maar de
                                subsidie wordt bij voorschot beschikbaar gesteld. Na afloop van de
                                activi­teiten en het tijdvak waarin ze plaats hebben gevonden dient
                                de subsidieaanvrager een aan­vraag tot subsidievaststelling in. Op
                                basis van deze aanvraag wordt een beschikking tot
                                subsidievaststelling afgegeven. Deze beschikking geeft aanspraak op
                                uitbetaling.</al></li><li nr="2."><al>De korte procedure zonder afrekening: Met de subsidieverstrekking
                                volgens de korte proce­dure is één beschikking gemoeid. Op basis van
                                de aanvraag wordt direct een beschik­king tot subsidievaststelling
                                afgegeven. Deze beschikking geeft ook aanspraak op uitbetaling en
                                behoeft niet te worden afgerekend.</al></li></lijst><al>3) Ongeacht het toepassen van de korte of lange procedure is de
                        subsidieontvanger verplicht tot het indienen van een jaarrekening en
                        begroting. Bij de ontvangst van een meerjarige subsidie en een
                        budgetsubsidie, is de subsidieontvanger verplicht om daarnaast een
                        jaarverslag, balans en activiteitenplan in te dienen. Voor ontvangst van een
                        bijzondere subsidie geldt de verplichting tot het indienen van een
                        jaarrekening, een begroting, jaarverslag, balans en een activiteitenplan
                        niet. </al><al>4) De betreffende stukken dienen te worden ingediend voor 1 april van het
                        jaar volgend op het jaar waarover subsidie is genoten.</al><al>5) Het college verstrekt de subsidie in voorschotten die later dienen te
                        worden afgerekend bij de subsidievaststelling.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 16. Incidentele subsidies</onderstreept></al><al>1) Incidentele subsidies worden slechts één keer verstrekt voor een
                        activiteit of project. Dit kan ook worden aangewend voor een startsubsidie.
                        Wanneer de activiteiten structureel worden kan meerjarige subsidie of
                        waarderingssubsidie worden aangevraagd.</al><al>2) Bij de verstrekking van de subsidie worden de beleidsregels gehanteerd
                        die door de raad zijn vastgesteld in de nota Subsidiebeleid gemeente
                        Montfoort.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 17. Meerjarige subsidies, waarderingssubsidies en
                            budgetsubsidies</onderstreept></al><al>1) Meerjarig subsidies, waarderingssubsidies en budgetsubsidies worden per
                        boekjaar verstrekt.</al><al>2) Bij de verstrekking van de subsidie worden de beleidsregels gehanteerd
                        die door de raad zijn vastgesteld in de nota Subsidiebeleid gemeente
                        Montfoort.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 18. Inspraak</onderstreept></al><al>1) De subsidieaanvragen voor een bepaald jaar worden door het college
                        verzameld in het subsidie­jaarplan.</al><al>2) Dit plan wordt na het informeren van het Raadsforum Samenleving in
                        conceptvorm ter kennis gebracht van de aanvragers. </al><al>3) Het college geeft minimaal zes weken de gelegenheid tot het indienen van
                        een schriftelijke ziens­wijze tegen het voorgenomen subsidiebesluit.</al><al>4) Het college stelt de raad voor in te stemmen met het subsidiejaarplan. De
                        zienswijzen van de instellingen worden betrokken bij het raadsvoorstel.</al><al>5) De raad neemt een besluit over het beschikbaar stellen van de
                        subsidiegelden na het Raadsforum Samenleving te hebben gehoord. De
                        instellingen kunnen hun zienswijze mondeling toelichten in de vergadering
                        van het Raadsforum Samenleving.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 19. Jubileumsubsidies</onderstreept></al><al>1) Jubileumsubsidies worden verstrekt bij een bestaan van 10, 25, 50, 75 en
                        100-jarig bestaan.</al><al>2) 10 jaar € 100,-</al><al>25 jaar € 150,-</al><al>50 jaar € 150,-</al><al>75 jaar € 150,-</al><al>100 jaar € 175,-</al><al>3) Bij de verstrekking van de subsidie worden de beleidsregels gehanteerd
                        die door de raad zijn vastgesteld in de nota Subsidiebeleid gemeente
                        Montfoort.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 20. Bijzondere subsidieregelingen</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Bijzondere subsidies worden verstrekt voor activiteiten vastgelegd
                                in het subsidiebeleid. </al></li><li nr="2."><al>De subsidiering van de legeskosten voor een collectevergunning,
                                APV-vergunning en evenementenvergunning bedraagt 100%. </al></li><li nr="3."><al>De subsidiering van het commercieel huurtarief bedraagt het verschil
                                tussen het commercieel en het gesubsidieerd huurtarief.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 21. Bekendmaking subsidie</onderstreept></al><al>1) Het college maakt de beslissing op een jaarlijks terugkerende subsidie
                        voor 1 januari van het subsidiejaar bekend aan de aanvrager.</al><al>2) Het college maakt de beslissing op een incidentele subsidie en een
                        bijzondere subsidie uiterlijk binnen zes weken na indie­ning van de aanvraag
                        bekend aan de aanvrager.</al><al>3) In de subsidiebeschikking staat:</al><lijst><li nr="1."><al>op grond van welke doelstellingen de subsidie is toegekend;</al></li><li nr="2."><al>welke criteria van toepassing zijn;</al></li><li nr="3."><al>een omschrijving van de activiteiten, eventueel uitgewerkt in een
                                overeenkomst;</al></li><li nr="4."><al>op welke wijze de subsidie is berekend en hoe deze wordt
                                uitbetaald.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 22. Subsidiebeleid</onderstreept></al><al>1) De subsidiëring wordt gebaseerd op het subsidiebeleid. Dit wordt door
                        eens in de vier jaar door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin wordt
                        tenminste opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>doelstellingen van de subsidie;</al></li><li nr="2."><al>de te realiseren activiteiten en prestaties die bijdragen tot de
                                realisatie van de beleidsdoelstel­ling;</al></li><li nr="3."><al>de criteria;</al></li><li nr="4."><al>beleidsregels ten aanzien van de procedure.</al></li><li nr="5."><al>eventueel nadere bepalingen ten aanzien van andere inkomsten,
                                activiteiten en dergelijke.</al></li></lijst><al>2) Het college is belast met de uitvoering van het subsidiebeleid.</al><al>3) Tussentijdse wijzigingen worden door de gemeenteraad vastgesteld.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 23. Budgetsubsidieovereenkomsten</onderstreept></al><al>1) Bij een budgetsubsidieovereenkomst wordt ter uitwerking van een
                        subsidieverleningsbesluit een uitvoeringsovereenkomst tussen het college en
                        de subsidieontvanger afgesloten. Per overeen­komst worden specifieke
                        bepalingen opgenomen. Het college is belast met de beschikkingen en
                        afrekeningen van de budgetsubsidieovereenkomsten.</al><al>2) Budgetsubsidieovereenkomsten kunnen voor een periode van maximaal vier
                        jaar worden afge­sloten. Eventueel kan de overeenkomst daarna telkens
                        stilzwijgend voor een jaar worden ver­lengd. </al><al>3) De inhoud van de overeenkomst vloeit voort uit het door de raad
                        vastgestelde subsidiebeleid en kan slechts tussentijds gewijzigd worden op
                        aanbeveling van en/of kennisname van de raad.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Weigeringsgronden</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 24. Weigeringsgronden</onderstreept></al><al>1) De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van
                        de Awb genoemde geval­len worden geweigerd als er gegronde redenen bestaan
                        om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of
                                niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de
                                gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed worden voor het doel
                                waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="3."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in
                                strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare
                                orde;</al></li><li nr="4."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                gemeente;</al></li><li nr="5."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen
                                beschikt of kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                betalen.</al></li></lijst><al>2) Vrije reserves mogen tot €4.000,- vrij gevormd worden. De omvang van de
                        vrije reserves vanaf €4.000,- die een rechtspersoon mag hebben bedraagt
                        cumulatief maxi­maal niet meer dan 20% van de jaarlijkse subsidie. Het
                        college kan dit bedrag hoger of lager vaststellen als naar hun oordeel
                        voldoende is aangetoond dat dit noodzakelijk is. Bestemmingsreserves mogen
                        vrij gevormd worden, mits een investeringsplan is overlegd aan het
                        college.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Subsidievaststelling</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 25. Afrekening van de subsidie</onderstreept></al><al>1) Bij het volgen van de lange procedure is de subsidieontvanger verplicht
                        voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarover subsidie is genoten
                        bij het college de bescheiden in te dienen die noodzakelijk zijn voor de
                        vaststelling en afrekening van de subsidie. </al><al>2) Subsidies gebaseerd op begrote gegevens of percentages worden afgerekend
                        op werkelijke gegevens of percentages.</al><al>3) Het college maakt de beslissing over de afrekening bekend aan de
                        aanvrager voor 1 juli van het jaar waarin de aanvraag voor
                        subsidievaststelling is ingediend.</al><al>4) Wanneer de subsidievaststelling niet vooraf is gegaan door een
                        beschikking tot subsidie­verlening is de subsidieontvanger evenwel verplicht
                        de bescheiden ter informatie in te dienen.</al><al>Deze gegevens worden betrokken bij een volgende subsidievaststelling.</al><al>5) Bij een incidentele subsidiebeschikking waarbij de subsidie € 1.000,- of
                        meer bedraagt dienen de rekening en verantwoording binnen 13 weken na afloop
                        van de activiteiten te worden overlegd aan het college.</al><al>6) Het college maakt de beslissing over de afrekening van een incidentele
                        beschikking binnen acht weken bekend aan de aanvrager. Incidentele subsidies
                        tot € 1.000,- worden niet afgerekend. </al><al>7) Indien de gegevens die nodig zijn voor het afrekenen van de subsidie
                        ontbreken of onvolledig zijn dan wordt de subsidie ambtshalve
                        vastgesteld.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Subsidiebetaling</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 26. Uitbetaling van de subsidie</onderstreept></al><al>1) Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al><al>2) Het subsidiebedrag wordt uitbetaald overeenkomstig de in de
                        subsidiebeschikking opgenomen termijnen.</al><al>3) In de beschikking kan worden opgenomen dat het subsidiebedrag in
                        gedeelten wordt uitbetaald. In de beschikking wordt aangegeven hoe de
                        gedeelten zijn berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Intrekking, wijziging en beëindiging</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 27. Intrekking, wijziging en
                            beëindiging</onderstreept></al><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening
                        intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                                hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="2."><al>de subsidieontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de
                                subsidie verbonden verplich­tingen;</al></li><li nr="3."><al>de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                beschikking zou hebben geleid;</al></li><li nr="4."><al>de subsidie op basis van artikel 21 onjuist was en de
                                subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 8 Overige bepalingen</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 28. Verzekeringen</onderstreept></al><al>Een subsidieontvanger is verplicht om een verzekering af te sluiten tegen
                        wettelijke aansprakelijk­heid. Daarnaast dient hij/zij de eventuele roerende
                        en onroerende zaken behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden tegen
                        schade door brand en eventuele andere risico’s.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 29. Ontheffing</onderstreept></al><al>Het college kan in individuele en uitzonderlijke gevallen voor één of meer
                        verplichtingen van deze verordening ontheffing verlenen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 30. Hardheidsclausule</onderstreept></al><al>1) In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, waarin zij tot
                        onredelijkheid leidt of waarin zij leidt tot situaties waarmee geen
                        aanwijsbaar belang is gediend kan het college van het bepaalde in deze
                        verordening afwijken ten gunste van de aanvrager.</al><al>2) In alle andere gevallen beslist de raad gehoord hebbende het Raadsforum
                        Samenleving.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 31. Slotbepaling</onderstreept></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “De Algemene Subsidieverordening
                        Gemeente Montfoort 2013”.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 32. Inwerkingtreding</onderstreept></al><al>De verordening treedt in werking op en wordt voor het eerst toegepast op de
                        subsidie­verstrekking voor het jaar 2015, waarvoor de voorbereidingen
                        plaatsvinden gedurende het jaar 2014.</al><al/><al>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Montfoort, vastgesteld op 12
                        december 2011 vervalt op 1 januari 2014. </al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Montfoort, gehouden</ondertekening><ondertekening>op 27 mei 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>