<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30420_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 25-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228, lid a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/84 en 2009/96</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        13 oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t </al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                    </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
                                tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                    perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                    water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan
                                    het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                    naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de
                                    verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                                    maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen. </al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al></li><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 180,00</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van een kubieke
                                meter water boven een afgevoerde hoeveelheid water van 1.000 m3 €
                                0,45</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van gemeentelijke eigendommen,
                            of gedeelten hiervan, welke uitsluitend worden gebruikt voor de publieke
                            dienst, met uitzondering van de gemeentelijke eigendommen die bestemd
                            zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde geldt voor de
                                belasting voor het eigenarendeel dat ingeval het totaalbedrag van de
                                op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet
                                maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 1.850,00
                                en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                betalingsincasso van de betaalrekening van belastingschuldige kunnen
                                worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening rioolheffing van 6 november 2008 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    rioolheffing”.</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november
                        2009.</al><al>De Raad voornoemd</al><al>de griffier de burgemeester</al><al>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers</al><al/><al/><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                            13 oktober 2009;</al><al>gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel g en artikel 229, eerste
                            lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de</al><al/><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                            woonwagenrechten</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                    onderdeel e, van de Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>standplaats : een standplaats op een centrum als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>centrum : een complex van standplaatsen, als zodanig op grond
                                    van de Woonwagenwet, aangewezen door de gemeenteraad;</al></li><li nr="d."><al>maand : een kalendermaand;</al></li><li nr="e."><al>huurovereenkomst : de overeenkomst tussen de huurder en de
                                    verhuurder van de standplaats c.a. waarin de huurbepalingen voor
                                    de standplaats zijn geregeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'woonwagenrechten' wordt een recht geheven voor het hebben
                            van een standplaats voor een woonwagen op een centrum, daaronder
                            begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geheven van degene die de
                            standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt
                            de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt
                            wordt naar de omstandigheden beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de
                            standplaats een huurovereenkomst geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht als bedoeld in artikel 2, bedraagt per standplaats per maand
                            of gedeelte daarvan voor:</al><lijst><li nr="-"><al>woonwagensubcentrum Berkendonk € 116,53;</al></li><li nr="-"><al>woonwagensubcentrum Abdijlaan € 121,18.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke
                            kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt verschuldigd op het moment
                            dat een standplaats wordt ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moet het recht worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van
                                de schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                voorgaande lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het College van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van woonwagenrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening woonwagenrechten van 6 november 2008 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                    woonwagenrechten'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2009.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>