<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR303603_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-09-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE MILL EN SINT HUBERT,</al><al>gezien het voorstel van het presidium van 20 maart 2006;</al><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen het Reglement van orde voor de gemeenteraad 2006.</al><al>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 30 maart 2006.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al><al>mw. drs. E.J.M. de Graaf F.H.J.M. van Beers</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een ingediend
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de griffier daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De
                                griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan de voorzitters van de raadscommissies uitnodigen
                                om aan het overleg deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft een stem in het presidium, tenzij bij
                                afzonderlijk besluit van de raad anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het presidium kan voorstellen aan de raad voorleggen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De raad kan bevoegdheden mandateren aan het presidium.</al><al>Hoofdstuk 2 - Toelating van nieuwe raadsleden en benoeming
                                wethouders</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel>- Onderzoek geloofsbrieven raadsleden; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt bij monde van een door haar daartoe uit haar
                                midden aangewezen lid, zo mogelijk staande de vergadering, verslag
                                uit van het onderzoek. Daarbij doet de commissie aan de raad een
                                voorstel omtrent de toelating van de tot lid van de raad
                                benoemde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad besluit daarna in dezelfde vergadering over de toelating van
                                de benoemde, of, indien uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe
                                door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nadat de commissie verslag heeft uitgebracht, wordt zij
                                ontbonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter roept vervolgens het toegelaten lid op om de
                                voorschreven eed of belofte en verklaring af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b</nr><titel>– Benoemingsprocedure wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad stelt een ad hoc commissie "Benoembaarheid
                                wethouders" in die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een
                                of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk
                                adviseert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ad hoc commissie bestaat uit drie leden van de raad. Bij
                                tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie
                                geen raadslid zitting hebben behorende tot de fractie van waaruit de
                                kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe
                                collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die
                                nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te
                                verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle
                                overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan
                                de commissie kenbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen
                                documenten en informatie aan de hand van in elk geval een zestal
                                voorschriften:</al><lijst><li nr="-"><al>de verklaring van goed gedrag</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 10, 35, 36a en 41a Gemeentewet
                                        (benoembaarheideisen)</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 12 en 41b (nevenfuncties)</al></li><li nr="-"><al>artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies)</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 15, 41c en 46 Gemeentewet (onverenigbare of
                                        verboden handelingen)</al></li><li nr="-"><al>de integriteitcode.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet openbare
                                vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten
                                en aangedragen informatie mondeling toe te lichten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een
                                schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de
                                benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc
                                commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding
                                gemaakt in het advies.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Nadat de commissie advies heeft uitgebracht wordt zij
                                ontbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Fractie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Indien:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden;</al></li><li nr="b."><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                            optreden;</al></li><li nr="c."><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                            een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk
                                            schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. </al></li></lijst></li></lijst><al>Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                            daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>- Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel eenmaal in de
                                    zes weken plaats op donderdag en vangen aan aansluitend aan het
                                    vragenuur als bedoeld in artikel 42, doch niet eerder dan 20.00
                                    uur en niet later dan 20.30 uur. De vergaderingen worden
                                    gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen, zo mogelijk na overleg
                                    met het presidium, een andere dag en aanvangsuur bepalen of een
                                    andere vergaderplaats aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter ziet erop toe dat de vergaderduur van de raad
                                    beperkt blijft tot drie uren. Indien dan nog niet alle
                                    agendapunten zijn behandeld, wordt de vergadering geschorst en
                                    hervat op de eerstvolgende avond om 20.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding
                                    van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt opgesteld, als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium kan een of meer wethouders uitnodigen om in de
                                    vergadering van de raad aanwezig te zijn en aan de
                                    beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een wethouder bij een raadsvergadering aanwezig wil zijn
                                    en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe voor
                                    de vaststelling van de voorlopige agenda een verzoek aan de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de verzending van de schriftelijke oproep beslist het
                                    presidium op het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep in de raadskamer ter inzage gelegd.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden van de raad</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>- Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huis blad
                                    of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze
                                    en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de gemeente
                                    ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                            inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al><al>Paragraaf 2 - Orde der vergadering</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium
                                    bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>- Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>- Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                            opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van personen;</al></li><li nr="c."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                    minste vijftien minuten voor de aanvang van de vergadering aan
                                    de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel
                                    voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>- Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt door loting het lid van de raad
                                aangewezen, waarbij de hoofdelijke stemming begint.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>- Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de vergadering wordt een audio-verslag gemaakt dat op CD
                                    wordt vastgelegd. Deze verslaglegging kan worden geraadpleegd
                                    via internet tot minimaal drie maanden na de vergadering. Na die
                                    tijd kan de CD bij de griffier worden geraadpleegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst van de vergadering wordt, zo mogelijk,
                                    aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. De ontwerpbesluitenlijst wordt
                                    gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd
                                    hebben, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, de
                                    besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot
                                    verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij
                                    de griffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst moeten inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders,
                                            de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="d."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen,
                                            voorstellen van orde, moties, amendementen en
                                            subamendementen;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 27 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de
                                    griffier.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>- Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op
                                    voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>- Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                    plaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>- Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>- Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerste termijn wordt het woord gevoerd door de leden van
                                    de raad en vervolgens door het college. In de tweede termijn
                                    wordt het woord gevoerd door de leden van de raad. De voorzitter
                                    kan in tweede termijn het college het woord geven als een korte
                                    verduidelijking door het college nodig blijkt. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter besluiten om de eerste termijn te
                                    verlengen, wanneer hij van mening is dat de door de leden van de
                                    raad gestelde vragen onvoldoende zijn beantwoord door het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ieder raadslid kan de voorzitter verzoeken om een spreker te
                                    interrumperen. De interruptie dient kort te worden geformuleerd
                                    en dient de woorden van de spreker te betreffen. De voorzitter
                                    bepaalt of de interruptie wordt toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de termijn
                                    verlengd is als bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>- Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>- Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen
                                    gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering
                                    waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het
                                    woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>- Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>- Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffier, de
                                    voorzitter en de secretaris deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>- Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>- Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na de stemming over het voorstel brengt de voorzitter eventuele
                                    moties over het voorstel instemming.</al><al> Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>- Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
                                    gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit
                                    te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                    overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                    oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>- Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>- Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>- Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>- Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al><al> Hoofdstuk 4 - Rechten van leden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>- Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
                                    Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend
                                    zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend
                                    hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>- Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>- Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>- Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep
                                    hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het
                                    voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde
                                    van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of
                                    onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te
                                    worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het
                                    college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt
                                    de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                    wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling
                                    van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                    verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>- Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                    college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                    raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming
                                    van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, kan de raad bepalen in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>- Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet
                                    meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>- Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                    wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording
                                    wordt verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze
                                    draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis
                                    van de overige leden van de raad en het college worden
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen
                                    deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid
                                    van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                    waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
                                    zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                                    antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het
                                    college aan de leden van de raad medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                    bedoeld in artikel 20 aan de leden van de raad toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
                                    in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
                                    omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven
                                    antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>- Vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorafgaand aan de raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij
                                    er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. Het vragenuur
                                    vangt in de regel aan om 19.30 uur. In bijzondere gevallen kan
                                    het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip
                                    wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
                                    vragenuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
                                    24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de griffier. De
                                    voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een
                                    onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien
                                    hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of
                                    indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan
                                    de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor
                                    de overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
                                    en een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>- Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van
                                    de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk
                                    ingediend bij het college of de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in
                                    afschrift toegezonden aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al><al>Hoofdstuk 5 - Begroting en rekening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>- Procedure programmabegroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van
                                de programmabegroting volgens een procedure die de raad
                                vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>- Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het
                                jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een
                                eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad
                                vaststelt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>- Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het
                                sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                43, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al><al>Hoofdstuk 7 - Besloten vergadering</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>- Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>- Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van
                                deze besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de
                                voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>- Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>- Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>- Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>- Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>- Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>- Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>- Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>- In werking treden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement van orde voor de
                                gemeenteraad 2006.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op de dag, volgende op die van
                                vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                en andere werkzaamheden van de gemeenteraad, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 16 april 2002.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- De voorzitter</titel></kop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van
                            de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor.
                            In het gewijzigde artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het oudste
                            raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij
                            verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden
                            even lang zitting hebben, is de oudst in jaren degene die het
                            raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad de mogelijkheid
                            zelf een andere waarnemer te kiezen. Overigens geldt ditzelfde regime in
                            het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het
                            ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding van de Wet
                            dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de
                            burgemeester als voorzitter van de raad waar.</al><al>De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de
                            Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als
                            voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de
                            vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- De griffier</titel></kop><al>De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt
                            (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling
                            opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is
                            in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen
                            van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen zijn
                            niet in dit reglement opgenomen, aangezien daarvoor de ambtsinstructie
                            voor de griffier het daarvoor meest geëigende document is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- De secretaris</titel></kop><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het
                            college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van
                            die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt
                            aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemd
                            en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris
                            niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college
                            moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering
                            aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Het presidium</titel></kop><al>Het presidium functioneert onder meer als agendacommissie van de raad.
                            Ook is het presidium het platform waar informatie kan worden
                            uitgewisseld.</al><al>De raad kan besluiten bepaalde bevoegdheden te mandateren aan het
                            presidium. Met name moet hierbij worden gedacht aan onderwerpen op het
                            gebied van personeelsbeleid, zoals de benoeming van griffiepersoneel of
                            het vaststellen van uitvoeringsregelingen. De benoeming van de griffier
                            wordt, gelet op diens positie en taak, voorbehouden aan de raad
                            zelf.</al><al>De leden van het presidium hebben een gelijke stem. Wanneer de raad
                            bevoegdheden aan het presidium mandateert, kan de raad bepalen dat
                            stemming ingeval van besluitvorming door het presidium plaatsvindt met
                            gewogen stemmen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Toelating van nieuwe leden, fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Onderzoek geloofsbrieven</titel></kop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan
                            de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in
                            de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd waaruit blijkt, dat de
                            benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te
                            kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare
                            vergadering gebeuren.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating
                            van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de
                            samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een
                            tussentijdse vacature. De tekst van de eed of verklaring en belofte die
                            een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen,
                            is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                            toelating als lid van de raad is vervallen met het in werking treden van
                            de Wet dualisering gemeentebestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Fracties</titel></kop><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van
                            wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een
                            dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid,
                            wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen
                            (recht op fractieondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen
                            ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties,
                            fractieassistentie, etc. In deze nadere regelingen kan nu worden
                            aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip.</al><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste
                            zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de
                            leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. De
                            fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij
                            boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie
                            tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de
                            burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen
                            aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval
                            deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.</al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad
                            verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende
                            oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict
                            met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo
                            zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een
                            verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval
                            is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>- Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Tijd en plaats van vergaderen</titel></kop><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak
                                hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het
                                nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden
                                van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Oproep</titel></kop><al>Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd krijgen zij
                                ook de voorlopige agenda en de stukken toegestuurd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Agenda</titel></kop><al>Het presidium bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te
                                zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de
                                dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk
                                zijn om twee weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die
                                ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie
                                kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo
                                nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op
                                het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang
                                van de vergadering.</al><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actieve rol te geven in
                                de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via
                                hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda
                                voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de
                                raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe
                                te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele
                                raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de
                                vaststelling van de agenda.</al><al>Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om
                                de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet
                                voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een
                                onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad zich op
                                hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval
                                heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een
                                commissie verwijst of aan het college nadere inlichtingen of advies
                                vraagt.</al><al>Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van
                                de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de
                                agendapunten kan wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- De wethouder</titel></kop><al>Artikel 11 is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid, van
                                de Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat
                                wethouders door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering
                                aanwezig te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de
                                zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de
                                raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen,
                                toelichtende nota's, etc.).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>- Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van
                                artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet.</al><al>Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel
                                3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is er de mogelijkheid
                                van plaatsing op het internet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>- Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Presentielijst</titel></kop><al>De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast
                                te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet
                                dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29
                                van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>- Opening vergadering</titel></kop><al>De vergadering kan beginnen indien meer dan de helft van het aantal
                                zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft
                                getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure
                                voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op
                                komt dagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>- Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Deze volgorde geldt voor de gehele vergadering, ook na een eventuele
                                schorsing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>- Besluitenlijst</titel></kop><al>Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan
                                het raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering
                                niet aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een
                                voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een
                                afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep
                                (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>- Ingekomen stukken; mededelingen</titel></kop><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen
                                voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard.
                                Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de
                                orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke
                                discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te
                                worden voorbereid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>- Volgorde sprekers</titel></kop><al>Het gaat hierbij niet om interrupties (zie artikel 25).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>- Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te
                                worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn
                                om nog een korte reactie te geven zal de voorzitter niet
                                honoreren.</al><al>Het college kan in de eerste termijn reageren en antwoorden op
                                hetgeen door de leden van de raad in de eerste termijn is gezegd.
                                Wanneer de antwoorden van het college naar de mening van de raad
                                onvoldoende zijn, kan de eerste termijn worden verlengd om zodoende
                                alsnog een afdoend antwoord te krijgen. Indien de raad van mening
                                is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij
                                daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over een motie
                                vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met
                                de beraadslaging over het betreffende aan de orde zijnde
                                onderwerp.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>- Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven
                                om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen
                                gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van
                                de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de
                                geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te
                                ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft
                                echter onverlet. Artikel 25 is slechts een aanvulling op de
                                Gemeentewet.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van
                                tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als
                                verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde
                                op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 46 van dit
                                reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>- Beraadslaging</titel></kop><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een
                                voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in
                                zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een
                                uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld
                                in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt,
                                zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming
                                overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn
                                toegevoegd (zie artikel 23).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>- Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22
                                Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook
                                mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                                bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>- Stemverklaring</titel></kop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter
                                krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige
                                spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke
                                oproep van de leden tot de stemming begint.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>- Beslissing</titel></kop><al>Deze bepaling beoogt niet meer dan vast te leggen dat ook nog een
                                beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen,
                                in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>- Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen
                                moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om
                                van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken.
                                Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn
                                aangenomen.</al><al>De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de
                                uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele
                                leden zouden tegenstemmen. Bij wie de stemming begint, is geregeld
                                in artikel 18.</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de
                                Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is,
                                wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet
                                voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende
                                vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het
                                voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al>In het vijfde lid wordt er gewag van gemaakt dat het mogelijk is dat
                                een raadslid zich moet onthouden van stem. Met name moet dan gedacht
                                worden aan de omstandigheden zoals vermeld in artikel 28 van de
                                Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>- Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al>Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure
                                aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt
                                in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het
                                college. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld
                                besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de
                                besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een
                                motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is
                                het vierde lid niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>- Stemming over personen</titel></kop><al>De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van
                                personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                schriftelijk moet worden gestemd (artikel 31 van de
                                Gemeentewet).</al><al>Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus
                                tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is
                                een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel
                                benoemingen te doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe
                                zittingsperiode) kan een gecombineerd stembiljet worden
                                ontworpen.</al><al>In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30
                                van de Gemeentewet.</al><al>Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden
                                verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit
                                reglement.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>- Amendementen</titel></kop><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het
                            college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement
                            is ingediend kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn op dit
                            amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.
                            Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit dat
                            aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in
                            ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een
                            ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de
                            raad besluiten tot een derde termijn (artikel 23).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar
                            artikel 31. Voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan,
                            indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en
                            een ander niet wordt aanvaard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>- Moties</titel></kop><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                            om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele
                            aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde
                            ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op
                            rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een
                            politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet
                            aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het
                            naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een
                            vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan
                            zijn consequentie trekken.</al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt
                            opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de
                            beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat
                            deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen maar gelijktijdig met
                            de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft.
                            Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen
                            onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke
                            moties benaderen de in artikel 38 geregelde initiatiefvoorstellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>- Voorstellen van orde</titel></kop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad
                            sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt
                            direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om
                            een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een
                            initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 38).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>- Initiatiefvoorstellen</titel></kop><al>Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige
                            voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor
                            een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht
                            van initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet
                            de raad in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen
                            verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad
                            (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van
                            een ander initiatiefvoorstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>- Interpellatie</titel></kop><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                            interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.
                            Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een
                            vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het
                            college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad
                            voor nodig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>- Schriftelijke vragen</titel></kop><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te
                            vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de
                            burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van
                            informatieve strekking.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid
                            gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die
                            het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat
                            de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden,
                            kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om
                            het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>- Vragenuur</titel></kop><al>Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155,
                            eerste lid, van de nieuwe Gemeentewet met betrekking tot het
                            vragenrecht. Het is dan ook een facultatieve bepaling. Het is aan de
                            raad om te bepalen of de instelling van een vragenuur voorafgaand aan
                            iedere vergadering en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in
                            het reglement van orde wenselijk is.</al><al>Bewust is gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur. Veelal
                            fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot
                            het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet
                            meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. Om
                            die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van
                            de raad ten goede komt, is het vragenuur ingevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>- Verslag; verantwoording</titel></kop><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een
                            wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen
                            bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak
                            zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam
                            van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de
                            gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording
                            verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                            gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en
                            over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor
                            mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden
                            gekozen).</al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van
                            schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor
                            gesteld in artikel 41.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                            aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te
                            verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn
                            leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke
                            rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen
                            van) een NV. Hierin voorziet het vierde lid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>- Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>- Algemeen</titel></kop><al>Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering,
                            waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen
                            dienen te worden, voorzover de bepalingen niet strijdig zijn met het
                            besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet
                            zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’,
                            de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>- Besluitenlijst</titel></kop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van
                            de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>- Geheimhouding</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                            rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                            procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>- Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                            geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per sé aan hem
                            behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86,
                            tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester
                            geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de
                            raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad
                            verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar
                            niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een
                            overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het
                            principe van hoor en wederhoor.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>