<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR303601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE MILL EN SINT HUBERT 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-09-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE MILL
                EN SINT HUBERT 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>; gewijzigd vastgesteld op 27 september 2012</al><al>De raad van de gemeente Mill en St.Hubert;</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van
                        de Gemeentewet,</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de
                                        Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                        AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;;</cursief></al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister
                                        van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr.
                                        AD94/U1011, Stcrt. 181;</cursief></al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al><cursief>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2,
                                eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden,
                                is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2 (8.001-14.000 inwoners)
                                vastgestelde maximum.</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 3 Onkostenvergoeding</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                        raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag
                                        voor gemeenteklasse 2, vermeld in tabel II van
                                        hetRechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Ten aanzien van een raadslid van wie de
                                        arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef enonderdeel f,
                                        van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                                        die wet alsdienstbetrekking wordt aangemerkt, is in
                                        afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk
                                        aan het bedrag voor gemeenteklasse 2, vermeld in tabel III
                                        van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al><cursief>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                            vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                            reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4,
                                            onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                            wethouders</cursief>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al><cursief>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan
                                het raadslid vergoed.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier
                                van de raad. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie
                                en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van <cursief>algemeen</cursief> belang is in
                                verband met de vervulling van het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de uitoefening
                                van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor:</al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software, of</al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                        software.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid ontvangt op aanvraag ten laste van de gemeente per jaar
                                een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van de computer,
                                bijbehorende apparatuur en software voor een periode van maximaal
                                drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde
                                van een computer met bijbehorende apparatuur en software tot tezamen
                                maximaal € 750,--.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag voor tegemoetkomingen als bedoeld in voorgaande leden,
                                kan door het raadslid 1 maal per 5 jaar gedaan worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid 50% van de aanleg- en
                                de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                                eerste lid genoemde computerapparatuur, met een maximum van € 10,00
                                per maand voor de abonnementskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Spaarloonregeling / levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                        artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen
                                        aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                        spaarloonregeling. </cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                        artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de We op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                                        levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op
                                        de loonbelasting 1964.</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk
                                        indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9a Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                        artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                        dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                                        fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                        Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het
                                        raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                                        onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de
                                        fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al><cursief>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan
                                op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid.</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van
                                    die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                    Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt
                                    en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit
                                    ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag
                                    van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                    werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12a Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De raadsleden ontvangen met ingang van 1 januari 2009
                                        een tegemoetkoming in de kosten van een
                                        ziektekostenverzekering zoals bedoeld in artikel 11 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De hoogte van
                                        de vergoeding wordt bepaald conform lid 1 en 2 van het
                                        Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van
                                        het kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                        tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar
                                        evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                        raadslid is geweest.</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het
                                        eerste lid, geschiedt in
                                    maandelijksetermijnen.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12b Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens
                                zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van
                                        toepassing is.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde
                                        en vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening
                                        zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden
                                        benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge
                                        artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 Onkostenvergoeding</titel></kop><al><cursief>De vergoeding voor aan de uitoefening van het
                                wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor
                                gemeenteklasse 4, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit
                                wethouders</cursief>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al><cursief>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de
                                plaats van tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de
                                vergoeding bedoeld in artikel 3 van de Regeling rechtspositie
                                wethouders.</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>1.Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14
                            vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                            artikel 14 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                    bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders;</al></li><li nr="c."><al><cursief>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                        gemaakte verblijfkosten.</cursief></al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                                    wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                    gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
                                    eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
                                    reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
                                    overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                                    artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de
                                    krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde
                                    Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Verblijfkosten</titel></kop><al><cursief>(Vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                    deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de
                                    uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 19 Computer en
                                    internetverbinding</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van dat ambt
                                    een tegemoetkoming verleend voor:</al></li><li nr="c."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                    of</al></li><li nr="d."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ontvangt op aanvraag ten laste van de gemeente per
                                    jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van de
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software voor een periode
                                    van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van
                                    de aanschafwaarde van een computer met bijbehorende apparatuur
                                    en software tot tezamen maximaal € 750,--.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag voor tegemoetkomingen als bedoeld in voorgaande
                                    leden, kan door de wethouder 1 maal per 5 jaar gedaan worden.
                                </al></li><li nr="4."><al>Op aanvraag worden de wethouder vergoed, 50% van de aanleg- en
                                    de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het
                                    eerste lid genoemde computerapparatuur, met een maximum van €
                                    10,00 per maand voor de abonnementskosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de
                                        uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen
                                        ter beschikking gesteld.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>De wethouder ondertekent daartoe een
                                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>Het college stelt het model van de
                                        bruikleenovereenkomst vast.</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele
                                        telefoon voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt
                                        maandelijks een verrekening van de gesprekskosten
                                        plaats.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende
                                    spaarloonregeling.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling
                                        als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk
                                        indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21a Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als
                                        bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                                        loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder wordt de
                                        bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel
                                        eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de
                                        fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de Regeling rechtspositie
                                        wethouders;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Kinderopvang</titel></kop><al><cursief>(Vervallen)</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Voorzieningen voor commissieleden.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen
                                        van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel
                                        14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is
                                        gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                        Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2 vastgestelde
                                        maximum</cursief>.</al><al>2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor
                                    de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de
                                    Gemeentewet ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al></li><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                    ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie
                                    bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                    gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                    organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                    commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                    dient.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                            niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                            benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van
                            de commissie vergoed. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de
                                    in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig
                                    de bedragen in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>onverminderd het bepaalde in het eerste lid, worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                    buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                    seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in bij de griffier van de raad<cursief>.</cursief> De aanvraag
                                    gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                    kostenspecificatie. <cursief>De kosten komen voor rekening van
                                        de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband
                                        met de vervulling van het
                                    commissielidmaatschap.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28 Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6,
                                    15, 17,22 en 25 wordt gebruik gemaakt van een
                                    declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn
                                    betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                    Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid
                                    dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                    onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem
                                    aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 17,18 en 22
                                    kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het
                                    raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord
                                    ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                    vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                    begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de
                                    griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem
                                    aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk Vl Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2006
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2009 en werkt voor wat betreft
                            artikel 23 terug 1 januari 2007 en voor wat betreft artikel 12a terug
                            tot 1 januari 2009. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden gemeente Mill en Sint Hubert 2009.
                        </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Mill en Sint Hubert</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 27 september 2012.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mw. S.A. de Best-Boere. Mr. J.Th.C.M. Verheijen.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>