<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30318_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Vlissingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2006, IX.02</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Vlissingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6,18,19,22,23,26</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Treasurystatuut 2006</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE VLISSINGEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>GEMEENTEBLAD VLISSINGEN nr. IX.02</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Cursief gedrukt staan de toekomstig vorm te geven en te
                                realiseren artikels (vermeld met de uiterste uitvoerdatum) een en
                                ander volgens vastgestelde planning</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie
                                    van de gemeente Vlissingen en ten behoeve van de verantwoording
                                    die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="b."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van de organisatie van de
                                    gemeente Vlissingen, teneinde te komen tot een goed inzicht
                                    in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer ;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding</al></li><li nr="d."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Vlissingen.</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen.</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel1. Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Kaderstellen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een pro gramma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad steltper programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief> (max. 2006) Het college stelt per programma
                                        indicatoren voor met betrekking tot de beoogde
                                        maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                        diensten.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>(max. 2006) Het college draagt zorg voor het verzamelen
                                        en vastleggen van gege vens over de geleverde goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten, op dat de
                                        doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals
                                        vastgesteld door de raad, kunnen worden
                                    getoetst</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                    programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt uiterlijk 1 mei van het begrotingsjaar een
                                        nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en
                                        de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen
                                        betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering
                                        bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel
                                        8.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juni vast.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Uitvoering</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                        rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor een adequaat
                                        stelsel van interne controle.</al></li><li nr="2."><al>Indien de resultaten van interne controles daartoe
                                        aanleiding geven, neemt het college passende maatregelen ter
                                        verbetering van de geconstateerde gebreken.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan
                                        inzake de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik
                                        van de gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota
                                        vast binnen twee maanden nadat deze is aangeboden.</al></li></lijst><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste vier maanden en de eer ste acht maanden van het
                                    lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                    volgende tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>de viermaands rapportage vóór 1 juni van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de achtmaands rapportage vóór 1 november van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
                                    rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                    afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor
                                    zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke
                                    verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 250.000,=</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan </al><al>€ 175.000,=</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van alle leningen, waarborgen en
                                            garanties.</al></li><li nr="d."><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
                                            besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                            wensen en bedenkingen ter kennis van het college te
                                            brengen indien het college nieuwe meerjarige
                                            verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten
                                            groter zijn dan € 100.000,=</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en
                                    naar de programmaverantwoording met ingang van de begroting
                                    2005.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af met ingang van de
                                    jaarrekening 2006 over de uitvoering van de programma’s. In de
                                    verantwoording geeft het college aan:</al><al>a. wat is bereikt;</al><al>b. welke goederen en diensten zijn geleverd;</al><al>c. wat de kosten zijn;</al><al>d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                    gestelde doelen</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al><al/></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 2. financiele positie</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Kaderstellen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota
                                waarderen en afschrijven aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>het waarderen van investeringen;</al></li><li nr="b."><al>de afschrijvingsmethode.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorziening voor oninbare verderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande publiekrechtelijke vorderingen wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van 90% van de
                                speciale regelingen (o.a. de gemeentelijke kredietbank, de wet
                                schuldsanering natuurlijke personen).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de vervallen vorderingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota
                                reserves en voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de paragraaf reserves en voorzieningen wordt in ieder geval een
                                totaaloverzicht gegeven de reserves en voorzieningen, inzicht in
                                verwachte mutaties en wordt ingegaan op het rentebeleid met ingang
                                van de jaarrekening van 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kostprijsberekening (max. 2006)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Vlissingen wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financieringsfunctie)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt minimaal eens in de vier jaar een (bijgesteld)
                                treasurystatuut aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het statuut behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al> het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren; </al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
                                financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad. De in dit artikel
                                benoemde financieringsfunctie is opgenomen in het
                                treasurystatuut.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk binnen twee maanden na aanbieding
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen (max. 2007)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen en de (crediteuren-) schulden jaarlijks worden
                                    gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste
                                    eenmaal in de <vet>pm</vet> jaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                    resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                    worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 3. Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt ten minste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen; </al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst><al>(de 1<sup>e</sup> nota opstellen bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode na vaststelling van het raads- en collegeprogramma =
                                2006)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder jaar doet het college in de begroting en jaarstukken verslag
                                van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen;</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de opbrengsten per lokale heffing;</al></li><li nr="-"><al>het vastgestelde tarievenbeleid;</al></li><li nr="-"><al>het vastgestelde kwijtscheldingsbeleid;</al></li><li nr="-"><al>het volume en bedrag aan kwijtscheldingen;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                                        afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="-"><al>de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor
                                        eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
                                        bedrijven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>(max. 2006)Het college biedt ten minste eenmaal in de vier
                                    jaar een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en
                                    risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het
                                    risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen,
                                    voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota
                                    wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad
                                    stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                    aangeboden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>(max. 2006)Het college geeft aan in de paragraaf
                                    weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de
                                    risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat
                                    deze risico’s zich voordoen. </cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen
                                    van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit
                                    en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s
                                    van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                    opgevangen.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nota 'onderhoud openbare ruimte':</al><al>Het college biedt, ten minste een keer per twee jaar een nota inzake
                                het onderhoud van de openbare ruimte aan. In de nota wordt een
                                overzicht gegeven van:</al><lijst><li nr="a."><al>De staat van onderhoud van de wegen. Daarbij wordt ten
                                        minste aandacht geschonken aan:</al><al>- aantal km's wegen;</al><al>- aantal km's open verharding;</al><al>- aantal km's straten dat achterstallig onderhoud vertoont,
                                        onderverdeeld naar categorieën uit het
                                        stratenwaarderingssysteem, te starten met categorie 4
                                        (matige schade).</al></li><li nr="b."><al>De staat van onderhoud van het openbaar groen. Daarbij wordt
                                        ten minste aandacht geschonken aan:</al><al>- oppervlakte intensief groen;</al><al>- oppervlakte uitbesteeds maaiwerk (in- en extensief);</al><al>- oppervlakte extensief groen;</al><al>- oppervlakte bos;</al><al>- achterstalling onderhoud en personeelsformatie.</al></li><li nr="c."><al>De staat van onderhoud van de waterwegen, vijvers en ander
                                        open water, de laatste twee voor zover te benutten voor
                                        waterberging. Daarbij wordt ten minste aandacht geschonken
                                        aan:</al><al>- aantal km's waterweg;</al><al>- aantal vijvers en ander opem water en hun
                                        bergingscapaciteit;</al><al>- achterstallig onderhoud.</al></li><li nr="d."><al>De staat van onderhoud van de kunstwerken. Daarbij wordt ten
                                        minste aandacht geschonken aan:</al><al>- aantal kunstwerken onderverdeeld naar viaducten,
                                        voetgangersbruggen, fietsbruggen en autobruggen;</al><al>- achterstallig onderhoud</al></li><li nr="e."><al>De staat van onderhoud van het straatmeubilair. Daarbij
                                        wordt ten minste aandacht geschonken aan:</al><al>- aantal lantaarnpalen;</al><al>- staat van onderhoud van de openbare verlichting;</al><al>- aantal verkeersregelinstalaties;</al><al>- aantal zitbanken;</al><al>- achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>De nota onderhoud openbare ruimte geeft verder het kader
                                        weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
                                        onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen,
                                        kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                        normkosten-systematiek en het meerjarig budgettair beslag.
                                        De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat deze
                                        aan de raad is aangeboden. De nota wordt voor het eerst
                                        geleverd in het jaar 2006.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nota 'onderhoud riolering':</al><lijst><li nr="a."><al>Het college biedt, ten minste een keer per vier jaar een
                                        nota riolering aan. In deze nota wordt een overzicht gegeven
                                        van de staat van onderhoud van de gemeentelijke riolering.
                                        Daarbij wordt ten minste aandacht geschonken aan:</al><al>- aantal km's riolering;</al><al>- aantal km's droogweerafvoer/dwa (vuilwater) en
                                        regenwaterafvoer / rwa;</al><al>- aantal km's riolering dat achterstallig onderhoud vertoont
                                        . </al></li><li nr="b."><al>De nota biedt verder het kader voor de inrichting van het
                                        onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding
                                        van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en
                                        eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
                                        budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen twee
                                        maanden nadat deze aan de raad is aangeboden. De nota wordt
                                        voor het eerst geleverd in het jaar 2006.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nota 'onderhoud gebouwen en accommodaties':</al><lijst><li nr="a."><al>Het college biedt jaarlijks, voor het eerst in april 2007,
                                        een nota onderhoud gebouwen en accommodaties aan. In de nota
                                        wordt per gebouw of accommodatie weergegeven:</al><al>- de stand van zaken en het kwaliteitsoverzicht; </al><al>- het onderhoud, groot-onderhoud en renovatie in het komende
                                        kalenderjaar; </al><al>- welke budgetten, gesplitst in exploitatie en investering,
                                        hiervoor beschikbaar moeten worden gesteld;</al><al>- welke meerjarig budgetbeslag nodig is</al></li><li nr="b."><al>De raad behandelt de nota en stelt de nota jaarlijks
                                        uiterlijk in juni vast.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering (max. 2007)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het college stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een
                                    nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de
                                    raad gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan
                                    de relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van
                                    de gemeente.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief> In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt
                                    ingegaan op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht
                                    behoeven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag
                                    wordt gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde
                                    onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe
                                    ontwikkelingen. Daarbij wordt speciale aandacht gegeven aan:
                                    ……………, ……………., ………………, ……………., (voor een opsomming van
                                    aandachtsvelden zie de artikelsgewijze
                                toelichting).</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van
                                    de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken
                                    naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel
                                    213a Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende
                                    budgetten.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief> (max. 2006) Het college biedt ten minste eenmaal in de
                                    vier jaar een nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota
                                    vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het
                                    openbaar belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het
                                    financieel resultaat en het financieel belang en de zeggenschap
                                    van de gemeente.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande
                                    (het aangaan van nieuwe) participaties met name de condities
                                    waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door
                                    verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en
                                    bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële
                                    voorwaarden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>(max. 2006) In de begroting en de jaarstukken wordt in de
                                    paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe
                                    verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden
                                    partijen, het wijzigen van bestaande verbonden partijen en
                                    eventuele problemen bij bestaande verbonden
                                partijen.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                                In deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze van handelen met betrekking tot de exploitatie van
                                        gronden;</al></li><li nr="b."><al>de kaders voor de sturing en verantwoording met betrekking
                                        tot de grondexploitatie;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitgifte van gronden en het
                                        grondprijsbeleid;</al></li><li nr="d."><al>de organisatorische aspecten van het grondbeleid;</al></li><li nr="e."><al>de financiële aspecten van het grondbeleid;</al></li><li nr="f."><al>de juridische aspecten van het grondbeleid</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast binnen twee maanden nadat de nota is
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van het grondbeleid. Dit in de zin van de
                                belangrijkste financiële en inhoudelijke ontwikkelingen binnen de
                                grondexploitatie(s). Voorts wordt ingegaan op de relaties tussen het
                                grondbeleid c.q. de grondexploitatie(s) enerzijds en de
                                begrotingsprogramma's anderzijds.</al><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verstrekking subsidies)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste éénmaal per vier jaar, voor het eerst
                                in mei 2007, aan de raad een nota verstrekking gemeentelijke
                                subsidies aan. In de nota worden de kaders weergegeven voor de
                                subsidieverstrekking in de komende periode, behoudens tussentijds
                                aanvulling of wijziging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad behandelt de nota en stelt de nota vast binnen vier maanden
                                na de aanbieding.</al><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 4. Financiele organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li></lijst><al>(gew. rdbs. 22-12-2005, nr. 9.11)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Aanbesteding en inkoop (max. 2006)</titel></kop><al><cursief>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de
                                interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken
                                en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                                overeenstemming met de regels terzake van de Europese
                                Unie.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de regels op voor de toekenning van financiële
                                    steun en of subsidie aan ondernemingen.</al></li><li nr="2."><al>De regels worden project- of programmagewijs geformuleerd en
                                    gehanteerd waardoor tot beleidsmatig maatwerk wordt gekomen en
                                    ad hoc maatregelen worden voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>De regels (c.q. projecten of programma's) worden ter
                                    vaststelling voorgelegd aan de raad.</al></li><li nr="4."><al>De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met
                                    de regels terzake van de Europese Unie. </al></li><li nr="5."><al>De regels waarborgen tevens dat wordt gehandeld in
                                    overeenstemming met de Algemene subsidieverordening van de
                                    gemeente Vlissingen, met dien verstande dat daarvan mag worden
                                    afgeweken, mits dit in het betreffende en door de raad
                                    vastgestelde project of programma is gemotiveerd.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 5. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2005, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2005 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Financiële verordening gemeente
                            Vlissingen'.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 23 december
                        2004.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>C.M. Sturm A. van Dok – van Weele </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>