<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR303173_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Georganiseerd Overleg waterschap Brabantse Delta 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad, 2009, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Georganiseerd Overleg waterschap Brabantse Delta 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet, art. 125, lid 1, sub o</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel, 2.1.1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, lid 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09I000448</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>wijziging</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING GEORGANISEERD OVERLEG WATERSCHAP BRABANTSE DELTA
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het voorlopig algemeen bestuur van het waterschap Brabantse Delta,</al>
          <al>overwegende dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>het in het kader van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling
                                Waterschapspersoneel noodzakelijk is een Georganiseerd Overleg (GO)
                                in te stellen;</al></li>
            <li nr="-"><al>het voor de vaststelling van onder meer de samenstelling,
                                taakstelling en werkwijze van het GO regels dienen te worden
                                vastgesteld;</al></li>
          </lijst>
          <al>gehoord de commissie voor het Bijzonder Georganiseerd Overleg ingesteld in
                        2003 bij besluiten van de algemene besturen van de voormalige waterschappen
                        De Dongestroom, het Hoogheemraadschap van West-Brabant, Het Scheldekwartier,
                        Land van Nassau en Mark en Weerijs, ter voorbereiding op de fusie van de
                        West-Brabantse waterschappen per 1 januari 2004;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het voorlopig dagelijks bestuur d.d. 30 augustus
                        2004;</al>
          <al>gelet op het bepaalde in artikel 125, eerste lid, sub o van de Ambtenarenwet
                        juncto artikel 2.1.1. van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen
                        Waterschapspersoneel:</al>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al>over te gaan tot vaststelling van de navolgende</al>
          <al>Verordening Georganiseerd Overleg waterschap Brabantse Delta 2004</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
                                    onder:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>'de commissie': de in artikel 2.1 .1, lid 1 van de
                                            Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen
                                            Waterschapspersoneel (SAW) bedoelde commissie voor
                                            georganiseerd overleg;</al></li>
                  <li nr="-"><al>'de ambtenaren': de ambtenaren in de zin van de SAW en
                                            de werknemers in de zin van paragraaf 3.2 van de
                                            SAW;</al></li>
                  <li nr="-"><al>'de organisaties': de plaatselijk werkende groeperingen
                                            van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel,
                                            aangesloten bij de centrales die deel uitmaken van het
                                            Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen
                                            (LAWA);</al></li>
                  <li nr="-"><al>het waterschapsbestuur: het bestuur van het waterschap
                                            Brabantse Delta, gevestigd te Breda.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde centrales zijn ten tijde van de
                                    vaststelling van deze verordening: de AbvaKabo FNV , CNV
                                    Publieke Zaak en CMHF.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Samenstelling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
                                    waterschapsbestuur en een vertegenwoordiging van de
                                    organisaties.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur wijst het
                                    dagelijks bestuur uit zijn midden een vertegenwoordiger en diens
                                    plaatsvervanger aan en doet het algemeen bestuur uit zijn midden
                                    aanwijzing van viif leden en hun plaatsvervangers.</al></li>
              <li nr="3."><al>Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per
                                    centrale, bedoeld in artikel 1, lid 2, drie leden en hun
                                    plaatsvervangers aangewezen, door en uit de leden werkzaam bij
                                    het waterschap. Indien verschillende organisaties deel uitmaken
                                    van een zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde
                                    voor deze organisaties gezamenlijk. Iedere organisatie of
                                    centrale van organisaties kan zich doen bijstaan door een
                                    adviseur.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De aanwijzing door het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur
                                    geschiedt, voor een periode van ten hoogste vier jaren en voorts
                                    telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het
                                    dagelijks bestuur of van het algemeen bestuur te zijn, alsmede
                                    indien het waterschapsbestuur hem/haar doet weten dat zijn/haar
                                    aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger wordt
                                    ingetrokken. In dit geval wordt zo spoedig mogelijk een opvolger
                                    aangewezen. .</al></li>
              <li nr="2."><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld
                                    in artikel 2, lid 3, aan het dagelijks bestuur opgaaf van:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar
                                            aangesloten ambtenaren werkzaam bij het waterschap;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de namen en adressen der ambtenaren, die ingevolge
                                            artikel 2, lid 3, als leden en plaatsvervangers zijn
                                            aangewezen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie
                                    is aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij/zij geen lid van
                                    de organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de
                                    organisatie schriftelijk aan het dagelijks bestuur doet weten
                                    dat zijn/haar aanwijzing als vertegenwoordiger of
                                    plaatsvervanger is ingetrokken. In dit geval wordt zo spoedig
                                    mogelijk een opvolger aangewezen. Voorts vervalt de
                                    vertegenwoordiging indien de organisatie per 1 januari geen
                                    leden, werkzaam bij het waterschap telt.</al></li>
              <li nr="4."><al>In afwijking van het bovenstaande loopt de éérste
                                    zittingsperiode van de datum van inwerkingtreding van deze
                                    verordening tot 1 januari 2009</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voorzitter van de commissie is de door het dagelijks bestuur
                                    aangewezen vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn
                                    plaatsvervanger.</al></li>
              <li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar, niet behorende tot de
                                    vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de
                                    commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                                    dagelijks bestuur verder personeel voor het secretariaat ter
                                    beschikking.</al></li>
              <li nr="3."><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Taak en bevoegdheden</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt over alle aangelegenheden van algemeen
                                    belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van
                                    de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                                    gevoerd, voor zover in het overleg niet wordt voorzien door het
                                    Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Wordt over een onderwerp een regeling getroffen overeenkomstig
                                    de uitkomsten van het Landelijke Arbeidsvoorwaardenoverleg
                                    Waterschappen (LAWA), dan doet het dagelijks bestuur daarvan
                                    mededeling aan de commissie; wordt geen regeling getroffen dan
                                    vindt terzake alsnog overleg in de commissie plaats. Indien op
                                    een later tijdstip alsnog door het LAWA in een regeling over het
                                    betreffende onderwerp wordt voorzien dan prevaleert de regeling
                                    van het LAWA per de daarbij vastgestelde ingangsdatum.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voorstellen strekkende tot invoering, intrekking en wijziging
                                    van regelingen waaraan individuele personeelsleden rechten
                                    kunnen ontlenen en die een uitwerking zijn van voorstellen die
                                    in het landelijk overleg met de centrales van overheidspersoneel
                                    zijn overeengekomen, worden slechts ten uitvoer gebracht indien
                                    daarover overeenstemming is bereikt tussen de
                                    werkgeversdelegatie en de werknemersvertegenwoordigers van de
                                    commissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voorts worden voorstellen strekkende tot invoering, intrekking
                                    en wijziging van in geld waardeerbare regelingen waaraan
                                    individuele personeelsleden rechten kunnen ontlenen, slechts ten
                                    uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming is bereikt
                                    tussen de werkgeversdelegatie en de werknemersvertegenwoordigers
                                    van de commissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Besluiten omtrent de overige in artikel 5 bedoelde onderwerpen
                                    worden door het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur niet
                                    genomen, noch voorstellen daaromtrent door het dagelijks bestuur
                                    aan het algemeen bestuur gedaan, dan nadat de
                                    werknemersdelegatie van de commissie haar gevoelen over de
                                    conceptbesluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar
                                    gemaakt.</al></li>
              <li nr="4."><al>Ten aanzien van voorstellen voortvloeiende uit algemene
                                    wetgevingsprojecten, stelselwijzigingen of operaties die op
                                    werknemers in het algemeen betrekking hebben, is het bepaalde
                                    onder het eerste en tweede lid alleen van toepassing op de uit
                                    deze projecten voortvloeiende invoering of wijziging van
                                    regelingen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties,
                                    is bevoegd aangaande de in artikel 5 bedoelde onderwerpen
                                    voorstellen te doen aan het dagelijks bestuur.</al></li>
              <li nr="2."><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen, behorende tot de
                                    bevoegdheid van het dagelijks bestuur dan neemt dit bestuur
                                    daaromtrent een beslissing. Behoren zij tot de bevoegdheid van
                                    het algemeen bestuur dan brengt het dagelijks bestuur het
                                    voorstel, voorzien van zijn advies, in elk geval ter kennis van
                                    het algemeen bestuur, indien uit het voorstel de eenstemmige
                                    wens der vertegenwoordiging van de organisaties daartoe
                                    blijkt.</al></li>
              <li nr="3."><al>De besluiten, welke naar aanleiding van voorstellen van de
                                    commissie worden genomen, worden aan de vertegenwoordiging van
                                    de organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                    organisaties medegedeeld.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie kan, indien dit voor de behandeling van een bepaald
                                    onderwerp nodig wordt geacht, een subcommissie instellen,
                                    bestaande uit een door haar aan te wijzen voorzitter en overige
                                    leden.</al></li>
              <li nr="2."><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                    subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door
                                    degenen die ingevolge artikel 4, lid 2, ter beschikking
                                    staan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het bepaalde in artikel 12 is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Vergaderingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt
                                    op door hem, in overleg met de leden, te bepalen
                                    tijdstippen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste
                                    drie leden van de commissie, waaronder de adviseurs van de
                                    organisaties, hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                    verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                    verzoek.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen tevoren, ter
                                    vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel
                                    mogelijk de te behandelen onderwerpen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien ten minste de
                                    helft van de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur
                                    aanwezig is en ten minste de helft van de vertegenwoordigers van
                                    de organisaties is vertegenwoordigd.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een
                                    vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                    onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een
                                    binnen 14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke
                                    vergadering die onderwerpen in elk geval kunnen worden
                                    behandeld.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken
                            door deze tijdig schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt
                            die onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de
                            orde.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissie en de sub-commissie(s) zijn
                                    niet openbaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                    vergadering doen bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                    deelnemen.</al></li>
              <li nr="3."><al>De vertegenwoordigers der organisaties kunnen zich doen bijstaan
                                    door een adviseur, zijnde een vertegenwoordiger van het
                                    hoofdbestuur van hun organisatie; zij zijn voorts bevoegd de
                                    onderwerpen der agenda binnen de grenzen ener doelmatige en
                                    vertrouwelijke behandeling van zaken aan voorbespreking in eigen
                                    kring te onderwerpen.</al></li>
              <li nr="4."><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                    omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                    geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten
                                    opzichte van het dagelijks bestuur en van het algemeen bestuur,
                                    alsmede niet tegenover de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                    organisaties.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
            </kop>
            <al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls
                            hij dit nodig acht de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                            tijd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                    vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 2, lid 1, één stem
                                    uit.</al></li>
              <li nr="2."><al>De stem van de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur
                                    wordt bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden
                                    in of buiten de vergadering.</al></li>
              <li nr="3."><al>De stem van de vertegenwoordiging der organisaties wordt bepaald
                                    door stemming per vertegenwoordigde organisatie. Deze stemming
                                    kan in of buiten de vergadering plaatsvinden. Voor iedere
                                    organisatie worden zoveel stemmen uitgebracht als ambtenaren bij
                                    haar zijn aangesloten op de eerste van het lopende jaar, met
                                    dien verstande, dat bij vertegenwoordiging van meer dan twee
                                    organisaties voor een organisatie niet meer stemmen in
                                    aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen min één, dat door
                                    de andere organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij
                                    staking van stemmen wordt de vertegenwoordiging geacht te hebben
                                    tegengestemd.</al></li>
              <li nr="4."><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                    vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het vorige lid
                                    het aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
            </kop>
            <al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de
                            notulen, welke, tenzij in het bij artikel 16 bedoelde reglement anders
                            is bepaald, binnen drie weken in afschrift aan de leden worden
                            gezonden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
            </kop>
            <al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen
                            wordt vastgelegd, behoeft dit de goedkeuring van het dagelijks
                            bestuur.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Geschillenregeling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                    waterschapsbestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties
                                    genoemd in artikel 1, lid 1;</al></li>
              <li nr="b."><al>Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie
                                    ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                    van Nederlandse Gemeenten, de gezamenlijke colleges van
                                    gedeputeerde staten en het bestuur van de Unie van
                                    Waterschappen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
            </kop>
            <al>De artikelen 19 t/m 23 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake
                            aangelegenheden als bedoeld in artikel 5, lid 1, voor zover die
                            aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren met
                            inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal
                            worden gevoerd, betreffen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
            </kop>
            <al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg
                            tot het oordeel komt dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst
                            die de instemming van alle deelnemers van het overleg zal hebben en er
                            derhalve sprake kan zijn van het ontstaan van een geschil, brengen zij
                            dat oordeel binnen drie dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk
                            hebben gegeven schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                            overleg.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen tien werkdagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 19
                                    schrijft de voorzitter een vergadering van de commissie uit. De
                                    vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze
                                    is uitgeschreven.</al></li>
              <li nr="2."><al>Tenzij door de commissie wordt besloten het overleg voort te
                                    zetten, dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan
                                    of overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de
                                    inhoud van het geschil is en of een oplossing van dat geschil
                                    zal worden gezocht door middel van voortzetting van het overleg
                                    nadat het advies is ingewonnen van de Advies- en
                                    Arbitragecommissie, dan wel door onderwerping van het geschil
                                    aan een arbitrale uitspraak van die commissie.</al></li>
              <li nr="3."><al>Tot het inwinnen van advies zijn -ieder voor zich - de
                                    vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur en de
                                    vertegenwoordiging der organisaties bevoegd. Het bepaalde in
                                    artikel 14 is hierbij van toepassing.</al></li>
              <li nr="4."><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is
                                    overeenstemming vereist tussen alle deelnemers aan het
                                    overleg.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Binnen zes werkdagen na de vergadering bedoeld in artikel 20
                                    wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de
                                    voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek
                                    wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg die zich
                                    voor in winning van het advies hebben uitgesproken en bevat ten
                                    minste het onderwerp en de inhoud van het geschil. Indien in de
                                    vergadering bedoeld in artikel 20 geen overeenstemming is
                                    bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg over de vraag wat
                                    het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de
                                    overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en
                                    de inhoud van het geschil eveneens binnen zes dagen na
                                    eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de
                                    Advies- en Arbitragecommissie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Binnen zes werkdagen na de vergadering bedoeld in artikel 20
                                    wordt het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de
                                    voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek
                                    daartoe wordt ondertekend door alle deelnemers aan het overleg
                                    en dient tenminste te bevatten: a het onderwerp en de inhoud van
                                    het geschil; b de standpunten van alle deelnemers aan het
                                    overleg omtrent onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
            </kop>
            <al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                            geschil voortgezet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
            </kop>
            <al>De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft
                            bindende kracht.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
            </kop>
            <al>In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            dagelijks bestuur na overleg met de commissie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening kan niet worden gewijzigd dan nadat het
                                    voorstel tot wijziging in de commissie is behandeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>De commissie heeft het recht voorstellen omtrent wijziging voor
                                    te leggen aan het dagelijks bestuur.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening Georganiseerd
                            Overleg waterschap BrabantseDelta 2004 '.</al>
            <al/>
            <al>Deze verordening treedt, onder intrekking van de “Verordening Bijzonder
                            Georganiseerd Overleg voor defusie van de West-Brabantsewaterschappen”
                            in werking met ingang van heden, voor zover niet anders is vermeld.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>