<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR303172_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2012, 50</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0185</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening toeristenbelasting 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn
                        opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houd als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling: als bedoeld
                                in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstelling;</al></li><li nr="2."><al>van degene die verblijf houdt in een vakantieonderkomen voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor
                                zover deze persoon verblijf houden als bedoeld in artikel 2 van de
                                Verordening, onder verantwoordelijkheid het Centraal Orgaan opvang
                                Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan dan
                                        wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen
                                        voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk
                                        zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een
                                        bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder
                                        a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en
                                        ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of
                                        ten dele blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden
                                        gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats geheel of gedeeltelijk
                                        ingericht, en volgens die inrichting bestemd, omdaarop
                                        gelegenheid te geven tot het plaatsten of geplaatst houden
                                        van kampeermiddelen;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en datter beschikking wordt
                                        gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel of
                                        stacaravan gedurende een seizoen of een jaar;</al></li><li nr="d."><al>losse standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt
                                        gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende
                                        kampeermiddelen;</al></li><li nr="e."><al>seizoen 1 januari tot en met 31 december: belastingtijdvak
                                        waarin het belastbare feit zich voordoet;</al></li><li nr="f."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven waaronder
                                        hotels, motels, pensions, bungalows, en
                                        appartementen(hotels), jeugdherbergen, vakantieboerderijen
                                        en dergelijke ruimten, niet zijnde kampeermiddelen;</al></li><li nr="g."><al>woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar
                                        ander onderkomen of een deel van een huis of een
                                        vergelijkbaar onderkomen;</al></li><li nr="h."><al>particulier: een natuurlijk persoon die buiten de
                                        uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot
                                        verblijf;</al></li><li nr="i."><al>particulier verhuurde woning: een woning die door een
                                        particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden
                                        van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke
                                        vorm dan ook. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor vakantieonderkomens, woningen en voor kampeermiddelen op vaste
                                of losse standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de
                                aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden
                                vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Bij de forfaitaire berekening wordt voor vakantieonderkomens en
                                woningen per onderkomen of woning:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten
                                        bepaald op het aantal slaapplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste of
                                        standplaatsen bepaald op:</al><lijst><li nr=""><al>2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of
                                                minder bedraagt;</al></li><li nr=""><al>4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan
                                                drie betreft;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>mobiele kampeeronderkomens op losse standplaatsen bepaald op
                                        de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor
                                        verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2
                                        en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van
                                        meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                                overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens,
                                        niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste
                                        standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts
                                        gebruikt mogen worden gedurende een periode van:</al><lijst><li nr=""><al>ten hoogste zes maanden bepaald op 60;</al></li><li nr=""><al>meer dan zes maanden bepaald op 100;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                                        kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op
                                        365.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het derde lid,
                                letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal
                                tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt
                                binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien uit zijn
                        nachtregister blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 5
                        berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nachtverblijfregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige is, behoudens in de de gevallen dat de
                                forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag als bedoeld in
                                artikel 5 wordt toegepast, gehouden per belastingtijdvak een door de
                                gemeente kosteloos ter beschikking gesteld nachtverblijfregister bij
                                te houden.</al></li><li nr="2."><al>Het gemeentelijk nachtverblijfregister bevat de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en woonplaats van de gast;</al></li><li nr="b."><al>de datum van aankomst en vertrek;</al></li><li nr="c."><al>de som van het aantal gasten vermenigvuldigd met het aantal
                                        overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd
                                        is;</al></li><li nr="d."><al>het totaal van de verschuldigde belasting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke
                                belastingen kan ontheffing verlenen van het bijhouden van een
                                gemeentelijk nachtverblijfregister indien de belastingplichtige
                                voornemens is om een eigen nachtverblijfregister bij te houden
                                indien dit eigen nachtverblijfregister gekoppeld is aan een
                                bedrijfsmatig gevoerde, geautomatiseerde boekhouding.</al></li><li nr="4."><al>Het verzoek tot de in lid 3 bedoelde ontheffing dient voor aanvang
                                van het betreffende belastingjaar te worden ingediend bij de in lid
                                3 genoemde gemeenteambtenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,20 met een maximum van € 10,00 per
                        persoon per verblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                            voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                            aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingtijdvak
                        minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de voorlopige aanslagen en de overige aanslagen moeten worden
                                betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden
                                later.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt
                                opgelegd met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
                                dan € 11.350,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien (10) gelijke termijnen. De
                                eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de verschuldigde belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van de
                        gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b
                        en d van de gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De Verordening toeristenbelasting 2012, vastgesteld bij Raadsbesluit van 7
                        november 2012, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013, met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening toeristenbelasting
                        2013".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 7 november 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>