<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR303085_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012 RSD</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012 RSD</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub d, en lid 2, sub b, juncto artikel 36 van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012 RSD</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Sociale
                        Dienst Kromme Rijn Heuvelrug (RSD)”;</al><al>overwegende dat de Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand
                        2009 aanpassing behoeft;</al><al>gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 1 februari 2012, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al>gelet op het advies van het MT van de RSD;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub d, en lid
                        2, sub b, juncto artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening</al><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012 RSD</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Regionale
                                        Sociale Dienst Kromme Rijn</al><al> Heuvelrug;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                        Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn</al><al> Heuvelrug;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in artikel 4,
                                        lid 1, sub a, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als bedoeld in
                                        artikel 4, lid 1, sub b, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub c, van
                                        de wet;</al></li><li nr="g."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5,
                                        sub c, van de wet;</al></li><li nr="h."><al>peildatum: datum waarop in enig jaar het recht op de
                                        langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="i."><al>referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan
                                        de peildatum;</al></li><li nr="j."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
                                        met dien verstande dat voor de</al><al> zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt
                                        gedaan” moet worden gelezen</al><al> als “de referteperiode”, waarbij een bijstandsuitkering, in
                                        afwijking van artikel 32 van de wet, </al><al> voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag
                                        als inkomen wordt gezien;</al></li><li nr="k."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet
                                        op de peildatum.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de doelgroep van de langdurigheidstoeslag behoren personen
                                    van 21 jaar en ouder doch jonger dan 65 jaar met langdurig een
                                    laag inkomen, geen in aanmerking te nemen vermogen en geen
                                    uitzicht op inkomensverbetering. Bij een gezin geldt het
                                    leeftijdscriterium voor minstens tweegezinsleden en de
                                    voorwaarde van geen uitzicht op inkomensverbetering voor alle
                                    gezinsleden die voldoen aan het leeftijdscriterium.</al></li><li nr="2."><al>Personen, die op de peildatum of in de referteperiode een
                                    uitkering op grond van de Wetstudiefinanciering 2000 of de Wet
                                    tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten hebben genoten,
                                    worden wel geacht uitzicht op inkomensverbetering te hebben en
                                    komen niet voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder langdurig een laag inkomen wordt verstaan een gemiddeld
                                    inkomen per maand dat gedurende de referteperiode niet uitkomt
                                    boven 100% van de geldende bijstandsnorm.</al></li><li nr="2."><al>Tevens wordt als langdurig laag inkomen aangemerkt het inkomen
                                    dat gedurende de referteperiode gemiddeld hoger is dan 100% van
                                    het wettelijk sociaal minimum, maar waarvan dat meerdere is
                                    aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van
                                    eenminnelijke schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op
                                    grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de
                                gezinssituatie op de peildatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een alleenstaande € 361 per jaar;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 462 per jaar;</al></li><li nr="c."><al>voor een gezin € 515 per jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte
                                van 1 januari van het voorafgaande jaar is gestegen. De bedragen
                                worden in hele euro’s naar boven afgerond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van
                                recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of 13, eerste
                                lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op
                                langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor
                                een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al>Door of namens het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen ten
                            gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen van deze
                            verordening, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening
                            langdurigheidstoeslag WWB 2012 RSD”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking ingang van 1
                            januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>De “Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009”,
                            vastgesteld op 13-10-2009, wordt met ingang van 01-01-2012
                            ingetrokken.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling
                        “Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug” in zijn openbare
                        vergadering van 1 februari 2012 </ondertekening><ondertekening> De directeur, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al>Als gevolg van het afschaffen van de bijstand voor inwonenden en het vervangen
                    van de toets op het inkomen van de partner door een toets op gezinsniveau
                    (huishoudinkomen) is aanpassing van de verordening noodzakelijk.</al><al>Op grond van artikel 8, lid 1, onder d, en lid 2, onder b, van de Wet werk en
                    bijstand dient het Algemeen Bestuur van de Regionale Sociale Dienst bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. In ieder geval dient hierin te worden bepaald de hoogte
                    van de langdurigheidstoeslag, wat langdurig is en wat een laag inkomen is.</al><al>Hiermee is beoogd te bewerkstelligen, dat de langdurigheidstoeslag zoveel
                    mogelijk een gemeentelijke verantwoordelijkheid wordt.</al><al>De rechtvaardiging van de langdurigheidstoeslag is dat mensen die langdurig van
                    het sociaal minimum afhankelijk zijn, over het algemeen geen mogelijkheden meer
                    hebben om te reserveren voor (onverwachte) hoge kosten, zoals voor
                    vervangingsuitgaven die na verloop van tijd onvermijdelijk zijn. Hiermee treedt
                    ten aanzien van de positiebepaling van de langdurigheidstoeslag in het
                    inkomensbeleid geen wijziging op. Bij de invoering van de Wet werk en bijstand
                    is die als volgt omschreven: “Om deze reden wordt de langdurigheidstoeslag voor
                    één jaar toegekend en in één belastingvrij bedrag uitbetaald. Hiermee wordt
                    bereikt dat er op het moment van uitbetaling ruimte ontstaat binnen het budget
                    waaruit hogere kosten kunnen worden voldaan, bijvoorbeeld voor
                    vervangingsuitgaven”.</al><al>De langdurigheidstoeslag is een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere
                    bijstand. Bijzonder, omdat gemeenten in tegenstelling tot de normale
                    (categoriale) bijzondere bijstand, gehouden zijn het gemeentelijk beleid ten
                    aanzien van de langdurigheidstoeslag in een verordening vast te leggen. Voorts
                    bijzonder, omdat gemeenten gehouden zijn de langdurigheidstoeslag te verstrekken
                    indien de aanvrager aan de gestelde voorwaarden voldoet. Deze bijzondere
                    categoriale voorziening staat in beginsel open voor iedereen met een minimum
                    inkomen, dus ook voor werkenden.</al><al>De voorwaarden om voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking te komen, staan
                    vermeld in artikel 36 van de Wet werk en bijstand.</al><al>Het Dagelijks Bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug
                    verleent de langdurigheidstoeslag op aanvraag. Dit sluit de mogelijkheid voor
                    ambtshalve toekenning uit.</al><al>Het kabinet geeft hierbij aan, dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand,
                    waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet worden of er een
                    recht bestaat.</al><al>Door de zinsnede in de wet ”geen uitzicht heeft op inkomensverbetering” wordt
                    gewaarborgd dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief, zoals
                    studenten, niet in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag.</al><al>Verder is de ondergrens voor aanvragers van de langdurigheidstoeslag bepaald op
                    21 jaar, omdat dit de leeftijd is waarop de ouderlijke onderhoudsplicht vervalt.
                    Hiermee blijft de langdurigheidstoeslag aansluiten op het systeem van de wet ten
                    aanzien van personen jonger dan 21 jaar. Personen van 65 jaar en ouder zijn
                    uitgesloten van het recht op een langdurigheidstoeslag. Als gevolg van de al
                    gerealiseerde inkomensverbetering voor personen van 65 jaar en ouder (hogere
                    norm) blijft deze doelgroep buiten het bereik van de regeling.</al><al>Gemeenten kunnen zelf bepalen wat zij onder de termen “langdurig” en “laag
                    inkomen” verstaan.</al><al>Bepaald is, dat een persoon ten hoogste eenmaal binnen 12 maanden in aanmerking
                    komt voor een langdurigheidstoeslag.</al><al>De verstrekking is echter niet gebonden aan die periode van 12 maanden. Het kan
                    zijn dat per 12 maanden meerdere malen langdurigheidstoeslag wordt verstrekt,
                    indien de verstrekking ziet op een recht dat in een voorgaand jaar is ontstaan,
                    maar pas later is aangevraagd.</al><al/><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de verordening
                        voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt
                        verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in de wet om
                        ervoor te zorgen, dat er zoveel mogelijk aansluiting blijft bij de wetgeving
                        die van toepassing is.</al><al>Gekozen is om de referteperiode vast te stellen op 36 maanden voorafgaand
                        aan de peildatum. Hiermee is meteen invulling gegeven aan het begrip
                        ‘langdurig’. Dus over de duur van de referteperiode wordt bepaald of iemand
                        langdurig een laag inkomen heeft.</al><al>In de verordening wordt het begrip belanghebbende gebruikt. Dit begrip wordt
                        in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht omschreven als degene wiens
                        belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet welke in deze
                        verordening nader zijn ingevuld.</al><al>Door uitbreiding van het begrip van ’gezin’ in de wet vanwege invoering van
                        de huishoudtoets alsmede het leeftijdscriterium bij de
                        langdurigheidstoeslag, is nadere precisiering noodzakelijk.</al><al>Het leeftijdscriterium geldt bij een gezin voor minstens twee gezinsleden.
                        De voorwaarde van geen uitzicht op inkomensverbetering geldt voor alle
                        gezinsleden die aan het leeftijdscriterium voldoen.</al><al>Indien hieraan niet wordt voldaan, bestaat – nog afgezien van het inkomen -
                        voor het gezin geen recht op langdurigheidstoeslag.</al><al>Het recht op langdurigheidstoeslag komt de rechthebbende gezinsleden immers
                        gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allen, zowel afzonderlijk als
                        gezamenlijk, aan de voorwaarden voldoen. Dus bij een gezin waarbij slechts
                        één gezinslid aan het leeftijdscriterium voldoet, bestaat geen recht op
                        langdurigheidstoeslag voor het desbetreffende gezin.</al><al>Een meerderjarig kind als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de wet (student
                        met WSF of WTOS en een bepaald maximum inkomen) valt niet onder het begrip
                        van ‘gezin’. Ook een bloedverwant in de eerste graad waarbij toepassing
                        wordt gegeven aan artikel 4, lid 5, van de wet (mantelzorg) valt buiten het
                        uitgebreide begrip van ’gezin’.</al><al>Door de zinsnede ”geen uitzicht heeft op inkomensverbetering” wordt
                        gewaarborgd dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief niet
                        in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag.</al><al>Bij studenten wordt ervan uitgegaan, dat zij arbeidsmarktperspectief
                        hebben.</al><al>Om te voorkomen dat degene met een baan en een minimuminkomen hieruit, die
                        zijn positie middels avondstudie probeert te verbeteren, niet in aanmerking
                        zou komen, is bepalend of de studerende in de referteperiode
                        studiefinanciering heeft genoten. Studiefinanciering is immers alleen
                        mogelijk bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde
                        leeftijd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Zoals eerder gesteld, wordt onder langdurig verstaan een termijn van 36
                        maanden. Nadat betrokkene 3 jaar op een minimum inkomen is aangewezen, is er
                        over het algemeen niet veel reserveringsruimte over.</al><al>Onder een laag inkomen wordt verstaan een (gezamenlijk) inkomen dat
                        gemiddeld niet hoger is dan 100 % van de van toepassing zijnde
                        bijstandsnorm. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm
                        inclusief de gemeentelijke toeslag of verlaging en de vakantietoeslag.</al><al>Voor het recht op een langdurigheidstoeslag wordt geen andere invulling aan
                        het begrip inkomen gegeven dan voor het recht op algemene bijstand. Dit
                        betekent, dat de vrijgelaten middelen als bedoeld in artikel 31, lid 2, van
                        de Wet werk en bijstand eveneens buiten beschouwing moeten blijven bij het
                        recht op een langdurigheidstoeslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de
                        gezinssituatie.</al><al>De bedragen zijn destijds afgeleid van de normenbrief van het Ministerie van
                        Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de bijstandsbedragen. Vóór de
                        decentralisatie van de langdurigheidstoeslag op 1 januari 2009 werd de
                        hoogte hiervan bepaald door de rijksoverheid.</al><al>In lid 3 wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 24 van de Wet
                        werk en bijstand voor situaties waarbij binnen een gezin slechts twee
                        gezinsleden aan het leeftijdscriterium voldoen en een van hen op de
                        peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van
                        artikel 11 of artikel 13, lid 1, van de Wet werk en bijstand. De wet
                        voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor het enig overblijvend
                        rechthebbend gezinslid, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag
                        voor een gezin in dergelijke situaties ook niet opportuun is. Met nadruk
                        wordt erop gewezen, dat het hier betreft een uitsluitingsgrond als bedoeld
                        in artikel 11 of artikel 13, lid 1, van de Wet werk en bijstand.</al><al>Nogmaals wordt opgemerkt, dat een meerderjarig kind als bedoeld in artikel
                        4, lid 2, van de wet (student met WSF of WTOS en een bepaald maximum
                        inkomen) niet valt onder het begrip van ‘gezin’. Ook een bloedverwant in de
                        eerste graad waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 4, lid 5, van de
                        wet (mantelzorg) valt buiten het uitgebreide begrip van ’gezin’.</al><al>Hoewel de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet tot de middelen wordt
                        gerekend, valt een Wajonger, voor zover hij tot een gezin behoort dat niet
                        enkel uit gehuwden of uit gehuwden met hun ten laste komende kinderen
                        bestaat, <cursief>wel </cursief>onder het begrip van ‘gezin’. Eventueel
                        vermogen van dit gezinslid dient dan ook in aanmerking te worden
                        genomen.</al><al>Om niet jaarlijks de verordening voor de bedragen te hoeven aanpassen is
                        gekozen om de hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met het
                        minimumloon waaraan ook de bijstandsnormen zijn gekoppeld. Omdat de
                        bijstandsnormen in beginsel twee maal per jaar worden geïndexeerd en de
                        langdurigheidstoeslag slechts eenmaal, wordt steeds een vergelijking gemaakt
                        met de langdurigheidstoeslag per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>