<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302872_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Klaroen, 28 juli 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009&amp;artikel=35">Artikel 35 Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Voorschriften voor het aanbrengen van grafbedekking</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.</nr><titel><onderstreept>Algemene bepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een
                                uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, en die de
                                uitgifte van een graf verzoekt, dan wel degene die om een
                                urnenplaats verzoekt, of een andere bestemming aan de as van een
                                overledene wil geven;</al></li><li nr="b."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin
                                gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="d."><al>beheerder: degene die door het college met de dagelijkse leiding van
                                de begraafplaats is belast of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="e."><al>begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat die
                                is bestemd voor de uitgifte van graven of ruimten ter bijzetting van
                                asbussen, en de daarbij behorende gronden en voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="g."><al>gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een recht tot
                                gebruik van een ruimte in een algemeen graf, of algemene urnenplaats
                                is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in
                                diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="h."><al>gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaat of
                                ander monument ter nagedachtenis aan een overledene;</al></li><li nr="i."><al>grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van
                                deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt
                                verleend;</al></li><li nr="j."><al>grafbedekking: gedenktekens of vaste planten die op het graf of de
                                urnenplaats zijn geplaatst;</al></li><li nr="k."><al>grafrecht: - het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen
                                graf of een algemene urnenplaats; hetzij</al><lijst><li nr="-"><al>het uitsluitend recht op een particulier/eigen
                                        (urnen)graf;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>kindergraf: een algemeen graf bij de gemeente in beheer, waarin
                                gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken van
                                kinderen tot en met 11 jaar;</al></li><li nr="m."><al>onderhoudsrecht: een verplichte bijdrage in het onderhoud van de
                                begraafplaats voor rechthebbenden en gebruikers;</al></li></lijst><lijst><li nr="n."><al>particulier/eigen graf: een eigen graf, gemetseld graf en grafkelder
                                daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
                                uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven
                                houden van lijken en het bijzetten van asbussen;</al></li><li nr="o."><al>rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                uitsluitend recht is verleend op een particulier/eigen graf of op
                                een particulier/eigen urnengraf dan wel degene die redelijkerwijze
                                geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="p."><al>strooiveld: een daartoe aangewezen plaats op de begraafplaats waar
                                as van een overledene wordt verstrooid;</al></li><li nr="q."><al>urnengraf: een algemeen graf bij de gemeente in beheer waarin
                                gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen, dan
                                wel een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk of
                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen het
                                bijzetten van asbussen;</al></li><li nr="r."><al>urnennis: een algemene, gesloten nis in de urnenmuur, bij de
                                gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen
                                bijzetten van asbussen;</al></li><li nr="s."><al>wet: de Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende
                                regelgeving.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2.</nr><titel><onderstreept>Dagelijks beheer, onderhoud en administratie van de begraafplaats</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het beheer van de begraafplaats door de gemeente omvat het
                                onderhouden en exploiteren van de terreinen en de daarop aanwezige
                                paden en beplantingen en gebouwen, met uitzondering van de in
                                particulier beheer zijnde aula, en het bieden van faciliteiten voor
                                lijkbezorging en voor de herdenking van overledenen.</al></li><li nr="2."><al>Het onderhoud van de graven door de gemeente bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het reinigen van gedenktekens;</al></li><li nr="b."><al>het na verzakking opnieuw stellen van gedenktekens;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De begraafplaats is bestemd voor het begraven van lijken of het
                                bijzetten van asbussen van personen die op de datum van overlijden
                                stonden ingeschreven als burger van de gemeente Alblasserdam, dan
                                wel die enige connectie hebben met de gemeente Alblasserdam,
                                behoudens indien het begraving betreft in een reeds uitgegeven
                                particulier/eigen graf.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan, indien naar haar oordeel sprake is van een
                                bijzonder geval, het begraven van lijken van anderen dan bedoeld in
                                het derde lid, toestaan.</al></li><li nr="5."><al>De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats
                                begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar
                                zij begraven zijn, als mede een register van bijgezette asbussen met
                                de krachtens artikel 65, 1<sup>e</sup> lid, van de wet
                                voorgeschreven gegevens. De in deze registers opgenomen gegevens
                                zijn openbaar en worden op verzoek verstrekt.</al></li><li nr="6."><al>Daarnaast wordt er een register bijgehouden van alle rechthebbenden
                                en gebruikers van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en
                                adressen en aantekening van hun relatie tot de overledene. Deze
                                gegevens zijn niet openbaar.</al></li><li nr="7."><al>De gemeente houdt een plattegrond bij van de begraafplaats waarop de
                                vakken, de rijen en de uitgegeven graven staan aangegeven.</al></li><li nr="8."><al>De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun
                                adres aan het collegedoor te geven.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3.</nr><titel><onderstreept>Huisregels begraafplaats</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaats is geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Het
                                college kan in uitzonderlijke gevallen een ruimere openstelling
                                toestaan.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats tijdelijk
                                ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>Bezoekers van de begraafplaats, waaronder ook personen in de
                                uitoefening van hun beroep of bedrijf worden begrepen, dienen zich
                                ordentelijk te gedragen en zonodig de door of namens de beheerder
                                gegeven aanwijzingen op te volgen.</al></li><li nr="4."><al>Het is grafdelvers, steenhouwers, hoveniers, fotografen, en andere
                                personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf
                                werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten,
                                verboden dit te doen zonder voorafgaande kennisgeving aan de
                                beheerder.</al></li><li nr="5."><al>Het is op het terrein van de begraafplaats verboden om:</al><lijst><li nr="a."><al>met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden of deze met
                                        zich mee te voeren;</al></li><li nr="b."><al>te fietsen;</al></li><li nr="c."><al>honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen;</al></li><li nr="d."><al>een eigen zitgelegenheid te plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een
                                        uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te
                                        registreren;</al></li><li nr="f."><al>bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor
                                        reclame te maken;</al></li><li nr="g."><al>as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te
                                        bezigen;</al></li><li nr="h."><al>de begraafplaats te verontreinigen;</al></li><li nr="i."><al>op de graven te lopen, te zitten en gereedschappen of andere
                                        niet tot de begraafplaats behorende voorwerpen neer te
                                        leggen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college kan ontheffing verlenen voor de in het vijfde lid
                                genoemde verboden.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan aan de ontheffing als genoemd in het zesde lid
                                voorwaarden en beperkingen verbinden.</al></li><li nr="8."><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de hiervoor bedoelde
                                geboden en verboden houden van de begraafplaats (laten) verwijderen.
                                Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te
                                bepalen periode de toegang worden ontzegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4.</nr><titel><onderstreept>Indeling van de begraafplaats, onderscheid van de graven en asbestemming</onderstreept></titel></kop><paragraaf><kop><titel><onderstreept>Indeling</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de indeling van de begraafplaats en de inrichting
                                van de grafvelden vast.</al></li><li nr="2."><al>De begraafplaats wordt ingedeeld in vakken en de vakken in rijen en
                                graven; de vakken worden aangeduid met letters en de rijen en graven
                                met cijfers.</al></li><li nr="3."><al>Graven en urnengraven worden aansluitend op de reeds uitgegeven
                                graven en urnengraven uitgegeven; urnennissen worden in overleg met
                                de aanvrager uitgegeven.</al></li><li nr="4."><al>Indien dit naar het oordeel van het college gewenst of niet
                                bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen, als bedoeld in lid 3,
                                particuliere/eigen graven of urnenplaatsen worden uitgegeven.</al></li><li nr="5."><al>Op de begraafplaats van Alblasserdam worden de volgende graven
                                onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene graven;</al></li><li nr="-"><al>kindergraven;</al></li><li nr="-"><al>particuliere/eigen graven</al></li><li nr="-"><al>particuliere/eigen moslimgraven</al></li><li nr="-"><al>particuliere/eigen urnengraven</al></li><li nr="-"><al>algemene urnengraven</al></li><li nr="-"><al>algemene urnennissen in de urnenmuur</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Uitvoering en afmetingen van de graven:</al><lijst><li nr="a."><al>de graven zullen niet dieper dan tot op het waterpeil worden
                                        gegraven;</al></li><li nr="b."><al>afhankelijk van de terreinhoogte en de bodemgesteldheid, zal
                                        met inachtneming van het daaromtrent in de wet bepaalde,
                                        maximaal in drie lagen boven elkaar worden begraven;</al></li><li nr="c."><al>de graven hebben de volgende afmetingen:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene en eigen graven 2.00 m in de lengte en 0.90
                                                m in de breedte;</al></li><li nr="-"><al>algemene en eigen urnengraven 0.55 m in de lengte en
                                                0.35 m in de breedte;</al></li><li nr="-"><al>bij kindergraven, bestemd voor lijken van personen
                                                beneden 12 jaar, kan van de in het vorig lid
                                                bedoelde maten worden afgeweken en wordt de vereiste
                                                grafruimte naar omstandigheden bepaald;</al></li><li nr="-"><al>afwijkende grafmaten dienen bij aanvraag van de
                                                begrafenis te worden opgegeven bij de
                                                beheerder.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><onderstreept>Algemene graven en kindergraven</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Algemene graven op de begraafplaats zijn bestemd voor het begraven
                                van maximaal drie lijken.</al></li><li nr="2."><al>Kindergraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal 1 lijk van
                                kinderen tot de leeftijd van 12 jaar en dood geborenen.</al></li><li nr="3."><al>In algemene graven worden geen asbussen bijgezet.</al></li><li nr="4."><al>Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar.</al></li><li nr="5."><al>Kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van 60 jaar.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van lid 5 kan de uitgiftetermijn van kindergraven op
                                verzoek van de gebruiker op 20 jaar worden gesteld.</al></li><li nr="7."><al>De termijn van algemene graven wordt niet verlengd, met uitzondering
                                van kindergraven.</al></li><li nr="8."><al>Na afloop van de uitgiftetermijn van een kindergraf met een gekozen
                                termijn van 20 jaar kunnen de grafrechten, op verzoek van de
                                gebruiker, telkens met tien jaar worden verlengd tot een maximum van
                                60 jaar, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de
                                termijn is gedaan. Hierbij wordt de periode van verlenging naar
                                boven afgerond op hele jaren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><onderstreept>Particuliere/eigen graven</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Particuliere/eigen graven zijn bestemd voor het begraven van
                                maximaal twee respectievelijk drie lijken en het bijzetten van
                                maximaal twee respectievelijk drie asbussen, waarbij het aantal
                                asbussen het aantal erin begraven lijken niet mag overschrijden.
                                Door middel van schudden van de in het graf aanwezige stoffelijke
                                resten, welke ten minste tien jaar begraven liggen, kunnen meerdere
                                lijken worden bijgezet., tenzij dit uit het oogpunt van beheer
                                ongewenst is.</al></li><li nr="2."><al>Particuliere/eigen graven worden uitgegeven voor een termijn van
                                twintig jaar. De termijn begint te lopen op de datum waarop het graf
                                is uitgegeven en eindigt op 31 december van het twintigste
                                jaar.</al></li><li nr="3."><al>Na afloop van de uitgiftetermijn van een particulier/eigen graf
                                kunnen de grafrechten telkens met tien jaar worden verlengd op
                                verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het
                                verstrijken van de termijn is gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Begraving in een particulier/eigen graf, waarin reeds is begraven en
                                waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar afloopt, kan
                                alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn
                                tot maximaal tien jaar na de laatste begraving of bijzetting,
                                waarbij de periode van verlenging naar boven wordt afgerond op hele
                                jaren.</al></li><li nr="5."><al>De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een grafkelder aan
                                te brengen in of een gemetseld graf aan te brengen op een
                                particulier graf.</al></li><li nr="7."><al>De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of
                                        de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig
                                        wordt geacht;</al></li><li nr="b."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
                                        niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van
                                        toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt
                                        nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                                        daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                        dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>de houder van de vergunning dit verzoekt;</al></li><li nr="f."><al>dit om redenen van beheertechnische aard wenselijk of
                                        noodzakelijk is.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het college kan aan de vergunning als genoemd in het zesde lid
                                voorschriften en beperkingen verbinden.</al></li><li nr="9."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de aard, de
                                afmetingen en de wijze van aanvragen en aanbrengen van
                                grafkelders.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><onderstreept>Asbestemming</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Urnengraven en urnennissen zijn bestemd voor het bijzetten van maximaal
                            twee asbussen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle urnengraven en urnennissen worden uitgegeven voor een termijn van
                            20 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn voor algemene urnengraven en urnennissen worden niet
                            verlengd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van de grafrechttermijn van een particulier/eigen urnengraf
                            kan deze termijn met tien jaar worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij bijzetting van een asbus in een particulier/eigen graf zijn de
                            bepalingen van deze verordening betreffende particuliere graven
                            overeenkomstig van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig een andere
                            bestemming van de as kenbaar is gemaakt, wordt de as verstrooid op een
                            door de beheerder te bepalen plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>As kan worden verstrooid in of op een particulier/eigen graf, een
                                urnengraf, of op het strooiveld.</al></li><li nr="2."><al>As kan worden meegenomen door de rechthebbende of gebruiker, of op
                                diens aangeven aan een ander ter beschikking worden gesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5.</nr><titel>Vereisten voor begraving of asbestemming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een lijk wil doen begraven, as wil doen bijzetten, of as wil
                            verstrooien, maakt daarvoor gebruik van een door het college vast
                            gesteld formulier, dat uiterlijk om 12.00 uur van de dag, voorafgaand
                            aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats
                            vinden -ingevuld- bij het college wordt ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die wil begraven, bijzetten of verstrooien overhandigt het verlof
                            tot begraven, bijzetten of verstrooien, voorafgaand aan de plechtigheid
                            aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur
                            na het overlijden te begraven moet het verzoek daartoe aan het college
                            zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien men een lijk wil doen begraven, of as wil doen bijzetten, wordt
                            op het in het eerste lid bedoelde formulier aangegeven van welke in
                            artikel 5, 6 of 7 bedoelde typen graven of nissen men gebruik wil
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien begraving of bijzetting in een particulier/eigen (urnen) graf zal
                            plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan het college te worden
                            overgelegd, welke moet zijn ondertekend door de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten
                            bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan
                            kleine verteerbare grafgiften.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen
                            of kunststof (binnen)kist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij begraving dient tenminste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van
                            begraving door de uitvaartondernemer, of - wanneer hiervan geen gebruik
                            wordt gemaakt - door de aanvrager, schriftelijk te worden verklaard of
                            gebruik wordt gemaakt van een lijkhoes; voorts dient de
                            uitvaartondernemer dan wel de aanbieder van de lijkhoes aan te tonen dat
                            deze lijkhoes voldoet aan de wet.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat aan artikel 9 en aan de
                            vereisten uit de wet, is voldaan en door de beheerder is bevestigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien wordt telkens en
                                voor elk geval afzonderlijk door het college, in overleg met de
                                betrokken aanvrager, vastgesteld en op het verlof tot begraven
                                vermeld. De tijdstippen van begraven, bijzetten of verstrooien
                                vinden inprincipe plaats op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur en op
                                zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing van de plaats van het graf, het urnengraf of de
                                urnennis geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4,
                                derde en vierde lid, in overleg met de aanvrager, door het
                                college.</al></li><li nr="3."><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of zelf verrichten indien zij hun wens daartoe
                                uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of
                                schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij
                                deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></li><li nr="4."><al>Het lijk dan wel de asbus dient bij aankomst op de begraafplaats te
                                zijn voorzien van een identiteitskenmerk.</al></li><li nr="5."><al>Op ieder particulier/eigen graf en op de grafpositie (afhankelijk
                                van de diepte: 1,2 of 3 diep) van een algemeen graf, dient door de
                                begrafenisondernemer of, indien daarin zelf wordt voorzien, door de
                                rechthebbende of gebruiker, tot maximaal een half jaar na de
                                begrafenis een identificatieplaatje te zijn geplaatst, waarop staan
                                vermeld de volledige naam, geboortedatum overlijden van degene die
                                in betreffend graf is begraven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>6.</nr><titel>Opgraven en ruimen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de opgraving van lijken en ruiming van graven kan de
                                begraafplaats tijdelijk worden gesloten voor de duur van deze
                                werkzaamheden.</al></li><li nr="2."><al>Bij de opgraving van lijken en ruiming van graven zijn geen andere
                                personen aanwezig dan degenen die door het college met deze
                                werkzaamheden zijn belast.</al></li><li nr="3."><al>Het voornemen van het college om een graf, grafvak, urnengraf of
                                urnennis te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande
                                aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van
                                een bij het te ruimen graf, grafvak of urnengraf te plaatsen bordje,
                                of op de urnennis aan te brengen sticker, ter kennis van de
                                belanghebbende(n) gebracht; tenzij het adres van de rechthebbende
                                van het -eigen- (urnen)graf aan hen bekend is. In dat geval deelt
                                zij schriftelijk mee wanneer de termijn van uitgifte gaat
                                verstrijken.</al></li><li nr="4."><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe
                                bestemd, afgesloten gedeelte van de begraafplaats.</al></li><li nr="5."><al>Ruimen algemeen graf, algemeen urnengraf of urnennis:</al><lijst><li nr="a."><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een
                                        algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde
                                        termijn bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming
                                        de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen
                                        voor herbegraving elders. </al></li><li nr="b."><al>Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet
                                        met een urn is bijgezet in een algemene urnennis of algemeen
                                        urnengraf kunnen bij het college een aanvraag indienen om
                                        deze ter beschikking te houden voor herbegraving of
                                        verstrooiing elders.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Ruimen eigen graf of urnengraf:</al><lijst><li nr="a."><al>De rechthebbende op een eigen graf kan bij het college een
                                        aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om
                                        deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel
                                        om deze elders opnieuw te doen begraven.</al><al>a.De rechthebbende op een eigen urnengraf kan bij het
                                        college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te
                                        houden voor bijzetting of verstrooiing elders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>7.</nr><titel>Grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens te
                            plaatsen op (urnen)graven of urnennissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de
                                    fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt
                                    geacht;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het gedenkteken naar het oordeel van het college ernstig afbreuk
                                    doet aan het aanzien van de begraafplaats;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van
                                    het college aanstootgevend of kwetsend kan zijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                    zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing
                                    zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                    gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke
                                    termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>de houder van de vergunning dit verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college heeft aan de in het eerste lid genoemde vergunning
                            voorwaarden verbonden aan afmetingen en materiaalgebruik van de
                            grafbedekking. Deze zijn verwoord in de “Voorschriften voor het
                            aanbrengen van grafbedekking en het plaatsen van losse voorwerpen”. De
                            aanvraag dient hieraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van grafbedekking of andere voorwerpen geschiedt door,
                                op rekening van en voor risico van de rechthebbende of
                                gebruiker.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking goed te
                                onderhouden, waaronder in ieder geval wordt verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het vernieuwen en herstellen van kelders, gemetselde graven en
                                gedenktekens;</al></li><li nr="b."><al>het verven van opschriften en andere daarvoor in aanmerking komende
                                delen;</al></li><li nr="c."><al>de zorg voor de winterharde beplanting alsmede het aanbrengen en
                                vernieuwen van beplantingen.</al></li><li nr="3."><al>Indien dit naar het oordeel van de beheerder voor de veiligheid van
                                personen of zaken of voor het aanzien van de begraafplaats
                                noodzakelijk is, is de rechthebbende of gebruiker verplicht binnen
                                de door het college gestelde termijn tot herstel, vernieuwing of
                                verwijdering van de grafbedekking of andere voorwerpen over te
                                gaan.</al></li><li nr="4."><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de belanghebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. Als het adres van de belanghebbende
                                niet bekend is geschiedt de oproeping door mededeling op het
                                mededelingenbord op de begraafplaats. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></li><li nr="5."><al>Het verwijderde blijft gedurende één maand ter beschikking van de
                                belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></li><li nr="6."><al>De beheerder kan verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, losse en
                                glazen voorwerpen direct laten verwijderen, zonder dat daarvoor
                                alsnog een termijn wordt gegeven, waarbinnen deze verwijderd dienen
                                te worden en zonder dat daarbij aanspraak gemaakt kan worden op
                                schadevergoeding. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                                gedurende een maand ter beschikking gehouden voor de rechthebbende
                                of gebruiker, indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft
                                ingediend bij de beheerder.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>8.</nr><titel><onderstreept>Vestiging, overdracht en einde van grafrechten</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het grafrecht of de verlenging van het grafrecht wordt gevestigd door
                            middel van een grafakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het college
                            van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken
                            rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het
                            grafrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon, indien
                            de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van
                            de rechthebbende of gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in de vorige lid bedoelde termijn kan het
                            grafrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende of gebruiker
                            worden gesteld, tenzij het betreffende graf of de betreffende
                            urnenplaats inmiddels is geruimd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan het grafrecht is de verplichting tot het betalen van
                            onderhoudsrechten verbonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een rechthebbende of gebruiker kan afstand doen van grafrechten, zonder
                            aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn
                            verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende termijn.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Rechthebbenden van eigen graven die voorheen voor onbepaalde tijd zijn
                            uitgegeven en zijn vrijgesteld bij besluit van het college per 1-1-1969
                            van grafrecht en onderhoudsrecht, zijn verplicht het college eens in de
                            tien jaar te laten weten of men het graf nog wil laten
                            voortbestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafrechten vervallen:</al></li><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het
                                recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:</al></li><li nr="a."><al>indien de betaling van het grafrecht en het onderhoudsrecht ten
                                behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht niet
                                tijdig is geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning - in
                                verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende
                                verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is overleden en
                                het recht niet binnen één jaar is overgeschreven.</al></li><li nr="d."><al>indien niet voldaan is aan de verplichting verwoord in artikel 14,
                                lid 8.</al></li><li nr="3."><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en
                                in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van
                                de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsrechten of eventuele
                                andere kosten.</al></li><li nr="4."><al>Eventueel op het graf aanwezige grafbedekking en andere voorwerpen
                                kunnen gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door
                                de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd.
                                Uiteraard gebeurt dit in overleg met de beheerder. Na het vervallen
                                van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen
                                gelden.</al></li><li nr="5."><al>Na het vervallen van het grafrecht kan het college, met inachtneming
                                van de bij of krachtens de wet gestelde regels, besluiten het graf
                                te ruimen en/of te verstrooien op een door de beheerder te bepalen
                                plaats.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>9.</nr><titel><onderstreept>In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen
                                van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst
                                staan.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>10.</nr><titel><onderstreept>Overgangs- en slotbepalingen</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>De verordening “Verordening op het gebruik en beheer van de gemeentelijke
                        begraafplaats der gemeente Alblasserdam”, in werking getreden op 17 februari
                        1994, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de 'Verordening op het
                            gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats der gemeente
                            Alblasserdam' in werking getreden op 17 februari 1994, worden geacht
                            ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen om een vergunning die voor het in werking treden van deze
                            verordening zijn gedaan en waarop nog niet is beslist, worden de
                            desbetreffende bepalingen van deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking van de verordening vermeld in artikel 18, heeft geen
                            gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen
                            nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor
                            zover de rechtsgrond waarop deze besluiten zijn gebaseerd ook vervat is
                            in deze verordening en voorzover deze besluiten niet eerder zijn
                            vervallen of ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Beheersverordening gemeentelijke
                        begraafplaats Alblasserdam'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 30 juni 2010,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats
                        Alblasserdam. </titel></kop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Onderdeel a. </al><al>De aanvrager heeft een aparte status. Dit is de persoon die de begrafenis regelt
                    en hiervoor ook betalingsplichtig is. Bij begraving in een algemeen (urnen)graf
                    wordt de aanvrager als gebruiker aangemerkt van het graf. Bij een particulier
                    (urnen)graf is tevens tenaamstelling van de grafrechten vereist. Deze
                    tenaamstelling hoeft niet de aanvrager zelf te betreffen. De grafrechten kunnen
                    ook gevestigd worden op naam van een andere persoon (familielid bijvoorbeeld).
                    Niet de aanvrager maar de rechthebbende geeft toestemming voor de begrafenis of
                    bijzetting.</al><al>Onderdeel b.</al><al>Algemene graven worden slechts uitgegeven voor directe teraardebestelling. Een
                    algemeen graf kenmerkt zich daarnaast doordat de gebruiker geen zeggenschap
                    heeft over wie er verder in het graf wordt begraven. In of op een algemeen graf
                    kunnen geen asbussen worden bijgezet en geen verstrooiingen plaatsvinden. </al><al>Algemene graven worden op de begraafplaats voor 20 jaar uitgegeven. De
                    mogelijkheid bestaat om na het verstrijken van de termijn de overledene alsnog
                    te laten opgraven en herbegraven in een particulier graf of alsnog te cremeren. </al><al>Onderdeel g. </al><al>De term gebruiker is gerelateerd aan een algemeen graf of algemene urnenplaats
                    en is in dit opzicht de tegenhanger van de term rechthebbende. De gebruiker
                    heeft naast rechten ook plichten (bijvoorbeeld het betalen van het grafrecht en
                    het onderhoudsrecht).</al><al>Onderdeel j. </al><al>De grafakte is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dat
                    wil zeggen dat tegen een dergelijke beslissing bezwaar kan worden gemaakt,
                    indien men het niet eens is met de inhoud van dit besluit. </al><al>Onderdeel k.</al><al>Het grafrecht is het recht om gebruik te kunnen maken van een grafruimte. Het is
                    niet alleen het recht om in het graf een overledene te begraven, maar ook om
                    deze begraven te houden gedurende de looptijd van het graf. </al><al>Bij een algemeen graf krijgt de gebruiker het recht om één overledene te
                    begraven, maar heeft hij geen zeggenschap over wie verder in dit graf wordt
                    bijgezet. </al><al>Bij particuliere/eigen graven is er sprake van een uitsluitend grafrecht: Alleen
                    de rechthebbende mag bepalen of er in het graf wordt begraven of bijgezet, wie
                    er wordt begraven of bijgezet en wanneer dat gebeurt.</al><al>Grafrechten zijn niet overerfbaar; bij overlijden van de houder ervan dienen ze
                    te worden overgeschreven op naam van een andere (rechts)persoon.</al><al>Voor elke begraving of bijzetting is altijd toestemming nodig van de gebruiker
                    of rechthebbende. Derhalve dient het grafrecht altijd eerst op naam te zijn
                    gesteld alvorens tot een begraving of bijzetting kan worden overgegaan. </al><al>Onderdeel l.</al><al>Voor overleden kinderen zijn algemene graven beschikbaar met speciale
                    afmetingen. Er is voor ouders uiteraard geen verplichting om van een algemeen
                    kindergraf gebruik te maken. Kinderen kunnen ook worden bijgezet in een
                    particulier graf. Voor kindergraven geldt dat het hier in de zin van de wet gaat
                    om algemene graven, maar waar in uitzondering op de regel wel de rechten met
                    telkens tien jaar kunnen worden verlengd.</al><al>Onderdeel m.</al><al>Het onderhoudsrecht is een bijdrage in de kosten voor het jaarlijkse onderhoud
                    van de graven en grafvakken, als mede van alle groen en de voorzieningen op de
                    begraafplaats zoals paden, meubilair en bebouwing.</al><al>Onderdeel n.</al><al>Een particulier/eigen graf kenmerkt zich doordat de rechthebbende (de houder van
                    het grafrecht) het uitsluitend recht heeft om te bepalen wie er in het graf
                    begraven wordt, op welk moment dat gebeurt en voor hoe lang deze overledene(n)
                    begraven worden gehouden.Particuliere/eigen graven worden op de begraafplaats
                    voor twintig jaar uitgegeven. Elke rechthebbende heeft het wettelijk recht deze
                    uitgiftetermijn te verlengen met telkens tien jaar.</al><al>Onderdeel o. </al><al>De term rechthebbende is gerelateerd aan een particulier/eigen (urnen)graf en is
                    in dit opzicht de tegenhanger van de term gebruiker. De rechthebbende heeft
                    naast rechten ook plichten (bijvoorbeeld het betalen van het grafrecht en het
                    onderhoudsrecht).</al><al>Onderdeel q.</al><al>Bij een urnengraf wordt de asbus net als bij het begraven van een lijk, bijgezet
                    in de grond. Er zijn zowel particuliere/eigen urnengraven als ook algemene
                    urnengraven. </al><al>Met de benaming ’algemeen graf' voor urnengraven wordt slechts het verschil in
                    juridische status van deze grafruimten aangegeven: een algemeen urnengraf kan
                    niet worden verlengd; een particulier/eigen urnengraf kan wel worden
                    verlengd.</al><al>Onderdeel r.</al><al>Ook voor de urnennis geldt dat het hier een algemeen graf in juridische zin
                    betreft, welke voor twintig jaar wordt uitgegeven. Bovendien is de urnenmuur
                    niet voor individueel gebruik bestemd; deze moet worden gedeeld met andere
                    gebruikers. Over de asbussen die in de naastgelegen nissen in dezelfde urenmuur
                    worden bijgezet heeft de gebruiker geen zeggenschap, maar hij heeft dat wel over
                    de asbus(sen) in zijn eigen nis.</al><al>Onderdeel s.</al><al>Hoewel met 'de wet' juridisch gezien slechts de wet in formele zin wordt bedoeld
                    (de Wet op de lijkbezorging), wordt in deze verordening ook onder die noemer
                    begrepen: de op deze wet gebaseerde regelgeving zoals het Besluit op de
                    lijkbezorging, het Lijkomhulselbesluit 1998 etcetera.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Lid 1. en 2.</al><al>Het hier omschreven beheer omvat het beheer van gemeentewege in ruime zin. Het
                    voeren van de administratie, het aanleggen, openen, sluiten en ruimen van
                    graven, het begraven, opgraven en herbegraven van lijken, het bijzetten en
                    wegnemen van asbussen, het afnemen en plaatsen van grafmonumenten en voorwerpen
                    in verband met het openen van graven, het verstrooien van as en het onderhouden
                    van de graven, grafvakken en het omringende groen, de gebouwen en de overige
                    voorzieningen op het terrein vallen er allemaal onder. De tarieven voor de
                    onderscheidene diensten zijn vastgelegd in de 'Verordening
                    begrafenisrechten'.</al><al>Lid 3.</al><al>Omdat het een relatief kleine begraafplaats betreft en er weinig
                    uitbreidingsmogelijkheden zullen zijn in de toekomst, is ervoor gekozen
                    begravingen of het bijzetten van asbussen slechts toe te laten wanneer de
                    overledene een connectie heeft met de gemeente Alblasserdam. Hierbij wordt
                    gedacht aan een relatie in de familiesfeer tot en met de 2e graad, dan wel een
                    werkrelatie binnen de gemeente Alblasserdam.</al><al>Lid 5. </al><al>Op grond van de artikelen 27 en 65 Wet op de lijkbezorging is de houder van een
                    begraafplaats of plaats van bijzetting van asbussen verplicht een register bij
                    te houden van lijken en asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats
                    van begraving of bijzetting. Artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging
                    bevat nadere voorschriften ten aanzien van de gegevens die moeten worden
                    opgenomen ter zake van bijgezette asbussen. Deze registers zijn openbaar. </al><al>Lid 6</al><al>Daarnaast wordt bij de gemeente een register bijgehouden van degenen die
                    rechthebbende of gebruiker zijn. Deze administratie is voor derden niet
                    toegankelijk. </al><al>Lid 8.</al><al>De verordening verplicht rechthebbenden en gebruikers de wijziging van hun adres
                    door te geven. Het is belangrijk het adresbestand actueel te houden, in verband
                    met het aanbieden van verlenging van de termijn van particuliere/eigen graven,
                    zodat de gemeente in ieder geval kan voldoen aan het gestelde in artikel 28 van
                    de Wet op de Lijkbezorging. </al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Lid 3. en 4.</al><al>Bezoekers van de begraafplaats dienen zich rustig en respectvol te gedragen. Het
                    spreekt voor zich dat het maken van lawaai en het afspelen van luide muziek niet
                    gepast is. Het verontreinigen van het terrein van de begraafplaats, op welke
                    wijze dan ook, hoort evenmin daarbij. Teneinde de gang van zaken op de
                    begraafplaats ordentelijk te laten verlopen en zonodig op elkaar af te stemmen,
                    is een meldingsplicht opgenomen voor personen die werkzaamheden op de
                    begraafplaats moeten verrichten. </al><al>Lid 6.</al><al>Het is denkbaar dat in uitzonderlijke gevallen een ontheffing wordt verleend
                    voor de verboden handelingen in het vijfde lid. Hierbij kan onder meer worden
                    gedacht aan een persoon die niet zonder scootmobiel de begraafplaats kan
                    bereiken. Omdat de genoemde handelingen in het vijfde lid niet direct
                    overeenstemmen met het beeld van orde en rust op de begraafplaats, wordt met het
                    verlenen van ontheffingen uiterst terughoudend omgegaan. </al><al>Lid 8.</al><al>De beheerder heeft deze bevoegdheid in het kader van de orde, netheid en rust op
                    de begraafplaats. Gaat het om verstoring van de openbare orde en veiligheid, dan
                    is dit een bevoegdheid van de burgemeester. </al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Lid 1. </al><al>Het gaat om een collegebevoegdheid op grond van de Gemeentewet, betreffende de
                    huishouding van de gemeente. Hierbij hoort ook het onderscheid naar graven op de
                    verschillende grafvelden, de afmetingen van de graven en dergelijke. Het college
                    kan ook graflocaties van een afwijkend formaat uitgeven, als dit voor het beheer
                    van de begraafplaats niet bezwaarlijk is. </al><al>Lid 2. en 3.</al><al>Deze leden voorzien in de mogelijkheid om feitelijk te kunnen sturen in het
                    beheer van de begraafplaats. In sommige vakken kan de uitgifte van graven
                    tijdelijk worden gestaakt, als dit voor herinrichting of groot onderhoud
                    wenselijk is. Er kan bijvoorbeeld ook worden besloten om in een bepaalde
                    urnenmuur geen nissen meer uit te geven. Bijvoorbeeld wanneer deze muur op korte
                    of middellange termijn verplaatst of vervangen moet worden.</al><al>Het college kan ook besluiten bepaalde producten of diensten niet meer te
                    leveren.</al><al>Daardoor zijn sommige typen graven, urnenplaatsen of bepaalde diensten soms
                    niet, niet meer of nog niet, en niet voor alle termijnen beschikbaar. Men kan
                    een graf of urnenplaats op een bepaalde locatie niet afdwingen. Een aanvrager
                    heeft geen recht op uitgifte of levering.</al><al>Lid 6.</al><al>Gegeven de hoogte van de begraafplaats ten opzichte van het grondwater is het
                    maximaal mogelijk om drie lijken boven elkaar te begraven</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Lid 3.</al><al>Bijzetting van asbussen in graven is vooral gewenst om overledenen die niet
                    dezelfde vorm van lijkbezorging hebben ondergaan, toch met elkaar te kunnen
                    verenigen. Bij een algemeen graf zal dit altijd onmogelijk zijn omdat de
                    uitgifte hiervan op volgorde geschiedt en de gebruikers geen zeggenschap hebben
                    over de bestemming van de naast/boven/onder gelegen grafruimte. </al><al>Lid 4. en 5.</al><al>Wanneer de uitgiftetermijn is verstreken, bestaat voor de gebruiker van een
                    algemeen graf de mogelijkheid om de overledene te laten opgraven en herbegraven
                    in een particulier graf. Ook kan alsnog voor crematie worden gekozen. Op grond
                    van artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging wordt men van het verstrijken van
                    deze termijn op de hoogte gebracht, zodat de individuele opgraving en
                    herbestemming van de overledenen kan plaatsvinden voordat de graven collectief
                    en anoniem worden geruimd. Deze ruimingen vinden plaats op grond van artikel 31
                    van de Wet op de lijkbezorging. Een gebruiker kan in elk geval tot opgraven
                    besluiten tot de dag voorafgaand aan de dag waarop de uitgiftetermijn verloopt.
                    De aanvraag voor het hiervoor vereiste verlof tot opgraven kan echter niet
                    eerder ingediend worden dan een jaar voor afloop van genoemde termijn. Indien de
                    gebruiker na het verstrijken van de termijn te kennen geeft alsnog te willen
                    opgraven en herbegraven of cremeren, dan kan dit tot aan de dag waarop de
                    ruiming plaatsvindt. Indien het graf inmiddels is geruimd, is het individueel
                    opgraven en herbestemmen niet meer mogelijk. </al><al>Het ruimen van kindergraven ligt meestal erg gevoelig. Vaak is het verlies voor
                    ouders moeilijk en bovendien zijn deze ouders doorgaans nog lang in leven.
                    Kindergraven in Alblasserdam hebben daarom, ondanks dat het hier gaat om
                    algemene graven, een uitgiftetermijn van 60 jaar. Op verzoek van de gebruiker
                    kan echter ook worden gekozen voor een uitgiftetermijn van 20 jaar. Na de
                    uitgiftetermijn van 20 jaar kan deze termijn, gelijk particuliere/eigen graven,
                    telkens met tien jaar worden verlengd tot een maximum van 60 jaar. </al><al>Lid 7. </al><al>Hier zal worden gehandeld overeenkomstig artikel 28 van de Wet op de
                    Lijkbezorging; zie hiervoor de toelichting op artikel 6 lid 3.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Lid 1. </al><al>Het primaire verschil tussen een ruimte die bestemd is om een asbus bij te
                    zetten, en een gewoon graf is, dat de urnenruimte te klein is om een stoffelijk
                    overschot in te begraven. Een asbus kan wel worden bijgezet in een 'groot' graf,
                    maar een stoffelijk overschot niet in een te krappe ruimte. </al><al>In particuliere graven kunnen evenveel asbussen worden bijgezet als het aantal
                    overledenen waarvoor het graf is uitgegeven. Per “begraafniveau” kan – naast de
                    grafruimte die beschikbaar is voor een grafkist – één asbus worden geborgen. Het
                    totale aantal asbussen in een particulier graf is derhalve nooit hoger dan twee
                    of drie, afhankelijk van de diepte van het graf. </al><al>Lid 2. </al><al>Wanneer in het verleden grafrechten voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven, zullen
                    deze rechten worden gerespecteerd, voor zover rechthebbenden actief laten weten
                    dat zij nog prijs stellen op het graf en dit ook onderhouden. Zie hiervoor ook
                    artikel 14, lid 8</al><al>Lid 3.</al><al>Op grond van artikel 28 Wet op de lijkbezorging wordt de rechthebbende tijdig
                    gewezen op de mogelijkheid van verlenging. Indien de grafrechten niet binnen de
                    daarvoor gestelde termijn zijn verlengd, dan doet men hiermee afstand van het
                    graf en vervallen de grafrechten en de grafbedekking aan de gemeente. </al><al>Wanneer men na afloop van de gestelde termijn aangeeft alsnog met terugwerkende
                    kracht te willen verlengen kan het college besluiten wel of niet met een
                    verlenging met terugwerkende kracht in te stemmen. </al><al>In dat geval is er meestal sprake van een heruitgifte van het graf omdat de
                    rechten na afstand opnieuw gevestigd moeten worden. Ook op heruitgifte heeft men
                    geen recht. Heruitgifte kan ook worden gegund aan een andere nabestaande die
                    belangstelling heeft voor verdere instandhouding van het graf. Indien het graf
                    inmiddels is geruimd, is heruitgifte niet aan de orde.</al><al>De verlenging van het uitsluitend grafrecht kan niet worden geweigerd, zo volgt
                    uit artikel 28 lid 1 van de Wet op de lijkbezorging. Zie verder hetgeen in
                    artikel 14 en de daarbij behorende toelichting is vermeld.</al><al>Lid 4.</al><al>In een particulier graf waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar
                    afloopt, mag - in verband met de wettelijke termijn van grafrust van tien jaar -
                    slechts een overledene worden bijgezet indien de grafrechten tot tien jaar wordt
                    verlengd. </al><al>De kosten van deze verlenging bedragen een evenredig deel van de kosten zoals
                    bepaald in de 'Verordening begrafenisrechten', waarmee de verlenging de lopende
                    termijn te boven gaat. Een eventuele volgende verlenging geschiedt op de voet
                    van het bepaalde in het derde lid van artikel 6.</al><al>Lid 6.</al><al>Rechthebbenden van een particulier graf kunnen een verzoek doen om voor eigen
                    rekening een grafkelder te laten aanbrengen. Op de begraafplaats van
                    Alblasserdam wordt daar meestal een aparte hoek voor aangehouden, omdat de
                    kelders vaak net wat groter van omvang zijn dan een gewoon graf. </al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Lid 1. en 2.</al><al>Alle urnengraven en urnennissen bieden ruimte aan maximaal twee asbussen. </al><al>Een algemeen graf kenmerkt zich doordat de gebruiker geen zeggenschap heeft over
                    de bestemming van de naastgelegen grafruimte. Dit is bij algemene urnengraven en
                    -nissen ook het geval. De zeggenschap bij urnengraven/nissen beperkt zich dan
                    ook tot het eigen urnengraf/de eigen nis. Niettemin kan er in urnengraven/nissen
                    bijzetting van meer dan één asbus plaatsvinden (mits het formaat van de gekozen
                    urn en/of de nis dat toestaat). De gebruikers van urnengraven/nissen hebben in
                    die zin meer mogelijkheden dan gebruikers van algemene 'gewone' graven. Het
                    verschil tussen particuliere urnengraven en algemene urnengraven kenmerkt zich
                    door de mogelijkheid tot verlenging. Dit laatste is bij algemene
                    urnengraven/nissen niet mogelijk, maar bij particuliere urnengraven wel. </al><al>Lid 3. </al><al>De rechthebbende op een particulier urnengraf wordt in deze verordening de
                    mogelijkheid geboden de grafrechten telkens met tien jaar te verlengen.</al><al>Lid 5 en 6.</al><al>De gebruiker die niet verlengt of nalaat om tijdig een andere bestemming van de
                    as aan te geven, geeft hiermee impliciet opdracht tot verstrooiing van de as.
                    Feitelijk komt het verstrooien overeen met ruiming, omdat ruiming van
                    urnenplaatsen ook geschiedt door verstrooiing van de as. </al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het artikel geeft een overzicht van de mogelijke bestemmingen van as, indien
                    niet wordt gekozen voor bijzetting.</al><al>Verstrooiing vindt doorgaans plaatst op het strooiveld op de begraafplaats, maar
                    kan ook in of op een urnengraf of particulier graf plaatsvinden, mits de
                    rechthebbende of gebruiker hiervoor toestemming geeft.</al><al>Verstrooiing kan ook plaatsvinden buiten het terrein van de begraafplaats, op
                    een strooiveld elders, boven zee of op een andere door de overledene of diens
                    nabestaanden gewenste plek. Men is daarbij uiteraard gebonden aan de daarvoor
                    geldende regels van de betreffende gemeente; in alle gevallen is ook toestemming
                    van de eigenaar van de ondergrond vereist.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Lid 1. t/m 4</al><al>Het is wenselijk dat een begrafenis of bijzetting tijdig wordt gemeld. Het ligt
                    in de aard van de zaak dat bij een nieuw graf of een nieuwe urnenplaats wordt
                    aangegeven welk type men wenst en voor welke termijn. Op het formulier dienen
                    ook bijzondere omstandigheden worden gemeld, zoals een ongebruikelijk formaat
                    lijkkist en het gebruik van een lijkhoes (zie lid 6). Het formulier moet worden
                    ingevuld en ondertekend door de aanvrager, degene die de opdracht geeft voor de
                    uitvaart. De aanvrager is betalingsplichtig. Bij uitgifte van een graf of een
                    urnenplaats dient tevens te worden vermeldt wie de rechthebbende of gebruiker
                    wordt teneinde de grafrechten te kunnen vestigen. Als dit niet dezelfde persoon
                    is als de aanvrager is een aparte handtekening voor de tenaamstelling vereist.
                    Daarnaast is schriftelijke toestemming van de rechthebbende nodig voor het
                    openen en sluiten van het graf.</al><al>Lid 5.</al><al>Indien de rechthebbende is overleden en zelf in het betreffende graf begraven
                    moet worden, dient het grafrecht eerst op naam van een nieuwe rechthebbende te
                    zijn overgeschreven alvorens de begrafenis kan plaatsvinden (zie artikel 14).
                    Zonder toestemming van de rechthebbende mag immers het graf niet geopend worden. </al><al>Lid 6.</al><al>Het bepaalde in dit lid heeft de bedoeling om het meebegraven van voorwerpen die
                    niet in de grond horen, die niet vergankelijk zijn of die een natuurlijke
                    lijkontbinding kunnen belemmeren, te voorkomen. Er is geen enkel bezwaar tegen
                    het meebegraven van voorwerpen als kindertekeningen, een kleine stoffen knuffel
                    of een rozenkrans, maar wel tegen technische hulpmiddelen zoals een koelmatras,
                    plastic zakken met kledingresten van het slachtoffer van een verkeersongeval,
                    medisch afval e.d. In twijfelgevallen kan een uitvaartverzorger in overleg
                    treden met de beheerder.</al><al>Lid 7.</al><al>Het gebruik van kisten van metaal of kunststof is in Nederland verboden. Er is
                    echter een uitzondering toegestaan door de wetgever voor de lijken die vanuit
                    het buitenland Nederland worden binnengebracht. Het gebruik van een zinken kist
                    is op grond van artikel 16 van het Besluit op de lijkbezorging toegestaan voor
                    stoffelijke overschotten die uit het buitenland komen, mits de
                    ondoordringbaarheid is opgeheven. Ook in het laatste geval blijft een zinken of
                    andere metalen kist een belemmering voor een natuurlijke lijkontbinding. Het
                    wordt daarom in deze verordening verboden. Het is gewenst om het zink voor
                    begraving te verwijderen of de overledene in een andere wel geheel vergankelijke
                    kist of ander wettelijk toegestaan omhulsel te bergen. </al><al>Lid 8.</al><al>Indien aan de hand van een recent aankoopbewijs kan worden aangetoond dat
                    gebruik worden gemaakt van een lijkhoes van een merk en type dat voldoet aan de
                    wettelijke normen, hoeft geen testrapport meer te worden overgelegd. Welke
                    hoezen voldoen aan de wettelijke normen, wordt regelmatig gepubliceerd door de
                    Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen. Verklaringen van producenten of
                    leveranciers, zonder deugdelijk onderliggend testrapport, kunnen worden
                    geweigerd omdat is gebleken dat dergelijke verklaringen niet altijd
                    waarheidsgetrouw zijn.</al><al>Lid 9.</al><al>De beheerder van de begraafplaats en zijn medewerkers of andere door het college
                    aangewezen personen kunnen controleren, o.a. door inspectie van de inhoud van de
                    kist of een ander omhulsel, of aan wettelijke bepalingen en de bepalingen van
                    dit artikel voldaan wordt. Men controleert ook de aanwezigheid van een verlof
                    tot begraving, het document als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de
                    lijkbezorging en het bijbehorende registratienummer op de kist, dat wisseling
                    van kisten en overledenen moet voorkomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Begrafenissen vinden plaats op werkdagen. Soms wordt door opeenvolgende zon- en
                    feestdagen de periode waarin niet begraven zou kunnen worden te groot. Het
                    college kan dan ook begraving op andere dagen toestaan.</al><al>Begrafenissen, bijzettingen van asbussen of verstrooiingen van as worden in de
                    regel enkele dagen tevoren aangemeld bij de beheerder. De beheerder zal zoveel
                    mogelijk met de wens van de aanvrager rekening houden. Wanneer echter meer
                    begrafenissen of andere plechtigheden voor een zelfde tijdstip worden aangemeld,
                    heeft de beheerder voor een goede gang van zaken de bevoegdheid om een ander
                    tijdstip vast te stellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Voor opgraven van lijken en het ruimen van graven zijn de bepalingen uit de Wet
                    op de lijkbezorging van toepassing. In de artikelen 29 en 31 van de wet, alsmede
                    in de nadere uitwerking daarvan in de Inspectierichtlijn lijkbezorging (VROM) is
                    bepaald aan welke eisen moet worden voldaan. De begraafplaats hanteert daarbij
                    de Handleiding Opgraven en ruimen van de Landelijke Organisatie van
                    Begraafplaatsen, waarin de praktische uitvoering van de regelgeving is
                    omschreven.</al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Lid 1. en 2</al><al>Gedenktekens moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden hebben
                    bijvoorbeeld betrekking op de afmetingen van de gedenktekens. Zolang aan deze
                    voorwaarden wordt voldaan, zal een vergunning in principe niet worden geweigerd. </al><al>Voor grafbeplanting is geen vergunning vereist. Gebruikers en rechthebbenden
                    dienen zich wel te houden aan de bepalingen uit de verordening en eventuele
                    overige voorschriften. </al><al>Lid 3.</al><al>Het college heeft nadere regels vastgesteld voor grafbedekking. Deze zijn
                    vastgelegd in de “Voorschriften voor het aanbrengen van grafbedekking”.
                    Duurzaamheid van de voor gedenktekens te gebruiken materialen, de registratie
                    van de grafbedekking, de veiligheid van bezoekers en personeel, het aanzien van
                    de begraafplaats als geheel en het voorkomen van overlast voor belendende graven
                    zijn de belangrijkste invalshoeken voor het vaststellen van die regels. Vanuit
                    cultuurhistorisch oogpunt kan het wenselijk zijn voor bepaalde delen van de
                    begraafplaats andere normen te hanteren dan voor overige delen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Lid 1.</al><al>Wanneer monumenten, grafstenen, zerken, andere gedenktekens op graven worden
                    aangebracht, worden deze volgens de bedoeling van de rechthebbende als duurzaam
                    herinneringsteken op het graf geplaatst. Voorheen was er daardoor sprake van
                    natrekking en waren gedenktekens eigendom van de houder van de begraafplaats, de
                    gemeente. Uit art 32a van de (per 1 januari 2010 gewijzigde) Wet op de
                    lijkbezorging blijkt dat er geen sprake meer is van natrekking van gedenktekens.
                    Zolang het graf niet geruimd mag worden, is van natrekking geen sprake, maar
                    behoren de voorwerpen toe aan de rechthebbende of gebruiker. Voor alle
                    duidelijkheid wordt niettemin in de verordening opgenomen dat het hebben van
                    grafbedekking voor risico van de rechthebbende of gebruiker komt en dat deze
                    verplicht is de grafbedekking goed te onderhouden. </al><al>Voor schade aan het grafmonument zelf, draait de gebruiker of rechthebbende op
                    grond van het voorgaande eveneens op. Schade als gevolg van brand, vandalisme,
                    diefstal, verzakking, vorst, storm, hagel, wateroverlast en andere van buiten
                    komende oorzaken, komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker. </al><al>Uit de nadere regels blijkt dat bij algemene graven het pas mogelijk is om
                    gedenktekens aan te brengen op het graf wanneer alle beschikbare graflagen in
                    gebruik zijn genomen. Bij particuliere graven kan men het moment van plaatsen
                    van een gedenkteken zelf bepalen. Daarbij wordt echter aangeraden te wachten tot
                    minimaal drie maanden na de begrafenis in verband met het inklinken van de
                    grond. Indien een gedenkteken of beplanting tijdelijk wordt weggenomen in
                    verband met een tweede begraving, komt spontane breuk van (een deel van) het
                    monument als gevolg van bijvoorbeeld ouderdom of verborgen scheuren e.d., of het
                    niet weer aanslaan van de teruggeplaatste beplanting, voor risico van de
                    rechthebbende of gebruiker. </al><al>Indien een monument wordt beschadigd, of schade aan derden wordt toegebracht,
                    door onzorgvuldig handelen of opzet van medewerkers van de begraafplaats, dan is
                    de gemeente uiteraard wel gehouden tot vergoeding van de schade.</al><al>Lid 2. en 3.</al><al>Gebruikers en rechthebbenden zijn verplicht de grafbedekking goed te
                    onderhouden. Dit onderhoud moet niet worden verward met de taak van de gemeente
                    om de begraafplaats als geheel te onderhouden, waarvoor onderhoudsrecht
                    verschuldigd is. </al><al>Wanneer gebruikers of rechthebbenden hun grafbedekking niet goed onderhouden,
                    zijn zij in overtreding van artikel 13 lid 2. Er kan dan bestuursrechtelijke
                    handhaving (op grond van de Gemeentewet volgens de Algemene wet bestuursrecht)
                    plaatsvinden. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het toepassen van bestuursdwang,
                    waarbij de gemeente op kosten van de overtreder het gedenkteken zal herstellen
                    of afvoeren. De overtreder krijgt dan eerst nog een termijn waarbinnen hij een
                    en ander zelf in de oude staat kan herstellen. </al><al>Dreigt er direct gevaar voor personen of zaken, dan biedt de Algemene wet
                    bestuursrecht de mogelijkheid om onmiddellijk actie te ondernemen, zonder dat
                    eerst de gelegenheid aan de overtreder zelf dient te worden geboden. </al><al>Naast de bestuursrechtelijke handhaving bestaat ook de mogelijkheid het
                    grafrecht te laten vervallen, op grond van artikel 15, lid 2, onder b, indien
                    gebruikers en rechthebbenden de grafbedekking niet goed onderhouden of zich niet
                    aan de regels houden en ook na een waarschuwing in gebreke blijven.</al><al>De gemeente kan het - onverlet het bovenstaande - als haar taak zien om het
                    onderhoud van graven en grafmonumenten met een bijzondere historische of
                    cultuurhistorische waarde voor haar rekening te nemen. Dit zal in het algemeen
                    pas het geval zijn als er geen rechthebbende meer is en/ of er afstand is gedaan
                    van de grafrechten. Dit valt dan echter beleidsmatig onder de taak
                    monumentenzorg en niet onder het beheer van de begraafplaats. Zie hiervoor ook
                    artikel 16.</al><al>Lid 6.</al><al>In de verordening is opgenomen dat verwijdering van verwelkte bloemen, planten
                    en andere kleine voorwerpen direct, dus zonder het geven van een termijn, kan
                    geschieden. Bezien vanuit de zorgplicht van de gemeente en de orde en netheid op
                    de begraafplaats, is deze keuze gerechtvaardigd. </al><al/><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Lid 1. t/m 3.</al><al>Het is gewenst dat direct na het overlijden van een rechthebbende of gebruiker
                    een nieuwe rechthebbende of gebruiker wordt aangewezen die de
                    verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich
                    neemt. Indien de rechthebbende is overleden en in het betreffende graf begraven
                    moet worden, kan deze begraving pas geschieden nà de overschrijving van het
                    graf. Het grafrecht kan slechts worden overgeschreven op naam van één
                    (rechts)persoon. Het grafrecht gaat niet automatisch over op grond van erfrecht,
                    zoals vaak ten onrechte wordt gedacht. Wie erfgenaam is, is immers de gemeente
                    ook niet bekend. </al><al>Lid 4.</al><al>De termijn voor overschrijving van een graf wordt gesteld op maximaal een jaar.
                    Het is ongewenst dat graven van personen waarvan geen nabestaanden bekend zijn
                    of waarvoor niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor lange termijn in stand
                    blijven, mede omdat de gemeente dan het risico draagt van schade die kan worden
                    veroorzaakt door omvallende grafstenen en inzakkende grafkelders. </al><al>Vindt geen overschrijving plaats binnen een jaar, dan kan de bepaling van
                    artikel 15 lid 2 onder c worden toegepast.</al><al>Wanneer de rechthebbende is overleden en in zijn ‘’eigen’’ graf begraven moet
                    worden is de termijn waarbinnen een overschrijving gerealiseerd moet worden
                    uiteraard veel korter dan een jaar, namelijk enkele dagen. Immers alleen een
                    nieuwe rechthebbende kan de begraving toestaan. (Zie ook artikel 9, vijfde
                    lid).</al><al>Lid 5.</al><al>Het vijfde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn van een jaar met soepelheid
                    kan worden gehanteerd. </al><al>Lid 6. </al><al>De onderhoudsrechten zijn een belasting (retributie) in de zin van de
                    Gemeentewet die door rechthebbenden en gebruikers dient te worden betaald ten
                    behoeve van de diensten die worden verricht of ten behoeve van de faciliteiten
                    waarvan gebruik wordt gemaakt (onderhoud aan graven en de begraafplaats als
                    geheel).</al><al>Lid 7.</al><al>Het zevende lid bepaalt dat een rechthebbende afstand kan doen van grafrechten,
                    zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Het afstand doen van
                    rechten kan een keuze zijn, wanneer er geen belangstelling meer is voor de
                    instandhouding van het graf. Met de afstand van het grafrecht vervallen ook de
                    onderhoudsrechten.</al><al>Lid 8.</al><al>Graven die voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven en waarbij men is vrijgesteld
                    van graf- en onderhoudsrechten, worden in stand gehouden zolang de begraafplaats
                    blijft bestaan. Echter, voor deze graven geldt ook de wettelijke regel van
                    artikel 28 van de Wet op de lijkbezorging dat bij ernstige verwaarlozing van het
                    grafmonument en indien de rechthebbende niet tot reparaties of vervanging van
                    het monument overgaat, het grafrecht kan vervallen. Ook dient te worden voldaan
                    aan de verplichting in artikel 14 lid 4, dat het grafrecht moet worden
                    overgeschreven op een nieuwe rechthebbende, binnen een jaar na het overlijden
                    van de rechthebbende. Mede ter controle of de rechthebbende nog wel in leven is
                    en of diens bekende adres nog juist is, dient de rechthebbende om de tien jaar
                    te bevestigen dat op het voortbestaan van het graf prijs wordt gesteld. Indien
                    de rechthebbende zichzelf niet meldt of indien hij op een aanschrijving van het
                    college niet reageert, kan het grafrecht vervallen op grond van artikel 15 van
                    de verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Lid 1. en 2.</al><al>Het artikel geeft aan wanneer aan het grafrecht een einde komt. Dit is per
                    definitie het geval wanneer de situaties uit het eerste lid zich voordoen. In
                    het tweede lid worden de situaties genoemd waarbij het college zelf kan oordelen
                    of zij het grafrecht laat vervallen. Het college kan er bijvoorbeeld ook voor
                    kiezen de gebruiker of rechthebbende nog een kans te bieden om het verzuim te
                    herstellen. </al><al>Wanneer het grafrecht eenmaal vervallen is, bestaat de mogelijkheid tot ruiming
                    van de graven over te gaan en deze ruimte vervolgens opnieuw uit te geven.</al><al>Lid 4. </al><al>Wanneer op vervallen graven nog grafbedekking of andere voorwerpen aanwezig zijn
                    en er vanuit de gebruiker of rechthebbende geen actie ondernomen is om deze te
                    verwijderen, dan wordt ervan uitgegaan dat geen behoefte aan deze zaken meer is.
                    Voor gedenktekens geldt dan dat deze door natrekking eigendom van de gemeente
                    zijn geworden. Van achtergebleven andere voorwerpen wordt verondersteld dat
                    afstand van het eigendom is gedaan. De gemeente zal de grafbedekking en andere
                    voorwerpen dan verwijderen. De mogelijkheid tot de plaatsing van de
                    grafbedekking en de voorwerpen was immers gekoppeld aan het grafrecht en kan
                    niet op zichzelf staan.</al><al/><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Voor de Ablasserdamse gemeenschap waardevolle of belangrijke grafmonumenten of
                    graven dienen te behouden te blijven. Het kan hierbij gaan om fraai vormgegeven
                    monumenten of kelders, of om mensen of namen die veel hebben betekend voor
                    Alblasserdam. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>