<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302719_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Deelsubsidieverordening Voorschoolse voorzieningen Den Helder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-08-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2013, 32</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Deelsubsidieverordening voorschoolse voorzieningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=108&amp;g=2020-01-01">artikel 108 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147&amp;g=2020-01-01">artikel 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;titeldeel=4.2&amp;g=2020-07-01">titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Den%20Helder/624627/CVDR624627_1.html</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-08-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB13.0031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Deelsubsidieverordening Peuterspeelzalen 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-17820</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-17821</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Deelsubsidieverordening Voorschoolse voorzieningen Den Helder</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><lijst><li nr="-"><al>Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening
                                2013;</al></li><li nr="-"><al>boekjaar: kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Den Helder;</al></li><li nr="-"><al>doelgroepkind: kinderen met een leerlingengewicht en/of een
                                indicatie op (risico op) een taalachterstand afgegeven door de
                                jeugdgezondheidszorg in overeenstemming met de gemeentelijke
                                uitvoeringsnotitie onderwijsachterstandenbeleid;</al></li><li nr="-"><al>eigen bijdrage: de financiële vergoeding die ouders/verzorgers
                                moeten betalen voor deelname van hun kind(eren) aan
                                peuteropvang;</al></li><li nr="-"><al>kinderdagopvang: mogelijkheid om kinderen op te vangen en heeft
                                primair als doel de arbeidsparticipatie van ouders met kinderen in
                                de leeftijd van 0 tot4 jaar te bevorderen;</al></li><li nr="-"><al>kinderopvangtoeslag: bijdrage in de kosten voor kinderopvang.
                                Kinderopvangtoeslag bestaat uit een overheidsbijdrage en een
                                werkgeversbijdrage. Deze wordt via de belastingdienst uitgekeerd.
                                Alleen die gezinnen waarin beide ouders een betaalde baan hebben of
                                alleenstaande ouders met een betaalde baan komen in aanmerking voor
                                de kinderopvangtoeslag;</al></li><li nr="-"><al>leerlingengewicht: het leerlingengewicht in het basisonderwijs
                                bepaalt hoeveel geld de gemeente krijgt voor het wegwerken van taal-
                                en onderwijsachterstanden. Daarbij bepaalt het opleidingsniveau van
                                de ouders welk gewicht een kind krijgt;</al></li><li nr="-"><al>maximaal uurtarief: het tarief dat door aanbieders maximaal in
                                rekening wordt gebracht voor een uur peuteropvang bij 2 dagdelen van
                                3 uur per week en 40 weken per jaar;</al></li><li nr="-"><al>overdrachtsformulier: het document dat door alle voorschoolse
                                voorzieningen wordt gebruikt bij de overgang van een kind naar het
                                basisonderwijs;</al></li><li nr="-"><al>peutergroep: een groep bestaande uit maximaal 14 of 15 kinderen,
                                afhankelijk van de leeftijden in de groep;</al></li><li nr="-"><al>peuteropvang: gecombineerde groep van peuterplaatsen, waar
                                peuterspeelzaalwerk op niveau 2 plaatsvindt, die deels wordt
                                gesubsidieerd door het college en deels wordt gefinancierd vanuit de
                                Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;</al></li><li nr="-"><al>peuterplaats: rekeneenheid die overeenkomt met 2 dagdelen van 3 uur
                                bezoek aan de peuteropvang gedurende maximaal 40 weken per
                                jaar;</al></li><li nr="-"><al>peuterspeelzaalwerk, niveau 2: peuteropvang gericht op spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen, waarbij de
                                werkzaamheden uitsluitend door gekwalificeerde beroepskrachten
                                worden verricht, in deze zin dat er twee (op minimaal SPW-3 niveau)
                                geschoolde pedagogisch medewerkers op de peutergroep staan;</al></li><li nr="-"><al>peutertoeslag: de gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten voor de
                                peuteropvang aan ouders op grond van deze verordening.
                                Ouders/verzorgers ontvangen de hen toegekende toeslag via de
                                peuteropvangaanbieder;</al></li><li nr="-"><al>subsidieaanvrager: aanbieders van peuteropvang en voorschoolse
                                educatie;</al></li><li nr="-"><al>toeslagjaar: het betreffende boekjaar waarin de ouder/verzorger
                                peutertoeslag heeft ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>VNG: Vereniging voor Nederlandse Gemeenten;</al></li><li nr="-"><al>Voorschoolse Educatie: taalstimuleringsprogramma voor
                                doelgroepkinderen die plaatsvindt in de peuteropvang gedurende 4
                                dagdelen van 3 uur per week en in de kinderdagopvang minimaal 10 uur
                                per week.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Voor de uitvoering van deze verordening geldt een subsidieplafond. De hoogte
                        van het subsidieplafond wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld bij
                        de begroting. Voor zover de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld door
                        de gemeenteraad geldt voor de hoogte van het budget het zogenaamde
                        begrotingsvoorbehoud conform artikel 4:34 van de Algemene wet
                        bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><al><vet><cursief>1. Subsidie voor aanbieders van peuteropvang en voorschoolse
                                educatie</cursief></vet></al><al>Aanbieders van peuteropvang kunnen aanspraak maken op:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidie voor de uitvoering van een aanbod peuteropvang (2 dagdelen
                                van 3 uur per week) en/of;</al></li><li nr="b."><al>subsidie voor de uitvoering van een aanbod peuteropvang met
                                voorschoolse educatie (4 dagdelen van 3 uur per week);</al></li><li nr="c."><al>peutertoeslag voor ouders, als onderdeel van de subsidie
                                genoemd onder a. en b. </al></li></lijst><al>De ouder/ouders van wie het kind gebruik maakt van peuteropvang komen, via
                        de aanbieder, in aanmerking voor peutertoeslag:</al><lijst><li nr="o"><al>Indien peuteropvang gericht is op kinderen van 2 tot 4 jaar.</al></li><li nr="o"><al>Voor doelgroepkinderen voorschoolse educatie voor 4 dagdelen van 3
                                uur, voor 40 weken in het jaar, zijnde alle weken buiten de
                                schoolvakanties.</al></li><li nr="o"><al>Voor overige kinderen maximaal 2 dagdelen van 3 uur, voor 40 weken
                                in het jaar, zijnde alle weken buiten de schoolvakanties.</al></li><li nr="o"><al>Indien de geplaatste kinderen woonachtig en ingeschreven zijn in de
                                gemeente Den Helder.</al></li><li nr="o"><al>De ouder/ouders komt/komen niet in aanmerking voor de peutertoeslag
                                wanneer zij aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag.</al></li><li nr="o"><al>Als de ouder/ouders in aanmerking komt/komen voor de
                                kinderopvangtoeslag voor minder uren in geval van een peutertoeslag,
                                kan aanvullend voor die meer-uren op een peutertoeslag aanspraak
                                worden gemaakt.</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Bij peuteropvang komen peuterplaatsen alleen in aanmerking voor
                                subsidie als bedoeld onder a. indien de ouders/verzorgers
                                        <vet><onderstreept>geen</onderstreept></vet> recht hebben op
                                fiscale kinderopvangtoeslag.</al></li><li nr="e."><al>Ouders van doelgroepkinderen als bedoeld onder b. die wel recht
                                hebben op kinderopvangtoeslag vragen over het 1<sup>e</sup> en
                                2<sup>e</sup> dagdeel kinderopvangtoeslag aan. De kosten van het
                                2<sup>e</sup> en 3<sup>e</sup> dagdeel worden, in het kader van het
                                aanvullende aanbod voorschoolse educatie, gesubsidieerd door het
                                college.</al></li><li nr="f."><al>Geen subsidie als bedoeld onder a. of b. wordt verleend wanneer
                                ouders een gemeentelijke tegemoetkoming ontvangen op grond van de
                                Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in het kader
                                van arbeidsintegratie.</al></li><li nr="g."><al>Geen subsidie als bedoeld onder a., b. of c. wordt verleend wanneer
                                de aanbieder geen voorschoolse educatieprogramma biedt.</al><al/></li></lijst><al>Aanbieders van kinderopvang kunnen aanspraak maken op:</al><lijst><li nr="h."><al>Subsidie voor de uitvoering van een aanbod voorschoolse educatie,
                                het zogenaamde jaarbedrag voorschoolse educatie per geplaatste
                                peuter.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>2. </cursief><cursief>Vereisten bij de subsidieaanvraag
                                peuteropvangaanbieders</cursief></vet></al><al>In aanvulling op de gegevens vermeld in artikel 2:2 Algemene
                        subsidieverordening dienen bij aanvraag per peuteropvangvoorziening
                        (-locatie) de volgende gespecificeerde gegevens schriftelijk te worden
                        overgelegd:</al><lijst><li nr="·"><al>registratienummer landelijke register, locatienaam, adres- en
                                contactgegevens;</al></li><li nr="·"><al>het aantal kinderen voor wie in het boekjaar peuterplaatsen
                                peuteropvang wordt aangeboden, waarvan de ouders geen recht hebben
                                op de kinderopvangtoeslag;</al></li><li nr="·"><al>het aantal doelgroepkinderen voor wie in het boekjaar peuterplaatsen
                                voorschoolse educatie in de peuteropvang wordt aangeboden, met
                                kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat er voor de betreffende
                                kinderen aanspraak is op voorschoolse educatie (verwijsformulier GGD
                                Hollands Noorden), per 1 september in het lopende jaar; </al></li><li nr="·"><al>een opgave van het voor het boekjaar geldende uurtarief van de
                                peuteropvangaanbieder;</al></li><li nr="·"><al>een opgave van de ouderbijdrage per peuterplaats peuteropvang op
                                grond van de vastgestelde Tabel 1 genoemd in Artikel 3; </al></li><li nr="·"><al>De naam van het voorschoolse educatieprogramma </al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>3. Voorwaarden bij de subsidieaanvraag
                                peuteropvangaanbieders</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>De subsidieaanvrager dient behalve aan de algemene voorwaarden
                                genoemd in de Algemene subsidieverordening te voldoen aan de
                                voorwaarden genoemd in:</al></li><li nr="-"><al>de Verordening ruimte en inrichtingseisen peuterspeelzaalwerk
                                gemeente Den Helder;</al></li><li nr="-"><al>de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, en</al></li><li nr="-"><al>te voldoen aan de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
                                voorschoolse educatie.</al></li><li nr="b."><al>Het college rekent bij subsidiering met een uurtarief dat niet meer
                                dan € 8,77 bedraagt. De peuteropvangaanbieder stelt een uurtarief
                                vast voor peuteropvang op basis van de kostprijs. Wanneer de
                                kostprijs en uurtarief hoger zijn dan € 8,77 is de aanbieder
                                verantwoordelijk voor de bekostiging, vanaf € 8,77. </al></li><li nr="c."><al>De peuteropvang maakt gebruik van het overdrachtsformulier en
                                verzorgt een gedegen overdracht naar de basisschool op grond van het
                                Convenant Voor- en vroegschoolse Educatie Den Helder.</al></li><li nr="d."><al>De peuteropvang werkt biedt peuterspeelzaalwerk niveau 2.</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>4. </cursief><cursief>Vereisten bij de subsidieaanvraag
                                kinderdagopvangaanbieders</cursief></vet></al><al>In aanvulling op de gegevens vermeld in artikel 2:2 Algemene
                        subsidieverordening 2013 dienen bij aanvraag per kinderdagopvangvoorziening
                        (-locatie) de volgende gespecificeerde gegevens schriftelijk te worden
                        overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>registratienummer landelijke register, locatienaam, adres- en
                                contactgegevens;</al></li><li nr="b."><al>het aantal doelgroepkinderen voor wie in het boekjaar voorschoolse
                                educatie wordt aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>de naam van het voorschoolse educatieprogramma.</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>5. Voorwaarden bij de subsidieaanvraag
                                kinderdagopvangaanbieders</cursief></vet></al><al>De subsidieaanvrager dient behalve aan de algemene voorwaarden genoemd in de
                        Algemene subsidieverordening te voldoen aan de voorwaarden genoemd in: </al><lijst><li nr="-"><al>de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, en</al></li><li nr="-"><al>te voldoen aan de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
                                voorschoolse educatie.</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>6. Vereisten bij aanvraag peutertoeslag</cursief><cursief>voor
                                ouders/verzorgers</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>Bij verlening van de toeslag wordt uitgegaan van een door de
                                ouder(s) opgegeven gezamenlijk toetsingsinkomen voor het betreffende
                                toeslagjaar. Ouders tonen dit aan door het indienen van een
                                jaaropgaaf of loonstrookje bij de aanbieder.</al></li><li nr="b."><al>De ouders overleggen het formulier <cursief>‘Verklaring geen recht
                                    op kinderopvangtoeslag’</cursief> aan de aanbieder waaruit
                                blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peutertoeslag. </al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>7. Aanvraagformulier</cursief></vet></al><al>Het college kan model aanvraagformulieren vaststellen.</al><al/><al><vet><cursief>8. Datum aanvraag subsidie</cursief></vet></al><al>Vóór 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarvoor subsidie
                        wordt aangevraagd, dient de subsidieaanvrager bij het college een
                        subsidieaanvraag in. Voor het eerst vóór 1 oktober 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieopbouw</titel></kop><al><vet><cursief>1. Subsidie voor peuteropvangaanbieders</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>De maximale subsidie per kind bedraagt € 8,77 per uur voor maximaal
                                240 uur per jaar (2 dagdelen per week x 3 uur x 40 weken). </al></li><li nr="b."><al>Voor doelgroepkinderen is een aanvullende subsidie beschikbaar voor
                                het 3<sup>e</sup> en het 4<sup>e</sup> dagdeel van maximaal € 8,77
                                per uur voor maximaal 240 uur per jaar.</al></li><li nr="c."><al>De onder b. genoemde aanvullende subsidie voor elke geplaatst
                                doelgroepkind is bepaald op maximaal € 360.</al></li><li nr="d."><al>De subsidie is gekoppeld aan een minimaal bezettingspercentage op
                                jaarbasis. Het gewenste gemiddelde bezettingspercentage voor
                                peuteropvang is 93%. </al></li><li nr="e."><al>De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang wordt bepaald
                                op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven
                                uurtarief tot een maximum van € 8,77 vermenigvuldigd met het aantal
                                uren 6 en verminderd met de ouderbijdrage. </al></li><li nr="f."><al>De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang met
                                voorschoolse educatie wordt bepaald op de hoogte van het door de
                                instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van €
                                8,77 vermenigvuldigd met het aantal uren 12, verhoogd met het
                                genoemde forfaitaire bedrag voor extra bijkomende werkzaamheden
                                voorschoolse educatie van € 360 en verminderd met de ouderbijdrage
                                voor het 1<sup>e</sup> en het 2<sup>e</sup> dagdeel.</al></li><li nr="g."><al>De hoogte van de subsidie rekenheden genoemd onder a. en c., wordt
                                jaarlijks bepaald op grond van de Consumentenprijsindex (CPI).</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>2. Subsidie voor kinderdagopvangaanbieders met voorschoolse
                                educatie</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>De te verlenen subsidie per peuterplaats voorschoolse educatie in de
                                kinderdagopvang wordt bepaald op de hoogte van het genoemde
                                forfaitaire bedrag voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse
                                educatie € 360.</al></li><li nr="b."><al>De hoogte van de subsidie rekeneenheid genoemd onder a., wordt
                                jaarlijks bepaald op grond van de Consumentenprijsindex (CPI).</al><al/></li></lijst><al><vet><cursief>3. Hoogte van de peutertoeslag</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het college hanteert de Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de
                                VNG, met uitzondering van de inkomenscategorieën 1. en 2., voor het
                                bepalen van de hoogte van de peutertoeslag.</al></li><li nr="b."><al>Op grond van de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie
                                (OKE) betalen ouders van doelgroepkinderen voorschoolse educatie
                                niet meer dan zij op grond van de Wet Kinderopvang zouden betalen
                                indien zij de maximale toeslag ontvangen. Voor ouders van
                                doelgroepkinderen is de maximale ouderbijdrage daarom € 288 (12 uur
                                per week x 40 weken x € 0,60) per jaar. </al></li><li nr="c."><al>Tabel 1. Ouderbijdrage peuteropvang is geldig met ingang van
                                2013.</al></li><li nr="d."><al>In opvolgende jaren worden de opvolgende tabellen van de VNG voor de
                                betreffende jaren gehanteerd. Hierdoor kan de hoogte van de genoemde
                                peutertoeslag onder a. de hoogte van de maximale ouderbijdrage onder
                                b. wijzigen.</al></li><li nr="e."><al>Peuteropvangaanbieders ontvangen de ouderbijdragen. Zij zijn
                                verantwoordelijk voor het innen van deze bijdragen zoals vastgesteld
                                met toepassing van de tabel en dragen het bijbehorende risico van
                                dubieuze debiteuren.</al><al/></li></lijst><al>Tabel 1. Ouderbijdrage peuteropvang</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="28*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="29*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Gezamenlijk toetsingsinkomen gezin Den
                                            Helder</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Ouderbijdrage peuteropvang per uur o.b.v. €
                                                8,77</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Ouderbijdrage peuteropvang per maand o.b.v. €
                                                8,77</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Lager dan</al></entry><entry colname="col3"><al>23.030</al><al>(1.777 p.m)</al></entry><entry colname="col4"><al>0, -</al></entry><entry colname="col5"><al>0, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>23.030</al></entry><entry colname="col3"><al>26.490</al></entry><entry colname="col4"><al>3,20</al></entry><entry colname="col5"><al>64, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>26.491</al></entry><entry colname="col3"><al>36.451</al></entry><entry colname="col4"><al>3,64</al></entry><entry colname="col5"><al>73, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>36.452</al></entry><entry colname="col3"><al>49.579</al></entry><entry colname="col4"><al>4,11</al></entry><entry colname="col5"><al>82, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>49.580</al></entry><entry colname="col3"><al>71.267</al></entry><entry colname="col4"><al>5,23</al></entry><entry colname="col5"><al>105, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>71.268</al></entry><entry colname="col3"><al>98.756</al></entry><entry colname="col4"><al>6,79</al></entry><entry colname="col5"><al>136, -</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>98.757</al></entry><entry colname="col3"><al>En hoger</al></entry><entry colname="col4"><al>8,63</al></entry><entry colname="col5"><al>173, -</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beschikking en uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een subsidieaanvraag wordt uiterlijk op 1 december voorafgaande aan
                            het boekjaar waarvoor subsidie is aangevraagd beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt volgens de Algemene subsidieverordening jaarlijks op
                            basis van voorschot uitbetaald in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verantwoording en subsidievaststelling</titel></kop><al>In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 4 van de Algemene
                        subsidieverordening 2013 legt de subsidieaanvrager verantwoording af
                        over:</al><lijst><li nr="1."><al>alle peuters die in het boekjaar hebben deelgenomen aan een door het
                                college gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie
                                met opgave van de periode die zij gedurende het boekjaar hebben
                                deelgenomen en, indien van toepassing, of zij tot de doelgroep
                                behoren waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën
                                        van het formulier <cursief>‘Verklaring geen recht op
                                            kinderopvangtoeslag’</cursief> worden overgelegd waaruit
                                        blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op
                                        peuteropvang;</al></li><li nr="b."><al>voor voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats
                                        door de subsidieaanvrager gewaarmerkte kopieën van het
                                        verwijsformulier voorschoolse educatie GGD Hollands Noorden
                                        worden overgelegd waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik
                                        gemaakt wordt van voorschoolse educatie;</al></li><li nr="c."><al>een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk
                                        gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar wordt
                                        overgelegd;</al></li><li nr="d."><al>het totaal aantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen
                                        peuteropvang en voorschoolse educatie gedurende het boekjaar
                                        afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de
                                        berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van
                                        het boekjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt
                                        afgerond indien de peuterplaats na de 15e van de maand is
                                        bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar
                                        boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van
                                        de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd,
                                        waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde
                                        peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het
                                        aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= de
                                        omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het
                                        kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de
                                        komma);</al></li><li nr="e."><al>de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte voorschoolse
                                        educatieprogramma’s.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de
                                besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te
                                controleren.</al></li><li nr="3."><al>Voor 1 juni van het betreffende boekjaar wordt door de
                                subsidieaanvrager een tussentijds schriftelijk overzicht ingediend
                                waaruit de bezetting blijkt.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan formats vaststellen voor het indienen van de
                                verantwoordingsgegevens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>Voor de bestaande aanbieders geldt uitsluitend in het eerste jaar van de
                        inwerkingtreding van deze verordening een overgangsregeling in die zin dat
                        zij niet meer dan 10% minder subsidie ontvangen dan zij op grond van de
                        Deelsubsidieverordening Peuterspeelzalen 2005 zouden ontvangen in
                        vergelijkbare situatie en vergelijkbare bezetting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Deelsubsidieverordening
                                Voorschoolse Voorzieningen”</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar
                                openbare bekendmaking.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 1 juli 2013</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Schematisch overzicht voorschoolse voorzieningen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Den Helder/i227899.pdf">Bijlage 1</extref></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Rekenmodel</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Den Helder/i227904.pdf">Bijlage 2</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>