<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302561_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, nr. 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 gemeente Steenwijkerland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 8, eerste lid, onderdeel i</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-08-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/45</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening werkt terug tot 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><plaatje><illustratie id="id2487a0e-aba3-4783-830b-4b50bc39162a" naam="i227564id2487a0e-aba3-4783-830b-4b50bc39162a.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="2.6cm"/></plaatje></al><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdelen i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 juni 2013, nummer
                        2013/45;</al><al/><al>overwegende dat, bij verordening regels dienen te worden vastgesteld over de
                        verrekening van bestuurlijke boetes bij recidive, </al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al>de verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>bezit<cursief>:</cursief>waarde van de bezittingen
                                    waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of
                                    redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de
                                    woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel
                                    50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>verrekenen<cursief>:</cursief>verrekening als bedoeld
                                    in artikel 60, vierde lid,van de Wet werk en bijstand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende tenminste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en
                                wethouders de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije
                                voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                                toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en
                                wethouders de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming
                                van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment
                                van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekenen
                                burgemeester en wethouders de recidiveboete in de daarop volgende
                                twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft
                                beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke
                                bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Wet werk en bijstand. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kunnen burgemeester en wethouders
                            de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al> De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 gemeente
                            Steenwijkerland treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive 2013 gemeente Steenwijkerland.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 18 juni 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, A. ten Hoff</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen deel</vet></al><al>Op 1 januari 2013 treedt de "Wet aanscherping handhaving en
                            sanctiebeleid SZW-wetgeving" in werking. Voor de Wet werk en bijstand
                            (WWB) introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van
                            de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders
                            (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende
                            uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de
                            bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter
                            sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                            besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te
                            verrekenen. </al><al/><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te
                            stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking
                            te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen
                            daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden
                            waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet
                            proportioneel wordt geacht. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al> In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                            behoeven geen nadere toelichting.</al><al/><al><cursief>Bezit</cursief></al><al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij
                            om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens
                            gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen
                            kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen. </al><al/><al> Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat
                            het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB.
                            Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en worden dus ook
                            niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel
                            34, tweede lid, van de WWB zijn hier niet van toepassing. Een
                            belanghebbende die vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije
                            voet zonder inkomsten komt te zitten, zal de bezittingen waarover hij
                            beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig moeten aanwenden om
                            in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Een
                            uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn gezin
                            bewoonde (eigen) woning.</al><al/><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van
                            Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                            begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                            beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden
                            als een belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te
                            kunnen vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze
                            verordening. Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de
                            bezittingen waarover belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan
                            beschikken), ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm
                            bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking van deze bezittingen,
                            zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                            maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen
                            overbruggen, dan verrekent het college slechts één maand zonder
                            inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt
                            weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet
                            volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte
                            van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                            invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire
                            wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel
                            19, eerste lid, van de Invorderingswet 1990.</al><al/><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat
                            fraude niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die
                            herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een
                            duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden
                            met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van
                            de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke
                            consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden, nu de regeling daarmee
                            zijn doel voorbij zou schieten.</al><al/><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van
                            artikel 31, tweede lid, onderdelen n of r, van de WWB worden vrijgelaten
                            voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80%
                            van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het
                            college laat deze inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de
                            beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog over voldoende
                            inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de
                            inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening
                            met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties
                            komen aan de orde in artikel 4. Het gaat daarbij altijd om individuele
                            omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al/><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking
                            van de artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                            volledige verrekeningwaarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van
                            belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden dat een
                            belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te staan, nu
                            dit de problematiek alleen maar verergert, met alle maatschappelijke
                            kosten van dien.</al><al/><al> Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een
                            dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien.
                            Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij
                            aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                            huisuitzetting,kan het college rekening houden met de bescherming van de
                            beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat
                            slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                            waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele
                            andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende
                            door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te
                            voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van
                            dringende redenen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om
                            te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder
                            opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening
                            van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht
                            het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan
                            regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>