<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302500_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, evenals voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bunnik</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrechtse Heuvelrug</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">huis- aan huisbladen deelnemende gemeenten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2013 Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">2. artikel 20 van de Gemeenschappelijke Regeling RDWI</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">3. het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIELE VERORDENING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst
                        Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, hierna te noemen RDWI.</al><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 212 Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 20 van de Gemeenschappelijke Regeling RDWI;</al></li><li nr="-"><al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</al></li></lijst><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, evenals voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                        organisatie.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Gemeenschappelijk regeling</al></li><li nr=""><al>De gemeenschappelijke regeling RDWI.</al></li><li nr="2."><al>Administratie.</al></li><li nr=""><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken
                                van informatie ten hoeve van het besturen, het functioneren en het
                                beheersen van de organisatie van de gemeenschappelijke regeling RDWI
                                en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Financiële administratie.</al></li><li nr=""><al>Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken
                                en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens
                                van de RDWI, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al></li><li nr=""><lijst><li nr="3.1."><al>De financieel-economische positie;</al></li><li nr="3.2."><al>Het financiële beheer;</al></li><li nr="3.3."><al>De uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="3.4."><al>Het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="3.5."><al>Alsmede tot het afleggen van rekening van verantwoording
                                        daarover.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Administratieve organisatie.</al></li><li nr=""><al>Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de
                                verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="5."><al>Financieel beheer.</al></li><li nr=""><al>Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                middelen en het uitoefenen van rechten van de RDWI.</al></li><li nr="6."><al>Rechtmatigheid.</al></li><li nr=""><al>Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving en de
                                besluiten van het bestuur.</al></li><li nr="7."><al>Doelmatigheid.</al></li><li nr=""><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                                inzet van middelen.</al></li><li nr="8."><al>Doeltreffendheid.</al></li><li nr=""><al>De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid
                                ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst><al/><al><vet>Begroting en verantwoording</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Ontwerpbegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een
                                ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze
                                terstond, voorzien van een toelichting aan de raden en colleges van
                                de deelnemers. In deze ontwerpbegroting worden de bevindingen
                                betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in
                                artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 15
                                juni, de ontwerpbegroting, de opmerkingen van de deelnemers en zo
                                nodig een nota van wijzigingen aan het Algemeen Bestuur.</al></li><li nr="3."><al>De programmabegroting wordt opgezet aan de hand van de volgende
                                vragen:</al><al>a. Wat willen we?</al><al>b. Wat gaan we doen?</al><al>c. Wat mag het kosten?</al></li><li nr="4."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt per programma indicatoren op met
                                betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de
                                kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen.</al></li><li nr="5."><al>Het Algemeen Bestuur stelt de indicatoren, bedoeld in het vierde
                                lid, vast.</al></li><li nr="6."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                van gegevens over de gerealiseerde kwalitatieve en kwantitatieve
                                doelstellingen en maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid
                                en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het
                                Algemeen Bestuur kunnen worden getoetst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Algemeen Bestuur stelt de begroting voor 1 juli vast voor het
                                volgende kalenderjaar en zendt terstond afschriften aan de
                                deelnemers.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting voor 15 juli
                                aan gedeputeerde staten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Producten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten aan de programma’s.</al></li><li nr="2."><al>De onderverdeling van de programma’s in producten staat voor de
                                bestuursperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt regels, die waarborgen, dat de
                                uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend
                                verloopt.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten aanzien van de financiële ramingen
                                er zorg voor dat:</al><al>a. de lasten en baten, door middel van kostentoerekening
                                eenduidig</al><al> zijn toegewezen;</al><al>b. de budgetten en kredieten voor investeringen passen binnen de
                                kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                van de financiële positie;</al><al>c. de lasten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van
                                andere taken binnen de begroting onder druk komt</al></li><li nr="3."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat de taakstellingen
                                zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                overschreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en
                                de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en
                                de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt
                                het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een periodieke toetsing op
                                juistheid, volledigheid en tijdigheid van de Bestuurlijke
                                informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en
                                besluiten van de RDWI.</al></li><li nr="3."><al>Het Dagelijks Bestuur zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                bedoeld in het tweede lid, indien nodig, voor een plan van
                                verbeteringen met concrete maatregelen.</al></li><li nr="4."><al>De resultaten van de toets en het plan van verbeteringen worden ter
                                kennisgeving aan het Algemeen Bestuur aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel
                                van twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de
                                begroting van de RDWI.</al></li><li nr="2."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de
                                indeling van de begroting.</al></li><li nr="3."><al>De rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten,
                                de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen.</al></li><li nr="4."><al>De rapportages verschijnen evenwichtig gespreid over het jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van de
                        begroting. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde
                                doelen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Financiële positie</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat al het beleid waartoe
                                het Algemeen Bestuur heeft besloten in de uiteenzetting van de
                                financiële positie is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                financiële positie de investeringskredieten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 4 jaar
                                afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al>De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden lineair afgeschreven in:</al><lijst><li nr=""><al><vet>a. Maximaal 40</vet> jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen;
                                    </al></li><li nr=""><al><vet>b. Maximaal 25</vet> jaar: renovatie, restauratie en
                                        aankoop</al><al> bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr=""><al><vet>c. Maximaal 20</vet> jaar: technische installaties in
                                        bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr=""><al><vet>d. Maximaal 10</vet> jaar: veiligheidsvoorzieningen
                                        bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair;
                                        nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen; groot onderhoud
                                        bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr=""><al><vet>e. Maximaal 3</vet> jaar: automatiseringsapparatuur;
                                    </al></li><li nr=""><al><vet>f.niet</vet>: gronden en terreinen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar, volgend op het jaar
                                van investeren.</al></li><li nr="5."><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet
                                geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
                                genoemden worden altijd geactiveerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                        gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                        vorderingen ouder dan drie maanden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur biedt eens per drie jaar gelijktijdig met de
                                ontwerpbegroting, genoemd in artikel 3 een nota reserves en
                                voorzieningen aan.</al></li><li nr="2."><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al> De ontwikkeling van de vorming en besteding van reserves;
                                    </al></li><li nr="b."><al> De vorming en besteding voorzieningen;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het Algemeen Bestuur stelt deze nota vast uiterlijk op de
                                eerstvolgende datum van 1 juli nadat deze is aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur draagt bij de uitoefening van de
                                financieringsfunctie zorg voor:</al><al>- het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten </al><al> van overtollige gelden om de begroting uit te kunnen voeren.</al><al>- het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                kredietrisico’s.</al><al>- het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het
                                bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen.</al><al>- het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li><li nr="2."><al>Het Dagelijks Bestuur neemt bij de uitvoering van de
                                financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr=""><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                        uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                        AA-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating
                                        agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een
                                        solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr=""><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is;
                                    </al></li><li nr=""><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s;</al></li><li nr=""><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                        jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                        financiële instellingen gevraagd; </al></li><li nr=""><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro;
                                    </al></li><li nr=""><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                        wettelijke waarden. Het Dagelijks Bestuur informeert het
                                        Algemeen Bestuur indien de kasgeldlimiet of de
                                        renterisiconorm dreigen te worden overschreden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het Dagelijks Bestuur indien mogelijk zekerheden. Het Dagelijks
                                Bestuur motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                financiële participaties.</al></li><li nr="4."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt regels op ter uitvoering van het
                                gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                evenals de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                vast in een besluit financieringsstatuut. Het Dagelijks Bestuur
                                zendt dit besluit ter kennisgeving aan het Algemeen Bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Dagelijks Bestuur stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan het
                                Algemeen Bestuur gezonden.</al><al/></li><li nr="2."><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering evenals over nieuwe ontwikkelingen.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Financiële organisatie en administratie</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                        dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="·"><al>Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                RDWI;</al></li><li nr="·"><al>Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="·"><al>Het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="·"><al>Het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                doeltreffendheid van het gevoerde Bestuur in relatie tot de gestelde
                                beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en
                                regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde Bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie evenals voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde Bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="·"><al>De inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
                                aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>De vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                                de Europese Unie, evenals aan andere instellingen die specifieke
                                verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur draagt de zorg voor en legt (in een besluit)
                        vast:</al><lijst><li nr="·"><al>Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige
                                toewijzing van de taken aan de organisatieonderdelen;</al></li><li nr="·"><al>Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                                voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="·"><al>De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                investeringskredieten.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van het besluit
                        van het algemeen bestuur, met dien verstande dat de begroting,
                        meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie
                        voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de
                        begroting voor het begrotingsjaar 2013 voldoen aan de bepalingen van deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening
                        2013 Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug”. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Algemeen Bestuur van de
                        Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, gehouden op 25 juni
                        2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De directeur RDWI,</ondertekening><ondertekening>B.J. de Vries C.A. Mosselman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Ontwerp begroting</tussenkop><al>Artikel 2 bevat bepalingen over de inrichting van de begroting waarin de
                    kaderstellende functie van het Algemeen Bestuur tot uiting komt. </al><al>In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    begroting in functies verplicht voorgeschreven. In het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. De gemeente en in
                    het verlengde daarvan de Gemeenschappelijke regeling RDWI bepaalt nu zelf het
                    aantal en de inhoud van de programma's van de begroting en kan daardoor de
                    begrotingsopzet aanpassen aan de eigen Bestuurlijke wensen. Omdat er een
                    Bestuurlijke keuze ten grondslag ligt aan de indeling van de programma's, stelt
                    het Algemeen Bestuur de indeling vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele
                    jaren gelden, bijvoorbeeld voor een gehele raadsperiode. Indien daartoe
                    aanleiding is, kan het Algemeen Bestuur de indeling wijzigen.</al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan
                    we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan het Algemeen Bestuur zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij
                    om het Algemeen Bestuur de gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in
                    te vullen door de uitkomsten en resultaten van de programma's te beoordelen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Begroting</tussenkop><al>Artikel 3 geeft aan dat het Algemeen Bestuur de begroting definitief vaststelt
                    en dat het Dagelijks Bestuur de begroting toezendt aan gedeputeerde staten. </al><al/><tussenkop>Artikel 4. Producten</tussenkop><al>Ter uitvoering van de begroting stelt het Dagelijks Bestuur- naar analogie van
                    hetgeen daartoe voor de Colleges in gemeenten is geregeld in het Besluit
                    begroting en verantwoording - een productraming op. </al><al/><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><al>In artikel 5 legt het Algemeen Bestuur aan het Dagelijks Bestuur een aantal
                    eisen op die voor een goede uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In
                    het eerste lid wordt bepaald dat het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheid, de
                    doeltreffendheid en de doelmatigheid van de uitvoering dient te waarborgen. Lid
                    2 stelt eisen voor de onderwerpen die van belang zijn voor de opstelling van de
                    productraming. </al><al/><tussenkop>Artikel 6. Interne controle</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de
                    interne controle. Daarmee verkrijgt het Algemeen Bestuur de zekerheid dat het
                    Dagelijks Bestuur aan de eisen genoemd in vooral artikel 5, eerste lid, zal
                    kunnen voldoen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel
                    van de planning en control van het Algemeen Bestuur. Dit Algemeen Bestuur geeft
                    namelijk aan de aard van de informatie die het Dagelijks Bestuur standaard dient
                    te verstrekken evenals de frequentie. Op basis van deze informatie kan het
                    Algemeen Bestuur de uitvoering van de begroting volgen en besluiten of
                    bijsturing nodig is.</al><al>Artikel 7 regelt dat het Algemeen Bestuur tussentijds over de stand van zaken in
                    het lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd. In dit artikel is gekozen
                    voor twee tussenrapportages. </al><al>In het derde lid van het artikel geeft het Algemeen Bestuur kaders voor de
                    inrichting van de tussenrapportages. </al><al/><tussenkop>Artikel 8. Jaarstukken</tussenkop><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het Dagelijks Bestuur, cq. de controle van het
                    Algemeen Bestuur daarop. Basis daarvoor is de productrealisatie. </al><al/><tussenkop>Artikel 9. De financiële positie</tussenkop><al>Het Algemeen Bestuur geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan
                    die het Dagelijks Bestuur voor de uiteenzetting van de financiële positie en de
                    meerjarenramingen moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe het Algemeen Bestuur bij het
                    vaststellen van de financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. </al><al/><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    "regels voor waardering en afschrijving activa". Artikel 10 stelt de regels voor
                    de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiële vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiële vaste activa worden onderverdeeld in materiële vaste activa met
                    economisch nut en materiële vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al>Het eerste lid bepaalt, dat het saldo van agio en disagio en de kosten voor
                    onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief lineair worden afgeschreven in
                    4 jaar. Deze immateriële activa mogen volgens het "Besluit begroting en
                    verantwoording gemeenten en provincies" ook ineens ten laste van het resultaat
                    worden gebracht. </al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de kosten voor het afsluiten van geldleningen ineens
                    ten laste van het resultaat worden gebracht. Het Algemeen Bestuur kan de
                    afschrijvingstermijn en wijze op deze plaats in de verordening vastleggen.</al><al>Het derde lid geeft de afschrijvingstermijnen van de materiële vaste activa met
                    economisch nut. De afschrijvingswijze van deze activa is lineair. De
                    afschrijvingstermijnen is zoveel mogelijk afgestemd op de specifieke situatie
                    van de RDWI. </al><al/><tussenkop>Artikel 11. Voorziening oninbare vorderingen</tussenkop><al>Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderingen. </al><al/><tussenkop>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Artikel 12 bepaalt, dat het Dagelijks Bestuur eens per drie jaar een nota over
                    de reserves en voorzieningen aanbiedt ter behandeling en vaststelling door het
                    Algemeen Bestuur. In deze nota kunnen kaders vastgesteld worden voor de omvang
                    van de reserves. </al><al/><tussenkop>Artikel 13 Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel
                    212, tweede lid onder c. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven. In dit artikel stelt het
                    Algemeen Bestuur doelstellingen, richtlijnen en limieten vast die voor het
                    Dagelijks Bestuur gelden. </al><al>Het vierde lid van het artikel draagt het Dagelijks Bestuur op een besluit op te
                    stellen dat met name protocollen bevat voor de dagelijkse uitvoering.
                    Onderwerpen die in dit besluit aan de orde komen zullen met name betreffen het
                    risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Onder het
                    risicobeheer vallen het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het
                    koersrisicobeheer, het interne liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer
                    (indien van toepassing).</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het
                    Dagelijks Bestuur. Daarom wordt in het eerste lid van artikel 14 van de
                    verordening over het financieel middelenbeheer van de bedrijfsvoering bepaald,
                    dat slechts een nota over de bedrijfsvoering ter kennisgeving aan het Algemeen
                    Bestuur wordt overlegd.</al><al>Het tweede lid regelt verder over welke feiten aangaande het financieel beheer
                    van de bedrijfsvoering het Algemeen Bestuur in de verplichte paragraaf
                    bedrijfsvoering geïnformeerd wordt. </al><al/><tussenkop>Artikel 15. Administratie</tussenkop><al>In artikel 15 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de RDWI. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden vastgelegd
                    en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze verordening
                    regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten die daarvoor
                    in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het Dagelijks Bestuur. </al><al/><tussenkop>Artikel 16. Financiële administratie</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van Bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten en in het verlengde daarvan aan
                    gemeenschappelijke regelingen. In het Besluit begroting en verantwoording zijn
                    onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren
                    financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie moeten
                    gegevens worden aangeleverd voor de financiële verantwoordingsinformatie aan het
                    Algemeen Bestuur, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun rol als
                    toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc.</al><al/><tussenkop>Artikel 17. Financiële organisatie</tussenkop><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het Dagelijks Bestuur bij het stellen van regels
                    voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen
                    kaders voor het Dagelijks Bestuur.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de RDWI en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In onderdeel c worden eisen gesteld aan de budgettoedeling en
                    de verantwoording daarover.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>