<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302332_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde raadsvergaderingen Laarbeek 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.laarbeek.nl">Laarbeeker, huis-aan-huis-blad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde raadsvergaderingen Laarbeek 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geconsolideerd 24-01-2013</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad nr 222</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling uit 2006 is op onderdelen gewijzigd 24-1-2013. Deze regeling is de geconsolideerde versie.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde raadsvergaderingen Laarbeek 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
                        van de gemeente Laarbeek 2006.</al><al><cursief>Geconsolideerd op 24 januari 2013. </cursief></al><al/><al>De raad van de gemeente Laarbeek;</al><al/><al>gezien het voorstel van de raadsvoorzitter en de griffier d.d. 23 mei
                        2006;</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al/><al>vast te stellen het volgende</al><al/><al><vet>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                            raad van de gemeente Laarbeek 2006.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing,</al><al> naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                    opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm</al><al> geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                                    waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of</al><al> verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: voorstel voor een verordening of een ander
                                    voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                            opdraagt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de voorzitter uit anderen hoofde dan als voorzitter aan
                                    de beraadslagingen deel-</al></li></lijst><al> neemt, kan hij zijn vervanger verzoeken voor de duur daarvan het
                            voorzitterschap waar te</al><al> nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium is belast met de vaststelling van de voorlopige
                                agenda’s voor de vergaderingen van de raad en van de
                                raadscommissies, met het doen van aanbevelingen aan de raad inzake
                                de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn commissies,
                                met de procesbewaking van de werkzaamheden van de raad en zijn
                                commissies, met andere in dit reglement of in andere regelingen aan
                                het presidium opgedragen taken en overigens met de regeling van de
                                met voormelde taken samenhangende procedurele aangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door de waarnemend
                                raadsvoorzitter, de fractievoorzitters door een tot hun fractie
                                behorend raadslid, burgercommissielid of plaatsvervangend
                                burgercommissielid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen waarbij
                                ieder lid één stem uitbrengt. Bij staking van stemmen is de stem van
                                de voorzitter doorslaggevend. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium worden in het openbaar gehouden,
                                tenzij het presidium besluit dat met gesloten deuren wordt
                                vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van de vergaderingen wordt een afsprakenlijst gemaakt, die aan de
                                raad en het college wordt toegezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)
                                stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in de nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                        gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                        andere fractie;</al><al> wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                        gedaan aan de voorzitter.</al><lijst><li nr="b."><al>Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt
                                                rekening gehouden met ingang</al><al> van de eerstvolgende vergadering van de raad na de
                                                mededeling daarvan.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                    donderdagen in een zesweekse cyclus, zo veel mogelijk met
                                    uitzondering van de maanden juli en augustus, vangen aan om
                                    19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de
                                    leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld, als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid, worden deze agenda en de daarbij
                                    behorende stukken zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                    Daarbij komen de onderwerpen, waarbij gebruik gemaakt wordt van
                                    het in artikel 28 bedoelde spreekrecht, zo veel mogelijk als
                                    eerste aan de orde. Op voorstel van een lid van de raad of van
                                    de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda
                                    onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                    afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het college; de wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium kan een of meer wethouders uitnodigen om in de
                                    vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                    nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wordt c.q. de wethouders worden desgevraagd in de
                                    gelegenheid gesteld om het woord te voeren over de aan de orde
                                    zijnde voorstellen, amendementen en moties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in De Laarbeeker, op de
                                    voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, het aanvangstijdstip en de plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij beho-</al><al> rende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 28.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien digitaal beschikbaar,</al><al> op de gemeentelijke website geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium
                                    bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    de secretaris en de overige personen, die voor de vergadering
                                    zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening en sluiting vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter opent en sluit de vergadering met het uitspreken
                                    van een door de raad vast te stellen formule voor een openings-
                                    respectievelijk sluitingswoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming en beraadslagingen</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming
                                zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een lid van de raad
                                aangewezen; bij dat aangewezen lid begint de hoofdelijke
                                stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                        presentielijst, het registreren van de vergadering via een
                                        geluidsopname en het opmaken van een besluitenlijst van de
                                        vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De concept-besluitenlijst en de op een geluidsdrager
                                        vastgelegde opname van de voorgaande vergadering worden, zo
                                        mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig
                                        met de schriftelijke oproep voor de volgende vergadering.
                                        Deze bescheiden worden gelijktijdig aan de overige personen,
                                        die het woord hebben gevoerd, toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                        secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan
                                        de raad te doen, indien de concept-besluitenlijst
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                        besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de
                                        aanvang van de vergadering bij de griffier te worden
                                        ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De besluitenlijst bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                secretaris, de wethouders en de ter vergade-</al></li></lijst></li></lijst><al> ring aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en
                                overige personen die </al><al> het woord gevoerd hebben;</al><lijst><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stem-</al></li></lijst><al> ming van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                de namen van de </al><al> leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                onthouden of zich </al><al> bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al><lijst><li nr="d."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde,</al><al>moties, amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van de personen aan</al><al> wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 door de
                                        raad is toegestaan deel te nemen </al><al> aan de beraadslagingen.</al><lijst><li nr="5."><al>De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende
                                                vergadering vastgesteld, waarna zij door de</al></li></lijst></li></lijst><al> voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al><al>6.Aan de hand van de concept-besluitenlijst worden de besluiten,
                                voorzover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen
                                niet verzet, zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt
                                door plaatsing in De Laarbeeker, op de voor aankondigingen inde
                                gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                website.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op
                                    voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend,</al></li></lijst></li></lijst><al> voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.</al><al>5.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft </al><al>gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert; de voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere</al><al> interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van</al></li></lijst><al> het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                                herhaaldelijk interrumpeert dan </al><al> wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot
                                de orde geroepen. Indien </al><al> de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter
                                hem gedurende de ver-</al><al> gadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
                                het woord ontzeggen.</al><al>3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde van de vergadering
                                voor een door hem te bepalen tijd schorsen en –indien na de
                                heropening de orde opnieuw wordt verstoord- de vergadering
                                sluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of van een lid van de
                                    raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor door hem
                                    te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de
                                    gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Spreekrecht burgers; Burgerinitiatief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tijdens de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk
                                        gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                        geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar of beroep op de rechter open-</al></li></lijst></li></lijst><al> staat of heeft opengestaan;</al><lijst><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</al></li></lijst><al> kan of kon worden ingediend;</al><lijst><li nr="d."><al>onderwerpen waarvoor in de Wet op de Ruimtelijke Ordening
                                        een inspraakprocedure is opgenomen.</al><lijst><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken,
                                                meldt dit ten minste 24 uur voor de</al></li></lijst></li></lijst><al> aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij
                                zijn naam, adres en tele-</al><al> foonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al><lijst><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord direct voorafgaande aan de
                                        behandeling van het agendapunt, waarvoor spreekrecht is
                                        gevraagd, en op volgorde van aanmelding, indien zich
                                        meerdere sprekers voor hetzelfde agendapunt hebben
                                        aangemeld.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in
                                        bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                        spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                        raadsvergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. Voorafgaand aan de tweede
                                        termijn geeft de voorzitter aan insprekers de gelegenheid
                                        tot een korte reactie of aanvulling. Er vindt geen discussie
                                        plaats tussen een inspreker en deelnemers aan de
                                        vergadering.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor
                                        de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29a</nr><titel>Burgerinitiatieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van
                                    zijn vergadering, indien daartoe een initiatiefgerechtigde een
                                    geldig verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een burgerinitiatief wordt verstaan een voorstel van een
                                    initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de
                                    vergadering van de raad te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Initiatiefgerechtigd voor een burgerinitiatief zijn degenen die
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad.
                                    Voor de beoordeling of aan de vereisten van
                                    initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de toestand op de dag van
                                    indiening van het verzoek bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29b</nr><titel>Geldigheid burgerinitiatief</titel></kop><al>Een verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad
                                te plaatsen is slechts geldig indien dat verzoek:</al><lijst><li nr="a."><al>door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt
                                        ondersteund;</al></li><li nr="b."><al>geen onderwerpen bevat als bedoeld in artikel 29c;</al></li><li nr="c."><al>voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 29d.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29c</nr><titel>Beperking burgerinitiatief</titel></kop><al>Een burgerinitiatief houdt niet in:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de
                                        raad;</al></li><li nr="b."><al>een onderwerp van persoonlijke aard;</al></li><li nr="c."><al>een bezwaar in de zin van artikel 1:5 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al>een klacht in de zin van artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht;</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover de raad binnen een periode van een
                                        jaar voorafgaand aan de dag</al></li></lijst><al> van indiening van het verzoek een besluit heeft genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29d</nr><titel>Wijze van indiening burgerinitiatief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel
                                        op de agenda van de vergadering van de raad wordt
                                        schriftelijk ingediend bij de voorzitter. Deze stelt het
                                        verzoek terstond in handen van het presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek omvat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het
                                                burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het
                                                burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de
                                                geboortedatum en de handtekening van de</al></li></lijst></li></lijst><al> verzoeker en zijn plaatsvervanger;</al><al>d.een lijst met de achternamen, voornamen, adressen, geboortedata en
                                handtekeningen</al><al> van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29e</nr><titel>Wijze van behandeling burgerinitiatief</titel></kop><al>1.Het presidium beoordeelt in de eerstvolgende vergadering na
                                ontvangst van het burgerinitia-</al><al> tiefvoorstel of het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 29b,
                                29c en 29d.</al><al>2.Het presidium adviseert de raad over de wijze van afdoening van
                                het burgerinitiatiefvoorstel.</al><al> Indien er geen weigeringsgronden zijn plaatst het presidium het
                                burgerinitiatiefvoorstel op </al><al> de voorlopige agenda van de eerstvolgende raad. Indien het
                                presidium weigeringsgronden </al><al> aanwezig acht, brengt het presidium dit in het advies aan de raad
                                tot uitdrukking.</al><al>3.De raad beslist of het initiatiefvoorstel op de agenda van de
                                vergadering van de raad wordt</al><al> geplaatst. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met
                                artikel 29c sub a, kan de </al><al> raad het voorstel ter afdoening in handen stellen van burgemeester
                                en wethouders of de </al><al> burgemeester. Een afwijzing moet duidelijk worden gemotiveerd.</al><al>4.De raad draagt er zorg voor dat de verzoeker wordt uitgenodigd
                                voor de vergadering van de</al><al> raad waarin het burgerinitiatiefvoorstel voorlopig is geagendeerd.
                                De verzoeker krijgt tijdens </al><al> deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel
                                mondeling nader toe te </al><al> lichten.</al><al>5.Binnen twee weken nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
                                een besluit heeft geno-</al><al> men, wordt dit besluit bekend gemaakt op de wijze die is aangegeven
                                in de artikelen 3:41 </al><al> en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet
                                    van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer der leden stemming wordt gevraagd, doet
                                    de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij
                                    naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                                    dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Vervolgens
                                    geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                    presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet van
                                    deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord “voor” of “tegen”
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op voorstel van de voorzitter kan de stemming –in afwijking van
                                    de vorige leden- plaatsvinden bij handopsteken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
                                        leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                        identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is zijn stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                        stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                                tenzij de stemming verschillende</al></li></lijst></li></lijst><al> vacatures betreft;</al><lijst><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                        voordracht betreft, op een per-</al><al> soon wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                        dan die waartoe de</al><al> stemming is beperkt.</al><lijst><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een
                                                stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
                                            </al></li></lijst></li></lijst><al>voorzitter.</al><al>7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
                                na vaststelling van de </al><al>uitslag vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><al>1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt</al><al> tot een tweede stemming overgegaan.</al><al>2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkre-</al><al> gen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij
                                de tweede stemming </al><al> de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede
                                stemming de meeste </al><al> stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                tussenstemming uitge-</al><al> maakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al><al>3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond</al><al>het lot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van de leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter –met het oog op het eenvoudige karakter van het
                                voorgestelde- oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden
                                volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep
                                    hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het
                                    voorstel op de agenda van de daarop volgende vergadering
                                    geplaatst. </al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                            tezamen met een ander</al></li></lijst></li></lijst><al> geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;</al><lijst><li nr="b."><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                    raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>het voorstel voor advies naar het college dient te worden
                                    gezonden. In dit geval bepaalt</al></li></lijst><al> de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                            wordt.</al><al>4.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een voorstel, niet </al><al>zijnde een voorstel voor een verordening.</al><al>5.Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een
                            wethouder, zijn de </al><al>bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel
                            kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd
                            worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester nadere inlichtingen te vragen omtrent het antwoord
                                op de nadere inlichtingen, als bedoeld in lid 5.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Vragenhalfuurtje</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Direct na de opening is er in alle reguliere vergaderingen van de
                                raad een vragenhalfuurtje, tenzij er bij de voorzitter geen vragen
                                zijn ingediend. In spoedeisende gevallen wordt er een
                                vragenhalfuurtje gehouden binnen 48 uur na de in het tweede lid
                                bedoelde melding aan de voorzitter. In bijzondere gevallen kan het
                                presidium bepalen dat het vragenhalfuurtje op een ander tijdstip
                                wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
                                vragenhalfuurtje eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuurtje vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
                                uur voor aanvang van het vragenhalfuurtje bij de voorzitter,
                                uitgezonderd in spoedeisende gevallen, als bedoeld in het eerste
                                lid. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een
                                onderwerp tijdens het vragenhalfuurtje aan de orde te stellen indien
                                hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of
                                indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de
                                orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuurtje aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuurtje kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst
                                van de griffier, schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat een afschrift van het verzoek zo
                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad wordt
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en de antwoorden vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en jaarrekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het presidium, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om, in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het
                                sluiten van de vergadering, verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Voor door de raad
                                gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter doorverwijzen
                                naar de desbetreffende commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het eerste
                                lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                40, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De concept-besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De concept-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de
                                besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de
                                voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergaderingen, zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit reglement treedt op 1 juli 2006 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                van de raad van de gemeente Laarbeek 2002, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 22 mei 2002 en gewijzigd bij raadsbesluiten van 27
                                maart 2003 en 30 september 2004.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde
                            raadsvergaderingen Laarbeek 2006”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Laarbeek op 29 juni 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.H.C.M. van der Aa. J.J.P.M. Gilissen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voor consolidatie getekend op 24 januari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.L.M. van Heijnsbergen J.G.M.T. Ubachs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>