<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR302266_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening gemeente Weesp 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weespernieuws, 08-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Weesp 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.26932/D.14911</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatregelenverordening WWB 2013</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Na publicatie met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening gemeente Weesp 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Weesp;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 maart 2013;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet en artikel 8, eerste lid,
                        aanhef en onder b, h en i van de Wet werk en bijstand;</al><al>overwegende, dat het noodzakelijk is de maatregelenverordening in het kader
                        van de Wet werk en bijstand in overeenstemming te brengen met de Wet
                        aanscherping handhaving- en sanctiebeleid SZW-wetgeving;</al><al>B E S L U I T:</al><al>1. de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Weesp 2013 vast
                        te stellen;</al><al>2. deze verordening acht dagen na publicatie in werking te laten treden, met
                        terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013</al><al>De raad voornoemd,</al><al>mw. M. Walrave, B. Horseling,</al><al>griffier voorzitter</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al>b. Bbz: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004</al><al>c. algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b,
                                van de wet;</al><al>d. bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                d, van de wet;</al><al>e. bijstand: algemene en bijzondere bijstand;</al><al>f. bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                c, van de wet. Voor zelfstandigen die een Bbz-uitkering ontvangen of
                                hebben ontvangen wordt onder ‘bijstandsnorm’ verstaan de norm die op
                                grond van artikel 78f van de wet op hen van toepassing is;</al><al>g. langdurigheidstoeslag: de langdurigheidstoeslag bedoeld in
                                artikel 36, van de wet;</al><al>h. maatregel: het verlagen van de bijstand of de
                                langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18, tweede lid, van de
                                wet;</al><al>i. recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                vijfde lid, van de wet;</al><al>j. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Weesp.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening van
                                toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college legt een maatregel op als een belanghebbende
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                                voorziening in het bestaan, dan wel de verplichtingen die
                                voortvloeien uit de wet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
                                werk en inkomen (Wet SUWI) - met uitzondering van de
                                inlichtingenplicht op grond van artikel 17 eerste lid van de wet en
                                artikel 30c tweede en derde lid Wet Suwi - , dan wel de
                                verplichtingen die in de beschikking tot toekenning, wijziging of
                                voortzetting van de bijstand zijn opgenomen niet, of onvoldoende
                                nakomt en wanneer een belanghebbende zich jegens het college zeer
                                ernstig misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand indien aan belanghebbende
                                bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van
                                de wet, of als de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in
                                relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daar aanleiding toe
                                geeft.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand voor woonkosten en premie
                                arbeidsongeschiktheidsverzekering aan zelfstandigen die bijstand
                                voor het levensonderhoud krachtens het Bbz ontvangen, of hebben
                                ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld:</al><al>a. de reden van de maatregel;</al><al>b. de duur van de maatregel;</al><al>c. het percentage waarmee de bijstand wordt verlaagd;</al><al>d. het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd uitgaande van de
                            uitkeringsnorm; en,</al><al>e. indien van toepassing, de reden om af te wijken van een
                            standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al><al>a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al><al>b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn
                                zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe
                                feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al><al>c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                college of van een derde aan wie het college met toepassing van
                                artikel 7 van de wet werkzaamheden in het kader van de wet heeft
                                uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te
                                verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de wet, of artikel 38,
                                tweede lid, van het Bbz; of</al><al>d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de
                                ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><al>a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al><al>b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                gedraging door het college heeft plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand volgend
                                op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan
                                de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de
                                voor die maand geldende bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of de
                                langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen
                                betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van
                                een geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de maatregel
                                met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve
                                vaststelling van die bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een maatregel wordt opgelegd voor de duur van een kalendermaand,
                                tenzij in deze verordening een afwijkende termijn is opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen van meer
                                dan één verplichting, als bedoeld in de navolgende artikelen, en het
                                niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak,
                                wordt slechts één maatregel opgelegd, bij verschil die uit de
                                hoogste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen van meer
                                dan één verplichting, als bedoeld in de navolgende artikelen, en het
                                niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit verschillende
                                oorzaken, wordt voor iedere oorzaak een afzonderlijke maatregel
                                opgelegd. Deze maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit
                                gelet op artikel 2, tweede lid, niet verantwoord is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de cumulatie van de maatregelen hoger is dan 100% en dus niet
                                in één kalendermaand kan worden geëffectueerd kan het resterende
                                deel van de maatregel opgelegd worden in de volgende maand(en).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatregelen in verband met de plicht tot arbeidsinschakeling, behoud
                            van arbeid, en Tegenprestatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedragingen van belanghebbenden die als schending van één van de
                                verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9, 9a, 10a en 44a van de wet
                                kunnen worden aangemerkt, alsmede het niet behouden van arbeid,
                                worden onderscheiden in de volgende categorieën:</al><al>Eerste categorie:</al><al>a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV
                                WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de
                                registratie;</al><al>b. het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders
                                verstrekken van een bijlage bij het besluit tot toekenning of
                                voortzetting van de bijstand.</al><al>c. het niet tijdig verstrekken van inlichtingen die naar het oordeel
                                van het college noodzakelijk worden geacht voor de inschakeling in
                                arbeid, waaronder mede wordt begrepen het zonder bericht niet
                                verschijnen op een oproep of afspraak daarover.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tweede categorie:</al><al>a. het niet of in onvoldoende mate naar vermogen trachten algemeen
                                geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al><al>b. het niet of in onvoldoende mate (mee-)werken aan een onderzoek
                                naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en scholing of sociale
                                activering of zorg, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid
                                voor scholing op opleiding;</al><al>c. het niet of in onvoldoende mate voldoen aan de verplichting om
                                naar vermogen opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige taken te
                                verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Derde categorie:</al><al>a. gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren, waaronder
                                mede wordt verstaan het onvoldoende meewerken aan het opstellen,
                                uitvoeren, dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in
                                artikel 44a van de wet;</al><al>b. het in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college
                                aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in
                                artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid, van de
                                wet, waaronder begrepen sociale activering of zorg.</al><al>c. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van
                                de wet, niet te willen nakomen, hetgeen heeft geleid tot het
                                intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een
                                alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Vierde categorie:</al><al>a. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.</al><al>b. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde
                                arbeid.</al><al>c. het niet gebruikmaken van een door het college aangeboden
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel
                                9, eerste lid onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet,
                                waaronder mede begrepen sociale activering of zorg, dan wel het niet
                                meewerken aan het opstellen, uitvoeren, dan wel evalueren van een
                                plan van aanpak.</al><al>d. het niet of in onvoldoende gebruik maken van een overeengekomen
                                proefplaatsing, waardoor verwijtbaar een reëel uitzicht op een
                                aansluitend dienstverband is verspeeld.</al><al>e. het door een persoon van 27 jaar of ouder uit houding en gedrag
                                ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen, bedoeld in artikel
                                9, eerste lid, onder b, en/of artikel 55 van de wet, niet te willen
                                nakomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><al>a. vijf procent van de bijstandsnorm bij gedragingen van de eerste
                                categorie;</al><al>b. tien procent van de bijstandsnorm bij gedragingen van de tweede
                                categorie;</al><al>c. dertig procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij
                                gedragingen van de derde categorie;</al><al>d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij
                                gedragingen van de vierde categorie. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde
                                categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het tweede lid
                                is opgelegd voor een derde keer schuldig maakt aan een verwijtbare
                                gedraging van de vierde categorie wordt een maatregel voor
                                onbepaalde tijd opgelegd, onverminderd het bepaalde bij artikel 7,
                                derde lid tweede zin. Met een besluit waarmee een maatregel is
                                opgelegd wordt gelijkgesteld een besluit om daarvan af te zien op
                                grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6 tweede
                                lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vervallen</titel></kop><structuurtekst><al>vervallen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>in verband met andere gedragingen dan schending van de inlichtingen-
                            danwel arbeidsverplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
                                betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, kan een
                                maatregel worden opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de
                                belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht
                                heeft op bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgend
                                wijze vastgesteld:</al><al>a. bij een periode van 3 maanden of korter: 100% van de
                                bijstandsnorm gedurende een maand;</al><al>b. bij een periode van 3 tot 6 maanden: 100% van de bijstandsnorm
                                gedurende drie maanden;</al><al>c. bij een periode van 6 maanden en langer: 100% van de
                                bijstandsnorm gedurende zes maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14a</nr><titel>Maatregel bij verlies van een passende en toereikende
                                voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke
                                boete</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 14 wordt, indien
                                belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en
                                toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt
                                verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij
                                herhaling schenden van de inlichtingenplicht, een maatregel opgelegd
                                van 100% gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start
                                van de verrekening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Artikel 17 is met betrekking tot de maatregel, bedoeld in het eerste
                                lid, van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                                college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                                verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel
                                18, tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid,
                                een maatregel worden opgelegd van:</al><al>a. veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                verbaal geweld;</al><al>b. honderd procent van de bijstandsnorm bij (dreigend) fysiek geweld
                                en/of vernielingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De duur van de maatregel kan worden verdubbeld, indien binnen twaalf
                                maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel, als
                                bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van een zelfde als
                                verwijtbaar aan te merken gedraging.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Met een besluit als bedoeld in het vorige lid wordt gelijkgesteld
                                het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede
                                lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Het college verrekent het openstaande boetebedrag gedurende de eerste
                            drie maanden na het moment van dagtekening van het besluit tot oplegging
                            van een recidiveboete zonder dat het bepaalde in artikel 4:93, vierde
                            lid, van de Algemene wet bestuursrecht in acht wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verzoek tot doorbetaling huur/hypotheekrente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Belanghebbende kan verzoeken om, in afwijking van het bepaalde in
                                artikel 16, de huur dan wel hypotheekrente na aftrek van huurtoeslag
                                respectievelijk hypotheekrenteaftrek en de netto kosten van de
                                ziektekostenverzekering, gedurende de in artikel 16 genoemde periode
                                direct vanuit de bijstand te voldoen. Indien dit verzoek wordt
                                toegekend wordt de verrekening daarop aangepast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval
                                afgewezen indien belanghebbende(n) in redelijkheid over voldoende
                                gelden kan beschikken om de genoemde drie maanden in hun
                                levensonderhoud te voorzien dan wel in redelijkheid deze gelden op
                                korte termijn kan verwerven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verrekenen met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de
                                Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 16 verrekent het college het openstaande
                            boetebedrag met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de
                            Algemene wet bestuursrecht indien:</al><al>a. toepassing van artikel 16 en 17 onaanvaardbare consequenties heeft
                            voor de eventuele minderjarige belanghebbende(n); dan wel</al><al>b. de gezondheidstoestand van (een van de) belanghebbende(n) naar het
                            oordeel van het college ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden
                            ontbreken om de noodzakelijke medicatie of behandeling te
                            financieren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie en heeft een
                            terugwerkende kracht terug tot en met 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening Wet
                            werk en bijstand gemeente Weesp 2013.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013</ondertekening><ondertekening>mw. M. Walrave, B. Horseling,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>