<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Haarlems Dagblad, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 225</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/422386</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belasting, parkeren, parkeerbelasting, vergunning, aanwijzingsbesluiten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit parkeerregulering</al><al>Besluit nadere regels</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-35759</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Haarlem;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2012;</al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2014</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is veboden;</al></li>
            <li nr="b."><al> motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met inbegrip van
                                brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV
                                1990;</al></li>
            <li nr="c."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                opgegeven kentekens;</al></li>
            <li nr="d."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
                                verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar
                                maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt
                                verstaan;</al></li>
            <li nr="e."><al> centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente
                                Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie
                                van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op
                                het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon;</al></li>
            <li nr="f."><al> autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer
                                dan een huishouden;</al></li>
            <li nr="g."><al>woonadres:</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="i."><al>een gebouwd eigendom, of gedeelte daarvan dat blijkens zijn
                                        indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                        gebruikt, die bij dezelfde natuurlijke- of rechtspersoon in
                                        gebruik zijn;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="ii."><al>een samenstel van twee of meer van de in de voorgaande
                                        zinsnede bedoelde eigendommen of gedeelten daarvan die bij
                                        dezelfde natuurlijke- of rechtspersoon in gebruik zijn en
                                        die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                        behoren;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr=""><lijst>
                <li nr="iii."><al>kamerverhuur wordt alleen aanwezig geacht indien een gebouwd
                                        eigendom volgens de WOZ-administratie voor kamerverhuur
                                        bestemd;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="h."><al>kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij,
                                dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen
                                door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats,
                                tijdstip en wijze;</al></li>
            <li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning
                                voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning
                                aangegeven plaats en wijze.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de
                            degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                    heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li>
              <li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
                                    onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
                                    met dien verstande dat:</al><lijst>
                  <li nr="i."><al>als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                            huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten
                                            tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de
                                            huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar
                                            de huurder wordt aangemerkt als degene die het
                                            motorvoertuig heeft geparkeerd;</al></li>
                  <li nr="ii."><al>als blijkt dat een ander in het kentekenregister had
                                            moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt
                                            als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                            degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
                            het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk
                            maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                            voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
                            niet heeft kunnen voorkomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene
                            die de vergunning heeft aangevraagd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a en b zijn niet
                            verschuldigd indien het voertuig voorzien is van een geldige
                            gehandicaptenparkeerkaart, mits deze duidelijk zichtbaar achter de
                            voorruit van het voertuig is aangebracht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel>
          </kop>
          <al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt
                            het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                            parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van
                            de door het college van burgemeester en wethouders gestelde
                            voorschriften.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt bij wege
                            vanaanslag geheven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in
                            werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een
                            telefoon inloggen op de centrale computer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
                            aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
                            overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde
                            van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking
                            stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon
                            inloggen op de centrale computer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald
                            binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van het derde lid geldt met betrekking tot de belasting
                            bedoeld in artikel 2, onderdeel b ingeval het totaalbedrag van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag
                            bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan €
                            5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen
                            worden betaald in vijf gelijke termijnen.</al>
            <al>De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend
                            op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
                            van de volgende termijnen steeds één maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel>
          </kop>
          <al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Kosten</titel>
          </kop>
          <al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                        artikel 2, onderdeel a, zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en
                        daarvan deel uitmakende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere bepalingen inzake vergunningen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als een vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening
                            2012, wordt ingetrokken of vervalt, wordt op schriftelijk verzoek
                            ontheffing van de ter zake verschuldigde parkeerbelasting verleend over
                            de nog niet aangevangen kalendermaanden waarop de vergunning betrekking
                            heeft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien als gevolg van maatregelen door of met instemming van het college
                            van burgemeester en wethouders de vergunninghouder over een gedeelte van
                            het tijdvak waarvoor de parkeervergunning geldt, geen gebruik kan maken
                            van de parkeervergunning, wordt ontheffing van de parkeerbelasting als
                            bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verleend over het aantal volle
                            kalendermaanden waarin dat gebruik niet mogelijk is geweest.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Over aanslagbedragen welke op jaarbasis lager zijn dan € 12,50 wordt
                            geen ontheffing op basis van het voorgaande lid verleend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De 'Verordening Parkeerbelasting 2013' wordt ingetrokken met ingang van
                            de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                            bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen
                            2014’.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr/>
          <titel>Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen
                        2014</titel>
        </kop>
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Haarlem/i232986.pdf">Tarieventabel parkeerbelastingen 2014</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>