Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Opsterland

Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Opsterland 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOpsterland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Opsterland 2013
CiteertitelBeleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie Opsterland 2013
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-07-201314-07-2020nieuwe regeling

09-07-2013

www.opsterland.nl, 01-08-2013

2013-45063

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Opsterland 2013

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland besluit vast te stellen de volgende:

 

Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie Opsterland 2013.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Adviesorgaan: de instelling/organisatie die op verzoek van het college advies uitbrengt over de noodzaak van kinderopvang;

    • b.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland;

    • c.

      Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze beleidsregel waarop de belanghebbende aanspraak kan maken of een beroep kan doen voor de bekostiging van de noodzakelijke kinderopvang op basis van een sociaal of medische indicatie;

    • d.

      Wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

  • 2.

    De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregel van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

     

Artikel 2 Doelgroep

Deze regeling is van toepassing op een ouder/verzorger en het kind, die volgens de gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens woonachtig zijn in de gemeente Opsterland, en:

  • a.

    waarvan de ouder/verzorger en/of het kind behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking en voor wie op advies van het adviesorgaan is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of

  • b.

    ten aanzien van wie door het adviesorgaan is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind noodzakelijk is.

  • c.

    indien de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit (andere) stukken van een huisarts en/of andere deskundigen, dan is er geen aanvullend advies nodig van het adviesorgaan.

     

Artikel 3 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie wordt ingediend bij het college.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend met een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in het eerste lid advies in bij een adviesorgaan.

  • 4.

    De indicatie heeft een geldigheidsduur van maximaal 12 maanden.

  • 5.

    De herindicatie vindt plaats overeenkomstig het derde lid.

     

Artikel 4 Aanspraak op een tegemoetkoming

Een ouder/verzorger heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie indien:

  • a.

    het college op grond van het bepaalde in het advies van een adviesorgaan kan vaststellen in welke mate deze ouder/verzorger in aanmerking behoort te komen voor een tegemoetkoming in deze kosten vanwege een gebleken noodzaak op grond van sociaal medische indicatie. Het advies bevat de volgende elementen:

  • -

    aantal noodzakelijk uren (per dag en verwachte duur);

  • -

    medische/psychische situatie van ouder en/of kind;

  • -

    informatie van betrokken/doorverwijzende instanties/instellingen.

  • b.

    de ouder aantoonbaar heeft onderzocht in hoeverre in eigen omgeving opvang mogelijk is, die de kosten van de kinderopvang beperkt. Waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn.

  • c.

    het kinderopvang betreft in een kindercentrum of gastouderopvang die zijn geregistreerd in het Landelijk register kinderopvang.

     

Artikel 5 Voorliggende voorziening

Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van:

  • a.

    de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • b.

    de Algemene wet bijzondere ziektekosten;

  • c.

    jeugdzorg;

  • d.

    een medisch kinderdagverblijf;

  • e.

    een peuterspeelzaal, indien het aantal door het adviesorgaan geadviseerde uren overeenkomt met de peuterspeelzaaluren;

  • f.

    een bijdrage van de werkgever.

     

Artikel 6 De hoogte van de tegemoetkoming

De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van de aanvrager en wordt bepaald overeenkomstig de systematiek die de belastingdienst hanteert bij het verlenen van tegemoetkomingen bij of krachtens de wet.

 

Artikel 7 Overdrachtsbepaling

Ouders die vóór 1 september 2013 reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie ontvingen, ontvangen deze tot maximaal vier maanden na de inwerkingtreding van deze beleidsregels

 

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden op 18 juli 2013 in werking.

  • 2.

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie Opsterland 2013’.

     

    Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van burgemeester en wethouders van 9 juli 2013.

     

    Burgemeester en wethouders voornoemd,

    de secretaris, de burgemeester,

     

     

    Koen van Veen Francisca Ravestein

     

     

    Algemene toelichting Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie Opsterland

     

    Tot de doelgroep van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen behoren niet die mensen die vanwege sociaal en/of medische problematiek een beroep zouden willen doen op kinderopvang. Omdat de groep die om sociaal en/of medische redenen kinderopvang nodig heeft toch een kwetsbare groep is, wil het college met deze regeling de lacune in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen opvangen.

     

    Artikelsgewijze toelichting

     

    Artikel 1 Begripsbepalingen

    De begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Voor een goed begrip en de leesbaarheid van de beleidsregel zijn enkele begrippen expliciet opgenomen.

     

    Artikel 2 Doelgroep

    Een ouder/verzorger kan een vergoeding voor de kosten van kinderopvang ontvangen als vast staat dat het om sociaal medische redenen noodzakelijk is dat (en in welke mate) gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. De sociaal medische redenen kunnen zowel bij de ouder/verzorger als bij het kind aanwezig zijn. Deze doelgroep omvat niet slechts klanten van het cluster sociale zaken, maar ook personen die een hoger inkomen hebben en/of een partner met inkomsten.

     

    Artikel 3 Aanvraag

    Voor het vaststellen van de noodzakelijkheid van de kinderopvang op grond van sociaal en/of medische redenen, de indicatie, wordt advies gevraagd aan het CJG Opsterland. In artikel 2 onder c van deze beleidsregel is aangegeven dat indien de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit (andere) stukken van een huisarts en/of andere instellingen, dan is er geen aanvullend advies nodig van het adviesorgaan.

    De geldigheidsduur van de indicatie wordt maximaal op 12 maanden gesteld.

    Als de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie is vastgesteld kan de aanvraag verder in behandeling worden genomen.

     

    Artikel 4 Aanspraak op een tegemoetkoming

    In dit artikel is geregeld wanneer een ouder/verzorger aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie. Hiervoor moet het college op grond van het bepaalde in het advies kunnen vaststellen in welke mate deze ouder/verzorger in aanmerking hoort te komen voor een tegemoetkoming in deze kosten vanwege een gebleken noodzaak op grond van een sociaal en/of medische indicatie. In het advies is in ieder geval opgenomen: het aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur), de medische psychische situatie van ouder en/of kind en de informatie van betrokken/doorverwijzende instanties/instellingen. Om zeker te zijn van verantwoorde kinderopvang kan er alleen gebruik gemaakt worden van kindercentra of gastouderopvang die vermeld staan in het Landelijk Register Kinderopvang.

     

    Artikel 5 Voorliggende voorziening

    Als er sprake is van een passende voorliggende voorziening, weigert het college de tegemoetkoming. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van:

    • a.

      de wet kinderopvang;

    • b.

      de Algemene wet bijzondere ziektekosten;

    • c.

      jeugdzorg;

    • d.

      een medisch kinderdagverblijf;

    • e.

      een peuterspeelzaal, indien het aantal door het adviesorgaan geadviseerde uren overeenkomt met de peuterspeelzaaluren.

    • f.

      een bijdrage van de werkgever;

      ad a: De Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

      Indien de (vergoeding van de) opvang vanuit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen kan worden ingezet, gaat dit boven de SMI-regeling. Hiervoor gelden andere criteria en spelregels. Mensen die een traject of uitkering hebben bij de gemeente of het UWV WERKbedrijf kunnen zich beroepen op een vergoeding vanuit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het gaat hierbij om de reguliere voorzieningen als het kinderdagverblijf, de voor- en naschoolse opvang en de gastouderopvang.

      Ad b. de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

      Indien een beroep op de AWBZ wil slagen, dan moet sprake zijn van een aandoening/handicap die valt binnen 1 (of meerdere) van de volgende grondslagen:

  • -

    Somatische aandoening/beperking

  • -

    Psychogeriatrische aandoening/beperking

  • -

    Lichamelijke handicap

  • -

    Verstandelijke handicap

  • -

    Zintuiglijke handicap

  • -

    Psychiatrische aandoening

    AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

    Ad c, d en e: jeugdzorg, medisch kinderdagverblijf, peuterspeelzaal

    Verder kan voor zorg/opvang een beroep gedaan worden op bijvoorbeeld Jeugdzorg (jongeren met een psychiatrische problematiek). Andere opvang/zorgvormen zijn te verkrijgen middels een PGB (zorg in natura zoals revalidatie en therapieën), bij een medisch kinderdagverblijf, kinderopvang plus of peuterspeelzaal. De eigen bijdrage die ouder(s)/verzorger(s) dienen te betalen bij de peuterspeelzaal komt niet voor vergoeding in aanmerking op basis van de gemeentelijke tegemoetkoming op grond van sociaal medische gronden.

    Ad f. Bijdrage van de werkgever

    In geval van een partner met inkomsten dient onderzocht te worden of een bijdrage van

    de werkgever tot de mogelijkheden behoort.

     

    Artikel 6 De hoogte van de tegemoetkoming

    In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is geregeld dat ouders die aanspraak hebben op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang een inkomensafhankelijke bijdrage betalen. Ouders/verzorgers met een inkomen op minimum niveau ontvangen een tegemoetkoming die vrijwel alle kosten dekt. Met betrekking tot de tegemoetkoming aan sociaal medische geïndiceerde personen wordt de gemeente vrijgelaten in de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming (wel of geen bijdrage). Verder mogen de gemeenten zelf de wijze van uitvoering regelen.

    Er is een aantal argumenten om ouders/verzorgers een eigen bijdrage te vragen in de kosten van de kinderopvang:

    • 1.

      door gebruik te maken van kinderopvang besparen ouders/verzorgers enigszins op de kosten voor levensonderhoud (verblijf en voeding);

    • 2.

      in veel situaties waar de overheid diensten aanbiedt en meefinanciert wordt van burgers in het algemeen een eigen bijdrage gevraagd omdat zij er in meer of mindere mate profijt van hebben;

    • 3.

      een eigen bijdrage verhoogt het kostenbewustzijn en hierdoor wordt een prikkel ingebouwd om het gebruik van de kinderopvang te beperken en zo de kosten te kunnen beheersen.

       

      Het algemene uitgangspunt is dat hiervoor aangesloten wordt bij de systematiek die wordt gehanteerd bij het verlenen van tegemoetkomingen op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. De belastingdienst kent een tegemoetkoming die afhankelijk is van het inkomen van de ouder/verzorger en zijn partner. In dit besluit wordt ten aanzien van de berekening van de hoogte van de tegemoetkoming aangesloten bij de systematiek die de belastingdienst hanteert. Tegemoetkomingen zijn gebaseerd op het door de belastingdienst gehanteerde uurtarief en niet op basis van werkelijke kosten per uur.

       

      Door middel van een proefberekening van de kinderopvangtoeslag kan een voorschot worden bepaald voor de tegemoetkoming. Na afloop van het jaar wordt op basis van het werkelijke verzamelinkomen en de jaaropgave van de kindercentra de subsidie definitief vastgesteld. Indien de ouder/verzorger moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau kan voor de eigen bijdrage een aanvraag bijzondere bijstand worden ingediend. Wanneer op voorhand duidelijk is dat recht bestaat op bijzondere bijstand (dwz rekening houdend met de eventuele draagkracht) kan de aanvraag voor de kosten van de eigen bijdrage meteen ook worden afgehandeld.

       

      Artikel 7 Overgangsrecht

      Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

       

      Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

      Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.