<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301729_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Welstandsnota 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2011-12-28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Welstandsnota 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005181">Woningwet, art. 12 en 12a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011, 2011.00056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Welstandsnota 2011 vervangt de Welstandsnota Veenendaal vastgesteld in 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27506</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27507</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27508</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27509</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27510</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27511</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27512</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27513</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27514</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27515</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27516</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27517</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27518</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27519</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27520</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27521</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27522</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27523</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-27524</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Welstandsnota 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 augustus 2011,
                        nummer 2011.00056; </al><al/><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de Welstandsnota in 2010 is geëvalueerd;</al></li><li nr="2."><al>deze evaluatie aanleiding vormt voor actualisering van de nota;</al></li></lijst><al/><al>gelet op:</al><lijst><li nr="1."><al>artikel 12 en 12a van de Woningwet;</al></li><li nr="2."><al>de inspraakverordening gemeente Veenendaal;</al></li></lijst><al/><al>Besluit: </al><lijst><li nr="1."><al>De Welstandsnota 2011 vast te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Te besluiten dat de Welstandsnota 2011 in werking treedt op de dag
                                na publicatie van het besluit tot vaststelling.</al></li><li nr="3."><al>De Welstandsnota 2004 in te trekken op het moment van
                                inwerkingtreding van de Welstandsnota 2011.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Welstandsnota 2011</label></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>deel</label><nr>A</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><al>In 2004 heeft de gemeenteraad eerste de Welstandsnota
                                        Veenendaal vastgesteld. Deze nota biedt een zo concreet en
                                        objectief mogelijk toetsingskader voor de beoordeling van
                                        bouwplannen op het aspect welstand. Na zes jaar met deze
                                        nota te hebben gewerkt is in 2010 een evaluatie uitgevoerd.
                                        Uit de evaluatie blijkt dat de algemene indruk over welstand
                                        positief is. Dit geldt voor zowel de welstandsnota als de
                                        werkwijzen rondom welstand. Wel is duidelijk geworden dat er
                                        behoefte is aan het actualiseren van de nota alsmede aan
                                        enkele aanpassen van de nota.</al><al/><al>Voor u ligt de nieuwe Welstandsnota voor Veenendaal. Deze is
                                        vastgesteld in november 2011. De belangrijkste aanpassingen
                                        ten opzichte van de vorige nota zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Actualisering van kaart, beschrijvingen en
                                                criteria;</al><al> In de periode tussen 2004 en 2011 hebben zich
                                                diverse ontwikkelingen voorgedaan. Dit betreft zowel
                                                ruimtelijke ontwikkelingen (realisatie van in- en
                                                uitbreidingslocaties) als beleids- en
                                                wetswijzigingen. In de voorliggende nota zijn deze
                                                verwerkt.</al></li><li nr="-"><al>Introductie van welstandsvrij bouwen; </al><al>Veenendaal kiest er voor om een aantal gebieden
                                                welstandsvrij en welstandsluw te maken. In hoofdstuk
                                                2 wordt beschreven welke gebieden dit zijn en hoe
                                                dit wordt georganiseerd.</al></li><li nr="-"><al>Zichtbare koppeling van de beeldkwaliteitsplannen
                                                aan de welstandsnota; </al><al>Voor verschillende locaties in Veenendaal is de
                                                afgelopen jaren een beeldkwaliteitsplan opgesteld.
                                                Deze plannen zijn formeel gekoppeld aan de nota en
                                                zichtbaar gemaakt op de kaart.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>1.2</nr><titel>Doel van de welstandsnota en het –beleid</titel></kop><al>Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld
                                        vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke
                                        gebouwde omgeving behartigd dient te worden. De gevels van
                                        gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse
                                        leefomgeving van de inwoners. Dat betekent dat de
                                        verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de
                                        eigenaar alleen. Elke voorbijganger wordt ermee
                                        geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke,
                                        goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het
                                        onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het doel
                                        van het welstandsbeleid is om, in alle openheid, een
                                        bijdrage te leveren aan die dagelijkse leefomgeving, de
                                        schoonheid en de aantrekkelijkheid van Veenendaal.</al><al/><al>Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de
                                        welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het
                                        ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg
                                        daarin uiteen. Deze beleidsregels verschaffen de bouwende
                                        burger vooraf informatie en inzicht over de wijze waarop de
                                        welstandscommissie zijn bouwplan zal adviseren. De criteria
                                        die bij deze advisering een rol spelen, worden met deze nota
                                        meer geobjectiveerd en gemotiveerd. De bouwplanprocedure die
                                        uitmondt in een door het college van burgemeester en
                                        wethouders te verstrekken bouwvergunning, wordt daardoor
                                        beter voorspelbaar.</al><al/><al>Natuurlijk is hiermee niet alle weerstand tegen de
                                        overheidsinterventie bij bouwinitiatieven opgelost. Wel kan
                                        zo tegemoet gekomen worden aan de gerechtvaardigde eis van
                                        de burger om dit ingrijpen te onderbouwen en te legitimeren
                                        vanuit het algemeen belang en dit beleid vooraf kenbaar te
                                        maken. Daarmee is de belangrijkste doelstelling van de
                                        wijziging van de Woningwet voor wat betreft welstand,
                                        namelijk het creëren van een groter maatschappelijk
                                        draagvlak voor welstandszorg, binnen handbereik.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.3</nr><titel>WABO: wel/niet bouwvergunningplichtig</titel></kop><al>Per 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht van kracht. Ter bevordering op de
                                        dienstverlening van de overheid aan burgers en het
                                        bedrijfsleven worden de toestemmingen (vergunningen)
                                        samengevoegd die nodig zijn voor de burger of een bedrijf om
                                        op een bepaalde plek iets wil slopen, (ver)bouwen, oprichten
                                        of gaan gebruiken. De Wabo integreert hierbij ongeveer 25
                                        vergunningen, ontheffingen en meldingen tot één
                                        omgevingsvergunning.</al><al/><al>In de Wabo wordt het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangegeven
                                        als kader voor vergunningsvrij bouwen. Het Bor maakt hierbij
                                        onderscheid in bouwwerken die niet vergunningsplichtig zijn
                                        en bouwwerken die vergunningsvrij zijn mits deze voldoen aan
                                        de geldende planologische regelgeving. Voor dergelijke
                                        plannen is in het geheel geen vergunning en welstandstoets
                                        meer nodig. </al><al/><al>Met het introduceren van vergunningsvrije bouwwerken wil de
                                        wetgever eigenaren van woningen en panden meer vrijheid
                                        geven voor uitbreidingen aan en aanpassingen van hun woning.
                                        Alleen aan de achterkant van woningen zijn (bepaalde) kleine
                                        ingrepen dus vergunningsvrij. Achterliggende gedachte
                                        hiervan is dat de voorkant van woningen uit oogpunt van het
                                        gemeenschappelijk belang kwetsbaarder is. </al><al/><al>Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de
                                        reguliere vergunningplichtige bouwwerken als voor de
                                        zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die
                                        vergunningsplichtig zijn.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.4</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><al>De welstandsnota bestaat uit drie delen:</al><lijst><li nr="-"><al>Deel A Algemene Bepalingen;</al></li><li nr="-"><al>Deel B Algemene, gebiedsgerichte en objectgerichte
                                                criteria;</al></li><li nr="-"><al>Deel C Criteria voor veelvoorkomende kleine
                                                bouwwerken.</al></li></lijst><al/><al>In Deel A. staat informatie over hoe welstand in Veenendaal
                                        is georganiseerd. Er wordt onder andere ingegaan op de
                                        taakverdeling (wie doet wat) en het proces tot vaststelling
                                        van het beleid. </al><al/><al>Deel B. geeft een beschrijving van de verschillende in
                                        Veenendaal onderscheiden gebieden en geeft tevens voor elk
                                        van deze gebieden de geldende gebiedsgeriche criteria.
                                        Binnen de "groengebieden" heeft een aantal (complexen van)
                                        gebouwen dusdanig specifieke eigenschappen dat het toetsen
                                        aan gebiedsgerichte criteria weinig zinvol is. Voor deze
                                        gebieden zijn objectgerichte criteria opgesteld die zijn
                                        toegesneden op de specifieke eigenschappen van het bouwwerk.
                                        Ook deze staan in deel B. beschreven. </al><al>Voor een aantal gebieden in Veenendaal zijn
                                        beeldkwaliteitsplannen opgesteld. Deze zijn gekoppeld aan de
                                        Welstandsnota. De koppeling is opgenomen in deel B.</al><al/><al>Deel C. tenslotte geeft een overzicht van de criteria voor
                                        veel voorkomende kleine bouwplannen en aanvragen voor
                                        reclamevergunningen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2</nr><titel>Welstandsbeleid</titel></kop><structuurtekst><al/><al>In dit hoofdstuk beschrijven we het de relatie van het
                                    welstandsbeleid met andere beleidsterreinen en gaan we in op de
                                    vaststelling en evaluatie van het beleid, alsmede het
                                    handhavingsaspect. Allereerst beschrijven we de keuzes die
                                    gemaakt zijn voor de welstandsluwe en welstandsvrije gebieden in
                                    Veenendaal.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><nr>2.1</nr><titel>Keuzes in welstandsvrij en welstandsluw</titel></kop><al>De gemeente Veenendaal kiest ervoor om delen van de gemeente
                                        welstandsvrij welstandsluw te maken. Hieronder beschrijven
                                        we welke keuzes er gemaakt zijn op het gebied van
                                        welstandsvrij en welstandsluw bouwen en, hoe deze zijn
                                        verwerkt in de voorliggende nota.</al><al/><al> Gekozen is zowel welstandsvrij als welstandsluw bouwen
                                        mogelijk in een nieuw te ontwikkelen woongebied en als op
                                        bestaand bedrijventerreinen.</al><al/><al><onderstreept>Woongebieden</onderstreept></al><al>Het voornemen bestaat om in de nieuwbouwwijk Veenendaal-Oost
                                        een gebied aan te wijzen waar voor het welstandsaspect geen
                                        regels gelden (welstandsvrij) en een deelgebied aan te
                                        wijzen waar minder regels gelden (welstandsluw). Deze
                                        gebieden bevinden in het zuidelijk deel van Veenendaal-Oost;
                                        De Veenderij. </al><al/><al>De exacte begrenzing van de welstandsvrije en welstandsluwe
                                        gebieden wordt bepaald in het beeldkwaliteitsplan voor De
                                        Veenderij. Hier wordt ook in bepaald op welke wijze het
                                        begrip 'welstandsluw' invulling wordt geven.</al><al/><al><onderstreept>Bedrijventerreinen</onderstreept></al><al>De welstandstoets op bedrijventerreinen hoeft niet overal
                                        even streng te zijn. De bebouwing aan de randen, welke
                                        gericht is op de doorgaande wegen langs de
                                        bedrijventerreinen, is sterk bepalend voor de uitstraling
                                        van het bedrijventerrein. Voor een deel, langs de A12 en de
                                        Rondweg-Oost, is deze bebouwing ook bepalend voor de
                                        uitstraling van de stad Veenendaal. Daarom blijft voor deze
                                        bebouwing het reguliere welstandsbeleid van toepassing. Ook
                                        op het bedrijventerrein De Batterijen blijft het reguliere
                                        welstandsbeleid van kracht. Redenen hiervoor zijn het feit
                                        dat het gebied nog in ontwikkeling is en, de aanstaande
                                        verlegging van de provinciale weg. Met de verlegging van
                                        deze weg wordt het bedrijventerrein voor een groter deel
                                        bepalend voor de uitstraling van Veenendaal.</al><al/><al>Het middengebied van een bedrijventerrein is minder bepalend
                                        voor de uitstraling van het gebied. Daarom zijn hier
                                        mogelijkheden om het welstandsbeleid te versoepelen. Voor
                                        het bedrijventerrein Nijverkamp geldt dat er voornamelijk
                                        zwaardere bedrijven zijn gevestigd. Bij deze categorie
                                        bedrijven is de ruimtelijke uitstraling van minder
                                        essentieel belang dan bij lichtere bedrijven met een meer
                                        kantoorachtige uitstraling. Daarom is het middengebied van
                                        het bedrijventerrein Nijverkamp aangewezen als
                                        welstandsvrij. Voor de overige bedrijventerreinen geldt dat
                                        voor het middengebied een minder streng welstandsbeleid
                                        geldt. De beleidsregels voor welstand voor deze gebieden
                                        zijn verminderd. In de middengebieden wordt nog wel getoetst
                                        maar, aan minder criteria. De verantwoordelijkheid voor het
                                        ontwerp ligt hiermee meer bij de ondernemer. </al><al/><al>Zoals genoemd is de uitstraling naar buiten toe bepalend
                                        voor de keuze voor regulier of welstandsluw c.q.
                                        welstandsvrij. Daarom is op de locaties waar
                                        bedrijventerrein direct grenst aan woongebieden of
                                        buitengebied er voor gekozen het reguliere welstandstoezicht
                                        in stand te houden. Op locaties waar een oud lint de grens
                                        van het bedrijventerrein vormt (zoals bij de Munnikenweg,
                                        Stationsstraat) vormt de bebouwing van het lint de
                                        uitstraling naar buiten toe. Daarom is achter deze linten
                                        een lichter welstandsbeleid van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.2</nr><titel>Relatie met andere beleidsterreinen</titel></kop><al>Hierna wordt voor enkele relevante beleidsterreinen de
                                        relatie met het welstandsbeleid aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.2.1</nr><titel>Ruimtelijk beleid</titel></kop><al>In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie
                                            tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang.
                                            Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het
                                            ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor
                                            een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het
                                            bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door
                                            welstandscriteria worden tegengehouden. De
                                            architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten
                                            de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief
                                            door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen
                                            waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus
                                            invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het
                                            welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen
                                            invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie
                                            waarin een bouwplan in overeenstemming is met het
                                            bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens
                                            ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief
                                            welstandsadvies worden gegeven als de gekozen
                                            stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk
                                            afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het
                                            betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de
                                            welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.2.2</nr><titel>Monumentenbeleid en cultuurhistorie</titel></kop><al>Welstand Monumenten Midden Nederland (WMMN) adviseert
                                            aan Burgemeester en wethouders over de monumenten. Dit
                                            betreft onder andere de planbeoordelingen voor
                                            wijzigingen aan rijks- en gemeentelijke monumenten. De
                                            monumentencommissie adviseert verder over allerlei
                                            beleidszaken met betrekking tot de gemeentelijke
                                            monumentenzorg. Ook is voor de commissie een belangrijke
                                            taak weggelegd in het selecteren en beoordelen van
                                            potentiële panden voor de gemeentelijke
                                            monumentenlijst.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.3</nr><titel>Vaststelling en evaluatie van het welstandsbeleid</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><nr>2.3.1</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><al>De gemeenteraad van Veenendaal stelt het welstandsbeleid
                                            vast. Na vaststelling van de welstandsnota door de
                                            gemeenteraad kan de welstandsbeoordeling alleen nog maar
                                            worden gebaseerd op de criteria die in de welstandsnota
                                            zijn genoemd. De criteria in de welstandsnota moeten zo
                                            concreet mogelijk zijn en zo veel mogelijk zijn
                                            toegespitst op het individuele bouwwerk en specifieke
                                            aspecten van het bouwwerk.</al><al/><al>De welstandscriteria vormen een stelsel van
                                            beleidsregels waarbinnen burgemeester en wethouders het
                                            welstandstoezicht moeten uitvoeren. Dit geeft onder meer
                                            de mogelijkheid om de welstandscriteria per gebied op
                                            maat te snijden. Het blijft bij het welstandstoezicht
                                            gaan om redelijke eisen van welstand, maar de vraag wat
                                            precies 'redelijk' is, wordt per gebied ingevuld.</al><al/><al><onderstreept>Inwerkingtreding en
                                                overgangsregeling</onderstreept></al><al>De Welstandsnota treedt in werking op de dag na
                                            publicatie van deze nota. Aanvragen om bouwvergunning
                                            welke zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze
                                            nota, maar waar op deze dag nog niet op is beslist,
                                            worden behandeld op basis van de voorliggende nota.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.3.2</nr><titel>Evaluatie en aanpassingen</titel></kop><al>Het voornemen is de welstandsnota vierjaarlijks te
                                            evalueren. Afhankelijk van de uitkomsten van de
                                            evaluatie kan beslist worden of en op welke onderdelen
                                            aanpassing van de nota noodzakelijk is. </al><al/><al>Daarnaast zal meermalen besloten moeten worden over een
                                            aanvulling van de nota. Dit in verband met de koppeling
                                            van de nieuwe beeldkwaliteitsplannen. Gemiddeld eenmaal
                                            per jaar wordt er een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor
                                            een (nieuw te ontwikkelen) gebied in Veenendaal.
                                            Koppeling van het beeldkwaliteitsplan aan de
                                            welstandsnota is noodzakelijk om het beeldkwaliteitsplan
                                            als een formeel toetsingskader te kunnen gebruiken. De
                                            koppeling aan de nota leidt tot een aanpassing van de
                                            nota, namelijk een uitbreiding van deel B. waarin de
                                            beeldkwaliteitsplannen zijn opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.4</nr><titel>Handhaving welstandstoezicht</titel></kop><al>De gemeente geeft met deze welstandsnota regels voor het
                                        welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving
                                        daarvan. De gemeente Veenendaal heeft een integraal
                                        handhavingsbeleid. De handhaving van het aspect welstand is
                                        onderdeel van dit beleid. </al><al/><al>Onderdeel van het integrale handhavingsbeleid is de volgende
                                        strategie: Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen
                                        bouwvergunning is aangevraagd of als het bouwwerk na
                                        realisering afwijkt van de tekeningen waarop de
                                        bouwvergunning is afgegeven, krijgt de eigenaar de
                                        gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning aan te
                                        vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als deze
                                        bouwvergunning moet worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege
                                        een negatief welstandsadvies, dan zal de eigenaar de
                                        situatie moeten veranderen. Burgemeester en wethouders
                                        kunnen dan degene die tot het opheffen van de situatie
                                        bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepalen
                                        termijn de strijdigheid op te heffen.</al><al/><al>Ook ten aanzien van bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning
                                        hoeft te worden aangevraagd, kan indien sprake is van
                                        ernstige mate van strijdigheid met redelijk eisen van
                                        welstand tot aanschrijving worden besloten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3</nr><titel>Welstandsadvisering</titel></kop><artikel><kop><nr>3.1</nr><titel>Wie doet wat?</titel></kop><al>Bij de opstelling, vaststelling en uitvoering van het
                                        welstandsbeleid zijn verschillende partijen betrokken. De
                                        drie belangrijkste worden hierna besproken.</al><al/><al><onderstreept>Gemeenteraad </onderstreept></al><al>De gemeenteraad is verantwoordelijk voor de kaderstelling
                                        binnen welstand. De raad stelt het beleid voor welstand
                                        vast. Dit kan in de vorm van een welstandsnota maar ook in
                                        de vorm van beeldkwaliteitsplannen welke aan de
                                        welstandsnota gekoppeld worden.</al><al/><al><onderstreept>Burgemeester en wethouders
                                        </onderstreept></al><al>Het college van burgemeester en wethouders geeft uitvoering
                                        aan het welstandsbeleid. De belangrijkste activiteit in dit
                                        verband omvat de verantwoordelijkheid voor de afgifte van
                                        omgevingsvergunningen. Burgemeester en wethouders hebben
                                        hierbij een eigen verantwoordelijkheid voor het oordeel over
                                        welstand. Alle aanvragen voor een omgevingsvergunning worden
                                        voor advies voorgelegd aan de welstandscommissie. </al><al/><al><onderstreept>Welstandscommissie </onderstreept></al><al>De gemeente Veenendaal is aangesloten bij
                                        Welstand en Monumenten Midden Nederland (WMMN). Voor de WMMN
                                        is een gemeenschappelijke regeling afgesloten waarin ook
                                        Veenendaal participeert. De WMMN verzorgt de
                                        welstandsadvisering van 29 gemeenten in de provincie
                                        Utrecht; waaronder in Veenendaal. </al><al/><al>In de gemeentelijke Bouwverordening is een reglement van
                                        orde opgenomen omtrent welstand. Dit reguleert onder andere
                                        de samenstelling en benoeming, de taakomschrijving en de
                                        werkwijze van de commissie. </al><al/></artikel><artikel><kop><nr>3.2</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De aanvrager van een bouwvergunning en de ontwerper van het
                                        bouwplan hebben voor de behandeling van het bouwplan recht
                                        op een inzichtelijke, vlotte procedure. Een procedure die
                                        evenwel rekening houdt met zowel het privé- als het
                                        gemeenschapsbelang.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2.1</nr><titel>Indienen van een plan</titel></kop><al>Bij de indiening van een plan zal informatie verschaft
                                            worden over de tijd en plaats waarop het plan voorgelegd
                                            zal worden aan de welstandscommissie. Als de aanvrager
                                            niet bekend is met de criteria en het beoordelingskader
                                            voor zijn bouwplan, dan zal hij/zij daarvan in kennis
                                            worden gesteld.</al><al/><al>Indien gewenst kunnen de aanvrager en/of de ontwerper
                                            bij de gemandateerde(n) of in de regiocommissie een
                                            toelichting geven op hun plan. Hiertoe wordt een
                                            afspraak gemaakt met de ambtenaar van Veiligheid en
                                            Handhaving. Indien het een afspraak betreft voor de
                                            commissie, dan wordt dit doorgegeven aan het
                                            secretariaat van de commissie die de afspraak
                                            afhandelt.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2.2</nr><titel>Vooroverleg en preadvies</titel></kop><al><cursief>Vooroverleg </cursief></al><al>De gemeente biedt aanvragers en ontwerpers de
                                            mogelijkheid om, voorafgaand aan de formele
                                            bouwvergunningaanvraag, vooroverleg te plegen met de
                                            welstandscommissie over de interpretatie van de
                                            welstandscriteria in het concrete geval van hun
                                            bouwplan. Hiertoe kan een concept aanvraag worden
                                            ingediend via het Omgevingsloket. Het vooroverleg met de
                                            welstandscommissie kan pas starten, nadat duidelijkheid
                                            bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het
                                            plan (oftewel: past het in het vigerende
                                            bestemmingsplan). Omdat het vooroverleg diep kan
                                            ingrijpen in de planontwikkeling moet het met de nodige
                                            waarborgen worden omgeven.</al><al/><al>Ook tijdens het vooroverleg moet de kwaliteit van het
                                            aangeleverde materiaal een goed beeld geven van het plan
                                            en de relatie met de omgeving. De welstandscommissie kan
                                            zich een goed oordeel vormen als de volgende zaken
                                            worden aangeleverd: situatieschets inclusief
                                            aansluitende terreinen (minimaal schaal 1:1000), foto's
                                            van de bestaande situatie en de omgeving, bij
                                            verbouwingsplannen tevens schetsen van bestaande
                                            plattegronden, doorsneden en gevelaanzichten (minimaal
                                            schaal 1:100). Bij grote projecten kan de
                                            welstandscommissie een werkmaquette van het bouwwerk en
                                            zijn omgeving vragen om de schaal en massa te kunnen
                                            beoordelen.</al><al/><al>Op verzoek van de aanvrager kan dit overleg achter
                                            gesloten deuren plaatsvinden. De aanvrager dient deze
                                            wens bij het college van burgemeester en wethouders
                                            kenbaar te maken.</al><al/><al><cursief>Preadvies</cursief></al><al>In afwachting van de verdere ontwikkelingen
                                            van het plan wordt met een preadvies verslag uitgebracht
                                            van het vooroverleg en eventueel gemaakte afspraken
                                            vastgelegd. Op deze wijze wordt zorg gedragen voor een
                                            goede verslaglegging en een consistente advisering in
                                            alle planfasen.</al><al/><al>Indien in het vooroverleg een plan ter sprake komt dat
                                            afwijkt van de welstandscriteria, zoals opgenomen in de
                                            welstandsnota, maar niettemin voldoet aan redelijke
                                            eisen van welstand volgens de algemene criteria, dan zal
                                            dit expliciet in het preadvies worden vermeld. Het
                                            college van burgemeester en wethouders kan zich daar
                                            eveneens tijdig een zelfstandig oordeel over vormen. Op
                                            verzoek van de opdrachtgever kan dit overleg achter
                                            gesloten deuren plaatsvinden. De opdrachtgever dient
                                            deze wens bij het college van burgemeester en wethouders
                                            kenbaar te maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>3.2.3</nr><titel>Advies van de welstandscommissie</titel></kop><al>Het advies van de welstandscommissie aan burgemeester en
                                            wethouders wordt altijd schriftelijk uitgebracht. Het
                                            geeft aan of 'het uiterlijk en de plaatsing van een
                                            bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in
                                            verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling
                                            daarvan' (artikel 12, lid 1 Ww) niet is strijd is met
                                            redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan
                                            de hand van de criteria, zoals opgenomen in de
                                            welstandsnota. Alle adviezen, behoudens het positieve
                                            advies, worden schriftelijk gemotiveerd. De positieve
                                            adviezen worden gemotiveerd op verzoek van het college
                                            of indien daar vanuit andere overwegingen aanleiding toe
                                            is. Een behandeling van een plan in de commissies kan de
                                            volgende uitkomsten hebben:</al><lijst><li nr="-"><al>Niet strijdig </al><al>De welstandscommissie adviseert positief aan
                                                  burgemeester en wethouders, omdat het plan volgens
                                                  de van toepassing zijnde welstandscriteria niet
                                                  strijdig is met redelijke eisen van welstand.
                                                  Desgewenst motiveert de commissie haar advies
                                                  schriftelijk. Eventueel geeft de commissie nog
                                                  suggesties om het plan te verbeteren. Formeel
                                                  gezien is het bouwplan dan echter akkoord.</al></li><li nr="-"><al>Niet strijdig mits </al><al>De welstandscommissie adviseert niet strijdig
                                                  met een 'mits' aan burgemeester en wethouders. Dit
                                                  gebeurt als het plan volgens de van kracht zijnde
                                                  welstandscriteria niet strijdig is met redelijke
                                                  eisen van welstand, maar er uit oogpunt van
                                                  welstand nog een bepaald onderdeel ontbreekt.
                                                  Formeel gezien is het bouwplan daarmede niet
                                                  strijdig. Het gebruik van 'mits' wordt in de
                                                  praktijk in enkele gevallen gehanteerd om
                                                  aanvullende bemonstering in een later stadium af
                                                  te spreken of een nadere detailtekening te
                                                  leveren. 'Mits' is bedoeld om de planprocedure
                                                  niet onnodig op te houden. 'Mits' kan niet worden
                                                  opgenomen als voorwaarde in de
                                                  bouwvergunning.</al></li><li nr="-"><al>Strijdig </al><al>De welstandscommissie is van oordeel dat het
                                                  bouwplan strijdig is met redelijke eisen van
                                                  welstand. Dit zal de commissie over het algemeen
                                                  vertalen in een negatief welstandsadvies. Een
                                                  negatief welstandsadvies betekent dat een bouwplan
                                                  ingrijpend moet worden gewijzigd. Adviseert de
                                                  commissie negatief, dan geeft ze een nauwkeurige
                                                  schriftelijke motivering. Deze bevat een korte
                                                  omschrijving van het ingediende plan, een
                                                  verwijzing naar de van toepassing zijnde
                                                  welstandscriteria en een samenvatting van de
                                                  beoordeling van het plan op die punten. Een
                                                  negatief advies wordt voor licht
                                                  vergunningplichtige bouwaanvragen in verband met
                                                  de korte procedure veelal verstrekt door het
                                                  gemandateerde commissielid. Voor reguliere
                                                  bouwaanvragen wordt in principe de aanvrager
                                                  vooraf op de hoogte gesteld van de opvatting van
                                                  de commissie. Het schriftelijke advies aan
                                                  burgemeester en wethouders is in dat geval niet
                                                  meer dan een bevestiging van hetgeen met de
                                                  aanvrager besproken is. Een enkele keer kan de
                                                  welstandscommissie ondanks strijdigheid met de
                                                  welstandscriteria toch tot een positief
                                                  welstandsadvies komen. Bij afwijkingen van de
                                                  criteria zal een positief welstandsadvies voorzien
                                                  moeten zijn van een motivatie. Afwijkingen dienen
                                                  een positieve bijdrage te leveren aan de
                                                  ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Strijdig tenzij </al><al>De commissie is van oordeel dat het bouwplan
                                                  strijdig is met redelijke eisen van welstand uit
                                                  de gemeentelijke welstandsnota. De strijdigheid is
                                                  beperkt en is in goed overleg met de aanvrager
                                                  vastgesteld. De strijdigheid wordt nauwkeurig
                                                  geformuleerd. Burgemeester en wethouders kunnen
                                                  deze, om redenen van efficiency, als voorwaarden
                                                  opnemen in de bouwvergunning. 'Strijdig tenzij'
                                                  wordt zelden benut.</al></li><li nr="-"><al>Aanhouden </al><al>Binnen de wettelijke beslistermijnen kan de
                                                  welstandscommissie het welstandsadvies aanhouden,
                                                  indien meer informatie of een toelichting van de
                                                  ontwerper wenselijk is. De aangestelde ambtenaar
                                                  is verantwoordelijk voor het aanleveren van de
                                                  gevraagde gegevens of het maken van
                                                  afspraken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>3.2.4</nr><titel>Afwijken van criteria door de welstandscommissie</titel></kop><al>De welstandscommissie kan bij haar advisering afwijken
                                            van de welstandscriteria. Dit kan gebeuren op basis van
                                            een gemotiveerd positief welstandsadvies bij plannen die
                                            weliswaar strijdig zijn met enige welstandscriteria,
                                            maar niet strijdig zijn met redelijke eisen van
                                            welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de
                                            algemene aspecten van welstandstoetsing. Deze afwijking
                                            wordt in de beslissing op de aanvraag van de
                                            bouwvergunning eveneens gemotiveerd. Afwijkingen van het
                                            beleid vragen om een bestuurlijk draagvlak. Wanneer de
                                            welstandscommissie voor een bepaald plan aanleiding ziet
                                            tot afwijken van het beleid, zal zij het college van
                                            Burgemeester en wethouders in haar advies daarover
                                            informeren. Het ligt voor de hand om afwijkingen van
                                            structurele aard jaarlijks bij de evaluatie in de nota
                                            te verwerken.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2.5</nr><titel>Besluit van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in
                                            principe het advies van de welstandscommissie. Zodra het
                                            advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
                                            Burgemeester en wethouders bij de aanvraag om een
                                            bouwvergunning gevoegd. Burgemeester en wethouders
                                            volgen niet altijd het advies van de commissie. De
                                            volgende uitzonderingen zijn mogelijk.</al><al/><al><cursief>Afwijken van het advies op inhoudelijke grond
                                            </cursief></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen op
                                            inhoudelijke grond afwijken van het advies van de
                                            welstandscommissie in twee gevallen. Ten eerste indien
                                            zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de
                                            van toepassing zijnde criteria niet juist heeft
                                            geïnterpreteerd en ten tweede indien de commissie naar
                                            hun oordeel niet de juiste criteria heeft
                                            toegepast.</al><al/><al>Als burgemeester en wethouders bij een reguliere
                                            bouwvergunningaanvraag op inhoudelijke grond tot een
                                            ander oordeel komen dan de welstandscommissie, staan
                                            twee mogelijkheden ter beschikking. Enerzijds kunnen
                                            burgemeester en wethouders de commissie vragen om een
                                            heroverweging. Dit gebeurt in incidentele gevallen
                                            waarbij aanvullende planinformatie beschikbaar komt.
                                            Anderzijds kunnen zij, voordat het besluit op de
                                            vergunningaanvraag wordt genomen, binnen de daarvoor
                                            geldige afhandelingstermijn een second-opinion aanvragen
                                            bij een andere onafhankelijke adviescommissie. Het
                                            advies van deze tweede commissie speelt een zware rol
                                            bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en
                                            wethouders. Indien het advies van de reguliere commissie
                                            en de second-opinion tegengesteld zijn en burgemeester
                                            en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het
                                            advies van de reguliere welstandscommissie, wordt dit in
                                            de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning
                                            gemotiveerd. De reguliere welstandscommissie wordt
                                            hiervan op de hoogte gesteld.</al><al/><al><cursief>Hardheidsclausule </cursief></al><al>De mogelijkheid voor burgemeester en
                                            wethouders om af te wijken van vastgestelde
                                            welstandscriteria wordt aangeduid als de
                                            hardheidsclausule. Het is ondoenlijk om een limitatieve
                                            opsomming in de welstandsnota op te nemen, wanneer de
                                            hardheidsclausule van toepassing zou kunnen worden
                                            verklaard. Het is beter om de objectiviteit die nodig is
                                            bij het hanteren van de hardheidsclausule als volgt neer
                                            te leggen in een zorgvuldige procedure. Het college van
                                            burgemeester en wethouders dient daarbij per
                                            behandelingsaspect te motiveren waarom afwijking van het
                                            gestelde criterium verantwoordelijk wordt geacht.</al><al/><al>Daarbij wordt voor toepassing van de hardheidsclausule
                                            de volgende algemene formulering gehanteerd: "Het
                                            uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of
                                            standplaats is (niet) in strijd met redelijke eisen van
                                            welstand - beoordeeld naar de criteria verwoord in de
                                            door de gemeente vastgestelde welstandsnota - indien
                                            burgemeester en wethouders daartoe op basis van een
                                            gemotiveerd advies besluiten". Deze casus kan zich
                                            voordoen wanneer het bouwplan in enge zin voldoet aan de
                                            gestelde criteria (sneltoets- en gebiedsgerichte), maar
                                            nader gewogen strijdig is met redelijke eisen van
                                            welstand. Of wanneer het bouwplan in enge zin niet
                                            voldoet aan de gestelde criteria (sneltoets- en
                                            gebiedsgerichte).</al><al/><al><cursief>Afwijken van het advies om andere redenen
                                            </cursief></al><al>Ook al is een bouwplan in strijd met redelijke
                                            eisen van welstand, mogen burgemeester en wethouders de
                                            bouwvergunning verlenen. Dit mag, indien zij van oordeel
                                            zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van
                                            economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking
                                            wordt in de beslissing op de aanvraag van de
                                            bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt
                                            hiervan op de hoogte gesteld. Burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente zullen uiterst terughoudend zijn met het
                                            gebruik van deze mogelijkheid, omdat de ruimtelijke
                                            kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan
                                            economische of maatschappelijke belangen.</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>3.2.6</nr><titel>Aanvullend advies</titel></kop><al>Als er na een advisering een gesprek in de
                                            welstandscommissie volgt, dan wordt het verslag van dit
                                            gesprek als aanvullend op het eerdere advies gegeven.
                                            Een aanvullend advies zal ook gegeven worden, als het
                                            college om een nadere motivering of schriftelijke
                                            toelichting op het eerdere advies verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2.7</nr><titel>Gefaseerde bouwaanvraag</titel></kop><al>Het vergunningplichtige bouwwerk wordt opnieuw aan de
                                            welstandscommissie ter advisering voorgelegd, als deze
                                            bij de indiening in de tweede fase afwijkt van de
                                            criteria waarop in de eerste fase streng en kritisch
                                            getoetst is. Indien het plan afwijkt van de criteria
                                            waarop het bouwplan getoetst is, gaat het bouwplan terug
                                            naar diegene die het plan oorspronkelijk heeft getoetst
                                            aan redelijke eisen van welstand.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.2.8</nr><titel>Bezwarenprocedure</titel></kop><al>Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar indienen
                                            tegen de beslissing van burgemeester en wethouders op de
                                            aanvraag van een bouwvergunning. Belanghebbenden zijn in
                                            de regel de vergunningaanvrager en de direct omwonenden.
                                            In de bezwaarschriftprocedure heroverwegen burgemeester
                                            en wethouders het besluit. Belanghebbenden worden in dat
                                            geval uitgenodigd om tijdens een hoorzitting hun
                                            standpunten nader toe te lichten. Binnen tien weken
                                            nemen burgemeester en wethouders daarna een beslissing
                                            op het bezwaar. De belanghebbenden die het met de
                                            heroverweging niet eens zijn, kunnen hiertegen in beroep
                                            gaan.</al><al/><al>Als een bezwaar te maken heeft met het welstandsoordeel,
                                            richt de belanghebbende zich dus nadrukkelijk op het
                                            oordeel van burgemeester en wethouders en niet op het
                                            advies van de welstandscommissie. Dat is immers alleen
                                            een advies aan burgemeester en wethouders. De
                                            welstandscommissie zelf kent daarom geen
                                            bezwaarprocedure voor belanghebbenden. Natuurlijk kunnen
                                            de ontwerper en eventueel de aanvrager de
                                            welstandscommissie wel een toelichting op een
                                            uitgebracht advies vragen. Na hoor en wederhoor kan de
                                            welstandscommissie het advies herzien, als zij daartoe
                                            aanleiding ziet. Deze herziening wordt in het advies
                                            gemotiveerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><nr>3.3</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><al>Zowel de vergadering van de welstandscommissie als het
                                        lokale gemandateerdenoverleg (beraadslagingen en
                                        beoordeling) vindt in openbaarheid plaats. Plaats en
                                        tijdstip van de vergadering van de welstandscommissie dient
                                        tijdig bekend gemaakt te worden, bijvoorbeeld in een dag- of
                                        huis-aan-huisblad. </al><al/><al>Indien Burgemeester en wethouders, al dan niet op verzoek
                                        van de aanvrager, een verzoek doen tot niet-openbare
                                        behandeling, dan dienen Burgemeester en wethouders daaraan
                                        klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet
                                        Openbaarheid van Bestuur ten grondslag te leggen. Indien de
                                        openbare behandeling van een plan niet gewenst is, dan wordt
                                        dit gelijktijdig met de aanbieding van de overige
                                        plangegevens en tekeningen schriftelijk bekend gemaakt aan
                                        de gemandateerde architect. Belanghebbenden (aanvrager en
                                        ontwerper) kunnen op verzoek in gelegenheid worden gesteld
                                        om zowel lokaal bij de gemandateerde als in de commissie een
                                        toelichting te geven op hun plan of een toelichting te
                                        verkrijgen op het advies. Zij kunnen hiertoe een afspraak
                                        maken via respectievelijk de medewerker bouwzaken en
                                        bestemmingsplannen en het secretariaat van de
                                        welstandscommissie. De betreffende belanghebbenden dienen
                                        een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de
                                        commissie waarin de aanvraag wordt behandeld.</al><al/><al>Belangstellenden kunnen de vergadering van de commissie
                                        bijwonen. Zij hoeven daarvoor geen afspraak te maken.
                                        Belangstellenden hebben geen spreekrecht. De
                                        welstandscommissie wordt immers gevraagd om een
                                        onafhankelijk en deskundig advies aan burgemeester en
                                        wethouders, binnen het democratisch vastgestelde kader van
                                        de welstandsnota. In zeer bijzondere situaties kunnen
                                        burgemeester en wethouders de welstandscommissie vragen om
                                        belangstellenden te horen, voorafgaand aan de
                                        planbeoordeling. In situaties waarbij een uitzonderlijk
                                        grote publieke belangstelling wordt verwacht, kan de
                                        gemeente die gebruik maakt van een commissie die voor
                                        meerdere gemeenten actief is, verzoeken om een speciale
                                        vergadering van de welstandscommissie in het gemeentehuis te
                                        laten plaatsvinden. Een dergelijk verzoek wordt minimaal een
                                        week van tevoren met de gemandateerde architect besproken en
                                        georganiseerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4</nr><titel>Toetsing aan welstandscriteria</titel></kop><artikel><kop><nr>4.1</nr><titel>Wettelijke basis van het welstandsadvies</titel></kop><al>Het formuleren van de aspecten en de daarbij behorende
                                        criteria waarop een plan beoordeeld wordt tezamen met het
                                        vaststellen van de beleidsambitie voor specifieke gebieden,
                                        zal moeten leiden tot meer objectiviteit en een duidelijk
                                        toetsingskader voor de welstandscommissie. Voor de burger
                                        ontstaat hiermee meer inzicht in de welstandstoetsing en
                                        vooraf meer zekerheid over de haalbaarheid van zijn plannen.
                                        De duidelijkheid die ontstaat met het vaststellen van de
                                        beoordelingsaspecten en -criteria, en de openbare
                                        besluitvorming die daaraan ten grondslag ligt, moeten de
                                        welstandstoetsing een groter maatschappelijk draagvlak
                                        geven. </al><al/><al>De wettelijke basis van het welstandsadvies is verankerd in
                                        artikel 12 van de Woningwet 2003. Dit artikel luidt: "Het
                                        uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats,
                                        zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te
                                        verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn
                                        met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de
                                        criteria, bedoeld in artikel 12a, lid 1, onderdeel a".
                                        Hieronder wordt artikel 12 toegelicht.</al><al/><al><cursief>"uiterlijk en plaatsing" </cursief></al><al>Er dient niet alleen te worden gekeken naar de
                                        vormgeving van het object, maar ook naar de situering: Staat
                                        het op logische wijze op de kavel gesitueerd? Past de
                                        plaatsing van het object in deze omgeving of in de
                                        ontwikkeling van die omgeving?</al><al/><al><cursief>"bouwwerk of standplaats"</cursief></al><al>Bij woonwagens is geen sprake van een bouwwerk in de zin van
                                        de Woningwet. Toch is het plaatsen van een woonwagen van
                                        invloed op de welstand. Daarom is 'standplaats' aan het
                                        artikel toegevoegd. De situering en de inrichting van
                                        bijvoorbeeld een woonwagen, zijnde een standplaats, vallen
                                        door deze formulering toch binnen de reikwijdte van het
                                        welstandsadvies.</al><al/><al><cursief>"op zichzelf, in verband met de omgeving en de te
                                            verwachten ontwikkeling daarvan"</cursief></al><al>De kern van welstandszorg ligt in het feit dat bouwen een
                                        maatschappelijke daad is die het leven van anderen, de leef-
                                        en werkomgeving, beïnvloedt. Het particuliere belang kruist
                                        in Nederland vrijwel altijd het algemene of maatschappelijke
                                        belang. Elke burger mag van de overheid verwachten dat zij
                                        een zorgvuldige afweging van belangen maakt bij het verlenen
                                        van vergunningen. Het is in het algemeen belang dat onze
                                        leef- en werkomgeving een verzorgd en samenhangend karakter
                                        vertoont. Vandaar dat de welstandsadvisering zich niet kan
                                        beperken tot de verschijningsvorm van het bouwwerk op zich,
                                        maar ook de relatie van dat bouwwerk met zijn omgeving dient
                                        te onderzoeken. De invloed van bouwen op de omgeving is
                                        bovendien vrijwel altijd van lange duur. Het is daarom ook
                                        belangrijk een inschatting te maken van de te verwachten
                                        ontwikkelingen van de omgeving. Ook de samenhang van
                                        verschillende bouwplannen onderling moet kunnen worden
                                        beoordeeld. Deze plannen vormen immers elkaars toekomstige
                                        omgeving.</al><al/><al><cursief>"redelijke eisen van welstand"</cursief></al><al>Met "redelijk" bedoelt de wetgever aan te geven dat plannen
                                        getoetst worden op eisen die men redelijkerwijs mag
                                        verwachten. Redelijk is dus geen absoluut begrip en heeft
                                        niet de betekenis van "gemiddeld". Het is afhankelijk van de
                                        omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan, of de
                                        eisen hoog, gemiddeld of laag zullen zijn. Zoals ook
                                        verderop in de tekst zal worden uitgelegd, kan van een plan
                                        dat zich onderscheidt van zijn omgeving in redelijkheid
                                        verwacht worden dat het aan hoge architectonische en
                                        stedenbouwkundige eisen voldoet. Het ambitieniveau wordt
                                        door de ontwikkelaars van het bouwplan zelf immers al hoog
                                        gelegd.</al><al/><al><cursief>"beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel
                                            12a, lid 1, onderdeel a"</cursief> Deze zinsnede is
                                        toegevoegd aan de oorspronkelijke wetstekst, en vormt de
                                        basis voor deze welstandsnota. Gemeenten worden hiermee
                                        verplicht de criteria voor de welstandsadvisering vast te
                                        leggen in een gemeentelijke beleidsnota. Artikel 12 a, lid
                                        1, onderdeel a luidt immers: "De gemeenteraad stelt een
                                        welstandsnota vast inhoudende beleidsregels waarin in ieder
                                        geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en
                                        wethouders toepassen bij hun beoordeling of het uiterlijk en
                                        de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarop de
                                        aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd is
                                        met redelijke eisen van welstand".</al><al/><al><cursief>Uitsluiting van welstandstoezicht </cursief></al><al>Indien de gemeenteraad op grond van artikel 12 Ww
                                        het voornemen heeft een gebied binnen de gemeente Veenendaal
                                        of een categorie bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten
                                        van welstandstoezicht, dan neemt de raad dat besluit pas,
                                        nadat:</al><lijst><li nr="-"><al>op het voornemen inspraak is verleend conform de
                                                vastgestelde gemeente inspraakverordening;</al></li><li nr="-"><al>het advies van de welstandscommissie is
                                                ingewonnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>4.2</nr><titel>Een samenhangend stelsel van criteria</titel></kop><al>In principe kan elke gemeente zijn eigen welstandscriteria
                                        hanteren, zolang dit wordt gedragen door de gemeenteraad.
                                        Als het gaat om de karakteristieken die de gemeente haar
                                        eigen identiteit verlenen, is dat een goede zaak. Een groot
                                        deel van het grondgebied omvat echter ook bebouwing zonder
                                        specifiek plaatselijke kenmerken, maar met meer
                                        regio-gebonden kenmerken (bijvoorbeeld de
                                        nederzettingsstructuur). Voorts bestaat het bouwen in
                                        Nederland voor een groot deel uit (standaard-) objecten:
                                        kleine gebouwen, verbouwingen en uitbreidingen, waarvoor een
                                        maatschappelijk geaccepteerd scala aan oplossingen en vormen
                                        is ontwikkeld, en waarvoor objectieve, meetbare criteria op
                                        te stellen zijn. Met het oog op het bovenstaande is het dus
                                        logisch dat de welstandsnota niet bestaat uit één soort
                                        criterium, maar uit een samenhangend stelsel van
                                        uiteenlopende criteria. Er is een onderscheid te maken in de
                                        volgende hoofdgroepen:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene aspecten van welstandstoetsing (algemene
                                                criteria);</al></li><li nr="-"><al>gebiedsgerichte welstandscriteria;</al></li><li nr="-"><al>welstandscriteria voor specifieke objecten
                                                (objectgerichte criteria);</al></li><li nr="-"><al>welstandscriteria voor veel voorkomende kleine
                                                bouwplannen (sneltoetscriteria).</al></li></lijst><al/><al><cursief>Algemene criteria </cursief></al><al>Algemene criteria liggen (vaak onzichtbaar) ten grondslag
                                        aan alle welstandsadviezen van Burgemeester en wethouders en
                                        de welstandscommissie, deze criteria vormen als het ware de
                                        basis van de welstandsadvisering. Ook worden de algemene
                                        criteria gebruikt in bijzondere situaties wanneer de
                                        gebiedsgerichte, de objectgerichte of de sneltoetscriteria
                                        ontoereikend zijn: dit kan bijvoorbeeld het geval zijn
                                        wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige
                                        omgeving maar door bijzondere schoonheid of
                                        verschijningsvorm wél bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit
                                        van de omgeving, kan worden teruggegrepen op de algemene
                                        welstandscriteria. De welstandscommissie kan Burgemeester en
                                        wethouders in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk
                                        adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en
                                        objectgerichte welstandscriteria. In praktijk betekent dit
                                        dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene
                                        welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere
                                        schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan
                                        worden aangetoond. Het niveau van 'redelijke eisen van
                                        welstand' ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk
                                        dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en
                                        het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich
                                        sterker van zijn omgeving onderscheidt. In Deel B volgt een
                                        uitgebreide beschrijving van de algemene criteria.</al><al/><al><cursief>Gebiedsgerichte criteria </cursief></al><al>Gebiedsgerichte criteria zijn, zoals de term al
                                        aangeeft wel gekoppeld aan specifieke gebieden. Door middel
                                        van gebiedsgerichte criteria worden de maten, marges of
                                        hoedanigheid van het planaspect vergeleken met de
                                        gebiedskarakteristiek of de beeldkwaliteitseisen. Elk gebied
                                        kent een vastgesteld welstandsniveau op basis waarvan
                                        beoordeeld wordt. In Deel B zullen de gebiedscriteria nader
                                        aan de orde komen.</al><al/><al><cursief>Objectgebonden criteria </cursief></al><al>Objectgebonden criteria zijn criteria voor veel voorkomende
                                        bijzondere gebouwen. Voorbeelden zijn streekgebonden
                                        gebouwen en voor een regio karakteristieke boerderijen. In
                                        Deel B wordt nader ingegaan op de objectgebonden
                                        criteria.</al><al/><al><cursief>Sneltoetscriteria </cursief></al><al>Sneltoetscriteria zijn niet gebiedsgebonden en zijn te
                                        kenmerken als gestandaardiseerde welstandscriteria voor veel
                                        voorkomende kleine bouwplannen, als dakkapellen, aan- en
                                        uitbouwen, bijgebouwen etc. De sneltoetscriteria zijn sterk
                                        toegesneden op woningbouw, in woongebieden waarbij eenheid
                                        in de hele wijk wordt nagestreefd. Verwacht wordt dat deze
                                        criteria in elk geval geen bezwaren opleveren. In Deel C
                                        zullen deze nader gespecificeerd worden.</al></artikel><artikel><kop><nr>4.3</nr><titel>Monumenten en welstandscriteria</titel></kop><al>Voor bouwplannen op, aan of nabij monumenten vormt de
                                        redengevende beschrijving van het monument het
                                        welstandscriterium. Monumenten vormen niet zelden een
                                        uitzondering in hun omgeving. Ze hebben vaak specifieke
                                        vorm- en stijlkenmerken die afwijken van de
                                        gebiedskarakteristiek.</al><al/><al>Voor monumenten geldt dat kleine bouwplannen die normaal
                                        gesproken vergunningvrij zijn en dus preventief niet
                                        getoetst worden aan redelijke eisen van welstand, vooraf wel
                                        getoetst worden door de monumentencommissie (WMMN).</al></artikel><artikel><kop><nr>4.4</nr><titel>Vrijwillige welstandstoetsing en repressieve welstandstoetsing (de excessenregeling)</titel></kop><al>De criteria zoals opgenomen in de welstandsnota hebben geen
                                        directe invloed op zowel reeds bestaande bouwwerken als
                                        vergunningsvrije bouwwerken. Toch kunnen in bepaalde
                                        gevallen bovengenoemde bouwwerken wel getoetst worden aan de
                                        welstandscriteria: in geval van vrijwillige toetsing of in
                                        geval van repressieve toetsing, bij het optreden van een
                                        exces.</al><al/><al><cursief>Vrijwillige welstandstoetsing </cursief></al><al>Om te voorkomen dat men achteraf geconfronteerd
                                        wordt met de redelijke eisen van welstand kan een
                                        initiatiefnemer van een te bouwen vergunningsvrij bouwwerk,
                                        de bouwaanvraag door middel van sneltoetscriteria vrijwillig
                                        laten toetsen aan redelijke eisen van welstand. De
                                        sneltoetscriteria kunnen dus ook dienen als adviserend kader
                                        direct naar de burger.</al><al/><al><cursief>Repressieve welstandstoetsing (de excessenregeling)
                                        </cursief></al><al>Welstandsbeleid geldt altijd. Ook reeds uitgevoerde
                                        bouwaanvragen en - werkzaamheden kunnen daarom onderhevig
                                        zijn aan welstandstoetsing. Het betreft in bijna alle
                                        gevallen bouwwerken waarvan het uiterlijk in ernstige mate
                                        in strijd is met redelijke eisen van welstand. Een bouwwerk
                                        is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van
                                        welstand indien sprake is van excessen (vandaar de naam
                                        excessenregeling), dat wil zeggen buitensporigheden die ook
                                        voor niet-deskundigen evident zijn. Het gaat hierbij dus om
                                        zaken waaraan een groot deel van de mensen zich ergert. Vaak
                                        heeft dit betrekking op het onbruikbaar maken van
                                        bouwwerken, ernstig verval van bouwwerken, het ontkennen of
                                        vernietigen van architectonische bijzonderheden bij
                                        aanpassing van een bouwwerk, armoedig materiaalgebruik,
                                        toepassing van felle of contrasterende kleuren, te
                                        opdringerige reclames of een te grove inbreuk op wat in de
                                        omgeving gebruikelijk is (zie tevens Deel B). </al><al/><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bovengenoemde gevallen
                                        degene die tot het opheffen van strijdigheden bevoegd is,
                                        aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Dit wordt ook
                                        wel repressieve welstandstoetsing genoemd (deze regeling is
                                        dus niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te
                                        gaan). Bij het aanschrijven dient gemotiveerd te worden
                                        waarom en in welke mate het bouwwerk strijdig is met
                                        redelijke eisen van welstand. De beoordeling vindt plaats
                                        aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen algemene
                                        criteria.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>deel</label><nr>B</nr><titel>Algemene, gebiedgerichte en objectgerichte criteria</titel></kop><paragraaf><kop><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><nr>1.1</nr><titel>Drie delen</titel></kop><al>Het gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten
                                        en de criteria waaraan bouwplannen en bouwkundige ingrepen
                                        getoetst worden. Deel B Algemene, gebiedsgerichte en
                                        objectgerichte criteria is onderdeel van het welstandbeleid
                                        van de gemeente Veenendaal. Naast dit deel B bestaat het
                                        welstandbeleid voor de gemeente Veenendaal uit Deel A
                                        Algemene Bepalingen en Deel C Criteria voor veelvoorkomende
                                        kleine bouwwerken.Deel B bevat de 'algemene criteria' en de
                                        'gebiedsgerichte criteria'. De algemene criteria richten
                                        zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het
                                        architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op
                                        universele kwaliteitsaspecten. In bijzondere situaties
                                        wanneer alle andere welstandscriteria ontoereikend zijn, kan
                                        het nodig zijn terug te grijpen op deze algemene criteria.
                                        De gebiedsgerichte criteria worden gebruikt voor de kleine
                                        en middelgrote bouwplannen die zich voegen in de bestaande
                                        ruimtelijke structuur van Veenendaal.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.2</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><al>Na de inleiding wordt in de hoofdstukken Welstandstoetsing
                                        en Algemene criteria uitleg gegeven over welstandstoetsing
                                        en algemene criteria. In het hoofdstuk Methodiek
                                        gebiedsgerichtecriteria volgt de uitleg over gebiedsgerichte
                                        criteria. In het hoofdstuk Beschrijving Veenendaal is een
                                        korte beschrijving van de geschiedenis en ruimtelijke opbouw
                                        van Veenendaal gegeven. Vervolgens wordt de gebiedsindeling
                                        in het hoofdstuk Gebiedsindeling gegeven. De deelgebieden
                                        zijn te vinden op de kaart "gebiedsindeling". Vanaf
                                        hoofdstuk Bebouwingslinten worden deelgebieden beschrijven.
                                        Naast de beschrijving van de onderscheiden gebieden is een
                                        waardering per deelgebied gegeven. De gebiedsgerichte
                                        criteria staan in Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en
                                        objectgerichte criteria.</al><al/><al>Voor de toetsing aan de gebiedsgerichte criteria is Deel B
                                        als volgt te gebruiken: </al><lijst><li nr="-"><al>Vaststellen dat de gebiedsgerichte criteria van
                                                toepassing zijn; </al></li><li nr="-"><al>Stel vast in welk deelgebied de bouwaanvraag ligt;
                                            </al></li><li nr="-"><al>Ga naar het hoofdstuk waarin het deelgebied wordt
                                                behandeld en lees de beschrijving van het
                                                betreffende gebied; </al></li><li nr="-"><al>Ga naar de relevante gebiedsgerichte criteria in
                                                Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte
                                                criteria.</al></li><li nr="-"><al>Stel tevens vast of een beeldkwaliteitsplan van
                                                toepassing is;</al></li><li nr="-"><al>Zoja, ga naar het hoofdstuk waarin het
                                                beeldkwaliteitsplan wordt beschreven van het
                                                betreffende gebied;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2</nr><titel>Welstandstoetsing</titel></kop><structuurtekst><al/><al>De welstandstoetsing gebeurt aan de hand van een samenhangend
                                    stelsel van criteria. Dit zijn: </al><lijst><li nr="-"><al><cursief>De algemene criteria</cursief> Deze algemene
                                            criteria worden toegepast in het geval een plan niet of
                                            niet volledig voldoet of kan voldoen aan de andere
                                            criteria in de Welstandsnota. Het gaat hierbij om de
                                            vraag of het te realiseren bouwwerk door zijn bijzondere
                                            verschijningsvorm een bijdrage levert aan de ruimtelijke
                                            kwaliteit van de omgeving.</al></li><li nr="-"><al><cursief>De gebiedsgerichte criteria</cursief> De
                                            gebiedsgerichte criteria zijn gekoppeld aan specifieke
                                            gebiedseigen kenmerken en eigenschappen.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Objectgerichte criteria </cursief>Dit zijn
                                            criteria voor veel voorkomende bijzondere gebouwen,
                                            bijvoorbeeld streekgebonden gebouwen, boerderijen,
                                            etc.</al></li><li nr="-"><al><cursief>De standaardregels voor veel voorkomende kleine
                                                bouwplannen (zogenaamde sneltoetscriteria)
                                            </cursief> De aanvrager kan zich zo vooraf duidelijkheid
                                            verschaffen over de haalbaarheid van zijn plan. Dit is
                                            feitelijk een formalisering en uniformering van een
                                            bestaande praktijk.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Een excessenregeling </cursief> Een dergelijke
                                            regeling bevat criteria die te maken hebben met de
                                            aanschrijvingsmogelijkheid van burgemeester en
                                            wethouders indien een bouwwerk in ernstige mate in
                                            strijd is met redelijke eisen van welstand (Ww 2002 art
                                            19). Deze is gegeven in Deel A.</al></li></lijst><al/><al><vet>Relatie met beeldkwaliteitsplan </vet></al><al>Voor een aantal locaties in veenendaal is een
                                    beeldkwaliteitsplan opgesteld en vastgesteld als onderdeel van
                                    de welstandsnota. Deze beeldkwaliteitsplannen zijn weergegeven
                                    op de kaart behorend bij deze nota. Waneer voor een locatie een
                                    beeldkwaliteitsplan is opgesteld geldt dit als toetsingskader
                                        <onderstreept>naast</onderstreept> het bovengenoemde stelsel
                                    van criteria. Toetsing van een bouwplan vindt dan inprincipe
                                    plaats aan het beeldkwaliteitsplan, tenzij er dringende redenen
                                    zijn om terug te vallen op de bovenstaande criteria.</al><al/><al><vet>Relatie met bestemmingsplan </vet></al><al> De bepalingen in het bestemmingsplan gaan vóór de
                                    criteria in de welstandsnota. De toegestane functie en het
                                    toegestane ruimtebeslag zijn geregeld in het bestemmingsplan. De
                                    welstandsnota regelt enkel de verschijningsvorm van het gebouw
                                    in relatie tot de omgeving, binnen de ruimte die het
                                    bestemmingsplan biedt.</al><al/><al><vet>Relatie met sneltoetscriteria</vet></al><al> De sneltoetscriteria laten vaak weinig ruimte voor het
                                    afstemmen van de dakkapel, aanbouw of serre op de karakteristiek
                                    van de deelgebieden. De strikte criteria kunnen leiden tot een
                                    verschraling van het bebouwingsbeeld. Om die reden is het
                                    raadzaam dat diegene die een bouwplan ontwikkeld rekening houdt
                                    met de gebiedsgerichte criteria. Zo kan in die gebieden beter
                                    worden ingespeeld op het bijzondere karakter van de gebouwen en
                                    wordt meer ruimte geboden voor variatie in dakkapellen , aan- en
                                    uitbouwen, etc.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3</nr><titel>Algemene criteria</titel></kop><structuurtekst><al/><al>De algemene criteria bestaan uit een uiteenzetting van algemene
                                    architectonische begrippen en aspecten waarmee kwaliteit (of het
                                    gebrek aan kwaliteit) kan worden omschreven. De algemene
                                    architectonische begrippen komen voort uit de notitie die de
                                    toenmalige rijksbouwmeester, Prof. ir. Tj. Dijkstra, in 1985
                                    heeft uitgebracht onder de titel "Architectonische kwaliteit,
                                    een notitie over architectuurbeleid". Ze vormen het
                                    begrippenkader en zijn als het ware het gereedschap van de
                                    welstandscommissie bij de argumentatie van het welstandsadvies.
                                    De algemene welstandsaspecten liggen (haast onzichtbaar) ten
                                    grondslag aan elke planbeoordeling.</al><al/><al>In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de
                                    objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het
                                    nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene
                                    welstandsaspecten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer
                                    een bouwplan slaafs de gebiedsgerichte beschrijvingen en
                                    gebiedsgerichte welstandscriteria volgt zonder daar enige
                                    inspiratie aan te ontlenen. Een dergelijk bouwplan voegt weinig
                                    toe aan die omgeving. Het is alleen meer van hetzelfde en het
                                    bouwwerk zelf blijft zo onder de maat dat het zijn omgeving
                                    negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van
                                    de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere
                                    schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan
                                    worden teruggegrepen op de algemene welstandsaspecten. De
                                    welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo'n geval
                                    gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de
                                    gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk
                                    betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de
                                    algemene welstandsaspecten wordt beoordeeld en dat de bijzondere
                                    schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden
                                    aangetoond. Het niveau van 'redelijke eisen van welstand' ligt
                                    dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen
                                    worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch
                                    vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving
                                    onderscheidt.</al></structuurtekst><artikel><kop><nr>3.1</nr><titel>Relatie tussen vorm, gebruik en constructie</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een
                                        relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het
                                        gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen
                                        samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair
                                        gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht
                                        slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan
                                        de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de
                                        eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen
                                        en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken.
                                        Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere
                                        vorm.</al><al/><al>Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt
                                        is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere
                                        aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het
                                        ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de
                                        uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie
                                        houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de
                                        verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van
                                        gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren
                                        die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de
                                        associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele
                                        context. Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik
                                        en de constructie dan verliest zij daarmee aan
                                        begrijpelijkheid en integriteit.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Relatie tussen bouwwerk en omgeving</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage
                                        levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of
                                        landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen
                                        gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of
                                        van de omgeving groter is.</al><al/><al>Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het
                                        afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene
                                        ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen
                                        zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de
                                        wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen.
                                        Het gebouw is een particulier object in een openbare
                                        context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het
                                        eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het
                                        gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke
                                        omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn
                                        omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen
                                        en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het
                                        gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de
                                        omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de
                                        wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de
                                        gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid
                                        verschaffen.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties
                                        zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten
                                        en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande
                                        maatschappelijke realiteit.</al><al>Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels,
                                        net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om
                                        zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en
                                        moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden
                                        verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst
                                        verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend
                                        of saai als de regels van de architectonische vormgeving
                                        niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatig in een
                                        bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een
                                        zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en
                                        constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in
                                        classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van
                                        tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen
                                        associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere
                                        bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en
                                        associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of
                                        naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de
                                        kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze
                                        waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en
                                        geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele
                                        ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die
                                        bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.
                                        Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent
                                        onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar
                                        zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd
                                        kan worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd.
                                        Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het
                                        verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande
                                        (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn
                                        wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp
                                        kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar
                                        dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en
                                        detailleringen uit het verleden.</al><al/><al>Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een
                                        omgeving te 'begrijpen' als beeld van de tijd waarin zij is
                                        ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant
                                        van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe
                                        bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij
                                        vormen immers de geschiedenis van de toekomst.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.4</nr><titel>Evenwicht tussen helderheid en complexiteit</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht
                                        in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door
                                        simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een
                                        ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er
                                        structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere
                                        structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend
                                        voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie,
                                        ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor
                                        de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid
                                        visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te
                                        reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar
                                        helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een
                                        bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren
                                        en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een
                                        beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger
                                        worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en
                                        complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het
                                        ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de
                                        architectonische compositie ontstaat vanuit de
                                        stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het
                                        bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge
                                        belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk
                                        aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.</al></artikel><artikel><kop><nr>3.5</nr><titel>Schaal en maatverhoudingen</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend
                                        stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt
                                        toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. leder
                                        bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de
                                        betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken
                                        kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar
                                        worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien
                                        alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine
                                        bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van
                                        groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen
                                        tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het
                                        beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of
                                        onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom
                                        de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer,
                                        evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere,
                                        valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht
                                        van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen
                                        een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust
                                        toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking
                                        hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen
                                        vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende
                                        daken vormen een belangrijk element in de totale compositie.
                                        Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw
                                        of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de
                                        hoofdmassa en/ of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld
                                        niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving
                                        waarin dat is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.6</nr><titel>Materiaal, textuur, kleur en licht</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur
                                        en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en
                                        de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten
                                        ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van
                                        materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk
                                        uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt
                                        zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is
                                        tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal
                                        en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid
                                        maakt de keuze moeilijker en het risico van een
                                        onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel
                                        los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende
                                        functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van
                                        decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en
                                        kan de materiaal- en kleurkeuze afbreuk doen aan de
                                        zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het
                                        geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen
                                        ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of
                                        wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste
                                        interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het
                                        bouwwerk in de weg staat.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4</nr><titel>Methodiek gebiedsgerichtecriteria</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Om te komen tot gebiedsgerichte criteria is een gebiedsindeling
                                    gemaakt, gebaseerd op de verschijningsvorm van de huidige
                                    bebouwing en een analyse van de ruimtelijke opbouw van de
                                    gemeente. De gebiedsindeling heeft betrekking op het gehele
                                    grondgebied van de gemeente Veenendaal, de stad en het
                                    buitengebied. De gebiedsgerichte criteria worden per deelgebied
                                    behandeld. Om te weten binnen welk deelgebied een bouwaanvraag
                                    valt, moeten de kaart "gebiedsindeling" worden geraadpleegd. De
                                    deelgebieden zijn onderverdeeld in vijf hoofdgroepen, die ieder
                                    in een afzonderlijk hoofdstuk aan de orde komen: </al><lijst><li nr="-"><al>Bebouwingslinten </al></li><li nr="-"><al>Planmatig ontworpen woongebieden </al></li><li nr="-"><al>Bedrijvigheid </al></li><li nr="-"><al>Bijzondere bebouwingsthema's </al></li><li nr="-"><al>Groengebieden </al></li></lijst><al/><al>Iedere hoofdgroep bestaat uit meerdere deelgebieden. per
                                    deelgebied wordt het volgende behandeld:</al><lijst><li nr="-"><al>Een beschrijving van de karakteristieken van een
                                            gebied;</al></li><li nr="-"><al>Een waardering van het gebied;</al></li><li nr="-"><al>De gebiedsgerichte criteria (in Bijlage 1
                                            Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte
                                            criteria).</al></li></lijst><al/><al>De beschrijving van het deelgebied en de gebiedsgerichte
                                    criteria gebeurt aan de hand van de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="-"><al>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving; </al></li><li nr="-"><al>Deelaspecten: massaopbouw, gevel en onderdelen; </al></li><li nr="-"><al>Detailaspecten: detaillering, kleur en materiaal.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>In deze categorie gaat het om stedenbouwkundige aspecten, zoals
                                    de situering van een gebouw op het perceel, de positie van het
                                    gebouw in relatie tot aangrenzende panden en het algemene beeld
                                    van het deelgebied.</al><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Hier gaat het om de vorm en massa van een gebouw in relatie met
                                    de omgeving. De schaal van het gebouw en de vorm van zowel
                                    hoofdgebouw als ondergeschikte delen komen aan de orde.
                                    Daarnaast is aandacht voor de architectonische verschijningsvorm
                                    van het gebouw als geheel en het aanzicht vanaf de openbare
                                    ruimte.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaalgebruik</vet></al><al> Het gaat hier om de karakteristieken die invulling geven aan de
                                    verschijningsvorm van een gebouw. Hiermee wordt onder meer
                                    bedoeld de plasticiteit, materiaalgebruik, kleurgebruik en
                                    decoraties.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Bij de waardering wordt stedenbouwkundige opzet en de
                                    architectonische verschijningsvorm gewaardeerd. De waardering is
                                    een essentieel onderdeel van de Welstandsnota. Bij de
                                    gebiedsgerichte criteria wordt vaak verwezen naar de waardering,
                                    waarbij wordt ingezet op het behoud van de omschreven
                                    waarden.</al><al>Voor ieder deelgebied worden de gebiedsgerichte criteria
                                    gegeven. De gebiedsgerichte criteria zijn in Bijlage 1
                                    Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria
                                    opgenomen.</al><al>Bij het bestuderen van de gebiedsgerichte criteria zijn de
                                    onderstaande relaties van belang.</al><al/><al><vet>Relatie met algemene criteria </vet></al><al> Voor gemeente Veenendaal wordt ingezet op het behoud van
                                    het bestaande beeld. De gebiedsgerichte criteria zijn gericht op
                                    het behoud van aanwezige eenheid binnen een deelgebied.
                                    Kenmerken die bijdragen aan de eenheid worden beschermd. Een
                                    bouwaanvraag die sterk afwijkt van het bestaande beeld voldoet
                                    niet aan de gebiedsgerichte criteria. Een dergelijke
                                    bouwaanvraag kan worden getoetst aan de algemene criteria,
                                    indien grote waarde wordt gehecht aan het architectonisch
                                    ontwerp.</al><al/><al><vet>Relatie met objectgerichte criteria</vet></al><al> Binnen de groep "groengebieden" heeft een aantal (complexen
                                    van) gebouwen dusdanig specifieke eigenschappen dat het toetsen
                                    aan gebiedsgerichte criteria weinig zinvol is. Voor deze
                                    gebieden zijn objectgerichte criteria opgesteld die zijn
                                    toegesneden op de specifieke eigenschappen van het bouwwerk. Bij
                                    de gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied wordt verwezen
                                    naar deze objectgerichte criteria in Bijlage 1 Gebiedsgerichte
                                    criteria en objectgerichte criteria.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5</nr><titel>Beschrijving Veenendaal</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Veenendaal ligt in het hart van Nederland in de provincie
                                    Utrecht en grenst aan de transport-as A12 tussen Nederland en
                                    Duitsland. De stad heeft drie NS-stations, waarvan een station
                                    buiten de stad ligt en één buiten de gemeentegrens van
                                    Veenendaal. De gemeente bevindt zich op een beperkt grondgebied
                                    en is daarom compact bebouwd. Veenendaal heeft ruim 60.000
                                    inwoners. Veenendaal heeft de functie van groeistad en zal
                                    komende jaren groeien tot 70.000 inwoners.</al></structuurtekst><artikel><kop><nr>5.1</nr><titel>Geschiedenis</titel></kop><al>Veenendaal is gesticht in de tweede helft van de 16de eeuw
                                        na de aanleg van de Grift (de Bisshop Davidgrift). Richting
                                        de Grift, loodrecht op de hoogtelijnen, werden de sloten
                                        (wijken) gegraven. Bewoning vond plaats langs deze
                                        waterlopen. Ook de oorspronkelijke ontsluiting volgde het
                                        water. De Grift diende als vaarroute voor de winning van
                                        turf. Aan het eind van de 17e eeuw had Veenendaal een
                                        lineaire, volledig op de turfwinning geënte structuur
                                        (veenkolonie). Tot halverwege de 19de eeuw zijn er
                                        nauwelijks verschillen met de ruimtelijke structuur in de
                                        ontstaansperiode. De Veenendaalse bevolking groeide sterk in
                                        de tweede helft van de 19de eeuw als gevolgd van de
                                        industriële expansie (textiel- en later tabaksindustrie).
                                        Aan de Kerkewijk stonden grote fabrieksgebouwen en in de
                                        nabijheid van de fabrieken werden arbeiderswoningen gebouwd.
                                        Meer zuidelijk langs de Kerkewijk woonde de elite in
                                        villa's. De spoorverbinding Amersfoort - Kesteren kwam er in
                                        1866. De wegenstructuur werd tot aan de Tweede Wereldoorlog
                                        vrijwel geheel bepaald door de oude, gedeeltelijk gedempte
                                        griften en wijken. Na 1945 groeide de bevolking snel en
                                        werden tussen 1950 en 1970 een groot aantal nieuwe
                                        woonwijken en -buurten gebouwd: eerst zuidwest en westelijk
                                        van het centrum, dan een grote woonwijk in het oosten,
                                        Dragonder. Ook komt er een industrieterrein, het Ambacht. In
                                        de periode 1960-1980 zijn veel hoogbouwflats in Veenendaal
                                        gebouwd. Eind zeventiger jaren is de sprong over de
                                        Rondweg-West gemaakt, en is Veenendaal-West ontstaan.
                                        Gelijktijdig werden er inbreidingsplannen gerealiseerd op de
                                        vrijgekomen fabrieksterreinen. Vanaf 1980 vestigt zich
                                        hoogwaardige industrie (de Compagnie en de Faktorij) in het
                                        noorden van de stad, langs de snelweg A12. Vanaf 1980 tot
                                        heden breidt de woningbouw zich verder uit: eerst werd
                                        Veenendaal-West afgemaakt, daarna zijn Petenbos en de
                                        Gelderse Blom gebouwd. Met het realiseren van de woonwijk
                                        Veenendaal-Oost zal de gemeente haar grenzen naderen.
                                        Ondertussen zet de inbreiding zich voort, met name in het
                                        centrum van Veenendaal.</al></artikel><artikel><kop><nr>5.2</nr><titel>Ruimtelijke karakteristiek</titel></kop><al>De gemeente heeft een heldere opbouw, met enkele historische
                                        lijnen (radialen, linten, spoorlijn en de Grift) als
                                        belangrijke dragers, en een heldere wegenstructuur, met name
                                        een buitenring (Rondweg), gekoppeld aan de A12 en
                                        centrumring. De Grift (het Omleidingskanaal) is een
                                        structurerend element dat deels in de woonwijken opgenomen
                                        is en deels ruimtescheidend werkt. De Rondweg-West is een
                                        ruimtescheidend element en heeft geen eenduidige karakter.
                                        De centrumring, aangelegd omstreeks 19901995 is de
                                        ruimtelijke scheiding tussen het centrum en woonwijken. In
                                        Veenendaal heeft een vrij evenwichtige ontwikkeling vanuit
                                        het centrum in alle richtingen plaats gevonden. Het compacte
                                        centrum is centraal gelegen binnen de centrumring. De
                                        bebouwingsstructuur van de oude stad is gefragmenteerd,
                                        onder andere als gevolg van latere inbreidingen en
                                        verdichtingen op de plaats van oude fabriekscomplexen. Een
                                        uitzondering is de Ritmeesterfabriek die nog als
                                        bedrijfspand functioneert. De stad is opgebouwd uit een
                                        groot aantal wijken. De ruimtelijke verschillen tussen de
                                        wijken onderling zijn met name bepaald door de
                                        ontstaansperiode en de verschillende functies. De
                                        grootschalige ingrepen met woningbouw na de Tweede
                                        Wereldoorlog tot circa 1980 hebben een grote interne
                                        ruimtelijke samenhang. Ze hebben echter geen verwantschap
                                        met de oorspronkelijke structuur. De woonwijken aan de west-
                                        en zuidzijde van Veenendaal hebben een sterke
                                        visueel-ruimtelijke relatie met het buitengebied door middel
                                        van groene lobben. Daarnaast is in de recent gebouwde
                                        woonwijken het oorspronkelijke, strakke verkavelingpatroon
                                        terug te vinden. In het buitengebied van Veenendaal is de
                                        karakteristieke strokenverkaveling nog altijd zichtbaar. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>6</nr><titel>Gebiedsindeling</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Op de <extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i250205.pdf">Welstandsnota-kaart</extref> is het hele grondgebied van gemeente Veenendaal
                                    verdeeld in deelgebieden. Ieder deelgebied wordt beschreven en
                                    gewaardeerd. Vervolgens worden voor ieder deelgebied de
                                    gebiedsgerichte criteria gegeven. De deelgebieden zijn
                                    onderverdeeld in hoofdgroepen.</al><al/><al><vet>Bebouwingslinten </vet></al><lijst><li nr="-"><al>Landelijk bebouwingslint (zeer open) H2A </al></li><li nr="-"><al>Open tot halfopen bebouwingslint H2B </al></li><li nr="-"><al>(Semi-) aaneengesloten bebouwingslint H2C </al></li><li nr="-"><al>Planmatig bebouwingslint H2D </al></li></lijst><al/><al><vet>Planmatig ontworpen woongebieden</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Woonwijken in traditionele blokverkaveling W1 </al></li><li nr="-"><al>Het Nieuwe bouwen (1960 -1970) W2 </al></li><li nr="-"><al>Forumbeweging (woonerven jaren 1970 - 1980) W3 </al></li><li nr="-"><al>Thematische inbreidingen (vanaf 1990) W4 </al></li><li nr="-"><al>Thematische uitbreidingswijken (vanaf 1990) W5 </al></li><li nr="-"><al>Individuele woningbouw W6</al></li><li nr="-"><al>Gemengd woongebied in traditionele blokverkaveling
                                            W7</al></li></lijst><al/><al><vet>Bedrijvigheid</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bedrijventerrein B1 </al></li><li nr="-"><al>Bedrijventerrein B2 </al></li><li nr="-"><al>Woon - werk locatie B3 </al></li></lijst><al/><al><vet>Bijzondere bebouwingsthema's</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Hoogbouw T1 </al></li><li nr="-"><al>Winkelcentrum stadsniveau T2A </al></li><li nr="-"><al>Winkelcentrum wijkniveau T2B </al></li><li nr="-"><al>Instituten/maatschapelijke doeleinden T3 </al></li><li nr="-"><al>Stationsgebied T4 </al></li><li nr="-"><al>Woonwagens T5 </al></li></lijst><al/><al><vet>Groengebieden</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Parken, groengebieden, begraafplaatsen en sportcomplexen
                                            G1 </al></li></lijst><al/><al><vet>Buitengebieden</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Natuurgebieden G2 </al></li><li nr="-"><al>Buitengebied G3</al></li></lijst><al/><al><vet>Ontwikkelingslocaties</vet></al><al>De "witte vlekken" binnen de gemeentegrens zijn
                                    ontwikkelings-locaties. Hier wordt getoetst aan een
                                    beeldkwaliteitplan. Indien (nog) geen beeldkwaliteitplan
                                    aanwezig is, wordt getoetst aan de algemene criteria. Zie ook
                                    hoofdstuk Ontwikkelingslocaties. </al><al/><al><vet>Beeldkwaliteitsplannen </vet></al><al>Voor een aantal locaties in Veenendaal is een
                                    beeldkwaliteitsplan opgesteld en vastgesteld als onderdeel van
                                    de welstandsnota. Het gaat om de volgende plannen:</al><lijst><li nr="-"><al>BKP Kernwinkelgebied Veenendaal (15 december 2010)</al></li><li nr="-"><al>BKP Route Ontwerp A12 (3 november 2011) </al></li><li nr="-"><al>BKP Veenendaal-Oost deelplan 1 (4 maart 2008)</al></li><li nr="-"><al>BKP Veenendaal-Oost deelplan 1 (4 maart 2008)</al></li><li nr="-"><al>BKP Bedrijventerrein De Batterijen (2 juli 2003)</al></li><li nr="-"><al>BKP Landschapsontwikkelingsplan Veenendaal (19 april
                                            2007)</al></li><li nr="-"><al>BKP Binnenveld (15 september 2011)</al></li><li nr="-"><al>BKP Salamander (3 november 2011)</al></li><li nr="-"><al>BKP Zuidelijk balkon (11 november 2010)</al></li><li nr="-"><al>BKP Castorlocatie (25 september 2008)</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>7</nr><titel>Bebouwingslinten</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Langs de oudere hoofdwegen, uitvalswegen en (secundaire)
                                    landwegen zijn vanuit de historische bebouwingskern in de loop
                                    der tijd bebouwingslinten ontstaan. Deze historisch gegroeide
                                    linten spelen een belangrijke rol in de identiteit van
                                    Veenendaal. Deze lintbebouwing in Veenendaal bestaat uit de
                                    Kerkewijk, Panhuis/ Zandstraat, Bernhardlaan/Stationsstraat,
                                    Benedeneind/Valeistraat/ Verlaat, Achterstraatje/Vendelseweg en
                                    verder Munnikenweg, Nieuweweg en Holleweg. Al deze linten vormen
                                    radialen in het stedelijk gebied van Veenendaal. De linten van
                                    de Kerkewijk, Panhuis/Zandstraat, Nieuweweg, Nieuweweg Noord,
                                    Bernhardlaan/ Stationsstraat zijn nog steeds de invalswegen van
                                    Veenendaal. Andere linten zijn Buurtlaan-West/Blauwgras-De
                                    balk/Buurtlaan-Oost, Patrimoniumlaan, Dijkstraat, Bergweg,
                                    Middellaan en Middelbuurtseweg. Langs de spoorlijn en het kanaal
                                    de Grift is eveneens lint-achtige bebouwing herkenbaar:
                                    Parallelweg, Verlengde Spoorlaan en een deel van Kanaalweg. De
                                    meeste linten en lijnen zijn geheel in het stedelijk gebied
                                    opgenomen. Het ruimtelijke karakter van de linten is
                                    verschillend. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:</al><lijst><li nr="-"><al>landelijk bebouwingslint,</al></li><li nr="-"><al>open tot halfopen bebouwingslint,</al></li><li nr="-"><al>(semi-) aaneengesloten lint,</al></li><li nr="-"><al>planmatig lint.</al></li></lijst><al>Het winkellint de Hoofdstraat is ondergebracht bij de
                                    beschrijving winkelcentrum (T2A).</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Landelijk bebouwingslint (zeer open) H2A </label></kop><al>De linten Middelbuurtseweg en Benedeneind/Gelderse
                                        Benedendeid behoren tot dit thema.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Deze linten liggen in het buitengebied of maken deel uit van
                                        voormalig buitengebied. De belangrijkste karakteristiek van
                                        het lint aan de Middelbuurtseweg is de afwisseling tussen de
                                        bebouwing én de open ruimten tussen de gebouwen. De
                                        lintbebouwing bestaat uit vrijstaande woningen of een
                                        clustering van gebouwen op erven: boerderij of woning met
                                        meerdere bijgebouwen al dan niet met agrarische of andere
                                        functie. De open ruimten tussen de gebouwen bestaat uit een
                                        of meerdere percelen met groen of agrarische functies. Het
                                        zicht tussen de bebouwing door is uitermate karakteristiek.
                                        De lintbebouwing is naar de weg georiënteerd. </al><al/><al>Bijzonder voor het bebouwingslint Benedeneind/Gelderse
                                        Benedendeid is de ligging langs het kanaal de Grift. De
                                        bebouwing aan de zuiddkant van de Grift wordt ontsloten
                                        vanaf de Grebbeweg maar staat dicht bij het water en is naar
                                        de Grift georiënteerd. Er is sprake van een duidelijke
                                        clustering van woningen en voormalige agrarische bedrijven
                                        aan de Grift, met daartussen open ruimten met zicht op het
                                        natuurgebied de Hel en Blauwe Hel. Het lint langs het
                                        Benedeneind/Gelders Benedeneind heeft in de loop der jaren
                                        een minder open karakter gekregen door toepassing van de
                                        Ruimte voor Ruimte regeling waardoor woningen in het lint
                                        zijn toegevoegd. </al><al/><al>De bebouwing is onderling verschillend van vorm, massa,
                                        materiaal, kleur, etc. De panden dateren uit verschillende
                                        tijden, zijn in verschillende stijlen gebouwd en de percelen
                                        hebben verschillende kavelbreedtes. Diversiteit is de norm. </al><al/><al>De afstand van de bebouwing tot de weg is groot en er zijn
                                        lange opritten naar de woningen. De bebouwing aan de linten
                                        staat evenwijdig aan de richting van de kavels, zodat bij de
                                        bochten in de weg de rooilijn niet evenwijdig aan de weg
                                        ligt.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227282.pdf">voorbeelden landelijk bebouwingslint (zeer open) H2A</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De massa wordt bepaald door de individuele woningen. De
                                        woonbebouwing is overwegend kleinschalig en traditioneel,
                                        voorzien van een kap. Er zijn diverse kappen aanwezig: een
                                        zadeldak, wolfsdak, samengestelde kap etc. De overgang
                                        tussen gevel en dak is hier en daar gemarkeerd door een
                                        daklijst of dakgoot met overstek.Voor- en zijgevels van de
                                        woonbebouwing zijn voorzien van ramen en een voordeur. </al><al>Bij de boerderijen zijn bijgebouwen (schuren etc) goed
                                        zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Deze afwisselende
                                        bebouwing hoort bij het beeld van het landelijk gebied. Hier
                                        onderscheiden de aan- en bijgebouwen zich duidelijk van de
                                        hoofdgebouwen door hun verschijningsvorm, maar zijn vaak
                                        niet kleiner dan de hoofdgebouwen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De meeste woningen hebben een individuele uitstraling door
                                        diversiteit in gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik, en
                                        soms door de aanwezigheid van oorspronkelijke details, raam-
                                        en deurlijsten, ornamenten, schoorstenen en raamluiken.
                                        Afhankelijk van de bouwperiode zijn de gebouwen rijk
                                        gedetailleerd (oudere bebouwing) of voorzien van weinig
                                        details (nieuwere panden). Veelal zijn bij recent gebouwde
                                        woningen wel details opgenomen, zoals die bij oudere
                                        woningen aan het lint voorkomen.</al><al>In zijn algemeenheid geldt dat het materiaalgebruik
                                        traditioneel en het kleurgebruik behoudend is. Gevels zijn
                                        opgetrokken in rood/bruine tinten baksteen. Incidenteel is
                                        stucwerk (wit) toegepast of zijn delen van de gevel met hout
                                        afgewerkt. De daken zijn voorzien van rode of donkergrijze
                                        dakpannen.</al><al>Het kleur- en materiaalgebruik van kozijnen, draaiende delen
                                        van ramen, deuren en dergelijke is traditioneel en
                                        ingetogen: gebroken wit of donkere kleuren. Incidenteel zijn
                                        er kleurige accenten in de vorm van wit/rood of wit/groen
                                        geschilderde raamluiken.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De linten zijn van historisch belang en vertellen iets over
                                        de ontwikkelingsgeschiedenis van Veenendaal. De bebouwing is
                                        divers, bescheiden van omvang, maat en schaal, met
                                        overwegend een traditionele verschijningsvorm. </al><al/><al>Individueel herkenbare, vrijstaande panden of clustering van
                                        gebouwen op erven en de afwisseling tussen bebouwing en
                                        (open) groene tussengebieden is bepalend voor het beeld. De
                                        groene uitstraling, het losse bebouwingsbeeld, maat en
                                        schaal en de oriëntatie van de woningen op de (doorgaande)
                                        straat zijn de belangrijkste kenmerken.</al><al/><al>Bij de lintbebouwing is wellicht bij oudere gebouwen op
                                        termijn renovatie of modernisering te verwachten. Gezien het
                                        individuele karakter van de bebouwing zijn sloop en
                                        nieuwbouw van individuele panden mogelijk, mits kenmerken
                                        van het lint behouden blijven. De landelijke linten komen
                                        steeds meer onder de druk te staan door de groei van de stad
                                        en veranderende functies aan het lint. Zo is aan de
                                        noordkant van de Benedeneind de nieuwbouwwijk Dragonder-Oost
                                        en wordt Veenendaal-Oost ontwikkeld. Hiermee zal het
                                        doorzicht naar het open landschap veranderen en het
                                        landelijk karakter van het lint verdwijnen. (Voor de
                                        toekomst is belangrijk dat de lintbebouwing herkenbaar
                                        blijft en zich onderscheid van de bebouwing van de nieuwe
                                        woonwijk) De nieuwe lintbebouwing moet zich duidelijk
                                        onderscheiden van de bebouwing van de nieuwe woonwijk
                                        erachter. </al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Open tot halfopen bebouwingslint H2B </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende linten: Kerkewijk,
                                        Dijkstraat, Bergweg, Middellaan, Munnikenweg,
                                        Buurtlaan-West/Blauwgras-De balk/Buurtlaan-Oost, Pr.
                                        Bernhardlaan (buiten centrum)/Stationsstraat, Nieuweweg,
                                        Holleweg, Nieuweweg Noord en lint-achtige bebouwing aan de
                                        Parallelweg, Verlengde Spoorlaan en een deel van
                                        Kanaalweg.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De ruimtelijke karakteristiek van deze bebouwingslinten
                                        varieert. De dichtheid van de linten neemt af van het
                                        centrum richting het buitengebied. Typerend voor deze linten
                                        is dat er pand voor pand, erf voor erf is gebouwd. Waarbij
                                        de lintbebouwing in de loop der tijd is verdicht. Dit
                                        verdichtingsproces heeft gezorgd voor een grote variatie in
                                        architectuur. De bebouwing is onderling verschillend van
                                        vorm, massa, materiaal, kleur, etc. De panden dateren uit
                                        verschillende tijden, zijn in verschillende stijlen gebouwd
                                        en de percelen hebben verschillende kavelbreedtes.
                                        Diversiteit in bebouwing is de norm. Zo wisselen
                                        (arbeiders)woningen, (voormalige) boerderijen, bedrijven,
                                        statige villa's, en dergelijke elkaar af, soms is een
                                        beperkte herhaling van een woningtype aanwezig. Het beeld
                                        wordt bepaald door een afwisseling van panden, bouwstijlen
                                        en -tijden. Daarnaast wordt het karakter van een
                                        bebouwingslint bepaald door de open ruimten tussen de
                                        gebouwen. Deze open ruimte varieert en is afhankelijk van de
                                        kavelbreedte. In het algemeen is de afstand tussen de panden
                                        niet groter dan de breedte van de panden. Aan de linten
                                        Nieuweweg, Holleweg en Pr. Bernhardstraat zijn panden vrij
                                        dicht op elkaar gebouwd, op enkele meters afstand van
                                        elkaar, op sommige plekken zijn er zelfs rijen aangesloten
                                        panden. Een belangrijke karakteristiek van de linten is
                                        kleinschaligheid: het profiel van de straten is over het
                                        algemeen smal, de bebouwing is kleinschalig en gevarieerd.
                                        Uitzondering hierop zijn de lintbebouwing aan de Kerkewijk
                                        en villa's aan de Munnikenweg. Deze straten zijn relatief
                                        breed en de bebouwing is in het algemeen iets grootschaliger
                                        van karakter. De Kerkewijk is een bijzonder lint met een
                                        statig en monumentaal karakter. Dit komt enerzijds door de
                                        bebouwing: chalet-achtige en moderne villa's, historische
                                        (fabrieks)panden etc. en anderzijds door het groen: ruime
                                        kavels met terugliggende bebouwing en grote voortuinen, het
                                        brede straatprofiel met bermen, bomen en (deels)
                                        vrijliggende fietspaden. Een deel van het lint Munnikenweg
                                        en de lijnen Parallelweg, Verlengde Spoorlaan en Kanaalweg
                                        hebben een asymmetrisch profiel met de bebouwing aan de één
                                        kant van de weg. Aan de zuidzijde van de Munnikenweg en aan
                                        de noordzijde van de Kanaalweg ligt de Grift. De meeste
                                        gebouwen zijn voorzien van een voortuin. Waarbij de overgang
                                        van privé- naar openbaar terrein gemarkeerd is met een
                                        groene erfafscheiding (haag), of een gemetseld muurtje of
                                        hekwerk. Bij de panden met gevestigde commerciële
                                        dienstverlening is de voortuin veelal verhard of grenzen de
                                        winkelpanden met de gevel direct aan het trottoir.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227284.pdf">voorbeelden open tot halfopen bebouwingslint H2B</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De massa wordt bepaald door de individuele panden. De massa
                                        van de oorspronkelijke bebouwing is gevarieerd en over het
                                        algemeen één of twee bouwlagen hoog. Langs de oude linten
                                        treedt schaalvergroting op doordat: </al><lijst><li nr="-"><al>Nieuwbouwwoningen vaak groter, dieper en hoger zijn
                                                dan de bestaande;</al></li><li nr="-"><al>Een kleine (oudere) woningen worden vergroot door
                                                bij-, aan- en opbouwen. Geleidelijke
                                                schaalvergroting en vergroving van het beeld is het
                                                gevolg.</al></li></lijst><al>De panden aan de Kerkewijk hebben een grotere hoofdmassa dan
                                        de bebouwing aan de andere linten. De meeste woningen zijn
                                        voorzien van een kap. Diverse kapvormen komen voor: hoge en
                                        lage kappen, zadeldak, gecombineerde dak, mansardedak etc.
                                        De richting van de kap varieert en is soms haaks op de
                                        straat en soms parallel aan de straat. Op de hoeken bij de
                                        kruisingen met andere straten wordt hier en daar nieuwbouw
                                        gepleegd. Nieuwe hoekbebouwing accentueert hoeken door de
                                        hoogte en tweezijdige oriëntatie. Het straatbeeld wordt
                                        bepaald door de hoofdgebouwen. De aan- en bijgebouwen
                                        onderscheiden zich duidelijk van de hoofdgebouwen. Zij zijn
                                        kleiner en lager (bouw- en goothoogte, massa) dan de
                                        hoofdgebouwen. Identieke twee-onder-één-kap (villa's) hebben
                                        een spiegelsymmetrische opbouw. De hoofdgebouwen zijn
                                        georiënteerd op de openbare ruimte c.q. de straat. Waarbij
                                        niet altijd sprake is van een voordeur gelegen aan de
                                        straatzijde, soms is de voordeur onderdeel van een zijgevel.
                                        In alle gevallen is er een representatieve gevel gericht op
                                        de straat. De meeste zijgevels van vrijstaande panden zijn
                                        voorzien van ramen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De meeste woningen hebben een individuele uitstraling door
                                        diversiteit in gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik, en
                                        soms door de aanwezigheid van oorspronkelijke details, zoals
                                        trasraam, fraaie gootlijsten, schoorstenen, erkers en
                                        dergelijke. Op een enkele plaats zijn woningen seriematig
                                        gebouwd: zij hebben dus een identieke of verwante
                                        verschijningsvorm. De oorspronkelijke bebouwing is
                                        traditioneel, later gerealiseerde bebouwing kan zeer divers
                                        van karakter en uiterlijk zijn. De hoofdgebouwen zijn
                                        opgetrokken in baksteen. De kleur is divers. In hoofdzaak
                                        roodbruin tinten, maar ook zandkleurige stenen komen voor.
                                        Recent toegevoegde bebouwing is ook opgetrokken in witgrijze
                                        baksteen. Andere toegepaste gevelmaterialen zijn stucwerk
                                        (wit) en hout. De daken zijn voorzien van rode of
                                        donkergrijze dakpannen. Een aantal historische panden heeft
                                        een rieten dak.</al><al>Afhankelijk van de bouwperiode zijn de gebouwen rijk
                                        gedetailleerd (oudere panden) of voorzien van weinig details
                                        (nieuwere bebouwing). Veelal zijn bij recent gebouwde
                                        woningen wel details opgenomen, zoals die bij oudere
                                        woningen aan het lint voorkomen. Het kleur- en
                                        materiaalgebruik van kozijnen, draaiende delen van ramen,
                                        deuren en dergelijke is traditioneel en ingetogen. Sommige
                                        bedrijven in panden maken gebruik van reclameborden aan de
                                        voorgevel. Deze zijn niet altijd afgestemd op het
                                        architectonische beeld van het gebouw en zijn in bonte
                                        kleuren uitgevoerd.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De linten zijn van historisch belang en vertellen iets over
                                        de ontwikkelingsgeschiedenis van Veenendaal. De linten
                                        Kerkewijk, Nieuweweg en Bernhardlaan/Stationstraat zijn
                                        bovendien de invalswegen van Veenendaal. De andere linten
                                        hebben een grote historische waarde of zijn karakteristieke
                                        structurerende lijnen in de stad. De bebouwing is divers,
                                        veelal vrijstaand, met een traditionele verschijningsvorm.
                                        De variatie in bebouwing is bepalend voor het straatbeeld.
                                        Diversiteit in bebouwing en uiterlijk is de norm. De
                                        afwisseling van bebouwing en open ruimte ertussen is
                                        karakteristiek voor de linten. Belangrijk in het straatbeeld
                                        zijn de voortuinen en de (groene) erfafscheidingen. Aan het
                                        lint Kerkewijk wisselen kleinschalige en (relatief)
                                        grootschalige bebouwing elkaar af. Daarbij zijn er enkele
                                        gebouwen die door maat, schaal en uiterlijk
                                        afwijken/opvallen binnen de diversiteit van de
                                        lintbebouwing, zoals: </al><lijst><li nr="-"><al>grootschalige ouderen complexen; </al></li><li nr="-"><al>een nieuwbouw in de vorm van twee identieke
                                                stadsvillas.</al></li></lijst><al/><al>Voor bovengenoemde bebouwing wordt verwezen naar de
                                        gebiedsbeschrijving respectievelijk van
                                        'Instituten/maatschapelijke doeleinden T3 en van
                                        'Thematische inbreidingen (vanaf 1990) W4'.</al><al>Wellicht is bij oudere gebouwen op termijn renovatie of
                                        modernisering te verwachten. Gezien het individuele karakter
                                        van de bebouwing is sloop en nieuwbouw van individuele
                                        woningen mogelijk.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>(Semi-) aaneengesloten bebouwingslint H2C </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende linten: Patrimoniumlaan
                                        (oostelijke deel), Panhuis/Zandstraat, Pr. Bernhardlaan
                                        (centrum) en Verlaat/Valleistraat.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Het beeld en karakter van dit lint worden bepaald door de
                                        afwisseling tussen bebouwing en aanwezigheid van etalages,
                                        luifels en reclameborden van de winkels. In de meeste panden
                                        is een winkel op de begane grond gesitueerd. De bebouwing is
                                        pand voor pand ontwikkeld. De panden dateren uit
                                        verschillende tijden, zijn in verschillende stijlen gebouwd.
                                        De kavelbreedte van de percelen varieert. De dichtheid van
                                        de linten Panhuis/Zandstraat en Verlaat/Valleistraat neemt
                                        af van het centrum richting het buitengebied. De bebouwing
                                        is dicht bij het centrum aaneengesloten en verder van het
                                        centrum staat de woonbebouwing op een kleine afstand van
                                        elkaar. De Pr. Bernhardlaan (centrum) is een oude
                                        winkelstraat, hier vormt de aaneengesloten bebouwing een
                                        doorgaande gevelwand. De bebouwing van de Patrimoniuumlaan
                                        staat op een kleine afstand van elkaar of is hier en daar
                                        aaneengesloten, waardoor de semi-aaneengesloten gevelwand
                                        prominent aanwezig is. De meeste gebouwen hebben geen tuinen
                                        en staan met voorgevels direct aan het trottoir. De
                                        winkelpanden op een hoek hebben ook representatieve gevels
                                        aan de zijstraat. Hier is ook soms de entree van de winkel
                                        gesitueerd. De aaneengesloten gebouwen zijn geplaatst in een
                                        rooilijn met incidentele verspringingen. De losse bebouwing
                                        heeft meer verspringingen van rooilijn.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227285.pdf">voorbeelden (semi-) aaneengesloten bebouwingslint H2C</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Het straatbeeld wordt bepaald door de hoofdgebouwen. Bij de
                                        aaneengesloten bebouwing zijn de individuele panden
                                        herkenbaar door stijl, materiaalgebruik en gevelindeling. De
                                        bebouwing is overwegend kleinschalig en traditioneel. Kleine
                                        (oudere) woningen worden door de bewoners vergroot door
                                        gevel- en dakaanbouwen, dakkapellen etc.. De massa van de
                                        bebouwing varieert en is over het algemeen één of twee
                                        bouwlagen hoog met kap. Incidentele (nieuw)bouw heeft een
                                        grotere massa en afwijkende hoogte:</al><lijst><li nr="-"><al>Een aantal gebouwen aan de Pr. Bernhardlaan heeft
                                                een hoogte van drie lagen met een kap.</al></li><li nr="-"><al>Een gebouw met drie bouwlagen aan het begin van de
                                                Patrimoniumlaan -een recent gerealiseerde pand op de
                                                hoek Verlaat/Vijgendam heeft een hoogte van drie
                                                lagen met terugliggende vierde laag; </al></li><li nr="-"><al>een flatgebouw en twee nieuwe panden aan de
                                                Zandstraat hebben een hoogte van drie lagen.</al></li></lijst><al/><al>De meeste woningen zijn voorzien van een kap. Diverse
                                        kapvormen komen voor, zadeldak, schilddak, mansardedak etc.
                                        Een enkel gebouw heeft een plat dak. De verschillende
                                        dakvormen dragen bij aan de herkenbaarheid van de
                                        individuele woning.</al><al>Doordat de bebouwing dicht op elkaar is gesitueerd, zijn de
                                        zijgevels vaak gesloten. Enkele zijgevels zijn door de
                                        verschillen in hoogtes deels zichtbaar vanaf de straat. De
                                        meeste reclames, winkelpuien en entrees zijn toegesneden op
                                        het individuele pand. Hier en daar hebben winkels de pui
                                        naar eigen inzicht aangepast, bijvoorbeeld door een ander
                                        materiaalgebruik en toepassen van luifels. Hierdoor is er
                                        niet altijd de gewenste relatie tussen begane grond en
                                        bovengelegen verdiepingen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De oudere bebouwing is traditioneel, later gerealiseerde
                                        bebouwing is divers van karakter en uiterlijk. De gebouwen
                                        zijn nagenoeg allemaal opgetrokken in baksteen, een enkel
                                        gebouw is wit gestuct. Afhankelijk van de bouwperiode en
                                        -stijl zijn de gebouwen rijk gedetailleerd (de oudere
                                        bebouwing) of hebben een eenvoudige detaillering met weinig
                                        details(nieuwere bebouwing). De oudere bebouwing heeft een
                                        traditionele vormgeving met een zorgvuldig, ambachtelijk
                                        materiaalgebruik en detaillering.Veel gebouwen zijn voorzien
                                        van oorspronkelijke details die passen bij de architectuur
                                        van een bepaalde tijd, zoals trasramen, raam- en
                                        deurlijsten, diepe neggen, erkers, etc. Het kleur- en
                                        materiaalgebruik van kozijnen, draaiende delen van ramen,
                                        deuren en dergelijke is traditioneel en ingetogen. Luifels
                                        en reclameborden van de winkels aan de voorgevels zijn af en
                                        toe in felle kleuren uitgevoerd.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De linten zijn van historisch belang en vertellen iets over
                                        de ontwikkelingsgeschiedenis van Veenendaal. Deze linten,
                                        met winkelfuncties hebben bovendien een maatschappelijk
                                        belang. De bebouwingswand met individueel herkenbare panden
                                        is karakteristiek voor het beeld. De bebouwing is divers,
                                        met een traditionele verschijningsvorm. De variatie in
                                        bebouwing is bepalend voor het straatbeeld. Diversiteit in
                                        bebouwing en uiterlijk is de norm. Aan het begin van de
                                        Verlaat en de Valleistraat maakt oude bebouwing plaats voor
                                        nieuwe ontwikkelingen. De eerste locatie is onderdeel van
                                        het masterplan Centrum-Oost. Op de hoek Zandstraat/ Weverij
                                        is een oud gebouw gesloopt. Aan de westzijde van de Pr.
                                        Bernhardlaan ontbreekt een deel van de bebouwingswand.
                                        Wellicht is bij oudere gebouwen op termijn renovatie of
                                        modernisering te verwachten. Gezien het individuele karakter
                                        van de bebouwing is sloop en nieuwbouw van individuele
                                        woningen mogelijk.</al><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Planmatig bebouwingslint H2D </label></kop><al>Tot dit thema behoort het lint de Patrimoniumlaan
                                        (westelijke deel).</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>In het verlengde van het woon-winkellint aan de
                                        Patrimoniuumlaan is planmatige bebouwing gesitueerd. De
                                        Patrimoniumlaan stopt bij de kruising met de Adriaen van
                                        Ostadelaan en eindigt met de kerk. De panden zijn gebouwd
                                        omstreeks 1950, zijn traditioneel en identiek per
                                        straatkant. De bebouwing staat op gelijke afstand, een paar
                                        meter uit elkaar. De panden zijn geplaatst in een rooilijn
                                        en de voorgevels zijn georiënteerd op de straat. De gebouwen
                                        hebben voortuinen en woningen op de hoek hebben zijtuinen.
                                        De overgang van privé- naar openbaar terrein is gemarkeerd
                                        met een gemetseld laag muurtje of een andere
                                        erfafscheiding.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227286.pdf">voorbeelden planmatig bebouwingslint H2D</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Het straatbeeld wordt bepaald door de hoofdgebouwen. De
                                        bebouwing bestaat uit twee-onder-één-kap woningen. Aan- en
                                        bijgebouwen staan achter op het erf en zijn niet zichtbaar
                                        vanaf de openbare ruimte. Uitzondering: op de hoek bij de
                                        kruising met Frans Halslaan is een winkelruimte van
                                        Thuiszorg. Deze ligt iets terug ten opzichte van de
                                        voorgevel en is met een hoogte van één bouwlaag niet
                                        prominent aanwezig. De massa en vorm van de hoofdbebouwing
                                        varieert per straatkant: woningen van één laag met hoge kap
                                        staan aan een kant van de straat en woningen van twee lagen
                                        met kap aan de andere zijde van de straat. Alle woningen
                                        hebben een symmetrische opbouw. De woningen zijn voorzien
                                        van een kap. De hoge kappen hebben een zadeldakvorm. De
                                        woningen aan de andere kant van de straat zijn voorzien van
                                        een schilddak. De nokrichting ligt evenwijdig aan de straat.
                                        Aan deze kant van de straat staat één woning met
                                        samengestelde kap. De overgang van gevel naar dak wordt
                                        gemarkeerd door een daklijst. Een woning van één laag hoog
                                        is door de bewoners aangepast: de goot- en nokhoogte zijn
                                        verhoogd. De dakkapel ligt in een lijn met de andere
                                        dakkapellen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De bebouwing heeft een eenvoudige, traditionele vormgeving
                                        met een zorgvuldig, ambachtelijk materiaalgebruik en
                                        detaillering. Materiaal en kleurgebruik zijn traditioneel en
                                        ingetogen. De gebouwen zijn allemaal opgetrokken in
                                        roodbruin baksteen. De dakbedekking bestaat uit donkergrijze
                                        dakpannen. De gebouwen zijn voorzien van oorspronkelijke
                                        details die passen bij de architectuur van die tijd, zoals
                                        afgeronde deurlijsten, doorlopende lateien. Kozijnen en
                                        deurlijsten zijn in het algemeen geschilderd in wit, met
                                        donker geschilderde draai en bijelementen.</al><al>De oorspronkelijke dakbrede dakkapellen op de hoge kappen
                                        passen in maat en esthetiek bij de architectuur van het
                                        hoofdgebouw. Hetzelfde geld voor een paar later toegevoegde
                                        dakkapellen.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De waarde van dit lint bestaat uit een samenhangend
                                        straatbeeld. Karakteristiek is de eenheid van de bebouwing
                                        per straatkant en het samen gaan van beide straatkanten tot
                                        een samenhangend beeld. De bebouwing heeft een traditionele
                                        verschijningsvorm. De identieke twee-onder-één-kap woningen
                                        zijn bepalend voor het straatbeeld. Wellicht zijn
                                        uitbreidingen van de woningen in de vorm van dakkapellen of
                                        opgehoogde gevel te verwachten.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>8</nr><titel>Planmatig ontworpenwoongebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Woonwijken in traditionele blokverkaveling W1 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende wijken/buurten: </al><lijst><li nr="-"><al>Franse Gat;</al></li><li nr="-"><al>Boslaan e.o.; </al></li><li nr="-"><al>bebouwing aan de Pelikaanstraat/Ambachtsstraat;
                                            </al></li><li nr="-"><al>bebouwing aan de
                                                Nyverheidslaan/Groeneveldselaan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De bebouwing in dit gebied is voornamelijk gerealiseerd
                                        tussen 1950 en 1960. Het gebied heeft een eenvoudig
                                        stratenpatroon en wordt gekenmerkt door straatgericht wonen.
                                        Langs de straten zijn rijen aaneengesloten woningen gebouwd,
                                        veelal in rijen van zes of meer. De rijenwoningen worden
                                        afgewisseld met twee-onder-één-kap woningen en in
                                        incidentele gevallen met lage flatgebouwen. Karakteristiek
                                        is de situering van de flats in de Franse Gat langs de
                                        Rondweg West en de spoorlijn Utrecht - Rhenen. Soms is
                                        sprake van een geclusterde stedenbouwkundige opzet, waarbij
                                        meerdere woningen een eenheid vormen in architectuur en
                                        verkaveling. Voorbeeld hiervan zijn: Van Hogendorpstraat en
                                        het zuidelijke deel van De Savornin Lohmanstraat met een
                                        tuinwijkachtige karakter. Bebouwing per straat staat in één
                                        rooilijn. Op enkele plaatsen is een verspringing in de
                                        rooilijn aanwezig om lange bebouwingswanden langs de straten
                                        te voorkomen( De Savornin Lohmanstraat en de Boslaan). De
                                        straathoeken zijn open, waarbij de woningen veelal een
                                        duidelijk onderscheid hebben tussen voor- en zijgevel. De
                                        woningen hebben een voortuin en zijn met de voorzijde
                                        georiënteerd op de openbare ruimte. Voor- en zijtuinen zijn
                                        gescheiden van de openbare ruimte door eenvoudige, lage
                                        erfafscheidingen. In de Franse Gat aan de Keuheniusstraat -
                                        Talmastraat is een vooroorlogse tuinwijkachtige
                                        arbeidersbuurt (jaren 1920-1930) gelegen. Deze buurt staat
                                        op de gemeentelijke monumentenlijst. De huizen aan het
                                        Talmaplein en Talmastraat zijn omstreeks 1970 gebouwd maar
                                        vormen een ruimtelijke eenheid met deze buurt (voor de
                                        beschrijving zie W6).</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227287.pdf">voorbeelden woonwijken in traditionele blokverkaveling W1</extref></al><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door de heldere en
                                        eenvoudige hoofdvormen, en verbindende werking van de
                                        dakvlakken, gevelindeling en gootlijnen. De rijenwoningen
                                        zijn overwegend twee bouwlagen hoog met een zadeldak
                                        parallel aan de straat. De twee-onder-één-kap woningen zijn
                                        één of twee bouwlagen hoog en voorzien van een mansardedak
                                        of een zadeldak.</al><al/><al>Twee-onder-één-kap woningen hebben een symmetrische opbouw
                                        en zijn grofweg aanwezig in twee typen: </al><lijst><li nr="-"><al>een eenvoudige type, identiek aan rijenwoningen;
                                            </al></li><li nr="-"><al>een type in tuindorp-achtige stijl. Deze woningen
                                                hebben vaak forse kappen en accenten in de vorm van
                                                erkers.</al></li></lijst><al/><al>Veel zijgevels zijn voorzien van een of meerdere ramen.
                                        Dakkapellen bevinden zich zowel aan de voorzijde als de
                                        achterzijde van de woning. De oorspronkelijke dakkapellen
                                        zijn zorgvuldig in het dakvlak opgenomen. De dakkapellen
                                        zijn met de boven- en onderzijde in één horizontale lijn
                                        geplaatst. In de loop der tijden zijn door bewoners zaken
                                        aangepast. Bijvoorbeeld de uitbreiding van woningen van één
                                        laag met kap door het optrekken van de gevel met een
                                        bouwlaag. Bij de woningen van twee bouwlagen met kap is in
                                        een aantal gevallen een deel van de nok verhoogd, om zo meer
                                        ruimte op zolder te creëren. De oorspronkelijke verhouding
                                        tussen de gevel en het dak verandert hierdoor. De aan- en
                                        bijgebouwen zijn onderschikt aan de hoofdgebouwen en liggen
                                        een aantal meters terug ten opzichte van de voorgevel van
                                        het hoofdgebouw. De identieke elementen bij rijenwoningen
                                        zoals entreeportalen, raampartijen en schoorstenen zijn
                                        bepalend voor het straatbeeld. Bij rijenwoningen zijn soms
                                        verticale geledingen in de gevels aanwezig in de vorm van
                                        penanten (muurdammen) of omlijsting van de
                                        entreeportalen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De verschijningsvorm van de bebouwing is traditioneel.
                                        Materiaal- en kleurgebruik zijn ingetogen, waardoor een
                                        samenhangend straatbeeld ontstaat. De meeste woningen zijn
                                        in bouwstromen opgeleverd, met een identiek uiterlijk. De
                                        flatjes en rijenwoningen bestaan overwegend uit gevelsteen
                                        in roodbruine tinten. Twee-onder-één-kap woningen hebben
                                        meer variaties in kleuren materiaalgebruik, wisselend per
                                        straat. De gevels zijn in donker zandgeel, rood-bruin of
                                        bruin gevelsteen uitgevoerd. Ondergeschikt hieraan wordt
                                        gewerkt met hout. De daken zijn uitgevoerd in rode,
                                        rood-bruine of donkergrijze dakpannen. De gemetselde
                                        schoorstenen op vaste onderlinge afstand zijn sterk
                                        beeldbepalend. Kozijnen en deurlijsten zijn in het algemeen
                                        geschilderd in wit, met eventueel donkere of gekleurde
                                        draaiende elementen. In de loop der tijd zijn door bewoners
                                        zaken aangepast, zoals de voordeur, de kleur van kozijnen of
                                        de bewegende delen van de ramen. De detaillering van de
                                        woningen is sober maar verfijnd. </al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Deze woongebieden hebben een overzichtelijk, rustig en
                                        relatief groen karakter. De aanwezige bebouwing is in haar
                                        oorspronkelijke opzet architectonisch en stedenbouwkundig
                                        met zorg ontworpen. De waarde van dit gebied is gelegen in
                                        de heldere ruimtelijke structuur van rechte straten en
                                        overzichtelijke in beeld samenhangende bebouwingseenheden
                                        (ensembles). Beeldbepalend zijn de heldere hoofdvormen en de
                                        verbindende werking van dakvlakken, gevelindeling en
                                        gootlijnen. De bebouwing is verfijnd gedetailleerd. Er is
                                        een grote verwantschap in architectuur, massa, vorm, kleur-
                                        en materiaalgebruik. De eenheid die in dit gebied als geheel
                                        wordt ervaren wordt positief gewaardeerd.</al><al/><al>Een behoefte aan modernisering of meer woonruimte leidt tot
                                        aanpassingen of toevoegingen: verfraaien en uitbreiden van
                                        bestaande woningen. Dit kan leiden tot het verlies van de
                                        eenheid. Beeldbepalend voor een eenheid is verwantschap in
                                        bouwperiode en bouwstijl.</al><al/><al>Aanbouwen aan achtergevels en dakkapellen/dakopbouwen voegen
                                        zich soepel binnen de hoofdkarakteristiek van het
                                        bebouwingsthema. Verstoringen van het bebouwingsbeeld doen
                                        zich met name voor bij wijzigingen aan de voorgevel. Dit kan
                                        afbreuk doen aan het straatbeeld. Verstoringen van het
                                        bebouwingsbeeld doen zich ook voor bij hoekwoningen, omdat
                                        aanbouwen, bijgebouwen en schuttingen in de zijtuinen vaak
                                        op gespannen voet staan met de stedenbouwkundige
                                        karakteristiek van de woonwijk.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Het Nieuwe Bouwen (jaren 1960 - 1970) W2 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende wijken/buurten; </al><lijst><li nr="-"><al>Laagbouw in Engelenburg (Veenendaal -Zuidoost);
                                            </al></li><li nr="-"><al>Gebied tussen Regentesselaan en Stadshouderslaan in
                                                De Pol (Veenendaal-Noordwest); </al></li><li nr="-"><al>Bebouwing langs de Rondweg West (tussen de
                                                Gladiolenstraat en de Dahliastraat) aan de westrand
                                                van 't Hoorntje (Veenendaal-Noordwest).</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Deze woongebieden worden gekenmerkt door een eenvoudig
                                        patroon van haaks op elkaar staande woonstraten. Herhaling
                                        van woningtypen en verkavelingtypen is bepalend voor het
                                        beeld van deze gebieden. De meeste woningen hebben een
                                        uniform karakter. De laagbouw van Engelenburg bevindt zich
                                        tussen de twee zones met hoge flatgebouwen. Haaks op de
                                        straten liggen doodlopende straatjes - hoven. Deze eindigen
                                        met een parkeervlak of een rij garages met eventueel een
                                        groen binnenterrein. Hier staan zowel aaneengesloten (rijen)
                                        woningen als twee onder-een-kap woningen. In de hoek
                                        Dillewijnen/Boompjesgoed staat een klein aantal vrijstaande
                                        woningen. Vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen vormen
                                        onderdeel van de ruimtelijke structuur en zijn daarom
                                        onderdeel van de woongebieden. Tussen Regentesselaan en
                                        Stadshouderslaan is een klein gebied met een aantal
                                        bouwblokken met rijenwoningen. Bebouwing langs de Rondweg
                                        West kenmerkt zich door herhaling van uniforme woningen
                                        gegroepeerd rond een openbare ruimte (stempels). Het betreft
                                        flats gecombineerd met grondgebonden woningen. De woningen
                                        zijn met de voorzijde georiënteerd op straat. Naar de
                                        (openbare) hofjes zijn zowel voor-, achter- als zijkanten
                                        van de woningen gericht. De bebouwing is per
                                        architectonische eenheid in een rooilijn geplaatst. Alle
                                        grondgebonden woningen hebben een voortuin en bij
                                        hoekwoningen is er een zijtuin.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227288.pdf">voorbeelden het nieuwe bouwen (jaren 1960 - 1970) W2</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Het beeld wordt bepaald door de homogene en eenduidige
                                        hoofdvorm van de aaneengesloten woningen of identieke
                                        twee-onder-één-kap woningen: twee bouwlagen hoog met een
                                        zadeldak evenwijdig aan de straat. Uitzondering: </al><lijst><li nr="-"><al>De woningen aan de Bongerd zijn van drie bouwlagen
                                                hoog en hebben een zadeldak met een flauwe helling;
                                            </al></li><li nr="-"><al>De rijenwoningen aan de Gladiolenstraat hebben een
                                                zadeldak met een flauwe helling en bestaan
                                                gedeeltelijk uit één bouwlaag.</al></li><li nr="-"><al>De flats hebben een eenvoudige rechthoekige vorm en
                                                zijn 3 of 4 lagen hoog.</al></li></lijst><al/><al>In deze woongebieden zijn alle daken van de woningen
                                        voorzien van donkergrijze dakpannen.</al><al/><al>De kopgevels zijn zichtbaar vanaf de openbare ruimte en soms
                                        uitgevoerd als blinde gevel, soms voorzien van een kleine
                                        raam. Aan- en bijgebouwen zijn gesitueerd naast en achter
                                        het hoofdgebouw. Zo zijn aan de uiteinden van de woonblokken
                                        vaak aanbouwen gerealiseerd, teruggelegen ten opzichte van
                                        de voorgevel. De aan- en uitbouwen zijn voorzien van een
                                        plat dak (garages tussen twee-onder-één-kap woningen) of een
                                        kap. Zij zijn in vorm en uiterlijk ondergeschikt aan het
                                        hoofdgebouw. Aan de voorzijde van de woningen zijn enkele
                                        dakkapellen aanwezig.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De woningen zijn in bouwstromen opgeleverd, met een identiek
                                        uiterlijk per rij of straat. Kenmerkend is het type
                                        'doorzonwoning', met relatief grote raamvlakken aan voor- en
                                        achterzijde van de woning. De gevels van de bebouwing
                                        bestaan uit ingetogen rode of beige baksteen. De nieuwere
                                        woningen op de hoek tussen de Stadshouderslaan en
                                        Koninginnelaan bestaan uit twee kleuren baksteen: begane
                                        grond in donker grijs en eerste verdieping in zandgeel.
                                        Industriële bouwmethoden bepalen het uiterlijk van de
                                        architectuur en gevels. Daarbij zorgt de aanwezigheid van
                                        diverse voor- en achtergevels voor een verschil in uiterlijk
                                        tussen de woningen. Zo zijn er woningen met een gevelbrede
                                        opzetpui van hout. Daarnaast zijn woningen met een kortere
                                        opzetpui, tussen het raam van de woonkamer en het grote raam
                                        op de eerste verdieping, een halve gevel breed. In de buurt
                                        tussen de Regentesselaan en de Stadshouderslaan is een
                                        opzetpui tussen de ramen van de eerste verdieping toegepast.
                                        Maar er zijn ook woningen geheel opgetrokken in baksteen.
                                        Bij een aantal huizen is de opzetpui weggehaald en vervangen
                                        door metselwerk in de kleur van de voorgevel. Bij de meeste
                                        woningen met 'opzetpuien' zijn het kleur- en
                                        materiaalgebruik per rij aaneengesloten woningen op elkaar
                                        afgestemd. Naast oorspronkelijke toevoegingen aan de
                                        voorgevel (luifels, etc) zijn in de loop der tijd door
                                        bewoners zaken aangepast, zoals de voordeur, een balkon, de
                                        kleur van kozijnen. Af en toe is een garagedeur vervangen
                                        door een raam en voordeur. Het kleur- en materiaalgebruik
                                        van opzetpuien, kozijnen, draaiende delen van ramen, deuren
                                        en dergelijke is traditioneel en ingetogen.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De bebouwing is in de oorspronkelijke opzet architectonisch
                                        en stedenbouwkundig met zorg ontworpen, met een uniform
                                        karakter. Rijenwoningen en/of blokken (stempels) worden
                                        herhaald, waardoor de uitstraling voor het hele gebied
                                        veelal gelijk is. Door de detaillering in de gevel en
                                        toegepaste kleuren ontstaat per straat of per rij woningen
                                        een karakteristiek beeld. Het motto voor deze gebieden is
                                        "eenheid in verscheidenheid". De eenheid (van de hoofdmassa)
                                        per blok of rij wordt positief gewaardeerd en biedt ruimte
                                        voor ontwikkeling. Erkers, dakkapellen en aan- en uitbouwen
                                        aan de voorzijde van de woning kunnen het straatbeeld
                                        verlevendigen. Bij alle variatie dient evenwel chaos te
                                        worden voorkomen. Dat betekent veelal dat de variatie zich
                                        richt rond een thema.</al><al/><al>In dit type woongebied zijn geen grote veranderingen en
                                        ontwikkelingen gepland of te verwachten. Een behoefte aan
                                        modernisering of meer woonruimte kan leiden tot aanpassingen
                                        of toevoegingen.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria</al></artikel><artikel><kop><label>Forumbeweging (woonerven jaren 1970 - 1980) W3 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende buurten/wijken: </al><lijst><li nr="-"><al>Dragonder-Noord en Dragonder-Zuid, gerealiseerd in
                                                de jaren '70 (Veenendaal-Noordoost);</al></li><li nr="-"><al>Schepenbuurt, Oudeveen e.o. en De Schans e.o.,
                                                ontwikkeld vanaf eind jaren '70 tot eind jaren '80
                                                (Veenendaal-West); </al></li><li nr="-"><al>locatie aan de Talmaplein en Talmastraatstraat in de
                                                Franse Gat, jaren '70 (Veenendaal-Zuidwest) </al></li><li nr="-"><al>woonbuurt tussen De Boslaan, de Middellaan en het
                                                spoor uit eind jaren '80 (Veenendaal-Zuidoost).</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Deze woongebieden zijn gebouwd in een groot aantal fases,
                                        met veranderingen in de stedenbouwkundige opzet, waardoor er
                                        verschil is ontstaan tussen de verschillende wijken en
                                        buurten:</al><lijst><li nr="-"><al>een grillig stratenpatroon van de Dragonder-Noord en
                                                het oostelijke deel van Schepenbuurt; </al></li><li nr="-"><al>een stempelachtige verkavelingspatroon van
                                                rijenwoningen in de Dragonder-Zuid; </al></li><li nr="-"><al>strakkere verkaveling met langere straten in het
                                                westelijke deel van de Vogelbuurt.</al></li></lijst><al/><al>De bebouwing is cluster na cluster, straat na straat
                                        ontwikkeld. Afzonderlijke buurten, clusters en straten
                                        vormen samenhangende eenheden. In deze woongebieden staan
                                        vooral rijenwoningen en twee-onder-één-kap woningen. Het
                                        gebied heeft een patroon van haaks op elkaar staande
                                        straten, met verspringingen in wegprofiel. De
                                        stedenbouwkundige opzet bestaat uit bijna vierkante blokken
                                        met relatief korte straten. Veel straten hebben afgeronde
                                        hoeken. De verkeersstructuur is niet gericht op autoverkeer,
                                        maar op de voetganger en het spelende kind. Kenmerkend voor
                                        de opzet en architectuur in deze gebieden is de menselijke
                                        schaal en maat. Bebouwing begeleidt woonstraten, afgeronde
                                        hoeken van de straten en ruimten. Architectonische accenten
                                        versterken het stedenbouwkundig concept:</al><lijst><li nr="-"><al>appartementen met afwijkende architectuur (vorm,
                                                kleur) op beeldbepalende plekken langs de
                                                ontsluitingsweg (rotonde de Reede/De Monding en de
                                                bocht van De Pionier); </al></li><li nr="-"><al>verbijzondering op de hoeken door appartementen;
                                            </al></li><li nr="-"><al>verbijzonderingen door 'poorten" voor langzaam
                                                verkeer door appartementen (Oudeveen/De Schans e.o.)
                                            </al></li></lijst><al>In deze woongebieden komen kleinschalige groenterreinen en
                                        parkeervoorzieningen voor.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227289.pdf">voorbeelden forumbeweging (woonerven jaren 1970 - 1980) W3</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De meeste rijenwoningen en twee-onder-één-kap woningen zijn
                                        uitgevoerd in twee bouwlagen. (Terras)flats,
                                        hoekappartementen en "poortgebouwen" zijn veelal 3 bouwlagen
                                        hoog met of zonder kap. De rijenwoningen en
                                        twee-onder-één-kap woningen zijn alle voorzien van een kap.
                                        Het zadeldak evenwijdig aan de straat of haaks op de staat
                                        is het meest aanwezig. Afgetopte kappen en kappen met een
                                        verspringing in de nok komen ook voor.</al><al/><al>De bijgebouwen staan veelal voor de woning. Garages,
                                        bergingen, entrees zijn als kleine losse massa's aan de
                                        hoofdmassa geschakeld of los gesitueerd. De dakvlakken van
                                        de hoofdgebouwen lopen vaak door in de verschillende
                                        bijgebouwen aan de voorzijde van de woningen. Een deel van
                                        de aanbouwen aan de voorzijde heeft een plat dak. Het
                                        bijgebouw is veelal gebouwd vóór de rooilijn van de
                                        hoofdmassa, waardoor deze bijgebouwen (garages, berging en
                                        entree) bepalend zijn voor het straatbeeld. In de loop der
                                        tijd zijn door bewoners zaken aangepast, zoals nieuwe
                                        carports uitbreidingen van aanwezige aanbouwen en
                                        dakkapellen aan de voorzijde.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De woningen zijn in bouwstromen opgeleverd. De architectuur
                                        van de woningen is traditioneel en verschilt per straat. Het
                                        oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik zijn samenhangend
                                        per straat/cluster. De meeste woningen bestaan uit
                                        gevelstenen in lichtrode of roodbruine tinten. Incidenteel
                                        zijn woningen witgeschilderd of in wit baksteen uitgevoerd.
                                        De daken zijn uitgevoerd in rode of donkergrijze dakpannen.
                                        Sommige gebouwen zijn voorzien van opzetpuien of houten
                                        detailleringen. Voor houten delen van de gevel zijn soms
                                        opvallende kleuren of met metselwerk contrasterende donkere
                                        kleuren toegepast, zoals rood of blauw. Hier en daar is een
                                        gedeelte van de gevel van kunststof (trespa). De
                                        detaillering van de woningen is sober en ingetogen. Af en
                                        toe zijn er afwijkende accenten zoals luifels met een minder
                                        traditionele vorm en materiaal. In de loop der tijd hebben
                                        bewoners zaken aangepast, zoals de voordeur, een luifel
                                        boven entree, de kleur van opzetpuien, kozijnen, etc.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De bebouwing is in de oorspronkelijke opzet architectonisch
                                        en stedenbouwkundig met zorg ontworpen en heeft een uniform
                                        karakter. De waarde van deze gebieden ligt in de
                                        stedenbouwkundig opzet, de groene plekken en de kleine
                                        schaal van de bebouwing. De bebouwing is gevarieerd, maar
                                        door eenheid per buurt (cluster) en/of straat zijn
                                        samenhangende eenheden gecreëerd. De detaillering in de
                                        gevel en toegepaste kleuren en materialen versterken de
                                        karakteristieke eenheid geen cluster/straat of rijwoningen.
                                        Beeldbepalend is de eenheid per cluster/straat (uiterlijk,
                                        massa, vorm etc.) en verwantschap in bouwperiode en
                                        bouwstijl.</al><al/><al>In dit type woongebied zijn geen grote veranderingen en
                                        ontwikkelingen gepland. Een behoefte aan modernisering of
                                        meer woonruimte kan leiden tot aanpassingen of toevoegingen.
                                        Erkers, dakkapellen en aan- en uitbouwen aan de voorzijde
                                        van de woning kunnen het straatbeeld verlevendigen. Om een
                                        te grote variatie (lees: chaos) te voorkomen is het beleid
                                        gericht op variatie op en binnen een thema.</al><al/><al>Ten aanzien van de schuurtjes, carports en dergelijke geldt
                                        dat de individuele afwijkende uitbreidingen aan de openbare
                                        ruimte de rust en samenhang van het beeld binnen een
                                        rij/straat/cluster verstoren. Waar grote delen van de gevels
                                        in hout zijn uitgevoerd kan afwijkend kleurgebruik of
                                        vervanging van gevelmateriaal afbreuk doen aan het
                                        straatbeeld.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Thematische inbreidingen (vanaf 1990) W4 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende gebieden:</al><lijst><li nr="-"><al>Tussen het spoor, Sparrenlaan, Dennenlaan en achter
                                                de bebouwing aan de Kerkewijk;</al></li><li nr="-"><al>Molenstraat/deTerp; </al></li><li nr="-"><al>Aan de Zoete Inval (achter de Vijgendam); </al></li><li nr="-"><al>Frisia (Hollandia) terrein; </al></li><li nr="-"><al>Willem de Zwijgerstraat e.o.; </al></li><li nr="-"><al>Nieuwbouw aan de Willem Barentzstraat</al></li><li nr="-"><al>Aan de Munnikenschans en Moerschans, achter de
                                                lintbebouwing aan de Munnikenweg; </al></li><li nr="-"><al>Diverse inbreidingslocaties waaronder Quartier
                                                Kerkewijk, inbreidingslocaties langs de centrumring,
                                                en bij de David Tenierslaan </al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Deze nieuwe woongebieden zijn binnen de stad ontwikkeld op
                                        stukken grond die vrij gekomen zijn door verlies van
                                        functies. Een voorbeeld hiervan zijn inbreidingen op
                                        plaatsen van de oude fabrieksterreinen en kleine
                                        bedrijfsterreinen. Deze gebieden hebben een fragmentarisch
                                        karakter maar leveren door hun afwijkende uitstraling bij
                                        aan de karakteristiek van de stad. Inbreidingsgebieden zijn
                                        duidelijke eenheden en hebben een introvert karakter met een
                                        eigen identiteit. Uitzondering hierop zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>Quartier Kerkewijk heeft twee poortgebouwen aan het
                                                lint Kerkewijk; </al></li><li nr="-"><al>Bebouwing langs de Weverij die de binnenring
                                                begeleidt.</al></li></lijst><al/><al>Kleine inbreidingen zijn in het bestaande stratenpatroon
                                        opgenomen maar zijn duidelijk herkenbaar door een opvallend
                                        en van de omgeving afwijkend uiterlijk, alsmede door een
                                        hogere bebouwingsdichtheid. Afhankelijk van de omvang van
                                        het gebied is er een samenhang per straat, cluster of
                                        architectonische eenheid. De verkavelingopzet heeft een
                                        helder onderscheid tussen openbaar en privé. De inrichting
                                        van openbare ruimte is veelal met zorg ontwikkeld. De
                                        bebouwing bestaat uit rijenwoningen, twee-onder-één-kap
                                        woningen en vrijstaande woningen. Soms is gestapelde bouw in
                                        het gebied opgenomen. Deze heeft een markante plek in een
                                        cluster, bijvoorbeeld aan het water (Edelmanlaan), of midden
                                        in de cluster (Moerschans).</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227290.pdf">voorbeelden thematische inbreidingen (vanaf 1990) W4</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Bij de ontwikkeling van deze gebieden is veel aandacht
                                        besteed aan de architectonische/stedenbouwkundige
                                        uitstraling. De gebieden of clusters vormen architectonische
                                        eenheden met specifieke bouwmassa's en bouwvormen. Per
                                        straat of cluster is vaak voor een bepaald type woning
                                        gekozen. De rijenwoningen, twee-onder-één-kap woningen en
                                        vrijstaande woningen zijn één of twee bouwlagen hoog en
                                        voorzien van een kap. De aan- en bijgebouwen zijn in massa
                                        en vorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Er zijn weinig
                                        dakkapellen aanwezig. Indien aanwezig dan is de vormgeving
                                        (maat en esthetiek) afgestemd op de architectonische
                                        eenheid.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De aandacht voor de architectuur is vertaald in een
                                        zorgvuldige detaillering en kleur- en materiaalgebruik.
                                        Detaillering, materiaal -en kleurgebruik zijn vaak sterk
                                        bepalend voor de eenheid binnen de architectonische cluster.
                                        Zij zijn gebruikt als instrument om de woningen binnen de
                                        architectonische cluster te binden. Het kleurgebruik
                                        varieert van ingetogen traditioneel tot opvallend felle
                                        kleuren van details. Afhankelijk van de architectuurstijl is
                                        sprake van verbijzonderen van lagen, entrees, hoeken,
                                        zijgevels en dergelijke. Bijvoorbeeld door kleur, stuukwerk,
                                        twee kleuren baksteen in de gevel, etc. Alles zorgvuldig
                                        gedetailleerd en passend bij de architectuur van het
                                        desbetreffende gebouw, bijvoorbeeld roeden in de ramen,
                                        luifels boven de voordeur, schoorstenen etc.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Bij de inbreidingsgebieden is veel zorg en aandacht besteedt
                                        aan de stedenbouwkundige en architectonische eenheid en de
                                        inrichting van de openbare ruimte. Doordat de bebouwing van
                                        recente datum is, is de eenheid binnen een ensemble nog
                                        sterk aanwezig. Deze gebieden onderscheiden zich duidelijk
                                        van de oudere bebouwing in de omgeving.</al><al/><al>In deze gebieden zijn geen grote ontwikkelingen gepland of
                                        te verwachten. Echter individuele bewoners kunnen in de loop
                                        der tijd behoefte krijgen om woningen aan te passen en uit
                                        te breiden. Gedacht kan worden aan zolderkamers,
                                        dakkapellen, erkers, e.d.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Thematische uitbreidingswijken (vanaf 1990) W5 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende woongebieden: </al><lijst><li nr="-"><al>Componistenbuurt en Dichtersbuurt in
                                                Veenendaal-West; </al></li><li nr="-"><al>Petenbos en Petenbos-Oost in
                                                Veenendaal-Zuidoost;</al></li><li nr="-"><al>De Gelderse Blom in Veenendaal-Noordwest.</al></li><li nr="-"><al>Dragonder-Oost</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Als reactie op de architectuur en stedenbouw na de Tweede
                                        Wereldoorlog vindt een omslag plaats in het ontwerp van
                                        nieuwe woongebieden. Ook de veranderende
                                        volkshuisvestingsopgave is hierop van invloed. De woningnood
                                        is achter de rug en er wordt meer marktconform gebouwd. De
                                        nieuwe woongebieden krijgen een duidelijk imago mee dat
                                        onder meer naar voren komt in een uitgesproken architectuur.
                                        Soms wordt teruggegrepen op architectuurstijlen uit het
                                        verleden, van neo-traditioneel (jaren 30-stijl) tot
                                        neo-modern (kubistische, staal, beton, glas). In het
                                        verkavelingsplan wordt in tegenstelling tot de wijken uit de
                                        voorgaande decennia weer gestreefd naar een helder
                                        onderscheid tussen openbaar en privé-gebied. Er worden weer
                                        woonstraten en bouwblokken gemaakt, waarbij de voorzijde is
                                        gericht naar de straat en de private achtertuinen zijn
                                        gelegen in binnengebieden. De inrichting van de openbare
                                        ruimte is veelal met zorg ontwikkeld. Het stedenbouwkundige
                                        plan is vaak opgehangen aan enkele "structuurdragers", zoals
                                        historische routes, zichtassen, randen van de wijk of
                                        centraal gelegen groene ruimten. De structuurdragers
                                        verbinden visueel de buurten binnen een wijk en zorgen voor
                                        aanknopingspunten voor de oriëntatie. In de opzet van de
                                        wijken krijgen de verschillende architectuurthema's een
                                        bewuste plek toegewezen, zodat ook het beeld van de wijken
                                        als geheel wordt ondersteund. Zo wordt een bijzondere
                                        architectonische cluster "Stad in Stad" midden in de wijk
                                        Petenbos verbonden aan de metafoor 'vesting'.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227291.pdf">voorbeelden thematische uitbreidingswijken (vanaf 1990) W5</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Bij de ontwikkeling van deze gebieden wordt veel aandacht
                                        besteed aan de architectonische/stedenbouwkundige
                                        uitstraling. Per blok, straat of buurt is vaak voor een
                                        bepaald type woning gekozen. De aan- en bijgebouwen zijn in
                                        massa en vorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Het ontwerp
                                        van erfafscheidingen en optionele uitbreidingen zoals
                                        erkers, dakkapellen en serres is vaak meegenomen in het
                                        totaalplan. Gebouwen met afwijkende massa en/of vorm
                                        versterken daarbij het stedenbouwkundig concept: </al><lijst><li nr="-"><al>Bouwblokken van rijenwoningen worden gemarkeerd door
                                                appartementen op de hoeken;</al></li><li nr="-"><al>Op de markante plekken staan appartementengebouwen:
                                                als een solitaire bouw of als een ensemble met
                                                meerdere gebouwen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Detaillering, materiaal -en kleurgebruik en erfafscheidingen
                                        zijn vaak sterk bepalend voor de eenheid binnen de
                                        architectonische cluster. Zij zijn gebruikt als instrument
                                        om de woningen binnen de architectonische cluster te binden.
                                        Afhankelijk van de architectuurstijl is sprake van
                                        verbijzonderen van lagen, entrees, hoeken, zijgevels en
                                        dergelijke. Bijvoorbeeld door kleur, stucwerk, twee kleuren
                                        baksteen in de gevel, etc. Alles zorgvuldig gedetailleerd en
                                        passend bij de architectuur van het desbetreffende gebouw,
                                        bijvoorbeeld roeden in de ramen, luifels boven de voordeur,
                                        etc.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De thematische wijken zijn globaal vanaf 1980 in de
                                        afgelopen decen-nia gerealiseerd. Het oorspronkelijke beeld
                                        is nog duidelijk aanwezig, waarbij de eenheden in
                                        architectuur nog duidelijk herkenbaar zijn. De waarde van de
                                        thematische wijken schuilt in een doordachte
                                        stedenbouwkundige opzet, duidelijke architectonische
                                        samenhang per eenheid en een sterke variatie in
                                        architectuur. De woningen hebben een zorgvuldige
                                        detaillering, die past bij de diverse architectonische
                                        stijlen.</al><al/><al>De woonwijken zijn als totaalplan gerealiseerd. Grote
                                        wijzigingen zijn niet te verwachten. Echter individuele
                                        bewoners kunnen in de loop der tijd behoefte krijgen om
                                        woningen aan te passen en uit te breiden. Gedacht kan worden
                                        aan zolderkamers, dakkapellen, erkers, e.d.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Gemengd woongebied, traditionele blokverkaveling W6 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende buurten/wijken: </al><lijst><li nr="1."><al>De Pol (Veenendaal-Noordwest); </al></li><li nr="2."><al>'t Hoorntje (Veenendaal-Noordwest); </al></li><li nr="3."><al>Molenbrug (Veenendaal-Noordwest); </al></li><li nr="4."><al>Beatrixstraat e.o. (Veenendaal-Centrum); </al></li><li nr="5."><al>Vijgendam (Veenendaal-Centrum); </al></li><li nr="6."><al>'t Goeie Spoor e.o. (Veenendaal-Zuidwest).</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Binnen deze woongebieden zijn over een lange periode
                                        woningen gebouwd. Deze gebieden zijn voor de Tweede
                                        Wereldoorlog ontwikkeld, maar in de loop van de jaren is de
                                        bebouwing veranderd. In deze gebieden staat vooroorlogse
                                        bebouwing (voornamelijk tussen de Mulderslaan en Emmalaan),
                                        veel bebouwing gerealiseerd tussen 1950-1970, met hier en
                                        daar ook woningen gebouwd na 1970. Deze woongebieden hebben
                                        een eenvoudig stratenpatroon van min of meer evenwijdige of
                                        haaks lopende straten. Kenmerkend is de diversiteit van
                                        bebouwing in het hele gebied, maar ook de verwantschap in
                                        bouwperiode en architectuur over (delen van) een straat. In
                                        die delen ontstaat door de traditionele verschijningsvorm en
                                        verwante architectuur van de woningen een samenhangend
                                        beeld. In deze woongebieden zijn de woningen met de
                                        voorgevel georiënteerd op de straat. Aan de Davidstraat in
                                        't Hoorntje is de vooroorlogse tuinwijkachtige
                                        arbeidersbuurt (jaren 1920-1930) gelegen. Deze buurt is een
                                        rijksmonument.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227292.pdf">voorbeelden gemengd woongebied, traditionele blokverkaveling W6</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>In deze gebieden staan voornamelijk twee-onder-één-kap
                                        woningen en rijenwoningen. Incidenteel komen vrijstaande
                                        bebouwing en gestapelde bouw voor. De massa van de
                                        grondgebonden bebouwing varieert. De bebouwing is over het
                                        algemeen één of twee bouwlagen hoog. De meeste panden hebben
                                        een kap. Er komen diverse kapvormen voor. Het straatbeeld
                                        wordt bepaald door de hoofdgebouwen. De aan- en bijgebouwen
                                        onderscheiden zich duidelijk van de hoofdgebouwen. Kleine
                                        (oudere) woningen worden door de bewoners vergroot door
                                        gevel- en dakopbouwen, dakkapellen, aan- en uitbouwen,
                                        etc.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Deze gebieden kennen een diversiteit aan detaillering,
                                        kleur- en materiaalgebruik. Materiaal en kleurgebruik zijn
                                        in het algemeen traditioneel en ingetogen, waardoor een
                                        samenhang in het straatbeeld ontstaat. De hoofdgebouwen zijn
                                        opgetrokken in baksteen. De kleur is divers. Andere
                                        toegepaste gevelmaterialen zijn stucwerk (wit) en
                                        incidenteel hout. De architectuurstijl van de bebouwing is
                                        verschillend, afhankelijk van de bouwperiode. De
                                        vooroorlogse bebouwing heeft originele details zoals
                                        verbijzondering van metselwerk, speklagen, dak- en
                                        gootlijsten, roeden, deurlijsten en paneeldeuren. Maar er
                                        zijn ook veel oorspronkelijke details verdwenen. De nieuwere
                                        woningen hebben een eenvoudiger uitvoering met beperkte
                                        detaillering. In de loop der tijd zijn door de bewoners
                                        wijzigingen aangebracht, zoals kleur, een luifel boven de
                                        voordeur, etc.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De waarde van deze gebieden is gelegen in de heldere
                                        ruimtelijke structuur van rechte straten en samenhangende
                                        maat en schaal van bebouwing. In (delen van) straten staan
                                        panden met een verwante verschijningsvorm in architectuur.
                                        Door de gelijke bouwtijd vormen zijn samenhangende
                                        bebouwingseenheden. Daarnaast kennen deze gebieden een
                                        waardevolle variatie aan bebouwing door de verschillende
                                        bouwstijlen. Door de verschillende bouwtijden, verschilt de
                                        mate van detaillering: oude panden zijn rijk gedetailleerd
                                        en nieuwere panden zijn voorzien van weinig details. Daar
                                        waar sprake is van een eenheid in materiaalgebruik,
                                        kleurgebruik en detaillering dient deze het uitgangspunt te
                                        zijn voor verdere ontwikkelingen.</al><al/><al>In dit type woongebied zijn geen grote veranderingen en
                                        ontwikkelingen gepland. Een behoefte aan modernisering of
                                        meer woonruimte kan leiden tot aanpassingen of toevoegingen.
                                        Incidenteel kan (vervangende) nieuwbouw van panden
                                        plaatsvinden.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Individuele woningbouw W7 </label></kop><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>In Veenendaal is vrijstaande bebouwing verspreid in kleine
                                        groepen aan de randen van woonwijken of gesitueerd in
                                        afzonderlijke buurten met een eigen karakter. Indien binnen
                                        een gebied weinig eenheid bestaat tussen de woningen
                                        onderling, vallen vrijstaande woning of twee-onder-één-kap
                                        woning onder de legenda-eenheid 'individuele woningbouw'. De
                                        straten en buurten hebben een groen karakter. Individuele
                                        woningbouw komt voor in vele soorten en maten, veelal met
                                        een traditionele verschijningsvorm. De woningen zijn in
                                        diverse tijden gerealiseerd, waardoor diverse
                                        stedenbouwkundige en architectonische stromingen zichtbaar
                                        zijn bij de individuele woningen. Als onderdeel van
                                        woonwijken zijn vrijstaande woningen hier en daar planmatig
                                        ontwikkeld, met een identiek uiterlijk per straat. Aan de
                                        Walenburg in de Salamander is individuele bouw ontwikkeld
                                        als identieke geschakelde bouwvolumes tussen 1970 en 1980.
                                        Af en toe is er een pand dat hiervan afwijkt, door kleur,
                                        materiaal, dakhelling, maatvoering, etc. Deze afwijkingen
                                        passen meestal in het gevarieerde beeld. Belangrijk is de
                                        individuele uitstraling van de woning. De vrijstaande panden
                                        zijn te beschouwen als afzonderlijke objecten met een grote
                                        variatie in vormen en bouwstijlen. Dit leidt tot een
                                        diversiteit aan gevelindeling, kapvormen, vensters,
                                        gootlijsten, schoorstenen e.d. De woningen zijn overwegend
                                        voorzien van een (ruime) voortuin. Daarbij zijn de woningen
                                        georiënteerd op de straat en aan de voorzijde vaak voorzien
                                        van een erfafscheiding (muur, hek of haag). De onderlinge
                                        afstand tussen de woningen varieert. Bij recente
                                        ontwikkelingen is de onderlinge afstand tussen de bebouwing
                                        vaak beperkt.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227293.pdf">voorbeelden individuele woningbouw W7</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Overwegend is gebouwd in één of twee bouwlagen. De woningen
                                        zijn veelal voorzien van een kap, zoals een zadeldak, een
                                        lessenaarsdak of een samengesteld dak. Het bungalow-achtige
                                        type met een plat dak komt ook voor. Het straatbeeld wordt
                                        bepaald door de relatief forse massa van de afzonderlijke
                                        woningen. Iedere vrijstaande woning of twee-onder-één-kap
                                        woning is duidelijk als eenheid herkenbaar. Met name in
                                        recente uitbreidingen kunnen naast elkaar gelegen woningen
                                        sterk contrasteren in massa, vorm en architectonische
                                        uitstraling. Individuele bouw in de vorm van identieke
                                        geschakelde bouwvolumes vormen een specifieke bouwmassa
                                        (eenheid), zoals aan de Salamander.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik verschillen sterk.
                                        Voor een groot deel is sprake van traditionele kleuren en
                                        materialen: gevelstenen in aardetinten en rode of
                                        donkergrijze dakpannen. Incidenteel is een dak met riet
                                        bekleed. Recent gerealiseerde woningen hebben vaak een
                                        uitgesproken architectuur. Hierbij wordt regelmatig verwezen
                                        naar stromingen uit de architectuurhistorie (bijvoorbeeld
                                        postmodernisme). Ook worden soms (moderne) materialen op een
                                        eigentijdse manier toegepast, wat leidt tot een origineel
                                        uiterlijk. Indien andere kleuren en materialen gebruikt
                                        zijn, passen die bij de architectuur van de individuele
                                        woning. De toegepaste detaillering past bij de architectuur
                                        van de individuele woning.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De variatie van de individuele woningen is karakteristiek en
                                        waardevol voor het straatbeeld. Daarnaast zijn er ook
                                        seriematig ontwikkelde vrijstaande woningen. Dit zijn
                                        woningen met een identieke massa en verschijningsvorm,
                                        waarbij details kunnen verschillen. Belangrijk voor het
                                        beeld in gebieden met vrijstaande woningen zijn de
                                        voortuinen en de erfafscheidingen (muur, hek of haag). De
                                        woningen hebben vaak een uitgesproken architectonische
                                        vormgeving. De vormgeving van villa's en vrijstaande
                                        woningen gebouwd tussen 1970 en 1980 is veelal ingetogen.
                                        Bij recent gebouwde individuele woningen wordt vaak
                                        teruggegrepen op oude bouwstijlen. Binnen het brede scala
                                        van individuele woningen komt sporadisch een afwijkende
                                        -uitdagender- vormgeving en architectuur voor. Aanpassingen
                                        of toevoegingen aan de voorkant of zijkant die niet passen
                                        bij de stijl van de woningen kunnen afbreuk doen aan het
                                        straatbeeld.</al><al/><al>Bij de individuele woningen zijn geen grote veranderingen en
                                        ontwikkelingen gepland. Incidenteel kan (vervangende)
                                        nieuwbouw van panden plaatsvinden. Een behoefte aan
                                        modernisering of meer woonruimte kan leiden tot aanpassingen
                                        of toevoegingen.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>9</nr><titel>Bedrijvigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Bedrijventerrein B1 </label></kop><al>De onderstaande beschrijving betreft zowel de gebieden met
                                        de aanduiding "Bedrijventerrein B1" als de gebieden met de
                                        aanduiding "Bedrijventerrrein B2" . Het verschil tussen B1
                                        en B2 zit alleen in de gebiedsgerichte criteria. welke zijn
                                        opgenomen in Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en
                                        objectgerichte criteria.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De twee grote bedrijfsgebieden liggen aan de zuidoost- en
                                        noordzijde van Veenendaal. Verspreid in en rondom het
                                        centrum ligt een aantal kleine bedrijfsterreinen. De grote
                                        bedrijventerreinen zijn allen vrijwel geheel afgerond.</al><al/><al>De grote bedrijvengebieden hebben een eigen karakter. Op de
                                        bedrijventerreinen in het noorden (De Factorij, De Vendel,
                                        De Companie en De Batterijen) bevinden zich hoogwaardige
                                        bedrijven (met kantoorfuncties). Deze bedrijventerreinen
                                        zijn gericht op goede bereikbaarheid over de weg en maken
                                        gebruik van de zichtlocatie langs de A12. Het oudere
                                        bedrijventerrein Het Ambacht en Nijverkamp is in 1950
                                        gebouwd. Hier komen veel productiebedrijven voor. Er zijn
                                        incidenteel bedrijfswoningen aanwezig. Veel bedrijven die
                                        zichtbaar zijn vanaf de structurerende lijnen (bij
                                        voorbeeld: de Rondweg-oost, De Grote Beer) hebben een
                                        representatieve uitstraling. </al><al/><al>De bedrijventerreinen hebben een ruim en groen karakter, met
                                        overwegend rechte straten. Straatprofielen hebben veelal
                                        groene bermen met boombeplanting; op sommige plaatsen zijn
                                        deze bermen echter verdwenen ten behoeve van laad/ los- en
                                        parkeerruimte, voornamelijk in Het Ambacht en Nijverkamp.
                                        Het voorterrein is veelal functioneel ingericht. In het
                                        gebied Het Ambacht en Nijverkamp zijn er diverse functies
                                        aanwezig die vaak gemengd voorkomen (onder andere kantoren,
                                        opslag en distributie, bedrijfsverzamelgebouwen,
                                        autoshowrooms, en enkele bedrijfswoningen). De kantoren
                                        en/of verkoopruimtes zijn veelal georiënteerd op de openbare
                                        weg. De bedrijfsruimten zijn daarentegen vaak sterk naar
                                        binnen gericht. Bebouwing heeft onderling een wisselende
                                        voorgevelrooilijn, langs de hoofdroutes staan de meeste
                                        gebouwen in één rooilijn. Voor alle bedrijfsbebouwing geldt
                                        dat zij varieert in omvang, hoogte en kwaliteit. De
                                        bebouwing heeft een individuele uitstraling. Diversiteit in
                                        bebouwing is de norm. De oudere bedrijfspanden hebben
                                        overwegend een utilitaire uitstraling, waarbij de bebouwing
                                        overwegend op functionele gronden vorm heeft gekregen. In de
                                        meer recente uitbreidingen is vaak uitdrukkelijk aandacht
                                        besteed aan de architectonische verschijning van het
                                        bedrijfs- of kantoorpand. Vaak is bewust aandacht besteed
                                        aan architectuur als afspiegeling of identiteitsdrager van
                                        het bedrijf.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227294.pdf">voorbeelden bedrijventerrein B1</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Vormgeving van de bebouwing hangt samen met de functie. De
                                        verschillen in uitwerking zeggen vaak iets over de aard en
                                        het imago van het bedrijf, de logistieke processen en de
                                        mate van toegang. Dit draagt bij aan een gevarieerd en
                                        leesbaar beeld van het bedrijventerrein. Er zijn grote
                                        verschillen in maat en schaal van de bebouwing. Kenmerkend
                                        voor de (productie)bedrijfsbebouwing is de eenvoudige doos
                                        als hoofdvorm, die op verschillende wijzen is uitgewerkt.
                                        Het overgrote deel van de bebouwing heeft een rechthoekige
                                        plattegrond. De vorm van de kap varieert, waarbij platte
                                        daken en zadelkappen (met een lichte hellingshoek) het meest
                                        voorkomen. De gevels zijn grotendeels gesloten. Sommige
                                        bedrijfsgebouwen hebben een gedeelte met kantoorfunctie of
                                        commerciële functie. Dit gedeelte van gebouw is voorzien van
                                        raampartijen. Waar grote gevelvlakken voorkomen, vindt vaak
                                        geleding plaats door variatie in materiaalgebruik.
                                        Kenmerkend voor de bedrijven met kantoorfuncties is dat deze
                                        vaak gestapeld zijn uitgevoerd. Soms bestaan deze uit
                                        meerdere aaneengeschakelde volumes of een paar gebouwen die
                                        samen een bebouwingscomplex vormen.Deze gebouwen hebben vaak
                                        aan alle zijden ramen en voornamelijk een plat dak. De
                                        hoofdentrees worden vaak geaccentueerd door een afwijkende
                                        vormgeving. De kantoorpanden langs de snelweg A12 zijn hoger
                                        dan elders op de bedrijventerreinen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Gevelmateriaal is divers en bestaat veelal uit een
                                        combinatie van materialen, zoals gevelsteen, plaatmaterialen
                                        en glas. De bebouwing vertoont een grote variatie aan
                                        kleuren en detaillering. De detaillering van de bebouwing
                                        varieert van sober en functioneel tot zorgvuldig
                                        gedetailleerd in staal of aluminium. De bedrijven zijn
                                        individueel herkenbaar en voorzien van reclameborden,
                                        vlaggen, hekken etc.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Waardevol is de heldere structuur van het
                                        bedrijventerreinen, waarbij enkele straten duidelijk
                                        herkenbaar zijn als hoofdroute. Daarnaast schuilt de waarde
                                        in de verschijningsvorm van de afzonderlijke panden en de
                                        variatie tussen de bedrijfspanden onderling. Het huidige
                                        beeld van bedrijventerreinen wordt bepaald door een
                                        afwisseling in bebouwing en kwaliteit. Diversiteit is de
                                        norm. Waarbij evenwel geldt dat de bedrijven niet alleen hun
                                        eigen visitekaartje zijn, maar ook dat van Veenendaal. Voor
                                        de bedrijventerreinen geldt dat het van belang is eisen te
                                        stellen aan de representatieve uitstraling van de gebouwen
                                        die zichtbaar zijn vanaf de structurerende lijnen (de Grote
                                        Beer en Rondweg-west, Wageningselaan en Rondweg-Oost).
                                        Vooral aan de representatieve uitstraling van de gebouwen,
                                        langs de snelweg A12, zullen hogere eisen gesteld worden aan
                                        de representativiteit. Aan de andere zijden dient de
                                        overgang van bedrijvigheid naar de lintbebouwing van de
                                        Nieuweweg Noord, de Stationsstraat en de Middelbuurtseweg
                                        niet te abrupt te zijn. Het aanbrengen van veel groen of een
                                        groene overgangszone helpt daar bij, maar valt buiten de
                                        welstandsbevoegdheid. De inrichting en het gebruik van de
                                        voorterreinen voor opslag en/of parkeren heeft een negatieve
                                        invloed op de ruimtelijke kwaliteit, evenals de grote
                                        verscheidenheid van de utilitaire omheiningen aan de
                                        voorzijde. Ook de zichtbare veroudering van enkele
                                        bedrijfspanden (Het Ambacht, in het centrum) heeft een
                                        negatieve invloed op de waardering van een terrein of
                                        gebied.</al><al/><al>Een deel van bedrijventerrein De Batterijen wordt nog
                                        ontwikkeld. Daarnaast kunnen veranderingen in de functie en
                                        het gebruik van het gebouw of een behoefte aan extra ruimte
                                        leiden tot aanpassingen of uitbreidingen. Gezien de
                                        veroudering van een aantal bedrijfspanden en een hoeveelheid
                                        onbebouwde oppervlakte is ook nieuwbouw voorstelbaar.</al><al/><al>Bij de Batterijen, tussen Zijdewetering en A12, mogen hogere
                                        kantoren ontstaan. Dit is opgenomen in het bestemmingsplan
                                        voor dit gebied. </al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Bedrijventerrein B2</label></kop><al>De beschrijving voor gebieden met de aanduiding
                                        "Bedrijventerrein B2" is gelijk aan de beschrijving voor de
                                        gebieden met de aanduiding "Bedrijventerrein B1" </al><al/><al>Het verschil tussen B1 en B2 is alleen aanwezig in de
                                        gebiedsgerichte criteria. welke zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Woon - werk locatie B3</label></kop><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Aan de Planckstraat en de Waterschans staan vrijstaande
                                        woningen met de werkgebouwen in de achtertuinen. De
                                        woonbebouwing staat in een rooilijn, met uitzondering van
                                        bebouwing aan het begin en /of het einde van de straat. De
                                        bedrijfsruimtes worden door de inritten vanaf de straat
                                        ontsloten.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227295.pdf">voorbeelden woon - werk locaties B3</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Het straatbeeld wordt bepaald door de hoofdgebouwen
                                        (woonbebouwing). Deze bebouwing is verschillend van vorm
                                        maar heeft een gelijke hoofdmassa. De bebouwing is één of
                                        twee bouwlagen hoog. Alle panden zijn voorzien van een kap.
                                        Bebouwing van één laag heeft een hoge kap met woonruimte. Er
                                        zijn diverse kapvormen aanwezig. De werkgebouwen zijn los of
                                        gekoppeld aan de woningen. De werkgebouwen zijn voornamelijk
                                        één bouwlaag hoog en hebben zadelkappen (met een lichte
                                        hellingshoek).</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De meeste woningen hebben een individuele uitstraling door
                                        diversiteit in gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik. In
                                        het algemeen geldt dat voor de woonbebouwing het
                                        materiaalgebruik traditioneel en het kleurgebruik behoudend
                                        is. Gevels zijn opgetrokken in baksteen. De daken zijn
                                        voorzien van donkergrijze dakpannen. De werkbebouwing
                                        uitgevoerd in diverse materialen, zoals gevelsteen,
                                        plaatmaterialen en glas.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Waardevol is de verdekte opstelling van de bedrijfspanden,
                                        waardoor het straatbeeld wordt bepaald door de
                                        representatieve uitstraling van de woonbebouwing met
                                        voortuin. De bedrijfsbebouwing is wel duidelijk op de
                                        achtergrond aanwezig is, waarmee het bedrijvige karakter tot
                                        uiting komt. De rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door
                                        eenheid in massa, de variatie van de individuele woningen is
                                        karakteristiek en waardevol voor het straatbeeld. De
                                        bebouwing is van recente datum. In dit deelgebied zijn geen
                                        grote veranderingen en ontwikkelingen gepland. Een behoefte
                                        aan meer woonruimte kan leiden tot aanpassingen of
                                        toevoegingen aan de woningen. Aanpassingen of uitbreidingen
                                        van bedrijfspanden zijn te verwachten bij veranderingen in
                                        het gebruik of groei van het bedrijf.</al><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>10</nr><titel>Bijzondere bebouwingsthema's</titel></kop><structuurtekst><al/><al>De hoofdgroep "bijzondere bebouwingsthema's" kent een bonte
                                    verzameling van deelgebieden. Veel van de gebieden met
                                    bijzondere bebouwing dragen sterk bij aan het ruimtelijke beeld
                                    van Veenendaal. Dit kan zijn als waardevol gebied, een
                                    herkenningspunt in een wijk, of als bebouwing in een (groene)
                                    ruimte. De waarde van de "bijzondere bebouwingstypologie" ligt
                                    vaak in de relatie tussen het gebouw en de omgeving. Massa, vorm
                                    en detaillering lopen sterk uiteen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Hoogbouw T1</label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende gebieden: </al><lijst><li nr="-"><al>Schrijverspark; </al></li><li nr="-"><al>hoogbouw aan het Jan Roeckplantsoen; </al></li><li nr="-"><al>hoogbouw aan De Palmen Grift en aan de Grote Pekken
                                                (in de Engelenburg); </al></li><li nr="-"><al>Prins Willem Alexanderpark; </al></li><li nr="-"><al>hoogbouw aan de Grote Beer (in Dragonder-Zuid);
                                            </al></li><li nr="-"><al>hoogbouw aan het Tarweveld (in
                                                Dragonder-Noord);</al></li><li nr="-"><al>hoogbouw aan de Duivenval</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De hoogbouw van Veenendaal is tussen 1960-1980. De hoogbouw
                                        is gelegen rondom het centrum, met name rondom
                                        ontsluitingswegen, als oorspronkelijke afronding van de stad
                                        of vormt een stedenbouwkundig accent binnen de stad.
                                        Gestapelde bebouwing heeft een grote impact op de directe
                                        omgeving, dit neemt toe naarmate de bebouwing hoger is.
                                        Parkeerplaatsen zijn gesitueerd in nabije omgeving van
                                        hoogbouw. Naast parkeerplaatsen zijn onbebouwde terreinen
                                        rondom hoogbouw ingericht als groenvoorziening. De
                                        groenvoorzieningen rondom de hoogbouw kenmerkt zich door de
                                        aanwezigheid van water. De visuele aanwezigheid van de
                                        bebouwing werkt structurerend en is belangrijk voor de
                                        oriëntatie binnen en rond de kern Veenendaal. De bebouwing
                                        is over het algemeen met haar voorzijde op het groengebied
                                        of de straat georiënteerd.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227296.pdf">voorbeelden hoogbouw T1</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Over het algemeen kenmerkt de bouwmassa van dit thema zich
                                        door zijn hoogte, maar ook door een lange, horizontale
                                        gevel. De hoogbouw wordt gevormd door massieve hoge
                                        rechthoekige bouwblokken, soms met knik- of sterrenvorm. De
                                        hoogte van de bebouwing varieert tussen 4 bouwlagen
                                        (Tarweveld) en 15 lagen (Prins Willem alexanderpark) Het dak
                                        is plat. Gestapelde woningen worden over het algemeen
                                        ontsloten via een centraal stijgpunt portiekontsluitingen,
                                        etageontsluitingen met centraal stijgpunt, via een
                                        binnenstraat of een galerij.Op één of meerdere plaatsen in
                                        de gevel is een entreepartij aanwezig die de bovenliggende
                                        woningen ontsluiten.</al><al>De architectuur van de bebouwing verschilt onderling sterk.
                                        De gevel kenmerkt zich door een hoge mate van repetitie en
                                        horizontaliteit, met verticale en/of horizontale geledingen.
                                        Uitzonderingen in het ritme zijn voornamelijk te vinden rond
                                        entreepartijen. Boven de liftschacht vormt zich een
                                        verhoging op de bestaande massa, vaak wordt de lichtschacht
                                        als afzonderlijke verticale massa aan de hoofdmassa van het
                                        gebouw toegevoegd. De gevels van de bouwmassa zijn vlak of
                                        bevatten balkons en galerijen. De oorspronkelijke zijgevels
                                        van de bouwblokken zijn dicht. Een aantal hoogbouw flats is
                                        gerenoveerd en heeft een nieuwe representatieve entreeruimte
                                        en/of kopaanbouw in de vorm van appartementen.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Het kleur- en materiaalgebruik en de detaillering van de
                                        bebouwing verschilt sterk per locatie. Over het algemeen
                                        zijn de flats sober gedetailleerd, een nieuwe aanbouw
                                        daarentegen is vaak uitgevoerd in opvallende kleuren. Door
                                        de bewoners zijn hier en daar kleine veranderingen
                                        aangebracht zoals zonneweringen en schotelantennes.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De waarde van het gebied met hoogbouw bestaat uit de heldere
                                        stedenbouwkundige opzet met veel groen. Waardevol is de
                                        eenheid per gebouw (of een groep gebouwen) in
                                        materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Winkelcentrum stadsniveau T2A</label></kop><al>Tot dit bebouwingsthema behoren de volgende gebieden: </al><lijst><li nr="-"><al>winkellint de Hoofdstraat (inclusief noordelijk deel
                                                van de Kerkewijk), </al></li><li nr="-"><al>bebouwing aan de Markt, de J.G. Sandbrinkstraat en
                                                de Hoogstraat); </al></li><li nr="-"><al>Scheepjeshof; </al></li><li nr="-"><al>'Passage' en 'Corridor' (passage) </al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De Hoofdstraat en naastliggende gebieden vormen de
                                        winkelkern van Veenendaal. De Hoofdstraat is een historisch
                                        lint met een dorps kleinschalig karakter. Dit lint heeft
                                        geen verkeersfunctie zoals andere linten en functioneert als
                                        een winkelgebied. Het beeld en karakter van deze
                                        winkelstraat wordt bepaald door de afwisseling tussen
                                        bebouwing en aanwezigheid van etalages, luifels en
                                        reclameborden van de winkels. De bebouwing is pand voor pand
                                        ontwikkeld. De panden dateren uit verschillende tijden en
                                        zijn in verschillende stijlen gebouwd. De kavelbreedten van
                                        de percelen varieert. De aaneengesloten bebouwing is
                                        geplaatst in een rooilijn en vormt een gevelwand. De
                                        bebouwing aan de Markt, de J.G. Sandbrinkstraat en de
                                        Hoogstraat sluit aan in beeld en karakter aan de bebouwing
                                        van de Hoofdstraat. In panden zijn commerciële functies
                                        gevestigd en af en toe worden verdiepingen boven winkels
                                        bewoond. 'Passage' en 'Corridor' zijn grote overdekte
                                        winkelpassages die achter het Hoofdstraat ontwikkeld zijn.
                                        Naar de J.G. Sandbrinkstraat en het Raadhuisplein vormt de
                                        'Corridor' een gevelwand met appartementen boven winkels.
                                        Gebouwen op bijzondere plekken (bijvoorbeeld op een hoek of
                                        in een zichtlijn) zijn vorm gegeven als architectonisch
                                        accent. Massa, vorm en kleurgebruik zijn hier afwijkend. De
                                        hoofdwinkelstraat wordt beëindigd met het gebouw van het
                                        winkelcentrum Scheepjeshof. Deze vormt een aparte bouwmassa
                                        van winkelpassage en appartementen boven de winkels. Het
                                        halfronde voorplein van de Scheepjeshof is een belangrijke
                                        ruimte waar diverse linten samenkomen. Het gebouw van de
                                        Scheepjeshof werkt als een oriëntatiepunt in de stad.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227297.pdf">voorbeelden winkelcentrum stadsniveau T2A</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Het straatbeeld wordt bepaald door de hoofdgebouwen. Bij de
                                        aaneengesloten bebouwing zijn de individuele panden
                                        herkenbaar door stijl, materiaalgebruik en gevelindeling
                                        (parcellering). Ook de afwijking in dakvormen draagt bij de
                                        herkenbaarheid van de individuele woning. De bebouwing aan
                                        de Hoofdstraat, de Markt, de J.G. Sandbrinkstraat is
                                        overwegend kleinschalig. Naast traditionele bebouwing zijn
                                        moderne panden aanwezig. Diverse kapvormen en platte daken
                                        komen voor. De massa van de bebouwing varieert: oudere
                                        bebouwing is over het algemeen 2 á 3 bouwlagen hoog,
                                        nieuwere bebouwing is tot 5 lagen hoog. De bebouwing van
                                        Scheepjeshof en gedeelte van de 'Corridor' hebben grotere
                                        massa en zijn 5 lagen hoog. De bebouwing van de Scheepjeshof
                                        is een duidelijke architectonische eenheid. De afgeronde
                                        gevel met terrasappartementen maakt een deel van de
                                        pleinwand van het Scheepjeshofplein. De meeste reclames,
                                        winkelpuien en entrees zijn toegesneden op het individuele
                                        pand. Hier en daar hebben winkels de pui naar eigen inzicht
                                        aangepast, bijvoorbeeld door ander materiaalgebruik en
                                        luifels. Hierdoor is de relatie tussen begane grond en
                                        bovengelegen verdiepingen verdwenen. Sommige winkels hebben
                                        een gesloten gevel boven de begane grond verdieping.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De oudere bebouwing is traditioneel, later gerealiseerde
                                        bebouwing is zeer divers van karakter en uiterlijk. Veel
                                        gebouwen zijn opgetrokken in baksteen, sommige gevels zijn
                                        wit gestuukt of in andere kleuren geschilderd. Een aantal
                                        gebouwen heeft een gevel in andere materialen: beton,
                                        plaatmateriaal of glas. Afhankelijk van de bouwperiode en
                                        stijl zijn de gebouwen rijk gedetailleerd (de oudere
                                        bebouwing) of hebben een eenvoudige detaillering met weinig
                                        details(nieuwere bebouwing). De oudere bebouwing heeft een
                                        traditionele vormgeving met een zorgvuldig, ambachtelijk
                                        materiaalgebruik en detaillering. Het kleur- en
                                        materiaalgebruik van kozijnen, draaiende delen van ramen, en
                                        dergelijke is traditioneel en ingetogen. De bebouwing
                                        vertoont een grote variatie aan kleuren en detaillering in
                                        gevels met etalages van winkels. De panden zijn individueel
                                        herkenbaar en voorzien van diverse reclameborden, vlaggen,
                                        luifels etc. Deze zijn vaak in felle kleuren uitgevoerd. De
                                        detaillering van winkelgevels van de Scheepjeshof en de
                                        'Corridor' kennen een uniform karakter van reclameborden en
                                        luifels.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Het gebied vormt het centrum van Veenendaal en heeft een
                                        hoog maatschappelijk belang vanwege de functie. Daarnaast is
                                        dit gebied vanwege de ligging, herkenbaarheid en de
                                        oriëntatiemogelijkheden van belang voor het ruimtelijke
                                        beeld. Dit gebied is (presenteert) een van de beeldbepalende
                                        gezichten van Veenendaal. Het lint van de Hoofdstraat is van
                                        historisch belang en vertelt iets over de
                                        ontwikkelingsgeschiedenis van Veenendaal. De waarde van het
                                        winkelcentrum wordt bepaald door de samenhang tussen de
                                        openbare ruimte (voetgangerszone) en de bebouwingswanden aan
                                        weerszijden. De bebouwingswand met individueel herkenbare
                                        panden is karakteristiek voor het beeld. Het grote aantal
                                        veranderingen in de loop der jaren laat de dynamiek van het
                                        straatbeeld zien. De mix van bouwstijlen is waardevol voor
                                        dit gebied. De periode van realisering is hierbij afleesbaar
                                        uit het architectonisch ontwerp en mate van detaillering.
                                        Diversiteit in bebouwing en uiterlijk is de norm. De
                                        oorspronkelijke (historische) maat en schaal van de
                                        afzonderlijke gebouwen is waardevol. Verder is waardevol dat
                                        alle bebouwing van de Hoofdstraat nagenoeg in één rooilijn
                                        staat. Kenmerkend zijn verder de grote moderne gebouwen en
                                        winkelpassages, die achter de bebouwing van de Hoofdstraat
                                        liggen. De gevels van passage-ingangen zijn aan de
                                        Hoofdstraat gelegen en sluiten goed aan bij het beeld van
                                        lintbebouwing. Luifels en reclame-uitingen springen in het
                                        oog en bepalen mede het straatbeeld. Er is een groeiende
                                        waardering voor het rommelige beeld van de Hoofdstraat
                                        vanuit de centrumvisie zal een inrichtingsplan moeten komen
                                        voor de Hoofdstraat. Het idee is behouden en versterken van
                                        de bebouwing en daarnaast het (beperkt) stroomlijnen van de
                                        inrichting en reclame-uitingen, met behoud van de "Veense
                                        rommeligheid".</al><al/><al>In de huidige situatie hebben de achterkanten aan de
                                        Brouwersstraat een rommelig beeld.</al><al/><al>Gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in de Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Winkelcentrum wijkniveau T2B</label></kop><al>Tot dit bebouwingsthema behoren de volgende gebieden: </al><lijst><li nr="-"><al>Winkelcentrum aan de Veenslag in Veenendaal-West;
                                            </al></li><li nr="-"><al>Wijkwinkelcentrum aan het Dr. S. Bruinestraat in
                                                Franse Gat; </al></li><li nr="-"><al>Wijk(winkel)centrum 'Aller Erf' aan het Ronde erf in
                                                Dragonder-Noord; </al></li><li nr="-"><al>Wijkwinkelcentrum aan de Padestoelenlaan in
                                                Petenbos-Oost; </al></li><li nr="-"><al>Wijkwinkelcentrum (C 1000) aan prins
                                                Willem-Alexanderpark, ten zuiden van het lint
                                                Panhuis, in Molenburg.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De wijkwinkelcentra van Veenendaal hebben een centrale
                                        ligging in de woonwijken. De winkels zijn gebouwd in
                                        combinatie met woningen, met uitzondering van wijkcentrum
                                        'Aller erf' in Dragonder-Noord en C1000 aan prins
                                        Willem-Alexanderpark, waar alleen gebouwen met voorzieningen
                                        zijn gesitueerd. In een winkelcentrum zijn ook andere
                                        voorzieningen, bijvoorbeeld sporthal West. De winkelcentra
                                        hebben een individueel karakter, waardoor zij herkenbaar
                                        zijn en belangrijk voor de oriëntatie binnen de wijk. Elk
                                        wijkwinkelcentrum heeft zijn eigen opbouw, beeld en
                                        materialisering; de typologie van de bebouwing verschilt
                                        onderling: </al><lijst><li nr="-"><al>het winkelcentrum van Veenendaal-West bestaat uit
                                                bebouwing die twee voetgangersstraten en een
                                                pleintje begeleid; </al></li><li nr="-"><al>het winkelcentrum in de Franse Gat wordt gevormd
                                                door twee bouwblokken aan de randen van het plein;
                                            </al></li><li nr="-"><al>het winkelcentrum in Dragonder-Noord bestaat uit
                                                twee op zich zelf staande gebouwen in open
                                                ruimte;</al></li><li nr="-"><al>het winkelcentrum in Petenbos is in een gesloten
                                                bouwblok gesitueerd; </al></li><li nr="-"><al>het winkelcentrum achter het Panhuis is een
                                                grootschalige aanbouw van de rijenwoningen aan het
                                                Panhuis.</al></li></lijst><al/><al>Voor de woningen en voorzieningen geldt dat de bebouwing en
                                        de directe omgeving in relatie tot elkaar vormgegeven zijn.
                                        De directe omgeving heeft een openbaar karakter en is
                                        verhard ten behoeve van voetgangers, parkeren en op enkele
                                        plekken voorzien van groen. Het winkelcentrum in Veenendaal
                                        -West heeft een directe koppeling met het treinstation
                                        Veenendaal -West. De architectuurstijl van de bebouwing is
                                        verschillend, afhankelijk van de typologie en de
                                        bouwperiode.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227298.pdf">voorbeelden winkelcentrum wijkniveau T2B</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De gebouwen variëren in grootte, hoogte en verschijningsvorm
                                        per winkelcentrum. Elk winkelcentrum is een architectonische
                                        eenheid. Een architectonische eenheid bestaat uit meerdere
                                        (zelfstandige) gebouwen of is één gebouwcomplex van
                                        samengestelde volumes (Petenbos). Het aantal bouwlagen
                                        verschilt per gebouw en varieert van één laag (winkelcentrum
                                        'Aller erf', C1000 achter het Panhuis) tot vijf lagen
                                        (kopbebouwing met appartementen in Petenbos). Daken zijn
                                        plat of voorzien van een zadeldak. In de gevelindeling is de
                                        begane grond met winkel onderscheidend van de (woon)lagen er
                                        boven.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De detaillering, kleur- en materiaalgebruik verschilt per
                                        winkelcentrum (architectonische eenheid). Het hoofdmateriaal
                                        van de woonlagen (gevels van de woningen) is baksteen. Voor
                                        het winkelgedeelte op de begane grond maakt het glas een
                                        groot deel van de gevel uit. Ook worden hier diverse
                                        (kunstof)materialen gebruikt. Bij de winkels en
                                        voorzieningen is reclame of functieaanduiding (bijvoorbeeld
                                        sporthal) aanwezig aan de gevel. De vormgeving van de
                                        reclameborden en/of de luifels in de winkelcentra
                                        Veenendaal-West en Petenbos is uniform per
                                        winkelcentrum.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De gebieden hebben een maatschappelijk belang vanwege de
                                        functie. Zij vormt er het centrum van een stadsdeel of een
                                        woonwijk. Daarnaast zijn deze gebieden vanwege de ligging,
                                        herkenbaarheid en de oriëntatiemogelijkheden van belang voor
                                        het ruimtelijke beeld en het imago van het omliggende
                                        woongebied. De variatie qua verschijningsvorm en uitstraling
                                        per winkelcentrum draagt hieraan bij evenals het onderscheid
                                        in detaillering tussen de diverse winkelcentra. Per
                                        winkelcentrum wordt de eenheid in detaillering, materiaal-
                                        en kleurgebruik hoog gewaardeerd. De kwaliteit en inrichting
                                        van de openbare ruimte verdienen aandacht maar vallen buiten
                                        de Welstandsnota.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Instituten/maatschapelijke doeleinden T3</label></kop><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Onder instituten/maatschappelijke doeleinden worden
                                        gebouwencomplexen en op zich zelf staande bebouwing verstaan
                                        met een zelfstandige ligging in een groene, open of
                                        bijzondere setting. De gebouwen binnen dit thema staan vaak
                                        op bijzondere plekken in een stadsdeel of een woonwijk. Door
                                        de ligging en het individuele karakter zijn de gebouwen goed
                                        herkenbaar en belangrijk voor de oriëntatie. Voorbeelden van
                                        deze gebouwen zijn kerken, scholen, wijkgebouwen, grote
                                        opleidingsinstellingen en seniorencomplexen. Ook op zichzelf
                                        staande appartementencomplexen vallen dit thema. Op de kaart
                                        'Gebiedsindeling gemeente Veenendaal' is het grootste deel
                                        van deze bebouwing, verspreid over de gehele stad,
                                        aangegeven. Deze bebouwing zorgt voor een onderbreking
                                        (accent) in stedelijke structuur, in sommige gevallen past
                                        de bebouwing naadlos in stratenpatroon. Gebouwen die
                                        onderdeel zijn van het straatbeeld en zich in
                                        verschijningsvorm niet of nauwelijks onderscheiden van de
                                        woningen in de omgeving behoren niet tot dit thema. De
                                        buitenruimte rond de bebouwing is niet altijd openbaar. De
                                        grotere gebouwencomplexen kenmerken zich door een open
                                        bebouwingsbeeld, waarbij de voornaamste gebouwen en het
                                        omliggende (groene)ruimte het beeld bepalen. De (groene)
                                        buitenruimte is een bindende factor voor de verspreid
                                        liggende bebouwing. Slechts een deel van de bebouwing is
                                        zichtbaar vanaf de openbare weg. De overige bebouwing heeft
                                        een meer verscholen ligging. De bebouwing en de directe
                                        omgeving zijn vaak als geheel ontworpen, waarbij de open
                                        ruimte en het gebouw elkaar ruimtelijk en functioneel
                                        aanvullen. De kleinere gebouwen binnen dit thema zijn
                                        individueel en vrijstaand. Deze zijn met de voorgevel
                                        georiënteerd op de openbare ruimte. De architectuur van deze
                                        bebouwing is verschillend, afhankelijk van de bouwperiode en
                                        van de functie die wordt gehuisvest.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227299.pdf">voorbeelden instituten/maatschappelijke doeleinden T3</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De gebouwen variëren onderling sterk in massa, vorm en
                                        architectonische uitwerking, wat mede voorkomt uit de
                                        functie. De bebouwing van dit thema bestaat uit: </al><lijst><li nr="-"><al>één bouwvolume, vaak met een bijzondere vorm, b.v.
                                                een kerkgebouw; </al></li><li nr="-"><al>meervoudige (gelijke) volumes of </al></li><li nr="-"><al>meerdere (geschakelde) gebouwen, waarbij hoofd- en
                                                bijgebouwen duidelijk onderscheiden kunnen
                                                worden.</al></li></lijst><al/><al>Een deel van de bebouwing heeft een grote massa. De
                                        plattegronden van de hoofdgebouwen hebben een grote
                                        oppervlakte. Daarnaast komen op de terreinen kleine gebouwen
                                        voor. Kapvormen en situering van bijgebouwen variëren per
                                        gebouw. Soms is het gebouw in latere perioden uitgebreid.
                                        Indien sprake is van een complex van gebouwen is het complex
                                        als eenheid herkenbaar.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Het materiaal- en kleurgebruik verschillen per gebouw en
                                        hangen samen met de bouwperiode en de gehuisveste functie.
                                        Hetzelfde geldt voor de mate van detaillering. Bij recente
                                        bouw en bij sommige uitbreidingen wordt gebruik gemaakt van
                                        moderne materialen en felle kleuren. Het kleur- en
                                        materiaalgebruik passen veelal bij de architectuur van het
                                        individuele gebouw of complex.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De variatie van de gebouwen binnen dit thema is bepalend
                                        voor het straatbeeld en hekken baarheid van het gebouw,
                                        instituut, etc. De losse bebouwingsstructuur en de (groene)
                                        ruimten rond de (complexen)bebouwing is waardevol.
                                        Belangrijk in het beeld zijn ook de overgang van het gebouw
                                        en/of bij behorende ruimte naar de openbare ruimte, die al
                                        dan niet is voorzien van een muur, hek, haag of plantsoen.
                                        Het aanwezige (open) groen aan de randen van de bebouwing
                                        zijn waardevol voor de directe omgeving. De bebouwing die
                                        zichtbaar is vanaf de openbare weg zorgt voor waardevolle
                                        herkenningspunten binnen de gemeente. Enkele gebouwen, zoals
                                        De Oude kerk, kerkgebouw aan de Beatrixstraat, hebben een
                                        hoge historische waarde en/of zijn op de monumentenlijst
                                        opgenomen. Bij complexen is de samenhang tussen de gebouwen
                                        onderling van belang, die mede tot stand wordt gebracht door
                                        de tussenliggende ruimte. De vormgeving van de gebouwen is
                                        bepaald door de tijd en de heersende bouwstijl. Naast
                                        gebouwen met een traditionele bouwstijl komen, binnen het
                                        brede scala van dit thema, gebouwen voor met een afwijkende
                                        - uitdagender - vormgeving. Passend binnen de gebouwde
                                        context en de functie kan ruimte worden geboden aan
                                        eigentijdse architectuur. De eenheid per gebouw in
                                        materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering is
                                        waardevol.</al><al/><al>De dynamiek van de aanwezige functies kan leiden tot
                                        aanpassingen of toevoegingen aan bestaande bebouwing. Ook
                                        kan functieverandering bijdragen tot veranderingen in het
                                        bebouwingsbeeld. Gezien de aanwezige ruimte rond een deel
                                        van de bebouwing kan uitbreiding, met nieuwe bebouwingen
                                        niet worden uitgesloten.</al><al/><al>Kenmerkend voor de gebouwen binnen dit thema is de grote
                                        variatie in bebouwingstypologieën, zoals
                                        opleidingsinstellingen, maatschappelijke voorzieningen,
                                        seniorenappartementen en kerkgebouwen. Door het ontbreken
                                        één specifiek bebouwingstype is het onmogelijk om eenduidige
                                        gebiedsgerichte criteria te formuleren. Strikte criteria
                                        zouden afbreuk doen aan de variëteit van de bebouwing en de
                                        dynamiek van het gebied. Een soepel welstandsniveau is niet
                                        voldoende in staat om de beeldkwaliteit te garanderen voor
                                        dit bijzondere en vaak markant gelegen bebouwing. Om de
                                        diversiteit en dynamiek van het gebied te behouden, maar
                                        toch strenge toetsing mogelijk te maken, wordt een streng
                                        welstandsbeleid voorgesteld; namelijk een directe verwijzing
                                        naar de algemene welstandscriteria.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Stationsgebied T4</label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende gebieden: </al><lijst><li nr="-"><al>Het gebied ten zuiden van het station
                                                Veenendaal-West </al></li><li nr="-"><al>De omgeving van het station Veenendaal-Centrum
                                                (inclusief de gebouwen "Spoorstaete",
                                                appartementencomplex 'De Geerhof', en het
                                                kantoorgebouw met ingang naar het perron </al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De spoorwegstations zijn knooppunten in stedelijke weefsels.
                                        Het stationsgebied Veneendal-Centrum vormt een ruimtelijke
                                        onderbreking in de lintbebouwing van de Kerkewijk. Dit
                                        stationsgebied wordt gekenmerkt door een grote groene ruimte
                                        met hoge beukenbomen en losse bebouwing eromheen. Het
                                        stationsgebouw met kantoorfunctie, de appartementencomplexen
                                        'Spoorstaete' en 'De Geerhof' vormen de ruimtelijke
                                        (diffuse) begrenzing van het plein. De bebouwing is in de
                                        laatste twee decennia van de 20ste eeuw gerealiseerd. Deze
                                        periode is afleesbaar uit het architectonisch ontwerp. De
                                        bebouwing is gericht op het plein, de aansluiting van het
                                        gebouw op het maaiveld vindt grotendeels plaats met
                                        (winkel)voorzieningen en entree naar het perron
                                        (kantoorgebouw). Het station Veenendaal-West is opgenomen in
                                        het winkelcentrum van Veenendaal-West. Bij de twee
                                        stationsgebieden liggen ten zuiden van het spoor een verhard
                                        parkeerterrein en overdekte fietsenstalling.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Veenendaal/i227300.pdf">voorbeelden stationsgebied T4</extref></al><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De gebouwen hebben een vrij grote massa, die past bij de
                                        schaal van het stationsgebied. De bouwhoogte is vier of vijf
                                        bouwlagen. De gebouwen hebben een plat dak. De bovenste laag
                                        van 'Spoorstaete' gebouw heeft een afwijkende vorm (schuin
                                        dak) en materiaalgebruik.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>In materiaal- en kleurgebruik bestaat variatie, passend bij
                                        de architectuur van een individueel gebouw. Overwegend zijn
                                        bakstenen toegepast in donkere kleuren (kantoorgebouw en
                                        'Spoorstaete' ) en in lichte kleuren ('De Geerhof'). Het
                                        complex 'Spoorstaete' heeft opvallende balkons met
                                        witgeschilderd betonnen (dragende) onderdelen. De
                                        detaillering is sober en de reclame is terughoudend.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Waardevol is de open bebouwingsstructuur, waarbij de
                                        bebouwing is gesitueerd in een groene omgeving bij centraal
                                        station. De decentrale ligging van het Centraal station ten
                                        opzichte van het stadscentrum en het ontbreken van
                                        oriëntatiepunt op het stadsniveau vragen aandacht. De
                                        bebouwing rondom het stationsplein van Veenendaal-Centrum
                                        vertoont weinig samenhang, ondanks de opeenvolging van
                                        representatief vormgegeven gevels. Ook de bijzondere
                                        vormgeving van de bovenste etage en de terughoudendheid van
                                        de reclame leveren een positieve bijdrage. De goede
                                        ruimtelijke en functionele koppeling van het station
                                        Veenendaal-West met het winkelcentrum wordt positief
                                        ervaren.</al><al/><al>Gezien het belang van de stationsomgeving voor de structuur
                                        van Veenendaal, met name het station Veenendaal-Centrum,
                                        geldt een streng welstandsregime. De gebiedsgerichte
                                        criteria zijn gericht op het behoud van het losse
                                        bebouwingsbeeld. De ligging en zichtbaarheid van de
                                        bebouwing vanaf het stationsplein is uitgangspunt voor het
                                        welstandsbeleid, waarbij herkenbaarheid, representativiteit
                                        en afstemming in architectonisch beeld de belangrijkste
                                        aandachtspunten zijn.</al><al/><al>In de toekomst zal het deelgebied zich nog verder
                                        ontwikkelen. Bij ruimtegebrek zijn aanbouwen of aanpassingen
                                        te verwachten. Ook kunnen veranderingen in gebruik leiden
                                        tot een veranderend beeld.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Woonwagenterrein T5</label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende gebieden; </al><lijst><li nr="-"><al>woonwagenkamp aan de Sterrenschans (in de Schans
                                                e.o.) </al></li><li nr="-"><al>woonwagenkamp aan de Roland Holstlaaan (in de
                                                Dichtersbuurt); </al></li><li nr="-"><al>woonwagenkamp aan de Aalbes (in Petenbos).</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Woonwagenkampen bestaan uit relatief kleine gebieden aan de
                                        rand van woonwijken. Op terreinen van woonwagenkampen staan
                                        twee of meerdere rijen woonwagens parallel aan de straat
                                        en/of haaks op de straat. De terreinen hebben een
                                        kleinschalig en in zichzelf gekeerd karakter, doordat de
                                        woonwagens op elkaar gericht zijn en niet op de openbare
                                        ruimte. De woonwagens aan de Sterrenschans zijn gericht op
                                        de doodlopende straat, maar de straat heeft een privé
                                        karakter door de situering van woonwagens aan beide zijden
                                        van de straat. De woonwagens zijn vrijstaand, maar staan op
                                        korte afstand van elkaar. Woonwagenkampen zijn duidelijk als
                                        geheel te onderscheiden door de aparte verschijningsvorm van
                                        de bebouwing en de afrastering op de grens van het
                                        kamp.</al><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>Massa en vorm van de woonwagens vertonen onderling veel
                                        overeenkomsten. Ze zijn één bouwlaag hoog en hebben
                                        grotendeels een licht hellend zadeldak. De woonwagens zijn
                                        relatief klein. De gevelindeling is eenvoudig: ramen of
                                        deuren maken een groot deel van de voorzijde van de
                                        woonwagen uit. Aan de zijkanten zijn relatief kleinere ramen
                                        en deuren aanwezig.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De mate van detaillering is beperkt. De woonwagens zijn
                                        overwegend uitgevoerd in wit of in lichte kleuren
                                        plaatmateriaal of hout. Kozijnen en daken hebben een hiervan
                                        afwijkende kleur wat bijdraagt aan enige levendigheid van
                                        het terrein. De daken van de woonwagens in de Dichtersbuurt
                                        en in de Petenbos zijn met grijze dakpannen bedekt,
                                        aansluitend bij materiaalgebruik in de directe
                                        omgeving.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Het gebied is een duidelijk afgebakende eenheid. Waardevol
                                        is de onderlinge eenheid in uitstraling en verschijningsvorm
                                        van de bebouwing.</al><al>Op het woonwagenterrein zijn geen ontwikkelingen of
                                        veranderingen gepland. Modernisering of vergroting van de
                                        woonruimte kan leiden tot aanpassingen of toevoegingen aan
                                        bebouwing. Bewoners hebben veelal eigen wensen omtrent de
                                        woning wat vaak zal leiden tot meer variatie tussen
                                        woonwagens.</al><al>Gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in de Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>11</nr><titel>Groengebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Parken, groengebieden, begraafplaatsen en sportcomplexen G1</label></kop><al>Tot dit thema behoren:</al><lijst><li nr="-"><al>de parken: Ruisseveen, Honzenelleboog, Gelderse
                                                Blom, Duivenweide, Dragonderpark, Stadspark,
                                                Petenbos, Petenbos-Oost;</al></li><li nr="-"><al>overige groengebieden midden of aan de rand van de
                                                woonwijken en volkstuinen;</al></li><li nr="-"><al>begraafplaatsen: Munnikenhof, Katholieke
                                                begraafplaats, Oude begraafplaats en Joodse
                                                begraafplaats;</al></li><li nr="-"><al>sportcomplexen: Panhuis, de Vallei, de Salamander,
                                                Spitspergen, de Groene Velden;</al></li><li nr="-"><al>Slaperdijkzone.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>De landschaparchitectonische inrichting geeft iedere park en
                                        begraafplaats een eigen karakter. De parken zijn kenmerkend
                                        door verschillende sferen: wisselende open ruimten, fraaie
                                        bomen, water, dichte beplanting, aanwezige langzaam
                                        verkeersroute en diverse (speel)voorzieningen. Deels hebben
                                        de groengebieden een visuele en ruimtelijke relatie met de
                                        omgeving, deels zijn ze door de randen met dichte beplanting
                                        afgesloten van hun omgeving. </al><al/><al>De begraafplaatsen vormen een oase van groen en rust in
                                        stedelijk gebied. De Katholieke, Oude en Joodse
                                        begraafplaatsen staan op de gemeentelijke monumentenlijst.
                                        Voor de sportcomplexen is de open ruimte (velden en verharde
                                        parkeervoorzieningen), veelal omrand met hoog opgaand groen
                                        dat het zicht op de ruimte en bebouwing ontneemt.</al><al/><al>In de groengebieden is geen bebouwing aanwezig of er is
                                        functionele bebouwing. Dat wil zeggen bebouwing die aansluit
                                        bij de functie van het gebied (sportterrein of
                                        begraafplaats) of er staan utiliteitsgebouwen
                                        (schakelkasten, trafohuizen etc.) In de groene lobben van
                                        Veenendaal-West (Ruisseveen en Honzenelleboog) staan
                                        voormalige boerderijeen die bewoond worden. Aan de zuidzijde
                                        van het park Duivenweide is een deel van het parkeerterrein
                                        in het glooiende landschap ingepast.</al><al/><al>De Slaperdijk is een zeer lange strook behorend tot het
                                        coulissenlandschap en is een onderdeel van de Grebbelinie.
                                        Door bebouwing, die hier en daar in de strook staat, is er
                                        geen sprake van eenheid in de strook en wordt de
                                        lengterichting visueel doorbroken. De strook heeft momenteel
                                        weinig ruimtelijke kwaliteit door de veelheid aan
                                        gebruiksfuncties en de onduidelijke structuur.</al><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De aanwezige bebouwing is één of twee bouwlagen met een plat
                                        dak of (gedrukt) zadeldak. De massa van bebouwing is
                                        verschillend, vrijstaand of geschakeld. Er is geen rooilijn.
                                        Op de sportvelden is de bebouwing georiënteerd op de
                                        speelvelden.</al><al/><al>De aanwezige bebouwing in groengebieden is functioneel:
                                        eenvoudig van vorm en uitstraling. Er is een verschil in
                                        representativiteit, die veelal samenhangt met de functie en
                                        zich toont in de vormgeving en gevelindeling. Zo heeft een
                                        sporthal een gesloten gevel, en zal bij een centrale kantine
                                        het uitzicht wellicht van belang zijn voor de
                                        gevelindeling.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Kleur- en materiaalgebruik zijn afhankelijk van de functie
                                        van het gebouw en het gebied. Kleur en materiaal van de
                                        hoofdmassa is over het algemeen traditioneel, maar ook een
                                        eigentijdser en vrijer kleuren materiaalgebruik is aanwezig.
                                        Detaillering, kleur- en materiaalgebruik zijn functioneel en
                                        passend bij de landschappelijke setting.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>Het groene karakter van deze gebieden is het belangrijkste
                                        kenmerk. Aandacht voor de groene buitenkant van een gebied
                                        is nodig. Waarbij gestreefd kan worden naar een open en
                                        transparante aansluiting met de omgeving of juist een groene
                                        afscherming. De vorm van de groene buitenkant heeft te maken
                                        met de ligging en de functie van het gebied. Voor de
                                        bebouwing geldt dat deze functioneel is, relatief laag en in
                                        samenhang met de groene omgeving dient te zijn. Bebouwing
                                        die zich voegt naar de omgeving levert een positieve
                                        bijdrage aan het beeld. Indien de functie van het gebouw tot
                                        uiting komt in de architectuur wordt dit positief
                                        gewaardeerd.</al><al/><al>Een bouwaanvraag voor de verbouwing van een voormalige
                                        boerderij wordt getoetst aan de "Objectgerichte criteria
                                        voor verbouwing of splitsing van een (voormalige)
                                        boerderij". Deze staan in de Bijlage 1 Gebiedsgerichte
                                        criteria en objectgerichte criteria. Voor de overige
                                        bouwaanvragen gelden de gebiedsgerichte criteria in Bijlage
                                        1 Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>12</nr><titel>Buitengebied</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Veenendaal ligt op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar
                                    de Gelderse Vallei. De Gelderse Vallei ligt ten noorden van
                                    Veenendaal en is een zwak golvende dekzandlandschap. De
                                    oost-west lopende snelweg A12, ten westen van de Nieuweweg
                                    Noord, vormt een duidelijke grens tussen de stad en omringend
                                    landschap. De bebouwing ligt zeer verspreid langs de wegen. De
                                    beboste stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug ligt aan de
                                    zuidwestzijde van Veenendaal. Tussen de Heuvelrug en het centrum
                                    van Veenendaal ligt een overgangsgebied, dat uit een helling
                                    bestaat, met plaatselijke stuifzanden en een afwisseling van
                                    heidevelden, langgerekte bospercelen, agrarische kavels,
                                    restanten van houtwallen en diverse bebouwing. De
                                    karakteristieke houtwallenstructuur ten zuiden van de Dijkstraat
                                    vormt een sterke overgang tussen stad en Heuvelrug. De
                                    verkaveling ligt loodrecht op de helling, de bebouwing is
                                    verspreid. Ten oosten van Veenendaal, direct ten noorden van de
                                    helling, ligt het veenweidelandschap met de Grift als de
                                    middellijn. Dit veengebied ligt het laagst en was van oorsprong
                                    open. Door de vervening ontstonden de Hel en de Blauwe Hel, hier
                                    komt nu opgaande beplanting voor. De verkaveling is langgerekt
                                    en verdraaid als een visgraad met de Grift in het midden. De
                                    bebouwing komt alleen voor langs de Grift, aan de Grebbeweg en
                                    het Benedeneind. De toekomstige Rondweg Oost scheidt de
                                    natuurgebieden de Blauwe Hel en de Hel van het Stadspark.</al><al/><al>Het buitengebied van Veenendaal is geen aaneengesloten gebied,
                                    maar bestaat uit een aantal deelgebieden met landschappelijke
                                    waarden. Deze gebieden van Veenendaal hebben een overwegend
                                    agrarisch karakter. Daarnaast heeft het buitengebied een
                                    woonfunctie voor burgers, belangrijke landschappelijke en
                                    natuurwaarden met recreatief medegebruik. De woningen staan
                                    verspreid. Het aantal agrarische en nietagrarische bedrijven is
                                    beperkt, maar zij vereisen aandacht vanwege de uitstraling en
                                    verschijningsvorm in het landschap. Het oorspronkelijke karakter
                                    van het buitengebied verandert onder meer door:</al><lijst><li nr="-"><al>Boerderijen die hun functie verliezen en worden verbouwd
                                            tot burgerwoning of gesloopt en vervangen door (riante)
                                            burgerwoningen.</al></li><li nr="-"><al>De intensivering van de landbouw die leidt tot een
                                            grootschaliger en meer industriële uitstraling van de
                                            agrarische bedrijfsbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijven die van oudsher in de dorpen en de steden
                                            gelegen waren, worden steeds vaker in het buitengebied
                                            aangetroffen. Die bedrijven kunnen uitgroeien tot
                                            grootschalige complexen.</al></li><li nr="-"><al>Bij de ontwikkelingen in het buitengebied wordt meer
                                            aandacht besteed aan natuur(ontwikkelingen).</al></li></lijst><al/><al>Bij de welstandscriteria is het volgende onderscheid gemaakt
                                    voor buitengebied: G2 Natuurgebieden en G3 Buitengebied.</al><al/><al>Voor de volgende items zijn objectgerichte criteria opgesteld: </al><lijst><li nr="-"><al>Agrarische en (niet) agrarische bedrijven; </al></li><li nr="-"><al>Verbouwing of splitsing van een (voormalige) boerderij;
                                        </al></li><li nr="-"><al>Maatschappelijke- en nutsvoorzieningen in het
                                            buitengebied.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Natuurgebied G2 </label></kop><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Ten oosten van Veenendaal, tussen de Grebbeweg en de
                                        Wageningselaan, liggen het natuurmonument de Blauwe hel en
                                        het beschermd natuurreservaat de Hel. Kenmerkend voor de
                                        natuurgebieden is de aanwezigheid van groen, open ruimte,
                                        water, etc. Er is niet of nauwelijks bebouwing aanwezig. Aan
                                        de zuidzijde van de Grebbeweg staan twee vrijstaande
                                        woningen, waarvan één met een bijgebouw achter op het erf.
                                        De woningen zijn dicht bij de weg gesitueerd in de richting
                                        van het perceel.</al><al/><al><vet>Deelaspecten: massaopbouw, gevel en
                                        onderdelen</vet></al><al>De aanwezige bebouwing is functioneel: eenvoudig van vorm en
                                        uitstraling. De hoogte van aanwezig woongebouw is twee
                                        bouwlagen, met een zadeldakdak. De schuur erachter heeft een
                                        eenvoudige kapvorm.</al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>Kleur- en materiaalgebruik zijn afhankelijk van de functie
                                        van het gebouw en het gebied. Waarbij soms sprake is van
                                        inpassing in het landschap of het tegenovergestelde -
                                        contrast met het landschap. Het aanwezige woonpand is
                                        opgetrokken in roodbruine baksteen, de dakpannen zij
                                        donkergrijs. De toegepaste detaillering is sober en
                                        functioneel, passend bij de landschappelijke setting.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De natuur staat centraal in de natuurgebieden. Voor de
                                        bebouwing is vooral de samenhang met de omgeving van belang.
                                        Voor de gebouwen in de groengebieden is een regulier
                                        welstandsbeleid van toepassing.</al><al/><al>De gebiedsgerichte criteria zijn opgenomen in Bijlage 1
                                        Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Buitengebied G3 </label></kop><al>Tot dit thema behoren de volgende gebieden:</al><lijst><li nr="-"><al>Het gebied tussen de A12 en de Zijdewetering ten
                                                westen van de Nieuweweg Noord;</al></li><li nr="-"><al>Een kleine strook/ Scheg ten noorden van de
                                                spoorlijn Utrecht -Arnhem; </al></li><li nr="-"><al>Een aantal kleine percelen aan de zuidrand van
                                                Veenendaal;</al></li><li nr="-"><al>Het gebied ten zuiden van de Dijkstraat;</al></li><li nr="-"><al>Het gebied tussen de Zijdewetering en de spoorlijn
                                                Utrecht-Arnhem;</al></li><li nr="-"><al>Het gebied ten zuiden de lintbebouwing van de
                                                Middelbuurtseweg.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><al>Het buitengebied met een agrarische functie (grasland) is
                                        binnen de gemeentegrenzen beperkt aanwezig.Het gebied ten
                                        noorden van A12 heeft een open en nat karakter, met
                                        incidentele beplanting. Een aantal (agrarische) bedrijven
                                        vormt vrijwel de enige bebouwing binnen dit deelgebied en
                                        ligt verspreid langs de wegen. De (agrarische) bedrijven
                                        bestaan uit een compositie van bedrijfsbebouwing naast een
                                        vrijstaande woning.</al><al/><al>De scheg tussen Klompersteeg en het spoor heeft geen
                                        duidelijke structuur of identiteit. Doordat het gebied klein
                                        is en er veel bebouwing staat, is het oorspronkelijke
                                        veenontginingslandschap onherkenbaar. Er liggen enkele
                                        bedrijven, zowel agrarische als anders soortige. </al><al/><al>Het gebied ten zuiden van de Dijkstraat kenmerkt zich door
                                        een slagenlandschap met houtwallen en begeleidende
                                        beplanting langs watergangen en kavelgrenzen én
                                        erfbeplanting bij boerderijen en woningen. Het groen heeft
                                        over het algemeen een lineair karakter en heeft een
                                        belevings- en ecologische waarde. Bij de gemeentegrens
                                        tussen Veenendaal/Rhenen liggen langgerekte bospercelen die
                                        overgaan in de beboste stuwwal van de Utrechtse heuvelrug.
                                        Het landschap is halfopen met verspreid liggende bebouwing,
                                        welke de overheersende richting van het landschap
                                        respecteren. Bebouwing bestaat voornamelijk uit enkele
                                        agrarische bedrijven, met daarnaast nog enkele
                                        burgerwoningen, niet-agrarische bedrijven. Bebouwing is
                                        ontsloten door smalle landelijke wegen.</al><al/><al>Het gebied ten zuiden de lintbebouwing van de
                                        Middelbuurtseweg is een slagenlandschap welke bestaat uit
                                        langgerekte open kavels met houtwallen met een sterke noord
                                        zuid oriëntatie. Het gebied heeft een kleinschalig karakter
                                        door enkele bomenrijen die de smalle percelen begrenzen. </al><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><al>De woningen hebben overwegend een eenvoudige vorm: een
                                        rechthoekige plattegrond en een zadelkap. Ook komen
                                        schilddaken en mansardekappen voor. Woningen hebben
                                        voornamelijk één bouwlaag met kap. Opvallend is een lage
                                        goothoogte met een forse kap en hoge nok bij boerderijen en
                                        recente villa's. De aanwezige dakkapellen passen in maat en
                                        esthetiek bij de architectuur van het hoofdgebouw.</al><al> Bij de woningen zijn aan- en uitbouwen veelal ondergeschikt
                                        aan de hoofdbebouwing. Bij niet-agrarische en agrarische
                                        bedrijven zijn de aan- en bijgebouwen (schuren, loodsen,
                                        etc.) groter in massa en vorm dan de woning. Zij hebben
                                        weliswaar geen hoge goot- en nokhoogte, maar nemen door de
                                        (horizontale) omvang meer ruimte in.</al><al/><al>De verschijningsvorm en maatvoering van de aan- en
                                        bijgebouwen zijn wisselend, maar overwegend traditioneel
                                        uitgevoerd met een kap, groot of klein, met of zonder ramen,
                                        steen of hout, etc.</al><al/><al>In de loop der jaren is vaak een aantal bijgebouwen
                                        gerealiseerd, die soms een forse maat hebben. Garages zijn
                                        vaak ondergebracht in een apart volume, eventueel geschakeld
                                        aan de woning. De schaal van de bebouwing wordt bepaald door
                                        de massa van de vrijstaande woning met de aanbouwen.
                                        Incidenteel komen dakkapellen voor. </al><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><al>De panden hebben een individuele uitstraling door
                                        diversiteit in gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik, en
                                        soms door de aanwezigheid van oorspronkelijke detaillering.
                                        Het kleur- en materiaalgebruik van woningen is over het
                                        algemeen traditioneel: gevelstenen in aardetinten gekleurd,
                                        rode en donkergrijze dakpannen. Ander toegepast
                                        gevelmateriaal is hout. Een aantal panden heeft een rieten
                                        dak. Het kleur- en materiaalgebruik van kozijnen, draaiende
                                        delen van ramen, deuren en dergelijke is traditioneel en
                                        ingetogen. Indien andere kleuren en materialen gebruikt
                                        zijn, passen die bij de architectuur van de individuele
                                        (woon)gebouw. De toegepaste detaillering past ook bij de
                                        architectuur van de individuele woning en is overwegend
                                        sober en functioneel.</al><al/><al>De bedrijfsbebouwing is uitgevoerd in diverse materialen,
                                        zoals gevelsteen, plaatmaterialen en glas. De werkbebouwing
                                        uitgevoerd in diverse materialen, zoals gevelsteen,
                                        plaatmaterialen en glas.</al><al/><al><vet>Waardering</vet></al><al>De landschappelijke kwaliteit hangt sterk af van het behoud
                                        van de openheid ten noorden van de A12 en aanwezigheid van
                                        bospercelen en houtwallen ten zuiden van de Dijkstraat en
                                        achter de lintbebouwing van de Middelbuurtseweg. De
                                        bebouwing is divers, bescheiden van omvang, maat en schaal,
                                        met een traditionele verschijningsvorm. </al><al/><al>De afwisseling tussen bebouwing en (open) groen gebied is
                                        bepalend voor het beeld. Het losse bebouwingsbeeld in de
                                        groene setting is de belangrijkste waarde. Dit is geregeld
                                        in het bestemmingsplan. De mogelijke bebouwingsvlakken zijn
                                        hierin beperkt van omvang. </al><al/><al>De beeldkwaliteit van de bebouwing heeft een invloed op het
                                        landschapsbeeld. In dit gebied is de oorspronkelijke
                                        samenhang tussen bebouwing en landschap sterk aanwezig. Om
                                        de ruimtelijke kwaliteit te behouden is een goede afstemming
                                        van de bebouwing op het landschap noodzakelijk. Het
                                        welstandsbeleid richt zich om die reden onder meer op de
                                        situering van de gebouwen in het landschap en de typologie
                                        van de bebouwing. </al><al/><al>Ontwikkelingen beperken zich tot uitbreiding of
                                        modernisering van bestaande (agrarische) bedrijven, nodig om
                                        de continuïteit van het bedrijf te waarborgen.</al><al/><al><onderstreept>Geldende criteria:</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>Een bouwaanvraag voor een agrarisch bedrijf of een
                                                niet agrarisch bedrijf (zie bestemmingsplan) wordt
                                                enkel getoetst aan de "objectgerichte criteria voor
                                                (niet)agrarische bedrijven". Deze staan in de
                                                Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte
                                                criteria.</al></li><li nr="-"><al>Een bouwaanvraag voor de verbouwing van een
                                                (voormalige) boerderijen voor een niet-agrarische
                                                functie wordt enkel getoetst aan de "objectgerichte
                                                criteria voor verbouwing van (voormalige)
                                                boerderijen". Deze staan in de Bijlage 1
                                                Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte
                                                criteria.</al></li></lijst><al/><al>Voor de overige bouwaanvragen gelden gebiedsgerichte
                                        criteria die in Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en
                                        objectgerichte criteria staan beschreven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>13</nr><titel>Ontwikkelingslocaties</titel></kop><structuurtekst><al/><al>In de gemeente Veenendaal is een aantal plannen in ontwikkeling.
                                    Momenteel bestaat nog onvoldoende duidelijkheid over deze
                                    plannen. De betreffende gebieden zijn daarom in de Welstandsnota
                                    als ontwikkelingsgebied opgenomen. Voor deze gebieden kunnen
                                    zodoende stedenbouwkundige en architectonische plannen nader
                                    worden uitgewerkt en toetsingscriteria voor welstand worden
                                    opgesteld. Alle bouwaanvragen zullen tot die tijd via de
                                    welstandscommissie worden behandeld en getoetst aan de algemene
                                    criteria, eventueel in combinatie met een reeds ontwikkeld
                                    beeldkwaliteitplan voor de betreffende locatie. </al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria </label></kop><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Bebouwingslint H2a </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandbeleid is gericht op het behouden en versterken
                                        van de diversiteit van de bebouwing en het waardevolle
                                        karakter van dit beeld- en structuurbepalende zeer open lint
                                        met landelijke uitstraling. Het bestaande beeld is
                                        maatgevend voor nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent onder
                                        meer dat nieuwe ontwikkelingen in maat en schaal, massa,
                                        vorm en karakter aan moeten sluiten op de bestaande context.
                                        De context bestaat uit de historisch gegroeide open
                                        structuur en verkaveling met "losse" bebouwing van het zeer
                                        open en landelijk lint. </al><al/><al>Het welstandbeleid is gericht op het behouden en versterken
                                        van de diversiteit van de bebouwing, de maat en schaal van
                                        de gebouwen en het (historisch) gegroeide beeld van de
                                        landelijke en open linten. Waar mogelijk kan de historische
                                        kwaliteit worden aangevuld met eigentijdse vormgeving en
                                        architectuur passend binnen de bestaande context. Contrast
                                        in architectuur kan worden gezocht per pand, maar ook door
                                        ondergeschikte aanpassingen en toevoegingen aan een
                                        pand.</al><al/><al>Van belang bij alle nieuwe ontwikkelingen en
                                        bouwinitiatieven is het behouden van de herkenbaarheid van
                                        de lintbebouwing als geheel. Tot op zekere hoogte kan een
                                        lint plaats bieden aan gebouwen van verschillende
                                        bouwstijlen, afmetingen, hoogtes en materialen. Wanneer er
                                        veel panden worden vergroot en/of vervangen en de schaal
                                        wordt ontkend, dan kan een omslagpunt worden bereikt,
                                        waardoor het (historisch) gegroeide karakter niet meer
                                        herkenbaar is. Daarmee gaat het waardevolle karakter van
                                        deze beeld- en structuurbepalende linten verloren.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aan te sluiten bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>Het bestaande (historisch) gegroeide beeld is
                                                maatgevend. Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en
                                                schaal, massa en vorm aansluiten op de bestaande
                                                context. Daarbij kan bij de architectonische
                                                uitwerking gekozen worden tussen conformeren met de
                                                bestaande omgeving of een moderne eenduidig variant
                                                met enkelvoudig hoofdvorm. </al></li><li nr="-"><al>De onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa's c.q.
                                                aanwezige openingen in de bebouwingswand moeten
                                                intact blijven.</al></li><li nr="-"><al>Bij de (historische) bebouwing in de vorm van
                                                (voormalige) boerderijen is de huidige onderlinge
                                                samenhang (ruimtelijk én functioneel) tussen de
                                                gebouwen, opstallen en de relatie met de tuin en
                                                erfbeplanting maatgevend bij aanpassingen en/of
                                                nieuwe ontwikkelingen. Het gaat hierbij zowel om de
                                                verschijningsvorm als om de plaatsing van de
                                                gebouwen, het groen en de inrichting van het erf ten
                                                opzichte van elkaar (compositie). </al></li><li nr="-"><al>De diversiteit van de gebouwen onderling moet worden
                                                behouden en versterkt. Slechts een geringe mate van
                                                herhaling is mogelijk. Bij nieuwe ontwikkelingen
                                                moet het individuele pand duidelijk herkenbaar zijn
                                                als architectonische eenheid. </al></li><li nr="-"><al>De gebouwen dienen met een representatieve gevel
                                                gericht te zijn op de openbare weg.</al></li><li nr="-"><al>De zijgevel van panden op een hoek, bij de kruising
                                                met een andere straat, dient behandeld te worden als
                                                voorgevel en een representatieve uitstraling te
                                                hebben samen met een groene inpassing van het
                                                erf.</al></li><li nr="-"><al>De voorgevel loopt evenwijdig aan de
                                                perceelgrens.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing in de invloedssfeer van monumenten dienen
                                                een ingetogen en terughoudende architectuur te
                                                hebben, waarbij de waarde van het monument overeind
                                                dient te blijven.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde
                                                vormgeving van de overgang tussen openbaar gebied en
                                                privé-terrein, bijvoorbeeld door groene
                                                erfafscheidingen (haag, heg).</al></li><li nr="-"><al>Het is gewenst om erfafscheidingen te realiseren
                                                zoals deze van oudsher aanwezig zijn, zoals een
                                                greppel of sloot met knotwilgen of een houtwal.
                                            </al></li><li nr="-"><al>Waar bebouwing aan het landschap grenst, komt bij
                                                voorkeur gebiedseigen erfbeplanting als
                                                erafscheiding.</al></li><li nr="-"><al>Het woonhuis staat bij een zeer open en landelijk
                                                lint in de lengterichting van het perceel.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspect: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al> Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het
                                                gebouw dienen ondergeschikt te zijn aan het
                                                hoofdgebouw en moeten in maatvoering, architectuur
                                                en detaillering zijn afgestemd op de vormgeving van
                                                gevel- en dakvlak van de hoofdbebouwing, of daar
                                                juist mee contrasteren.</al></li><li nr="-"><al>Bij dakopbouwen en/of optrekking van de gevel dient
                                                de hoofdvorm van een pand (gevel en dak) herkenbaar
                                                te blijven. </al></li><li nr="-"><al>De kapvorm dient in maatvoering, architectuur en
                                                detaillering afgestemd te worden op de gevels van
                                                het hoofdgebouw. Nieuwe panden aan het landelijke
                                                lint moeten worden uitgevoerd met een kap.</al></li><li nr="-"><al>Geledingen in het gevelvlak van een individuele
                                                woning of aaneengesloten woningen moeten worden
                                                behouden. Bij bouwkundige ingrepen en toevoegingen
                                                aan de voorkant moet met de situering en vorm van
                                                een aanbouw, uitbouw of opbouw worden ingespeeld op
                                                de geleding.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing aan het landelijke lint moet vrijstand en
                                                individueel zijn (geen appartementen
                                                gebouwen!).</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspect: detaillering, kleur en materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleuren
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur en materiaal
                                                moet passen bij de architectuur van het pand.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van het hoofdgebouw. Zo vraagt een
                                                (relatief) sobere architectuur van het hoofdgebouw
                                                om een sobere detaillering. Dit houdt in dat bij
                                                wijzigingen en uitbreidingen overbodige detaillering
                                                vermeden dient te worden. In andere gevallen is
                                                juist een zorgvuldige en rijke detaillering
                                                maatgevend, passend bij de architectuur van het
                                                onderhavige pand.</al></li><li nr="-"><al>Bij de (historische en/of beeldbepalende) bebouwing
                                                is het gebruik van traditionele materialen
                                                uitgangspunt. Baksteen, hout, natuursteen, gebakken
                                                pannen en eventueel riet moeten beeldbepalend zijn.
                                                Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en bij
                                                uitzondering in lichte tinten geverfd, gestuukt of
                                                van natuursteen.</al></li><li nr="-"><al>Bij nieuwbouw is toepassing van hoogwaardige moderne
                                                materialen toegestaan, mits qua textuur en kleur
                                                passend bij het beeld van het lint en het
                                                landschap.</al></li><li nr="-"><al>De architectuur van (nieuwe) bebouwing aan het
                                                landelijke lint moet passen in de landelijke
                                                omgeving (gedekte kleuren voor de hoofdmassa) en
                                                zorgvuldig zijn vormgegeven en gedetailleerd.</al></li><li nr="-"><al>De materialisering en detaillering van aanpassingen
                                                en toevoegingen aan de hoofdmassa moet kwalitatief
                                                minstens gelijk zijn aan de detaillering van de
                                                bestaande bebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Vervangende kozijnen aan de voorkant dienen in
                                                verschijningsvorm (maatvoering, oppervlakte
                                                structuur en materiaal) vergelijkbaar zijn met de
                                                oorspronkelijke kozijnen.</al></li><li nr="-"><al>Het kleurgebruik dient terughoudend te zijn en het
                                                gebruik van helle (primaire en felle) kleuren is
                                                niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Indien reclame-uitingen worden toegepast dan dienen
                                                deze een ondergeschikt en niet beeldbepalend
                                                onderdeel van de gevel te zijn en nooit boven de
                                                borstwering van de eerste verdieping. Voorts dienen
                                                zij 's avonds en 's nachts niet verlicht en/of
                                                aangelicht te worden.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Bebouwingslint H2b, H2c </label></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Open tot half open H2b; </vet></al></li><li nr="2."><al><vet>(Semi) aaneengesloten H2c </vet></al></li></lijst><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandbeleid is gericht op het behouden en versterken
                                        van de diversiteit van de bebouwing en het waardevolle
                                        karakter van deze beeld- en structuurbepalende gebieden. Het
                                        bestaande beeld is maatgevend voor nieuwe ontwikkelingen.
                                        Dit betekent onder meer dat nieuwe ontwikkelingen in maat en
                                        schaal, massa, vorm en karakter aan moeten sluiten op de
                                        bestaande context. Deze context bestaat uit:</al><lijst><li nr="-"><al>de historisch gegroeide structuur en verkaveling met
                                                de (grotendeels) vrijstaande panden en de open
                                                ruimte tussen de bebouwing van het open tot half
                                                open lint; </al></li><li nr="-"><al>de (semi) aaneengesloten bebouwingswand met
                                                individueel herkenbare panden van het (semi)
                                                aaneengesloten lint.</al></li></lijst><al/><al>Het welstandbeleid is gericht op het behouden en versterken
                                        van de diversiteit van de bebouwing, de maat en schaal van
                                        de gebouwen en het (historisch) gegroeide beeld. Waar
                                        mogelijk kan de historische kwaliteit worden aangevuld met
                                        eigentijdse vormgeving en architectuur passend binnen de
                                        bestaande context. Contrast in architectuur kan worden
                                        gezocht per pand, maar ook door ondergeschikte aanpassingen
                                        en toevoegingen aan een pand.</al><al/><al>Van belang bij alle nieuwe ontwikkelingen en
                                        bouwinitiatieven is het behouden van de herkenbaarheid van
                                        de lintbebouwing als geheel. Tot op zekere hoogte kan een
                                        lint plaats bieden aan gebouwen van verschillende
                                        bouwstijlen, afmetingen, hoogtes en materialen. Wanneer er
                                        veel panden worden vergroot en/of vervangen en de schaal
                                        wordt ontkend, dan kan een omslagpunt worden bereikt,
                                        waardoor het (historisch) gegroeide karakter niet meer
                                        herkenbaar is. Daarmee gaat het waardevolle karakter van
                                        deze beeld- en structuurbepalende linten verloren.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aan te sluiten bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>Het bestaande (historisch) gegroeide beeld is
                                                maatgevend. Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en
                                                schaal, massa en vorm aansluiten op de bestaande
                                                context. Daarbij kan bij de architectonische
                                                uitwerking gekozen worden tussen conformeren met de
                                                bestaande omgeving of een moderne eenduidig variant
                                                met enkelvoudig hoofdvorm.</al></li><li nr="-"><al>De onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa's c.q.
                                                aanwezige openingen in de bebouwingswand moeten
                                                intact blijven.</al></li><li nr="-"><al>Bij de (historische) bebouwing in de vorm van
                                                (voormalige) boerderijen is de huidige onderlinge
                                                samenhang (ruimtelijk én functioneel) tussen de
                                                gebouwen, opstallen en de relatie met de tuin en
                                                erfbeplanting maatgevend bij aanpassingen en/of
                                                nieuwe ontwikkelingen. Het gaat hierbij zowel om de
                                                verschijningsvorm als om de plaatsing van de
                                                gebouwen, het groen en de inrichting van het erf ten
                                                opzichte van elkaar (compositie).</al></li><li nr="-"><al>Aaneengesloten bebouwing (bij (semi)aangesloten
                                                lint) dient in de oorspronkelijke rooilijn te worden
                                                geplaatst.</al></li><li nr="-"><al>De diversiteit van de gebouwen onderling moet worden
                                                behouden en versterkt. Slechts een geringe mate van
                                                herhaling is mogelijk. Bij nieuwe ontwikkelingen
                                                moet het individuele pand duidelijk herkenbaar zijn
                                                als architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>De gebouwen dienen met een representatieve gevel
                                                gericht te zijn op de openbare weg.</al></li><li nr="-"><al>De zijgevel van panden op een hoek, bij de kruising
                                                met een andere straat, dient behandeld te worden als
                                                voorgevel en een representatieve uitstraling te
                                                hebben.</al></li><li nr="-"><al>De voor- of zijgevel loopt evenwijdig aan de
                                                perceelgrens.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing in de invloedssfeer van monumenten dienen
                                                een ingetogen en terughoudende architectuur te
                                                hebben, waarbij de waarde van het monument overeind
                                                dient te blijven.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde
                                                vormgeving van de overgang tussen openbaar gebied en
                                                privé-terrein, bijvoorbeeld door groene
                                                erfafscheidingen (haag, heg).</al></li><li nr="-"><al>Aan de achterzijde, waar bebouwing aan het landschap
                                                grenst, komt bij voorkeur gebiedseigen erfbeplanting
                                                als erfafscheiding.</al></li><li nr="-"><al>Bij een open tot halfopen lint kan de inrichting van
                                                het erf aan de voorzijde stedelijker zijn, terwijl
                                                de achterzijde van het erf ingericht wordt om aan te
                                                sluiten bij het (waardevolle) buitengebied.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                moeten in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                zijn afgestemd op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing, of daar juist mee
                                                contrasteren.</al></li><li nr="-"><al>Bij dakopbouwen, uitbreidingen van de tweede
                                                bouwlaag en/of optrekking van de gevel dient de
                                                hoofdvorm van een pand (gevel en dak) herkenbaar te
                                                blijven.</al></li><li nr="-"><al>De kapvorm dient in maatvoering, architectuur en
                                                detaillering afgestemd te worden op de vormgeving
                                                van aangrenzende gevelvlakken. Nieuwe panden aan het
                                                landelijke lint moeten worden uitgevoerd met een
                                                kap.</al></li><li nr="-"><al>Winkelpuien, reclames en entrees moeten op het
                                                individuele pand toegesneden zijn.</al></li><li nr="-"><al>Winkelpuien dienen zodanig te worden vormgeven en
                                                gematerialiseerd dat er een relatie is of blijft
                                                tussen winkelpui en de verdiepingen er boven. De
                                                individualiteit van de afzonderlijke panden moet
                                                herkenbaar blijven. Panden dienen middels penanten
                                                van voldoende breedte "op de grond" te staan.</al></li><li nr="-"><al>Geledingen in het gevelvlak van een individuele
                                                woning of aaneengesloten woningen moeten worden
                                                behouden. Bij bouwkundige ingrepen en toevoegingen
                                                aan de voorkant moet met de situering en vorm van
                                                een aanbouw, uitbouw of opbouw worden ingespeeld op
                                                de geleding.</al></li><li nr="-"><al>Bij de nieuwbouw van een appartementengebouw moet
                                                bijzondere aandacht worden besteed aan het
                                                respecteren van de oorspronkelijke parcelering en
                                                het in schaal en massa aansluiten op de omgeving. In
                                                de gevel moet een duidelijke geleding worden
                                                aangebracht. Indien een appartementengebouw wordt
                                                voorzien van een kap, dan kan deze beperkt worden
                                                doorbroken door dakkapellen of loggia's, tenzij het
                                                dakvlak in het beeld als geheel domineert.
                                                Trappenhuizen worden zoveel mogelijk aan de
                                                achterzijde gesitueerd. Eventuele balkons aan de
                                                voorzijde zijn inpandig en hooguit een ondergeschikt
                                                deel van de gevel.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleuren
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur en materiaal
                                                moet passen bij de architectuur van het pand.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van het hoofdgebouw. Zo vraagt een
                                                (relatief) sobere architectuur van het hoofdgebouw
                                                om een sobere detaillering. Dit houdt in dat bij
                                                wijzigingen en uitbreidingen overbodige detaillering
                                                vermeden dient te worden. In andere gevallen is
                                                juist een zorgvuldige en rijke detaillering
                                                maatgevend, passend bij de architectuur van het
                                                onderhavige pand.</al></li><li nr="-"><al>Bij de (historische en/of beeldbepalende) bebouwing
                                                is het gebruik van traditionele materialen
                                                uitgangspunt. Baksteen, hout, natuursteen, gebakken
                                                pannen en eventueel riet moeten beeldbepalend zijn.
                                                Gevels zijn in hoofdzaak van baksteen en bij
                                                uitzondering in lichte tinten geverfd, gestuukt of
                                                van natuursteen.</al></li><li nr="-"><al>Bij nieuwbouw is toepassing van hoogwaardige moderne
                                                materialen toegestaan, mits qua textuur en kleur
                                                passend bij het beeld van het lint.</al></li><li nr="-"><al>De architectuur van (nieuwe) bebouwing aan het
                                                landelijke lint moet passen in de landelijke
                                                omgeving (gedekte kleuren voor de hoofdmassa) en
                                                zorgvuldig zijn vormgegeven en gedetailleerd.</al></li><li nr="-"><al>De materialisering en detaillering van aanpassingen
                                                en toevoegingen aan de hoofdmassa moet kwalitatief
                                                minstens gelijk zijn aan de detaillering van de
                                                bestaande bebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Vervangende kozijnen aan de voorkant dienen in
                                                verschijningsvorm (maatvoering, oppervlakte
                                                structuur en materiaal) vergelijkbaar zijn met de
                                                oorspronkelijke kozijnen.</al></li><li nr="-"><al>Het kleurgebruik dient terughoudend te zijn en het
                                                gebruik van helle (primaire en felle) kleuren is
                                                niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Bij een rij aaneengesloten woningen van gelijke
                                                architectuur moet de detaillering die bijdraagt aan
                                                de eenheid van de rij worden gehandhaafd
                                                (bijvoorbeeld deurlijst, schoorsteen of
                                                metselverbanden).</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>Reclame-uitingen moeten onderdeel uitmaken van het
                                                gevelontwerp en mogen niet beeldbepalend zijn voor
                                                de gevel; nooit boven de borstwering van de eerste
                                                verdieping.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor planmatig bebouwingslint H2D </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandbeleid is gericht op het behouden van de maat,
                                        schaal en de eenheid van de bebouwing in dit gebied. Ook de
                                        karakteristieke detaillering moet behouden worden. Het
                                        bestaande beeld is maatgevend voor nieuwe ontwikkelingen,
                                        dit betekent onder meer dat nieuwe ontwikkelingen in maat en
                                        schaal, massa en vorm aan moeten sluiten op de bestaande
                                        context -in dit geval de identieke bebouwing per straatkant
                                        en de gelijke kavelbreedte. Van belang bij alle nieuwe
                                        ontwikkelingen en bouwinitiatieven is het behouden van de
                                        herkenbaarheid van deze lintbebouwing als geheel. Wanneer er
                                        een of meerdere panden worden vergroot en/of vervangen en de
                                        schaal, vorm en materiaalgebruik worden ontkend, dan kan een
                                        omslagpunt worden bereikt, waardoor karakter niet meer
                                        herkenbaar is. Daarmee gaat het waardevolle karakter van dit
                                        lint verloren. Dit dient te worden voorkomen.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het bestaande beeld is maatgevend voor nieuwe
                                                ontwikkelingen, dit betekent onder meer dat nieuwe
                                                ontwikkelingen in maat en schaal, massa en vorm aan
                                                moeten sluiten op de bestaande context.</al></li><li nr="-"><al>Het karakteristieke beeld met identieke bebouwing op
                                                identieke afstand van elkaar moet worden
                                                behouden.</al></li><li nr="-"><al>De onbebouwde ruimte tussen de hoofdmassa's moeten
                                                intact blijven.</al></li><li nr="-"><al>De voorgevel loopt evenwijdig aan de perceelsgrens.
                                                De gebouwen dienen met een voorgevel gericht te zijn
                                                op de openbare weg. De entree moet onderdeel zijn
                                                van de voorgevel, die aan de straat grenst.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Heldere hoofdvormen (massa en dak) moeten
                                                gehandhaafd blijven, evenals de verbindende werking
                                                van dakvlakken, gootlijnen, schoorstenen, etc.</al></li><li nr="-"><al>Bij twee-onder-een-kap woningen moet bij
                                                aanpassingen aan de voorkant of zijkant van de
                                                woningen de spiegelsymmetrie in de hoofdmassa worden
                                                gehandhaafd. Ondergeschikte toevoegingen, zoals een
                                                erker of dakkapel, mogen deze spiegelsymmetrie
                                                doorbreken.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van de
                                                bebouwing dienen ondergeschikt te zijn aan de massa
                                                en vorm van de hoofdbebouwing. In architectuur en
                                                detaillering kunnen zij afgestemd worden op de
                                                hoofdbebouwing of in contrast daarmee worden
                                                uitgevoerd.</al></li><li nr="-"><al>De aanwezige dakkapellen aan de voorzijde zijn
                                                maatgevend wat betreft situering, maat, vorm en
                                                detaillering.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de originele gevelindeling,
                                                kleur- en materiaalgebruik van het gebouw maatgevend
                                                (donkergrijze dakpannen en roodbruine
                                                baksteen).</al></li><li nr="-"><al>Detaillering, kleur- en materiaalgebruik moeten
                                                passen bij de architectuur van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Bij bouwkundige ingrepen moet aandacht zijn voor een
                                                zorgvuldige detaillering.</al></li><li nr="-"><al>Het gebruik van helle en felle kleuren is niet
                                                toegestaan.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor planmatig ontworpen woongebieden (W1, W2, W3, W4, W5, W6, W7) </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid voor deze gebieden is gericht op
                                        behouden en versterken van de ruimtelijke (architectonische)
                                        eenheid. Dit kan zijn een gebied, een rij aaneengesloten
                                        woningen, bebouwing in een straat, een twee-onder-een-kap
                                        woning etc. Het beleid komt neer op behouden van de eenheid
                                        bij aaneengesloten woningen, maar ook bij panden met een
                                        verwante architectuur per straat. Beeldbepalend hierbij is
                                        het karakter van de eenheid (uiterlijk, massa en vorm, etc.)
                                        en/of verwantschap in bouwperiode en bouwstijl. De bestaande
                                        kwaliteiten kunnen waar mogelijk aangevuld worden met
                                        eigentijdse vormgeving en architectuur passend binnen de
                                        bestaande context. De wens van bewoners om zelf hun manier
                                        van wonen en leven te kunnen bepalen zal leiden tot het
                                        veranderen en uitbreiden van bestaande woningen. Dit kan
                                        leiden tot het verlies van de eenheid in beeld en opbouw van
                                        de hoofdmassa van de bebouwing. Erkers, dakkapellen, luifels
                                        boven de voordeur, aan- en uitbouwen aan de voorzijde van de
                                        woning kunnen het straatbeeld verlevendigen. Om een te grote
                                        variatie (lees: chaos) te voorkomen is het beleid gericht op
                                        het behouden van de eenheid. Per straat en/of
                                        architectonische eenheid (rij woningen of twee-onder-één-kap
                                        woningen) zal één type maatgevend zijn voor de overige
                                        aanvragen (trendsetter). Dit kan een bestaand, reeds
                                        aanwezig type zijn of het eerst nieuw gerealiseerde type
                                        c.q. exemplaar. In beide gevallen geldt mits gebouwd met en
                                        conform een bouwvergunning. Op deze wijze ontstaat voor deze
                                        zogeheten "accessoires" een beleid gericht op variatie
                                        binnen een thema. Daarbij zijn ondergeschikte aanpassingen
                                        en afwijkingen in kleur- en materiaalgebruik mogelijk, mits
                                        niet te contrastrijk. Excessen dienen te worden
                                        voorkomen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria woonwijken in traditionele blokverkaveling W1 </label></kop><al>In dit gebied is een blok (een of meerdere rijen
                                        aaneengesloten woningen), een straat of twee-onder-één-kap
                                        woningen een architectonische eenheid. Daarbij worden
                                        identieke twee-onder-één-kap woningen gezien als een
                                        eenheid.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon te
                                                worden gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een samenhangende ruimtelijke eenheid
                                                (gebiedsdeel) moeten de richting en oriëntatie van
                                                de bebouwing op elkaar worden afgestemd.</al></li><li nr="-"><al>Het bestaande ruimtelijke beeld is maatgevend.
                                                Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en schaal,
                                                massa en vorm aansluiten op de bestaande
                                                stedenbouwkundige structuur.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing dient met een voorgevel georiënteerd te
                                                zijn op de openbare ruimte.</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de
                                                architectonische eenheid en deze niet te verstoren.
                                                Behoud van samenhang (rooilijn, kapvormen, hoogtes,
                                                korrelmaat) per architectonische eenheid in de
                                                bebouwing is uitgangspunt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Behouden van de architectonische eenheid is het
                                                uitgangspunt voor ontwikkelingen, bouwkundige
                                                ingrepen en toevoegingen aan de voorzijde, zoals
                                                dakkapellen, aanbouwen aan de voorzijde (portalen en
                                                erkers). Massa, vorm en situering in het gevelof
                                                dakvlak moeten worden afgestemd binnen de
                                                bouwkundige eenheid. Per straat en/of
                                                architectonische eenheid zal één type maatgevend
                                                zijn voor de overige aanvragen (trendsetter).</al></li><li nr="-"><al>Dakkapellen aan de voorzijde moeten met de onder-en
                                                bovenzijde in een horizontale lijn zijn geplaatst,
                                                dat wil zeggen dat onder de dakkapel de afstand tot
                                                de onderkant van het dak en aan de bovenzijde tot de
                                                nok (verticaal gemeten) dezelfde moet zijn als bij
                                                dakkapellen van aangrenzende panden.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan de massa en vorm
                                                van de hoofdbebouwing. In architectuur en
                                                detaillering kunnen zij afgestemd worden op de
                                                hoofdbebouwing of in contrast daarmee worden
                                                uitgevoerd.</al></li><li nr="-"><al>De nieuwe bebouwing dient in principe uitgevoerd te
                                                worden met een kap. Maatgevend is de kapvorm en
                                                -richting in de directe omgeving. De kapvorm dient
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                afgestemd te worden op de vormgeving van
                                                aangrenzende woningen.</al></li><li nr="-"><al>Bij twee-onder-een-kap woningen moet bij
                                                aanpassingen aan de voorkant of zijkant van de
                                                woningen de spiegelsymmetrie in de hoofdmassa worden
                                                gehandhaafd. Ondergeschikte toevoegingen, zoals een
                                                erker en dakkapel, mogen deze spiegelsymmetrie
                                                doorbreken.</al></li><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de karakteristiek van de
                                                gevel van de betreffende architectonische eenheid
                                                maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>Specifiek voor rijenwoningen geldt dat de aanwezige
                                                ritmiek moet worden behouden. Elementen die sterk
                                                kunnen bijdragen aan het ritme in de gevelwand zijn
                                                bijvoorbeeld entreeportalen, raampartijen,
                                                ornamenten en schoorstenen. Waar (identieke)
                                                elementen op gelijke onderlinge afstand mede het
                                                straatbeeld bepalen, moeten deze worden
                                                gehandhaafd.</al></li><li nr="-"><al>Indien bij een rij aaneengesloten woningen de
                                                individuele woning herkenbaar is door een verticale
                                                geleding tussen de woningen (bijvoorbeeld penanten
                                                of muurdammen) moet deze herkenbaarheid worden
                                                behouden. De ritmering van penanten (muurdammen)
                                                moet bewaard blijven, evenals het onderscheid in
                                                materiaal tussen penant en opzetpui.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw en wijzigingen aan
                                                bestaande bebouwing dient de kleur van de hoofdmassa
                                                aan te sluiten op de kleuren van de bebouwing in de
                                                directe omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een architectonische eenheid dienen
                                                materialen van gevels, daken, en aangebouwde
                                                gedeeltes op elkaar te worden afgestemd. Bij
                                                twee-onder-een-kap woningen dienen het kleur-en
                                                materiaalgebruik afgestemd te worden binnen deze
                                                eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de originele hoofdindeling
                                                (sobere detaillering en strakke gevelindeling) van
                                                de gevel van de betreffende architectonische eenheid
                                                maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van de bouwkundige eenheid. Zo vraagt
                                                een (relatief) sobere architectuur van het
                                                hoofdgebouw om een sobere detaillering.</al></li><li nr="-"><al>Indien bij een rij aaneengesloten woningen of een
                                                twee-onder-een-kap woning sprake is van een opzetpui
                                                mogen kleur en materiaal van de opzetpui per woning
                                                worden bepaald, mits afwijkend van de kleur van de
                                                scheidende gevelvlak of penant (muurdam).</al></li><li nr="-"><al>Het vlak van de opzetpui moet terugliggen ten
                                                opzichte van de penant (muurdam), en bij voorkeur
                                                uitgevoerd in zogeheten "lichte" materialen.</al></li><li nr="-"><al>Het kleur-en materiaalgebruik bij ondergeschikte
                                                toevoegingen en aanpassingen is afhankelijk van de
                                                samenhang in een gebied. Indien er samenhang is
                                                dient het kleur- en materiaalgebruik te worden
                                                afgestemd op de ruimtelijke eenheid. Bij het
                                                ontbreken van samenhang zijn kleur- en
                                                materiaalgebruik voor ondergeschikte zaken
                                                vrij.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Het Nieuwe Bouwen W2 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In dit gebied bestaat een architectonische eenheid uit een
                                        rij aaneengesloten woningen, een twee-onder-een-kap woning,
                                        een rij identieke of verwante woningen in een straat of blok
                                        én woningen gegroepeerd in een zogeheten een stempel.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en waardering,
                                                dienen gehandhaafd te blijven. (Vervangende)
                                                nieuwbouw dient aan te sluiten bij het bestaande
                                                verkavelings- en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>Het karakter van de ruimtelijke (architectonische)
                                                eenheden dient gehandhaafd te blijven. Dit betekent
                                                dat gestreefd moet worden naar behoud van samenhang
                                                (rooilijn, kapvormen, hoogtes, korrelmaat).</al></li><li nr="-"><al>De samenhang in de structuur van het ensemble
                                                opgebouwd uit gestapelde woningen en de
                                                grondgebonden woningen dient behouden te blijven
                                                (bebouwing langs de Rondweg West, tussen de
                                                Gladiolenstraat en de Dahliastraat) </al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Behoud van de ruimtelijke (architectonische) eenheid
                                                is het uitgangspunt voor ontwikkelingen, bouwkundige
                                                ingrepen en toevoegingen aan de voorzijde, zoals
                                                dakkapellen, portalen en erkers. Massa, vorm en
                                                situering in het gevel- of dakvlak moeten worden
                                                afgestemd binnen deze eenheid.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing dient uitgevoerd te worden met een kap.
                                                Maatgevend zijn de kapvorm en -richting in de
                                                directe omgeving; </al></li><li nr="-"><al>Bij een rij aaneengesloten woningen geldt dat de
                                                hoofdvorm een homogeen en enkelvoudig karakter dient
                                                te hebben.</al></li><li nr="-"><al>Er dient één vormentaal te gelden voor uitbreidingen
                                                en aanpassingen binnen één eenheid (rij of blok
                                                aaneengesloten woningen).</al></li><li nr="-"><al>Binnen een architectonische eenheid (rij
                                                aaneengesloten woningen of twee-onder-een-kap
                                                woning) zijn aan de voorzijde slechts (identieke)
                                                bouwkundige wijzigingen en toevoegingen toegestaan
                                                die aansluiten bij het karakter van de
                                                architectonische eenheid, dit zijn dakkapellen en
                                                aanbouwen aan de voorzijde zoals portalen en erkers.
                                                Per architectonische eenheid zal één type (de eerst
                                                aanwezige) maatgevend zijn voor de overige aanvragen
                                                (trendsetter).</al></li><li nr="-"><al>Het onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen moet
                                                worden gehandhaafd en is bepalend voor nieuwe
                                                ontwikkelingen.</al></li><li nr="-"><al>Dakkapellen aan de voorzijde moeten met de onder- en
                                                bovenzijde in een horizontale lijn zijn geplaatst,
                                                dat wil zeggen dat onder de dakkapel de afstand tot
                                                de onderkant van het dak en aan de bovenzijde tot de
                                                nok (verticaal gemeten) dezelfde moet zijn als bij
                                                dakkapellen van aangrenzende panden.</al></li><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de originele gevelindeling
                                                van de betreffende architectonische eenheid
                                                maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>Specifiek voor rijenwoningen geldt dat aanwezige
                                                ritmiek moet worden behouden. Elementen die sterk
                                                kunnen bijdragen aan het ritme in de gevelwand zijn
                                                bijvoorbeeld entreeportalen, raampartijen,
                                                ornamenten en schoorstenen. Waar (identieke)
                                                elementen op gelijke onderlinge afstand mede het
                                                straatbeeld bepalen, moeten deze worden
                                                gehandhaafd.</al></li><li nr="-"><al>Indien bij een rij aaneengesloten woningen de
                                                individuele woning herkenbaar is door een verticale
                                                geleding tussen de woningen (bijvoorbeeld penanten
                                                of muurdammen) moet deze herkenbaarheid worden
                                                behouden. De ritmering van penanten (muurdammen)
                                                moet bewaard blijven, evenals het onderscheid in
                                                materiaal tussen penant en opzetpui.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten detaillering, kleur-en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient de kleur van de
                                                hoofdmassa aan te sluiten op de kleuren van de
                                                bebouwing in de directe omgeving en het karakter van
                                                het gebied.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een architectonische eenheid dienen
                                                materialen van gevels, daken, ramen en aangebouwde
                                                gedeeltes op elkaar te worden afgestemd.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw zijn dakpannen in
                                                principe verplicht, conform de gebruikte kleuren en
                                                materialen in de directe omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Indien bij een rij aaneengesloten woningen of een
                                                twee-onder-een-kap woning sprake is van opzetpui
                                                mogen kleur en materiaal van de opzetpui per woning
                                                worden bepaald, mits afwijkend van de kleur van de
                                                scheidende gevelvlak of penant (muurdam).</al></li><li nr="-"><al>Het vlak van de opzetpui moet terugliggen ten
                                                opzichte van de penant (muurdam), en bij voorkeur
                                                uitgevoerd in zogeheten "lichte" materialen.</al></li><li nr="-"><al>Bij vervanging van houten delen van de gevel moet
                                                worden gestreefd naar eenheid binnen de
                                                architectonische eenheid. Het gebruik van kunststof
                                                plaatmaterialen is hierbij niet toegestaan, tenzij
                                                in verschijningsvorm (maatvoering en oppervlakte
                                                structuur) vergelijkbaar met traditionele
                                                materialen.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van de bouwkundige eenheid. Zo vraagt
                                                een (relatief) sobere architectuur van het
                                                hoofdgebouw om een sobere detaillering.</al></li><li nr="-"><al>Bij ondergeschikte toevoegingen, aanpassingen en
                                                wijzigingen aan rijenwoningen en twee-onder-een-kap
                                                woningen is het kleur- en materiaalgebruik
                                                vrij.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Forumbeweging W3 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Een architectonische eenheid bestaat in deze gebieden uit
                                        panden in een cluster of straat met identieke en/of verwante
                                        architectuur, een rij aaneengesloten woningen of een
                                        twee-onder-een-kap woning.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon te
                                                worden gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>Behouden en versterken van de eenheid per
                                                bouwkundige eenheid (rij aaneengesloten woningen,
                                                geschakelde woningen of twee-onder-een-kap woning)
                                                is het uitgangpunt bij ontwikkelingen en
                                                ingrepen.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw moeten bijgebouwen en
                                                erfafscheidingen, welke grenzen aan de openbare
                                                ruimte, onderdeel zijn van het ontwerp voor de
                                                hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing op hoeken en andere bijzondere plekken
                                                dient in te spelen op deze ligging en als zodanig
                                                vorm te worden gegeven.</al></li><li nr="-"><al>Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte
                                                moeten een representatieve uitstraling hebben.
                                                Materiaal- en kleurgebruik moet worden afgestemd
                                                binnen de bouwkundige eenheid.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Behoud van de architectonische eenheid is het
                                                uitgangspunt voor bouwkundige ingrepen en
                                                toevoegingen aan de voorkant, zoals dakkapellen,
                                                portalen en erkers. Massa, vorm en situering in het
                                                gevel- of dakvlak moeten worden afgestemd binnen
                                                deze eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een samenhangende ruimtelijke eenheid
                                                (bouwblok, straat) dient de hoofdvorm van de
                                                bebouwing op elkaar te worden afgestemd. Dit
                                                betekent dat de bebouwing een duidelijk herkenbare
                                                hoofdvorm dient te hebben.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van de woning
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan de hoofdmassa en in
                                                maatvoering, architectuur en detaillering afgestemd
                                                te worden op de vormgeving van gevel- en dakvlak van
                                                de hoofdbebouwing. Dit geldt onder meer voor
                                                entrees, bergingen en opgangen aan de voorzijde van
                                                de woningen.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing dient in principe uitgevoerd te worden
                                                met een kap. Maatgevend is de kapvorm en -richting
                                                van de bouwkundige eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Geleding in het gevelvlak van een rij aaneengesloten
                                                woningen moet worden behouden. Bij bouwkundige
                                                ingrepen en toevoegingen aan de voorkant moet met de
                                                situering en vorm van een aanbouw, uitbouw of opbouw
                                                worden ingespeeld op de geleding.</al></li><li nr="-"><al>Indien de individuele woning herkenbaar is door een
                                                verticale geleding tussen de woningen (bijvoorbeeld
                                                muurdammen of penanten) moet deze herkenbaarheid
                                                worden behouden. De ritmering van penanten
                                                (muurdammen) moet bewaard blijven.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detaillering, kleur en materiaal</vet></al><al>Bij (vervangende) nieuwbouw of wijzigingen en toevoegingen
                                        aan bestaande bebouwing dient de kleur aan te sluiten op de
                                        kleuren in directe omgeving.</al><lijst><li nr="-"><al>Materiaalgebruik voor daken, gevels en aangebouwde
                                                gedeeltes moet worden afgestemd binnen de
                                                architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Indien bij een rij aaneengesloten woningen of een
                                                twee-onder-een-kap woning sprake is van opzetpui
                                                mogen kleur en materiaal van de opzetpui per woning
                                                worden bepaald, mits afwijkend van de kleur van de
                                                scheidende gevelvlak of penant (muurdam).</al></li><li nr="-"><al>Het vlak van de opzetpui moet terugliggen ten
                                                opzichte van penant (muurdam), en bij voorkeur
                                                uitgevoerd in zogeheten "lichte" materialen.</al></li><li nr="-"><al>Bij vervanging van (houten) delen van de gevel moet
                                                worden gestreefd naar eenheid binnen de bouwkundige
                                                eenheid. Onder andere door afstemming in kleur. Het
                                                gebruik van kunststof plaatmaterialen is hierbij
                                                niet toegestaan, tenzij in verschijningsvorm
                                                (maatvoering, bevestiging en oppervlakte structuur)
                                                vergelijkbaar met traditionele materialen.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van de bouwkundige eenheid. Zo vraagt
                                                een (relatief) sobere architectuur van het
                                                hoofdgebouw om een sobere detaillering.</al></li><li nr="-"><al>Het kleur- en materiaalgebruik bij ondergeschikte
                                                toevoegingen en aanpassingen is afhankelijk van de
                                                samenhang in een gebied. Indien er samenhang is
                                                dient het kleur- en materiaalgebruik te worden
                                                afgestemd op de ruimtelijke eenheid. Bij het
                                                ontbreken van samenhang zijn kleur- en
                                                materiaalgebruik voor deze ondergeschikte zaken
                                                vrij.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria thematische inbreidingen en uitbreidingswijken W4 en W5 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In deze gebieden bestaat een architectonische eenheid uit
                                        panden met verwante architectuur in een straat, buurt of
                                        cluster, uit een rij aaneengesloten woningen, een
                                        twee-onder-een-kap woning en één of meerdere
                                        appartementengebouw(en). Een bijzonder gebied is het
                                        deelgebied "Stad in de stad". Door de bijzondere vormgeving
                                        en eenheid in architectuur onderscheidt dit gebied zich van
                                        de omgeving. Het oorspronkelijke thema is het belangrijkste
                                        uitgangspunt bij de welstandstoetsing.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                gebiedswaardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                Het karakter van het woongebied dat wordt bepaald
                                                door een diversiteit aan gebouwtypen en diversiteit
                                                in architectuur is het uitgangspunt bij
                                                ontwikkelingen.</al></li><li nr="-"><al>De samenhang op het niveau van de architectonische
                                                eenheid (alle woningen binnen een woongebied met
                                                oorspronkelijk een verwante of identieke
                                                architectuur) is maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing dient met een representatieve voorgevel
                                                georiënteerd te zijn op de openbare ruimte.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing op hoeken en andere bijzondere plekken
                                                dient nadrukkelijk in te spelen op deze ligging en
                                                als zodanig vorm te worden gegeven.</al></li><li nr="-"><al>Indien de bestaande erfafscheiding of berging
                                                onderdeel uitmaakt van het architectonische ontwerp
                                                van de woning, mag uitsluitend dit type
                                                erfafscheiding of berging worden uitgebreid of
                                                vervangen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Behoud van de architectonische eenheid is het
                                                uitgangspunt voor bouwkundige ingrepen en
                                                toevoegingen aan de voorkant, zoals dakkapellen,
                                                portalen en erkers. Massa, vorm en situering in het
                                                gevel- of dakvlak moeten in sterke mate worden
                                                afgestemd binnen de architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Aan de voorzijde zijn er slechts (identieke)
                                                bouwkundige wijzigingen en toevoegingen toegestaan
                                                die aansluiten bij het karakter van de
                                                architectonische eenheid. Voor identieke bebouwing
                                                zal één type (de eerst aanwezige) maatgevend zijn
                                                voor de overige aanvragen (trendsetter).</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. In
                                                architectuur en detaillering kunnen zij afgestemd
                                                worden op de hoofdbebouwing of in contrast daarmee
                                                worden uitgevoerd.</al></li><li nr="-"><al>Indien een straatwand of bebouwingswand als eenheid
                                                is vormgegeven, moet deze eenheid worden behouden.
                                                Aanbouwen en opbouwen moeten worden vormgegeven als
                                                deel van het geheel en niet als een accent.</al></li><li nr="-"><al>Geleding in het gevelvlak van een rij woningen moet
                                                worden behouden. Bij bouwkundige ingrepen en
                                                toevoegingen aan de voorkant moet met de situering
                                                en vorm van een aanbouw, uitbouw of opbouw worden
                                                ingespeeld op de geleding.</al></li><li nr="-"><al>Bij twee-onder-een-kap woningen moet bij
                                                aanpassingen aan de voorkant of zijkant van de
                                                woningen de spiegelsymmetrie in de hoofdmassa worden
                                                gehandhaafd. Ondergeschikte toevoegingen, zoals een
                                                erker, mogen deze spiegelsymmetrie doorbreken.</al></li><li nr="-"><al>De gevels en kappen van aan-, uit- en bijgebouwen
                                                dienen in dezelfde kleuren te worden uitgevoerd als
                                                die van de hoofdmassa.</al></li><li nr="-"><al>Dakkapellen aan de voorzijde moeten met de onder-en
                                                bovenzijde in een horizontale lijn zijn geplaatst,
                                                dat wil zeggen dat onder de dakkapel de afstand tot
                                                de onderkant van het dak en aan de bovenzijde tot de
                                                nok (verticaal gemeten) dezelfde moet zijn als bij
                                                dakkapellen van aangrenzende panden.</al></li><li nr="-"><al>De zijgevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare
                                                ruimte dienen te worden behandeld als
                                                voorgevels.</al></li><li nr="-"><al>Waar (identieke) elementen op gelijke onderlinge
                                                afstand mede het straatbeeld bepalen, moeten deze
                                                worden gehandhaafd. Elementen die sterk kunnen
                                                bijdragen aan het ritme in de gevelwand zijn
                                                bijvoorbeeld entreeportalen, raampartijen,
                                                ornamenten en schoorstenen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De bestaande detaillering, kleur- en materiaal
                                                gebruik zijn maatgevend bij ontwikkelingen.</al></li><li nr="-"><al>De individualiteit en herkenbaarheid van een
                                                architectonische eenheid (appartementengebouw,
                                                twee-onder-een-kap woning en blok aaneengesloten
                                                woningen) is het uitgangspunt voor materiaalgebruik.
                                                Eenheid in kleur-en materiaalgebruik van de
                                                hoofdmassa per eenheid is vereist. Voor
                                                materiaalgebruik en kleurgebruik moet worden gekozen
                                                voor materialen en kleuren die reeds gebruikt zijn
                                                binnen de architectonische eenheid. Indien
                                                materialen niet meer voorhanden zijn, moet worden
                                                gezocht naar een materiaal dat in kleur, textuur en
                                                maat sterk lijkt op bestaande materialen.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur (bouwstijl) van de bebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Ieder detail moet dienen ter ondersteuning van de
                                                architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Bij twee-onder-een-kap woningen dienen het kleur-en
                                                materiaalgebruik te worden afgestemd binnen deze
                                                eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Detaillering en kleurgebruik voor ondergeschikte
                                                delen van de gevel kunnen per individuele woning
                                                verschillen. Voor ondergeschikte delen van de gevel
                                                mag een afwijkende kleur worden gebruikt, die is
                                                afgestemd op het kleurgebruik van de
                                                architectonische eenheid.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Individuele woningbouw W6 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandstoezicht is voor deze bebouwing gericht op de
                                        individuele uitstraling van de gebouwen. De wens van
                                        bewoners om zelf hun manier van wonen en leven te kunnen
                                        bepalen zal onverminderd leiden tot het verfraaien en
                                        uitbreiden van hun woning. Daarbij geldt dat alle
                                        wijzigingen en toevoegingen moeten passen bij de
                                        architectuur (verschijningsvorm) van de betreffende
                                        individuele woning. Binnen het brede scala van individuele
                                        woningen komt sporadisch een afwijkende –uitdagender -
                                        vormgeving en architectuur. Hiervoor kan passend binnen de
                                        context ruimte worden geboden. Voor seriematig gebouwde
                                        vrijstaande woningen geldt dat in het beeld ondergeschikte
                                        aanpassingen en wijzigingen zijn toegestaan, mits het
                                        verbindende thema van de woningen duidelijk zichtbaar
                                        blijft.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Voorop staat de individuele uitstraling van een
                                                hoofdgebouw met bijhorende aan-en bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>De woning dient georiënteerd te zijn op de openbare
                                                weg. De oriëntatie van de woning is vrij, indien de
                                                woning vanaf de openbare weg niet zichtbaar is.</al></li><li nr="-"><al>Bij vervangende nieuwbouw moeten de situering en
                                                oriëntatie van de bebouwing overeenkomen met het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon in de
                                                directe omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Hoekwoningen en bebouwing op bijzondere plekken
                                                dienen als zodanig vorm te worden gegeven. Waar
                                                woningen met de zijgevel grenzen aan de openbare
                                                ruimte en deze zichtbaar zijn vanaf de openbare
                                                ruimte dienen deze te worden behandeld als
                                                voorgevels.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw moeten de positie en
                                                oriëntatie aansluiten op het karakter en beeld van
                                                de openbare ruimte.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde (en
                                                groene) vormgeving van de erfafscheidingen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het vrijstaande pand is een individuele bouwkundige
                                                eenheid en staat op zichzelf. Bij nieuwe
                                                ontwikkelingen moet het individuele pand duidelijk
                                                herkenbaar blijven. Eenheid in vorm dient gezocht te
                                                worden per woning, dit geldt voor de hoofdmassa en
                                                de aan- en bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Aan de voor- en zijkant van de gebouwen zijn
                                                bouwkundige wijzigingen en toevoegingen toegestaan,
                                                zoals dakkapellen, portalen en erkers, indien deze
                                                aansluiten bij de architectuur van het
                                                desbetreffende gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen van de tweede bouwlaag en optrekkingen
                                                van de gevel dienen in het gevelbeeld een directe
                                                relatie te hebben met de onderliggende
                                                bouwlagen.</al></li><li nr="-"><al>Bij vrijstaande woningen die behoren tot een reeks,
                                                gebouwd met of binnen een zelfde thema dient de
                                                eenheid behouden te worden voor de hoofdopzet en
                                                hoofdmassa. Dit houdt in dat in het beeld
                                                ondergeschikte aanpassingen en wijzigingen zijn
                                                toegestaan, mits het thema duidelijk zichtbaar
                                                blijft en de eenheid wordt behouden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de woning is maatgevend.
                                                Eenheid in detaillering, kleur en materiaal per
                                                individueel pand is vereist. Detaillering, kleur en
                                                materiaal dienen de zelfstandige uitstraling van de
                                                bebouwing te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>De rijkdom van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van de bouwkundige eenheid. Bij
                                                aanbouwen, opbouwen, bijgebouwen en uitbouwen moet
                                                de mate van detaillering gelijk zijn aan die van de
                                                hoofdvorm.</al></li><li nr="-"><al>Bij een serie vrijstaande woningen die gebouwd zijn
                                                binnen een thema dient het kleur- en
                                                materiaalgebruik van de hoofdmassa van de
                                                afzonderlijke gebouwen de (oorspronkelijke) eenheid
                                                in architectuur te ondersteunen en gericht te zijn
                                                op het behoud van de eenheid.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor gemengd woongebied, traditionele blokverkaveling W7 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In dit gebied bestaat een architectonische eenheid uit: een
                                        rij aaneengesloten woningen, een twee-onder-één-kap woning
                                        of panden met een verwante architectuur in een straat, buurt
                                        of cluster.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                gebiedswaardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon te
                                                worden gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>Het bestaande ruimtelijke beeld is maatgevend.
                                                Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en schaal,
                                                massa en vorm aansluiten op de bestaande
                                                stedenbouwkundige structuur.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing dient (met een open voorgevel)
                                                georiënteerd te zijn op de openbare ruimte.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Behouden van de architectonische eenheid is het
                                                uitgangspunt voor ontwikkelingen, bouwkundige
                                                ingrepen en toevoegingen aan de voorzijde, zoals
                                                dakkapellen, aanbouwen aan de voorzijde (portalen en
                                                erkers). Massa, vorm en situering in het gevel of
                                                dakvlak moeten worden afgestemd binnen de eenheid.
                                                Voor identieke bebouwing zal één type (de eerst
                                                aanwezige) maatgevend zijn voor de overige
                                                aanvragen.</al></li><li nr="-"><al>Eenheid van bebouwing door verwante
                                                verschijningsvorm van bebouwing per bouwtijd dient
                                                te worden gehandhaafd. Per architectonische eenheid
                                                dient één vormentaal te worden gebruikt:
                                                gelijksoortige vormgeving van aanpassingen en
                                                toevoegingen aan de hoofdmassa.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan de massa en vorm
                                                van het hoofdgebouw. In architectuur en detaillering
                                                kunnen zij afgestemd worden op de hoofdbebouwing of
                                                in contrast daarmee worden uitgevoerd.</al></li><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de karakteristiek van de
                                                gevel van de betreffende architectonische eenheid
                                                maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De nieuwe bebouwing dient uitgevoerd te worden met
                                                een kap. Maatgevend is de kapvorm en -richting in de
                                                directe omgeving. De kapvorm dient in maatvoering,
                                                architectuur en detaillering afgestemd te worden op
                                                de vormgeving van aangrenzende woningen.</al></li><li nr="-"><al>Bij twee-onder-een-kap woningen moet bij
                                                aanpassingen aan de voorkant of zijkant van de
                                                woningen de spiegelsymmetrie van de hoofdmassa
                                                behouden blijven.</al></li><li nr="-"><al>Specifiek voor rijenwoningen geldt dat de aanwezige
                                                ritmiek moet worden behouden. Elementen die sterk
                                                kunnen bijdragen aan het ritme in de gevelwand zijn
                                                bijvoorbeeld entreeportalen, raampartijen,
                                                ornamenten en schoorstenen. Waar (identieke)
                                                elementen op gelijke onderlinge afstand mede het
                                                straatbeeld bepalen, moeten deze ritmering worden
                                                gehandhaafd.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw en wijzigingen aan
                                                bestaande bebouwing dient de kleur van de hoofdmassa
                                                aan te sluiten op de kleuren van de bebouwing in de
                                                directe omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een architectonische eenheid dienen
                                                materialen van gevels, daken, en aangebouwde
                                                gedeeltes op elkaar te worden afgestemd.</al></li><li nr="-"><al>Bij één twee-onder-een-kap woning dienen
                                                detaillering, kleur- en materiaalgebruik de eenheid
                                                te versterken.</al></li><li nr="-"><al>Bij toevoegingen en/of aanpassingen aan de bestaande
                                                gevel van de gebouwen is de originele hoofdindeling
                                                van de gevel van de betreffende architectonische
                                                eenheid maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van het hoofdgebouw. Zo vraagt een
                                                (relatief) sobere architectuur van het hoofdgebouw
                                                om een sobere detaillering. Dit houdt in dat bij
                                                wijzigingen, aan- en uitbouwen en dergelijke
                                                overbodige detaillering vermeden dient te worden. In
                                                andere gevallen is juist een zorgvuldige en rijke
                                                detaillering maatgevend, passend bij de architectuur
                                                van het onderhavige pand.</al></li><li nr="-"><al>Het kleur- en materiaalgebruik bij ondergeschikte
                                                toevoegingen en aanpassingen is afhankelijk van de
                                                samenhang in een gebied. Indien er samenhang is
                                                dient het kleur- en materiaalgebruik te worden
                                                afgestemd op de ruimtelijke eenheid. Bij het
                                                ontbreken van samenhang is het kleur- en
                                                materiaalgebruik voor deze ondergeschikte zaken
                                                vrij. </al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Bedrijventerrein B1 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid voor bedrijventerreinen is gericht op
                                        het behouden en versterken van de diversiteit aan bebouwing.
                                        De aanwezige bebouwing is divers, maar ook de kwaliteit is
                                        wisselend. Van belang voor de bedrijventerreinen is een
                                        goede aansluiting op de omgeving. Binnen de
                                        bedrijventerreinen wordt in deze nota onderscheid gemaakt
                                        tussen gebieden met de aanduiding B1, waar hogere eisen
                                        worden gesteld, en gebieden met de aanduiding B2 -waar minde
                                        hoge eisen worden gesteld. Op de kaart behorende bij deze
                                        nota is aangeduid waar welke criteria gelden.</al><al>Overigens geldt dat als een bouwplan deels is gelegen in
                                        binnen de aanduiding B1 en deels binnen de aanduiding B2, de
                                        criteria zoals omschreven onder B1 van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving, dienen
                                                gehandhaafd te blijven. (Vervangende) nieuwbouw
                                                dient aan te sluiten bij het bestaande verkavelings-
                                                en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>De bedrijfsbebouwing (en incidentele
                                                bedrijfswoningen) zijn of een individuele eenheid of
                                                vormen samen een eenheid met verwante
                                                architectuur.</al></li><li nr="-"><al>De voorgevels met representatieve functies, zoals
                                                entree, kantoorruimtes en showroom moeten zijn
                                                georiënteerd op de openbare ruime en op de aanwezige
                                                voorruimten. De hoofdentree moet zijn gesitueerd aan
                                                de voorkant.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde
                                                inrichting van het voorterrein.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor de overgang van het
                                                voorterrein naar openbare ruimte, middels een
                                                erfafscheiding, een hek, groen, verandering van
                                                bestratingmateriaal etc.</al></li><li nr="-"><al>Het zicht vanuit de omgeving op opslag van goederen
                                                moet zoveel mogelijk worden beperkt door de
                                                situering van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Gebouwen gelegen op zichtlocaties, in zichtlijnen of
                                                bij aansluitingen van wegen dienen in te spelen op
                                                deze ligging.</al></li><li nr="-"><al>Gebouwen welke zijn gelegen op percelen grenzend aan
                                                de Rondweg-Oost dienen zich in ieder geval op deze
                                                weg te oriënteren. Afhankelijk van de locatie is een
                                                meerzijdige oriëntatie mogelijk.</al></li><li nr="-"><al>De architectuur van de eenheid is bepalend voor
                                                aanpassingen en andere ontwikkelingen op een
                                                bedrijfsperceel.</al></li></lijst><al/><al><vet>Massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw is een individuele bouwkundige eenheid en
                                                staat op zichzelf. Eenheid in vorm dient daarom
                                                gezocht te worden bij de hoofdmassa en de aan- en
                                                bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient het bouwwerk te
                                                worden voorzien van een eigen architectonische
                                                vormgeving. Bewust aandacht moet worden besteed aan
                                                de wijze waarop het bedrijfsimago tot uiting komt in
                                                de gevels en dakvorm.</al></li><li nr="-"><al>Er dient, bij voorkeur, een onderscheid te zijn in
                                                massa tussen het kantoorgebouw, de bedrijfswoning,
                                                de bedrijfshal en aan- en bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Er dient een verschil te zijn tussen de
                                                representatieve delen en de bebouwing voor productie
                                                en opslag. Het verschil in representativiteit hangt
                                                samen met de functie. De vormgeving van opslag- of
                                                productieloodsen is helder en functioneel. Kantoor,
                                                showroom en bedrijfswoning dienen een (meer)
                                                representatieve vormgeving te hebben.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijfshallen dienen in schaal te worden verfijnd
                                                door middel van het aanbrengen van geledingen. Bij
                                                een grotere omvang groter dan 20 x 60 moet een
                                                geleding plaatsvinden in de lengterichting, waarbij
                                                de maat van deze geledingen groot genoeg moet zijn
                                                om betekenis te hebben in relatie tot het gehele
                                                bouwwerk. Bij hallen hoger dan 8 meter dient een
                                                geleding in de hoogte plaats te vinden, bijvoorbeeld
                                                door een onderrand in baksteen.</al></li><li nr="-"><al>De dakvorm dient te passen bij de functie van het
                                                gebouw.</al></li><li nr="-"><al>De hoofdentree dient duidelijk herkenbaar te
                                                zijn.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                afgestemd te zijn op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Eventuele gebouwde parkeeroplossingen dienen qua
                                                architectuur samenhang met de overige bebouwing te
                                                vertonen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detaillering, kleur en materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleur- en
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur- en
                                                materiaalgebruik moeten in alle gevallen passen bij
                                                de architectuur van het pand.</al></li><li nr="-"><al>Het kleur- en materiaalgebruik dient het individuele
                                                karakter van het bedrijf c.q. de bedrijfspanden te
                                                ondersteunen, en tevens de functie duidelijk te
                                                maken. Daarbij is een onderscheid te maken tussen
                                                een representatieve uitstraling van kantoorpanden,
                                                bij showrooms, kantoorgedeelten, de bedrijfswoning,
                                                gebouwen voor productie en opslag (met een
                                                functionele uitstraling).</al></li><li nr="-"><al>De basiskleur per bestaand gebouw is die van de
                                                gebruikte materialen. Kleuraccenten zijn toegestaan
                                                om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw moet per gebouw gebruik
                                                worden gemaakt van materiaaleigen kleuren, waarbij
                                                helle kleuren niet zijn toegestaan. Kleuraccenten
                                                dienen onderdeel uit te maken van het ontwerp.</al></li><li nr="-"><al>De detaillering van bedrijfsgebouwen dient eenvoudig
                                                doch zorgvuldig te zijn.</al></li><li nr="-"><al>Bij het toepassen van reclame-uitingen dienen deze
                                                een ondergeschikt onderdeel van de gevel te zijn en
                                                mogen deze niet beeldbepalend zijn in het
                                                gevelbeeld. Reclame en bedrijfsnamen liggen in het
                                                vlak van de gevel en dienen onderdeel uit te maken
                                                van de architectuur of zijn gesitueerd boven de
                                                goot- en/of daklijn en moeten in dat geval
                                                transparant zijn (doosletters of neon).</al></li><li nr="-"><al>Materiaalgebruik is vrij, mits bij veroudering van
                                                het materiaal (bijvoorbeeld kleurvervaging) de
                                                beeldkwaliteit gehandhaafd blijft. </al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Bedrijventerrein B2 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid voor bedrijventerreinen is gericht op
                                        het behouden en versterken van de diversiteit aan bebouwing.
                                        De aanwezige bebouwing is divers, maar ook de kwaliteit is
                                        wisselend. Van belang voor de bedrijventerreinen is een
                                        goede aansluiting op de omgeving. Binnen de
                                        bedrijventerreinen wordt in deze nota onderscheid gemaakt
                                        tussen gebieden met de aanduiding B1, waar hogere eisen
                                        worden gesteld, en gebieden met de aanduiding B2 -waar minde
                                        hoge eisen worden gesteld. Op de kaart behorende bij deze
                                        nota is aangeduid waar welke criteria gelden.</al><al/><al>Overigens geldt dat als een bouwplan deels is gelegen in
                                        binnen de aanduiding B1 en deels binnen de aanduiding B2, de
                                        criteria zoals omschreven onder B1 van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving, dienen
                                                gehandhaafd te blijven. (Vervangende) nieuwbouw
                                                dient aan te sluiten bij het bestaande verkavelings-
                                                en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>De bedrijfsbebouwing (en incidentele
                                                bedrijfswoningen) zijn of een individuele eenheid of
                                                vormen samen een eenheid met verwante
                                                architectuur.</al></li><li nr="-"><al>De voorgevels met representatieve functies, zoals
                                                entree, kantoorruimtes en showroom moeten zijn
                                                georiënteerd op de openbare ruime en op de aanwezige
                                                voorruimten. De hoofdentree moet zijn gesitueerd aan
                                                de voorkant.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor de overgang van het
                                                voorterrein naar openbare ruimte, middels een
                                                erfafscheiding, een hek, groen, verandering van
                                                bestratingmateriaal etc.</al></li><li nr="-"><al>De architectuur van de eenheid is bepalend voor
                                                aanpassingen en andere ontwikkelingen op een
                                                bedrijfsperceel.</al></li></lijst><al/><al><vet>Massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw is een individuele bouwkundige eenheid en
                                                staat op zichzelf. Eenheid in vorm dient daarom
                                                gezocht te worden bij de hoofdmassa en de aan- en
                                                bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Er dient, bij voorkeur, een onderscheid te zijn in
                                                massa tussen het kantoorgebouw, de bedrijfswoning,
                                                de bedrijfshal en aan- en bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijfshallen dienen in schaal te worden verfijnd
                                                door middel van het aanbrengen van geledingen. Bij
                                                een grotere omvang groter dan 20 x 60 moet een
                                                geleding plaatsvinden in de lengterichting, waarbij
                                                de maat van deze geledingen groot genoeg moet zijn
                                                om betekenis te hebben in relatie tot het gehele
                                                bouwwerk. </al></li><li nr="-"><al>De hoofdentree dient duidelijk herkenbaar te
                                                zijn.</al></li><li nr="-"><al>Eventuele gebouwde parkeeroplossingen dienen qua
                                                architectuur samenhang met de overige bebouwing te
                                                vertonen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detaillering, kleur en materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleur- en
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur- en
                                                materiaalgebruik moeten in alle gevallen passen bij
                                                de architectuur van het pand.</al></li><li nr="-"><al>De detaillering van bedrijfsgebouwen dient eenvoudig
                                                doch zorgvuldig te zijn.</al></li><li nr="-"><al>Reclame en bedrijfsnamen liggen in het vlak van de
                                                gevel en dienen onderdeel uit te maken van de
                                                architectuur of zijn gesitueerd boven de goot- en/of
                                                daklijn en moeten in dat geval transparant zijn
                                                (doosletters of neon).</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedgerichte criteria Woon - werk locatie B3 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid voor de woon-werk locatie is gericht op
                                        het behouden en versterken van de diversiteit aan bebouwing.
                                        De aanwezige bebouwing is divers, maar ook de kwaliteit is
                                        wisselend. Van belang voor de bedrijventerreinen is een
                                        goede aansluiting op de omgeving. Dat betekent soms eisen
                                        stellen aan bebouwing vanwege de representatieve ligging,
                                        langs een belangrijke (ontsluitings)weg, of juist een groene
                                        afscherming aanbevelen om zicht op het terrein te
                                        ontnemen.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving, dienen
                                                gehandhaafd te blijven. (Vervangende) nieuwbouw
                                                dient aan te sluiten bij het bestaande verkavelings-
                                                en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>De woning met voortuin moet bepalend zijn voor het
                                                straatbeeld. Voorop staat de individuele uitstraling
                                                de woning. De woning dient georiënteerd te zijn op
                                                de openbare ruimte.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De bedrijfsbebouwing moet bestaan uit een doosvormig
                                                volume. De dakvorm voor de bedrijfsbebouwing dient
                                                te passen bij de functie van het gebouw. Hierbij
                                                moet worden gekozen voor (een combinatie van) platte
                                                daken, sheddaken, lessenaarskappen of licht gebogen
                                                daken.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen van bedrijfsgebouwen dienen
                                                ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en moeten
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering te zijn
                                                afgestemd op de vormgeving van gevel- en dakvlak van
                                                de hoofdbebouwing. Een (in het beeld) secundaire
                                                aan- of uitbouw (aan een bestaande aan- of uitbouw)
                                                is niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>De bedrijfswoning is een individuele bouwkundige
                                                eenheid en staat op zichzelf. Bij nieuwe
                                                ontwikkelingen moet het individuele pand duidelijk
                                                herkenbaar blijven als architectonische
                                                eenheid.</al></li><li nr="-"><al>Aan de voor- en zijkant van de bedrijfswoning zijn
                                                bouwkundige wijzigingen en toevoegingen toegestaan,
                                                zoals dakkapellen, portalen en erkers, indien deze
                                                aansluiten bij de architectuur van het
                                                desbetreffende gebouw.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Materiaalgebruik voor bedrijfsbebouwing is vrij,
                                                mits bij veroudering van het materiaal (bijvoorbeeld
                                                kleurvervaging) de beeldkwaliteit gehandhaafd
                                                blijft.</al></li><li nr="-"><al>De basiskleur per bedrijfsgebouw is die van de
                                                gebruikte materialen. Kleuraccenten zijn toegestaan
                                                om het bedrijfsimago tot uiting te brengen.</al></li><li nr="-"><al>De detaillering dient eenvoudig doch zorgvuldig te
                                                zijn.</al></li><li nr="-"><al>Bij het toepassen van reclame-uitingen dienen deze
                                                een ondergeschikt onderdeel van de gevel te zijn en
                                                mogen deze niet beeldbepalend zijn in het
                                                gevelbeeld. Reclame en bedrijfsnamen liggen in het
                                                vlak van de gevel en dienen onderdeel uit te maken
                                                van de architectuur of zijn gesitueerd boven de
                                                goot- en/of daklijn en moeten in dat geval
                                                transparant zijn (doosletters of neon).</al></li><li nr="-"><al>Voor de bedrijfswoning is de individualiteit van de
                                                woning maatgevend. Eenheid in detaillering, kleur en
                                                materiaal per individueel pand is vereist.
                                                Detaillering, kleur en materiaal dienen de
                                                zelfstandige uitstraling van de bebouwing te
                                                ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>De rijkdom van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van de bedrijfswoning. Bij aanbouwen,
                                                opbouwen, bijgebouwen en uitbouwen moet de mate van
                                                detaillering gelijk zijn aan die van de
                                                hoofdvorm.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Bijzondere bebouwingsthema's </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De bebouwing binnen dit thema vervult vaak een oriënterende
                                        functie binnen Veenendaal. Het kan gaan om vrijstaande
                                        gebouwen, maar ook om een gebied met een bepaald type
                                        bebouwing. Naast aandacht voor de gebouwen zelf, is er
                                        aandacht nodig voor de uitstraling en relatie van de
                                        bebouwing op en met de openbare ruimte. Bij vernieuwingen en
                                        aanpassingen van bestaande gebouwen gaat het om een keuze
                                        tussen samenhang of contrast van de ingrepen met de
                                        oorspronkelijke architectuur.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor Hoogbouw T1 </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                gebiedswaardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon te
                                                worden gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>De maat van het gebouw en de directe omgeving dient
                                                op elkaar te worden afgestemd.</al></li><li nr="-"><al>De (openbare) ruimte in de directe omgeving van de
                                                gebouwen en de bebouwing dienen als geheel te worden
                                                gezien en als zodanig te worden ingericht. Speciale
                                                aandacht dient uit te gaan naar de aansluiting van
                                                een gebouw (begane grond) op het maaiveld. De gevels
                                                dienen een (grote) mate van openheid te bezitten.
                                                Lange blinde gevels (op de begane grond) zijn niet
                                                toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Aanwezige architectonische samenhang tussen gebouwen
                                                moet worden behouden.</al></li><li nr=""><al>Gebouwen op zichtlocaties moeten inspelen op deze
                                                situatie door als geheel een herkenbare eenheid te
                                                vormen. Dit kan bijvoorbeeld door een afwijkende en
                                                specifieke vorm en massa.</al></li><li nr="-"><al>Bij hoogbouw moet aandacht zijn voor de gevolgen op
                                                grote afstand en voor de zichtbaarheid uit andere
                                                delen van de gemeente.</al></li><li nr="-"><al>De hoofdentree dient op de openbare ruimte gericht
                                                te zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De huidige massavorm is maatgevend voor de
                                                architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>De gevels dienen de functie en het karakter van een
                                                gebouw te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>De huidige indeling van de gevel, de ritmiek van
                                                verticale en/of horizontale geleidingen, zoals
                                                raampartijen, balkons en galerijen, is
                                                maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>Aanpassingen aan de woningen dienen voor alle
                                                woningen gelijktijdig en op eenzelfde manier te
                                                gebeuren.</al></li><li nr="-"><al>Extra ramen in de zijgevel zijn toegestaan, mits in
                                                overeenstemming met het karakter van het
                                                gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Het verschil in karakter tussen de begane grond en
                                                de lagen erboven dient te worden behouden. Een
                                                andere uitstraling van de begane grond is mogelijk,
                                                mits passend bij de lagen erboven.</al></li><li nr="-"><al>Bij hoogbouw met lift moeten (ruimten voor)
                                                technische installaties als onderdeel van het totale
                                                ontwerp worden vormgegeven. Bijzondere aandacht moet
                                                worden besteed aan installaties op de bovenste laag,
                                                die vanuit de (wijde) omgeving zichtbaar zijn.</al></li><li nr="-"><al>Aan- en uitbouwen moeten in maatvoering en
                                                architectuur een logisch geheel vormen met de
                                                hoofdbebouwing. Contrastwerking tussen hoofdgebouw
                                                en aan- of uitbouwen is mogelijk. Een (in beeld)
                                                secundaire aan- of uitbouw (aan een bestaande aan-
                                                of uitbouw) is niet toegestaan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het kleurgebruik dient ingetogen te zijn en de
                                                architectonische eenheid van het gebouw te
                                                ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>Bij aan- en uitbouwen (zoals entreeruimte,
                                                kopgebouw) moet per gebouw gebruik worden gemaakt
                                                van materiaaleigen kleuren, waarbij helle kleuren
                                                niet zijn toegestaan. Kleuraccenten dienen onderdeel
                                                uit te maken van het ontwerp.</al></li><li nr="-"><al>De detaillering en het kleur- en materiaalgebruik
                                                dienen de uitstraling van de bebouwing c.q. hoogbouw
                                                te ondersteunen.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Winkelcentrum stadsniveau T2A </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en waardering,
                                                dienen gehandhaafd te blijven. (Vervangende)
                                                nieuwbouw dient zich te conformeren aan het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>Het bestaande (historisch) gegroeid beeld is
                                                maatgevend. Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en
                                                schaal, massa en vorm aansluiten op de bestaande
                                                context.</al></li><li nr="-"><al>Voor het winkelcentrum is het behoud van de
                                                samenhang (o. a. rooilijn, hoogte, korrelmaat) op
                                                het niveau van het winkelcentrum en de bestaande
                                                variatie op het niveau van de bebouwing (o.m. in de
                                                gevelindeling, goothoogte, kapvorm, kleurtoepassing,
                                                materiaalgebruik) maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De diversiteit van de gebouwen onderling moet worden
                                                behouden en versterkt. Bij nieuwe ontwikkelingen
                                                moet het individuele pand duidelijk herkenbaar zijn
                                                als architectonische eenheid.</al></li><li nr="-"><al>De gebouwen dienen met een representatieve gevel en
                                                entree gericht te zijn op de openbare ruimte.</al></li><li nr="-"><al>De openbare ruimte in de directe omgeving van de
                                                gebouwen en de bebouwing dienen als geheel te worden
                                                gezien en als zodanig te worden ingericht.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing op hoeken en andere bijzondere plekken
                                                dient nadrukkelijk in te spelen op deze ligging en
                                                als zodanig vorm te worden gegeven. De zijgevel van
                                                panden op een hoek, bij de kruising met een andere
                                                straat, dient behandeld te worden als de voorgevel
                                                en representatieve uitstraling te hebben.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing in de invloedssfeer van monumenten dienen
                                                een ingetogen en terughoudende architectuur te
                                                hebben, waarbij de waarde van het monument overeind
                                                dient te blijven.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                moeten in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                te zijn afgestemd op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Geledingen in het gevelvlak van een gebouw moeten
                                                worden behouden. Bij bouwkundige ingrepen en
                                                toevoegingen aan de voorkant moet met de situering
                                                en vorm hiervan worden ingespeeld op de
                                                geleding.</al></li><li nr="-"><al>Bij vervangende nieuwbouw moet bijzondere aandacht
                                                worden besteed aan het respecteren van de
                                                oorspronkelijke parcelering en het in schaal en
                                                massa aansluiten op de omgeving. In de gevel moet
                                                een duidelijke geleding worden aangebracht.
                                                Uitwendige trappenhuizen worden zoveel mogelijk aan
                                                de achterzijde gesitueerd. Eventuele balkons zijn
                                                inpandig en hooguit een ondergeschikt deel van de
                                                gevel.</al></li><li nr="-"><al>Bij vervangende nieuwbouw of gevelwijziging dient de
                                                bebouwing op de openbare ruimte georiënteerd te
                                                worden. Gesloten gevels aan de openbare ruimte
                                                dienen te worden voorkomen.</al></li><li nr="-"><al>Winkelpuien, reclames en entrees moeten op het
                                                individuele pand toegesneden zijn.</al></li><li nr="-"><al>Winkelpuien dienen zodanig te worden vormgegeven en
                                                gematerialiseerd dat er een relatie is of blijft
                                                tussen winkelpui en de verdiepingen er boven. De
                                                individualiteit van de panden moet herkenbaar
                                                blijven. Panden dienen middels penanten van
                                                voldoende breedte "op de grond" te staan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleur- en
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur en materiaal
                                                moet passen bij de architectuur van het pand.</al></li><li nr="-"><al>De mate van detaillering moet passen bij de
                                                architectuur van het hoofdgebouw. Bij wijzigingen,
                                                aan- en uitbouwen en dergelijke dient overbodige
                                                detaillering vermeden te worden. In andere gevallen
                                                is juist een zorgvuldige en rijke detaillering
                                                maatgevend, passend bij de architectuur van het
                                                onderhavige pand.</al></li><li nr="-"><al>Bij de (historische en/of beeldbepalende) bebouwing
                                                is het gebruik van traditionele materialen
                                                uitgangspunt. Baksteen, hout, natuursteen en
                                                gebakken pannen moeten beeldbepalend zijn. Gevels
                                                zijn in hoofdzaak van baksteen en bij uitzondering
                                                in lichte tint geverfd, gestuukt of van
                                                natuursteen.</al></li><li nr="-"><al>Bij nieuwbouw is toepassing van hoogwaardige moderne
                                                materialen toegestaan, mits qua textuur en kleur
                                                passend bij het beeld van het winkelcentrum.</al></li><li nr="-"><al>De materialisering en detaillering van aanpassingen
                                                en toevoegingen aan de hoofdmassa moet kwalitatief
                                                minstens gelijk zijn aan de detaillering van de
                                                bestaande bebouwing .</al></li><li nr="-"><al>Reclame-uitingen zijn een ondergeschikt deel van de
                                                gevel en mogen niet beeldbepalend zijn voor de
                                                gevel.</al></li><li nr="-"><al>Het uniforme karakter van reclameborden en luifels
                                                aan de winkelgevels van de Scheepjeshof en de
                                                'Corridor' dient gehandhaafd te worden.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Winkelcentrum wijkniveau T2B </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend bij de
                                                bestaande context.</al></li><li nr="-"><al>Voor de winkelcentra is het behoud van de samenhang
                                                (o.a. rooilijn, kapvorm, hoogte, korrelmaat,
                                                kleurtoepassing, materiaalgebruik) op het niveau van
                                                één winkelcentrum maatgevend. De samenhang in het
                                                gevelbeeld dient behouden te worden.</al></li><li nr="-"><al>Voorop staat de uitstraling van het afzonderlijke
                                                winkelcentrum.</al></li><li nr="-"><al>De openbare ruimte in de directe omgeving van de
                                                gebouwen en de bebouwing dienen als geheel te worden
                                                gezien en als zodanig te worden ingericht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                moeten in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                te zijn afgestemd op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Geledingen in het gevelvlak van een gebouw moeten
                                                worden behouden. Bij bouwkundige ingrepen en
                                                toevoegingen aan de voorkant moet met de situering
                                                en vorm hiervan worden ingespeeld op de
                                                geleding.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw of gevelwijziging dient
                                                de bebouwing op de openbare ruimte georiënteerd te
                                                worden. Gesloten gevels aan de openbare ruimte
                                                dienen te worden voorkomen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bepalend voor de detaillering en het kleur- en
                                                materiaalgebruik zijn allereerst de uitstraling van
                                                het winkelcentrum als geheel en vervolgens de
                                                uitstraling van de (zelfstandige) winkel.</al></li><li nr="-"><al>Binnen een architectonische eenheid zijn
                                                gevelkenmerken en detaillering maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen
                                                aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame
                                                architectonische uitstraling en de herkenbaarheid
                                                van de bebouwing. Bij veroudering moet de
                                                beeldkwaliteit behouden blijven.</al></li><li nr="-"><al>Bij nieuwbouw is toepassing van hoogwaardige moderne
                                                materialen toegestaan, mits qua textuur en kleur
                                                passend bij het beeld van het winkelcentrum.</al></li><li nr="-"><al>De materialisering en detaillering van aanpassingen
                                                en toevoegingen aan de hoofdmassa moet kwalitatief
                                                minstens gelijk zijn aan de detaillering van de
                                                bestaande bebouwing .</al></li><li nr="-"><al>Reclame-uitingen zijn een ondergeschikt deel van de
                                                gevel en mogen niet beeldbepalend zijn voor de
                                                gevel.</al></li><li nr="-"><al>Het uniforme karakter van reclameborden en luifels
                                                van de winkelcentra in Veenendaal-West en Petenbos
                                                (per winkelcentrum) dient gehandhaafd te
                                                worden.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor Instituten/maatschappelijke doeleinden T3 </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en waardering,
                                                dienen gehandhaafd te blijven. (Vervangende)
                                                nieuwbouw dient aansluitend bij het bestaande
                                                verkavelings- en bebouwingspatroon te worden
                                                gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>Voorop staat de individuele uitstraling van het
                                                hoofdgebouw, complex of instituut, inclusief de
                                                bijhorende aan- en bijgebouwen. Dit houdt in: een
                                                eigen architectonische vormgeving met een
                                                representatieve uitstraling die recht doet aan het
                                                ruimtelijke en functionele belang van het
                                                gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Gebouwen gelegen in zichtlijnen of bij aansluitingen
                                                van wegen moeten met accenten inspelen op deze
                                                situatie.</al></li><li nr="-"><al>Bij hoogbouw (4 bouwlagen of meer) moet aandacht
                                                zijn voor de gevolgen op grote afstand en voor de
                                                zichtbaarheid uit andere delen van de gemeente.</al></li><li nr="-"><al>De voorgevels zijn georiënteerd op de openbare ruime
                                                en op de aanwezige voorruimten.</al></li><li nr="-"><al>De (openbare) ruimte in de directe omgeving van de
                                                gebouwen en de bebouwing dienen als geheel te worden
                                                gezien en als zodanig te worden ingericht. Speciale
                                                aandacht dient uit te gaan naar de aansluiting van
                                                een gebouw (begane grond) op het maaiveld. De gevels
                                                dienen een (grote) mate van openheid te bezitten.
                                                Lange blinde gevels (op de begane grond) zijn niet
                                                toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde
                                                vormgeving van de voorterreinen en erfafscheidingen
                                                c.q. overgang van privé-terrein naar openbare
                                                ruimte.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw (c.q instituut of complex) is een
                                                individuele bouwkundige eenheid en staat op
                                                zichzelf. Het gaat om gebouwen met een eenduidige
                                                hoofdvorm, maar ook om gebouwen samengesteld uit
                                                meerdere volumes en/of gebouwen. Eenheid in vorm
                                                dient daarom gezocht te worden bij de
                                                hoofdmassa.</al></li><li nr="-"><al>Aan- en uitbouwen moeten in maatvoering en
                                                architectuur een logisch geheel vormen met de
                                                hoofdbebouwing. Contrastwerking tussen hoofdgebouw
                                                en aan- of uitbouw is mogelijk. Een secundaire aan-
                                                of uitbouw (aan een bestaande aan- of uitbouw) is
                                                niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>De functie van een gebouw, aanbouw of uitbouw dient
                                                tot uiting te komen in de vorm van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient het bouwwerk te
                                                worden voorzien van een eigen architectonische
                                                vormgeving.</al></li><li nr="-"><al>Aan de voorzijde van de gebouwen zijn bouwkundige
                                                wijzigingen en toevoegingen toegestaan, zoals
                                                portalen, erkers en dakkapellen, mits deze
                                                aansluiten bij de architectuur van het
                                                desbetreffende gebouw.</al></li><li nr="-"><al>De gevels dienen de functie en het (representatieve)
                                                karakter van een gebouw te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>Waar gebouwen met de zijgevels grenzen aan de
                                                openbare ruimte en deze zichtbaar zijn vanaf de
                                                openbare ruimte dienen deze te worden behandeld als
                                                voorgevels.</al></li><li nr="-"><al>Voor bebouwing die is georiënteerd op de openbare
                                                weg staat de individuele herkenbaarheid van ieder
                                                afzonderlijk gebouw voorop: </al><lijst><li nr="1."><al>Bij nieuwe ontwikkelingen moet het individuele
                                                  pand duidelijk herkenbaar blijven als
                                                  architectonische eenheid.</al></li><li nr="2."><al>Uitbreidingen van gebouwen dienen
                                                  ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                  moeten in maatvoering, architectuur en
                                                  detaillering te zijn afgestemd op de vormgeving
                                                  van gevel- en dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>Ruimten voor technische installaties moeten als
                                                onderdeel van het totale ontwerp worden vorm
                                                gegeven. Bij hoogbouw met lift moet bijzondere
                                                aandacht worden besteed aan installaties op de
                                                bovenste laag, die vanuit de (wijde) omgeving
                                                zichtbaar zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen
                                                aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame
                                                architectonische uitstraling en de herkenbaarheid
                                                van de bebouwing. Bij veroudering moet de
                                                beeldkwaliteit behouden blijven.</al></li><li nr="-"><al>De individualiteit en zelfstandigheid van de
                                                bebouwing is het uitgangspunt voor detaillering en
                                                het kleur- en materiaalgebruik. Eenheid in
                                                detaillering, kleur en materiaal voor het
                                                hoofdgebouw is vereist.</al></li><li nr="-"><al>Detaillering, kleur en materiaal dienen de
                                                zelfstandige uitstraling van het hoofdgebouw
                                                (architectonische eenheid) of de toevoeging te
                                                ondersteunen.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Stationsgebied T4 </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aan te sluiten op de
                                                bestaande context.</al></li><li nr="-"><al>De opbouw van het deelgebied bestaat uit een
                                                samenspel van bebouwing en (groene) ruimte. De
                                                gebouwen en de aangrenzende (openbare) ruimte moeten
                                                in samenhang ontworpen worden. Speciale aandacht
                                                gaat uit naar de aansluiting van een gebouw (begane
                                                grond) op het maaiveld.</al></li><li nr="-"><al>Voor het stationsgebied zijn het behoud van de
                                                samenhang (o a. rooilijn, hoogte, korrelmaat) op het
                                                niveau van het gebied en de bestaande variatie op
                                                het niveau van de bebouwing (o.m. in de
                                                gevelindeling, kapvorm, kleurtoepassing,
                                                materiaalgebruik) maatgevend.</al></li><li nr="-"><al>De gebouwen dienen samen een representatieve
                                                uitstraling te hebben. Zij mogen zich in passende
                                                mate van elkaar onderscheiden. Naast een andere
                                                verschijningsvorm komt het individuele karakter van
                                                een gebouw onder meer tot uiting in de dakvorm,
                                                gevelindeling, materiaal- en kleurgebruik.</al></li><li nr="-"><al>Gebouw(complexen) op zichtlocaties moeten inspelen
                                                op deze situatie door als geheel een herkenbare
                                                eenheid te vormen. Dit kan bijvoorbeeld door een
                                                afwijkende en specifieke vorm en massa.</al></li><li nr="-"><al>Bij hoogbouw (4 bouwlagen of meer) moet aandacht
                                                zijn voor de gevolgen op grote afstand en voor de
                                                zichtbaarheid uit andere delen van de gemeente.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Nieuwe ontwikkelingen moeten in maat en schaal,
                                                massa en vorm aansluiten op de bestaande context
                                            </al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient het bouwwerk te
                                                worden voorzien van een eigen architectonische
                                                vormgeving. Aansluitend op het beeld van de
                                                gerealiseerde bebouwing is een bijzondere, originele
                                                en eigentijdse architectuur het uitgangspunt. De
                                                functie van het gebouw dient tot uiting te komen in
                                                de vorm van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Eventuele aan- of uitbouwen en bijgebouwen dienen in
                                                samenhang met het hoofdgebouw te worden ontworpen en
                                                een gelijkwaardige uitstraling te krijgen.</al></li><li nr="-"><al>De bovenste bouwlaag moet een duidelijke beëindiging
                                                van het gebouw zijn. De bovenste bouwlaag moet
                                                hiertoe afwijken van de onderste lagen in
                                                bijvoorbeeld hoogte, materiaalgebruik en/of
                                                transparantie.</al></li><li nr="-"><al>Bij gebouwen met een lift moeten (ruimten voor)
                                                technische installaties als onderdeel van het totale
                                                ontwerp worden vormgegeven. Bijzondere aandacht moet
                                                worden besteed aan installaties op de bovenste laag,
                                                die vanuit de (wijde) omgeving zichtbaar zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De detaillering en het kleur- en materiaalgebruik
                                                dienen de zelfstandige uitstraling van de bebouwing
                                                te ondersteunen. Eenheid in kleur en materiaal per
                                                individueel pand is vereist. Ieder detail moet de
                                                architectonische eenheid ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen
                                                aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame
                                                architectonische uitstraling. Het grootste deel van
                                                de gevel moet zijn opgebouwd uit baksteen, stuukwerk
                                                of duurzame moderne materialen.</al></li><li nr="-"><al>Reclame-uitingen zijn een ondergeschikt deel van de
                                                gevel en mogen niet beeldbepalend zijn voor de
                                                gevel.</al></li><li nr="-"><al>Het gebruik van helle en felle kleuren is niet
                                                toegestaan.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria voor woonwagenterrein T5 </label></kop><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het karakter van het deelgebied dient gehandhaafd te
                                                blijven. (Vervangende) nieuwbouw dient aansluitend
                                                bij het bestaande bebouwingspatroon te worden
                                                gepositioneerd.</al></li><li nr="-"><al>Behouden en versterken van aanwezige eenheid binnen
                                                het deelgebied is het uitgangspunt bij
                                                ontwikkelingen en ingrepen. De eenheid komt onder
                                                andere tot uiting in kapvorm, gevelindeling,
                                                kleurgebruik en materiaalgebruik.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De woonwagens dienen een kap te hebben, met een
                                                beperkte hellingshoek.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen van de woonwagen dienen ondergeschikt
                                                te zijn aan het hoofdgebouw.</al></li><li nr="-"><al>Een (in beeld) secundaire aan- of uitbouw (aan een
                                                bestaande aan- of uitbouw) is niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Aanbouwen moeten worden vormgegeven als deel van de
                                                bouwkundige eenheid en niet als een accent.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Materiaalgebruik is vrij, mits bij veroudering van
                                                het materiaal (bijvoorbeeld kleurvervaging) de
                                                beeldkwaliteit gehandhaafd blijft.</al></li><li nr="-"><al>Materiaal- en kleurkeuze voor gevels en daken is
                                                vrij.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Groengebieden: G1 Parken en groengebieden </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid richt zich op de bouwwerken. Binnen deze
                                        (groene) gebieden is een reeks van diverse gebouwen
                                        aanwezig. Deze dienen in vormgeving aan te sluiten op het
                                        karakter van de omgeving en de functie. Zo dient een aula
                                        bij een begraafplaats anders beoordeeld te worden dan een
                                        kantine op het sportveld of een muziekkapel of trafohuis in
                                        een park. Voorwaarde voor bebouwing in een (groen) gebied is
                                        het behouden en versterken van de karakteristiek van het
                                        desbetreffende gebied, en indien mogelijk de bebouwing een
                                        duidelijke meerwaarde aan het betreffende gebied te laten
                                        geven.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en waardering,
                                                dienen gehandhaafd te blijven. (Vervangende)
                                                nieuwbouw dient aan te sluiten op het karakter van
                                                het betreffende gebied.</al></li><li nr="-"><al>Het groene karakter van het gebied dient behouden te
                                                worden.</al></li><li nr="-"><al>Voorop staat de individuele uitstraling van de
                                                bebouwing, inclusief de bijhorende aan- en
                                                bijgebouwen. Dit houdt in: een eigen
                                                architectonische vormgeving met een uitstraling die
                                                recht doet aan het ruimtelijke en functionele belang
                                                van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>De positie en oriëntatie van een bouwwerk dienen
                                                zich te voegen naar de landschappelijke structuur.
                                                Daarbij kan gebruik worden gemaakt van zichtrelaties
                                                en landschappelijke verbijzonderingen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw is een individuele bouwkundige eenheid en
                                                staat op zichzelf. Eenheid in vorm dient daarom
                                                gezocht te worden bij de hoofdmassa en de aan- en
                                                bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient het bouwwerk te
                                                worden voorzien van een eigen architectonische
                                                vormgeving.</al></li><li nr="-"><al>Massa en vorm dienen te passen in het landschap.
                                                Grootschalige maten zijn in die zin niet toegestaan,
                                                evenals sterke contrasten tussen landschap en
                                                bebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                afgestemd te zijn op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>De gevels dienen de functie en het (representatieve)
                                                karakter van een gebouw te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>Voor nieuwbouw zijn eenvoudige gevels het meest
                                                wenselijk, passend in de parkachtige en groene
                                                omgeving.</al></li><li nr="-"><al>Indien reclame-uitingen worden toegepast dan dienen
                                                deze een ondergeschikt en niet beeldbepalend
                                                onderdeel van de gevel te zijn. Voorts dienen zij 's
                                                avonds en 's nachts niet verlicht en/of aangelicht
                                                te worden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het kleur- en materiaalgebruik dient het individuele
                                                karakter van het gebouw te ondersteunen, en tevens
                                                de functie duidelijk te maken </al></li><li nr="-"><al>Kleuren die sterk contrasteren met de omgeving zijn
                                                niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleur- en
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur- en
                                                materiaalgebruik moeten in alle gevallen passen bij
                                                de architectuur van het pand.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Gebiedsgerichte criteria Groengebieden: Natuurgebieden G2, Buitengebied G3 </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het welstandsbeleid richt zich op de bouwwerken. Binnen deze
                                        (groene) gebieden is een reeks van diverse gebouwen
                                        aanwezig. Deze dienen in vormgeving aan te sluiten op het
                                        karakter van de omgeving en de functie. Zo dient een aula
                                        bij een begraafplaats anders beoordeeld te worden dan een
                                        kantine op het sportveld of een muziekkapel of trafohuis in
                                        een park. Voorwaarde voor bebouwing in een (groen) gebied is
                                        het behouden en versterken van de karakteristiek van het
                                        desbetreffende gebied, en indien mogelijk de bebouwing een
                                        duidelijke meerwaarde aan het betreffende gebied te laten
                                        geven.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Waardevolle kenmerken van het deelgebied, zoals
                                                omschreven in de gebiedsbeschrijving en de
                                                waardering, dienen gehandhaafd te blijven.
                                                (Vervangende) nieuwbouw dient aan te sluiten bij het
                                                bestaande verkavelings- en bebouwingspatroon.</al></li><li nr="-"><al>Hoofdgebouw en bijgebouwen dienen een compacte opzet
                                                te hebben, waarbij de randen van de percelen worden
                                                vrij gehouden voor het aanplanten van
                                                gebiedseigen/streekeigen beplanting.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde (en
                                                groene) vormgeving van de erfafscheidingen aan de
                                                voorzijde. Een utilitaire uitstraling van de
                                                erfafscheiding is niet gewenst.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing respecteert en, waar mogelijk, versterkt
                                                de overheersende richting van het landschap, voegt
                                                zich naar de omgeving en is niet dominant
                                                aanwezig.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing in de invloedssfeer van monumenten dient
                                                een ingetogen en terughoudende architectuur te
                                                hebben, waarbij de waarde van het
                                                monument/buitenplaats/fortificatie overeind dient te
                                                blijven. </al></li><li nr="-"><al>Waar bebouwing aan het landschap grenst, komt bij
                                                voorkeur gebiedseigen erfbeplanting als
                                                erfafscheiding. </al></li><li nr="-"><al>Het achterliggende landschap dient zichtbaar te
                                                blijven.</al></li><li nr="-"><al>Een langwerpige of rechthoekige kavelvorm moet
                                                worden gerespecteerd/versterkt.</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe bebouwing op het perceel is qua uitstraling
                                                en positionering ondergeschikt aan de bestaande
                                                boerderij.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Eenduidige en eenvoudige massavormen zijn het
                                                uitgangspunt. Nieuwe bebouwing moet worden
                                                uitgevoerd met een kap. </al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het gebouw
                                                dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                afgestemd te zijn op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>De bebouwing richt zich op de landschappelijke
                                                gebiedseigen karakteristiek of het bestaande
                                                woongebouw.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De panden moeten zich in detaillering,
                                                materiaalgebruik en kleurgebruik voegen in de
                                                landelijke omgeving. Dit betekent een functionele en
                                                ingetogen vormgeving en het gebruik van traditionele
                                                materialen en gedekte kleuren. De voorkeur gaat uit
                                                naar metselwerk in aardetinten.</al></li><li nr="-"><al>De individualiteit van de woning is maatgevend.
                                                Eenheid in detaillering, kleur en materiaal per
                                                individueel pand is vereist. Detaillering, kleur en
                                                materiaal dienen de zelfstandige uitstraling van de
                                                bebouwing te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>Indien reclame-uitingen worden toegepast dan dienen
                                                deze een ondergeschikt en niet beeldbepalend
                                                onderdeel van de gevel te zijn. Voorts dienen zij 's
                                                avonds en 's nachts niet verlicht en/of aangelicht
                                                te worden.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Objectgerichte criteria voor agrarische en niet agrarische bedrijven in het buitengebied </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De criteria voor deze bedrijvigheid in het buitengebied
                                        richten zich enerzijds op de eenheid van een gebouw en
                                        anderzijds op de aanwezige diversiteit. Naast aandacht voor
                                        de gebouwen zelf, is er aandacht nodig voor de uitstraling
                                        en relatie van de bebouwing op en met het landschap. Waarbij
                                        ook de inrichting van het erf van belang is. Bij
                                        vernieuwingen en aanpassingen van bestaande gebouwen gaat
                                        het om de samenhang of juist het contrast van de ingrepen
                                        met de oorspronkelijke architectuur.</al><al/><al><vet>Hoofdaspect: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De (openbare) ruimte (het erf) in de directe
                                                omgeving van de gebouwen en de bebouwing dienen als
                                                geheel te worden gezien en als zodanig te worden
                                                vormgegeven.</al></li><li nr="-"><al>Te grote kale vlaktes, evenals lange rechte wegen
                                                aangelegd over de volledige diepte van het bouwblok
                                                of het perceel versterken het grootschalige karakter
                                                van (agrarische) bedrijfscomplexen en moeten om die
                                                reden dan ook voorkomen worden.</al></li><li nr="-"><al>Voor bedrijfswoningen staat de individuele
                                                uitstraling van een hoofdgebouw met bijhorende aan-
                                                en bijgebouwen voorop. De woning dient georiënteerd
                                                te zijn op de openbare weg en zich te voegen naar de
                                                overheersende richting van het landschap. De
                                                oriëntatie van de woning is vrij, indien de woning
                                                vanaf de openbare weg niet zichtbaar is.</al></li><li nr="-"><al>Het voorterrein dient een groene representatieve
                                                uitstraling te hebben met streekeigen en
                                                gebiedseigen beplanting, vrij van gestalde of
                                                opgeslagen goederen, machines, e.d.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde groene
                                                vormgeving van de erfafscheidingen c.q. overgang van
                                                privé-terrein naar openbare ruimte.</al></li><li nr="-"><al>Agrarische bebouwing dient achter de (dienst)woning
                                                gerealiseerd te worden om extra onderscheid te maken
                                                tussen groene woonzone en bedrijfskavel.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijfsbebouwing heeft bij voorkeur een
                                                dak-gevelverhouding van 2:1.</al></li><li nr="-"><al>Om te vermijden dat de bedrijfsgebouwen zich als
                                                sterk afwijkende bouwwerken in het landelijke gebied
                                                manifesteren is een duidelijk verband tussen het
                                                bedrijf en het omringende landschap door middel van
                                                een streekeigen/gebiedseigen erfbeplanting
                                                gewenst.</al></li><li nr="-"><al>Bebouwing dient op voldoende afstand van de
                                                perceelsgrenzen te staan, zodat een landschappelijk
                                                maar ook functioneel aangepaste erfbeplanting
                                                mogelijk blijft. </al></li><li nr="-"><al>Waar bebouwing aan het landschap grenst, komt bij
                                                voorkeur gebiedseigen erfbeplanting als
                                                erfafscheiding</al></li><li nr="-"><al>Mestsilo's en sleufsilo's moeten zo gunstig mogelijk
                                                worden gesitueerd ten opzichte van de bestaande
                                                bebouwing zodat deze vanaf de openbare weg zo min
                                                mogelijk in het zicht staan en opgenomen worden in
                                                de bebouwing op het erf.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw (of complex) is een individuele
                                                bouwkundige eenheid/enkelvoudige hoofdvorm en staat
                                                op zichzelf. Eenheid in vorm dient daarom gezocht te
                                                worden bij de hoofdmassa en de aan- en
                                                bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijfshallen, schuren, stallen en dergelijke
                                                moeten passen in de landschappelijke omgeving. Een
                                                industrieel karakter moet worden voorkomen of
                                                beperkt. Het toepassen van kappen wordt als
                                                voorwaarde gesteld. </al></li><li nr="-"><al>Grote, lange en eentonige gevelvlakken dienen te
                                                worden voorkomen. Dit kan door een afwisseling van
                                                kleuren, materialen en/of geleding van de
                                                gevelvlakken. Daarnaast wordt een ongelede massavorm
                                                van maximaal 20x60 meter gehanteerd als richtlijn om
                                                de schaal te beperken. Bij een grotere omvang moet
                                                een geleding plaatsvinden in de lengterichting,
                                                waarbij de maat van deze geledingen groot genoeg
                                                moet zijn om betekenis te hebben in relatie tot het
                                                gehele bouwwerk. Bij schuren en stallen hoger dan 8
                                                meter moet een geleding in de hoogte plaatsvinden,
                                                bijvoorbeeld door een onderrand in baksteen.</al></li><li nr="-"><al>Bedrijfshallen, kassen en schuren langs de openbare
                                                weg moeten in schaal worden verfijnd door middel van
                                                het aanbrengen van geledingen.</al></li><li nr="-"><al>Mestsilo's moeten in hoogte onder het niveau van de
                                                gemiddelde nokhoogte van de bebouwing blijven.</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe bedrijfswoningen bij agrarische complexen
                                                dienen een kloeke uitstraling te hebben om niet te
                                                zeer weg te vallen in relatie tot de grootschaliger
                                                bedrijfsbebouwing. De bedrijfswoningen hebben een
                                                eenvoudige vormgeving.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen van de aan de voor- en zijkant van een
                                                hoofdgebouw dienen ondergeschikt te zijn aan het
                                                hoofdgebouw en in maatvoering, architectuur en
                                                detaillering afgestemd te zijn op de vormgeving van
                                                gevel- en dakvlak van de hoofdbebouwing. </al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit en zelfstandigheid van de
                                                bebouwing is het uitgangspunt voor detaillering en
                                                het kleur- en materiaalgebruik.</al></li><li nr="-"><al>Nieuwe bebouwing dient functioneel en ingetogen te
                                                worden vormgegeven. Onopvallende materiaal- en
                                                kleurstelling zijn belangrijk. Damwandprofielplaten
                                                zijn toelaatbaar mits donker van kleurstelling.</al></li><li nr="-"><al>De detaillering (daklijsten, kozijnen, etc.) dient
                                                eenvoudig doch zorgvuldig te zijn. Een gebouw mag
                                                niet het karakter hebben van een ongedetailleerde en
                                                standaard afgetimmerde doos.</al></li><li nr="-"><al>Mestsilo's mogen in kleurstelling niet sterk
                                                contrasteren met de omgeving. Hetzelfde geldt voor
                                                de aan te brengen afdekkingen.</al></li><li nr="-"><al>Bij gevels en kappen van aan-, uit- en opbouwen moet
                                                bij voorkeur worden gekozen voor materialen en
                                                kleuren die reeds gebruikt zijn binnen de
                                                bouwkundige eenheid. Indien materialen niet meer
                                                voorhanden zijn, moet worden gezocht naar een
                                                materiaal dat in kleur, textuur en maat sterk lijkt
                                                op bestaande materialen.</al></li><li nr="-"><al>Bij grote gevelvlakken dienen gedekte kleuren te
                                                worden toegepast. Het gebruik van helle en felle
                                                kleuren is niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Opvallende erfafscheidingen moeten worden voorkomen.
                                                Bij voorkeur wordt als erfafscheiding gebruik
                                                gemaakt van streekeigen beplanting of sloten.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Objectgerichte criteria voor verbouwing of splitsing van een (voormalige) boerderij </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De criteria bij splitsing of verbouwing van een boerderij
                                        richten zich op het behouden van de karakteristieken van het
                                        pand en het erf. Naast aandacht voor de gebouwen zelf, is er
                                        aandacht nodig voor de uitstraling en relatie van de
                                        bebouwing op en met het landschap.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij de historische bebouwing in de vorm van
                                                (voormalige) boerderijen is de huidige onderlinge
                                                samenhang tussen de gebouwen, opstallen en de
                                                relatie met de tuin en erfbeplanting maatgevend. Het
                                                gaat hierbij zowel om de verschijningsvorm als om de
                                                plaatsing van de gebouwen ten opzichte van elkaar
                                                (compositie).</al></li><li nr="-"><al>Nieuwbouw op het perceel is qua uitstraling en
                                                positionering ondergeschikt aan de bestaande
                                                boerderij </al></li><li nr="-"><al>Bebouwing in de invloedssfeer van
                                                monumenten/buitenplaatsen en fortificaties dient een
                                                ingetogen en terughoudende architectuur te hebben,
                                                waarbij de waarde van het monument overeind dient te
                                                blijven.</al></li><li nr="-"><al>Het voorterrein moet een groene uitstraling hebben,
                                                vrij van gestalde of opgeslagen goederen.</al></li><li nr="-"><al>Extra aandacht is gewenst voor een verzorgde groene
                                                vormgeving van de voorterreinen en erfafscheidingen
                                                c.q. overgang van privé-terrein naar openbare
                                                ruimte. Een utilitaire uitstraling van de
                                                erfafscheiding is niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Waar bebouwing aan het landschap grenst, komt bij
                                                voorkeur gebiedseigen erfbeplanting als
                                                erfafscheiding.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Bij verbouwing of splitsing van een boerderij dienen
                                                de karakteristieken van het pand en het erf
                                                gehandhaafd te worden. Het karakteristieke
                                                onderscheid tussen het bedrijfsgedeelte en het
                                                oorspronkelijke woongedeelte moet als uitgangspunt
                                                genomen worden bij verbouwing. Noodzakelijke
                                                aanpassingen dienen bescheiden te zijn en zich te
                                                voegen naar het karakter van het pand en de
                                                bestaande gevelelementen.</al></li><li nr="-"><al>Uitbreidingen aan de voor- en zijkant van het
                                                hoofdgebouw dienen ondergeschikt te zijn hieraan, en
                                                in maatvoering, architectuur en detaillering
                                                afgestemd te zijn op de vormgeving van gevel- en
                                                dakvlak van de hoofdbebouwing.</al></li><li nr="-"><al>Bij verbouwing of splitsing van een boerderij mogen
                                                dakkapellen alleen op het oorspronkelijke
                                                woongedeelte van de boerderij geplaatst worden. De
                                                breedte van de dakkapellen dient in ieder geval
                                                beperkt te zijn en de afdekking moet afgestemd zijn
                                                op het karakter van de boerderij. Het toepassen van
                                                dakramen heeft de voorkeur omdat de oorspronkelijke
                                                massavorm hierdoor zo min mogelijk aangetast
                                                wordt.</al></li><li nr="-"><al>De oorspronkelijk aanwezige kap en materialisering
                                                dienen te worden gehandhaafd.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                            materiaalgebruik</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De individualiteit van de panden vormt het
                                                uitgangspunt voor de detaillering en het kleuren- en
                                                materiaalgebruik. Detaillering, kleur- en
                                                materiaalgebruik moeten passen bij de
                                                oorspronkelijke architectuur van het pand. Het
                                                gebruik van helle kleuren is niet toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Bij de historische bebouwing is het gebruik van
                                                traditionele materialen uitgangspunt.</al></li><li nr="-"><al>Baksteen, hout, natuursteen en gebakken pannen
                                                moeten beeldbepalend zijn.</al></li><li nr="-"><al>Het zogeheten "ommetselen" is niet toegestaan bij
                                                verbouwing van cultuurhistorisch waardevolle
                                                boerderijen. Bij verbouwing moet aan de binnenzijde
                                                een spouwblad worden aangebracht.</al></li><li nr="-"><al>Bij verbouwing of splitsing van een boerderij moeten
                                                oorspronkelijke staldeuren gehandhaafd blijven. Deze
                                                kunnen dienen als gevelopening om grotere ruimten
                                                zoals een woonkamer aan te lichten. Het kozijn moet
                                                achter in de negge worden geplaatst met een sobere
                                                indeling, bijvoorbeeld een enkele stijl in het
                                                midden. Door een donkere kleurstelling van het
                                                kozijn wordt het oorspronkelijke beeld zo min
                                                mogelijk aangetast.</al></li><li nr="-"><al>Het gebruik van aluminium en kunststof profielen,
                                                kozijnen en/of plaatmaterialen niet toegestaan,
                                                tenzij in verschijningsvorm (maatvoering en
                                                oppervlakte structuur) vergelijkbaar met
                                                traditionele materialen.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Objectcriteria voor maatschappelijke- en nutsvoorzieningen in het buitengebied </label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Binnen dit thema vallen nutsgebouwen, gemalen,
                                        waterzuiveringsinstallaties, etc. Soms is de bebouwing
                                        bescheiden van formaat, soms is er sprake van een complex
                                        met meerdere gebouwen en bouwwerken. Naast aandacht voor de
                                        gebouwen zelf, is er aandacht nodig voor de uitstraling op
                                        en relatie met de (landelijke) omgeving. Bij vernieuwingen
                                        en aanpassingen van bestaande gebouwen gaat het om de
                                        samenhang of juist het contrast van de ingrepen met de
                                        oorspronkelijke architectuur.</al><al/><al><vet>Hoofdaspecten: bebouwing en omgeving </vet></al><lijst><li nr="-"><al>Voorop staat de individuele uitstraling van het
                                                hoofdgebouw, complex, inclusief de bijhorende aan-
                                                en bijgebouwen. Dit houdt in: een eigen
                                                architectonische vormgeving met een representatieve
                                                uitstraling die recht doet aan het ruimtelijke en
                                                functionele belang van het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Bij gebouwen gelegen in zichtlijnen of bij
                                                aansluitingen van wegen kan worden ingespeeld op
                                                deze situatie middels accenten, kleuren, materialen,
                                                etc.</al></li><li nr="-"><al>Over het algemeen staan de gebouwen vrij in het
                                                landschap, er is geen specifieke rooilijn aanwezig.
                                                Bij een complex van gebouwen kunnen de meer
                                                representatieve gebouwen c.q. gevels gericht zijn
                                                naar de openbare weg.</al></li><li nr="-"><al>De ruimte in de directe omgeving van de gebouwen en
                                                de bebouwing dienen als geheel te worden gezien en
                                                als zodanig te worden ingericht. Extra aandacht is
                                                gewenst voor een verzorgde vormgeving van de
                                                voorterreinen en erfafscheidingen c.q. overgang van
                                                privé-terrein naar openbare ruimte.</al></li></lijst><al/><al><vet>Deelaspecten: massa en vorm</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Het gebouw (c.q complex) is een individuele
                                                bouwkundige eenheid en staat op zichzelf. Eenheid in
                                                vorm dient daarom gezocht te worden bij de
                                                hoofdmassa en de aan- en bijgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>Bij (vervangende) nieuwbouw dient het bouwwerk te
                                                worden voorzien van een eigen architectonische
                                                vormgeving.</al></li><li nr="-"><al>Het kan gaan om gebouwen met een eenduidige
                                                hoofdvorm, maar ook om gebouwen samengesteld uit
                                                meerdere volumes. Bij de samenstelling van het
                                                gebouw kan gestreefd worden naar harmonie of juist
                                                naar contrast (in massavorm, kleur of materiaal),
                                                mits passend bij de functie en in het
                                                landschap.</al></li><li nr="-"><al>De gevels dienen de functie en het (representatieve)
                                                karakter van een gebouw te ondersteunen.</al></li><li nr="-"><al>Waar gebouwen met de zijgevels grenzen aan de
                                                openbare ruimte en deze zichtbaar zijn vanaf de
                                                openbare ruimte dienen deze te worden behandeld als
                                                voorgevels of te worden voorzien van een
                                                representatief uiterlijk.</al></li></lijst><al/><al><vet>Detailaspecten: detaillering, kleur- en
                                        materiaal</vet></al><lijst><li nr="-"><al>De gebruikte materialen en kleuren moeten bijdragen
                                                aan een duurzame architectonische uitstraling en de
                                                herkenbaarheid van de bebouwing. Bij veroudering
                                                moet de beeldkwaliteit behouden blijven.</al></li><li nr="-"><al>De individualiteit en zelfstandigheid van de
                                                bebouwing is het uitgangspunt voor detaillering en
                                                het kleur- en materiaalgebruik.</al></li></lijst><al/><al/></divisie><divisie><kop><label> 15 Bijlage 2. Beeldkwaliteitsplannen</label></kop><al/><al>De onderstaande beeldkwaliteitsplannen zijn als bijlage aan de
                                    welstandsnota gekoppeld.</al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Binnenveld</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan De Batterijen</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Kernwinkelgebied</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Landschap OntwikkelingsPlan</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Locatie Castor</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Route ontwerp A12</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Salamander</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Veenendaal-Oost De Erven &amp; De
                                        Ontmoeting</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Veenendaal-Oost De Hoven &amp; De
                                        Straten</vet></al><al><vet>Beeldkwaliteitsplan Balkon Zuid</vet></al><al/></divisie><divisie><kop><label>16 Bijlage 3 Begrippenlijst</label></kop><al/><al><vet>1 Begrippenlijst</vet></al><al/><al/><al><vet>A</vet>.</al><al><vet>Aanbouwen</vet>: Grondgebonden toevoeging meestal van één
                                    bouwlaag aan een gevel van een gebouw.</al><al><vet>Aangekapt</vet>: Met kap bevestigd aan dakvlak.</al><al/><al><vet>B.</vet></al><al><vet>Band</vet>: Horizontale versiering in de gevel in afwijkend
                                    materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen </al><al><vet>Boerderij</vet>: Gebouw/gebouwen op een erf met een
                                    (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende
                                    woonhuis.</al><al><vet>Borstwering</vet>: Lage dichte muur tot borsthoogte.</al><al><vet>Bouwblok</vet>: Een geheel van geschakelde bebouwing en/of
                                    een verzameling gebouwen met een verwante architectuur
                                    bijeenliggend over meerdere straten.</al><al><vet>Bouwhoogte</vet>: de hoogte van een gebouw gemeten vanaf
                                    het peil tot het hoogste punt van een gebouw, daarbij worden
                                    antennes, schoorstenen, liftopbouwen en trappenhuizen niet
                                    meegerekend.</al><al><vet>Bouwlaag</vet>: Horizontale reeks ruimten in een gebouw,
                                    ruimte tussen twee vloeren.</al><al><vet>Bouwmassa</vet>: zie hoofdbouwmassa </al><al><vet>Bouwperceel</vet>: Een aaneengesloten terreinoppervlak,
                                    waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende
                                    bebouwing is toegestaan.</al><al><vet>Bovenbouw</vet>: Bovenste, uit een oogpunt van gebruik
                                    meestal belangrijkste gedeelte van een gebouw, meestal in
                                    tegenstelling tot de onderbouw, het dragende gedeelte,
                                    fundament.</al><al><vet>Buitengebied</vet>: Buiten de bebouwde kom gelegen gebied,
                                    ook wel landelijk gebied genoemd.</al><al/><al><vet>C</vet>.</al><al><vet>Conformeren</vet>: Zich voegen naar, gelijkvorming maken,
                                    aanpassen aan, afstemmen op.</al><al><vet>Context</vet>: Omgeving, situatie, geheel van omringende
                                    ruimtelijke kenmerken.</al><al><vet>Contrasteren</vet>: Een tegenstelling vormen.</al><al/><al><vet>D. </vet></al><al><vet> Dak</vet> : Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan,
                                    bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een
                                    horizontaal vlak.</al><al><vet>Dakbedekking</vet>: materiaal en constructie waarmee een
                                    dakvlak is afgedekt om te voorkomen dat er water binnen kan
                                    komen.</al><al><vet>Dakkapel</vet>: Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak,
                                    vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar
                                    woonoppervlak te vergroten.</al><al><vet>Dakopbouw (bij woningen met zadeldak)</vet>: Een toevoeging
                                    aan de bouwmassa door het verplaatsen en verhogen van de nok van
                                    het dak (met een zogeheten "duiventil"), waardoor het silhouet
                                    van het oorspronkelijke dak verandert.</al><al><vet>Daktrim</vet>: Afwerking bovenzijde dakrand ten behoeve van
                                    waterkering.</al><al><vet>Dakvlak</vet>: Een vlak van het dak/kap.</al><al><vet>Dakvoet</vet>: Laagste punt van een schuin dak. Het
                                    snijpunt van de daklijn en de onderliggende gevellijn.</al><al/><al><vet>E.</vet></al><al><vet>Erf</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voorerf</vet>: gedeelte van het erf dat aan de
                                            voorzijde van het gebouw is gelegen </al></li><li nr="2."><al><vet>Achtererf</vet>: gedeelte van het erf dat aan de
                                            achterzijde van het gebouw is gelegen </al></li><li nr="3."><al><vet>Zijerf</vet>: gedeelte van het erf dat aan de
                                            zijkant van het gebouw is gelegen </al></li></lijst><al><vet>Eerste verdieping</vet>: Tweede bouwlaag van de woning of
                                    het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder
                                    begrepen.</al><al/><al><vet>G</vet>.</al><al><vet>Geleding</vet>: Onderverdeling van de gevel in kleinere
                                    vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de
                                    gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen
                                    of andere gevelkenmerken en -detailleringen.</al><al><vet>Gevel</vet>: Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen
                                    buiten en binnen.</al><al><vet>Golfplaat</vet>: Plaatvormig bouwmateriaal met golvende
                                    vorm, vaak toegepast als eenvoudige dakbedekking.</al><al><vet>Goot</vet>: Waterafvoer, veelal tussen gevel en
                                    dakvlak.</al><al><vet>Goothoogte</vet>: bij een gebouw de hoogte vanaf het peil
                                    tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of
                                    daarmee gelijk te stellen constructiedeel.</al><al><vet>Gootklos</vet>: Zie klossen.</al><al><vet>Gootlijn</vet>: Veelal horizontale lijn die een goot of
                                    meerdere goten aan de gevel vormen.</al><al/><al><vet>H</vet>. </al><al><vet>Helle kleuren</vet>: Om aan te geven dat een kleur hard of
                                    fel is, sterk straalt of weerkaatst.</al><al><vet>Hoek- en kilkeper</vet>: snijlijn van twee aansluitende
                                    dakvlakken.</al><al><vet>Hoofdbouwmassa</vet>: hoogte, breedte en dakvorm die samen
                                    de massa van een hoofdgebouw vormen, veelal met uitzondering van
                                    aan- en uitbouwen.</al><al><vet>Hoofdgebouw</vet>: Een gebouw, dat op een bouwperceel door
                                    zijn constructie of afmetingen dan wel gelet of de bestemming
                                    als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.</al><al/><al><vet>K.</vet></al><al><vet>Keper</vet>: Snijlijn van twee aansluitende
                                    dakvlakken.</al><al><vet>Kern</vet>: Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel
                                    centrum van een dorp of stad.</al><al><vet>Klossen</vet>: Uit de muur stekende houten of gemetselde
                                    blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een
                                    gebouw zoals dakgoten.</al><al><vet>Kop</vet>: In het algemeen gebruikt om de smalle kant van
                                    een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een
                                    gebouw.</al><al><vet>Kozijn</vet>: Raamwerk van hout, steen of ijzer bestaande
                                    uit stijlen, boven- en onderdorpel in een venster of
                                    ingangsopening, waarin een raam of deur kan worden
                                    aangebracht.</al><al><vet>Kubisch</vet>: blokvormig </al><al/><al><vet>L.</vet></al><al><vet>Lak</vet>: Afwerklaag van schilderwerk.</al><al><vet>Landschappelijke waarde</vet>: De aan een gebied toegekende
                                    waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het
                                    aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en
                                    beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur.</al><al><vet>Latei</vet>: Draagbalk boven gevelopening.</al><al><vet>Lessenaarsdak</vet>: Dak met één hellend, niet onderbroken,
                                    dakvlak.</al><al><vet>Lichte materialen</vet>: zie plaatmateriaal en inzetgevel,
                                    gebruikt in tegenstelling tot "zwaardere materialen" zoals beton
                                    en baksteen.</al><al><vet>Lichtkoepel</vet>: Raamconstructie meestal in een plat dak,
                                    in de vorm van een koepel.</al><al><vet>Lijst</vet>: Een meestal versierde en geprofileerde rand
                                    als bekroning van de bovenzijde van een gevel. Kroonlijst,
                                    gootlijst.</al><al/><al><vet>M.</vet></al><al><vet>Markies</vet>: Opvouwbaar zonnescherm.</al><al><vet>Massa</vet>: Zichtbaar volume van bebouwing.</al><al><vet>Metselverband</vet>: Het zichtbare patroon van metsel </al><al><vet>Monument</vet>: Aangewezen onroerend goed als bedoeld in
                                    artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het
                                    tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp
                                    van dit plan.</al><al/><al><vet>N.</vet></al><al><vet>Natuurlijke waarde</vet>: De aan een gebied toegekende
                                    waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische,
                                    bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in
                                    onderlinge samenhang.</al><al><vet>Negge</vet>: Ook wel neg. Het vlak c.q. de maat tussen de
                                    buitenkant van de gevel en het kozijn. M.a.w. de terugspringende
                                    kant van een muur bij de kozijnen.</al><al><vet>Nok</vet>: De in principe hoogstgelegen horizontale
                                    snijlijn van twee dakvlakken.</al><al/><al><vet>O. </vet></al><al><vet> Ondergeschikt</vet>: Voert niet de boventoon.</al><al><vet>Onderdorpel</vet>: zie bovendorpel </al><al><vet>Ontsluiting</vet>: De toegang tot een gebouw, gebied of een
                                    terrein.</al><lijst><li nr="-"><al>Dakopbouw (bij woningen met zadeldak) </al></li><li nr="-"><al>Dakopbouw (bij woningen, aan- of uitbouwen met plat dak)
                                        </al></li><li nr="-"><al>Optrekken van de gevel.</al></li></lijst><al/><al><vet>P.</vet></al><al><vet>Paneel</vet>: Rechthoekig vlak, geplaatst in een
                                    omlijsting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>deel C Criteria voor veelkomende kleine bouwwerken </label></kop></divisie></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Welstandsnota 2011 </al><al>deel A Algemene Bepalingen </al><al>1 Inleiding </al><al>1.1 Aanleiding </al><al>1.2 Doel van de welstandsnota en het –beleid </al><al>1.3 WABO: wel/niet bouwvergunningplichtig </al><al>1.4 Leeswijzer </al><al> 2 Welstandsbeleid </al><al>2.1 Keuzes in welstandsvrij en welstandsluw </al><al>2.2 Relatie met andere beleidsterreinen </al><al>2.2.1 Ruimtelijk beleid </al><al>2.2.2 Monumentenbeleid en cultuurhistorie </al><al>2.3 Vaststelling en evaluatie van het welstandsbeleid
                                    </al><al>2.3.1 Vaststelling </al><al>2.3.2 Evaluatie en aanpassingen </al><al> 2.4 Handhaving welstandstoezicht </al><al>3 Welstandsadvisering </al><al>3.1 Wie doet wat? </al><al>3.2 Procedure </al><al>3.2.1 Indienen van een plan </al><al>3.2.2 Vooroverleg en preadvies </al><al>3.2.3 Advies van de welstandscommissie </al><al>3.2.4 Afwijken van criteria door de
                                            welstandscommissie </al><al>3.2.5 Besluit van burgemeester en wethouders </al><al>3.2.6 Aanvullend advies </al><al>3.2.7 Gefaseerde bouwaanvraag </al><al>3.2.8 Bezwarenprocedure </al><al>3.3 Openbaarheid </al><al> 4 Toetsing aan welstandscriteria </al><al>4.1 Wettelijke basis van het welstandsadvies </al><al>4.2 Een samenhangend stelsel van criteria </al><al>4.3 Monumenten en welstandscriteria </al><al>4.4 Vrijwillige welstandstoetsing en repressieve
                                        welstandstoetsing (de excessenregeling) </al><al>deel B Algemene, gebiedgerichte en objectgerichte criteria
                            </al><al>1 Inleiding </al><al>1.1 Drie delen </al><al>1.2 Leeswijzer </al><al>2 Welstandstoetsing </al><al> 3 Algemene criteria </al><al>3.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie </al><al>3.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving </al><al>3.3 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele
                                        context </al><al>3.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit </al><al>3.5 Schaal en maatverhoudingen </al><al>3.6 Materiaal, textuur, kleur en licht </al><al>4 Methodiek gebiedsgerichtecriteria </al><al>5 Beschrijving Veenendaal </al><al>5.1 Geschiedenis </al><al>5.2 Ruimtelijke karakteristiek </al><al> 6 Gebiedsindeling </al><al> 7 Bebouwingslinten </al><al>Landelijk bebouwingslint (zeer open) H2A </al><al>Open tot halfopen bebouwingslint H2B </al><al>(Semi-) aaneengesloten bebouwingslint H2C </al><al>Planmatig bebouwingslint H2D </al><al>8 Planmatig ontworpenwoongebieden </al><al>Woonwijken in traditionele blokverkaveling W1 </al><al>Het Nieuwe Bouwen (jaren 1960 - 1970) W2 </al><al>Forumbeweging (woonerven jaren 1970 - 1980) W3 </al><al>Thematische inbreidingen (vanaf 1990) W4 </al><al>Thematische uitbreidingswijken (vanaf 1990) W5 </al><al>Gemengd woongebied, traditionele blokverkaveling W6
                                    </al><al>Individuele woningbouw W7 </al><al>9 Bedrijvigheid </al><al>Bedrijventerrein B1 </al><al>Bedrijventerrein B2 </al><al>Woon - werk locatie B3 </al><al>10 Bijzondere bebouwingsthema's </al><al>Hoogbouw T1 </al><al>Winkelcentrum stadsniveau T2A </al><al>Winkelcentrum wijkniveau T2B </al><al>Instituten/maatschapelijke doeleinden T3 </al><al>Stationsgebied T4 </al><al>Woonwagenterrein T5 </al><al>11 Groengebieden </al><al>Parken, groengebieden, begraafplaatsen en sportcomplexen
                                        G1 </al><al>12 Buitengebied </al><al>Natuurgebied G2 </al><al>Buitengebied G3 </al><al> 13 Ontwikkelingslocaties </al><al>Bijlage 1 Gebiedsgerichte criteria en objectgerichte criteria
                                </al><al>Gebiedsgerichte criteria Bebouwingslint H2a </al><al>Gebiedsgerichte criteria Bebouwingslint H2b, H2c </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor planmatig bebouwingslint
                                        H2D </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor planmatig ontworpen
                                        woongebieden (W1, W2, W3, W4, W5, W6, W7) </al><al>Gebiedsgerichte criteria woonwijken in traditionele
                                        blokverkaveling W1 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Het Nieuwe Bouwen W2 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Forumbeweging W3 </al><al>Gebiedsgerichte criteria thematische inbreidingen en
                                        uitbreidingswijken W4 en W5 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Individuele woningbouw W6
                                    </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor gemengd woongebied,
                                        traditionele blokverkaveling W7 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Bedrijventerrein B1 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Bedrijventerrein B2 </al><al>Gebiedgerichte criteria Woon - werk locatie B3 </al><al>Bijzondere bebouwingsthema's </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor Hoogbouw T1 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Winkelcentrum stadsniveau T2A
                                    </al><al>Gebiedsgerichte criteria Winkelcentrum wijkniveau T2B
                                    </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor Instituten/maatschappelijke
                                        doeleinden T3 </al><al>Gebiedsgerichte criteria Stationsgebied T4 </al><al>Gebiedsgerichte criteria voor woonwagenterrein T5
                                    </al><al>Gebiedsgerichte criteria Groengebieden: G1 Parken en
                                        groengebieden </al><al>Gebiedsgerichte criteria Groengebieden: Natuurgebieden
                                        G2, Buitengebied G3 </al><al>Objectgerichte criteria voor agrarische en niet
                                        agrarische bedrijven in het buitengebied </al><al>Objectgerichte criteria voor verbouwing of splitsing van
                                        een (voormalige) boerderij </al><al>Objectcriteria voor maatschappelijke- en
                                        nutsvoorzieningen in het buitengebied </al><al> 15 Bijlage 2. Beeldkwaliteitsplannen </al><al>16 Bijlage 3 Begrippenlijst </al><al>deel C Criteria voor veelkomende kleine bouwwerken</al></bijlage></regeling></body></cvdr>