<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR301727_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Leerlingenvervoer 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, d.d. 5 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Leerlingenvervoer 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 4, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO), artikel 4, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4, eerste lid van de Wet op de expertisecentra</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>46-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Leerlingenvervoer 2013.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Apeldoorn;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel d.d. 27-05-2013, nr. 46-2013.</al><al/><al>gelet op artikel 4, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs (WPO),
                        artikel 4, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4,
                        eerste lid van de Wet op de expertisecentra;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening leerlingenvervoer.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>1:</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>school</al><lijst><li nr="-"><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als
                                        bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Stb. 1998, 495)
                                        voor zover van rijkswege bekostigd; </al></li><li nr="-"><al>een school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet
                                        speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als
                                        bedoeld in de Wet op de expertisecentra (Stb. 1998,
                                        496);</al></li><li nr="-"><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet
                                        op het voortgezet onderwijs (Stb. 1998, 512);</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al></li><li nr="c."><al>leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a;</al></li><li nr="d."><al>gehandicapte leerling: een leerling bedoeld onder c, die door een
                                lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet, of niet
                                zelfstandig, van het openbaar vervoer gebruik kan maken;</al></li><li nr="e."><al>woning: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk
                                verblijft;</al></li><li nr="f."><al>afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de
                                kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;</al></li><li nr="g."><al>vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen
                                de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in
                                aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de
                                schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige
                                leerling die aansluiting onmogelijk maakt;</al></li><li nr="h."><al>openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens
                                een dienstregeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of
                                auto;</al></li><li nr="i."><al>aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi,
                                treintaxi of bustaxi;</al></li><li nr="j."><al>eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of
                                fiets;</al></li><li nr="k."><al>reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de
                                woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus
                                maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het schoolgebouw
                                met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids
                                aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van
                                de schooldag volgens de schoolgids, een eventuele wachttijd, en de
                                aankomst bij de woning;</al></li><li nr="l."><al>toegankelijke school:</al><lijst><li nr="-"><al>voor wat betreft basisscholen en speciale scholen voor
                                        basisonderwijs: de basisschool van de verlangde
                                        godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                                        openbare school of de speciale school voor basisonderwijs
                                        waarop de leerling is aangewezen van de verlangde
                                        godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de
                                        openbare school;</al></li><li nr="-"><al>voor wat betreft scholen voor (voortgezet) speciaal
                                        onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de school
                                        van de soort waarop de leerling is aangewezen van de
                                        verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan
                                        wel de openbare school van de soort waarop de leerling is
                                        aangewezen;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb.
                                2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders
                                in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor
                                bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd;</al></li><li nr="n."><al>opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de
                                leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al></li><li nr="o."><al>commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld door
                                het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                op de expertisecentra, niet zijnde een instelling, of de bevoegde
                                gezagsorganen van twee of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van
                                de Wet op de expertisecentra, niet zijnde instellingen, die
                                hetzelfde expertisecentrum instandhouden;</al></li><li nr="p."><al>vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de
                                door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling
                                en zo nodig diens begeleider, of bekostiging van de goedkoopst
                                mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig
                                diens begeleider, of aanbieding van aangepast vervoer dat de
                                gemeente verzorgt of doet verzorgen; </al></li><li nr="q."><al>permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als bedoeld in
                                artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="r."><al>samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in
                                artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="s."><al>regionale verwijzingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel
                                10 g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="t."><al>opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel
                                10h, derde lid, Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="u."><al>ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een
                                school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een basisschool
                                of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet
                                onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die
                                begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het
                                voortgezet speciaal onderwijs;</al></li><li nr="v."><al>commissie voor de indicatiestelling: de commissie als bedoeld in
                                artikel 28 c van de Wet op de expertisecentra.</al></li><li nr="w."><al>Drempelbedrag: de kosten van het openbaar vervoer tot aan de van
                                toepassing zijnde kilometergrens die voor rekening van de
                                ouders/verzorgers komen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                            vervoerskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in
                            de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening
                            toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van
                            de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de
                            vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het
                            bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten
                            bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in
                            de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de
                            aanspraak op bekostiging vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid
                            van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                            bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen
                            de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de
                            leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen
                            school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de
                            ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het
                            bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen
                            dan in artikel 11 of 15 is bepaald, terwijl een of meer scholen van
                            dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat
                            slechts aanspraak op bekostiging naar eerstgenoemde school als door de
                            ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben
                            tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs
                            van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is
                            aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de
                        vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de
                        tijdsduur van de verstrekte bekostiging, met dien verstande dat de
                        tijdsduur, indien dit mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele
                        schoolperiode wordt vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan door
                            indiening van een aanvraag bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is,
                            kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                            verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste
                            vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in
                            kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend wordt deze
                            getroffen;</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een
                                    aanvraag gedurende het schooljaar betreft, met dien verstande
                                    dat de datum waarop bekostiging wordt verstrekt niet ligt voor
                                    de datum van ontvangst van de aanvraag van het college. </al></li><li nr="b."><al>Het college kan een andere ingangsdatum van de
                                    vervoersvoorziening, als bedoeld in het vijfde lid onder a,
                                    vaststellen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de
                            verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de
                            datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de verstrekte
                            bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging en verstrekt het
                            college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het
                            college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor
                            blijkt dat ten onrechte bekostiging is verstrekt, vervalt de aanspraak
                            op bekostiging van de vervoerskosten terstond en verstrekt het college
                            al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten. Het college deelt
                            zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                            teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe
                            verstrekking van bekostiging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de leerling
                            gedurende het verblijf in het middel van vervoer. Het college kan
                            besluiten een leerling in geval van herhaald ernstig wangedrag uit te
                            sluiten van het door de gemeente of vanwege de gemeente ingezette middel
                            van aangepast vervoer. Het college besluit niet eerder dan na overleg
                            met de ouders. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend de
                        leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de
                        bekostiging betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een
                        toelage, voorzover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de
                        reiskosten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>2:</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE
                            (NIET-GEHANDICAPTE) LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR
                            PRIMAIR ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school
                            voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging verstrekt
                        van de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning dan wel de
                        opstapplaats en:</al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school
                                voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool
                                waarvan de leerling afkomstig is, of</al></li><li nr="b."><al>een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a.
                                bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school
                                voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het
                                vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder
                                a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Permanente commissie leerlingenzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling
                            op een school voor primair onderwijs niet of slechts gedeeltelijk
                            toekent, dient het bij de beschikking de beslissing te betrekken van de
                            permanente commissie leerlingenzorg over de toelating van de leerling op
                            een speciale school voor basisonderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                            leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie
                            leerlingenzorg die voor de beoordeling van die aanvraag van belang
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan tevens het advies van andere deskundigen inwinnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor
                            basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,
                            bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de
                            afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor het kind
                            toegankelijke school meer dan zes (basisonderwijs) respectievelijk vijf
                            kilometer (speciale school voor basisonderwijs) bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                            bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de
                            leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder
                            begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11,
                            bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van
                            één begeleider, indien de leerling jonger dan negen jaar is, en door de
                            ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de
                            leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de
                            fiets gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van een begeleider voor
                            bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                        vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of
                        een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan
                        het afstandscriterium van artikel 11, en:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of
                                terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met
                                aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                vervoer kan worden teruggebracht, of:</al></li><li nr="b."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
                                het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het
                                vervoer per fiets.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></li><li nr="2."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                        indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de
                                        kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in
                                        het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                        auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                        aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                        aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid
                                van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde
                                lid.</al></li><li nr="4."><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                                college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                                gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college
                                aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor
                                de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>3:</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN
                            SCHOLEN VOOR (VOORTGEZET) SPECIAAL
                        ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling:</al><lijst><li nr="a."><al>die een school voor speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging
                                        op basis van de kosten van het openbaar vervoer indien de
                                        afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de
                                        leerling toegankelijke school meer dan drie kilometer
                                        bedraagt.</al></li><li nr="b."><al>die een school voor voortgezet speciaal onderwijs bezoekt,
                                        bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer
                                        indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                        voor de leerling toegankelijke school meer dan zes kilometer
                                        bedraagt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid, onder a en b bedoelde kilometergrenzen van
                                drie en zes kilometer zijn niet van toepassing voor een leerling,
                                die:</al><lijst><li nr="a."><al>een voor zeer moeilijk lerende kinderen bestemde school voor
                                        (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt;</al></li><li nr="b."><al>een voor lichamelijk gehandicapte en meervoudig gehandicapte
                                        kinderen bestemde school voor (voortgezet)speciaal onderwijs
                                        bezoekt. </al></li></lijst></li></lijst><al>Voor deze groep leerlingen geldt een afstandsgrens van één kilometer.</al><lijst><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid verstrekt het college de
                                ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets
                                dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het
                                college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het
                                vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het
                                vervoer per bromfiets. </al></li><li nr="4."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 geldt voor de
                                leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs uit
                                cluster 4 (kinderen met een psychiatrische- of gedragsstoornis)
                                bezoekt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die
                                door de commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Dit is
                                van toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het
                                gebied van het regionale expertisecentrum waaraan voornoemde
                                commissie is verbonden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Commissie voor de begeleiding</titel></kop><al>Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op
                        een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of slechts gedeeltelijk
                        toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de
                        begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15,
                            bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van
                            een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het college
                            genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke,
                            verstandelijke of zintuiglijke handicap of leeftijd, niet in staat is
                            zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                            deskundigen te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                            begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet)
                            speciaal onderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het
                            afstandscriterium van artikel 15, en:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school
                                    of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met
                                    aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                    vervoer kan worden teruggebracht, of:</al></li><li nr="b."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel
                                    van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken
                                    van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken
                                    van het vervoer per bromfiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                            deskundigen te betrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het
                            college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te
                            vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                            bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan
                            wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                    indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de
                                    kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het
                                    vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto,
                                    afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou
                                    bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer,
                                    behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend,
                            verstrekt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk
                            zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op
                            basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
                            Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                            ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen
                            bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt
                            door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                            college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                            gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het
                            college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een
                            kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de
                            Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen voor scholen
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten
                                van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school
                                voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de
                                afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling
                                toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15,
                                indien het college van oordeel is dat de lichamelijke,
                                verstandelijke of zintuiglijke handicap van de leerling dat
                                vereist.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het
                                advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                deskundigen te betrekken.</al></li><li nr="3."><al>Indien ouders kiezen voor bekostiging van eigen vervoer is artikel
                                19 van toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>4:</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT WEEKEINDE- EN VAKANTIEVERVOER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan
                            de in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde- en
                        vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die,
                        met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal
                        onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in
                        deze Titel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van
                                het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde
                                gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                                verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de
                                weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde
                                schoolvakanties.</al></li><li nr="2."><al>Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de
                                leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer,
                                gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                                verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de
                                vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling
                                bezoekt.</al></li><li nr="3."><al>Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met
                                uitzondering van artikel 16, artikel 17, tweede lid, artikel 18,
                                eerste lid onder a, artikel 18, tweede lid, en artikel 20.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>5:</nr><titel>EIGEN BIJDRAGE EN BEKOSTIGING NAAR FINANCIËLE
                            DRAAGKRACHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ouders van een leerling die een school voor
                            (speciaal)basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer
                            bedraagt dan € 24.300,-, wordt slechts bekostiging verstrekt voorzover
                            de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar
                            vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. De ouders
                            zijn vrijgesteld van het betalen van een drempelbijdrage vanaf een derde
                            leerling, afkomstig uit hetzelfde gezin als bedoeld in de eerste volzin,
                            voor zover hiervoor een aanvraag is ingediend, onder voorwaarde dat twee
                            leerlingen uit het gezin nog gebruik maken van het vervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
                            vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een
                            leerling die een school voor (speciaal)basisonderwijs bezoekt, per
                            leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten
                            van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien
                            het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid genoemde kosten van openbaar vervoer zijn
                            gebaseerd op het basistarief dat geldt voor het busvervoer in de regio
                            waarin wordt gereisd, vermeerderd met het kilometertarief dat hier wordt
                            gehanteerd, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
                            daadwerkelijk gebruik ervan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eventuele van toepassing zijnde kortingsregelingen worden meegenomen in
                            de berekening van <onderstreept>het</onderstreept> drempelbedrag </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bedrag van € 24.300,-, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
                            met ingang van 1 januari 2013 jaarlijks aangepast aan de wijziging die
                            het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                            ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond
                            op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
                            het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge
                            Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt,
                                wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de
                                financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.</al></li><li nr="2."><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                                het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van
                                de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor
                                basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de
                                financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het
                                bedrag van de kosten van het vervoer.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                                bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en
                                zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerde verzamelinkomen
                                van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.
                            </al></li></lijst><al/><al>Deze bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Inkomen in e</vet><vet>u</vet><vet>ro’s</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Eigen bijdragen in euro’s</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet> 0 – </vet><vet>32</vet><vet>.500</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Nihil</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>32.500</vet><vet> – </vet><vet>39.000</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>130</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>39.000</vet><vet> –
                                                4</vet><vet>5</vet><vet>.000</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>545</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet><vet>5</vet><vet>.000 –
                                                </vet><vet>51.000</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>1015</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>51.000</vet><vet> – </vet><vet>58.000</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>1485</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>58.000</vet><vet> – </vet><vet>64.000</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>1955</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>64.000</vet><vet> en verder</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Voor elke extra € </vet><vet>5.000</vet><vet>: €
                                                </vet><vet>4</vet><vet>8</vet><vet>0
                                                </vet><vet>erbij</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="4."><al>De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van
                                1 januari 2013 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                                indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                                ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en
                                rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.</al></li><li nr="5."><al>De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden
                                met ingang van 1 januari 2013 jaarlijks aangepast aan de wijziging
                                die het vervoersbedrijf heeft toegepast ten opzichte van 1 januari
                                van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud
                                van € 5,-.</al></li><li nr="6."><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
                                ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>6:</nr><titel>BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN GEHANDICAPTE
                            LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS EN
                            VOORTGEZET ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                            begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 verstrekt het college
                            bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding
                            aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor
                            basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt en die
                            vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet
                            zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Ten aanzien van
                            een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het
                            college artikel 9 in acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dienen zij bij de beschikking het advies
                            van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of
                            het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt, komen
                            slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                            begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                            bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                            bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan
                            niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan
                            wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale
                            school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs
                            bezoekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn
                                    lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in
                                    staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer
                                    gebruik te maken. Ten aanzien van een leerling van een speciale
                                    school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht.
                                    Of:</al></li><li nr="b."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en
                                    de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school
                                    of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met
                                    aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                    vervoer kan worden teruggebracht, of:</al></li><li nr="c."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en
                                    openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel
                                    van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken
                                    van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken
                                    van het vervoer per bromfiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                            slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies
                            van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of
                            het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></li><li nr="2."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer
                                        met begeleiding, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging
                                        op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                        het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                        auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                        aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                        aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren,
                                bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor
                                de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het
                                bepaalde in het vierde lid.</al></li><li nr="4."><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                                college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                                gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt
                                het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van
                                een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid
                                van de Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>7:</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin
                        deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs
                            aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de
                        bepalingen in deze verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan de
                        permanente commissie leerlingenzorg, de commissie van begeleiding, de
                        regionale verwijzingscommissie of andere deskundigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening leerlingenvervoer gemeente Apeldoorn 2003 wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een leerling als bedoeld in Titel 6 voor wie in het schooljaar
                            2001/2002 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd verstrekt,
                            niet zijnde een voorziening in de vorm van een bruikleenauto of een
                            voorziening deel uitmakend van of samenhangend met een
                            leefvervoervoorziening, blijft, indien de ouders dat wensen, zo nodig in
                            afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een gelijkwaardige
                            voorziening van en naar de school die de leerling in schooljaar
                            2001-2002 bezocht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen in Titel 6 zijn voor de eerste maal van toepassing in het
                            schooljaar 2002-2003. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand aan het
                            schooljaar 2002-2003 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven
                            de regelingen zoals luidend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
                            verordening van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor leerlingen die in het schooljaar 2012-2013 al gebruik maken van het
                            leerlingenvervoer voor het bezoeken van een school voor speciaal
                            basisonderwijs, blijft het vastgestelde drempelbedrag gelden tot 1
                            januari 2014. Vanaf deze datum wordt het drempelbedrag volgens artikel
                            23, lid 3 van deze verordening berekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening leerlingenvervoer
                        Apeldoorn 2013’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 30 mei 2013. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 5 juni 2013.</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 6 juni 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting verordening Leerlingenvervoer 2013.</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In artikel 1 van de verordening is een aantal begrippen nader gedefinieerd,
                        die regelmatig gebruikt worden in de verordening.</al><al><vet> Ad a School </vet></al><al><cursief>Speciale school voor basisonderwijs</cursief> De Wet op het primair
                        onderwijs (WPO), die op 1 augustus 1998 in werking is getreden, voorziet in
                        de samenvoeging van het basisonderwijs en het onderwijs voor kinderen met
                        leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom), moeilijk lerende kinderen (mlk) en
                        in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk) in een wet. De scholen voor
                        lom, mlk en iobk heten onder de WPO ‘speciale scholen voor basisonderwijs’. </al><al><cursief>School voor voortgezet onderwijs</cursief> Onder een school voor
                        voortgezet onderwijs als bedoeld in de WVO, vallen het voorbereidend
                        wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs
                        (havo)en het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), waar
                        praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs deel van uit maken.
                        Slechts leerlingen van het regulier voortgezet onderwijs die vanwege hun
                        lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet of niet
                        zelfstandig van het Openbaar vervoer gebruik kunnen maken, kunnen aanspraak
                        maken op bekostiging van de kosten van leerlingenvervoer.</al><al><cursief>Speciaal onderwijs (WEC)</cursief> De Wet op de expertisecentra
                        (WEC) omvat al het overig speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. Het
                        gaat om onderwijs voor doven, slechthorenden, kinderen met ernstige
                        spraakmoeilijkheden, visueel gehandicapten, lichamelijk gehandicapten,
                        kinderen opgenomen in het ziekenhuis, langdurig zieken, zeer moeilijk
                        lerende kinderen, zeer moeilijk opvoedbare kinderen, meervoudig
                        gehandicapten en onderwijs op pedologische instituten. De WEC onderscheidt
                        de volgende clusters:</al><lijst><li nr="-"><al>Cluster 1: onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen dan wel
                                meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap;</al></li><li nr="-"><al>Cluster 2: onderwijs aan dove kinderen, slechthorende kinderen en
                                kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden dan wel meervoudige
                                gehandicapte kinderen met een van deze handicaps;</al></li><li nr="-"><al>Cluster 3: onderwijs aan langdurige zieke kinderen met een
                                lichamelijke handicap, lichamelijk gehandicapte kinderen en zeer
                                moeilijk lerende kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen
                                met een van deze handicaps;</al></li><li nr="-"><al>Cluster 4: onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een
                                lichamelijke handicap, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en kinderen
                                in scholen verbonden aan pedologische instituten.</al></li></lijst><al><vet>Ad b Ouders</vet></al><al>In de omschrijving van het begrip ‘ouders’ is het onderscheid dat in de WPO
                        en de WEC ten aanzien van ouders is aangebracht niet overgenomen. De WPO
                        verstaat onder ouders: ouders en voogden van kinderen. De WEC verstaat ook
                        de verzorgers daaronder. Op dit moment ligt er een wetswijziging van de WPO
                        bij de Raad van State dat dit onderscheid opheft: door deze wijziging zullen
                        ook verzorgers onder het begrip ‘ouders’ in de zin van de WPO vallen. Ook
                        pleegouders zijn aan te merken als verzorgers en vallen daarmee onder het
                        begrip ‘ouders’, zoals bedoeld in de verordening.</al><al><vet> Ad c Leerling</vet></al><al>In artikel 39, derde lid, van de WPO is bepaald dat kinderen vanaf drie jaar
                        en tien maanden ten hoogste vijf dagen (schoolgewenningsdagen) de
                        basisschool mogen bezoeken. Deze kinderen worden echter pas als zij de
                        leeftijd van vier jaar hebben bereikt leerling in de zin van de WPO (artikel
                        39, eerste lid, WPO). De ouders kunnen dan ook pas vanaf het moment dat hun
                        kind vier jaar is geworden eventueel aanspraak maken op bekostiging van de
                        vervoerkosten naar de basisschool of speciale school voor basisonderwijs. De
                        toelatingsleeftijd voor kinderen in het speciaal onderwijs is geregeld in
                        artikel 39 van de WEC. Voor leerlingen die op grond van de
                        onderwijswetgeving toegelaten zijn op een school voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs, ongeacht of zij de leerplichtige leeftijd hebben bereikt, of al
                        voorbij zijn kunnen de ouders, indien zij voldoen aan de voorwaarden van de
                        gemeentelijke verordening leerlingenvervoer, aanspraak maken op bekostiging
                        van de vervoerskosten. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat zolang een
                        leerling toegelaten is op een school voor voortgezet onderwijs, en dus
                        ‘leerling’ is van zo’n school, er aanspraak kan bestaan op bekostiging op
                        grond van titel 6 van de verordening.</al><al><vet>Ad d Gehandicapte leerling</vet>Een leerling die door een
                        lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig van
                        het openbaar vervoer gebruik kan maken, wordt aangemerkt als een
                        gehandicapte leerling in de zin van de verordening. </al><al><vet>Ad e Woning</vet></al><al>Onder ‘woning’ wordt in de verordening verstaan:
                        de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Met andere
                        woorden, de plaats van waaruit het kind de school bezoekt. In dezen is het
                        niet relevant in welke gemeente de ouders en/of het kind staan ingeschreven.
                        Niet ter zake doet of de ouders, voogden of verzorgers in de gemeente hun
                        officiële verblijf hebben in de zin van de artikelen 10 en verder van Boek I
                        van het Burgerlijk wetboek. Dit betekent dat indien een leerling tijdelijk
                        in een andere gemeente verblijft in deze andere gemeente (in het algemeen)
                        bekostiging van de vervoerkosten van deze leerling aangevraagd moet worden
                        (dit geldt overigens niet indien het bijvoorbeeld een leerling betreft die
                        vanwege een vakantie van de ouders tijdelijk elders verblijft). </al><al><cursief>Dagcentrum: twee woningen</cursief>Het uitgangspunt van
                        de verordening leerlingenvervoer is, dat slechts het vervoer van de woning
                        naar de onderwijsinstelling en vice versa wordt bekostigd. In het geval een
                        leerling vanuit een ouderlijke woning een school bezoekt en vanuit die
                        school, omwille van een medische of sociale indicatie, naar een dagcentrum
                        (bijvoorbeeld een Boddaertcentrum) reist, is de gemeente derhalve niet
                        verplicht het vervoer van school naar het dagcentrum te bekostigen.</al><al>In principe valt het vervoer naar het Boddaertcentrum in Apeldoorn buiten de
                        verordening. Wel kan in bepaalde gevallen een beroep worden gedaan op de
                        hardheidsclausule (art. 29). Voorwaarden hiervoor zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>De leerling moet al gebruik maken van het leerlingenvervoer (dus
                                alleen vervoer van school naar het Boddaertcentrum is niet
                                mogelijk).</al></li><li nr="-"><al>De loopafstand naar het Boddaertcentrum moet meer dan 1 km. Zijn.
                            </al></li></lijst><al><vet>Ad f Afstand</vet></al><al>De afstand dient consequent te worden gemeten. Het verdient aanbeveling om
                        altijd dezelfde en de meest actuele routeplanner te hanteren en de ouders
                        bij de aanvraag te informeren over de wijze waarop de afstand wordt gemeten.</al><al><vet>Ad g Vervoer</vet></al><al>Indien de gemeente opstapplaatsen hanteert,
                        dient dit in de verordening te worden opgenomen (zie ook de artikelsgewijze
                        toelichting bij artikel 1, onderdeel l). Voorts is ter verduidelijking
                        opgenomen dat het vervoer alleen plaatsvindt in aansluiting op het begin en
                        einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Hiermee wordt
                        voorkomen dat ouders op basis van bijvoorbeeld sociale of tijdelijke
                        medische overwegingen aanvragen indienen voor het vervoer tijdens de
                        schooltijd (bijvoorbeeld omdat de leerling te jong is om het hele
                        onderwijsprogramma te volgen). Uitsluitend indien de structurele handicap
                        van een leerplichtige leerling noodzaakt tot het volgen van slechts een deel
                        van het onderwijsprogramma, dient in voorkomend geval wel tijdens de
                        schooltijd vervoerd te worden.</al><al><vet>Ad h Openbaar vervoer</vet></al><al>Bij de
                        definiëring van het begrip ‘openbaar vervoer’ is aangesloten bij de
                        begripsomschrijving zoals deze is vastgelegd in artikel 1 van de Wet
                        personenvervoer (wet van 12 maart 1987, Stb. 175). In deze Wet wordt onder
                        ‘openbaar vervoer’ verstaan: voor een ieder openstaand personenvervoer per
                        trein, metro, tram, bus, of auto volgens een dienstregeling. De Wet
                        personenvervoer definieert ‘dienstregeling’ als voor een ieder kenbaar
                        schema van reismogelijkheden. In de verordening is de begripsomschrijving
                        ‘openbaar vervoer’ uitgebreid met ‘veerdienst’. </al><al><vet>Ad i Aangepast vervoer</vet></al><al>Vervoer per besloten (school)busvervoer, volgens een dienstregeling per
                        trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto.</al><al><vet>Ad j Eigen vervoer</vet></al><al>Vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of fiets.</al><al><vet>Ad k Reistijd</vet></al><al>Onder ‘reistijd’ wordt in de
                        verordening verstaan, de tijdspanne die ligt tussen het verlaten van het
                        huis en de aanvang van de schooldag, dan wel de tijdspanne die ligt tussen
                        het einde van de schooldag en de aankomst bij het huis. De praktijk leert
                        dat leerlingen, ongeacht of zij gebruikmaken van het leerlingenvervoer, zich
                        vaak zo’n tien minuten voor de aanvang van de lessen op het schoolplein
                        bevinden. Het ligt voor de hand deze tijd uit te sluiten van de reistijd.
                        Dit betreft enkel de wachttijd aan het begin van de schooldag. De eventuele
                        wachttijd aan het einde van de schooldag wordt wel meegerekend bij de totale
                        reistijd. Teneinde aankomst- en vertrektijden goed te laten aansluiten op de
                        schooltijden, worden in Apeldoorn strikte marges van 10 minuten gehanteerd
                        waarbinnen leerlingen afgeleverd en opgehaald moeten worden. Afwijkingen
                        moet de vervoerder registreren.</al><al><vet>Ad l Toegankelijke school</vet></al><al>De WPO kent het orgaan de permanente
                        commissie leerlingenzorg (pcl, artikel 23 WPO). Deze commissie beslist op
                        aanvraag van de ouders of een leerling op het onderwijs van een speciale
                        school voor basisonderwijs is aangewezen. Alleen als dit besluit positief
                        is, kan een leerling op een speciale school voor basisonderwijs worden
                        opgenomen. Het college moet bij de beoordeling van een aanvraag voor
                        leerlingenvervoer van dit besluit uitgaan. Dit besluit is overigens een
                        besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het kader van
                        de operatie Weer samen naar school is afgesproken dat, indien vaststaat dat
                        een leerling is aangewezen op een hulpklas bij een basisschool, deze
                        basisschool moet worden aangemerkt als de toegankelijke school, ook wanneer
                        dit niet de dichtstbijzijnde basisschool is, en dat derhalve vervoer naar
                        deze basisschool met hulpklas dient te worden bekostigd. De Regionale
                        Verwijzingscommissie bepaalt de toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs
                        (artikel 10g van de WVO).</al><al><vet>Ad m Inkomen</vet></al><al>Om te bepalen of op grond van artikel 23 een
                        drempelbedrag kan worden geheven, is het inkomen van ouders in het peiljaar
                        nodig. Ouders kunnen een IB 60-formulier opvragen bij de Belastingdienst,
                        waarop dit gecorrigeerde verzamelinkomen staat vermeld, of de Gemeente
                        Apeldoorn toestemming geven het inkomen te controlen.</al><al><vet>Ad n Opstapplaats</vet></al><al>Een van de mogelijkheden
                        om het vervoer efficiënter en daardoor goedkoper te organiseren, is het
                        instellen van centrale opstapplaatsen, van waar de leerlingen met de taxi of
                        bus worden vervoerd. Met een dergelijk systeem worden de leerlingen niet
                        thuis voor de deur opgehaald, maar dienen zij zich, al dan niet onder
                        begeleiding van de ouders, te begeven naar de door de gemeente aangewezen
                        opstapplaats.</al><al><cursief>Jonge risicokinderen (JORISK)</cursief></al><al>Voor jonge risicokinderen (JORISK) wordt apart vervoer in gezet. Het gaat
                        hierbij om leerlingen tot zes jaar die een school voor SBO bezoeken. De
                        peildatum is hierbij 1 augustus van het van toepassing zijnde schooljaar.
                        Omdat in de praktijk is gebleken dat dit gezamenlijke vervoer voor deze
                        categorie jonge kinderen minder geschikt is, verdient het de voorkeur deze
                        kinderen apart te vervoeren in een rustige en beschermde sfeer. De JORISK
                        worden thuis opgehaald.</al><al><vet>Ad o Commissie voor de begeleiding</vet></al><al>De
                        commissie voor de begeleiding is in de plaats gekomen voor de commissie van
                        onderzoek. De indicerende taken van de CvO zijn overgegaan naar de regionale
                        commissies van indicatiestelling (Cvi). De taken omtrent toewijzing van
                        (ambulante) begeleiding liggen bij de commissie voor de begeleiding,
                        verbonden aan een school.</al><al><vet>Ad p Vervoersvoorziening</vet></al><al>De wet bepaalt dat de gemeenten het
                        vervoer zelf kunnen verzorgen, dan wel doen verzorgen. In de
                        begripsomschrijving ‘vervoersvoorziening’ is dit nader uitgewerkt. Er dient
                        een keuze te worden gemaakt tussen één van de drie weergegeven
                        mogelijkheden: 1. een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het
                        college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zonodig diens
                        begeleider, 2. de verstrekking van een abonnement of strippenkaart voor de
                        leerling en zo nodig diens begeleider, of 3. aanbieding van aangepast
                        vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen.</al><al><vet>Ad q Permanente commissie leerlingenzorg</vet></al><al>De WPO kent de permanente commissie leerlingenzorg
                        (pcl). Besluiten van de pcl over de toelating van een leerling tot een
                        speciale school voor basisonderwijs dienen door het college bij de
                        beoordeling van een aanvraag voor leerlingenvervoer betrokken te worden,
                        ingeval het college een negatieve beschikking geeft op de gevraagde
                        voorziening. Zie tevens de toelichting bij onderdeel j. </al><al><vet>Ad r Samenwerkingsverband</vet></al><al>Op basis van
                        de WPO moeten basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die
                        samenwerken, een zodanige zorgstructuur inrichten, dat voor elke leerling de
                        benodigde zorg kan worden geboden. Artikel 18 van de WPO geeft een regeling
                        voor de samenwerkingsverbanden.</al><al><vet>Ad s Regionale verwijzigingscommissie</vet></al><al>De regionale verwijzingscommissie
                        heeft op grond van artikel 10g van de WVO tot taak te beoordelen of een
                        leerling tot het praktijkonderwijs toelaatbaar is.</al><al><vet>Ad t Opdc</vet></al><al>Opdc: orthopedagogisch en
                        didactisch centrum. Bovenschoolse voorziening bedoeld om leerlingen extra
                        zorg te geven. Op een opdc kan ook onderwijs gegeven worden, maar de
                        leerlingen blijven ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs.
                        Leerlingen die volledig onderwijs volgen aan een opdc en aanspraak maken op
                        vervoer op basis van titel 6, kunnen in aanmerking komen voor
                        leerlingenvervoer naar het opdc. Leerlingen die gedeeltelijk onderwijs
                        volgen aan een opdc en gedeeltelijk aan een school voor voortgezet
                        onderwijs, kunnen alleen in aanmerking komen voor leerlingenvervoer naar de
                        school voor voortgezet onderwijs.</al><al><vet>Ad u Ambulante
                            begeleiding</vet></al><al>Een ambulante begeleider is verbonden aan een
                        school voor speciaal onderwijs en geeft ondersteuning aan gehandicapte
                        leerlingen in het reguliere primair en voortgezet onderwijs. De gemeente kan
                        aan de ambulante begeleider van gehandicapte leerlingen in het reguliere
                        onderwijs, voor wie een aanvraag leerlingenvervoer wordt ingediend, advies
                        vragen over de vervoersbehoefte van die leerlingen.</al><al><vet>Ad v Commissie voor de
                        indicatiestelling</vet></al><al>Elk kind dat wordt aangemeld voor het
                        (voortgezet) speciaal onderwijs moet worden geïndiceerd. De commissie voor
                        de indicatiestelling beoordeelt aan de hand van onafhankelijke landelijke
                        criteria of een leerling in aanmerking komt voor leerlinggebonden
                        financiering en in welk cluster de leerling wordt geplaatst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                            vervoerskosten</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                            vervoerskosten</titel></kop><al>In de verordening worden de aanspraken van de ouders op gehele of
                        gedeeltelijke bekostiging voor het dagelijks vervoer van leerlingen naar
                        scholen voor basisonderwijs, speciale scholen voor basisonderwijs en
                        (voortgezet) speciaal onderwijs vastgelegd. Indien het college het vervoer
                        zelf laat verzorgen, kan het van ouders, die voor bekostiging van de
                        vervoerskosten in aanmerking komen, verlangen dat hun kinderen van dit
                        vervoer gebruik maken. Tevens kan zij van ouders, aan wie slechts een
                        gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, verlangen een eigen
                        bijdrage te betalen aan het vervoer van hun leerlingen (artikel 2, tweede
                        lid, van de verordening). </al><al>De hoogte van deze eigen bijdrage, die slechts van toepassing is op ouders
                        van leerlingen die scholen voor basisonderwijs of speciale scholen voor
                        basisonderwijs bezoeken, is afhankelijk van het inkomen van de ouders en de
                        afstand tussen de woning en de te bezoeken school. Indien de ouders weigeren
                        of nalatig zijn met betrekking tot de ingevolge de verordening te betalen
                        bijdrage, leidt dit tot het vervallen van de aanspraak op de bekostiging dan
                        wel, indien gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld een taxi (busje), tot
                        stopzetting van het vervoer. Tevens komt in artikel 2, tweede lid, tot
                        uitdrukking dat het eventuele drempelbedrag en de bijdrage afhankelijk van
                        het inkomen nooit hoger kunnen zijn dan de werkelijke kosten van vervoer. </al><al>De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek blijft ingevolge de
                        Leerplichtwet in alle gevallen bij de ouders liggen. In artikel 2, derde
                        lid, van de verordening is deze verantwoordelijkheid nog eens expliciet
                        vastgelegd. Deze verantwoordelijkheid kan door de ouders niet op- of
                        overgedragen worden aan de gemeente. De wettelijke regeling, noch de
                        gemeentelijke verordening beperkt deze verantwoordelijkheid van de
                        ouders.</al><al>In het vierde lid staat dat een leerling die meerderjarig en
                        handelingsbekwaam is zelf een aanvraag voor leerlingenvervoer kan doen in
                        plaats van de ouders/verzorgers.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging naar de
                            dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><al>Een van de uitgangspunten van de artikelen 4 van de WPO, WVO en de WEC is
                        dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de verordening en het college
                        bij de uitvoering daarvan de op godsdienst of levensbeschouwing van ouders
                        berustende keuze voor een school dient te eerbiedigen. Tevens is in genoemde
                        artikelen bepaald dat in de verordening geen onderscheid wordt gemaakt
                        tussen openbaar en bijzonder onderwijs. In de verordening is dit verankerd
                        in artikel 3. Bekostiging van de vervoerskosten wordt verstrekt over de
                        afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor hem
                        toegankelijke school. Als dichtstbijzijnde school kan worden aangemerkt: de
                        school die naar afstand het dichtstbij gelegen is, gemeten langs de kortste
                        voor de leerling voldoende (meest) begaanbare, veilige weg. </al><al>Als toegankelijke school is aan te merken wat betreft het primair onderwijs:
                        de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting
                        dan wel de openbare school. Wat betreft (voortgezet) speciaal onderwijs
                        wordt hier nog een tweede criterium aan toegevoegd: de school van de soort
                        waarop de leerling is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of
                        geestelijke toestand. De hier bedoelde soorten zijn schooltypen zoals
                        vermeld in artikel 2 van de WEC en artikel 5 van de WVO. Op grond van de WPO
                        dient voor de speciale scholen voor basisonderwijs het vervoer naar de
                        dichtstbijzijnde toegankelijke school in het samenwerkingsverband te worden
                        bekostigd. Zie daarvoor artikel 9 van de verordening.</al><al><cursief>Stagevervoer</cursief>Is de stage een onderdeel van het
                        onderwijsprogramma en krijgt de leerling dagelijks leerlingenvervoer naar de
                        school, dan bestaat in beginsel aanspraak op leerlingenvervoer naar het
                        stageadres. Dit is dan immers aan te merken als de ‘dichtstbijzijnde
                        toegankelijke school’. De gemeente kan scholen er op attenderen dat
                        stageplaatsing financiële gevolgen kan hebben voor gemeenten. Scholen kunnen
                        dit aspect mee laten wegen in de plaatsing van leerlingen door bijvoorbeeld
                        een stageplek te zoeken op de route van het leerlingenvervoer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetalen van de bekostiging</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetalen van de bekostiging</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al>Indien ouders menen voor bekostiging in aanmerking te komen, dienen zij
                        hiertoe een aanvraag in bij het college. Van gemeentezijde wordt hiervoor
                        een (digitaal) aanvraagformulier beschikbaar gesteld. In artikel 5 van de
                        verordening zijn nadere bepalingen opgenomen omtrent de aanvraag van
                        bekostiging van de vervoerskosten. De aanvraag kan in principe op twee
                        tijdstippen plaatsvinden:</al><lijst><li nr="1."><al>indien het een aanvraag voor het nieuwe schooljaar betreft, dient de
                                aanvraag uiterlijk 8 weken voor de eerste schooldag van dat
                                schooljaar te zijn ingediend. Met de termijn van 8 weken is
                                aansluiting gezocht bij de beslistermijn. Als de aanvraag op tijd is
                                ingediend, kunnen ouders er redelijkerwijs op vertouwen dat de
                                beslissing op de aanvraag voor de eerste schooldag is genomen.
                                Indien de aanvraag later wordt ingediend, dienen de ouders er
                                rekening mee te houden dat de beslissing op de aanvraag ook later
                                kan worden genomen. </al></li><li nr="2."><al>indien het een aanvraag gedurende het schooljaar betreft, kan de
                                aanvraag gedurende het schooljaar worden ingediend.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Artikel 6, eerste lid, van de verordening regelt dat ouders verplicht zijn
                        wijzigingen door te geven aan het college, die van directe invloed zijn op
                        de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten. Ouders dienen dergelijke
                        wijzigingen onverwijld mede te delen aan het college. Gegevens die van
                        invloed kunnen zijn op de bekostiging zijn onder andere:</al><lijst><li nr="·"><al>wijziging van de reistijd, in verband met verandering in
                                bijvoorbeeld het openbaar vervoer;</al></li><li nr="·"><al>wijziging in het woonadres van de leerling, door bijvoorbeeld
                                verhuizing;</al></li><li nr="·"><al>wijziging van de gezinssamenstelling;</al></li><li nr="·"><al>wijziging in de gezinssituatie, die invloed heeft op het al dan niet
                                begeleiden van leerlingen;</al></li><li nr="·"><al>wijziging van het adres van de school;</al></li><li nr="·"><al>wijziging van de schooltijden van de school;</al></li><li nr="·"><al>wijziging van school (bijvoorbeeld van speciaal onderwijs naar
                                voortgezet speciaal onderwijs);</al></li><li nr="·"><al>toekenning van bekostiging op grond van de Wet WIA , of op grond van
                                andere wet- en regelgeving. </al></li></lijst><al> Lid 2</al><al>Indien de wijziging daartoe aanleiding geeft trekt het college de verstrekte
                        bekostiging in en verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van
                        de vervoerskosten (artikel 6, tweede lid, van de verordening). Indien de
                        wijziging geen invloed op de bekostiging heeft gebeurt dit uiteraard niet.
                        Wijziging in het inkomen van ouders van leerlingen die een school voor
                        basisonderwijs of speciale school voor basisonderwijs volgen heeft in
                        principe geen invloed op de bekostiging van de vervoerskosten voor het
                        desbetreffende jaar. Indien echter sprake is van een structurele wijziging
                        in het inkomen van de ouders die voor hen ernstig nadelig is, kan het
                        college vooruitlopend op het volgende schooljaar de bekostiging aanpassen.
                        Indien het college, zonder hiervan door de ouders onverwijld op de hoogte te
                        zijn gesteld, zelf wijzigingen vaststelt die van invloed kunnen zijn op de
                        bekostiging, kan het zijn dat ouders ten onrechte bekostiging (hebben)
                        ontvangen.</al><al> Lid 4</al><al>Artikel 6, vierde lid, van de verordening biedt in dergelijke situaties een
                        kapstok om de ten onrechte betaalde bekostiging terug te vorderen of in
                        mindering te brengen bij eventueel nieuw te verstrekken bekostiging. Ook in
                        onderhavige gevallen geldt immers dat nadat de wijziging is vastgesteld de
                        bekostiging kan vervallen en eventueel opnieuw wordt verstrekt. De
                        beslissing dient aan de aanvrager bekend te worden gemaakt (artikel 3:41
                        Awb).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Aangezien in de verordening het leeftijdscriterium in het basisonderwijs als
                        een van de volumebeperkende middelen is opgenomen (artikel 12) om al dan
                        niet in aanmerking te komen voor vervoer onder begeleiding, verdient het
                        aanbeveling een peildatum van de leeftijd van de leerling te kiezen. Indien
                        de leerling in aanmerking komt voor openbaar vervoer onder begeleiding en in
                        de verordening is geen peildatum gekozen, zal in dat schooljaar waarin de
                        leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, tweemaal een beschikking dienen
                        te worden afgegeven, namelijk voor de periode dat de leerling nog acht jaar
                        is en voor de periode dat de leerling de leeftijd van negen jaar heeft
                        bereikt. Een dergelijke handelwijze houdt nogal wat extra administratieve
                        werkzaamheden in.</al><al>In de verordening (artikel 7) is dan ook gekozen voor een peildatum die
                        geldt voor het gehele schooljaar. Gekozen is voor de peildatum van 1
                        augustus van het betreffende schooljaar, omdat deze datum samenvalt met de
                        wettelijke start van het schooljaar. Deze bepaling houdt in dat indien de
                        leerling op 1 augustus van een bepaald schooljaar acht jaar is, hij in het
                        kader van de verordening het gehele schooljaar als acht jaar wordt
                        aangemerkt (ook al wordt de leerling halverwege het schooljaar negen jaar).
                        Er hoeft dan ook maar 1 beschikking voor het gehele schooljaar te worden
                        afgegeven.</al><al>Ten behoeve van het (voortgezet) speciaal onderwijs is een dergelijke
                        leeftijdsgrens niet opgenomen. Het recht op leerlingenvervoer staat verder
                        in geen relatie tot een bepaalde leeftijdgrens. Inschrijving bij een WPO,
                        WEC of WVO school volstaat.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>Indien kan worden aangetoond dat een aanvrager van leerlingenvervoer via een
                        andere weg (bijvoorbeeld via de werkgever) vergoeding ontvangt voor de
                        kosten van het vervoer naar school, mag de gemeente die vergoeding aftrekken
                        van de bekostiging die de aanvrager zou hebben gekregen op basis van de
                        verordening leerlingenvervoer. Dat geldt echter niet voor vergoedingen die
                        worden verstrekt door de IB-groep op basis van de Wet tegemoetkoming
                        onderwijsbijdrage en schoolkosten, die ouders van schoolgaande kinderen in
                        het voortgezet onderwijs kunnen aanvragen. Deze vergoeding is opgebouwd uit
                        verschillende componenten, zoals lesgeld, boekengeld enzovoort en is niet
                        puur bestemd voor reiskosten. Deze vergoeding mag daarom niet worden
                        afgetrokken van de bekostiging leerlingenvervoer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school
                            voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband</titel></kop><al>Dit artikel is een aanvulling op artikel 3 van de verordening. Voor alle
                        onderwijssoorten geldt de hoofdregel van artikel 3, eerste lid. Artikel 4
                        van de WPO bepaalt voor speciale scholen voor basisonderwijs echter dat het
                        vervoer naar de dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband dient te
                        worden bekostigd. Dat zal veelal wel, maar hoeft niet de dichtstbijzijnde
                        toegankelijke school van zijn soort te zijn omdat buiten het
                        samenwerkingsverband een dichterbij gelegen speciale school kan zijn. Deze
                        regeling is door de wetgever getroffen om zo veel mogelijk opvang binnen het
                        eigen samenwerkingsverband te realiseren. Evenals bij de regeling voor
                        basisscholen wordt bij het toekennen van een voorziening voor
                        leerlingenvervoer rekening gehouden met de toegankelijkheid voor de leerling
                        en de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van de ouders. In
                        artikel 9 wordt gesproken van de basisschool waarvan de leerling afkomstig
                        is. Dit is op grond van artikel 3 van de verordening de dichtstbijzijnde
                        toegankelijke basisschool. Is dit het geval, dan is artikel 9 van
                        toepassing. Daarnaast geldt als gevolg van de verwijzing naar artikel 3 van
                        de verordening bij toepassing van onderdeel b ook hier het vereiste van
                        schriftelijke instemming van de ouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Permanente commissie leerlingenzorg</titel></kop><al>In de WPO wordt aan de permanente commissie leerlingenzorg (pcl) de taak
                        opgedragen om een besluit te nemen over de toelating van een leerling tot
                        een speciale school voor basisonderwijs. Het college moet bij de beoordeling
                        van een aanvraag voor leerlingenvervoer van dit besluit uitgaan. Daarnaast
                        kunnen door het samenwerkingsverband aan de pcl adviestaken worden
                        opgedragen. Wanneer dat is gebeurd dient het college het advies van de
                        commissie bij de beoordeling te betrekken. Omdat het een advies betreft, is
                        het college daaraan echter niet gebonden. Om de bestuurslast beperkt te
                        houden is bepaald, dat het advies van de pcl alleen moet worden betrokken,
                        als het college een negatieve beschikking op de gevraagde voorziening
                        geeft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al>Artikel 11 van de verordening bepaalt dat de ouders van leerlingen die een
                        school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs
                        bezoeken, in aanmerking kunnen komen voor bekostiging op basis van de kosten
                        van het openbaar vervoer dan wel vervoer per fiets, indien de afstand van de
                        woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school meer
                        dan vijf kilometer (speciale school voor basisonderwijs) of meer dan zes
                        kilometer (basisonderwijs) bedraagt.</al><al>Het tweede lid van artikel 11 voorziet er in dat een fietsvergoeding wordt
                        verstrekt. Het college dient dan van oordeel te zijn dat de leerling, al dan
                        niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets. Hierbij
                        dienen in overweging te worden genomen de leeftijd van de leerling, de
                        eventuele handicap van de leerling, de veiligheid van de af te wijken route
                        en de afstand. Ook is het mogelijk een fietsbekostiging voor bijvoorbeeld de
                        maanden maart tot november te verstrekken en voor de overige maanden
                        bekostiging voor ander passend vervoer.</al><al>In artikel 11 van de verordening zijn de minimumvoorwaarden vastgelegd om
                        ouders aanspraak te kunnen laten maken op bekostiging van de vervoerkosten.
                        Hierbij geldt als uitgangspunt: ‘bekostiging van de kosten van openbaar
                        vervoer dan wel de kosten van het vervoer per fiets’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><al>In een aantal gevallen zal blijken dat het voor de leerling niet mogelijk is
                        zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Als er dan geen andere
                        ‘oudere’ leerlingen zijn die de leerling kunnen begeleiden, is deze
                        begeleiding een verantwoordelijkheid van de ouders. In artikel 12 van de
                        verordening is daaromtrent een regeling getroffen. Uit art. 12 blijkt:</al><lijst><li nr="·"><al>dat de afstand van de woning naar de school meer dan drie of zes
                                kilometer moet zijn om voor bekostiging van de vervoerkosten ten
                                behoeve van een begeleider in aanmerking te komen;</al></li><li nr="·"><al>dat begeleiding slechts wordt bekostigd aan de ouders, indien de
                                leerling jonger dan negen jaar is. Met andere woorden: de regeling
                                gaat ervan uit dat een leerling van negen jaar en ouder in principe
                                zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Is dat in
                                een incidenteel geval niet zo, dan kan op grond van artikel 29 van
                                de verordening een uitzondering hierop gemaakt worden.</al></li><li nr="·"><al>In dit verband is artikel 7 van de verordening van belang. Indien de
                                leerling op 1 augustus van het schooljaar acht jaar is, geldt voor
                                het hele schooljaar dat de leerling als acht jaar wordt aangemerkt
                                ook al wordt de leerling in de loop van het schooljaar negen
                                jaar;</al></li><li nr="·"><al>dat door de ouders genoegzaam aangetoond moet worden dat de leerling
                                niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te
                                maken.</al></li><li nr="·"><al>Hiervan kan onder andere sprake zijn indien:</al><lijst><li nr="Ø"><al>de leerling te jong is om zelfstandig van het openbaar
                                        vervoer gebruik te maken;</al></li><li nr="Ø"><al>de leerling gedurende de rit met het openbaar vervoer een of
                                        meerdere malen moet overstappen op gevaarlijke
                                        overstappunten en hij, gezien zijn leeftijd, te jong
                                        hiervoor is;</al></li><li nr="Ø"><al>de route van het uitstappunt van de bus naar de school
                                        gevaarlijke punten kent (en oplossing daarvan door
                                        bijvoorbeeld verkeersbrigadiers niet mogelijk is).</al></li></lijst></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer ten behoeve van de
                        leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
                        basisonderwijs bezoekt, dient in principe slechts in uitzonderingsgevallen
                        te worden verleend. Deze uitzonderingen zijn in artikel 13 van de
                        verordening vastgelegd.</al><al>In veel gevallen zal het voorkomen dat het college het aangepast vervoer
                        zelf organiseert. Het drempelbedrag en de bijdrage op grond van de
                        draagkracht zullen dan door de ouders aan het college betaald moeten worden,
                        in feite in ruil voor het aangeboden vervoer. Overigens geldt met name voor
                        aangepast vervoer dat regionale samenwerking met andere gemeenten tot
                        belangrijke besparingen kan leiden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Artikel 14 van de verordening geeft nadere regels omtrent de bekostiging van
                        het eigen vervoer. Hieronder kan worden verstaan: ouders die de leerlingen
                        zelf naar school vervoeren of laten vervoeren met een eigen vervoermiddel
                        (auto, bromfiets etc.), of een leerling die gebruikmaakt van
                        fietsvervoer.</al><al>Of van bekostiging van eigen vervoer sprake kan zijn is ter beoordeling van
                        het college. Een belangrijke maatstaf hierbij kan zijn dat dit vervoer voor
                        de gemeente een goedkopere wijze van vervoer is. Hiervan is bijvoorbeeld
                        geen sprake indien voor de desbetreffende leerling nog plaats is in een
                        aangepast vervoermiddel (busje, taxi) waarmee de leerling anders zou kunnen
                        reizen. Ook kunnen aspecten als zelfredzaamheid van de leerling meespelen
                        bij de beoordeling van het college of de leerling zelf gebruik kan maken van
                        het vervoer per fiets.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al>Voor het vervoer van leerlingen naar scholen voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs geldt, evenals voor het vervoer van leerlingen naar scholen voor
                        basisonderwijs of speciale scholen voor basisonderwijs, als uitgangspunt:
                        bekostiging van de kosten van openbaar vervoer. Indien het college van
                        oordeel is, eventueel na de commissie voor de begeleiding en andere
                        deskundigen gehoord te hebben, dat een andere wijze van vervoer noodzakelijk
                        is, kan een andere wijze van vervoer voor bekostiging in aanmerking gebracht
                        worden, namelijk:</al><lijst><li nr="·"><al>openbaar vervoer onder begeleiding;</al></li><li nr="·"><al>aangepast vervoer al dan niet verzorgd door het college;</al></li><li nr="·"><al>eigen vervoer;</al></li><li nr="·"><al>een combinatie van bovenstaande vervoersmogelijkheden.</al></li></lijst><al>In de verordening zijn twee afstandsgrenzen opgenomen, namelijk drie en zes
                        kilometer. Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met het bepaalde
                        in artikel 20 van de verordening. Dit artikel bepaalt dat als de afstand
                        naar de school minder bedraagt dan zes kilometer, toch aangepast vervoer
                        moet worden verstrekt indien de handicap van de leerling dat vereist.</al><al>Analoog aan de regeling voor de bekostiging van het vervoer naar scholen
                        voor basisonderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs geldt ook ten
                        aanzien van de bekostiging van het vervoer naar scholen voor (voortgezet)
                        speciaal onderwijs dat het college de voor de gemeente goedkoopst mogelijke
                        wijze van vervoer bekostigt (dit kan bijvoorbeeld zijn de kosten gemaakt per
                        OV-chipkaart, een jaarabonnement of een maandabonnement of een
                        kilometervergoeding voor de (brom)fiets).</al><al>Het college kan op grond van het tweede lid bepalen dat bekostiging voor de
                        fiets wordt verstrekt. Het college moet dan van oordeel zijn dat de
                        leerling, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer
                        per fiets. Hierbij dient in overweging worden genomen: de leeftijd van de
                        leerling, de eventuele handicap van de leerling, de veiligheid van de af te
                        leggen route en de afstand. Ook is het mogelijk een fietsvergoeding voor
                        bijvoorbeeld de maanden maart tot november te verstrekken en voor de overige
                        maanden bekostiging voor ander passend vervoer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15a</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke WEC school cluster
                            4</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissie voor de begeleiding</titel></kop><al>Het college kan advies inwinnen bij de commissie voor de begeleiding en/of
                        de ambulante begeleider van een leerling. Als zij niet op de hoogte zijn van
                        de gesteldheid van de leerling waarvoor een aanvraag is binnengekomen, kan
                        advies worden ingewonnen bij de schooldirecteur. Deze moet een gemotiveerd
                        advies geven. </al><al>Als nadeel van een keuze voor de directeur/commissie voor de begeleiding als
                        adviserend orgaan geldt de veel gehoorde klacht, dat hun adviezen nogal eens
                        subjectief van aard kunnen zijn. Zij zijn immers verbonden aan de
                        ontvangende school en er kunnen dan bepaalde belangen zijn bij het aannemen
                        van het kind op de desbetreffende school. Het is in dat kader van belang dat
                        het college een gemotiveerd advies vraagt van de directeur/commissie voor de
                        begeleiding. Voorts is in de verordening gekozen voor de mogelijkheid om ook
                        andere deskundigen te raadplegen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><al>Indien ouders van een leerling op grond van artikel 15 van de verordening in
                        aanmerking komen voor bekostiging op basis van de kosten van openbaar
                        vervoer, en het college van oordeel is dat de leerling niet zelfstandig van
                        het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken, komen de ouders tevens
                        in aanmerking voor bekostiging van de kosten van het openbaar vervoer ten
                        behoeve van een begeleider (artikel 17 van de verordening). Uit artikel 17
                        blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs moet
                                bezoeken die is aan te merken als de dichtstbijzijnde toegankelijke
                                school, en de afstand van de woning naar de school voor speciaal
                                onderwijs moet meer dan zes kilometer bedragen;</al></li><li nr="b."><al>de begeleiding slechts wordt bekostigd indien door de ouders
                                genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling door zijn lichamelijke,
                                verstandelijke of zintuiglijke handicap dan wel door zijn leeftijd
                                niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets
                                gebruik te maken.</al></li></lijst><al>Hiervan kan onder andere sprake zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>indien de handicap dan wel de leeftijd van de leerling begeleiding
                                noodzakelijk maakt;</al></li><li nr="·"><al>indien de leerling gedurende de rit met het openbaar vervoer een of
                                meerdere malen over moet stappen op te gevaarlijke overstappunten en
                                dit gezien de leeftijd van de leerling onverantwoord is;</al></li><li nr="·"><al>indien de route van het uitstappunt van de bus naar de school te
                                gevaarlijke punten kent, en een adequate oplossing van deze
                                gevaarlijke punten niet mogelijk is (bijvoorbeeld verkeersbrigadiers
                                etc.).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Ook voor het vervoer naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt
                        dat bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer in principe
                        uitzondering is. Wel moet de toegankelijkheid van het (voortgezet) speciaal
                        onderwijs gewaarborgd blijven. Daar waar vervoer, openbaar of aangepast,
                        noodzakelijk is, moet dit op passende wijze kunnen plaatsvinden. In artikel
                        18 van de verordening zijn deze waarborgen verankerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Met name bij het bezoeken van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                        kan het voorkomen dat de ouders de leerlingen zelf wensen te vervoeren of te
                        laten vervoeren per auto. In artikel 19 van de verordening zijn hiervoor
                        nadere voorschriften gegeven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen voor scholen
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen voor scholen
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><al>Uitgangspunt van de verordening is dat in principe voldaan dient te worden
                        aan het gestelde criterium in artikel 15 van de verordening (afstandsgrens),
                        dat is gebaseerd op artikel 4, zevende lid, van de WEC. Hierin is bepaald
                        dat de gemeenteraad kan bepalen dat geen aanspraak op bekostiging bestaat op
                        grond van de afstand tussen de woning en de school. Echter, artikel 4,
                        zevende lid, van de WEC bepaalt tevens dat gehandicapte leerlingen, die op
                        ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, op een passende wijze
                        dienen te worden vervoerd. In een aantal gevallen zal het voorkomen dat een
                        leerling, gezien zijn handicap, ook over een afstand van minder dan drie of
                        zes kilometer aangepast vervoer behoeft. Artikel 20 van de verordening
                        voorziet in een dergelijke voorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan
                            de in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Artikel 21 van de verordening bepaalt dat het college desgewenst de kosten
                        van het weekeinde- en vakantievervoer bekostigt aan de in de gemeente
                        wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem
                        passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin
                        verblijft. Dit artikel valt in twee belangrijke onderdelen uiteen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college van de gemeente waar de ouders wonen, bekostigt de
                                kosten van het weekeinde- en vakantievervoer;</al></li><li nr="2."><al>Het college bekostigt de kosten van het weekeinde- en
                                vakantievervoer, indien het verblijf van de leerling in een
                                internaat of een pleeggezin noodzakelijk is met het oog op het
                                volgen van passend (voortgezet) speciaal onderwijs.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><al>Welke wijze van vervoer conform artikel 21 wordt bekostigd wordt weergegeven
                        in artikel 22. Dit artikel van de verordening bepaalt welke bekostiging
                        maximaal wordt verleend, namelijk ten behoeve van:</al><lijst><li nr="1."><al>de reis van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders
                                en terug in elk weekeinde, voor zover de weekeinden niet vallen
                                binnen de schoolvakanties;</al></li><li nr="2."><al>de reis van het internaat of het pleeggezin naar de woning van de
                                ouders en terug in elke vakantie van twee of meer schooldagen, voor
                                zover deze vakantie is opgenomen in de schoolgids van de school die
                                de leerling bezoekt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><al>De WPO biedt gemeenten de keuze een drempelbedrag bij ouders in rekening te
                        brengen. Het is dus niet verplicht. In de verordening is wel gebruik gemaakt
                        van deze optie. De wetgever heeft bedoeld de ouders verantwoordelijk te
                        laten zijn voor een bepaald deel van de (werkelijk gemaakte) kosten van het
                        vervoer; de zogenaamde drempel. Het bedrag wordt <onderstreept>per
                            leerling</onderstreept> in rekening gebracht. Indien een leerling
                        slechts een deel van het schooljaar gebruik maakt van het leerlingenvervoer,
                        wordt het drempelbedrag naar evenredigheid in rekening gebracht. </al><al>Bij het drempelbedrag is de ouderlijke bijdrage gekoppeld aan de door de
                        gemeente vastgestelde kilometergrens, dat wil zeggen de afstand van de
                        woning tot de school waarboven aanspraak kan bestaan op leerlingenvervoer.
                        Invoering van het drempelbedrag houdt in dat de kosten van het openbaar
                        vervoer tot aan deze kilometergrens voor rekening van de ouders komen.
                        (artikel 11, eerste lid, en artikel 15, eerste lid). Gemeenten zijn vrij een
                        andere kilometergrens vast te stellen, mits deze niet boven de 6 kilometer
                        uitkomt. In de wet is deze afstand als bovengrens vastgelegd.</al><al>Indien een drempelbedrag wordt ingevoerd, is de gemeente voor de berekening
                        van de hoogte daarvan gebonden aan de wet. Er kan niet worden gewerkt met
                        een fictief bedrag; de kosten van het openbaar vervoer dienen te worden
                        bepaald op basis van het basistarief, vermeerderd met het kilometertarief
                        Bij de vaststelling van de hoogte van het drempelbedrag is het niet van
                        belang of de leerling daadwerkelijk gebruikmaakt van het openbaar vervoer.
                        Ook wanneer de leerling gebruikmaakt van aangepast vervoer of wanneer er
                        geen openbaar vervoer aanwezig is, dienen de ouders de kosten van het
                        openbaar vervoer over de afstand tot aan de door de gemeente gestelde
                        kilometergrens zelf te dragen. </al><al>De doelgroep voor het drempelbedrag bestaat uit leerlingen die een school
                        voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs en waarvan de
                        ouders een gezamenlijk inkomen van meer dan </al><al>€ 24.300,- (geïndexeerd) hebben.</al><al>Voor leerlingen die onder titel 6 vallen (gehandicapte leerlingen in het
                        reguliere primair en voortgezet onderwijs) geldt, dat aan de ouders geen
                        drempelbedrag gevraagd mag worden. Ook wanneer de leerling zelf de aanvraag
                        doet mag geen drempelbedrag gevraagd worden. </al><al>Het blijft mogelijk om voor elk van de genoemde onderwijssoorten een
                        verschillende kilometergrens te hanteren. Bovendien staat het de gemeente
                        vrij het drempelbedrag wel voor de ene maar niet voor de andere
                        schoolsoorten in te voeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><al>Artikel 4 van de WPO biedt gemeenten de mogelijkheid om van ouders wier
                        kinderen een school voor basisonderwijs bezoeken en van wie de school ten
                        minste twintig kilometer van de woning is verwijderd, een van de draagkracht
                        afhankelijke bijdrage te vragen in de kosten van het vervoer. Deze
                        inkomensafhankelijke bijdrage wordt per gezin geheven (in tegenstelling tot
                        het drempelbedrag dat per leerling in rekening wordt gebracht) en kan dus
                        alleen bij het reguliere basisonderwijs worden gevraagd.</al><al>In artikel 24 is gekozen voor een systeem waarin met een aantal
                        inkomensblokken wordt gewerkt, waaraan een vooraf vastgestelde
                        draagkrachtafhankelijke ouderlijke bijdrage is gekoppeld. Zowel de bedragen
                        van de inkomensblokken als van de verschuldigde bijdrage worden geïndexeerd
                        vastgesteld op een wijze die aansluit bij artikel 4 van de WPO. Indien het
                        inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen het peiljaar
                        waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag wordt
                        ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het
                        voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken
                        van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 29 van de verordening. Door het
                        kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere
                        peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven
                        te betalen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar
                            vervoer met begeleiding</titel></kop><al>In titel 6 wordt geregeld dat alleen gehandicapte leerlingen in het regulier
                        primair en voortgezet onderwijs, die niet of niet zelfstandig van het
                        openbaar vervoer gebruik kunnen maken, in aanmerking kunnen komen voor
                        leerlingenvervoer. Voor deze gehandicapte leerlingen geldt geen
                        afstandscriterium. Gemeenten kunnen aan de ambulante begeleider die
                        verbonden is aan de reguliere school voor primair of voortgezet onderwijs,
                        advies vragen over passend vervoer voor deze leerlingen (zie toelichting
                        artikel 1). Mocht een leerling geen ambulante begeleiding krijgen, dan kan
                        de gemeente het advies van de schooldirecteur of andere deskundigen vragen
                        (bijvoorbeeld een GGD arts).</al><al>Voor leerlingen van speciale scholen voor basisonderwijs die onder titel 6
                        vallen geldt, dat ze -overeenkomstig artikel 9- recht hebben op vervoer naar
                        de dichtstbijzijnde toegankelijke school in het samenwerkingsverband. Dit is
                        geregeld in lid 1 van artikel 25. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Bekostiging op basis
                            van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Ten aanzien van gehandicapte leerlingen die zelfstandig met het openbaar
                        vervoer kunnen reizen, maar die daartoe niet in staat zijn omdat het
                        openbaar vervoer in de regio ontbreekt, verwijzen wij naar de toelichting op
                        artikel 13 ad 2. Leerlingen die een handicap hebben waardoor ze niet
                        zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, maken aanspraak op
                        aangepast vervoer indien het openbaar vervoer in de regio ontbreekt. Zij
                        zijn dan immers niet in staat om onder begeleiding met het openbaar vervoer
                        te reizen, omdat het niet aanwezig is. De gemeente heeft echter wel de
                        plicht om passend vervoer te verzorgen in zo’n geval, dus aangepast vervoer.
                        Daarom is in artikel 26 opgenomen dat indien de leerling op grond van
                        artikel 25 recht heeft op openbaar vervoer met begeleiding, terwijl openbaar
                        vervoer ontbreekt of te lang duurt, de leerling aanspraak op aangepast
                        vervoer kan maken. Zie verder de toelichting op artikel 25.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Zie de toelichting op artikel 25. Over eigen vervoer is een uitgebreide
                        toelichting te vinden bij de artikelen 14 en 19. In artikel 27 wordt de
                        bekostiging gerelateerd aan de bekostiging waar ouders in principe op basis
                        van de verordening voor in aanmerking komen. Voor de leerlingen in titel 6
                        betekent dit ofwel bekostiging op basis van openbaar vervoer met begeleiding
                        (artikel 25) ofwel aangepast vervoer (artikel 26).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat het college beslist in gevallen, de uitvoering van
                        het leerlingenvervoer betreffende, waarin de verordening niet voorziet.</al><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen van de bekostiging van het
                        leerlingenvervoer vastgelegd. Uiteraard zal zich een aantal concrete
                        gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder
                        andere aan:</al><lijst><li nr="·"><al>varianten van het combinatievervoer (bijvoorbeeld aangepast plus
                                openbaar vervoer);</al></li><li nr="·"><al>begeleiding tijdens groepsvervoer;</al></li><li nr="·"><al>gemeenschappelijke afspraken met andere gemeenten;</al></li><li nr="·"><al>varianten in het gebruik van eigen vervoer.</al></li></lijst><al>Voor dergelijke en andere situaties waarin de verordening niet voorziet, is
                        in artikel 28 van de verordening bepaald dat het college beslist. Hierbij
                        dient in redelijkheid gehandeld te worden. Uitgangspunt bij deze
                        besluitvorming dient te zijn dat in de geest van de wet en de verordening
                        gehandeld wordt. Het komt voor dat schoolbesturen of een groep ouders een
                        vervoermiddel in eigen beheer gebruiken om de leerlingen naar school te
                        brengen. Van belang daarbij is dat de aansprakelijkheid en het toezicht
                        hierop bij de gemeente blijft. Aansprakelijkheid is immers gekoppeld aan
                        zorgplicht. Voor het vervoer gelden dezelfde eisen als voor
                        vervoersbedrijven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>Dit artikel, dat hiermee aansluit op de wet, bepaalt dat het college in
                        bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de
                        ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening. Dit houdt in dat
                        het college slechts in voor ouders voordelige zin kan afwijken van de
                        verordening. Van een dergelijke afwijking in voor ouders gunstige zin kan
                        bijvoorbeeld sprake zijn in het geval dat:</al><lijst><li nr="·"><al>leerlingen die naar het oordeel van het college gebruik moeten maken
                                van aangepast vervoer, terwijl zij, gezien de criteria, daarvoor
                                niet in aanmerking komen. Een leerling woont bijvoorbeeld binnen de
                                kilometergrens en komt niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. In
                                geval van een onderbouwde specifieke en concrete situatie die
                                uiterst nadelig is voor een leerling, kan het college afwijken van
                                deze bepaling.</al></li><li nr="·"><al>een leerling, die niet voor bekostiging van de begeleiding in
                                aanmerking komt, toch - gezien zijn verstandelijke, zintuiglijke of
                                lichamelijke handicap - begeleid moet worden;</al></li><li nr="·"><al>sprake is van door de ouders georganiseerd groepsvervoer en het
                                college een daarop geënte bekostiging wil betalen;</al></li><li nr="·"><al>sprake is van een voor het kind onaanvaardbare onderwijsinhoudelijke
                                dan wel onhoudbare praktische situatie op de dichtstbij gelegen
                                toegankelijke school. Indien daarvan sprake is - de bewijslast
                                daarvan ligt bij de ouders - kan bekostiging volgen van de kosten
                                van vervoer naar een verder gelegen toegankelijke school.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>In artikel 30 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                        ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>In het eerste lid wordt gesproken over een bruikleenauto of
                        leefvervoervoorziening. Deze voorzieningen zijn aan te vragen bij en worden
                        verstrekt door het UWV Werkbedrijf en niet de gemeente.</al><al>Met een ‘gelijkwaardige voorziening’ wordt bedoeld, dat leerlingen die in
                        het schooljaar 2001-2002 op basis van de Wet Rea taxivervoer kregen, niet in
                        het schooljaar 2002-2003 van de gemeente bekostiging openbaar vervoer of
                        openbaar vervoer met begeleiding mogen krijgen. Ook zal het vervoer in een
                        busje door de wetgever niet worden opgevat als gelijkwaardig aan
                        taxivervoer. Wel mogen gemeenten in gevallen waar dat praktisch mogelijk is,
                        individuele taxiritten met elkaar combineren. Dit zou bijvoorbeeld mogelijk
                        zijn als twee leerlingen elk een individuele taxivoorziening naar dezelfde
                        school ontvangen en de twee ritten, zonder dat de leerlingen daar
                        aantoonbaar nadeel van ondervinden, kunnen worden gecombineerd. Tevens zal
                        in sommige gevallen vervoer verzorgd moeten worden naar een school die niet
                        de dichtstbijzijnde, toegankelijke school is voor de betreffende leerling.
                        In de Wet Rea werd dit criterium namelijk niet gehanteerd.</al><al>In het tweede lid wordt gesproken over een vervoersvoorziening naar een
                        opdc. Zie hiervoor ook de toelichting op artikel 1, onderdel r.</al><al>De aanspraak op leerlingenvervoer op grond van lid 2 komt te vervallen
                        indien de leerling binnen de afstandsgrens komt te wonen.</al><al>De gemeente kan leerlingen die op basis van de overgangsregeling (artikel
                        31, lid 2) een vervoersvergoeding krijgen naar een school voor
                        praktijkonderwijs of leerwegondersteunend onderwijs, een drempelbedrag of
                        een draagkrachtafhankelijke bijdrage opleggen. Daarom in dit artikel een
                        verwijzing naar titel 5 ‘Eigen bijdrage en bekostiging naar financiële
                        draagkracht’.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>